Lijst van vragen : Lijst van vragen inzake Kennisgeving artikel 100-inzet Zr.Ms. Evertsen in de Middellandse Zee (Kamerstuk 29521-506)
2026D11099 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Minister voor Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie over de brief van
9 maart 2026 inzake de Artikel 100-inzet in de Middenlandse Zee (Kamerstuk 25 921, nr. 506).
De voorzitter van de commissie,
Klaver
De griffier van de commissie,
Westerhoff
Nr
Vraag
1
Op welke bondgenoten en partners doelde de Franse president Macron concreet, toen
hij op 3 maart stelde dat de CSG (Carrier Strike Group) «ter ondersteuning van bondgenoten
en partners in de regio wordt ingezet»?
2
Welke landen naast Frankrijk, Griekenland, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk
en Nederland leveren een bijdrage aan de CSG?
3
Wat is het mandaat van de Charles de Gaulle?
4
Kunt u de passage «bondgenoten en partners in de regio», zoals genoemd in de brief,
nader specificeren?
5
Kunt u bevestigen dat de doelstelling van de inzet beperkt is tot uitsluitend de verdediging
van de CSG en het grondgebied van de Europese Unie en NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie)-bondgenoten?
6
Op welke wijze vindt afstemming en overleg plaats tussen Nederland in het kader van
de inzet binnen de CSG en de NAVO (en NAVO-bondgenoten), gelet op de schending van
het Turkse luchtruim door een Iraanse raket en de aanval op de Britse luchtmachtbasis
Akrotiri op Cyprus, die aan Hezbollah wordt toegeschreven?
7
Moet het «het verzoek van Frankrijk en Cyprus» zo gelezen worden dat het Cypriotische
verzoek aan Nederland een afgeleide is van het Cypriotische verzoek aan Frankrijk
(zoals beschreven op pagina 3 van de brief) of heeft Cyprus ook direct de hulp van
Nederland ingeroepen?
8
Wat gebeurt er als dit mandaat wijzigt?
9
Ligt aan het verzoek van Cyprus aan Frankrijk een juridische dan wel (EU-) verdragsrechtelijke
basis ten grondslag? Zo ja, welke?
10
Heeft Nederland een juridische defensieverplichting jegens Cyprus?
11
Kunnen de genoemde verzoeken vanuit Cyprus en Frankrijk voor deze bijdrage met de
Kamer gedeeld worden?
12
Is het uitgesloten dat onder de genoemde «partners en bondgenoten» ook Israël kan
vallen?
13
Wat zijn de afzonderlijke mandaten van de landen die meedoen aan de missie rond Cyprus
en in het oostelijk Middellandse Zeegebied? Kan de Kamer, desnoods vertrouwelijk,
inzicht krijgen in deze informatie?
14
Welke scenario's zijn er voor het geval er vanaf de militaire bases in Cyprus offensieve
aanvallen worden gedaan, of als de militaire bases in Cyprus onderdeel worden van
offensieve aanvallen, mede in het licht van het defensieve mandaat van de Zr. Ms.
Evertsen in het beschermen van deze militaire bases in Cyprus?
15
Klopt het dat de Britse bases op Cyprus ook beschermd worden door de CSG en dat de
CSG ook de Verenigde Staten kan verdedigen indien zij op deze bases wordt aangevallen
door Iran?
16
Welke activiteiten van de Charles de Gaulle vallen onder het «monitoren van de situatie»?
17
Kunt u toelichten wat de precieze samenwerking is of wordt met de aanwezige Britse
oorlogsschepen en Britse bases op Cyprus?
18
Kunnen het Franse vliegdekschip Charles De Gaulle en andere opvarende schepen van
de Carrier Strike Group offensieve wapens inzetten?
19
Beschikt het Franse vliegdekschip Charles de Gaulle over gevechtsvliegtuigen aan dek
en, zo ja, kunnen deze toestellen binnen het Franse mandaat offensief worden ingezet?
Zo ja, hoe verhoudt Nederlandse deelname aan dit vlootverband zich tot dat risico
op betrokkenheid bij offensieve operaties?
20
Kunt u uitsluiten dat Zr.Ms. Evertsen, direct of indirect, ondersteuning verleent
aan offensieve Franse operaties, bijvoorbeeld door luchtverdediging te leveren aan
een vlootverband van waaruit ook offensieve sorties worden uitgevoerd?
21
Welke gevechtshandelingen kan de Charles de Gaulle uitvoeren tijdens de stationering
in de Middellandse Zee?
22
Is er binnen de operatie sprake van enige vorm van informatie-uitwisseling, operationele
afstemming of samenwerking met Israëlische marine-eenheden, Israëlische luchtmacht
of Israëlische inlichtingendiensten? Zo ja, wat is de aard en reikwijdte daarvan?
