Nota van wijziging : Nota van wijziging
36 889 Wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen
Nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 24 maart 2026
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel I, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid, onderdeel
b, «artikel 17a, vierde lid» vervangen door «artikel 17a, vijfde lid».
B
In artikel I, onderdeel C, onder 1, wordt in de aanhef van het voorgestelde tweede
lid, tweede volzin, na «de openbaarheid van archiefbescheiden» ingevoegd «waarvoor
de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming ingevolge artikel 2, eerste
lid, van die wet van toepassing is of zou zijn».
C
In artikel II, onderdeel 1, onder a, wordt na het voorgestelde artikel I, onderdeel
C, een onderdeel ingevoegd, dat luidt:
Ca
Artikel 7.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d wordt na «paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening
gegevensbescherming» ingevoegd «waarvoor die wet ingevolge artikel 2, eerste lid,
van die wet van toepassing is of zou zijn».
2. In onderdeel e wordt na «artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening
gegevensbescherming» ingevoegd «waarvoor die wet ingevolge artikel 2, eerste lid,
van die wet van toepassing is of zou zijn».
D
In artikel II, onderdeel 1, onder b, wordt na het voorgestelde onderdeel C een onderdeel
ingevoegd, dat luidt:
Ca
Artikel 7.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d wordt na «paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening
gegevensbescherming» ingevoegd «waarvoor die wet ingevolge artikel 2, eerste lid,
van die wet van toepassing is of zou zijn».
2. In onderdeel e wordt na «artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening
gegevensbescherming» ingevoegd «waarvoor die wet ingevolge artikel 2, eerste lid,
van die wet van toepassing is of zou zijn».
Toelichting
Deze nota van wijziging brengt een tweetal technische verbeteringen aan in het wetsvoorstel.
Beide wijzigingen worden hieronder afzonderlijk toegelicht.
Onderdeel A
In het verslag van de vaste kamercommissie voor Onderwijs Cultuur en Wetenschap over
het wetsvoorstel wezen de leden van de CDA-fractie op een foutieve verwijzing in het
wetsvoorstel. In het voorgestelde artikel 2a, tweede lid, onderdeel b, werd abusievelijk
verwezen naar artikel 17a, vierde lid, terwijl dit artikel 17a, vijfde lid, had moeten
zijn. Met deze wijziging wordt dit hersteld.
Onderdelen B, C en D
De onderdelen B, C en D bevatten een aanscherping van het wetsvoorstel met betrekking
tot de toepassingssfeer van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG).
Op grond van artikel 2, eerste lid, van deze verordening, is de verordening van toepassing
op «geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens
die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen». Dit brengt mee dat de AVG niet van toepassing is op «papieren archieven die niet op het niveau van persoonsgegevens zijn ontsloten en voor
namen en andere gewone persoonsgegevens die incidenteel voorkomen in documenten en
hierop niet eenvoudig digitaal kunnen worden doorzocht en ontsloten».1
In het wetsvoorstel zoals dat bij de Tweede Kamer aanhangig is gemaakt, was de verplichting
om na overbrenging alsnog een beperking te stellen, opgenomen in het voorgestelde
artikel 15, tweede lid, per abuis te strikt geformuleerd. Op basis van die bepaling
zou de zorgdrager er namelijk toe verplicht zijn om na overbrenging altijd alsnog
een beperking te stellen als archiefbescheiden bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens
of BSN-nummers bevatten, ook als die persoonsgegevens zijn opgenomen in papieren archieven
die niet onder de reikwijdte van de AVG vallen. Met onderdeel B is dit hersteld. Deze
aanpassing heeft geen consequenties voor de mogelijkheden voor het online toegankelijk
maken van archieven, en de drempels die daarbij gelden worden niet verlaagd. Voor
het online toegankelijk maken van archieven is immers randvoorwaardelijk dat de archieven
worden gedigitaliseerd, hetgeen ertoe leidt dat voor de AVG sprake is van een «geautomatiseerde
verwerking». De AVG is dan op deze archieven van toepassing, ongeacht de precieze
ordening van het archief.
De onderdelen C en D voorzien in een soortgelijke aanpassing van de Archiefwet 20...
Om aan te sluiten bij de systematiek van deze wet en het onderscheid tussen absolute
en relatieve beperkingsgronden, is voorzien in een wijziging van artikel 7.2, eerste
lid, van de Archiefwet 20... Deze wijziging brengt mee dat het voor het verantwoordelijke
overheidsorgaan niet langer verplicht is om bij overbrenging een openbaarheidsbeperking
te stellen voor documenten die bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens of
BSN-nummers bevatten, maar die niet geautomatiseerd worden verwerkt in de zin van
de AVG en die niet als bestand in de zin van de AVG kunnen worden aangemerkt (bijvoorbeeld
omdat daarin slechts incidenteel bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens of
BSN-nummers voorkomen).
Dit laat echter onverlet dat het verantwoordelijk overheidsorgaan wel zal moeten bezien
of het – gelet op het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer –
toelaatbaar is om de desbetreffende documenten als openbaar naar de archiefdienst
over te brengen.2
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Indieners
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap