Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 en verslag Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026 (Kamerstuk 21501-02-3355)
2026D10904 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties
de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026
en verslag Raad Buitenlandse Zaken van 1 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3355), het Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3354) en het Verslag van de 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut van Rome inzake het
Internationaal Strafhof (Kamerstuk 28 498, nr. 59).
De voorzitter van de commissie,
Klaver
De griffier van de commissie,
Coco Martin
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
III
Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Russische agressie tegen Oekraïne
Financiële Steun
De leden van de D66-fractie verwelkomen het besluit van de EU (Europese Unie) om 90
miljard euro aan financiële steun vrij te maken voor Oekraïne. Deze middelen zijn
essentieel om de Oekraïense overheid draaiende te houden, burgers van basisvoorzieningen
te voorzien en de strijdkrachten in staat te stellen zich te blijven verdedigen tegen
de Russische agressie. Tegelijkertijd constateren deze leden met zorg dat Hongarije
de besluitvorming hierover blijft blokkeren. Hongarije torpedeert hiermee op onacceptabele
wijze doelbewust de Europese eenheid en geloofwaardigheid en ondermijnt daarmee de
steun aan de moedige strijd van Oekraïne tegen Rusland, evenals de veiligheid op het
Europese continent. Deze leden vragen de Minister hoe hij deze impasse wil doorbreken.
Welke inzet pleegt de Minister, zowel bilateraal richting Hongarije als binnen de
EU, om deze blokkade zo snel mogelijk te beëindigen?
Daarnaast vragen deze leden of de Minister bereid is te verkennen welke alternatieve
routes binnen de EU beschikbaar zijn om de beloofde financiële steun aan Oekraïne
doorgang te laten vinden indien de Hongaarse blokkade aanhoudt.
Steun Luchtafweer
De leden van de D66-fractie constateren dat de escalatie in het Midden-Oosten en de
aanhoudende Iraanse aanvallen op buurlanden leiden tot snel slinkende voorraden luchtverdedigingsmunitie.
Dit zal naar verwachting leiden tot een grotere vraag naar anti-raketverdediging en
daarmee tot verdere druk op de toch al beperkte leveringen van luchtverdedigingssystemen
en -munitie aan Oekraïne. Deelt de Minister deze analyse? De Europese defensiecommissaris
(de heer Kubilius) waarschuwde recent voor deze ontwikkeling en riep, in antwoord
daarop, op tot een snelle opschaling van de Europese productiecapaciteit voor luchtverdedigingsraketten.
Onderschrijft de Minister deze oproep? Welke mogelijkheden ziet de Minister om op
korte termijn op Europees niveau een impuls te geven aan de productiecapaciteit voor
luchtverdedigingssystemen en bijbehorende munitie? Is de Minister bereid hier in de
komende Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) expliciet toe op te roepen en daarbij ook te
verkennen hoe Nederland concreet kan bijdragen aan het versneld versterken van de
Europese productiecapaciteit?
Schaduwvloot en 20e sanctiepakket
Tot slot merken de leden van de D66-fractie op dat België, met steun van Frankrijk,
vorige week een tanker uit de Russische schaduwvloot heeft aangehouden. De Nederlandse
Minister heeft aangegeven bezig te zijn met het opstellen van aanvullende nationale
maatregelen om ook over te kunnen gaan tot het juridisch houdbaar aanhouden van gesanctioneerde
schaduwschepen, bijvoorbeeld wanneer zij onder valse vlag varen. Deze leden vragen
of België reeds over dergelijke aanvullende nationale wetgeving beschikte op het moment
van deze actie, of dat deze aanhouding heeft plaatsgevonden op basis van het internationale
zeerecht en het eerdere statement van de Council of the European Union. Kan de Minister
toelichten op welke juridische grondslag deze actie heeft plaatsgevonden? En wat betekent
dit voor de vraag of aanvullende nationale wetgeving in Nederland daadwerkelijk noodzakelijk
is om vergelijkbare maatregelen te kunnen nemen? Deze leden spreken daarnaast hun
steun uit voor het aangekondigde nieuwe sanctiepakket van de EU, waaronder de voorgenomen
Ban on Maritime Services gericht op de Russische schaduwvloot. Deze leden sporen de
Minister aan zich in Brussel actief in te zetten om dit pakket zo spoedig mogelijk
tot stand te brengen en in werking te laten treden.
