Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over de Kabinetsreactie op het rapport 'Gerichte Groei' van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen Caribisch Nederland 2050 (Kamerstuk 36800-IV-28)
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 51 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 26 maart 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen
en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over de Kabinetsreactie op het rapport «Gerichte Groei» van de Staatscommissie Demografische
Ontwikkelingen Caribisch Nederland 2050 (Kamerstuk 36 800 IV, nr. 28)
De vragen en opmerkingen zijn op 16 januari 2026 aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 26 maart 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Biekman
De griffier van de commissie, Hessing-Puts
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
1. Wie voert binnen het Koninkrijk de regie over het integrale demografische beleid voor
Bonaire en hoe wordt die regierol in de praktijk ingevuld wanneer beleid van verschillende
ministeries samenkomt? Welk ministerie voert de regie als belangen van BZK, VWS, OCW,
EZ en AenM botsen?
Als Staatssecretaris van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK) vervul ik mijn coördinerende rol voor het rijksbeleid dat Bonaire, Sint Eustatius
en Saba raakt, zoals beschreven in de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba (WolBES). Dit geldt ook voor het integrale demografisch beleid voor Bonaire,
Sint Eustatius en Saba. Hierbij is onderlinge samenwerking, zowel binnen de Rijksoverheid
als met de Bonaire, Sint Eustatius en Saba essentieel, met aandacht voor de lokale
autonomie.
2. Op welke punten loopt het huidige migratie- en toelatingsbeleid aantoonbaar vooruit
op wat Bonaire in huisvesting, zorg en onderwijs kan dragen en welke ruimte ziet het
kabinet om dit beleid hier beter op te laten aansluiten?
Caribisch Nederland behoeft een goed ontwikkeld, integraal, toekomstbestendig en gelijkwaardig
migratiebeleid, maar vraagt vanwege de unieke kenmerken van ieder eiland tegelijkertijd
toegespitst migratiebeleid dat rekening houdt met deze kenmerken. Op Bonaire, Saba
en Sint Eustatius geldt van oudsher een restrictief toelatingsbeleid, onder andere
gelet op het absorptievermogen van de eilanden en om verdringing van de lokale bevolking
op de arbeidsmarkt te voorkomen. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV)
zet middels de Integrale beleidsvisie Caribisch Nederland 2035, en het bijbehorende
implementatieplan, samen met de lokale ketenpartners in op een integrale aanpak. Onderdeel
hiervan is migratiebeleid dat gereguleerde en duurzame groei faciliteert: denk hierbij
aan de wensen van werkgevers en economische belangen maar ook de belangen en draagkracht
van de lokale samenleving. Om deze aanpak te bewerkstelligen worden een aantal beleidsvoorstellen,
zoals voor een versnelde procedure voor prioritaire beroepsgroepen, uitgewerkt. Daarnaast
is een herzieningsvoorstel voor de Wet Toelating en Uitzetting Bonaire, Sint Eustatius
en Saba (WTU BES) in voorbereiding. In de WTU BES is opgenomen wie van rechtswege
toegang tot verblijf in de openbare lichamen hebben.
De toegang van arbeidsmigranten tot de arbeidsmarkt van Bonaire, Sint Eustatius en
Saba is primair de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW). Hierin wordt nauw samengewerkt met Justitie en Veiligheid gelet op de koppeling
met toelating en het verblijfsrecht. Door een tewerkstellingsvergunning (twv) aan
te vragen kan iemand toetreden tot de lokale arbeidsmarkt. Voor een aantal functies
die lokaal moeilijk te vervullen zijn geldt nu al een versnelde afhandelingstermijn.
Er is verder doorlopend aandacht voor het optimaliseren van het proces voor het verkrijgen
van arbeidsgerelateerde verblijfsvergunningen.
3. Kleinschaligheid heeft aantoonbare gevolgen voor uitvoerbaarheid en capaciteit op
Bonaire. Hoe wordt hiermee in Rijksbeleid expliciet rekening gehouden en wie is eindverantwoordelijk
wanneer deze uitvoeringsgrenzen in de praktijk worden bereikt?
Zie antwoord vraag 9, VVD.
4. Hoe wordt op Sint-Eustatius concreet bepaald welke vormen van migratie bijdragen aan
economische diversificatie en welke juist extra druk zetten op voorzieningen, gezien
de beperkte schaal van het eiland?
Het openbaar lichaam Sint Eustatius en het openbaar lichaam Saba hebben in samenwerking
met de Rijksoverheid een sociaaleconomische ontwikkelstrategie opgesteld in afstemming
met maatschappelijk organisaties en het bedrijfsleven. Op basis van deze visie en
strategie zal verder het gesprek gevoerd worden welke (economische) sectoren bijdragen
aan de verdere versterking van de eilandelijke economie en welk gericht migratiebeleid
hierin passend is. Gezien de beperkte schaal van het eiland zijn de in de vraag veronderstelde
splitsing tussen migratie die bijdraagt aan economische diversificatie en migratie
die druk zet op voorzieningen niet van elkaar los te trekken.
5. Welke lessen uit de Regio Deal Sint Eustatius gebruikt het kabinet om investeringen
in zorg, bereikbaarheid en andere publieke voorzieningen structureel te laten doorwerken
in de ontwikkeling van het eiland richting 2050?
Een aanzienlijk deel van de Regio Deal Sint Eustatius betreft investeringen in de
fysieke leefomgeving. De omvang van deze projecten vraagt veel aan uitvoeringskracht
van het openbaar lichaam. In het kader van de kabinetsreactie op de adviezen van de
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) en de Raad voor het Openbaar Bestuur
(ROB) wordt hier al aandacht aan besteed door onder meer het projectenbureau PBCN
te verbreden naar het fysieke domein en te vergroten met 5 extra fte ter ondersteuning
van de openbare lichamen, waaronder Sint Eustatius.1 Verder is de Regio Deal bedoeld als eenmalige impuls die structureel geborgd moet
worden. Hier zijn goede afspraken over gemaakt met het openbaar lichaam en de onderdelen
van de Regio Deal zijn betrokken in de implementatie van de overkoepelende sociaaleconomische
ontwikkelstrategie van Sint Eustatius. Hierin zijn ook andere publieke voorzieningen
opgenomen, zoals gezondheidszorg en bereikbaarheid van het eiland.
