Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
36 915 XXIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE
A.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
1
B.
BEGROTINGSTOELICHTING
2
1
Leeswijzer
2
2
Beleid
2
2.1
Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
2
3
Beleidsartikelen
7
3.1
Beleidsartikel 31 Een doelmatige energievoorziening en
beperking van de klimaatverandering
7
4
Niet-beleidsartikelen
23
4.1
Artikel 70 Apparaat
23
4.2
Artikel 71 Nog onverdeeld
25
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 en 2
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van
artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld
en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar
2026 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie
van Klimaat en Groene Groei.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van
deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1 Leeswijzer
Opbouw 1e suppletoire begroting 2026
Deze 1e suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de begrotingsuitvoering
2026. Onderdeel B, de begrotingstoelichting, is als volgt opgebouwd:
1. Leeswijzer.
2. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties. De belangrijkste
verplichtingenmutaties zijn toegelicht in de artikelen.
3. De beleidsartikelen. Voor ieder beleidsartikel is de tabel «Budgettaire gevolgen van
beleid» opgenomen. Hierin zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven
en ontvangsten weergegeven.
In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook
de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid
van de 1e suppletoire begrotingen.
Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en
vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn
verwerkt.
4. De niet-beleidsartikelen. In de budgettaire tabellen zijn de begrotingsmutaties voor
de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten opgenomen.
Ondergrenzen toelichtingen
Voor het toelichten van de begrotingsmutaties zijn in deze eerste suppletoire begroting
de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.
Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen
Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)
Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)
< 50
1
2
=> 50 en < 200
2
4
=> 200 < 1.000
5
10
=> 1.000
10
20
In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden
deze ondergrenzen.
2 Beleid
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties
Tabel 2 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire
begroting) (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Uitgaven 2026
Uitgaven 2027
Uitgaven 2028
Uitgaven 2029
Uitgaven 2030
Uitgaven 2031
Stand vastgestelde begroting 20261
31
13.713.962
6.992.277
7.177.140
6.525.843
7.263.507
Mutaties coalitieakkoord
CA 61. Efficiencytaakstelling
31
– 1.101
– 2.181
– 2.900
– 3.840
– 3.393
CA 62. Vernieuwing rijksdienst/ slagvaardige overheid
31
– 3.449
– 8.664
– 7.656
CA 63. Subsidietaakstelling
31
– 80.177
– 80.177
– 80.177
– 80.177
– 58.110
CA 14. Indirecte kostencompensatie ETS
31
192.000
578.000
505.000
505.000
505.000
CA 18. Wind op zee TOWOZ 2GW
31
CA 18. Wind op Zee integrale Noordzeeopgave
31
4.050
65.800
64.550
80.380
45.380
99.890
Belangrijkste suppletoire mutaties
SDE++
31
497.100
Vulmaatregelen gasopslag
31
153.540
536.000
Schadeafhandeling mijnbouw Limburg
31
22.683
46.117
47.979
53.508
58.229
Lening EBN
31
8.000.000
Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen
31
– 256.837
– 368.401
– 65.914
– 24.201
44.508
Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden
31
– 746.344
Kasschuiven regulier
31
– 446.155
– 94.045
355.578
– 50.883
– 759
70.888
Kasschuiven klimaatfonds
31
– 818.284
– 104.645
380.332
– 57.320
– 210.735
810.652
Kasschuiven Nationaal Groeifonds
31
– 175.750
– 77.500
59.250
43.000
79.500
71.500
Eindejaarsmarge Nationaal Groeifonds
31
137.859
Loon- en prijsbijstelling
71
77.358
99.170
81.892
68.928
85.321
6.133
Overige mutaties
286.313
93.016
– 284.627
– 76.994
– 41.329
4.108.540
Stand 1e suppletoire begroting 2026
13.429.993
14.104.297
8.543.473
6.933.493
7.662.511
5.706.181
Toelichting Coalitieakkoord
CA 61 Efficiencytaakstelling
Een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd naar rato van de
apparaatsuitgaven per departement en uitvoering, met als doel de apparaatsuitgaven
structureel te verminderen.
CA 62 Vernieuwing rijksdienst en een slagvaardige overheid
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele
taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een
slagvaardige overheid. Deze loopt op tot structureel € 1 mld vanaf 2030. Deze taakstelling
wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling.
CA.63. Subsidietaakstelling
De subsidiebudgetten bij de departementen worden structureel verlaagd met € 189 mln.
Deze taakstelling wordt verdeeld naar rato van de subsidie-uitgaven per departement.
CA 14. Indirecte kostencompensatie ETS
Vanuit het coalitieakkoord worden middelen toegekend voor uitbreiding en verlenging
van de IKC ETS regeling t/m 2031.
CA 18. Windenergie op zee TOWOZ 2GW
In deze eerste suppletoire begroting wordt in 2027 een verplichtingenbudget van € 7,9
mld opgenomen voor het beschikken en vergunnen van 2 GW windenergie op zee middels
de regeling Tijdelijk Ondersteuningsmechanisme Windenergie op Zee (TOWOZ). In de kamerbrief
van januari 2026 (Kamerstuk II 2025/2026, 33 561, nr. 99) heeft het kabinet reeds de eerste GW aangekondigd, waarvoor nu het verplichtingenbudget
in het juiste jaar wordt geraamd. In lijn met de aangenomen motie Oosterhout c.s.
(Kamerstuk II 2025/2026, 36 800-XXIII, nr. 26) is het budget voor de tweede GW bij deze voorjaarsnota toegevoegd aan de KGG-begroting,
vanuit de hiervoor in het coalitieakkoord gereserveerde budget op de Aanvullende Post
bij het Ministerie van Financiën. Het verplichtingenbudget staat geraamd in 2027,
omdat verwacht wordt dat dan de beschikking wordt verleend door RVO waarmee de financiële
verplichting wordt aangegaan. De tender zal voor beide GW’s gelijktijdig in 2026 plaatsvinden.
Op korte termijn ontvangt de Kamer een kamerbrief over de tender van 2GW.
CA 18. Wind op Zee integrale Noordzeeopgave
Voor het uitvoeren van de Partiële Herziening wordt een deel van de beschikbaar gestelde
middelen overgeheveld naar de KGG-begroting. De partiële herziening betreft een strategische
aanpassing om extra ruimte op de Noordzee te creëren voor windenergie.
Overige belangrijke mutaties SDE++
De compensatiebetalingen (€ 497,1 mln) zijn als gevolg van de kolenmaatregelen in
2025 niet tot uitbetaling gekomen en in de reserve duurzame energie en klimaattransitie
gestort. Deze worden naar verwachting in 2026 uitbetaald en moeten hiermee ook onttrokken
worden uit de reserve.
Vulmaatregelen gasopslag
Voor de vultaak van EBN in het opslagjaar 2027–2028 wordt een subsidie verleend van
€ 536 mln waar tegenover een heffingsleveringszekerheid staat. Tevens wordt € 154
mln beschikbaar gesteld om een noodvoorraad gas aan te leggen.
Schadeafhandeling mijnbouw Limburg
Er komt aanvullend budget beschikbaar voor de uitvoering van het geplande herstel
van mijnbouwschade in Limburg. De verwachte behandeling van de schade loopt door tot
en met 2031.
Lening EBN
EBN ontvangt een lening voor de vultaak (2027–2028) van de gasopslagen. De lening
is bedoeld voor de aankoop van gas en voor de aanvullende zekerheidsstortingen wanneer
de gasprijs snel oploopt. De lening wordt in 2028 afgelost.
Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen
De kosten voor schade en versterken in Groningen worden (exclusief btw) doorbelast
aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die namens de Maatschap (NAM en beleidsdeelneming
EBN) verantwoordelijk is voor het betalen van de kosten voor schade en versterken.
