Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. verslag Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 maart 2026 (Kamerstuk 21501-07-2176)
2026D13592 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 24 maart 2026 vragen en opmerkingen aan
de Minister van Financiën voorgelegd over de brief van 17 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2174), waarmee de Minister de geannoteerde agenda van de vergadering van de Eurogroep
van 27 maart 2026 heeft aangeboden, alsmede over de brief van 20 maart 2026 (Kamerstuk
21 501-07, nr. 2176), waarin de Minister verslag heeft gedaan van de vergaderingen van de Eurogroep en
de Ecofinraad van 9 en 10 maart 2026.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Lee
De griffier van de commissie,
Weeber
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het verslag van
de vorige Eurogroep en Ecofinraad en van de geannoteerde agenda voor de komende Eurogroep
van 27 maart 2026. Deze leden onderstrepen het belang van een sterke, weerbare en
toekomstbestendige Europese economie, zeker in een context van geopolitieke spanningen
en toenemende economische onzekerheid. Zij hebben hierover enkele vragen.
De leden van de D66-fractie constateren dat de huidige economische ontwikkelingen
sterk worden beïnvloed door geopolitieke risico’s, waaronder het conflict in het Midden-Oosten
en de oorlog in Oekraïne.
Deze leden vragen in hoeverre binnen de Eurogroep en Ecofinraad structureel wordt
gewerkt met scenario-analyses voor verschillende geopolitieke en economische schokken.
Welke gezamenlijke Europese scenario’s worden ontwikkeld voor bijvoorbeeld langdurig
hoge energieprijzen, verstoringen in handelsstromen en financiële volatiliteit? Op
welke manier wordt Nederland betrokken bij het ontwikkelen van deze scenario’s en
de bijbehorende beleidsopties?
Daarnaast vragen deze leden of het kabinet zich inzet voor een meer gezamenlijke Europese
aanpak van crisisvoorbereiding, zodat lidstaten niet afzonderlijk optreden. Ook vragen
deze leden in hoeverre de huidige geopolitieke ontwikkelingen aanleiding geven om
te kijken naar snellere besluitvorming en flexibelere Europese instrumenten. Zijn
er binnen de Eurogroep of Ecofinraad voorstellen in voorbereiding om in crisissituaties
sneller gezamenlijk te kunnen optreden?
De leden van de D66-fractie constateren dat de gas- en energieprijzen opnieuw onder
druk staan door geopolitieke ontwikkelingen. Deze leden vragen hoe het kabinet aankijkt
tegen het risico van hoge prijzen en in hoeverre de EU hier gezamenlijke scenario’s
voor heeft, en welke instrumenten dan beschikbaar zijn om snel en gecoördineerd op
te treden.
Daarnaast vragen deze leden in hoeverre het kabinet mogelijkheden ziet om de volatiliteit
van gasprijzen structureel te dempen, bijvoorbeeld via gezamenlijke opslag, gezamenlijke
inkoop of betere afstemming tussen lidstaten.
De leden van de D66-fractie vragen in het kader van diversificatie en het versterken
van interconnecties hoe de rol eruit zou zien voor Nederland in het voorgestelde Multilateraal
Defensiemechanisme (MDM) bij het bundelen van vraag en gezamenlijke aanbesteding.
Hoe wordt voorkomen dat versnippering tussen nationale initiatieven blijft bestaan?
Welke concrete stappen zet Nederland om dit soort samenwerking op Europees niveau
te versnellen?
De leden van de D66-fractie steunen de ambitie om de kapitaalmarktunie te verdiepen
en marktbarrières weg te nemen. Deze leden lezen ook dat ECB en ESM de grotere beursvolatiliteit
benadrukken vergeleken met andere regio’s. Deze leden vragen zich af hoe een kapitaalmarktunie
kan bijdragen aan het beter opvangen van economische schokken binnen de EU. Op welke
wijze kan de kapitaalmarktunie worden ingezet om investeringen in bijvoorbeeld energie
en defensie te verhogen en versnellen?
Daarnaast vragen deze leden hoe Nederland zich inzet om voldoende draagvlak te creëren
bij terughoudende lidstaten, met een minder ontwikkelde kapitaalmarkt of kleine lidstaten
met zeer ontwikkelde financiële sector.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Eurogroep van 27 maart 2026. Ook hebben deze leden kennisgenomen van het verslag van
de afgelopen Eurogroep/Ecofinraad. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat tijdens de aankomende Eurogroep gesproken
zal worden over de impact van het conflict in het Midden-Oosten op de Europese economie.
Deze leden juichen het toe dat de Europese Ministers hier voortdurend en in constructief
contact met elkaar over staan. Op 25 maart 2026 is een plenair debat gepland in de
Kamer over de economische impact van dit conflict voor Nederland, waarbij het ook
de verwachting is dat de Minister van Financiën aanwezig is. Daardoor hebben deze
leden op dit punt momenteel geen vragen.
Er klonk bij de afgelopen Eurogroep/Ecofinraad met betrekking tot de Market Integration
and supervision package (MISP) enige steun om elementen uit het pakket waarover sneller
consensus mogelijk is, versneld in te voeren, waaronder de voorstellen rondom distributed ledger technologie (DLT), zo lezen de leden van de VVD-fractie. Deze leden begrijpen de redenatie voor
snellere invoering van onderdelen waarover relatief gezien eenvoudig consensus bereikt
kan worden. Echter, dit kan er ook toe leiden dat geen échte doorbraken worden bereikt
in de voortgang op het dossier van de Europese kapitaalmarktunie, omdat de druk om
met de omvangrijkere voorstellen in te stemmen van de ketel is (het is niet meer alles
of niets bij instemming of afwijzing van het voorstel). Hoe heeft het kabinet zich
tijdens de Raad verhouden tot deze discussie?
Als er een politiek akkoord komt op het pakket van de gemeenschappelijke munt, zal
het Eurosysteem in de tweede helft van 2027 beginnen met een pilot voor de digitale
euro, zo lezen de leden van de VVD-fractie daarnaast in het verslag van de afgelopen
Eurogroep/Ecofinraad. Graag ontvangen deze leden meer informatie over deze pilot.
In welk(e) land(en) wordt deze pilot bijvoorbeeld gehouden? Hoe worden de resultaten
van deze pilot meegenomen in de verdere vormgeving van de munt? Hoe omvangrijk wordt
deze pilot?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de stukken aangaande de Eurogroep
van 27 maart 2026.
Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de PVV-fractie nog enkele vragen.
Wat betreft de impact van het conflict in het Midden-Oosten, vragen de leden van de
PVV-fractie naar een overzicht van de maatregelen die andere lidstaten hebben getroffen
om de economische gevolgen voor de burgers te mitigeren. Kan de Minister daarbij tevens
specifiek ingaan op de maatregelen die Spanje, Italië en Griekenland hebben getroffen,
inclusief het budgettair belang daarvan?
Voorts vragen de leden van de PVV-fractie naar een overzicht van de kosten van tanken
in Nederland (benzine E5, benzine E10 en diesel) vergeleken met in ieder geval Duitsland,
België, Frankrijk en Spanje. Hoe kan het verschil qua kosten worden verklaard? Kan
de Minister tevens per lidstaat aangeven met hoeveel de kosten van tanken sinds het
conflict in het Midden-Oosten zijn gestegen?
Ook vragen de leden van de PVV-fractie naar een vergelijking van de energierekening
in Nederland met in ieder geval Duitsland, België, Frankrijk en Spanje. Kan de Minister
ook hierbij een verklaring geven voor het verschil qua kosten? Kan de Minister tevens
per genoemde lidstaat aangeven met hoeveel de energierekening sinds het conflict in
het Midden-Oosten is gestegen?
Vervolgens vragen de leden van de PVV-fractie naar een reactie op de woorden van de
voorzitter van de Eurogroep, Kyriakos Pierrakakis, dat de EU voorbereid moet zijn
op een langere periode van instabiliteit met mogelijke verstoringen in de scheepvaart,
stijgingen van de energieprijzen en gevolgen voor de inflatie. Welk plan heeft het
kabinet opgesteld om de genoemde negatieve gevolgen met name voor de burgers te mitigeren?
Daarenboven vragen de leden van de PVV-fractie naar een reactie op de voorstellen
die Von der Leyen heeft aangekondigd om lagere energieprijzen te bewerkstelligen.
Ten slotte vragen de leden van de PVV-fractie in te gaan op het nieuwe vrijhandelsakkoord
tussen de EU en Australië. Op welke wijze komt dit akkoord de EU, en meer specifiek
Nederland, ten goede?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Eurogroep van 27 maart 2026 en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie kijken uit naar de stukken van de voorjaarsvergadering
van het IMF, inclusief de kabinetsreactie die t.z.t. zal worden meegestuurd. In tijden
van geopolitieke onrust is het des te belangrijker om het gesprek te voeren over de
mondiale groei en de impact van inflatie. Wanneer zal de Kamer deze stukken ontvangen?
De leden van de CDA-fractie geven voorafgaand aan deze vergadering alvast mee dat
het lange termijneffect van inflatie meegenomen dient te worden in de discussie. In
eerdere inbrengen hebben de leden van de CDA-fractie al vaker een punt gemaakt van
het feit dat in Nederland de inflatie langer lijkt door te werken dan in andere landen.
Analyses van DNB wijzen er bijvoorbeeld op dat bepaalde factoren, zoals lonen, huren
en prijzen, traag maar groots doorwerken in Nederland. Ook zijn er aanwijzingen dat
het ruimere begrotingsbeleid heeft bijgedragen aan langdurigere inflatie. Daarnaast
zien we dat in periodes van inflatie investeringen vaak het kind van de rekening worden,
terwijl juist in dergelijke gevallen behoefte is aan structurele investeringen in
het verdienvermogen van de economie. Deelt de Minister de analyse dat in tijden van
inflatie investeringen vaak onder druk komen te staan, terwijl deze juist essentieel
zijn voor het verlagen van structurele inflatiedruk? Op welke wijze borgt het kabinet
dat publieke investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur, innovatie en energie niet
worden uitgesteld in economisch onzekere tijden? Kan de Minister zich hard blijven
maken voor deze structurele investeringen in de economie?
De leden van de CDA-fractie ondersteunen de inzet van het kabinet om te komen tot
verdere integratie van de Europese energiemarkt en het nemen van structurele maatregelen
die bijdragen aan een stabiel en toekomstbestendig energiesysteem. Deze leden constateren
dat het kabinet zich kritisch opstelt ten aanzien van de gesprekken over het elektriciteitsmarktontwerp.
Tegen deze achtergrond vragen deze leden welke randvoorwaarden voor het kabinet leidend
zijn in de onderhandelingen over het elektriciteitsmarktontwerp, in het bijzonder
ten aanzien van het behoud van het marginale prijsmechanisme en de vormgeving van
eventuele instrumenten zoals een marginale elektriciteitsheffing.
Voorts vragen deze leden hoe het kabinet de Nederlandse inzet in deze discussie positioneert
ten opzichte van andere lidstaten. In hoeverre bestaat het risico dat Nederland in
deze discussie een geïsoleerde positie inneemt, en hoe wordt voorkomen dat dit de
onderhandelingspositie van Nederland verzwakt?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
A.H.M. Weeber, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.