6. Welke randvoorwaarden zijn volgens het kabinet essentieel om digitale voorzieningen
zoals e-zorg en online onderwijs op Sint Eustatius daadwerkelijk te laten functioneren
als aanvulling op fysieke voorzieningen en waar liggen daarbij de uitvoeringsgrenzen
van een eiland van deze omvang?
De randvoorwaarden voor de genoemde digitale voorzieningen liggen, net zoals in Europees
Nederland, in de bouwstenen van Generieke Digitale Infrastructuur (GDI).2 De uitvoeringsgrenzen zijn niet afgebakend naar alleen het eiland. Door stapsgewijs
aan te sluiten bij de GDI kan gebruik worden gemaakt van de schaalgrootte voordelen
vanuit Europees Nederland. Voor de gezondheidszorg gelden aanvullende randvoorwaarden,
namelijk goede digitale infrastructuur bij de zorgaanbieders, het werken in digitale
zorgsystemen en juridische en organisatorische waarborgen voor veilige en betrouwbare
gegevensuitwisseling. Hierin werkt VWS samen met de zorgaanbieders. Momenteel lopen
al een aantal initiatieven die e-zorg / hybride zorg mogelijk maken. Zo is digitale
teledermatologie op Bonaire, Sint Eustatius en Saba geïmplementeerd en onderzoekt
VWS met de zorgaanbieders hoe het zorgpad voor oogheelkunde gedigitaliseerd kan worden,
en beoordeling van radiologiebeelden op afstand kan plaatsvinden. In verband met de
uitvoeringsgrenzen op kleine eilanden zoals Sint Eustatius wordt vanuit VWS ondersteuning
geboden aan de zorginstellingen. In de derde onderwijsagenda zijn met de scholen op
Bonaire, Sint Eustatius en Saba afspraken gemaakt over het verder professionaliseren
van de digitale geletterdheid, daartoe hebben scholen ook extra middelen ontvangen.
7. Saba geeft aan meer regie te willen over het migratie- en vestigingsbeleid, terwijl
de uitvoeringscapaciteit beperkt is. Hoe ziet het kabinet de rolverdeling tussen Saba
en het Rijk om migratie beter te laten aansluiten op de economische strategie en draagkracht
van het eiland?
Migratie en vestigingsbeleid zijn rijkstaken. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid
zet middels de Integrale beleidsvisie Caribisch Nederland 2035, en het bijbehorende
implementatieplan, samen met de lokale ketenpartners in op een integrale aanpak vanwege
de unieke kenmerken van ieder eiland.3 Onderdeel hiervan is migratiebeleid dat gereguleerde en duurzame groei en weloverwogen
arbeidsmigratiebeleid faciliteert. Op dit moment wordt door JenV een aantal beleidsvoorstellen
met lokale ketenpartners uitgewerkt en is een wetsvoorstel voor de herziening van
de WTU BES in voorbereiding. In dat verband worden voorstellen uitgewerkt die moeten
bijdragen aan duurzame groei van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daarnaast hebben
de openbare lichamen ook zelf instrumenten: denk hierbij aan invulling van het beleid
ten aanzien van huisvesting, ruimtelijke ordening en vestigingsvergunningen voor ondernemers,
Voor wat betreft arbeidsmigratiebeleid gebeurt dit in nauw overleg met het Ministerie
van SZW dat primair verantwoordelijk is voor de toelating van arbeidsmigranten tot
de arbeidsmarkt van Caribisch Nederland. Bij de vormgeving van dit arbeidsmigratiebeleid
is het belangrijk dat er niet alleen aandacht is voor de wensen van werkgevers en
economische belangen maar ook voor de belangen en draagkracht van de lokale samenlevening
en bescherming van werkenden
8. Saba staat voor samenhangende keuzes op het gebied van ecotoerisme, wonen en klimaatadaptatie,
binnen een zeer beperkte ruimtelijke en ecologische context. Hoe ondersteunt het kabinet
het eiland bij het prioriteren en afwegen van deze opgaven, zodat ontwikkeling en
draagkracht in balans blijven?
Een goede infrastructuur en fysieke leefomgeving, ook in relatie tot ecotoerisme,
klimaatadaptatie en wonen, is belangrijk voor de leefbaarheid van Bonaire, Sint Eustatius
en Saba. In 2024 is daarom het Ruimtelijk Ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland
(ROCN) opgesteld, dat de kaders aangeeft voor het ruimtelijke beleid op de eilanden
en waarin is aangekondigd dat er een gestructureerd overleg met Bonaire, Sint Eustatius
en Saba zal worden ingericht.4 Deze overlegstructuur is geëffectueerd door het instellen van stuurgroepen Fysieke
Leefomgeving per eiland. In deze stuurgroepen wordt gesproken over de ontwikkeling
en herziening van ruimtelijke ontwikkelingsplannen en het door een openbaar lichaam
te voeren ruimtelijk beleid, alsmede over de «fysieke agenda’s».5 Zoals benoemd in de kabinetsreactie op de adviezen van de Raad voor de leefomgeving
en infrastructuur (Rli) en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB)6 bevatten deze agenda’s voor ieder eiland een overzicht van de opgaven in het fysieke
domein. Deze agenda’s vormen de basis om meerjarig met elkaar samen te werken aan
het faseren en prioriteren van (domein overstijgende) opgaven in het fysieke domein.
