Motie : Motie van het lid Koorevaar over de vrijwillige beëindigingsregeling zodanig vormgeven dat bij de toekenning van middelen nadrukkelijk wordt gestuurd op maximale stikstofreductie en natuurwinst
28 973 Toekomst veehouderij
Nr. 295
MOTIE VAN HET LID KOOREVAAR
Voorgesteld 17 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties
(Vbr) bedoeld is om stikstofreductie te realiseren en bij te dragen aan natuurherstel;
constaterende dat het risico bestaat dat via deze regeling relatief dure en moderne
veehouderijbedrijven worden opgekocht die per bestede euro relatief weinig stikstofreductie
en natuurwinst opleveren;
overwegende dat publieke middelen doelmatig en effectief moeten worden ingezet, zodat
met het beschikbaar gestelde budget de maximaal mogelijke stikstofreductie wordt gerealiseerd;
overwegende dat een groot deel van de bedrijven met hoge emissies die overwegen te
stoppen al zijn gestopt middels eerdere beëindigingsregelingen;
overwegende dat juist in gebieden rond zwaar overbelaste Natura 2000- gebieden, zoals
de Veluwe en de Peel, substantiële stikstofreductie noodzakelijk is;
verzoekt de regering de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties
zodanig vorm te geven dat bij de toekenning van middelen nadrukkelijk wordt gestuurd
op maximale stikstofreductie en natuurwinst door prioriteit te geven aan bedrijven
die een relatief grote bijdrage leveren aan stikstofdepositie op overbelaste Natura
2000-gebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Koorevaar
Indieners
Jan Arie Koorevaar, Kamerlid