Brief Kamer : Begrotingstoelichting bij de Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten
36 919 Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten
Nr. 3 BEGROTINGSTOELICHTING (UITGAVEN EN ONTVANGSTEN)
1. Algemeen
a. Algemene uitgangspunten
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor
het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer
over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn op grond
van artikel 4.4, lid 4 Comptabiliteitswet2016afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de
colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties neemt de ramingen, zoals
opgesteld door de Kamers der Staten-Generaal, op in het voorstel van wet tot vaststelling
van de begrotingsstaten van de Staten-Generaal, tenzij een evident zwaarwegende reden
zich hiertegen verzet. Indien de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
ramingen wegens evident zwaarwegende redenen niet of niet geheel opneemt, dan licht
hij dit gemotiveerd toe (artikel 4.5, lid 2 en 3 Comptabiliteitswet 2016).
Een College dient, conform artikel 2.1 lid 7 van de Comptabiliteitswet 2016 betreffende een niet-departementale begroting, enkel haar taken en bedrijfsvoering
weer te geven. Derhalve bevat deze niet-departementale begroting – in vergelijking
met departementale begrotingen waarbij wel een weergave van het beleid wordt opgenomen
– geen beleidsagenda. Vanwege de bijzondere positie van de Staten-Generaal wijkt de
presentatie op deze punten af van de in de Rijksbegrotingsvoorschriften (Rbv) voorgeschreven
sjablonen en richtlijnen.
b. Financiële uitgangspunten
Het uitgangspunt voor de Raming 2027 is het meerjarencijfer voor dat jaar zoals opgenomen
in hoofdstuk IIA van de Rijksbegroting voor 2026 (Kamerstuk 36 800 IIA).
De mutaties naar aanleiding van de Voorjaarsnota 2026 hebben betrekking op het jaar
2026 (en op de jaren na 2026).
De afronding van de Rijksbegroting is later dan de behandeling van de Raming in de
Kamer. Uit deze afronding kunnen nog generieke mutaties voor de Raming voortvloeien,
die vanzelfsprekend nog niet zijn verwerkt.
c. Opbouw
Deze begroting is opgebouwd uit de volgende beleidsartikelen:
• Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer;
• Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer;
• Artikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer.
d. Algemeen begrotingsbeeld
Voor de jaarschijf 2026 bedraagt de bijstelling van de uitgaven van de Tweede Kamer
in totaal 20,6 miljoen euro. Een belangrijk deel van deze bijstelling is incidenteel
van aard en hangt samen met uitgaven als gevolg van de Tweede Kamerverkiezingen van
29 oktober 2025. Dit beeld is in grote lijnen vergelijkbaar met eerdere ramingen in
de jaren ná verkiezingen.
De bijstelling bestaat uit 14,6 miljoen euro voor de politieke artikelen en 6,0 miljoen euro
voor de ambtelijke artikelen. Binnen de politieke artikelen betreft dit 8,7 miljoen euro
voor wachtgelduitkeringen als gevolg van een groter beroep op de wachtgeldregeling
door vertrekkende en niet herkozen Kamerleden. Daarnaast is sprake van een bijstelling
van 5,6 miljoen euro op fractiekosten, waaronder de zogenoemde schokdemping voor fracties
die na de verkiezingen in zetelaantal zijn gedaald en nog gedurende ongeveer één jaar
fractiegelden ontvangen op basis van hun oude zetelaantal. Als laatste betreft het
een bijstelling van 0,3 miljoen euro voor parlementaire enquêtes.
Voor het ambtelijke apparaat is aanvullend 6,0 miljoen euro benodigd en essentieel
van belang, het overgrote deel hiervan (€ 4,7 mln.) is benodigd voor (incidentele)
investeringen vanuit veiligheidsdoeleinden. Een kleiner deel (€ 1,3 mln.) is bestemd
voor een goede uitvoering van de bedrijfsvoering, zoals personele versterking bij
Juridische Zaken en de reorganisatie van de Griffie Commissies. De structurele groei
van de begroting is beperkt tot 1,4 miljoen euro en betreft vooral integrale veiligheid
en de bedrijfsvoering van de Tweede Kamer.
Naast deze inhoudelijke bijstellingen doen zich als gevolg van de Verkiezingen en
de huisvestingsplanning enkele kasverschuivingen in de tijd voor. Als gevolg van de
Tweede Kamerverkiezingen worden in 2026 incidentele kosten gemaakt voor een interne
verhuizing en ondersteuning van het formatieproces (€ 1,55 mln.). Deze uitgaven waren
reeds geraamd voor 2028 en worden vanwege de vervroegde verkiezingen budgettair neutraal
naar 2026 geschoven. De middelen voor de investeringen in audiovisuele voorzieningen
bij terugverhuizing naar het Binnenhof (€ 10 mln., verdeeld over 2026 en 2027) worden
in de tijd herschikt conform de actuele planning richting medio 2031.
Daarnaast wordt in de Raming 2027 een bedrag van 10 miljoen euro (enveloppe: Goed
Bestuur) geleidelijk overgeheveld van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
naar de begroting van de Tweede Kamer ten behoeve van de versterking en doorontwikkeling
van de bredere kennis- en onderzoeksfunctie, volgens onderstaande reeks.
Artikel 3: Wetgeving en controle Tweede Kamer (in € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Spoor 1 (DAO)
648
1.115
2.022
2.670
3.156
3.771
Spoor 2 (IV)
2.417
4.112
3.917
3.982
3.992
4.012
Spoor 3 (Overig)
0
1.045
1.188
1.330
1.430
1.557
Ingroeimodel: Versterking en doorontwikkeling van de bredere kennis- en onderzoeksfunctie
van de Tweede Kamer
Deze overboeking is budgettair neutraal op Rijksniveau, aangezien dit budget al op
de BZK-begroting was opgenomen. De inzet van deze middelen vindt plaats via een ingroeimodel
en wordt uitgewerkt langs drie sporen: spoor 1 (Dienst Analyse en Onderzoek), spoor
2 (Informatievoorziening) en spoor 3 (overige diensten, waaronder de Griffie Commissies
en de doorwerking van effecten uit spoor 1 en 2). Het presidium wordt gedurende dit
ingroeitraject periodiek geïnformeerd over de voortgang, besteding en effecten van
deze middelen. Daartoe wordt een afzonderlijk onderdeel opgenomen in de Begroting-en
Verantwoordingsrapportage.
In onderstaande tabel is het cijfermatige beeld opgenomen en vervolgens wordt dit
per artikel (-onderdeel) toegelicht. Het gewijzigde en nieuwe meerjarenbeeld is opgenomen
onder de bijlage Dwarsstaat (stuknummer 2).
Tabel 0 Algemeen begrotingsbeeld
Begroting uitgaven
2026
2027
2028
2029
2030
2031
artikelen 2, 3 en 4 (in € 1.000)
Huidige meerjarenbegroting
259.955
246.571
258.747
240.918
240.346
238.846
Mutaties Voorjaarsnota 2026
Artikelonderdeel 2.2 Pensioenen en wachtgelden
8.684
5.459
-2.933
531
4.884
-4.384
Artikelonderdeel 3.1 Apparaatsuitgaven
5.961
1.393
1.393
1.393
1.393
1.393
Artikelonderdeel 3.4 Fractiekosten
5.649
-2.084
-10.497
-2.275
1.676
2.676
Artikelonderdeel 3.6 Parlementaire enquêtes
293
0
0
0
0
0
Kasschuif (budg. Neutraal)
-5.950
-2.500
-1.550
0
10.000
0
Kennis en onderzoek Env. Goed Bestuur (budg. Neutraal)
3.065
6.272
7.127
7.982
8.578
9.340
Totaal mutaties Voorjaarsnota 2026
17.702
8.540
-6.460
7.631
26.531
9.025
Meerjarenbegroting inclusief mutaties
277.657
255.111
252.287
248.549
266.877
247.871
Begroting ontvangsten
2026
2027
2028
2029
2030
2031
artikelen 2 en 3
Huidige meerjarenbegroting
3.725
3.725
3.725
3.725
3.725
3.725
Mutaties Voorjaarsnota 2026
300
300
300
300
300
300
Meerjarenbegroting inclusief mutaties
4.025
4.025
4.025
4.025
4.025
4.025
2. Artikel 2: Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer
Onder dit artikel worden rechtspositionele uitgaven aan leden en oud-leden van de
Tweede Kamer, alsmede hun nagelaten betrekkingen geraamd.