Situatie Midden-Oosten
Libanon
De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over de snel verslechterende humanitaire
en veiligheidssituatie in Libanon. Grootschalige bombardementen en evacuatiebevelen
hebben geleid tot massale ontheemding, waarbij mogelijk honderdduizenden mensen hun
huizen hebben moeten verlaten. Kan de Minister een actuele inschatting geven van de
omvang van deze ontheemding en in hoeverre verwacht de Minister dat deze aantallen
verder zullen toenemen?
Hoe beoordeelt de Minister de Israëlische evacuatiebevelen en bombardementen in Libanon
in het licht van het internationaal humanitair recht? Welke humanitaire hulp is momenteel
beschikbaar voor intern ontheemden en hoe kunnen Nederland en de EU bijdragen aan
ondersteuning? Daarnaast vragen deze leden hoe de Minister de militaire ontwikkelingen
in Zuid-Libanon beoordeelt, waaronder berichten over Israëlische troepenopbouw en
aanwezigheid ten zuiden van de Litani River. Acht de Minister het risico op verdere
escalatie, waaronder een mogelijk grondoffensief, reëel? Is de Minister het met deze
leden eens dat een dergelijk offensief desastreuze gevolgen zou kunnen hebben, en
ziet hij mogelijkheden om in Europees verband diplomatieke druk uit te oefenen om
een dergelijke escalatie te voorkomen? Deze leden hebben voorts kennisgenomen van
de oproep van de Libanese president Joseph Aoun aan de EU om directe gesprekken met
Israël te ondersteunen, gericht op een staakt-het-vuren en versterking van de rol
van de Lebanese Armed Forces bij het herstellen van staatsgezag en het ontwapenen
van Hezbollah. Hoe beoordeelt de Minister deze oproep en is hij bereid dit tijdens
de komende Raad Buitenlandse Zaken aan de orde te stellen?
Palestijnse Gebieden
De leden van de D66-fractie maken zich ernstige zorgen over de situatie in de Palestijnse
gebieden. Deze leden wijzen in het bijzonder op recente aankondigingen en beleidsontwikkelingen
die wijzen op verdere stappen richting annexatie van de Westelijke Jordaanoever. De
Minister en zijn voorgangers hebben in de afgelopen jaren meermaals hun zorgen uitgesproken
over de voortgaande annexatie van land en de uitbreiding van Israëlische nederzettingen
op de Westelijke Jordaanoever. Desondanks constateren deze leden dat Israëlische wetgeving
en beleidsmaatregelen de uitbreiding en legalisering van nederzettingen verder lijken
te faciliteren en daarmee de facto annexatie mogelijk onomkeerbaar maken.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister welke concrete resultaten de Nederlandse
en Europese inzet tot dusver heeft opgeleverd om deze ontwikkelingen tegen te gaan.
In hoeverre ziet de Minister aanwijzingen dat diplomatieke druk vanuit Nederland en
de EU daadwerkelijk bijdraagt aan het afremmen van verdere stappen richting annexatie?
Voorts vragen deze leden of de Minister mogelijkheden ziet om de politieke druk in
internationaal verband te vergroten, bijvoorbeeld binnen de EU of via andere multilaterale
fora. Is de Minister bereid recente wetgeving en verdere stappen richting annexatie
expliciet aan de orde te stellen tijdens de komende Raad Buitenlandse Zaken?
De leden van de D66-fractie hebben met grote zorg kennisgenomen van de actuele situatie
rondom de grensovergangen naar Gaza, zoals Rafah Border Crossing. Deze leden constateren
dat de grensovergang Rafah momenteel gesloten is, waardoor cruciale medische evacuaties
via deze route stilliggen. Deze leden vragen de Minister zich, zowel bilateraal als
in EU-verband, te blijven inzetten voor de volledige opening van deze cruciale grensovergang.
Deze leden constateren bovendien dat de voortgang van het humanitaire werk van cruciale
ngo’s in Gaza nog steeds in het geding is, ook nu het Israëli Supreme Court de verbanning
van deze organisaties uit het gebied voorlopig heeft uitgesteld. Welke stappen onderneemt
de Minister, zowel in bilateraal als in Europees verband, om Israël ervan te weerhouden
deze organisaties daadwerkelijk – op basis van zeer arbitraire voorwaarden – de toegang
tot Gaza te ontzeggen? De leden van de D66-fractie vragen de Minister tevens te reflecteren
op het succes van eerdere diplomatieke inspanningen om humanitaire toegang te waarborgen
en vragen welke ruimte de Minister ziet om de politieke druk op de Israëlische regering
verder te verhogen indien hij ervoor kiest dit beleid voort te zetten. Tot slot vragen
deze leden de Minister deze kwestie wederom expliciet aan de orde te stellen tijdens
de komende Raad Buitenlandse Zaken. Daarnaast maken deze leden zich blijvende zorgen
over Palestijnse representatie in het vredesproces en het toekomstige bestuur van
Gaza. Deze leden verzoeken om een nadere toelichting op de specifieke acties die Nederland
en de EU ondernemen om de bestuurlijke capaciteit en politieke vertegenwoordiging
van de Palestijnen te ondersteunen en te versterken.
Syrië
De leden van de D66-fractie maken zich daarnaast zorgen over recente berichten over
geweld door regeringstroepen in Koerdische gebieden in Syrië. Tegelijkertijd constateren
deze leden dat er recent een akkoord is bereikt tussen Damascus en Koerdische vertegenwoordigers,
dat mogelijk kan bijdragen aan de-escalatie in het noordoosten van het land. Hoe beoordeelt
de Minister de huidige stand van zaken? Welke mogelijkheden ziet de Minister voor
Nederland en de EU om diplomatiek bij te dragen aan het waarborgen van de rechten
en veiligheid van minderheden, waaronder Koerdische gemeenschappen, terwijl tegelijkertijd
de territoriale integriteit van Syrië wordt gerespecteerd?
De leden van de D66-fractie constateren dat verschillende Europese landen hun diplomatieke
betrokkenheid bij Syrië de afgelopen periode hebben geïntensiveerd, onder meer door
het heropenen van diplomatieke vertegenwoordigingen of het vergroten van diplomatieke
aanwezigheid in Damascus. Deze leden vragen het kabinet een overzicht te geven van
welke EU-lidstaten momenteel diplomatieke vertegenwoordiging in Syrië hebben en welke
landen hun engagement voornamelijk via speciale gezanten of via de EU vormgeven. Hoe
beoordeelt de Minister het belang van diplomatieke aanwezigheid op de grond voor het
bevorderen van stabilisatie, wederopbouw en veilige terugkeer van Syriërs? In hoeverre
ziet het kabinet ruimte om de diplomatieke bewegingsruimte van de Nederlandse Syrië-gezant
verder te vergroten, zodat deze vaker in Syrië aanwezig kan zijn, Nederland een betere
vinger aan de pols kan houden en beter contact kan onderhouden met de Syrische autoriteiten,
ook over ontwikkelingen die ons zorgen baren?
Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie of de Minister verwacht op korte termijn
een Nederlandse Minister naar Syrië op werkbezoek te zenden, mede in het licht van
de toenemende diplomatieke activiteit van andere Europese partners. Onder welke voorwaarden
acht de Minister een dergelijk bezoek wenselijk?
De leden van de D66-fractie merken op dat Nederland via verschillende programma’s
actief is in Syrië, onder meer op het gebied van ontmijning, humanitaire hulp, rechtsstaatontwikkeling,
transitional justice, vrouwenrechten en perspectief- en migratieprogramma’s. Deze
leden vragen de Minister toe te lichten hoe deze inzet wordt gebruikt als diplomatiek
instrument in contacten met Syrische autoriteiten en regionale partners.
Voorts vragen de leden van de D66-fractie hoe de EU haar diplomatieke contacten met
regionale spelers, waaronder Turkije en de staten van de Gulf Cooperation Council,
inzet om stabilisatie en wederopbouw van Syrië te ondersteunen. In hoeverre verkent
de Minister daarbij de mogelijkheid om gebruik te maken van EU-instrumenten zoals
Delegated Cooperation, zodat Nederlandse organisaties een grotere rol kunnen spelen
bij de uitvoering van Europese programma’s in Syrië?