In lijn met de economische verhoudingen binnen de Maatschap komt 40% van de kosten
voor rekening van EBN. Omdat het budget van EBN hiervoor niet toereikend is, wordt
zij hiervoor gecompenseerd. Op basis van de actualisatie van de ramingen voor schade
en versterken, wordt de bijdrage aan EBN bijgesteld naar cumulatief € 1,3 mld (tot
en met 2033).
Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden
De beschikbare middelen in 2027, € 746,3 mln, voor gemeenten en provincies om uitvoering
te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid worden in
deze eerste suppletoire begroting overgeheveld van de begroting van KGG naar het Gemeentefonds,
Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds.
Kasschuiven regulier
Voor een aantal posten zijn middelen naar achteren geschoven om de middelen in een
meer realistisch ritme te zetten. Grote kasschuiven naar achter hebben betrekking
op de DEI+ (€ 76 mln), Investeringen Waterstofbackbone (€ 117 mln) en Indirecte Kostencompensatie
ETS (€ 192 mln).
Kasschuiven Klimaatfonds
Voor een aantal posten zijn middelen naar achteren geschoven om de middelen in een
meer realistisch ritme te zetten. Grote kasschuiven naar achteren hebben betrekking
op Opschalingsinstrument Waterstof (€ 340 mln), IPCEI-Waterstof (€ 156 mln) en Indirecte
Kostencompensatie ETS (€ 126 mln).
Kasschuiven Nationaal Groeifonds
Voor een aantal posten zijn middelen naar achteren geschoven om de middelen in een
meer realistisch ritme te zetten. Grote kasschuiven naar achteren hebben betrekking
op Groenvermogen (€ 145 mln) en het project Biobased Circular (€ 28 mln).
Eindejaarsmarge Nationaal Groeifonds
Tijdens het voorjaar zijn de middelen die vorig jaar niet tot uitputting zijn gekomen
weer toegevoegd aan de begroting. Er is bij het Nationaal Groeifonds sprake van 100%
eindejaarmarge.
Loon- en prijsbijstelling
Bij Voorjaarsnota 2026 is de loon- en prijsbijstellingstranche 2026 overgeheveld naar
de departementale begroting. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging
van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten voor de overheidswerkgever.
De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen.
Een deel van de prijsbijstelling is ingehouden voor Rijksbrede problematiek (zoals
besloten bij MJN 2026). De resterende loon- en prijsbijstellingstranche 2026 zal bij
de eerstvolgende begrotingsronde verdeeld worden over de relevante loon- en prijsgevoelige
onderdelen.
Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026
Tabel 3 Overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire
begroting) (bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Ontvangsten 2026
Ontvangsten 2027
Ontvangsten 2028
Ontvangsten 2029
Ontvangsten 2030
Ontvangsten 2031
Stand vastgestelde begroting 20261
2.338.434
14.460.392
5.430.256
4.370.932
3.750.040
Mutaties coalitieakkoord
CA 72. Verwerking jaar uitstel ETS2
31
– 4.103.000
908.000
328.000
20.000
21.000
Belangrijkste suppletoire mutaties
Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie
31
497.100
ETS-ontvangsten
31
– 169.000
– 448.000
– 837.000
– 182.000
51.000
656.000
Heffing gasleveringszekerheid
31
– 222.390
– 222.390
201.182
187.262
708.352
Lening EBN vulmaatregel
31
8.000.000
Bijstelling raming CO2-heffing
31
32.000
– 76.000
– 100.000
– 135.000
84.000
– 20.000
Overige mutaties
75.448
3.469
5.258
5.009
1.221
3.115.567
Stand 1e suppletoire begroting 2026
2.773.982
9.614.471
13.184.124
4.588.123
4.093.523
4.480.919
X Noot
1
Incl. ISB's, NvW en amendementen
Toelichting Coalitieakkoord
CA 72. Verwerking jaar uitstel ETS2
De (Europese) Milieuraad van Klimaatministers heeft besloten om ETS2 met een jaar
uit te stellen waardoor ETS2 pas start in 2028. Hierdoor is er ook pas een jaar later
sprake van inkomsten uit ETS2. Deze inkomsten zaten al in het basispad voor 2027.
Dit leidt tot een lastenderving van ongeveer € 4,1 mld in 2027.
Overige belangrijke mutaties
Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie
De compensatiebetalingen van € 497,1 mln als gevolg van de kolenmaatregelen worden
naar verwachting in 2026 uitbetaald en moeten daarom onttrokken worden uit de reserve.
ETS-ontvangsten
De raming voor ETS-ontvangsten wordt per saldo tussen 2026 en 2031 naar beneden bijgesteld
met € 929 mln. Dit is onder andere het gevolg van het bijstellen van de aannames over
de werking van de Marktstabiliteitsreserve voor ETS1, wat leidt tot een aanpassing
in de hoeveelheid te veilen emissierechten voor Nederland. Daarnaast wordt op basis
van voortschrijdend inzicht de correctie voor financiering van het Social Climate
Fund bijgesteld. Dit leidt tot een significant derving van inkomsten voor ETS2.
Heffing gasleveringszekerheid
De subsidie die EBN ontvangt voor de vultaak 2027–2028 en (deels) de aanleg van de
noodvoorraad wordt gefinancierd met een opslag heffing op de transsporttarieven van
Gasuniegastransport in 2029 t/m 2031. EBN legt de noodvoorraad aan in de gasopslag
Piekgasinstallatie (PGI) Alkmaar. Met de gasopslag is een contract afgesloten waarna
de noodvoorraad wordt verkocht, de opbrengst hieruit is geraamd in 2031 en dekt het
overige deel van de subsidie. De verkoop betekent niet dat er na 2031 geen noodvoorraad
meer beschikbaar is, te zijner tijd wordt nut en noodzaak van voortzetting van een
noodvoorraad gewogen.
Lening EBN Vulmaatregel
EBN ontvangt een lening voor de vultaak (2027–2028) van de gasopslagen. De lening
is bedoeld voor de aankoop van gas en voor de aanvullende zekerheidsstortingen wanneer
de gasprijs snel oploopt. De lening wordt in 2028 afgelost.
Bijstelling raming CO2-heffing
De raming van de ontvangsten uit de CO2-heffing voor de Industrie en de AVI’s wordt bijgesteld op basis van actuele gegevens
over ETS prijzen (o.b.v. futures), uitstoot en dispensatierechten, inflatiecijfers
en een inschatting van de daling van de uitstoot richting 2030.