Gelet op het belang van maatwerk krijgt ieder eiland een eigen fysieke agenda. De
agenda’s zijn bedoeld om inzicht te geven in wat al gebeurt en hoe de beschikbare
middelen efficiënter ingezet kunnen worden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
9. Deze leden lezen dat de Staatscommissie en bestuurders op de eilanden aangeven dat
in de toekomst de leefomgeving onder druk komt te staan. Migratie, arbeidstekort,
woningtekort en een toenemende druk op het zorgsysteem zorgen ervoor dat de bevolkingsgroei
op de eilanden niet houdbaar is zonder verbeteringen. Welke concrete oplossingen ziet
de Staatssecretaris voor zich als het gaat om deze uitdagingen?
Zoals benoemd in de kabinetsreactie Gerichte Groei, worden Bonaire, Sint Eustatius
en Saba op verschillende thema's vanuit het Rijk ondersteund in de vorm van middelen,
capaciteit, kennis en expertise.7 Een voorbeeld zijn de bestuurlijke afspraken met Bonaire, Sint Eustatius, en Saba8, waarin onder andere gewerkt wordt aan goed bestuur, digitalisering en de aanpak
van het sociaal domein. Daarnaast werkt het Rijk samen met de eilandbesturen aan het
borgen van essentiële randvoorwaarden voor economische ontwikkeling. Ook zijn er in
2023 en 2024 Regio Deals gesloten met Saba, Sint Eustatius en Bonaire om ze in staat
te stellen zelf incidentele investeringen te kunnen plegen. Ten slotte wordt sinds
2024 de Vrije Uitkering geïndexeerd met de BBP-systematiek.9 Met de introductie van deze systematiek hebben de eilanden meer financiële ruimte
gekregen om naast loon- en prijsstijgingen, ook andere factoren die invloed hebben
op lokale overheidsopgaven op te kunnen vangen. Een voorbeeld hiervan is demografische
groei. In de kabinetsreactie worden de aanbevelingen van de Staatscommissie om effecten
van demografische ontwikkelingen te mitigeren onderstreept. Een voorbeeld van concrete
oplossingen waar nu aan gewerkt wordt zijn de afspraken omtrent bovengenoemde fysieke
agenda’s per eiland. Verder heeft het huidige kabinet in het Regeerakkoord 30 miljoen
euro structureel ter beschikking gesteld voor een leefbaar sociaal minimum op basis
van de adviezen van Thodé, waaronder het betaalbaar maken en houden van nutsvoorzieningen
en basisbehoeften op de eilanden. Over de verdeling van deze middelen wordt nu gesproken
met betrokken departementen. Middels een beleidsbrief streef ik er naar u nog dit
voorjaar te informeren over mijn beleidsvoornemens op dit vlak.
10. Daarnaast is voor deze leden van belang dat de problemen op Bonaire met de vuilstort
Selibon zo snel als mogelijk worden opgelost. Voornoemde leden vragen of de Staatssecretaris
meer duidelijkheid kan geven over de extra financiering die mogelijk nodig is halverwege
dit jaar.
Het bestuurscollege van Bonaire neemt uiterlijk op 1 juli 2026 een besluit over aanwijzing
van alternatieve locaties en daaraan verbonden maatregelen. Dit doet het bestuurscollege
in samenwerking met de Ministeries van IenW, BZK en EZK. Daarbij komt dat ik momenteel
werk aan de uitvoering van de motie Ceder/Van der Burg die oproept voor 1 juli een
gedragen (financieel) plan voor een structurele oplossing van Selibon Lagun op te
leveren.10 Dit hangt samen met het besluit van het bestuurscollege en de benodigde investeringen
daarvoor worden momenteel in kaart gebracht.
11. Tevens lezen de aan het woord zijnde leden dat het volgens de Staatssecretaris aan
een volgend kabinet is om concrete afspraken te maken met de eilanden. Welke prioriteiten
zouden deze afspraken moeten hebben volgens de Staatssecretaris?
In de kabinetsreactie die door het vorige kabinet met uw Kamer is gedeeld wordt geconstateerd
dat fysieke opgave van alle drie de eilanden en de groei van Bonaire aandacht vragen.
Hierbij is het ook van belang dat de voorzieningen (elektra, drinkwater en huisvesting)
betaalbaar blijven. Er wordt in overleg met de eilanden en de betrokken departementen
gesproken over de vorm en invulling van de fysieke agenda’s. Daarmee worden er concrete
afspraken gemaakt met de eilanden over wat er nodig is om publieke voorzieningen en
de fysieke leefomgeving toekomstbestendig en leefbaar te krijgen en houden. Verder
heeft het huidige kabinet in het Regeerakkoord 30 miljoen euro structureel ter beschikking
gesteld voor een leefbaar sociaal minimum op basis van de adviezen van Thodé, waaronder
het betaalbaar maken en houden van nutsvoorzieningen en basisbehoeften op de eilanden.
Over de verdeling van deze middelen wordt nu gesproken met betrokken departementen.
Ik streef ernaar om u nog voor de zomer hierover van informatie te voorzien.
12. De leden van de VVD-fractie lezen dat vooral op het gebied van infrastructuur, diversificatie
van de economie en woningbouw snel afspraken nodig zijn. Op welke manier is de Staatssecretaris
nu al bezig om ervoor te zorgen dat er in de toekomst voldoende gekwalificeerde zorgmedewerkers
aanwezig zijn op de eilanden?