Tot slot vragen de leden naar de uitvoering van de motie-Van der Werf over steun aan
lokale overheden in Syrië (Kamerstuk 36 800 V, nr. 47). Welke concrete stappen ziet de Minister om lokale bestuursstructuren te ondersteunen,
en welke resultaten denkt de Minister daarmee te kunnen bereiken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en het
verslag van de ingelaste Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026. Zij hebben hiertoe
nog de volgende vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie benadrukken dat Poetin niet beloond mag worden voor zijn
agressieoorlog en steunen de onverminderde militaire, financiële en humanitaire steun
aan Oekraïne, zoals ook vastgelegd in budgettaire tabel van het regeerakkoord. Hoe
staat het in dit kader met de toegezegde financiële steun vanuit de EU (EU) voor Oekraïne?
Deze leden constateren dat de effectiviteit van het sanctieregime tegen Rusland ernstig
onder druk staat door de activiteiten van de zogenoemde schaduwvloot. Zij herinneren
de Minister aan de toezegging in de brief van 28 januari 2026 om wetgeving aan te
passen ter versterking van de Nederlandse handelingsopties op zee en vragen op welke
termijn de Kamer deze voorstellen precies tegemoet kan zien (Kamerstuk 36 124, nr. 57). Kan de Minister daarbij specifiek ingaan op de huidige juridische belemmeringen
voor handhaving in de exclusieve economische zone tegen schepen onder dubieuze vlaggen,
en is de Minister bereid om tijdens de aanstaande Raad te pleiten voor een EU-brede
zwarte lijst van schepen en rederijen die sancties omzeilen, inclusief het definitief
blokkeren van toegang tot alle EU-havens voor deze entiteiten? En wat kan de EU doen
aan handhaving op zee wanneer vrachten met gesanctioneerde goederen buiten de territoriale
wateren worden overgeladen op een ander schip?
De leden van de VVD-fractie zijn zeer bezorgd over de escalatie in het Midden-Oosten
sinds de gebeurtenissen van 28 februari 2026 en de destabiliserende rol van het Iraanse
regime in de regio. Zij vragen de Minister hoe hij de effectiviteit beoordeelt van
de huidige plaatsing van de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) op de EU-terreurlijst
en welke aanvullende stappen worden gezet om de financiële stromen van dit regime
binnen Europa volledig droog te leggen. In dat kader vragen deze leden ook welke mogelijkheden
de Minister ziet om, in navolging van de Amerikaanse koers, Europese secundaire sancties
op te leggen aan entiteiten die de as van het kwaad tussen Rusland, Iran en Noord-Korea
faciliteren, specifiek waar het gaat om de uitwisseling van raket- en dronetechnologie.
Wat verwacht de Minister van de Europese oproep tot naleving van het internationaal
recht? En gaat de solidariteit met het Iraanse volk, waarvan de Raad het belang onderstreept,
zich materialiseren in concrete steun en welke vorm krijgt die steun? Is dit iets
wat de Minister van plan is tijdens de aankomende Raad aan de orde te stellen? Ziet
de Minister kansen om via proactieve energiediplomatie nieuwe strategische partnerschappen
te sluiten die onze energiezekerheid versterken en onze afhankelijkheid van onbetrouwbare
routes en regimes structureel verkleinen?
De leden van de VVD-fractie verwelkomen de bespreking over het Zuidelijk Nabuurschap,
maar wijzen op de acute risico’s die de oorlog in Iran met zich meebrengt voor migratiestromen
vanuit de regio. Zij vragen de Minister in hoeverre hij bereid is om zich in te spannen
voor een nauwere koppeling tussen de inzet van EU-middelen en de concrete resultaten
die landen in deze regio boeken bij de terugname van uitgeprocedeerde asielzoekers
en het tegengaan van illegale migratie. Hoe beoordeelt de Minister de risico’s van
grootschalige nieuwe vluchtelingenstromen uit Iran en omliggende landen als gevolg
van de huidige militaire escalatie, en is hij bereid om tijdens de Raad te pleiten
voor een preventieve strategie gericht op effectieve opvang in de regio om een nieuwe
migratiecrisis aan de Europese buitengrenzen te voorkomen? Welke acties onderneemt
de Minister in EU-verband om de veiligheid van vitale energie-infrastructuur in het
Zuidelijk Nabuurschap te borgen?
De leden van de VVD-fractie kijken tot slot uit naar de presentatie van de Europese
veiligheidsstrategie en vragen wanneer de Minister de Kamer zal informeren over de
specifieke Nederlandse inzet hiervoor. Deze leden vragen de Minister om te borgen
dat deze strategie in de eerste plaats recht doet aan de ernst van de oorlog op het
Europese continent en een geloofwaardige afschrikking van de Russische agressie borgt,
waarbij de onmisbare trans-Atlantische relatie als hoeksteen van onze veiligheid wordt
gekoesterd. Voor deze leden is specifiek van belang dat de koers van de EU gericht
blijft op een integrale benadering waarbij diplomatieke, economische en militaire
instrumenten elkaar versterken om de strategische autonomie van Europa te vergroten
zonder de eenheid van de NAVO uit te hollen. Kan de Minister bevestigen dat de strategie
ook voorziet in het versterken van onze economische weerbaarheid en het beschermen
van onze kennispositie tegen ongewenste invloeden van buitenaf? Tevens vragen deze
leden hoe de Minister borgt dat de focus blijft liggen op concrete resultaten bij
het doorbreken van industriële knelpunten in de defensieproductie en dat de soevereine
zeggenschap over de inzet van de Nederlandse krijgsmacht het onvervreemdbare uitgangspunt
blijft bij elke vorm van versterkte Europese veiligheidssamenwerking.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026, het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken
van 23 februari 2026 en het verslag van de 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut van Rome inzake het
Internationaal Strafhof. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de CDA-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat tijdens de Raad opnieuw
zal worden gesproken over voortgezette steun aan Oekraïne, sancties en de aanpak van
de Russische schaduwvloot. Ook blijkt uit het verslag van de vorige Raad dat Nederland
heeft aangedrongen op spoedige aanname van het twintigste sanctiepakket en op intensivering
van bilaterale steun aan Oekraïne.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe Nederland zich in deze Raad concreet
zal inzetten om de blokkade op het twintigste sanctiepakket en de steunlening aan
Oekraïne te helpen doorbreken. Welke diplomatieke en politieke opties ziet de Minister
als lidstaten Europese besluitvorming blijven frustreren?
De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast welke aanvullende stappen Nederland in
Europees verband wil zetten tegen de Russische schaduwvloot. Wanneer kan de Kamer
de eerder aangekondigde aanpassing van wetgeving verwachten die de Nederlandse handelingsopties
moet versterken? Kan de Minister ook aangeven welke «goede voorbeelden» van andere
lidstaten Nederland bruikbaar acht voor betere handhaving op zee?
De leden van de CDA-fractie vragen verder hoe de Minister aankijkt tegen de discussie
over Europese veiligheidsgaranties voor Oekraïne en de mogelijkheid van versnelde
of gefaseerde EU-toetreding. Welke Nederlandse inzet kiest de Minister hier, mede
gezien signalen dat hierover in Brussel verdeeldheid bestaat?
Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie of de Minister deelt dat Europa, juist
nu de internationale steun onder druk staat, meer strategische verantwoordelijkheid
moet nemen voor de veiligheid van het continent. Hoe wordt die inzet meegenomen in
zowel deze Raad als in de voorbereiding van de Europese veiligheidsstrategie? Hierbij
is het voor deze leden van belang dat Europa in zijn veiligheid minder afhankelijk
wordt van wisselingen in de Amerikaanse koers.
Situatie in het Midden-Oosten
Uit de geannoteerde agenda blijkt dat in de Raad gesproken zal worden over additionele
maatregelen tegen Iran, de voortgang van het vredesplan voor Gaza, de situatie op
de Westelijke Jordaanoever en Syrië.
De leden van de CDA-fractie vragen ten aanzien van Iran welke additionele maatregelen
het kabinet in EU-verband wenselijk en haalbaar acht. Hoe beoordeelt de Minister de
effectiviteit van eventuele nieuwe sancties? En hoe wordt tegelijk voorkomen dat verdere
escalatie de veiligheid van burgers in de regio en van Europeanen ter plaatse extra
schaadt? In het verslag van de ingelaste Raad van 1 maart 2026 staat dat Nederland
specifiek aandacht vroeg voor de secundaire gevolgen van escalatie. Kan de Minister
toelichten welke gevolgen het daarbij voor ogen heeft en welke voorbereidingen daarop
worden getroffen?
De leden van de CDA-fractie vragen wat volgens de Minister de huidige stand van zaken
is rond de implementatie van het vredesplan voor Gaza en de zogeheten Board of Peace.