23
Kunt u aangeven of er op Cyprus momenteel sprake is van aanwezigheid van Israëlische
defensie- of inlichtingendiensten en of Nederland daarmee in enigerlei vorm samenwerkt
of informatie deelt in het kader van deze inzet?
24
Aangezien Frankrijk een missie overweegt om de Straat van Hormuz te heropenen, welke
risico’s zal zo'n missie hebben voor de Carrier Strike Group bij Cyprus?
25
Vallen onder de mogelijke gevechtshandelingen van de Charles de Gaulle ook preventieve
aanvallen tegen Iran of Iraanse doelwitten?
26
Wat zijn uw gedachten over het begaanbaar maken van de Straat van Hormuz en wanneer
wordt hierover in EU-verband doorgesproken?
27
Hoe past het beschermen van schepen die olie en gas richting Europa vervoeren, binnen
het mandaat van het marineschip Zr. Ms. Evertsen?
28
Welke concrete Nederlandse economische belangen in het oostelijk Middellandse Zeegebied
spelen volgens u een rol bij deze inzet en kunt u uitsluiten dat bescherming van energiebelangen
of handelsroutes een feitelijke drijfveer is achter deze missie?
29
Kunnen onder de gevechtshandelingen van de Charles de Gaulle ook het beschermen van
Amerikaanse militaire doelen vallen?
30
Hoe wordt voorkomen dat de aanwezigheid van de CSG zelf bijdraagt aan verdere militarisering
van het oostelijk Middellandse Zeegebied?
31
Wat zijn op dit moment uw gedachten over hoe kan worden bijgedragen aan de-escalatie
en het tegengaan van regionale instabiliteit?
32
Daar waar u in de Artikel-100 brief spreekt over zowel verdediging van Cyprus als
over verdediging van «bondgenootschappelijk grondgebied», kunt u nader specificeren
welke gebieden hieronder vallen en in welke scenario’s de inzet van Zr.Ms. Evertsen
zich zou kunnen uitstrekken buiten de verdediging van Cyprus?
33
Daar waar u in de Artikel 100-brief stelt dat de inzet tijdelijk is en in beginsel
tot begin april duurt, welke criteria worden er gehanteerd om te beoordelen of verlenging
noodzakelijk of juist ongewenst is?
34
Klopt het dat er vanaf een militaire basis in Cyprus Amerikaanse aanvallen worden
uitgevoerd?
35
Hoe draagt deze inzet concreet bij aan de veiligheid van Nederlanders in de regio?
36
Waarom wordt deze inzet geschaard onder hoofdtaak 2 (bescherming van de internationale
rechtsorde) in plaats van hoofdtaak 1 (bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk
grondgebied), terwijl de inzet expliciet het beschermen van bondgenootschappelijk
grondgebied als doel heeft?
37
Welke relatie heeft de motie-Tuinman/Stoffer (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2885), genoemd in een voetnoot in de beslisnota, met de beoogde inzet?
38
Klopt het dat onderdeel van de gevechtshandelingen van de Charles de Gaulle en het
Nederlandse schip er dus ook op neer kunnen komen dat Amerikaanse aanvalscapaciteit
op Cyprus wordt beschermd?
39
Hoe verhoudt het feit dat u in de Artikel 100-brief stelt dat een eigenstandige evaluatie
van de inzet niet aan de orde is, zich tot eerdere afspraken met de Kamer, onder meer
via het Toetsingskader 2014?
40
Hoe verhoudt de aanvullende doelstelling ter bescherming van «bondgenoten en partners
in de regio» zich tot de geweldsinstructie die zich beperkt tot de verdediging van
de CSG en Cyprus?
41
In hoeverre heeft Nederland een eigenstandige informatiepositie, casu quo wat zijn
de afhankelijkheden van landen als Frankrijk, de Verenigde Staten en Israël?
42
In hoeverre verschilt het Nederlands politieke mandaat van het Franse politieke mandaat?
43
Welke informatie wordt uitgewisseld binnen het vlootverband?
44
In hoeverre is de beëindiging van de inzet in de Middellandse Zee afhankelijk van
besluitvorming van de Fransen over de inzet van de Charles de Gaulle? Wat is het doel
van de missie van de Charles de Gaulle? Committeert Nederland zich aan deze Franse
missie?
45
Mocht de missie, de bestemming of de aard van de inzet van de Charles de Gaulle wijzigen,
neemt Nederland dan een nieuw besluit over de inzet van het Luchtverdedigings- en
Commandofregat (LCF)?
46
Waarom is ervoor gekozen om de missie in beginsel te beperken tot begin april, ook
al is de verwachting dat het conflict langere tijd zou kunnen duren?