Voldoende zorgpersoneel op Bonaire, Saba en Sint Eustatius is essentieel om de zorg
draaiende te houden. Daarom werkt VWS nauw samen met partijen in de (jeugd)zorg, welzijn
en onderwijssector aan een toekomstgericht arbeidsmarktprogramma, gericht op instroom,
behoud en doorstroom van zorgprofessionals. Samen met werkgevers en sociale partners
zetten we in op leven lang ontwikkelen, betere loopbaanperspectieven en aantrekkelijke
arbeidsvoorwaarden, ondersteund door beleid en financiering waarmee samenwerking,
kennisuitwisseling en het netwerk van zorgprofessionals worden versterkt. Daarnaast
wordt, in samenwerking met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW),
ingezet op een integrale, programmatische aanpak om de aansluiting tussen de arbeidsmarktvraag
en het zorgonderwijs in het Caribisch gebied te verbeteren. Hierbij wordt nauw samengewerkt
met de verschillende landen binnen het Koninkrijk, zorgwerkgevers, onderwijsinstellingen
en andere betrokken partijen. Deze aanpak richt zich op het versterken van het onderwijs-
en loopbaantraject voor studenten in zorgopleidingen die relevant zijn voor de eilanden,
met als doel de instroom, doorstroom en terugkeer van zorgprofessionals te verbeteren.
Binnen dit traject wordt onder meer gewerkt met programmatische ondersteuning, zoals
een programmamanager zorgcapaciteit, die bijdraagt aan de coördinatie en samenwerking
tussen betrokken partijen.
13. Voor deze leden is het bovenal van belang dat het openbaar bestuur op de eilanden
op orde is. Zij lezen dat er veel capaciteitsproblemen zijn om bestaande afspraken
te voltooien. Is de Staatssecretaris het ermee eens dat deze problemen eerst moeten
worden aangepakt voordat er kan worden overgaan op langetermijninvesteringen? Zo ja,
hoe wil de Staatssecretaris nu al beginnen met deze aanpak?
Zoals benoemd door mijn voorganger, is goed openbaar bestuur het fundament voor een
goed functionerend overheidsapparaat. Dat standpunt herhaal ik en ik blijf hierover
in gesprek met de eilandbesturen. Op 1 september 2025 is de Agenda Goed Bestuur Caribisch
Nederland met uw Kamer gedeeld, waarbij mijn voorganger uiteen heeft gezet wat de
voorgestelde aanpak is op dit vlak.11 Onderdeel hiervan is het ondersteunen van de eilandelijk aanpak goed bestuur. Zo
wordt er bijvoorbeeld gewerkt aan het verbeteren van dienstverlening richting de burger,
het versterken van instituties en het realiseren van adequate wettelijke kaders en
toezicht. Hierbij is door mijn voorganger benoemd dat deze aanpak moet bijdragen aan
wederzijdse vertrouwen en het bevorderen van de opgavegerichte impact die zowel het
Rijk als de Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben voor de samenlevingen op de eilanden.
Een aanpak voor de uitvoeringskracht en langtermijn investeringen kunnen parallel
aan de aanpak goed openbaar bestuur worden gedaan.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
14. Om ervoor te zorgen dat de aanbevelingen van de Staatscommissie, maar ook die van
de andere relevante adviesorganen, daadwerkelijk goed kunnen worden geïmplementeerd
is het van belang dat er beleid wordt gevoerd voor de langere termijn. Dit vraagt
om voldoende investeringen en in regelmatige evaluatie van de effecten van het beleid.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen daarom hoe voorkomen wordt dat het
te voeren beleid steeds door de werkelijkheid wordt ingehaald.
Om beter zicht te krijgen van de effectiviteit van beleid is regelmatig onderzoek
en monitoring nodig. Naar de toekomst toe zijn deze demografische prognoses van het
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van belang. Om meer grip te krijgen op deze
cijfers voor o.a. beleidsvorming heeft het CBS in opdracht van het Ministerie van
BZK en SZW de monitor macro-economische context Caribisch Nederland gepubliceerd.12 Deze cijfers bevatten de belangrijkste sociaaleconomische cijfers en worden jaarlijks
geüpdatet. Op deze manier kan bijvoorbeeld de effectiviteit van het economische beleid
van de eilanden getoetst worden. Naar aanleiding van de sociaaleconomische ontwikkelstrategieën
die voor Saba en Sint Eustatius zijn opgesteld zal verder worden bekeken welke data
benodigd is voor het toetsen van ander beleid. Voor Bonaire wordt hier onder andere
in voorzien door de Commissie Vishon 2050.
15. Deze leden wijzen hierbij bijvoorbeeld op het feit dat de nieuwste prognose van het
CBS de aanvankelijk voorspelde groei op Bonaire volgens het «midden scenario» al hebben
achterhaald. Op welke manier zijn het beleid en de benodigde budgetten flexibel genoeg
om op dergelijke situaties in te spelen?
Als het gaat om de fysieke leefomgeving heeft onderzoeksbureau AEF een doorrekening
gemaakt voor kosten van investeringen, onderhoud en vervanging van de fysieke leefomgeving
op de eilanden tot en met 2050,13 gebaseerd op het midden-scenario uit het rapport Gerichte Groei. In tegenstelling
tot Europese gemeenten en provincies beschikken de openbare lichamen over beperkte
middelen voor de fysieke leefomgeving en kunnen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet
lenen op de kapitaalmarkt. Daarbij is ook de betaalbaarheid van voorzieningen van
belang; nutsbedrijven kunnen bijvoorbeeld wel lenen, maar de (hogere) kosten moeten
dan worden gedragen door de inwoners van de eilanden.
16. Erkent de Staatssecretaris dat in het verleden vaak te laat werd geanticipeerd op
nieuwe ontwikkelingen? Zo nee, waarom niet?
Door de bevindingen van de Staatscommissie is inzichtelijk gemaakt dat er te weinig
structurele informatie beschikbaar was voor het sturen van zowel lokaal als Rijksbeleid
conform demografische inzichten. Het is belangrijk dat gevolgen van demografische
ontwikkelingen voor bijvoorbeeld publieke voorzieningen opgevangen kunnen worden.