De Tweede Kamer draagt ingevolge de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en de
Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers zorg voor de uitgaven ten behoeve van:
– de schadeloosstelling van de leden van de Tweede Kamer (artikel 2.1);
– de reis- en overige kostenvergoedingen van de leden van de Tweede Kamer (artikel 2.1);
– de wachtgelden van oud-leden van de Tweede Kamer (artikel 2.2);
– de pensioenen van oud-leden van de Tweede Kamer en hun nabestaanden (artikel 2.2);
De uitgaven bedragen:
Tabel 1: budgettaire gevolgen
Artikel 2: Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer (in € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2: Uitgaven t.b.v. leden en oud-leden Tweede Kamer
Verplichtingen1
53.739
49.922
47.773
46.105
49.938
40.170
Uitgaven1
53.739
49.922
47.773
46.105
49.938
40.170
1. schadeloosstelling
30.805
30.805
30.805
30.805
30.805
30.805
2. pensioenen en wachtgelden
14.250
13.658
19.901
14.769
14.249
13.749
Ramingsbijstelling
8.684
5.459
-2.933
531
4.884
-4.384
Ontvangsten
86
86
86
86
86
86
X Noot
1
bedragen inclusief Ramingsbijstellingen
Schadeloosstelling
Op dit artikelonderdeel staan de uitgaven voor de schadeloosstelling van de leden
van de Tweede Kamer. Ingevolge de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamerdraagt de Tweede Kamer de uitgaven voor schadeloosstelling en de reis- en overige
kostenvergoedingen voor de leden van de Tweede Kamer.
Pensioenen en wachtgelden
Op basis van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersdraagt de Tweede Kamer zorg voor de uitgaven aan pensioenen en wachtgelden voor de
oud-leden van de Tweede Kamer.
Het budget voor de wachtgeldregeling dient verhoogd te worden met € 8,7 mln. in 2026
en in 2027 met € 5,5 mln. als gevolg van een groter beroep op de wachtgeldregeling
door vertrekkende en niet herkozen Kamerleden. Daarnaast is in deze reeks de verkiezingscyclus
aangepast aan de volgende reguliere Tweede Kamerverkiezingen op 15 mei 2030.
Ontvangsten
De ontvangsten op dit onderdeel hebben betrekking op de verrekening van neveninkomsten.
In onderstaand overzicht zijn, als kengetallen, de gerealiseerde uitgaven en gemiddelden
van de artikelonderdelen opgenomen voor de jaren 2021–2025.
Tabel 2: gemiddelde uitgaven per Kamerlid
Artikel 2: Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer (in € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2.1. schadeloosstelling
23.515
25.054
26.461
28.390
29.544
gemiddeld per lid TK
157
167
176
189
197
2.2. pensioenen en wachtgelden
11.918
10.275
12.372
15.899
14.718
2.3. schadeloosstelling leden Europees Parlement
0
0
0
0
0
Het betreft de volgende aantallen gerechtigden voor de pensioenen en wachtgelden:
Tabel 3: aantallen gerechtigden pensioenen en wachtgelden oud-leden
Aantallen deelgerechtigden
2021
2022
2023
2024
2025
Pensioenen oud-leden
451
448
470
471
477
Wachtgelden oud-leden
58
48
103
118
155
Totaal
509
496
573
589
632
3. Artikel 3: Wetgeving en controle Tweede Kamer Volksvertegenwoordiging
Als volksvertegenwoordiging heeft de Tweede Kamer twee hoofdtaken: controle van de
regering en (mede)wetgeving. Deze taken vloeien voort uit de artikelen 50 (vertegenwoordiging van het geheleNederlandse volk), 65 tot en met 72 (werkwijze),
81 tot en met 87 (wetten en andere voorschriften), 105 (begrotingen), en 137 en 138 (grondwetgeving) van de Grondwet en enkele andere (grond)wetsartikelen.
De ambtelijke diensten
De ambtelijke diensten ondersteunen het constitutioneel proces. Dit doen de ambtelijke
diensten door middel van het bieden van een politiek neutrale, adequate en innovatieve
ondersteuning van de Kamerleden in alle facetten van hun werk als volksvertegenwoordiger.
