Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 900 Wijziging van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2024/1143 over kwaliteitsaanduidingen
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 20 maart 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), belast
met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag
uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen
afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit
wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Podt
De griffier van de commissie, Jansma
Inhoudsopgave
I
ALGEMEEN
2
2.
De Europese regels over kwaliteitsaanduidingen
3
3.
Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
3
3.2.
Domeinnamen, online-interfaces en illegale inhoud
3
3.2.2.
Hoger recht
4
3.3.
Registratie van marktdeelnemers en gegevensuitwisseling
4
4.
Uitvoering
4
5.
Toezicht en handhaving
5
6.
Financiële gevolgen
5
7.
Advies en internetconsultatie
5
7.6.
Raad voor de rechtspraak
5
8.
Inwerkingtreding
6
I ALGEMEEN
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel
en ondersteunen de doelstelling om de Europese kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten
adequaat te verankeren in de Nederlandse wetgeving. Deze leden hebben een aantal vragen
en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukken met betrekking tot
de inbreng verslag van vandaag. Deze leden hebben geen aanvullende vragen.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging
van de Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren. Deze leden constateren met verbazing
dat de regering pas op 19 februari 2026 met dit wetsvoorstel naar de Kamer is gekomen,
terwijl de betreffende Europese Verordening (EU) 2024/1143 op 1 januari 2025 volledig
in werking is getreden.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging en hebben
hier op dit moment geen vragen over.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging van de Landbouwkwaliteitswet
en de Wet dieren in verband met de implementatie van de Verordening over kwaliteitsaanduidingen
en hebben daarover op dit moment geen vragen.
De leden van de BBB-fractie hebben het voorstel van wet houdende Wijziging van de
Landbouwkwaliteitswet en de Wet dieren in verband met de implementatie van Verordening
(EU) 2024/1143 over kwaliteitsaanduidingen (Kamerstuk 36 900) gelezen en zijn over het algemeen positief. Deze leden hebben nog enkele vragen.
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging van de Landbouwkwaliteitswet
en de Wet dieren in verband met de implementatie van de Verordening (EU) 2024/1143
over kwaliteitsaanduidingen. Deze leden hebben hier een aantal vragen over. De verschillende
kwaliteitsaanduidingen beschreven die betrekking hebben tot deze wetswijziging gaan
niet in op de kwaliteitsaanduiding voor producten van dierlijke oorsprong. Geografische
aanduidingen, gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen
betrekken volgens deze leden te weinig hoe dierenwelzijn in de productieketen kan
worden gewaarborgd. Deze wetswijziging biedt daar ook geen verdere uitwerking voor.
De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat aanduidingen, zoals bijvoorbeeld een
Beschermde Oorsprongsbenaming of Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) onterecht
de indruk kunnen wekken dat ze gepaard gaan met hoge standaarden en daarmee misleidend
kunnen zijn voor de consument. Het idee van beschermde traditionele en lokale producten
wordt te vaak nog geassocieerd met hogere standaarden met betrekking tot dierenwelzijn,
terwijl in de praktijk dierenwelzijn geen een eis is die wordt meegenomen in de vaststelling
of een product in aanmerking komt voor een bescherming door middel van een geografische
aanduiding of oorsprongsbenaming. Nederland importeert bijvoorbeeld veel parmaham
uit Italië. Consumenten kunnen onterecht denken dat parmaham gepaard gaat met hoge
dierenwelzijnsstandaarden, terwijl uit onderzoek van een Italiaanse dierenrechtenorganisatie
blijkt dat er ernstige misstanden plaatsvinden bij de productie van parmaham. Varkens
worden voor «premium parma ham» geslagen en getrapt, en zonder pijnstilling gecastreerd
(Essere Animali, «Cruelty on Pigs» (https://www.essereanimali.org/en/cruelty-italian-pig-farm/)). Onderschrijft de regering deze zorgen? Kan de regering aangeven of zij op Europees
niveau heeft gepleit voor het meenemen van dierenwelzijnsstandaarden bij kwaliteitsaanduidingen?
Zo nee, waarom niet?
De leden van de PvdD-fractie vragen de regering welke stappen zij van plan is te nemen
om transparantie te vergroten over het feit dat dergelijke aanduidingen niks zeggen
over de wijze waarop dieren zijn behandeld. Kan de regering aangeven waarom zij ervoor
heeft gekozen om in deze implementatiewet niks mee te nemen over het waarborgen van
dierenwelzijn en het tegengaan van misleiding van de consument? Is de regering er
alsnog toe bereid om dat te doen? Zo nee, waarom niet?
2. De Europese regels over kwaliteitsaanduidingen
De leden van de PVV-fractie hebben grote twijfels bij de alsmaar uitdijende Europese
bemoeizucht op het gebied van kwaliteitsregelingen. Deze leden vragen de regering
in hoeverre deze Verordening daadwerkelijk de positie van de Nederlandse boer en producent
versterkt of dat het wederom een extra laag bureaucratie betreft die vooral de Europese
Commissie (EC) meer bevoegdheden geeft.
Kan de regering garanderen dat de «vereenvoudiging» van procedures waar de Verordening
over spreekt, in de praktijk niet zal leiden tot méér regeldruk voor onze lokale producenten?
3. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
3.2. Domeinnamen, online-interfaces en illegale inhoud
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van effectieve handhaving in
het digitale domein. Deze leden hebben echter vragen over de uitvoerbaarheid van de
voorgestelde zelfstandige last, in het bijzonder met betrekking tot grensoverschrijdende
situaties.
De leden van de D66-fractie vragen de regering toe te lichten hoe wordt omgegaan met
situaties waarin websites of webshops die inbreuk maken op kwaliteitsaanduidingen
en die worden gehost op servers buiten Nederland of buiten de Europese Unie (EU).
Zowel het Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ) als het Kwaliteits-Controle-Bureau
(KCB) wijzen in hun uitvoeringstoetsen op deze praktische moeilijkheid. Hoe beoordeelt
de regering de effectiviteit van de zelfstandige last in dergelijke gevallen?
De leden van de D66-fractie vragen de regering voorts toe te lichten hoe de subsidiariteits-
en proportionaliteitstoets in de praktijk wordt uitgevoerd bij het opleggen van een
zelfstandige last aan partijen die als tussenpersoon fungeren en welke procedurele
waarborgen gelden om te voorkomen dat deze bevoegdheid disproportioneel wordt ingezet
jegens partijen die zelf geen inbreuk plegen.
De leden van de PVV-fractie maken zich ernstige zorgen over de nieuwe bevoegdheid
van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) om een zelfstandige
last op te leggen voor het verwijderen van inhoud van online-interfaces of het blokkeren
van domeinnamen. Deze leden vragen de regering of deze verregaande bevoegdheid niet
een hellend vlak vormt richting censuur en een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting.
Hoe kan de regering garanderen dat deze machtsmiddelen niet oneigenlijk worden gebruikt
tegen critici of kleinere marktpartijen onder het mom van de bescherming van een «kwaliteitsaanduiding»?
3.2.2. Hoger recht
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de redenering in de memorie van
toelichting dat de zelfstandige last in de meeste gevallen handelsreclame betreft
en daarmee buiten de reikwijdte van artikel 7 van de Grondwet valt. Deze leden vragen
de regering toe te lichten hoe wordt omgegaan met gevallen waarin het gebruik van
een kwaliteitsaanduiding niet primair een commercieel karakter heeft, bijvoorbeeld
in redactionele of informatieve online-inhoud. Hoe wordt in die gevallen de grondwettelijke
bescherming van de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd?
3.3. Registratie van marktdeelnemers en gegevensuitwisseling
De leden van de D66-fractie ondersteunen de keuze voor een register van erkende marktdeelnemers
boven het verstrekken van individuele verklaringen van naleving. Deze leden vragen
de regering toe te lichten op welke termijn het register operationeel zal zijn en
hoe wordt gewaarborgd dat het register bij inwerkingtreding volledig is, mede gelet
op de waarschuwing van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) dat reeds erkende
marktdeelnemers expliciet moeten worden opgenomen om onvolledigheid te voorkomen.
De leden van de D66-fractie vragen de regering voorts toe te lichten hoe de toegang
tot het register is afgebakend tussen de verschillende bevoegde autoriteiten en welke
technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om onbevoegde toegang
tot persoonsgegevens te voorkomen.
De leden van de PVV-fractie zetten hun vraagtekens bij de verplichting om een register
bij te houden van erkende marktdeelnemers. Deze leden vragen de regering waarom gekozen
is voor een bewaartermijn van persoonsgegevens van vijf jaar na uitschrijving.
Is de regering van mening dat dit in verhouding staat tot het doel en hoe wordt de
privacy van onze ondernemers hierbij gewaarborgd tegenover de drang van de EU naar
centrale dataverzameling?