Met een verbeterde informatiepositie is de veronderstelling dat toekomstige behoeftes
beter geanticipeerd kunnen worden in het beleidsvormingsproces.
17. Het kabinet verwijst vaak naar het feit dat de zelfstandige landen zelf verantwoordelijk
zijn voor hun eigen voorzieningen, maar dit is lang niet altijd een absolute scheiding
van verantwoordelijkheden. Erkent de Staatssecretaris dit? En zo ja, op welke wijze
werkt het land Nederland hierbij samen met Aruba, Curaçao en Sint Maarten? En wat
betekent dit concreet voor de opgaven en de voorzieningen in deze landen? Graag ontvangen
de aan het woord zijnde leden hier een uitgebreidere beschouwing op van de Staatssecretaris
dan een algemene opmerking dat er afstemming is.
Het is aan de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten om hierin zelf afwegingen
en keuzes te maken. Dit laat onverlet dat er met Bonaire, Sint Eustatius en Saba belangrijke
gemeenschappelijke banden bestaan. De huidige geopolitieke ontwikkelingen en het gewijzigde
handelsbeleid van de Verenigde Staten (VS) vormen daarbij een extra aanleiding om
deze samenwerking te verdiepen. In dat kader wordt intensief samengewerkt met de landen
op terreinen als zorg, onderwijs, de maritieme sector en de luchtvaart. Waar nodig
wordt daarbij ondersteuning geboden, onder meer via de Landspakketten, met bijvoorbeeld
versterking van de instituties en onderlinge samenwerking bij economische ontwikkeling.
Daarnaast worden Aruba, Curaçao en Sint Maarten financieel ondersteund vanuit de KGG-begroting
voor investeringen in netverzwaring, netaansluitingen en batterijopslag.14 Het kabinet is samen met de landen en Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan het verkennen
of alternatieve handels- en logistieke verbindingen binnen de regio mogelijk zijn.
Dit met het oog op het verminderen van de afhankelijkheid van de VS en het verlagen
van de kosten van levensonderhoud. Ook wordt er voor alle zes de eilanden geïnvesteerd
in voedselzekerheid en is voor de landen de Borgstelling MKB (BMKB)-regeling opengesteld.15
18. Ook in Caribisch Nederland is vergrijzing een probleem. Hierdoor kan het zo zijn dat
de arbeidsmigratie in de toekomst toe zal nemen om in bepaalde sectoren de arbeidstekorten
tegen te gaan. De leden van GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in Europees Nederland
grote problemen zijn met arbeidsmigratie en willen graag dat voorkomen wordt dat deze
problemen in de toekomst ook in Caribisch Nederland zullen toenemen. Welke lessen
uit Europees Nederland zijn volgens de Staatssecretaris relevant voor Caribisch Nederland
op dit vlak? En is hier met de besturen op de eilanden hier goed overleg over? Zo
ja, wat gebeurt er op dit vlak concreet?
Zie antwoord vraag 7, D66.
19. In het verlengde hiervan constateren de aan het woord zijnde leden dat door de vergrijzing
bijvoorbeeld in het onderwijs en de zorg vanuit Europees Nederland medewerkers worden
aangetrokken. Deze spreken lang niet altijd de lokale talen. Is de Staatssecretaris
ook van mening dat het goed is dat er aandacht is voor het feit dat het belangrijk
is dat er in het onderwijs en de zorg Papiaments kan worden gesproken?
Het is essentieel dat in de zorg op Bonaire, Sint Eustatius en Saba aandacht is voor
het spreken van Papiaments, zodat patiënten en zorgverleners elkaar goed begrijpen
en mensen zich in hun eigen taal kunnen uitdrukken. Daarom is het van belang dat zorgverleners
goed worden ondersteund bij taal en sociale inbedding. Dit is zowel de verantwoordelijkheid
van werknemers als van werkgevers. Werkgevers dragen zorg voor passende begeleiding,
zodat de kwaliteit van zorg en onderwijs gewaarborgd blijft. VWS is zich bewust van
de uitdagingen die arbeidsmigranten met zich meebrengen en werkt daarom nauw samen
met partijen in de (jeugd)zorg, welzijn en onderwijs aan een toekomstgericht arbeidsmarktprogramma.
Dit programma is gericht op instroom, behoud en doorstroom van zorgprofessionals,
waarbij vraagstukken die voortvloeien uit arbeidsmigratie onderdeel van de gesprekken
uitmaken. In de onderwijswetten- en regelgeving is geborgd dat er in het onderwijs
op Bonaire Papiaments kan worden gesproken. Het is aan de scholen om hier bij het
aantrekken van beoogd personeel aandacht voor te hebben.
20. Een belangrijk gevolg van de groei van de bevolking is dat er onvoldoende betaalbare
woningen zijn op de eilanden in Caribisch Nederland, maar ook in Aruba, Curaçao en
Sint Maarten. Wat deze leden betreft moet voorkomen worden dat er wel vakantiewoningen
voor Europese Nederlanders kunnen worden gebouwd, maar dat de wachtlijsten voor de
sociale huur op de eilanden steeds langer worden. Deelt de Staatssecretaris dit standpunt?
Zo nee, waarom niet? Kan inzichtelijk gemaakt worden hoeveel tweede woningen er in
Caribisch Nederland zijn die niet permanent bewoond worden? Is de Staatssecretaris
bereid bij de verdere uitwerking van de motie van het lid Van Nispen c.s. over in
samenspraak met het bestuurscollege en de gezaghebber toewerken naar regulering van
de migratie naar Bonaire (Kamerstuk 36 600 IV, nr. 20) ook het beleid rondom recreatiewoningen te betrekken?