De politieke prioriteiten, zoals door de Kamer bepaald, zijn daarbij leidend.
De aandachtspunten voor de Raming 2027 zijn toegelicht in de begeleidende brief (stuknummer
1). De uitgangspositie voor dit artikel is het meerjarencijfer bezien vanuit de begroting
2026 (Kamerstuk TK 36800-IIA) aangevuld met (structurele doorwerking van) de mutaties
naar aanleiding van de Voorjaarsnota 2026. De Tweede Kamer heeft «Voorjaarsnotamutatie(s)»
(suppletoire begrotingswijziging bij gelegenheid van de Voorjaarsnota 2026) aangemeld
bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid
Artikel 3: Wetgeving en controle Tweede Kamer (in € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Verplichtingen1
219.215
203.506
202.831
200.761
215.256
206.018
Uitgaven1
219.215
203.506
202.831
200.761
215.256
206.018
3.1: apparaat
151.376
144.534
142.054
137.579
137.578
137.578
Mutaties n.a.v. de Voorjaarsnota 2026
• Uitvoeren moties
60
0
0
0
0
0
• Integrale veiligheid
4.928
549
549
549
549
549
• Toekomstbestendig Kamerorganisatie
195
244
244
244
244
244
• Renovatie Binnenhof
250
• Bedrijfsvoering
528
600
600
600
600
600
Kasschuif
• Verkiezingen en formatie 2025
1.550
0
-1.550
0
0
0
• AV (terugverhuizing Binnenhof)
-7.500
-2.500
0
0
10.000
0
Bestedingsplannen (ingroeimodel): Versterking en doorontwikkeling van de bredere kennis-
en onderzoeksfunctie van de Tweede Kamer
• Spoor 1 (Dienst Analyse en Onderzoek: DAO)
648
1.115
2.022
2.670
3.156
3.771
• Spoor 2 (Informatievoorziening: IV)
2.417
4.112
3.917
3.982
3.992
4.012
• Spoor 3 (Overige diensten)
0
1.045
1.188
1.330
1.430
1.557
3.2: kennis en onderzoek
Noot: het reeds aanwezige budget
1.421
1.421
1.421
1.421
1.421
1.421
3.3: publicatie officiële documenten
2.273
2.273
2.273
2.273
2.273
2.273
3.4: fractiekosten
49.151
49.084
57.497
49.275
49.224
48.224
• Ramingsbijstelling
5.649
-2.084
-10.497
-2.275
1.676
2.676
3.5: uitzending leden
547
547
547
547
547
547
3.6: parlementaire enquêtes
2.863
0
0
0
0
0
Mutatie n.a.v. de Voorjaarsnota 2026
• Ramingsbijstelling
293
0
0
0
0
0
3.7: bijdrage ProDemos
2.566
2.566
2.566
2.566
2.566
2.566
Ontvangsten1
3.939
3.939
3.939
3.939
3.939
3.939
3. Ontvangsten
3.639
3.639
3.639
3.639
3.639
3.639
• Ramingsbijstelling
300
300
300
300
300
300
X Noot
1
bedragen inclusief Ramingsbijstellingen
Toelichting mutaties Voorjaarsnota:
Artikelonderdeel 3.1 Apparaat
Algemeen
Voor het ambtelijke apparaat is aanvullend 6,0 miljoen euro benodigd, het overgrote
deel hiervan (€ 4,7 mln.) is benodigd voor (incidentele) investeringen vanuit veiligheidsdoeleinden.
Een kleiner deel (€ 1,3 mln.) is bestemd voor een goede uitvoering van de bedrijfsvoering,
zoals personele versterking bij Juridische Zaken en de reorganisatie van de Griffie
Commissies. De structurele groei van de begroting is beperkt tot 1,4 miljoen euro
en betreft vooral integrale veiligheid en de bedrijfsvoering van de Tweede Kamer.
Toelichting per mutatie uit tabel 4, 3.1: apparaat
1) Uitvoering moties
Voor het uitvoeren van de Motie van het lid Wijen-Nass (Kamerstuk 36 221, nr. 22) van 4 september 2025 is € 0,06 mln. benodigd. Het betreft onderzoek over de feiten
en omstandigheden rondom het instellen van een onderzoek naar voormalig Kamervoorzitter
Arib.
2) Integrale veiligheid
De veiligheidssituatie van het pand, de systemen en de leden van de Tweede Kamer vragen
om investeringen in personeel en materieel. Voor 2026 is incidenteel € 4,379mln. en
vanaf 2027 € 0,549 mln. structureel benodigd.
3) Toekomstbestendige Kamerorganisatie
Bij de Griffie Plenair is uitbreiding van het technisch beheerteam van Parlis met
2 fte (s11) noodzakelijk. Parlis is een bedrijfskritisch systeem dat steeds intensiever
wordt gebruikt en waarvan continuïteit essentieel is voor het parlementaire proces.
Met extra capaciteit kan de afhankelijkheid van externe inhuur worden verminderd.
Een deel van de kosten wordt hiermee opgevangen binnen het bestaande budget voor externe
inhuur. Per saldo resteert een benodigd bedrag van € 0,145 mln. structureel.
Voor de ondersteuning van de Wet open overheid (Woo), met name voor actieve openbaarmaking,
is bij Juridische Zaken een Woo-ondersteuner nodig (1 fte, s8). Door de toename en
complexiteit van verplichtingen rond actieve openbaarmaking is extra capaciteit noodzakelijk
om tijdige, zorgvuldige en rechtmatige publicatie van documenten te borgen en risico’s
op achterstanden en juridische fouten te voorkomen.
Hiervoor is in 2026 € 0,05 mln. nodig (half jaar) en vanaf 2027 structureel € 0,099 mln.
4) Renovatie Binnenhof
Voor het her-assambleren van de Spuipoort, als onderdeel van de Renovatie Binnenhof,
is incidenteel een aanvullende bijdrage van de Tweede Kamer van € 0,25 mln. noodzakelijk
in het kader van afspraken over het bewaren van cultureel erfgoed met de gemeente
Den Haag, Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
5) Bedrijfsvoering
Voor een goede uitvoering van het arbeidsrecht is bij Juridische Zaken 1 fte arbeidsrechtjurist
(schaal 12 € 0,073 mln.) nodig in 2026 (half jaar) en vanaf 2027 structureel € 0,145 mln.
nodig.
Bij de Griffie Commissies is een uitbreiding van 1 fte plaatsvervangend griffier voor
de Kamercommissie Binnenlandse Zaken (biza) nodig. Door de toegenomen werkdruk is
combinatie met andere commissies niet langer haalbaar. Hiervoor is vanaf 2026 structureel
(schaal 13 € 0,162 mln.) nodig.
Als onderdeel van de nieuwe topstructuur binnen de Tweede Kamer vindt een reorganisatie
plaats bij de Griffie Commissies. De Griffie Commissies gaan van drie aparte diensten
naar één dienst. De huidige formatie (3 fte diensthoofd schaal 14, € 0,528 mln.) wordt
gewijzigd naar 1 fte diensthoofd schaal 15 (€ 0,190 mln.), 3 fte teamleiders schaal
13 (€ 0,486 mln.) en 1 fte strategisch adviseur schaal 12 (€ 0,145 mln.). Per saldo
is hiervoor structureel € 0,293 mln. nodig.
6) Kasschuif
Als gevolg van de Tweede Kamerverkiezingen 29 oktober 2025 worden incidentele kosten
gemaakt. Hiervoor is € 1,55 mln. nodig ten behoeve van de interne verhuizing (€ 0,7 mln.)
en begeleiding bij het formatieproces vanuit Algemene Zaken (€ 0,85 mln.). Bij de
Raming 2025 was dit bedrag al geraamd voor het jaar 2028, maar door de eerdere verkiezingen
moet het bedrag van 2028 naar 2026.
Er is bij de Raming 2024 € 10 mln. opgenomen voor AV (terugverhuizing Binnenhof),
voor 2026 € 7,50 mln. en in 2027 € 2,50 mln. De datum terugverhuizing staat nu op
medio 2031 waarvoor in 2030 de voorbereiding op AV getroffen moeten worden, waardoor
een kasschuif nodig is.