3 Beleidsartikelen
3.1 Beleidsartikel 31 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid art. 31 Een doelmatige energievoorziening
en beperking van de klimaatverandering (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x
€ 1.000)
Ontwerpbegroting 2026
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's
(2)
Vastgestelde begroting 2026
(3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting
(4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Verplichtingen
8.907.972
0
8.907.972
36.036.493
44.944.465
7.237.123
397.945
371.976
424.316
1.391.653
Uitgaven
13.713.962
0
13.713.962
– 331.542
13.382.420
7.076.120
1.329.034
371.108
361.827
5.704.139
Subsidies (regelingen)
5.083.412
0
5.083.412
– 734.224
4.349.188
– 23.883
1.625.273
387.138
336.663
5.089.470
Missiegedreven Onderzoek en Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)
74.901
0
74.901
3.950
78.851
5.200
5.875
4.050
2.475
14.825
Hernieuwbare Energietransitie (HER+)
0
0
0
13.131
13.131
5.067
931
0
0
0
Demonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+)
224.207
0
224.207
– 103.916
120.291
11.113
12.949
5.580
25.924
108.472
Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS)
1.933
0
1.933
– 55
1.878
0
0
0
0
0
Projecten Klimaat en Energieakkoord
9.436
0
9.436
– 7.107
2.329
– 1.061
– 941
– 1.089
– 1.389
641
SDE
340.000
0
340.000
7.437
347.437
73.091
61.157
36.771
1.594
67.877
SDE+
343.017
0
343.017
541.358
884.375
571.138
350.462
– 61.467
– 86.330
825.629
SDE++
968.974
0
968.974
– 357.184
611.790
– 719.800
– 465.803
– 55.481
4.559
2.066.551
Aardwarmte
12.828
0
12.828
– 328
12.500
0
0
0
0
0
ISDE-regeling
508.510
0
508.510
– 7.711
500.799
– 1.050
0
0
0
0
Carbon Capture Storage (CCS)
4.084
0
4.084
6.000
10.084
6.000
6.000
6.000
6.000
4.228
Hoge Flux Reactor
6.899
0
6.899
0
6.899
0
0
0
0
4.697
Caribisch Nederland
8.342
4.400
12.742
0
8.342
1.850
0
0
0
4.144
Overige subsidies
23.236
0
23.236
– 11.653
11.583
2.931
4.607
645
– 650
0
Opschalingsinstrument waterstof
468.712
0
468.712
– 322.295
146.417
32.627
353.835
– 45.537
– 391.322
816.287
Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)
4.719
0
4.719
1.525
6.244
0
– 1.525
0
0
18.432
IPCEI-waterstof
243.957
0
243.957
– 135.639
108.318
– 146.701
– 253.654
– 23.356
180.893
0
Vulmaatregelen gasopslag
151.500
0
151.500
153.540
305.040
0
536.000
0
0
36.500
MIEK
4.634
0
4.634
– 875
3.759
1.534
1.195
935
0
0
Schadeafhandeling mijnbouw Limburg
26.614
0
26.614
– 26.614
0
– 1.954
– 1.954
– 1.954
– 1.954
1.000
Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)
57.602
0
57.602
– 40.566
17.036
0
40.000
0
0
0
NGF-project NieuweWarmteNu!
42.130
0
42.130
10.958
53.088
0
0
0
0
0
Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023
10.000
0
10.000
– 650
9.350
0
0
0
0
0
Tegemoetkoming blokaansluiting
1.500
0
1.500
241
1.741
0
0
0
0
0
Investeringen waterstofbackbone
117.461
0
117.461
– 117.461
0
0
117.461
0
0
0
NGF – project
Circulaire Zonnepanelen
21.429
0
21.429
7.254
28.683
0
0
0
0
0
Geothermie (Klimaatfonds)
84.499
0
84.499
– 51.793
32.706
51.243
0
0
0
0
Subsidieregeling flexibiliteit
31.966
0
31.966
– 2.112
29.854
0
0
0
0
0
Energiecoöperaties en burgerbetrokkenheid energietransitie
5.230
0
5.230
– 1.250
3.980
– 1.250
0
0
0
0
Subsidieproject Djewels
26.522
0
26.522
– 26.522
0
20.893
5.629
0
0
0
Opslag waterstof
38.689
0
38.689
– 37.000
1.689
0
37.000
0
0
0
Efficiëntere
benutting elektriciteitsnetten
24.801
0
24.801
– 20.368
4.433
13.466
2.467
– 2.265
– 4.704
0
Realisatie Zon op Zee
7.073
0
7.073
– 1.600
5.473
– 1.400
– 1.146
0
0
0
Verduurzaming industrie
281.491
0
281.491
– 51.073
230.418
11.021
14.907
8.433
– 8.250
0
Infrastructuur duurzame industrie (PIDI)
0
0
0
1.484
1.484
3.000
3.000
0
0
0
NGF – project Groenvermogen van de Nederlandse economie
123.703
0
123.703
– 44.694
79.009
– 90.050
44.950
64.950
64.950
60.000
Indirecte kostencompensatie ETS
126.662
0
126.662
– 126.662
0
119.151
777.088
505.000
505.000
505.000
Investeringen Verduurzaming Industrie – Klimaatfonds
183.608
0
183.608
– 3.546
180.062
0
0
0
0
25.270
NGF – project Circulaire Plastics
21.213
0
21.213
1.341
22.554
– 50
6.200
– 26.050
11.450
11.500
NGF – project Biobased Circular
49.900
0
49.900
– 16.398
33.502
12.450
7.950
3.950
2.950
0
Stikstofaanpak piekbelasters industrie
29.660
0
29.660
– 3.699
25.961
482
17.148
4.069
0
0
Stimuleringsprogramma koolstofverwijdering klimaatfonds
3.500
0
3.500
– 688
2.812
0
0
0
0
7.950
Social Climate Fund
4.500
0
4.500
0
4.500
0
0
0
0
0
Flankerend beleid WOZ
99.778
0
99.778
– 45.299
54.479
2.768
– 24.547
– 23.845
– 49.232
10.624
Structurele kosten WOZ
7.363
0
7.363
5.905
13.268
11.702
– 10.546
– 28.325
59.328
113.760
Flankerend beleid SDE+
59.229
– 4.400
54.829
26.410
85.639
– 24.294
– 26.422
11.124
11.371
9.060
Subsidiëring TenneT Net op Zee
181.000
0
181.000
0
181.000
0
0
0
0
181.000
Subsidies WarmtelinQ
16.400
0
16.400
0
16.400
0
0
0
0
16.000
Tijdelijk ondersteuningsmechanisme Windenergie Op Zee
0
0
0
0
0
0
0
0
0
180.023
Subsidie Nationale Deelneming Warmte
0
0
0
5.000
5.000
7.000
5.000
5.000
4.000
0
Energiebesparing MKB
0
0
0
45.000
45.000
0
0
0
0
0
Leningen
7.770.488
0
7.770.488
42.593
7.813.081
8.049.393
– 604
0
0
0
Lening EBN
7.751.000
0
7.751.000
0
7.751.000
8.000.000
0
0
0
0
Lening InvestNL
907
0
907
– 907
0
– 907
– 604
0
0
0
Verduurzaming industrie
18.581
0
18.581
0
18.581
0
0
0
0
0
Lening NEO NL
0
0
0
43.500
43.500
50.300
0
0
0
0
(Schade)vergoeding
0
0
0
10939
10939
32083
46517
48379
53908
58629
Planschade rijksenergieprojecten
0
0
0
262
262
400
400
400
400
400
Mijnbouwschadeafhandeling Limburg
0
0
0
10.677
10.677
22.683
46.117
47.979
53.508
58.229
Verliesverrekening Mijnbouwwet
0
0
0
0
0
9.000
0
0
0
0
Opdrachten
175.997
0
175.997
– 57.859
118.138
– 1.002
38.831
3.055
2.662
24.571
Onderzoek mijnbouwbodembeweging
9.224
0
9.224
– 687
8.537
466
450
0
0
1.344
SodM onderzoek
2.565
0
2.565
– 256
2.309
– 98
– 100
– 101
0
2.566
Uitvoeringsagenda klimaat
146
0
146
500
646
150
0
0
0
0
Klimaat mondiaal
1.972
0
1.972
529
2.501
– 1.062
973
25
25
251
Onderzoek en opdrachten
22.726
0
22.726
344
23.070
4.613
22.050
2.511
2.023
11.905
Programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER)
20.935
0
20.935
825
21.760
– 275
– 275
– 275
0
0
Projecten Kernenergie
98.133
0
98.133
– 50.310
47.823
– 1.777
13.650
– 1.900
– 2.175
2.125
Stikstofaanpak piekbelasters industrie
2.875
0
2.875
0
2.875
0
0
0
0
0
Verduurzaming industrie
5.518
0
5.518
– 3.011
2.507
0
0
0
0
0
Werkbudgetten
3.439
0
3.439
746
4.185
3.798
2.063
2.775
2.775
0
CSIRT – DSP
6.539
0
6.539
– 6.539
0
– 6.817
20
20
14
4.774
Energie-efficiency
1.925
0
1.925
0
1.925
0
0
0
0
1.606
Vermogensverschaffing/ -onttrekking
0
0
0
66.000
66.000
– 216.837
– 368.401
– 65.914
– 24.201
212.524
Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen
0
0
0
0
0
– 256.837
– 368.401
– 65.914
– 24.201
212.524
Kapitaalstorting Nationale Deelneming Warmte
0
0
0
21.000
21.000
40.000
0
0
0
0
Kapitaalstorting NEO NL
0
0
0
45.000
45.000
0
0
0
0
0
Bijdrage aan agentschappen
161.350
0
161.350
85.546
246.896
– 1.930
– 1.290
– 5.417
– 11.389
125.315
Bijdrage RVO.nl
109.985
0
109.985
89.177
199.162
– 537
– 1.071
– 5.041
– 10.766
84.746
Bijdrage RDI
16.399
0
16.399
0
16.399
155
68
52
– 13
8.646
Bijdrage NEa
25.864
0
25.864
– 5.992
19.872
– 136
– 275
– 411
– 552
25.198
Bijdrage KNMI
5.161
0
5.161
1.084
6.245
63
44
65
51
2.319
Bijdrage NVWA
1.058
0
1.058
0
1.058
– 6
– 12
– 17
– 23
1.035
Bijdrage RIVM
230
0
230
– 169
61
– 18
– 34
– 51
– 67
1.847
Bijdrage RWS
2.653
0
2.653
1.446
4.099
– 1.451
– 10
– 14
– 19
1.524
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
167.155
0
167.155
– 15.932
151.223
– 17.069
– 17.330
– 1.371
– 1.554
148.911
Doorsluis COVA-heffing
111.000
0
111.000
– 5.168
105.832
0
0
0
0
111.000
TNO kerndepartement
52.811
0
52.811
– 11.148
41.663
– 17.054
– 17.300
– 1.327
– 1.496
34.669
TNO SodM
2.244
0
2.244
0
2.244
– 10
– 20
– 29
– 39
2.161
TNO publieke SDRA
1.100
0
1.100
384
1.484
– 5
– 10
– 15
– 19
1.081
Bijdrage aan medeoverheden
151.646
0
151.646
– 2.917
148.729
– 720.349
6.195
5.395
5.895
34.239
Uitkoopregeling
0
0
0
600
600
600
800
0
0
0
Regeling toezicht energiebesparingsplicht
11.313
0
11.313
– 242
11.071
0
0
0
0
14.489
Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden
140.333
0
140.333
– 3.275
137.058
– 720.949
5.395
5.395
5.895
19.750
Bijdrage aan
(inter-)nationale organisaties
29.414
0
29.414
– 19.121
10.293
– 24.286
– 157
– 157
– 157
10.480
Nuclear Research Group
8.596
0
8.596
0
8.596
0
0
0
0
8.637
Internationale contributies
1.682
0
1.682
15
1.697
– 154
– 25
– 25
– 25
1.843
PBL Rekenmeesterfunctie
136
0
136
– 136
0
– 132
– 132
– 132
– 132
0
Verrekening Mijnbouwwet
19.000
0
19.000
– 19.000
0
– 24.000
0
0
0
0
Storting/
onttrekking begrotingsreserve
174.500
0
174.500
293.433
467.933
0
0
0
0
0
Storting in reserve duurzame energie en klimaattransitie
0
0
0
293.433
293.433
0
0
0
0
0
Storting in begrotingsreserve Garantieregeling Warmtenetten
174.500
0
174.500
0
174.500
0
0
0
0
0
Ontvangsten
2.338.434
0
2.338.434
435.548
2.773.982
–
4.845.921
7.753.868
217.191
343.483
4.480.919
Ontvangsten COVA
111.000
0
111.000
– 5.168
105.832
0
0
0
0
111.000
Ontvangsten zoutwinning
2.511
0
2.511
0
2.511
0
0
0
0
2.511
Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie
1.069.602
0
1.069.602
497.100
1.566.702
0
0
0
0
4.186
ETS-ontvangsten
1.120.000
0
1.120.000
– 169.000
951.000
–
4.551.000
71.000
146.000
71.000
3.327.000
Diverse ontvangsten
18.636
0
18.636
22.766
41.402
3.469
3.258
6.009
2.221
23.185
Heffing gasleveringszekerheid
0
0
0
0
0
– 222.390
– 222.390
201.182
187.262
744.852
Lening EBN Vulmaatregel
0
0
0
0
0
0
8.000.000
0
0
0
Opbrengsten tenders Wind op Zee
1.085
0
1.085
0
1.085
0
0
0
0
1.085
Ontvangsten verduurzaming industrie
12.000
0
12.000
32.000
44.000
– 76.000
– 100.000
– 135.000
84.000
240.000
Dividenduitkering EBN
0
0
0
37.524
37.524
0
0
0
0
0
Dividenduitkering GasTerra
3.600
0
3.600
0
3.600
0
0
0
0
0
Ontvangsten Mijnbouwwet
0
0
0
19.000
19.000
0
2.000
– 1.000
– 1.000
26.000
Ontvangsten NAM publieke SDRA
0
0
0
1.100
1.100
0
0
0
0
1.100
Ontvangsten klimaat en energie
0
0
0
226
226
0
0
0
0
0
Tabel 5 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting 2026 (1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Verplichtingen
8.907.972
0
8.907.972
36.036.493
44.944.465
7.237.123
397.945
371.976
424.316
1.391.653
waarvan garantieverplichtingen
waarvan overige verplichtingen
8.907.972
0
8.907.972
36.036.493
44.944.465
7.237.123
397.945
371.976
424.316
1.391.653
Budgetflexibiliteit
Tabel 6 Geschatte budgetflexibiliteit
2026
juridisch verplicht
96%
bestuurlijk gebonden
1%
beleidsmatig gereserveerd
3%
nog niet ingevuld/vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het voor 2026 beschikbare budget is 96% juridisch verplicht. Bij de berekening
van dit percentage worden enkele veronderstellingen toegepast. Namelijk dat alle middelen
toegekend uit het Klimaatfonds juridisch verplicht zijn en dat dit ook voor NGF-projecten
geldt.
– Subsidies (regelingen): dit zijn met name de langjarige verplichtingen die voor de subsidieregelingen SDE,
SDE+, SDE++, HER+, ISDE, MOOI/TSE en DEI+ zijn aangegaan en die in 2026 uitbetaald
dienen te worden. Daarnaast is ook aan TenneT een langjarige subsidie toegezegd voor
de aanleg van het net op zee en zijn de kolenmaatregelen juridisch verplicht. Voor
het waterstofbackbone project is in 2023 een omvangrijke subsidieverplichting naar
de Gasunie aangegaan die onder andere in 2026 tot een aanzienlijke kasbetaling zal
leiden. Ook de diverse subsidies gericht op de verduurzaming van de industrie (maatwerkafspraken,
VEKI, NIKI) zijn deels al juridisch verplicht, als ook diverse NGF-subsidieregelingen
(Groenvermogen, Circulaire Plastics, Biobased Circular, NieuweWarmteNu!). Verder zijn
de openstellingen van de IPCEI-waterstofprojecten (golf 2, 3 en 4) en de doorwerking
van de vulmaatregelen gasopslagen naar 2026 juridisch verplicht. Tot slot zijn enkele
van omvang kleinere subsidies ook van budget voorzien uit het Klimaatfonds, waarmee
ze juridisch verplicht zijn.
– Leningen: het voor leningen beschikbare budget (met name aan de € 7.751 mln voor de lening aan
EBN ten behoeve van de vultaak) is voor 100% juridisch verplicht.