Het kabinet voelt de urgentie omtrent het realiseren van meer betaalbare woningen
op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Daarom werkt de Minister van VRO gezamenlijk met
de eilandbesturen aan de realisatie van meer woningen. Op dit moment kan niet inzichtelijk
gemaakt worden hoeveel tweede woningen er zijn op Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
omdat hier geen data over beschikbaar is. Het beleid rondom recreatiewoningen is een
verantwoordelijkheid van de bestuurscolleges zelf. Mocht het bestuurscollege hiertoe
ondersteuning wensen, kunnen zij zich tot het de Minister van VRO wenden. Zoals benoemd
in de kabinetsreactie Gerichte Groei, waarin de motie van Nispen (SP) is besproken,
zullen het kabinet en de Bestuurscolleges keuzes maken over beleids- en wetswijzigingen
omtrent het reguleren van migratie.16 Daartoe behoort ook de keuze of recreatiewoningen opgenomen zullen worden in de focus
van deze inzet.
21. In zowel het rapport van de Staatscommissie als ook in de Rli-adviezen wordt nadrukkelijk
aandacht besteed aan de staat van de infrastructuur. Hier is wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
veel aandacht voor nodig. Hierbij is de schaarse ruimte ook een belangrijk element.
Dit betekent dus dat er ook naar innovatievere maatregelen moet worden gekeken. In
dit licht verbaast het deze leden dat er nog steeds geen werkend openbaar vervoersysteem
is op Bonaire. Juist bij een vastlopend wegennetwerk is het van belang dat er frequent
en betaalbaar openbaar vervoer beschikbaar is. Waarom duurt dit op Bonaire zo lang?
Wat is de ingewikkeldheid van het opstarten van een of enkele buslijnen? Graag een
heldere toelichting van de Staatssecretaris hierop.
Ik onderken de urgentie van een betaalbaar openbaar vervoerstelsel. Daarvoor zijn
incidenteel in 2024 extra middelen ($ 666.000) ter beschikking gesteld. In 2025 zijn
deze middelen ($ 440.000) structureel aan de vrije uitkering toegevoegd. De eilandsraad
van Bonaire heeft afgelopen december akkoord gegeven voor het oprichten van een NV
die de integrale mobiliteits- en gebiedsontwikkelingsstrategie gaat uitvoeren. Hierbij
wordt de uitvoering van openbaar vervoer, mobiliteit en gebiedsontwikkeling, aan elkaar
verbonden. Bonaire is voornemens in het najaar de eerste busverbindingen te operationaliseren.
Het Rijk voert gesprekken met Bonaire over de voortgang als onderdeel van de Regio
Deal Bonaire en de jaarlijkse uitvoeringsagenda’s van het Bestuursakkoord Bonaire
2024–2027.17
22. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat het demissionaire kabinet
alle beleidskeuzes overlaat aan een volgend kabinet. Op zichzelf is dit begrijpelijk,
maar dit heeft wel het gevaar in zich dat er het komend jaar kostbare tijd verloren
gaat om effectieve maatregelen te treffen. Daarom vragen deze leden wat de allereerste
urgente zaken zijn waar in 2026 stappen gezet zouden moeten worden.
Zie antwoord vraag 11, VVD.
23. De aan het woord zijnde leden constateren dat er inmiddels meerdere rapporten en aanbevelingen
(van de Staatscommissie, ROB, Rli, Centraal Bureau voor de Statistiek, Raad voor de
Rechtshandhaving en eventuele andere relevante organen) zijn verschenen die allemaal
op elkaar inhaken. Voor het overzicht zouden zij daarom aan de Staatssecretaris willen
vragen om schematisch weer te geven welke recente adviezen en aanbevelingen er zijn
gedaan voor Caribisch Nederland en wat per aanbeveling de stand van zaken is, zodat
de Kamer op korte termijn met het nieuwe kabinet verder kan spreken en daarbij alle
aanbevelingen op een overzichtelijke en gebundelde manier beschikbaar zijn.
Met de door u aangehaalde rapporten zijn verschillende thema’s aangekaart die voor
een deel met elkaar samenhangen. In de kabinetsreactie Gerichte Groei wordt dan ook
ingegaan op deze samenhang en wordt de stand van zaken weergegeven. Zo komen in de
gezamenlijke fysieke agenda’s de bovengenoemde rapporten van de ROB, Rli en de Staatscommissie
al samen, zodat demografische ontwikkelingen niet geïsoleerd worden benaderd. Verder
dienen de reacties per eiland op het rapport van de Staatscommissie een belangrijke
leidraad voor hoe te acteren op de conclusies uit dit rapport. Deze reacties worden
meegenomen in de beleidsbrief waarvan ik voornemens ben uw Kamer nog voor het zomerreces
over te informeren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
24. De leden van de CDA-fractie lezen in de brief dat demografische ontwikkelingen nu
al doorwerken in de fysieke infrastructuur en publieke voorzieningen op de eilanden.
Zij vragen hoe in het beleid zorgvuldig wordt afgewogen wat demografische ontwikkelingen
betekenen voor de draagkracht van de eilanden, de toegankelijkheid van publieke voorzieningen
en de leefbaarheid in brede zin. Kan de Staatssecretaris daarbij ook ingaan op hoe
effecten op sociale samenhang, integratie en gemeenschapszin worden meegewogen?
Zoals benoemd in de kabinetsreactie Gerichte Groei, heeft de Staatscommissie met het
oog op demografische ontwikkelingen aanbevelingen gedaan voor de thema’s vergrijzing,
migratie, publieke voorzieningen en governance. Ook roept het rapport op om de individuele,
eilandelijke karakters daarbij niet uit het oog te verliezen. Het kabinet erkent het
belang van sociale samenhang, integratie en gemeenschapszin hierin. In de nieuwe beleidsagenda
zal ik nader ingaan op het borgen van deze factoren. Deze zal naar verwachting nog
voor het zomerreces uw Kamer gedeeld worden.