7) Versterking Kennis en Onderzoek «Enveloppe Goed bestuur»
Voor de versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie van de Tweede Kamer is vanuit
de enveloppe Goed Bestuur structureel € 10 mln. beschikbaar gesteld. Met deze middelen
zet de Kamerorganisatie een meerjarig ingroeimodel neer waarmee structureel wordt
geïnvesteerd in een stevige en eigenstandige kennis- en informatiepositie, deskundigheid
en digitale ondersteuning van Kamerleden. De uitwerking bestaat uit drie sporen:
– Spoor 1 – Structurele versterking kennis-/-informatiepositie en onderzoekscapaciteit
(Dienst Analyse en Onderzoek: DAO).
– Spoor 2 – Versterking informatievoorziening en digitale ondersteuning Innovatie van
Informatievoorziening (IV) bestedingsplan.
– Spoor 3 – Doorwerking naar overige diensten Griffie Commissies, Griffie Plenair en
ondersteunende diensten
Spoor 1 Dienst Analyse en Onderzoek (DAO)
Dit spoor richt zicht op vollediger, gerichter en meer voorspelbaar ondersteunen met
kennis, informatie, onderzoek, data en duiding waarbij er ruimte is voor maatwerk
en verdieping.
Om de bestaande dienstverlening te versterken en te borgen, wordt de ondersteuning
van de commissies uitgebreid met specialisten op het gebied van begroting en fiscaliteit.
Deze specialisten zijn inzetbaar voor alle commissies gedurende de gehele begrotings-
en verantwoordingscyclus.
Daarnaast wordt extra geïnvesteerd in wetgevingsadvisering, het borgen van expertise
op het gebied van grondrechten en advisering over burgerbetrokkenheid. Deze extra
investering in de wetgevingsadvisering maakt verdere specialisatie op wetgeving intensieve
beleidsterreinen mogelijk en versterkt de ondersteuning van het toegenomen aantal
wetgevingsrapporteurs in de commissies.
Om, aanvullend op de commissieondersteuning, te kunnen inspelen op de groeiende behoefte
aan kennisondersteuning van individuele Kamerleden en fracties, wordt gericht geïnvesteerd
in de versterking van bestaande functiegroepen op terreinen waar dit nodig is. Hierdoor
kan meer maatwerk worden geleverd.
De Kamer heeft bij een eerdere evaluatie het belang benadrukt van het duurzaam borgen
en beschikbaar houden van kennis en ervaring, nu zij steeds vaker gebruikmaakt van
haar onderzoeksrecht. Om hieraan invulling te geven, wordt extra geïnvesteerd in het
bundelen en borgen van deze expertise, zodat deze direct inzetbaar is wanneer dat
nodig is.
Spoor 2 Versterking informatievoorziening en digitale ondersteuning Innovatie
Dit spoor richt zich op de versterking en professionalisering van de data-, AI- en
kennisinfrastructuur van de Tweede Kamer, met als doel de kwaliteit, toegankelijkheid
en toepasbaarheid van kennis en onderzoek duurzaam te vergroten. De inzet is Kamerbreed
en ondersteunt zowel commissies als individuele Kamerleden en fracties. Dit spoor
bestaat uit een combinatie van structurele personele uitbreidingen, opleidingen en
digitale voorzieningen, aangevuld met incidentele investeringen in onderzoek en implementatie.
Spoor 3 Doorwerking naar overige diensten (Griffie Commissies, Griffie Plenair en
ondersteunende diensten)
Het financiële beslag van dit spoor wordt ten tijde van dit schrijven nader uitgewerkt.
Vooralsnog wordt, in overleg met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK), uitgegaan van een indicatieve opslag van circa 20% ten opzichte van de sporen
1 en 2.
Daarbij dient de doorwerking van en de impact op de betrokken ondersteunende diensten
en processen – waaronder de Griffie Commissies en de Griffie Plenair – als gevolg
van de personele uitbreiding in de komende jaren nog nader te worden geconcretiseerd.
De huidige plannen geven nog geen inzicht in de impact van de uitbreiding op de ondersteunende
processen en diensten Kamerbreed, zoals de beschikbaarheid aan fysieke werkplekken.
Deze financiële en organisatorische risico’s worden betrokken bij de verdere uitwerking
van de plannen. Ook tijdens de uitvoeringsfase kunnen nieuwe inzichten worden opgedaan,
die waar nodig leiden tot bijstelling van deze plannen en onderliggende cijfers. Deze
doorontwikkelingen zullen eveneens in toekomstige Ramingen van de Tweede Kamer nader
onder de aandacht worden gebracht.
Tot slot, voor Kamerleden betekent deze versterking dat zij structureel sneller en
beter toegang krijgen tot onafhankelijke, actuele en toepasbare kennis ter ondersteuning
van hun parlementaire werk. Dit vertaalt zich in diepgaandere analyses, betere duiding
van complexe beleidsvraagstukken en meer maatwerk voor commissies, waardoor Kamerleden
beter zijn toegerust voor debat, controle en wetgeving. De versterkte onderzoeksfunctie
zorgt ervoor dat relevante informatie tijdig beschikbaar is, de afhankelijkheid van
externe bronnen afneemt en Kamerleden met meer vertrouwen en onderbouwing politieke
keuzes kunnen maken.
Artikelonderdeel 3.4: Fractiekosten
Het budget voor de fractiekosten is bijgesteld op basis van het meest actuele zetelbedrag
en de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025. In 2026 ontvangen
fracties die bij deze verkiezingen zetels hebben verloren nog gedurende circa één
jaar fractiegeld op basis van hun eerdere zetelaantal (schokdemping). Daarnaast is
in deze reeks de verkiezingscyclus aangepast aan de volgende reguliere Tweede Kamerverkiezingen
op 15 mei 2030.
Artikelonderdeel 3.6: Parlementaire Enquêtes
In 2026 moet het budget voor de Parlementaire Enquête Corona worden aangevuld met
€ 0,293 mln.
Met deze aanvulling blijft het budget binnen de totale begroting waarmee de Kamer
heeft ingestemd.
Artikel 3: Ontvangsten
De Tweede Kamer begroot meerjarig ontvangsten. Deze ontvangsten hebben betrekking
op de omzet van het Restaurantbedrijf, doorbelastingen aan derden en inhoudingen op
lonen en salaris en ontvangsten voor zwangerschap- en bevallingsuitkeringen. De ontvangsten
ten aanzien van het Restaurantbedrijf worden in lijn gebracht met de hogere opbrengsten
uit het Restaurantbedrijf.
Met € 0,3 mln. wordt dit structureel naar boven bijgesteld in de Raming.
4. Artikel 4: Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer
Op dit artikel zijn de uitgaven geraamd ten behoeve van gezamenlijke activiteiten
van de Eerste en Tweede Kamer, te weten deelname aan activiteiten van interparlementaire
organen.
Tabel 5: budgettaire gevolgen van beleid
Artikel 4: Wetgeving en controle
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Eerste en Tweede Kamer
(in € 1 000)
Verplichtingen
4.703
1.683
1.683
1.683
1.683
1.683
Uitgaven
4.703
1.683
1.683
1.683
1.683
1.683
1. interparlementaire betrekkingen
4.703
1.683
1.683
1.683
1.683
1.683
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
Het betreft de volgende uitgaven:
– uitzending van Kamerleden naar internationale organisaties;
– aandeel van Nederland in de kosten van interparlementaire organen;
– contacten tussen de (voormalige) parlementen van het Koninkrijk;
– ontvangst van buitenlandse parlementsleden en delegaties van internationale organisaties;
– de activiteiten van de Nederlandse groep van de Interparlementaire Unie (IPU).
In onderstaand overzicht zijn, als kengetallen, in meerjarig perspectief (2021–2025)
de uitgaven met betrekking tot dit artikel opgenomen. Voorts zijn, afgeleid hiervan,
gemiddelden per Kamerzetel (van Eerste en Tweede Kamer) opgenomen.
Tabel 6: gemiddelde uitgaven per lid
Artikel 4: Wetgeving en controle
2021
2022
2023
2024
2025
Eerste en Tweede Kamer(in € 1 000)
Interparlementaire betrekkingen
891
948
1.455
1.180
2.444
totaal artikel 4
891
948
1.455
1.180
2.444
gemiddeld per zetel (225)
4
4
6
5
11
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A.H. van Campen, Voorzitter van de Tweede Kamer -
Mede ondertekenaar
P. Oskam, Griffier van de Tweede Kamer
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.