– (Schade)vergoedingen: het budget voor schadevergoedingen is 100% juridisch verplicht (met name voor de regeling
schadeafhandeling Limburg).
– Opdrachten: dit zijn met name de Klimaatfondsbudgetten. Ook zijn enkele middelen in het kader
van onderzoek naar de diepe ondergrond juridisch verplicht.
– Bijdragen aan agentschappen: de meeste opdrachten aan de agentschappen worden voorafgaand aan het begrotingsjaar
verstrekt en zijn daarmee grotendeels juridisch verplicht.
– Bijdragen aan ZBO's/RWT's: hier speelt vooral de doorsluis van de COVA-heffing aan de Stichting COVA voor het
aanhouden van strategische olievoorraden. Omdat dit een wettelijke taak is, is dit
voor 100% juridisch verplicht. Ook de diverse opdrachten aan TNO zijn 100% juridisch
verplicht.
– Bijdragen aan medeoverheden: in 2024 zijn verplichtingen aangegaan voor gebiedsinvesteringen in de regio's waar
sprake is van aanlanding van netten op zee, die spelen hierin een grote rol.
– Bijdragen aan (inter)nationale organisaties: dit vooral omdat de bijdrage aan NRG voor 2026 juridisch verplicht is.
Bestuurlijk gebonden
Het percentage bestuurlijk gebonden (1%) wordt grotendeels verklaard door middelen
gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden en het NGF-subsidie Circulaire
zonnepanelen.
Beleidsmatig gereserveerd
Het budget aan middelen dat nog resteert (3%) is beleidsmatig gereserveerd wat met
name wordt verklaard door de meevaller van de SDE++ welke conform de gebruikelijke
systematiek voor SDE-meevallers wordt gestort in de begrotingsreserve SDE.
Toelichting Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor 2026 is opgehoogd met ca. € 39,9 mld. Een groot deel
van deze toename betreft de toevoeging van het verplichtingenbudget aan de begroting
om EBN voor het gasjaar 2027–2028 een vultaak te geven. Voor de lening van EBN is
€ 22,3 mld nodig en voor een subsidie aan EBN waar tegenover heffingsleveringszekerheid
staat is € 1,0 mld nodig. Er is een verschil tussen het verplichtingbudget en het
kasbudget wat is vrijgemaakt voor de lening aan EBN. Dit komt omdat er voor het kasbudget
uit wordt gegaan van een realistische, maar conservatieve, inschatting van de gasprijs.
Het verplichtingenbudget is op basis van een meer extreem scenario. Daarnaast is er
ook € 154 mln verplichtingenbudget beschikbaar gesteld voor het aanleggen van een
noodvoorraad.
Om verplichtingen aan te kunnen gaan voor de 2025-openstelling van de SDE en de 2026
openstelling is er additioneel € 10,9 mld verplichtingenbudget opgehoogd. In 2025
zijn niet alle verplichtingen aangegaan voor de openstelling van dat jaar, dit gaat
om ongeveer € 8 mld. Daarnaast is er onvoldoende verplichtingenbudget om de 2026-ronde
te kunnen verplichten Hierdoor is circa € 3 mld aan extra verplichtingenbudget nodig.
Het verplichtingenbudget is daarnaast opgehoogd, omdat niet al het budget in 2025
tot besteding is gekomen. Dit geldt onder meer voor maatregelen die gefinancierd worden
uit het Nationaal Groeifonds, maar ook voor een aantal Klimaatfonds maatregelen. Zo
is er voor de NGF-maatregelen NieuweWarmteNu, Circulaire Zonnepanelen, Groenvermogen
van de Nederlandse economie, Circulair Plastics en Biobased Circulair € 418,8 mln
verplichtingenbudget opgevraagd. Conform de NGF-begrotingsafspraken worden middelen
die vorig jaar niet tot uitputting zijn gekomen weer toegevoegd aan de begroting.
Er is bij het Nationaal Groeifonds sprake van 100% eindejaarsmarge.
Een ander voorbeeld is de Subsidieregeling Opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie
via elektrolyse (OWE2-regeling) uit het Klimaatfonds. Hiervoor is € 300,9 mln verplichtingenruimte
opgevraagd om zo voldoende verplichtingenbudget beschikbaar te hebben voor een nieuwe
openstellingsronde van deze regeling (OWE3).
Ook voor intensiveringsmiddelen DEI+ (€ 44 mln), Maatwerkafspraak industrie (€ 46
mln) en VEKI regeling (€ 138,6 mln) is verplichtingenbudget toegevoegd. De verplichtingen
zijn in 2025 niet aangegaan en worden in 2026 opgevraagd zodat alsnog beschikt kan
worden op de verschillende regelingen zoals voorzien bij publicatie en openstelling.
Het verplichtingenbudget voor WarmtelinQ is met € 622 mln opgehoogd. In 2025 is vanwege
vertraging deze verplichting namelijk niet aangegaan, in 2026 is de verwachting dat
dit alsnog zal gebeuren.
Uitgaven
Het uitgavenbudget van de KGG-begroting wordt in 2026 verlaagd en in elk jaar van
2027 t/m 2031 significant verhoogd. Deze ophoging wordt onder andere veroorzaakt door
de mutaties, groter dan € 10 mln, die hieronder worden toegelicht. Het overgrote deel
van de ophoging van het budget in 2031 wordt hieronder niet toegelicht omdat dit de
extrapolatie van de begroting betreft.
Subsidies
DEI+
Er wordt in deze eerste suppletoire begroting op het DEI+ instrument, € 105,7 mln,
naar latere jaren geschoven. Dit heeft verschillende redenen. Allereerst wordt de
DEI+ dit jaar voor € 134 mln opengesteld, maar de betalingen worden in latere jaren
verwacht. Daarnaast wordt er voor vergassing vanuit 2026 € 19,8 mln naar 2031 geschoven
omdat er in 2026 minder middelen benodigd zijn dan eerder was begroot. De middelen
worden naar 2031 geschoven omdat er wordt verwacht dat later in de tijd deze middelen
wel nodig zullen zijn. De verwachting is dat meer projecten subsidie kunnen aanvragen
in de toekomst wanneer de bijmengverplichting groen gas van start gaat per 1 januari
2027. Hiermee komt een grotere zekerheid tot afname voor vergassingspartijen wat de
businesscase op het gebied van inkomstenhoogte en inkomstenzekerheid vergroot.
Ten slotte schuift de opening van en de beschikking op de intensiveringsmiddelen voor
de DEI (XL) een jaar op, waardoor ook het kasritme voor verwachtte uitfinanciering
moet worden aangepast.
SDE, (+) en (++)
Tijdelijk wordt de korting door de subsidietaakstelling geboekt op het SDE-budget.
De korting loopt namelijk over alle budgetten en niet alle budgetten hebben in 2031
beschikbaar budget. Om negatieve standen te voorkomen wordt de volledige taakstelling
voor nu op de SDE++ geboekt. Besluitvorming over herverdeling dient na de eerste suppletoire
begroting nog plaats te vinden.
Daarnaast zijn de compensatiebetalingen (€ 497,1 mln) als gevolg van de kolenmaatregelen
in 2025 niet tot uitbetaling gekomen en in de reserve duurzame energie en klimaattransitie
gestort. Deze worden naar verwachting in 2026 uitbetaald en moeten daarom ook onttrokken
worden uit de reserve.
In 2026 wordt naar verwachting € 293,4 mln niet uitgegeven voor de SDE++. Door de
jaarlijkse ramingsbijstelling op basis van de nieuwe KEV cijfers vallen de geraamde
betalingen op de SDE++ lager uit, waardoor er een meevaller ontstaat. Ook is er op
basis van nieuwe uitvoeringsinformatie van RVO, waarbij meerdere grote CCS projecten
hun beschikking hebben teruggegeven, meer ruimte in de beschikbare middelen ontstaan.
In 2026 wordt naar verwachting € 293,4 mln niet uitgegeven voor de SDE++. Deze onderuitputting
wordt conform reguliere systematiek in de begrotingsreserve duurzame energie gestort.
Opschalinginstrument Waterstof
Dit betreft o.a. de benodigde kasschuif van eerder toegekende klimaatfondsmiddelen
voor uitvoering project Hystock. Naar verwachting zal dit bedrag in 2026 beschikt
worden aan de Gasunie voor het nemen van een finale investeringsbeslissing en het
opvangen van een deel van de risico's. Een eerste bevoorschotting in kas is pas nodig
in 2028, wanneer het eerste risico zich naar verwachting voor zal doen.
Daarnaast zijn kasschuiven voor de diverse waterstof dossiers verwerkt om de bedragen
in een juist kasritme te zetten.
IPCEI waterstof
Middels deze mutatie worden de middelen voor diverse waterstofdossiers in een juist
ritme gezet. Dit is gedaan op basis van nieuwe ramingen van RVO.
Vulmaatregelen Gasopslag
Voor de vultaak van EBN in het opslagjaar 2027–2028 wordt een subsidie verleend van
€ 536 mln. De vultaak wordt gedekt door de heffing gasleveringszekerheid. Tevens wordt
€ 154 mln beschikbaar gesteld voor de noodvoorraad gas.
Schadeafhandeling mijnbouw Limburg
In 2026 zijn er middelen beschikbaar gesteld voor de schadeafhandeling mijnbouw in
Limburg. Dit budget wordt met de eerste suppletoire begroting 2026 beschikbaar gesteld
aan RVO. RVO ontfermt zich voor de eerste twee jaar over de uitvoering van de schadeafhandeling.
Daarnaast is er € 2 mln beschikbaar gesteld voor een pakket aan technische maatregelen
die zorgen voor een veilige leefomgeving in het kader van na-ijlende effecten van
steenkoolwinning in Zuid-Limburg.
Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)
Vanwege vertraging in de uitrol van collectieve warmtenetten, onder andere veroorzaakt
door onzekerheid rondom de nieuwe wet collectieve warmte (WcW), is het beschikbare
kasbudget in 2026 te hoog. Vanwege de inwerkingtreding van de WcW in 2027 en het beschikbare
kasbudget in desbetreffend jaar is nu de nieuwe inschatting dat de aanvragen voor
de WIS vanaf 2027 voldoende op gang gaan komen. Daarom wordt het kasritme hierop aangepast
en een deel van het kasbudget van 2026 naar 2028 geschoven (€ 40 mln).
Investeringen waterstofbackbone
Er is vertraging op de uitrol van het waterstoftransportnet waardoor GasUnie voorlopig
voldoende kasvoorschotten heeft ontvangen voor de uitvoering. Het kasritme van de
bevoorschotting in de oorspronkelijke beschikking dient te worden aangepast aan de
nieuwe begroting en het nieuwe uitrolplan. Hierdoor wordt € 117,5 mln van 2026 naar
2028 geschoven.
Geothermie
Voor het programma Hoge Temperatuur Geothermie wordt € 51,2 mln doorgeschoven van
2026 naar 2027. Een deel van de middelen wordt gebruikt voor onderzoek naar ultradiepe
geothermie. Fase 1 van het onderzoek is momenteel van start gegaan. De eerste onderzoeken
worden door externe partijen uitgevoerd en met offertes/aanbestedingen geregeld. Onlangs
is de tijdlijn hiervoor verschoven. Fase 2 van het onderzoek valt daarom in 2027.
Daarnaast is de tijdlijn van het vergunningstraject voor Renkum papierfabriek niet
gelijk met de eerdere raming waardoor middelen dit jaar niet meer tot besteding gaan
komen.
Subsidieproject Djewels
Er heeft een kasschuif plaatsgevonden van 2026 naar 2027 en 2028 om de bedragen in
het juiste kasritme te zetten. Dit is gedaan om het budget in lijn te brengen met
de prognoses van RVO.
Opslag waterstof
Dit betreft de benodigde kasschuif van eerder toegekende middelen voor uitvoering
project Hystock. Naar verwachting zal dit bedrag in 2026 beschikt worden aan de Gasunie
voor het nemen van een finale investeringsbeslissing en het opvangen van een deel
van de risico's. Een eerste bevoorschotting in kas is pas nodig in 2028, wanneer het
eerste risico zich naar verwachting voor zal doen.
Efficiëntere benutting elektriciteitsnetten
Er worden plannen uitgewerkt voor een subsidieregeling in het kader van netcongestie/energyhubs.
Hierdoor worden de beschikbare middelen tussen de jaren op de begroting geschoven
voor het realiseren van deze regeling en overeen te laten komen met de uitwerking
van beleid.
Daarnaast ontvangen provincies middelen voor inzet rondom het stimuleren van energyhubs.
Middelen worden door KGG verstrekt in het kader van het Stimuleringsprogramma Energyhubs.
Voor 2024 en 2025 ging dit via de CDOKE-regeling. Voor 2026 is er € 10,5 mln toegevoegd
aan het Provinciefonds.
Verduurzaming Industrie
Dit betreft de benodigde kasschuif voor een maatwerkafspraak, waarbij de middelen
van 2026 naar latere jaren worden geschoven. Hierdoor sluit het kasritme aan op de
investeringsbehoefte en het ingediende projectplan.
NGF-project Groenvermogen
Voor het NGF-project Groenvermogen van de Nederlandse economie zijn middelen opgevraagd
die in 2025 niet tot uitputting zijn gekomen. Daarnaast wordt er door een nieuwe raming
van de geplande uitgaven middelen van 2026 naar latere jaren geschoven.
Indirecte kostencompensatie ETS
Er zijn vanuit het coalitieakkoord middelen toegekend voor uitbreiding en verlenging
van de IKC ETS regeling t/m 2031.
Door de verwachtte forse uitbreiding van de regeling en de late openstelling in het
jaar verwacht RVO niet voor het eind van dit jaar te kunnen beschikken. Betaling zal
naar verwachting pas begin 2027 kunnen plaatsvinden, daarom zijn de middelen een jaar
verschoven.
Flankerend beleid WOZ
Vanuit het coalitieakkoord zijn middelen toegekend voor Partiële Herziening, een aanpassing
om extra ruimte op de Noordzee te creëren voor windenergie. Dit is onderdeel van het
vrijgemaakte geld door de coalitie voor het behalen van 40GW via Windenergie op Zee.
Daarnaast is er in 2025 een herijking gedaan van het budget voor inpassing van Windenergie
op Zee. Om budget en planning bij elkaar aan te laten sluiten zijn beschikbare middelen
naar latere jaren geschoven.
Structurele kosten WOZ
In 2025 is een actualisatie gedaan van planning van de WoZ-uitgaven en de kosten voor
inpassing. Deze actualisatie van de raming leidt tot een aantal kasschuiven.
Flankerend beleid SDE+
De resterende 34 mln voor Sint-Maarten wordt opgevraagd ten behoeve van het bevorderen
van de energietransitie. Daarnaast worden middelen voor de uitgaven aan het flankerende
beleid voor de SDE geschoven in een ritme dat meer overeenkomt met de verwachte uitgaven.
Tevens worden overtollige middelen, beschikbaar voor flankerend beleid SDE, overgeheveld
naar de SDE++ ter aanvulling van de prijs-risicobuffer.
Leningen
Lening EBN
EBN ontvangt een lening voor de vultaak (2027–2028) van de gasopslagen. De lening
is bedoeld voor de aankoop van gas en voor de aanvullende zekerheidsstortingen wanneer
de gasprijs snel oploopt. De lening wordt in 2028 afgelost.