47
Welke informatie kan worden uitgewisseld vanuit deelnemers binnen het vlootverband
met Israël of de Verenigde Staten?
48
Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan voordat de inzet wordt beëindigd?
49
Wanneer verwacht u de Kamer te informeren over eventuele verlenging van de missie?
50
Wat betekent het dat de «beperkte inzet van defensieve aard» is? Wat is het mandaat
van de Nederlandse inzet? Betekent dit ook dat vanaf het LCF ter verdediging van de
CSG en Cyprus offensieve doelen van Iran of aan Iran gelieerde gewapende groeperingen
kunnen worden uitgeschakeld?
51
Is het inroepen van Artikel 5 van het NAVO-verdrag eventueel van toepassing, mocht
de vloot worden aangevallen?
52
Hoe ziet de procedure eruit in het geval er bijvoorbeeld door (raket)aanvallen op
Turkije een Artikel 5-situatie ontstaat? Wat wordt in zo'n geval de nieuwe rol van
Zr.Ms. Evertsen?
53
Wat is de rol van de Kamer in een Artikel 5-situatie?
54
Wat is de nationale geweldsinstructie (gestoeld op defensieve inzet)?
55
Hoe is de inzet van de CSG afgestemd met Israël?
56
Is er contact geweest met de Verenigde Staten en/of Israël over de inzet van het LCF?
57
Is het denkbaar dat er een vraag van de Verenigde Staten komt om het LCF ook offensief
in te zetten?
58
Wat is de reden dat er is gekozen voor een Artikel 100-inzet, aangezien het gaat om
verdediging van bondgenootschappelijk grondgebied (Artikel 97 van de Grondwet)?
59
Heeft u met Frankrijk contact gehad over de mogelijkheid van de inzet van het LCF
bij het escorteren van schepen door de Straat van Hormuz?
60
Wat vindt u van het nieuws dat president Macron een militaire escorte wil voor schepen
en tankers door de straat van Hormuz?
61
Is het LCF uitgerust om passend te reageren op asymmetrische dreigingen als drones
of moet het LCF in het geval van een aanval hier met relatief dure middelen op reageren?
62
Is het uitgesloten dat deelnemers van het vlootverband informatie uitwisselen met
Israël of de Verenigde Staten die deze landen offensief zouden kunnen aanwenden?
63
Zijn er onderdelen van het konvooi die een geweldsinstructie hebben die verder strekt
dan de verdediging van de CSG en het grondgebied van EU- of NAVO-bondgenoten?
64
Is het mandaat van de andere landen die deelnemen en capaciteit leveren aan de CSG
ook defensief of verschilt dat per land? Zo ja, kan dat worden toegelicht, ook wat
dergelijke defensieve mandaten behelsen en of bij andere landen het doen van bijvoorbeeld
preventieve aanvallen is uitgesloten?
65
Hoe en wanneer wordt het parlement geïnformeerd wanneer het mandaat van een andere
deelnemer aan de CSG wijzigt?
66
Is er een scenario mogelijk waarbij binnen het defensieve mandaat van de Zr. Ms. Evertsen
een offensieve actie wordt verdedigd van een ander land,dat deelneemt aan de CSG?
67
Welke scenario's zijn er uitgewerkt inzake het risico dat Nederland onderdeel wordt
van de oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran? Kan de Kamer die ontvangen?
68
Wat zijn de risico's van de missie met betrekking tot verdere escalatie in de regio?
Kan de Kamer die risicoanalyse ontvangen, evenals de adviezen die u hierover heeft
gekregen?
69
Is het Nederlandse fregat in het geplande vlootverband het enige schip dat voor luchtverdediging
kan zorgen?
70
Aangezien de Zr. Ms. Evertsen in het oosten van de Middellandse Zee zal worden ingezet,
in welke regio of bij welke missie wordt het fregat nu dan niet ingezet en wat betekent
dat voor de missie daar?
71
Wat zijn de Rules of Engagement voor het gebruik van (persoonlijke) offensieve wapens?
72
Mag er offensief worden ingegrepen wanneer een vaartuig wordt benaderd door onbekende
vaartuigen volgens de geldende Rules of Engagement?
73
Wat gebeurt er wanneer vluchtelingenboten zich richting het schip begeven?
74
Zijn er sinds de «blue-on-blue» incidenten met Amerikaanse jachtvliegtuigen maatregelen
genomen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen?
75
Zijn er afspraken met andere landen, naast de aanwezige schepen, om in een worstcasescenario
extra luchtsteun te krijgen?
76
Op welke wijze wordt er onderzoek uitgevoerd naar (mogelijke) burgerslachtoffers als
gevolg van de defensieve operatie van de CSG, hoewel het risico hierop klein is?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.W. Westerhoff, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.