25. Voornoemde leden constateren dat in de brief specifiek wordt ingegaan op de groeiopgave
van Bonaire en de druk die snelle bevolkingsgroei legt op leefbaarheid en voorzieningen.
Op welke wijze wordt bij de verdere beleidsuitwerking geborgd dat deze demografische
ontwikkelingen niet geïsoleerd worden benaderd, maar in samenhang met wonen, zorg,
onderwijs en sociale cohesie?
Zie antwoord vraag 23, GL-PvdA.
26. De leden van de CDA-fractie constateren dat in het rapport «Gerichte Groei» wordt
benadrukt dat demografische ontwikkelingen structureel moeten worden meegewogen in
beleid. Kan de Staatssecretaris toelichten hoe hij ervoor zorgt dat demografische
ontwikkelingen Rijksbreed en structureel worden verankerd in beleidsvorming, in samenhang
met de keuzes en visies van de eilanden zelf?
Zie antwoord vraag 23, GL-PvdA.
27. Deze leden merken daarbij op dat de demografische situatie en toekomstvisies van Bonaire,
Sint Eustatius en Saba wezenlijk van elkaar verschillen. Op welke wijze wordt geborgd
dat deze verschillen daadwerkelijk leidend zijn in de verdere beleidsuitwerking en
niet worden benaderd vanuit één uniforme aanpak?
Zie antwoord vraag 23, GL-PvdA.
28. De leden van de CDA-fractie constateren dat de eilandsbesturen het belang benadrukken
van samenhang, een duidelijke rolverdeling en nauwe samenwerking met het Rijk. Welke
stappen zet de Staatssecretaris om deze samenwerking te versterken en te structureren,
en op welke momenten wordt de Kamer betrokken bij het vervolgproces en de verdere
beleidsmatige uitwerking?
Zie antwoord vraag 1, GL-PvdA.
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
29. Deze leden vragen naar het effect van subsidieregelingen op Bonaire gezien de grote
bevolkingsgroei die daar plaatsvindt. Kan de Staatssecretaris een lijst publiceren
voor welke subsidieregelingen geen rekening gehouden wordt met de bevolkingsgroei
terwijl dat wel noodzakelijk zou zijn? Heeft de Staatssecretaris inzicht in de mate
waarin de effectiviteit van deze subsidies afneemt als gevolg van bevolkingsgroei?
De aan het woord zijnde leden vragen aanvullend hoe het feit dat er geen rekening
gehouden wordt met bevolkingsgroei in subsidieregelingen zich tot het principe van
comply or explain verhoudt.
De leden van de ChristenUnie vragen naar een lijst van subsidieregelingen waarbij
geen rekening wordt gehouden met de bevolkingsgroei. In algemene zin geldt dat er
bij de zogenoemde loon- en prijsbijstelling geen specifieke indicator is die gebaseerd
is op de bevolkingsgroei van Bonaire. Voor bijvoorbeeld de vaste tarieven van elektra
en drinkwater en de tarieven van telecom gelden structurele en tijdelijke subsidies,
die in geval van bevolkingsgroei betekenen dat hetzelfde totaalbedrag over meer huishoudens
moet worden verdeeld. Voor het BES-fonds geldt de zogenoemde BBP-systematiek, waardoor
de vrije uitkering – net zoals de algemene uitkering bij gemeenten – meegroeit met
het Bruto Binnenlands Product. Bij elk budget dient het kabinet te bezien – rekening
houdend met de begrotingsregels en de prioriteiten – hoe met bevolkingsgroei wordt
omgegaan.
30. Welke alternatieve financieringsinstrumenten of maatwerkoplossingen (al dan niet voor
de korte termijn) ziet de Staatssecretaris voor Bonaire als mogelijkheid?
Bonaire beschikt op dit moment over meerdere bijzondere uitkeringen en eigen middelen
om te kunnen investeren in het voorzieningenniveau. Verder is met name uitvoeringskracht
een groot vraagstuk om op de korte termijn het voorzieningenniveau van Bonaire te
verbeteren. Door onder meer het projectenbureau Caribisch Nederland te verbreden naar
de fysieke leefomgeving worden de openbare lichamen hierin ondersteund. Daarnaast
is het kabinet voornemens om op basis van het advies van Commissie Vishon 2050 in
gesprek te gaan over hoe de demografische groei van Bonaire in relatie tot de noodzakelijke
voorzieningen in balans kan worden gebracht. Tot slot als het gaat om de middel- en
lange termijn blijft het vraagstuk van structurele middelen voor investering, onderhoud
en vervanging in het fysieke domein staan.
31. De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de kabinetsreactie weinig initiatief
om de conclusies uit het rapport een adequaat antwoord te bieden. De keuzes worden
overgelaten aan een volgend kabinet. Kan de Staatssecretaris het maximale doen om
een nieuw kabinet op een zo kortst mogelijke termijn in staat te stellen de juiste
keuzes wél te maken?
In de kabinetsreactie Gerichte Groei alsmede de beantwoording van deze schriftelijke
vragen worden verscheidende initiatieven genoemd waarin de Rijkoverheid de openbare
lichamen op dit moment ondersteunt in de benoemde opgaven. Zo wordt ingezet op deugdelijk
bestuur en in het bijzonder de problematiek bij de uitvoering van vergunningen, toezicht
en handhaving. Met name de bevolkings- en economische groei van Bonaire zet behoorlijke
druk op dit stelsel. Er wordt hier ingezet op uitvoeringskracht met het oog op de
demografische ontwikkelingen, waarbij zowel groei als krimp in de kleinschalige context
uitdagingen vormen. Op het gebied van gezondheidszorg wordt door de Staatssecretaris
van VWS middels de instelling van de Commissie Zorg Caribisch Nederland 2025 gewerkt
aan aanbevelingen om de gezondheidszorg in Bonaire, Saba en Sint Eustatius te versterken.