(Schade) vergoeding
Verliesverrekening Mijnbouwwet
De raming voor verrekening Mijnbouwwet was geraamd onder categorie Bijdrage aan organisaties.
Uiteindelijk blijkt deze raming onder de categorie (Schade)vergoeding te vallen. Met
de overboeking naar categorie (Schade)vergoeding staat deze reeks onder de juiste
categorie.
Er heeft een bijstelling op de ontvangstenraming Mijnbouwwet plaatsgevonden. Sinds
de raming Voorjaarsnota 2025 is een vorm van verliesverrekening geraamd. Exploitanten
kunnen tot 3 jaar terug verliezen verrekenen met eerder afgedragen winstaandelen.
De raming van de ontvangsten Mijnbouwwet laat zien dat er vanaf 2027 verliezen worden
geraamd in de sector. Met de Voorjaarsnota 2026 is er wederom een raming gemaakt (tweejaarlijks).
Op basis van de nieuwe raming is naar voren gekomen dat de verwachte verliezen in
de sector moeten worden bijgesteld.
Opdrachten
Projecten kernenergie
Van het onderdeel nieuwbouw kerncentrales wordt € 45 mln overgeheveld naar de categorie
vermogensverschaffing/-onttrekking voor de bijdrage aan NEO NL ten behoeve van het
startkapitaal voor de oprichting.
Vanwege verdere (benodigde) uitwerking van plannen voor activiteiten rondom het ontwikkelen
van de nucleaire kennisinfrastructuur en plannen om de SMR-middelen te besteden, wordt
budget van 2026 doorgeschoven naar latere jaren.
Onderzoek en opdrachten
De huidige geopolitieke omstandigheden onderstrepen het belang van het versterken
van de gasleveringszekerheid. Er wordt in 2026 een regeling uitgewerkt gericht op
de waarborging van de leveringszekerheid van vloeibaar gas in de komende jaren.
Vermogensverschaffing/-onttrekking
Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen
De kosten voor schade en versterken in Groningen worden (exclusief btw) doorbelast
aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die namens de Maatschap (NAM en beleidsdeelneming
EBN) verantwoordelijk is voor het betalen van de kosten voor schade en versterken.
In lijn met de economische verhoudingen binnen de Maatschap komt 40% van de kosten
voor rekening van EBN. Omdat het budget van EBN hiervoor niet toereikend is, wordt
zij hiervoor gecompenseerd. Op basis van de actualisatie van de ramingen voor schade
en versterken, wordt de bijdrage aan EBN bijgesteld naar cumulatief € 1,3 mld (tot
en met 2033).
Kapitaalstorting NEO NL
Vanuit het onderdeel nieuwbouw kerncentrales wordt € 45 mln overgeheveld naar de categorie
vermogensverschaffing/-onttrekking omdat in 2026 NEO NL als organisatie wordt opgericht.
Op deze manier wordt de investering in het startkapitaal juist verantwoord.
Bijdrage aan agentschappen
Bijdrage RVO NL
Dit betreft het budget dat vanuit KGG beschikbaar wordt gesteld voor de RVO-bundel.
Dit zijn alle opdrachten gerelateerd aan de kosten die RVO maakt voor de lopende uitvoering
van KGG. Deze begrotingsmutatie zorgt ervoor dat RVO voldoende uitvoeringscapaciteit
heeft voor alle KGG-werkzaamheden in 2026 (€ 69 mln). Er wordt gecorrigeerd voor reeds
ingebrachte middelen uit deze budgetten en voor reeds beschikbare middelen binnen
de RVO bundel (€ 20 mln).
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
TNO Kerndepartement
Er hebben twee overhevelingen plaatsgevonden naar de begroting van EZ voor TNO. De
eerste overheveling betreft een subsidie aan TNO om een Kernhuis te realiseren. Het
eerste deel is in 2025 aan TNO overgemaakt.
Dit jaar volgt het restant. Het Kernhuis van de Geologische Dienst Nederland (onderdeel
van TNO) is een uniek archief dat een grote collectie sediment- en gesteentemonsters
bewaart. De tweede overheveling betreft een overboeking voor het meerjarige PIO programma
(PEGA invulling ondergrond). Dit programma is in 2024 gestart en toen verwerkt op
artikel 4 van de EZK begroting. Met de splitsing van de EZK begroting in EZ en KGG
is deze verplichting naar KGG gegaan. Dit is een omissie geweest in de splitsing van
de begroting. In 2025 is al een deel overgeboekt. Met de Voorjaarsnota 2026 volgt
het restant van de opdracht.
Bijdrage aan medeoverheden
Uitvoeringskosten Klimaat medeoverheden
De beschikbare middelen in 2027, € 746,3 mln, voor gemeenten en provincies om uitvoering
te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid, worden
in deze eerste suppletoire begroting overgeheveld van de begroting van KGG naar het
Gemeentefonds, Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds.
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
Verrekening Mijnbouwwet
De raming voor verrekening Mijnbouwwet was geraamd onder categorie Bijdrage aan organisaties.
Uiteindelijk blijkt deze raming onder de categorie (Schade)vergoeding te vallen. Met
de overboeking naar categorie (Schade)vergoeding staat deze reeks onder de juiste
categorie.
Storting begrotingsreserve
Storting in begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie
De ramingsbijstelling van de SDE-regelingen, op basis van de KEV25 cijfers waarbij
energieprijzen hoger zijn, en nieuwe uitvoeringsinformatie van RVO over teruggegeven
beschikkingen leidt tot lagere uitgaven. De verwachte meevaller in 2026 op de SDE++
van € 293 mln wordt hiermee alvast in de reserve gestort.
Ontvangsten
Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie
De compensatiebetalingen als gevolg van de kolenmaatregelen zijn in 2025 niet tot
uitbetaling gekomen. Het bedrag van € 497,1 mln dat hiervoor geraamd stond is in 2025
in de reserve duurzame energie en klimaattransitie gestort. De compensatiebetalingen
worden naar verwachting in 2026 uitbetaald en moeten daarom ook onttrokken worden
uit de reserve.
ETS-ontvangsten
Als onderdeel van de herziening van de Europese Klimaatwet is in de Milieuraad van
4 november overeengekomen de inleverplicht van ETS-2 met een jaar uit te stellen naar
1 januari 2028. Hierdoor is er ook pas een jaar later sprake van inkomsten uit ETS2.
Deze inkomsten zaten al in het basispad voor 2027. Dit leidt tot een lastenderving
van ongeveer € 4,1 mld in 2027. Dit is verwekt in het coalitiekakkoord.
Na de verwerking van het uitstel van ETS-2 in het coalitieakkoord wordt de raming
voor ETS-ontvangsten per saldo tussen 2026 en 2031 naar beneden bijgesteld met € 929
mln. Dit is onder andere het gevolg van het bijstellen van de aannames over de werking
van de Marktstabiliteitsreserve voor ETS-1, wat leidt tot een aanpassing in de hoeveelheid
te veilen emissierechten voor Nederland. Daarnaast wordt op basis van voortschrijdend
inzicht de correctie voor financiering van het Social Climate Fund bijgesteld. Dit
leidt tot een significant derving van inkomsten voor ETS-2.
Heffing leveringszekerheid
De vultaak van EBN wordt gedekt door de heffing gasleveringszekerheid. Dit is het
ontvangstendeel van de heffing. De nu voorziene afschrijving op de aan te leggen noodvoorraad
wordt ook gedekt door de heffing gasleveringszekerheid.
Lening EBN Vulmaatregel
Dit betreft de claim voor de vultaak van EBN in het opslagjaar 2027–2028. Dit is de
raming van de aflossen van de lening van € 8 mld in 2028.