Welke concrete invloed heeft de EU op dit proces? Hoe wordt geborgd dat de Palestijnse
Autoriteit, bestaande EU-missies en regionale partners een serieuze rol krijgen in
governance, veiligheid, humanitaire hulp en wederopbouw?
Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie hoe de Minister aankijkt tegen de aanhoudende
belemmering van humanitaire hulp aan Gaza. Welke extra druk wil Nederland in EU-verband
organiseren om meer en veilige humanitaire toegang af te dwingen, inclusief voldoende
open grensovergangen?
De leden van de CDA-fractie maken zich ook ernstige zorgen over de situatie op de
Westelijke Jordaanoever. Uit het verslag van de Raad van 23 februari 2026 blijkt dat
Nederland samen met andere lidstaten zorgen heeft uitgesproken over uitbreiding van
Israëlische controle, schending van internationaal recht, de ondermijning van de tweestatenoplossing
en de ngo-registratiewetgeving. Ook blijkt dat sancties tegen gewelddadige kolonisten
nog steeds worden geblokkeerd.
De leden van de CDA-fractie vragen daarom welke inzet Nederland op dit punt kiest
in de komende Raad. Blijft de Minister aandringen op gerichte sancties tegen gewelddadige
kolonisten en tegen organisaties of bedrijven die betrokken zijn bij illegale nederzettingen?
Welke andere Europese maatregelen liggen op tafel als een formeel sanctiebesluit opnieuw
wordt geblokkeerd?
Ook vragen de leden van de CDA-fractie naar de stand van zaken rond de evaluatie van
artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord. In het verslag van 23 februari 2026
staat dat Nederland als een van de weinige lidstaten heeft aangegeven dat de situatie
in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever aanleiding kan geven om eerder voorgestelde
EU-maatregelen opnieuw te agenderen. Welke vervolgstappen zet Nederland hier nu concreet
op?
De leden van de CDA-fractie vragen ten aanzien van Syrië hoe Nederland zich inzet
voor bescherming van minderheden en onbelemmerde humanitaire toegang. Kan de Minister
ook toelichten hoe de rechten en veiligheid van Koerdische gemeenschappen in de Nederlandse
inzet worden meegenomen?
EU-Zuidelijk Nabuurschap
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister het positief vindt dat de Raad spreekt
over een geïntegreerde EU-aanpak voor het Zuidelijk Nabuurschap, gezien het belang
van de regio voor migratie, veiligheid, stabiliteit, handel en investeringen.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister wat de Nederlandse inzet precies is
bij dit agendapunt. Welke landen en thema’s krijgen voor Nederland prioriteit? Hoe
zorgt de Minister ervoor dat een geïntegreerde aanpak niet te smal wordt opgevat als
alleen migratiesamenwerking, maar ook inzet op economische ontwikkeling, rechtsstaat,
conflictpreventie en weerbaarheid tegen Russische en Chinese invloed?
De leden van de CDA-fractie vinden dat stabiliteit aan de zuidgrens van Europa vraagt
om een lange adem en om partnerschappen die wederkerig zijn. Investeren in ontwikkelingssamenwerking,
diplomatieke aanwezigheid en lokale weerbaarheid is ook in het eigen belang van Nederland,
juist om instabiliteit, ongecontroleerde migratie en geopolitieke invloed van rivalen
tegen te gaan. Kan de Minister aangeven hoe deze bredere benadering terugkomt in de
Nederlandse inzet voor het Zuidelijk Nabuurschap?
Informeel werkontbijt over een Europese veiligheidsstrategie
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad tijdens een informeel werkontbijt zal
spreken over een toekomstige Europese veiligheidsstrategie en dat de Commissie deze
voor de zomer wil presenteren.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister welke hoofdlijnen Nederland voor deze
strategie voor ogen heeft. Hoe wordt gezorgd dat dit een realiseerbare exercitie wordt,
met concrete verbeteringen voor investeringen, defensie-industrie, militaire mobiliteit,
weerbaarheid tegen hybride dreigingen en strategische autonomie?
De leden van de CDA-fractie vinden dat de Europese veiligheidsstrategie scherp moet
aansluiten bij de nieuwe werkelijkheid: een agressief Rusland, onzekerheid over de
Amerikaanse veiligheidsgarantie, instabiliteit in het Midden-Oosten en de Zuidelijke
buurlanden en toenemende hybride dreigingen. Wat is volgens de Minister de plaats
van Oekraïne, NAVO-samenwerking en Europese defensie-industrie in deze strategie?
Kan de Minister ook uiteenzetten hoe hij de Kamer tijdig zal betrekken bij de totstandkoming
van de Nederlandse inzet? De geannoteerde agenda stelt dat de Nederlandse inzet nog
wordt uitgewerkt en de Kamer daarover later zal worden geïnformeerd. Deze leden horen
graag wanneer dat gebeurt.
Verslag van de 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut van Rome inzake het
Internationaal Strafhof
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het verslag van de 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut van Rome. Deze leden
spreken hun grote waardering uit voor de inzet van Nederland als gastland van het
Internationaal Strafhof (ISH) en onderstrepen het grote belang van een sterk, onafhankelijk
en goed functionerend Hof. Juist in een tijd van oorlog en geopolitieke volatiliteit
moet de internationale rechtsorde overeind blijven.
De brief maakt duidelijk dat de jaarlijkse vergadering in belangrijke mate in het
teken stond van externe bedreigingen voor het Hof, waaronder aanhoudende cyberaanvallen,
Russische arrestatiebevelen tegen ambtsdragers van het ISH en sancties van de VS tegen
ambtsdragers van het Hof, een VN-Speciaal Rapporteur en betrokken ngo’s.
Kan de Minister toelichten in hoeverre de sancties van de VS op dit moment het effectief
functioneren van het Hof raken? Ziet de Minister risico’s voor de uitvoerbaarheid
van onderzoeken, de rechtsbijstand, de financiering of de internationale samenwerking?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Assembly of States Parties (ASP) unaniem
heeft besloten verdragspartijen aan te moedigen om de dialoog met niet-verdragspartijen
aan te gaan, primair gericht op de VS, met nadruk op eerbiediging van het internationaal
recht, het Statuut van Rome en de onafhankelijkheid van het Hof.
De leden van de CDA-fractie steunen dialoog binnen het uitgangspunt van onafhankelijkheid
van het Hof. Hoe kijkt de Minister aan tegen de reikwijdte van deze dialoog?
De leden van de CDA-fractie vragen ook welke rol Nederland als gastland voor zichzelf
ziet in dit proces. Is Nederland voornemens hierin een actieve rol te spelen binnen
het Bureau van de ASP? Zo ja, op welke manier?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie willen beginnen met het vestigen van de aandacht op de
oorlog in Iran. Deze leden zien onrechtmatige bombardementen voor geopolitieke en
economische redenen, zoals de toegang van de VS tot olie. Deze aanvallen van de VS
en Israël zijn een schending van het internationaal recht. Is de Minister daarom bereid
deze aanvallen te veroordelen? Kan de Minister aangeven dat Nederland geen steun zal
verlenen, politiek noch militair, aan verdere aanvallen op Iran? Hoe gaat de Minister
inzetten op een diplomatieke oplossing om tot vrede te komen? Deze leden ontvangen
berichten over de aanval op een meisjesschool in Iran waarbij 175 doden zijn gevallen
door een aanval van de VS en Israël. Is de Minister bekend met dit bericht? Hoe gaat
de Minister zich inzetten voor waarheidsvinding en het verzamelen van bewijzen, zodat
er geen straffeloosheid op deze aanval kan zijn, en welke rol speelt de Fact Finding
Mission in het documenteren van misdaden die niet alleen door het Iraanse regime worden
gepleegd, maar ook door aanvallen vanuit de VS en Israël op het Iraanse volk?
De leden van de SP-fractie hebben aanhoudende zorgen over de situatie van de Palestijnen.
De Israëlische regering blijft, in strijd met humanitair oorlogsrecht, humanitaire
hulp voor Gaza blokkeren. Sinds de aanval op Iran heeft Israël alle grensposten met
de Gazastrook weer gesloten, waarna het een aantal dagen duurde voordat deze weer
geopend werden. Vrachtwagens met belangrijke humanitaire hulp komen daardoor weer
moeilijk op gang en medische evacuaties werden geblokkeerd. Deelt de Minister dat
Israël hiermee het internationaal recht schendt en dat Nederland de verplichting heeft
dit te veroordelen? Gaat de Minister maatregelen nemen om de humanitaire grensovergang
structureel te openen en dat deze niet opnieuw gesloten kan worden, zoals is afgesproken
tijdens het staakt-het-vuren?
Tegelijkertijd zien de leden van de SP-fractie dat Israël de onrechtmatige oorlog
in Iran ook gebruikt om andere landen binnen te vallen, zoals Libanon. Israëlische
troepen trekken verder en verder het Libanese gebied in. Veroordeelt de Minister deze
aanvallen en wat gaat hij doen om druk uit te oefenen op het Israëlische regime om
de aanvallen op Libanon te stoppen?
De leden van de SP-fractie stellen dat er ondertussen nog steeds Palestijnse kinderen
zijn die acuut zorg nodig hebben omdat ze ernstig ziek of gewond zijn. Zij kunnen
niet in de regio worden behandeld. De Minister gaat in een brief van 30 januari 2026
in op de maatregelen die hij neemt om de capaciteit van de gezondheidszorg in de regio
te vergroten (Kamerstuk 23 432, nr. 629). Deze leden vinden dat positief en noodzakelijk. Het biedt echter geen oplossing
voor de kinderen die nu acuut zorg nodig hebben, omdat opschaling van capaciteit voor
hen te lang duurt en te laat komt. Het vorige kabinet heeft de afweging over medische
evacuaties van Palestijnse kinderen aan het nieuwe kabinet gelaten. Deze leden gaan
ervan uit dat het nieuwe kabinet wel bereid is tot het evacueren van deze kinderen,
voor wie geen medische hulp in de regio geboden kan worden. Kan de Minister aangeven
of dit inderdaad klopt en wanneer de medische evacuaties weer opgestart zullen worden?
De leden van de SP-fractie stellen dat Nederland militair bijdraagt aan de NAVO-missie
Artic Sentry. Ondanks dat de Minister aangeeft dat er geen verplichting is onder artikel
100 om het parlement te informeren over deze missie vinden deze leden het belangrijk
dat het parlement over deze missie goed en volledig wordt geïnformeerd. Bent u bereid
om een brief te sturen over de Nederlandse bijdrage aan de missie Artic Sentry met
daarin: een contextanalyse, gronden voor deelname, rechtsbasis, mandaat en doelstellingen,
voorziene Nederlandse bijdragen, operationele haalbaarheid, risico; zowel veiligheidsrisico’s
als risico op burgerslachtoffers, verdere informatievoorziening naar de Kamer, financiën,
monitoring, evaluatie en leren van inzet.
De leden van de SP-fractie stellen dat de situatie in Noordoost Syrië, ondanks de
verbetering van humanitaire toegang, nog steeds zorgelijk is. Meer dan 150.000 inwoners
zijn ontheemd, waarvan 91 procent vrouwen en kinderen. De UNFPA (United Nations Population
Fund) ziet een stijging van geweldrisico’s gebaseerd op gender en de gezondheidszorg
is ernstig verstoord. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat de situatie niet verergert?
Hoe worden humanitaire organisaties, zoals UNICEF, hierbij ondersteund door de Minister?
Tot slot vragen de leden van de SP-fractie opnieuw aandacht voor Soedan. In een artikel
van Follow the Money blijkt dat Nederland wapenvergunningen heeft verleend aan de
VAE (Verenigde Arabische Emiraten), ondanks de risico’s op grote mensenrechtenschendingen
in Jemen. Is de Minister bereid te stoppen met wapenexportvergunningen uit te geven
aan de VAE, gezien niet uitgesloten kan worden dat deze worden gebruikt in mensenrechtenschendingen
in Soedan? Zo nee, hoe verhoudt zich dat tot onze verplichtingen onder het internationaal
recht, onze wapenexportcriteria die dit risico niet toestaan en tot de aangenomen
moties van de Kamer?
Graag verzoeken we de Minister om alle vragen in deze inbreng per vraag te beantwoorden.
II Antwoord/Reactie van de Minister
III Volledige agenda
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 3 maart 2026 over de Geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 en verslag Raad Buitenlandse
Zaken van 1 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3355)
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 27 februari 2026 over het Verslag
Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3354)
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 10 februari 2026 over het Verslag
van de 24e zitting van de Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut van Rome inzake het
Internationaal Strafhof (Kamerstuk 28 498, nr. 59)
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.B. Coco Martin, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.