4. Uitvoering
De leden van de PVV-fractie wijzen op de kritiek van het COKZ en het KCB over de uitvoerbaarheid
van de nieuwe regels. Deze instanties geven aan dat toezicht op webshops en domeinen
die op buitenlandse servers staan nagenoeg onuitvoerbaar is. Hoe denkt de regering
dit praktisch te gaan handhaven zonder dat het eindigt in een papieren tijger die
alleen de eerlijke Nederlandse ondernemer raakt, terwijl malafide buitenlandse partijen
buiten schot blijven?
5. Toezicht en handhaving
De leden van de PVV-fractie constateren dat er onduidelijkheid bestaat over de taakverdeling
tussen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), het COKZ en het KCB. Het
KCB geeft aan dat een duidelijke taakverdeling nu niet is opgenomen in de wetgeving.
Waarom heeft de regering de zorgen van deze uitvoeringsinstanties over de bevoegdheidsafbakening
niet verwerkt in de memorie van toelichting?
6. Financiële gevolgen
De leden van de PVV-fractie zijn fel tegenstander van de suggestie in het wetsvoorstel
dat er wordt onderzocht of er «retributies» (nieuwe belastingen voor de boer) kunnen
worden ingevoerd voor de behandeling van productdossiers. Kan de regering de toezegging
doen dat dit wetsvoorstel niet zal leiden tot extra kosten of heffingen voor onze
boeren en producenten? Bovendien vragen deze leden waarom een globale inschatting
van de tijd en kosten voor aanvragen ontbreekt, zoals ook door het Adviescollege Toetsing
Regeldruk (ATR) is opgemerkt.
De leden van de BBB-fractie zien dat er rekening mee wordt gehouden dat er voor meer
producten een kwaliteitsaanduiding zal worden aangevraagd. Om die reden wordt onderzocht
of een retributie kan worden ingevoerd. Deze leden zouden graag van de Minister willen
weten met hoeveel nieuwe aanvragen rekening wordt gehouden. Vanaf hoeveel nieuwe aanvragen
(boven op het aantal aanvragen dat gemiddeld genomen per jaar binnenkomt), wordt het
noodzakelijk om zo een retributie in te voeren? RVO geeft aan dat zij verwacht dat
de implementatie van deze wijziging geen grote problemen oproept in de uitvoering,
aangezien de verwachting is dat er niet heel veel nieuwe marktdeelnemers zich zullen
melden. Waarom wordt er dan toch gekeken naar de mogelijkheid om een retributie in
te voeren? Daarnaast wordt in de memorie van toelichting aangegeven dat er weliswaar
een aantal nieuwe taken voor RVO en de NVWA te verwachten zijn, maar dat die minimaal
zijn en bovendien inpasbaar in de huidige werkzaamheden. Waarom wordt dan bij de overweging
tot invoering van een retributie wel rekening gehouden met deze minimale uitbreiding
van taken? Zou die invoering niet juist weer een verhoging van (administratieve) lasten
geven, die juist met dit wetsvoorstel vermeden zou moeten worden? Zou het onderzoek
naar het invoeren van een retributie in verband met de extra te verwachten aanvragen
op zich niet al duurder zijn dan het behandelen van de extra te verwachten aanvragen
zonder retributie, gezien het feit dat er sinds de jaren ’90 gemiddeld 1,3 aanvragen
per jaar worden gedaan? Wanneer wordt het resultaat van het onderzoek naar een mogelijke
invoering van de retributie verwacht? Waarom is dit niet gedaan voor het wetsvoorstel
naar de Kamer kwam?
7. Advies en internetconsultatie
7.6. Raad voor de rechtspraak
De leden van de PVV-fractie merken op dat de Raad voor de rechtspraak fundamentele
bezwaren had tegen de inzet van de zelfstandige last zonder voorafgaande toetsing.
De leden van de PVV-fractie vragen of de Raad voor de rechtspraak opnieuw om advies
is gevraagd nadat het wetsvoorstel op belangrijke punten is gewijzigd? Zo nee, waarom
niet?
8. Inwerkingtreding
De leden van de PVV-fractie vragen de regering naar de definitieve planning van de
inwerkingtreding. Gezien het feit dat de Verordening al sinds januari 2025 geldt,
vragen deze leden de regering of zij kan bevestigen dat er geen sprake zal zijn van
terugwerkende kracht voor eventuele handhavingsmaatregelen die voortvloeien uit dit
wetsvoorstel.
De leden van de PVV-fractie willen benadrukken dat zij de bescherming van prachtige
Nederlandse streekproducten zoals «Boerenkaas» ondersteunen, maar dat dit nooit een
excuus mag zijn voor Europese regeldrift, online censuurbevoegdheden of extra kosten
voor onze ondernemers.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Podt, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
R.P. Jansma, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.