Bijstelling raming CO2-heffing
De raming van de ontvangsten uit de CO2-heffing industrie wordt bijgesteld op basis van actuele gegevens over ETS-prijzen
(o.b.v. futures), uitstoot en dispensatierechten, inflatiecijfers en een inschatting
van de daling van de uitstoot richting 2030. Tot en met 2025 geldt de uitstoot inclusief
AVI’s als grondslag voor de heffing. Vanaf 2026 is er enkel sprake van een aparte
heffing voor AVI’s.
Hiernaast was de raming tot nog toe op transactiebasis opgenomen in de begroting.
Dit wordt nu aangepast naar een raming op kasbasis. Hiermee schuift de hele reeks
voor de raming één jaar op in de tijd, naar het jaar waarin de ontvangsten werkelijk
op de begroting worden verwacht.
Dividenduitkering EBN
Dit betreft het interimdividend over de vultaak van EBN in opslagjaar 2024–2025.
Ontvangsten Mijnbouwwet
Tweejaarlijks worden de ontvangsten Mijnbouwwet geraamd: met Voorjaarsnota en Miljoenennota.
De bijstelling van de ontvangsten volgt door de extrapolatie van de kosten van EBN,
de CPB gasprijzen en de verwachte winning volgens EBN. De verwachte ontvangsten vanuit
de Mijnbouwwet zijn positief bijgesteld o.b.v. de nieuwe raming.
Toelichting op de Begrotingsreserves
Tabel 7 Begrotingsreserve Duurzame energie en Klimaattransitie (bedragen x € 1 mln)
Stand 1/1/2026
3.484,0
+ Geraamde storting
293,4
– Geraamde onttrekking
– 1.566,7
Stand (raming) per 31/12/2026
2.210,7
De begrotingsreserve voor duurzame energie en klimaattransitie is bestemd voor onbesteed
gebleven middelen als gevolg van vertraging bij of het niet doorgaan van projecten
waaraan subsidie is toegekend op basis van de MEP, de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER+
of de ISDE. De middelen voor Flankerend Beleid WOZ en Structurele kosten WOZ vallen
ook binnen deze afspraak.
Via de reserve blijven deze middelen ook in de toekomst beschikbaar voor het stimuleren
van hernieuwbare energieproductie of CO2-reductie. Onderstaand een uitsplitsing van de onttrekkingen in 2026 en stortingen.
Onttrekkingen
De compensatiebetalingen (€ 497,1 mln) als gevolg van de kolenmaatregelen zijn in
2025 niet tot uitbetaling gekomen en daarom in de reserve duurzame energie en klimaattransitie
gestort. Deze worden mogelijk in 2026 uitbetaald en moeten daarom weer onttrokken
worden aan de reserve.
In 2025 is meerjarig onttrokken aan de reserve voor het dekken van verwachte tekorten
die bleken uit de raming als gevolg van een gedaalde energieprijs. Voor2026 gaat dit
om een bedrag van € 761 mln.
Een onttrekking van € 4,4 mln ten behoeve van structurele kosten voor wind op zee
waarvan de ontvangsten in 2023 zijn gerealiseerd.
In 2020 is in het amendement Sienot besloten om jaarlijks bijna € 4,2 mln te te onttrekken
(in totaal € 63 mln) ter dekking van de SCE, zo ook in 2026.
In 2017 in de Startnota van het kabinet Rutte-III afgesproken dat de reserve duurzame
energie en klimaattransitie vanaf 2023 tot en met 2028 voor een deel leeggeboekt zou
worden. Het gaat om een totaalbedrag van € 1,7 mld, waarvan € 300 mln in 2026.
Stortingen
In 2026 wordt naar verwachting € 293,4 mln niet uitgegeven voor de SDE++. Door de
jaarlijkse ramingsbijstelling op basis van de nieuwe KEV cijfers vallen de geraamde
betalingen op de SDE++ lager uit, waardoor er een meevaller ontstaat. Ook is er op
basis van nieuwe uitvoeringsinformatie van RVO, waarbij meerdere grote CCS projecten
hun beschikking hebben teruggegeven, meer ruimte in de beschikbare middelen ontstaan.
In 2026 wordt naar verwachting € 293,4 mln niet uitgegeven voor de SDE++. Deze onderuitputting
wordt conform reguliere systematiek in de begrotingsreserve duurzame energie gestort.
Tabel 8 Begrotingsreserve Aardwarmte (bedragen x € 1 mln)
Stand 1/1/2026
17,7
+ Geraamde storting
– Geraamde onttrekking
– 0,2
Stand (raming) per 31/12/2026
17,5
De begrotingsreserve voor de garantieregeling Aardwarmte is bedoeld om het budget
voor het mogelijk uitbetalen van verliesdeclaraties meerjarig in te kunnen zetten
en een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten (premies) en uitgaven (verliesdeclaraties)
op te vangen. Om gebruik te kunnen maken van de garantieregeling Aardwarmte betalen
marktpartijen een kostendekkende premie aan de uitvoerder van de regeling (RVO) die
wordt gestort in de begrotingsreserve. De RVO-uitvoeringskosten voor 2026 worden onttrokken.
De regeling is sinds 2024 gesloten.
Tabel 9 Begrotingsreserve aan ECN/NRG verstrekte leningen (bedragen x € 1 mln)
Stand 1/1/2026
6,6
+ Geraamde storting
– Geraamde onttrekking
Stand (raming) per 31/12/2026
6,6
De middelen in de begrotingsreserve risicopremie ECN/NRG zullen worden aangesproken
als ECN – al dan niet tijdelijk – (gedeeltelijk) niet kan voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen
volgens de afgesloten leningsovereenkomst.
Tabel 10 Begrotingsreserve garantieregeling warmtenetten (bedragen x € 1 mln)
Stand 1/1/2026
0
+ Geraamde storting
174,5
– Geraamde onttrekking
Stand (raming) per 31/12/2026
174,5
Conform de Augustusbesluitvorming 2025 van het Klimaatfonds zijn middelen toegekend
voor het Waarborgfonds Warmtenetten ten behoeve van het inrichten van een garantieregeling
warmtenetten. In 2026 wordt de eerste storting geraamd.
4 Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 70 Apparaat
Tabel 11 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (Eerste suppletoire begroting) (bedragen
x € 1.000)
Ontwerpbegroting 2026
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's
(2)
Vastgestelde begroting 2026
(3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting
(4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Verplichtingen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Uitgaven
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Personele uitgaven
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
eigen personeel
inhuur externen
overige personele uitgaven
Materiële uitgaven
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
ICT
bijdrage aan SSO's
overige materiële uitgaven
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting op de verplichtingen en uitgaven
De apparaatsuitgaven van KGG staan gereserveerd op de EZ-begroting.
4.2 Artikel 71 Nog onverdeeld
Tabel 12 Nog onverdeeld (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting 2026
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's
(2)
Vastgestelde begroting 2026
(3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting
(4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Verplichtingen
0
0
0
107.573
107.573
15.560
57.319
36.492
37.187
2.402
Uitgaven
0
0
0
107.573
107.573
15.560
57.319
36.492
37.187
2.402
Loonbijstelling
0
0
0
47.481
47.481
35.878
37.299
36.542
37.177
2.042
Prijsbijstelling
0
0
0
92
92
22
0
0
0
0
Onverdeeld
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting op de verplichtingen en uitgaven
Loon- en prijsbijstelling
Bij Voorjaarsnota 2026 is de loon- en prijsbijstellingstranche 2026 overgeheveld naar
de departementale begroting. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging
van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten voor de overheidswerkgever.
De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen.
Een groot deel van de prijsbijstelling is ingezet als dekking voor tegenvallers. De
resterende loon- en prijsbijstellingstranche 2026 zal bij de eerstvolgende begrotingsronde
verdeeld worden aan de relevante loon- en prijsgevoelige onderdelen.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.