De commissie zal daarbij onder meer ingaan op thema’s zoals preventie, de arbeidsmarkt
in de zorg en de specifieke geografische uitdagingen van de eilanden.
32. Welke maatregelen kunnen volgens de Staatssecretaris overwogen worden om de druk op
publieke voorzieningen te verkleinen en de kwaliteit van leven te verbeteren? Kan
de Staatssecretaris een lijst van mogelijke handelingsperspectieven op een rij zetten?
Om de druk op publieke voorzieningen te verkleinen en de kwaliteit van leven te verbeteren
is het van groot belang dat de groei van Bonaire beheersbaar wordt gemaakt, zonder
de economie daarmee te beschadigen. Op dit moment werken Saba en Sint Eustatius aan
de implementatie van de sociaaleconomische ontwikkelstrategieën en heeft Bonaire gekozen
voor een bredere aanpak met een onafhankelijke commissie Vishon 2050. Deze commissie
zal voorstellen doen om de leefbaarheid van Bonaire te borgen. Het kabinet is voornemens
om aan de hand van het advies van de Commissie Vishon 2050 samen met Bonaire een aanpak
te bepalen. Ook wordt er samen met Bonaire, net als bij Sint Eustatius en Saba, gewerkt
aan een gemeenschappelijke fysieke agenda.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
33. Voornoemde leden lezen dat de Staatscommissie adviseert de veerkracht van de eilanden
te vergroten door het stimuleren van zelfvoorziening op het gebied van voedsel. Gezien
voedselzekerheid essentieel is voor de veiligheid op de eilanden. Welke concrete maatregelen
gaat het kabinet nemen om de agrarische sector op de eilanden te versterken?
De Tweede Kamer is op 19 mei 2025 geïnformeerd over de inzet van de beschikbare 24
mln. euro voor het vergroten van de voedselzekerheid in de Caribische delen van het
Koninkrijk De inzet bestaat uit twee pijlers.
De eerste pijler betreft het oprichten van een revolverend fonds in de vorm van een
stichting, met een Academy gericht op kennisontwikkeling en kennisdeling. Over voorhangprocedure
ten behoeve van de oprichting van de stichting bent u recent geïnformeerd.18 Zoals naar verwezen in de Voortgangsbrief Economische Ontwikkeling en Zelfredzaamheid
Caribische delen van het Koninkrijk, is de voorhangprocedure benodigd voor het oprichten
van een fonds inmiddels gestart. De tweede pijler zet in op financiering van projecten
vanuit de lokale overheden die bijdragen aan het versterken van de voedselketen op
de eilanden. De eilanden zullen nog dit jaar hun aanvragen in kunnen dienen, waarmee
zij in staat worden gesteld zelf te investeren in de voedselketen op hun eiland. Ik
zal uw Kamer voor de zomer nader informeren over de inzet om de voedselzekerheid op
de Caribische delen van het Koninkrijk te vergroten.
34. De aan het woord zijnde leden lezen dat Bonaire aangeeft dat de coördinerende rol
van het Rijk ontbreekt en dat de eilanden vaak niet betrokken worden bij onderzoeksrapporten
die hen direct aangaan. Hoe gaat de Staatssecretaris invulling geven aan de roep om
versterkte lokale autonomie en een overheid die «dichtbij bestuurt», zodat de eilanden
zelf in de «lead» kunnen zijn bij het uitvoeren van hun toekomstvisies?
Zie antwoord vraag 1, D66.
35. De leden van de BBB-fractie lezen dat de eilanden kampen met een hoge last van leefstijl
gerelateerde ziekten zoals obesitas en diabetes, wat bij een vergrijzende bevolking
de zorgdruk onhoudbaar maakt. Op welke manier gaat de Staatssecretaris de zorgcapaciteit
in de regio versterken, zodat patiënten minder afhankelijk worden van kostbare medische
uitzendingen naar andere landen?
Om de zorgcapaciteit in de regio te versterken en patiënten minder afhankelijk te
maken van kostbare medische uitzendingen naar andere landen, zet het Ministerie van
VWS in op het versterken van de eerstelijnszorg en preventie. Hierbij spelen zorgprogramma’s
een centrale rol: dit zijn gestructureerde trajecten binnen de huisartsenpraktijken
die gericht zijn op het vroegtijdig opsporen van risico’s, het begeleiden van patiënten
met chronische aandoeningen en het bevorderen van een gezonde leefstijl, waardoor
ziektes zoals hart- en vaatziekten en diabetes beter kunnen worden beheerst. Op Bonaire
zijn deze zorgprogramma’s al succesvol geïmplementeerd, en samen met Primary Care
Caribbean worden plannen uitgewerkt om ze ook op Saba en Sint Eustatius in te voeren,
zodat de eerstelijnszorg in de hele regio verder wordt versterkt.
36. Deze leden lezen dat zowel Sint Eustatius als Saba pleiten voor de digitalisering
van vergunning- en planningsprocessen om de transparantie en uitvoeringskracht te
vergroten. Is de Staatssecretaris bereid extra expertise en ICT-ondersteuning te bieden
om deze administratieve modernisering te versnellen, zodat lokale ondernemers niet
langer worden gehinderd door bureaucratische traagheid?
Ik heb in 2025 een bijzondere uitkering aan de openbare lichamen van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba verstrekt, op basis van de Regeling bijzondere uitkering digitalisering
BES, ter bekostiging van de transitie naar digitale dienstverlening door de openbare
lichamen. Hieruit kan extra expertise en ICT-ondersteuning gefinancierd worden ten
behoeve van de digitalisering van vergunning- en planningsprocessen. Het is aan de
openbare lichamen om hierover te beslissen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.N. Biekman, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier