Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 867 Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden (Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden)
Nr. 8
VERSLAG
Vastgesteld 6 maart 2026
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen
afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit
wetsvoorstel voldoende voorbereid.
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
1
2.
Aanleiding en noodzaak
4
3.
Hoofdlijnen van het voorstel
5
4.
Verhouding tot hoger en ander recht
8
5.
Financiële gevolgen
8
6.
Gevolgen voor de uitvoering
7.
Evaluatie
9
8.
Advies en consultatie
9
9.
Overig
10
1. Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel
Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. Deze leden hebben hierover
nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel
tot Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband
met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. Graag willen
deze leden de regering daarover een aantal vragen stellen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat dit wetsvoorstel onder andere de uitbreiding
van het aantal eilandsraadsleden en het aantal eilandgedeputeerden van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba regelt. Deze uitbreiding was eerder een onderdeel van de voorbereiding
van de algehele herziening van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba (WolBES), waarover afspraken met deze openbare lichamen zijn gemaakt. Inmiddels
is besloten de uitbreiding te regelen in een apart wetsvoorstel, te weten het onderhavige
wetsvoorstel. Zo kan de uitbreiding bij de verkiezingen in maart 2027 zijn beslag
krijgen, anders zou dit pas in het jaar 2031 het geval zijn. Over het onderhavige
wetsvoorstel is, zo begrijpen deze leden, geen formele consultatieronde met de openbare
lichamen geweest, omdat dit onderdeel al aan de orde was geweest bij de consultatie
inzake het algehele herzieningswetsvoorstel. Er heeft wel bestuurlijk overleg met
de eilandsbesturen plaatsgevonden.
De leden van de VVD-fractie constateren dat Bonaire en Saba onlangs hebben laten weten
moeite te hebben met het onderhavige wetsvoorstel. Niet zozeer omdat zij tegen de
voorgestelde uitbreiding zijn, maar omdat de eilanden hechten aan het geheel van de
gemaakte afspraken over de hiervoor genoemde herzieningswet, waar de uitbreiding onderdeel
van was. Deze leden vragen de regering in te gaan op de nu door de eilanden geuite
bezwaren tegen het wetsvoorstel. Hoe kijken Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan tegen
het onderhavige wetsvoorstel? In de brief van 13 januari jl. (Kamerstuk 36 867, nr. 5) stelde de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) dat
hij overleg met de eilanden heeft gehad en dat de bestuurscolleges geen bezwaar hebben
geuit tegen het onderhavige wetsvoorstel. Hij heeft geen signalen ontvangen dat de
bestuurscolleges of eilandsraden zich verzetten tegen de verhoging per maart 2027.
Sint Eustatius heeft zelfs steun uitgesproken, zo valt in de brief te lezen. Hoe verhoudt
de brief van 13 januari jl. van de Staatssecretaris zich tot de brieven van Saba en
Bonaire van 14 januari jl., gericht aan de Kamer?
De leden van de VVD-fractie vragen de regering in te gaan op de standpunten van Bonaire,
Sint Eustatius en Saba ten aanzien van dit wetsvoorstel, mede in relatie tot de gemaakte
afspraken in De Bilt in 2024 die hebben geleid tot de herzieningswetsvoorstellen WolBES
en FinBES. Deze leden vragen de regering daarbij de passage op bladzijde 17 van de
memorie van toelichting te betrekken, waarin staat dat Bonaire versterking van de
positie van de eilandsraad belangrijker vindt dan verhoging van het aantal leden van
de eilandsraad, dat er tijdens de werkconferentie overeenstemming is bereikt over
in elk geval de eerste stap van de verhoging, maar dat dit niet betekent dat Bonaire
ook met de volgende stappen gaat instemmen. Is het overigens denkbaar dat de volgende
beoogde stappen, dus de stappen na 2027, niet worden genomen en de artikelen II, III
en IV niet in werking zullen treden? Graag krijgen deze leden een reactie van de regering.
Tot slot van dit onderdeel vragen zij in het algemeen hoe de regering het vervolg
van dit wetsvoorstel ziet.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het
voorliggende wetsvoorstel. Deze leden hebben op dit moment een aantal vragen en opmerkingen
die zij graag met de regering delen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten veel waarde aan een sterke democratie
op de eilanden van Caribisch Nederland. Deze leden vinden het daarom goed dat de regering
afspraken heeft gemaakt met de openbare lichamen in Caribisch Nederland over het versterken
van de democratie en het decentrale bestuur. De regering, zo constaterende de leden,
heeft ervoor gekozen de in De Bilt gemaakte afspraken te wijzigen omdat de regering
de functie van Rijksvertegenwoordiger alsnog wil behouden. Hierdoor is het wetgevingstraject
van de WolBES vertraagd en heeft de regering ervoor gekozen om het voorliggende wetsvoorstel
in te dienen om geen vertraging op te lopen bij het uitbreiden van de eilandsraden.
Dit heeft op de eilanden tot irritatie geleid. Deze leden ontvangen hier graag een
reflectie op van de regering. Erkent de regering dat dit proces niet goed verlopen
is?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de regering het van belang
vindt dat het wetsvoorstel tijdig in werking kan treden zodat de uitbreiding tijdens
de verkiezingen in 2027 geëffectueerd kan worden. Deze leden vragen hoe het tijdpad
er precies uitziet om het wetsvoorstel tijdig in werking te kunnen laten treden.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden
en eilandgedeputeerden (36 867). Deze leden waarderen de inspanning van de regering om de uitbreiding van de eilandsraden
en bestuurscolleges toch in te voeren bij de eerstvolgende verkiezing van de eilandsraad
in maart 2027, in plaats van de verkiezing daaropvolgend in maart 2031. Deze leden
van de CDA-fractie maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen
aan de regering over onderhavig wetsvoorstel.
De leden van de CDA-fractie vragen allereerst wat de reden is dat de integrale herziening
van de WolBES en FinBES langer op zich laat wachten dan onderhavig wetsvoorstel. Heeft
dit te maken met de complexiteit van de wetgeving? Welk tijdspad ziet de regering
voor zich als het gaat om de integrale herziening?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de verhoging van het aantal eilandsraadsleden
en eilandgedeputeerden oorspronkelijk onderdeel was van een integrale herziening van
de WolBES en FinBES, maar nu via een afzonderlijk wetsvoorstel wordt versneld. Deze
leden vragen de regering uiteen te zetten hoe deze gedeeltelijke wetswijziging zich
verhoudt tot het systeemkarakter van de WolBES als organieke wet. Kan de regering
toelichten op welke wijze de wetssystematische samenhang met het nog in voorbereiding
zijnde herzieningsvoorstel wordt gewaarborgd, mede in het licht van het uitgangspunt
van consistente en integrale wetgeving?
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Deze leden steunen het voornemen om met prioriteit het aantal leden van eilandsraden
en eilandsbesturen te verhogen, onverminderd de noodzakelijke bredere inzet op versterking
van het bestuur van de eilanden.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wet
verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. Deze leden achten verhoging
van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden én overeenstemming met de
huidige werkwijze rond gemeenten noodzakelijk voor effectief en democratisch bestuur
in Caribisch Nederland. Deze leden zien, gezien de aanstaande verkiezingen in 2027,
ook de noodzaak om het wetsvoorstel snel te behandelen, maar verwachten wel dat de
regering alle (fundamentele) gemaakte afspraken in De Bilt nakomt.
De leden van de BBB-fractie hebben de volgende vragen. Kan de regering reflecteren
op de consultatiereactie van Bonaire, waarin wordt gesteld dat zij de versterking
van de positie van de raad belangrijker vinden dan de loutere verhoging van het aantal
zetels? In hoeverre is dit wetsvoorstel een antwoord op een werkelijke behoefte van
de burger op de eilanden en in hoeverre is dit een proces dat vooral door politieke
delegaties en het ministerie is gedreven?
In hoeverre is er onderzoek gedaan naar de opvattingen van burgers over deze wetswijziging?
Kan de regering toelichten hoe deze wet bijdraagt aan het vertrouwen van burgers in
lokale politiek en niet alleen aan de interne politieke structuur?
De leden van de Groep Markuszower hebben met terughoudendheid kennisgenomen van het
wetsvoorstel. Deze leden hebben vooral vragen bij de noodzaak, de proportionaliteit
en de financiële gevolgen.
2. Aanleiding en noodzaak
De leden van de VVD-fractie zijn met de regering van mening dat een goede omvang van
zowel het bestuurscollege als de eilandsraad nodig is om de besturen te versterken.
Er liggen immers voor de eilanden grote opgaven op bestuurlijk, sociaal en fysiek
vlak.
De leden van de VVD-fractie constateren dat dit wetsvoorstel niet alleen de eerste
verhoging in 2027 regelt, maar ook de daarop volgende stappen totdat de zogenoemde
gemeentelijke staffel zal gelden. Het meenemen van alle stappen in dit wetsvoorstel
wordt gedaan om zo samenloopproblemen te voorkomen. Heeft de regering overwogen om
de volgende beoogde stappen tot verdere verhoging van het aantal eilandsraadsleden
in een apart wetsvoorstel dan wel in aparte wetsvoorstellen neer te leggen dan wel
de verdere verhogingen mee te nemen in het algehele herzieningsvoorstel, nu het element
van de uitbreiding uit het algehele herzieningsvoorstel is gehaald? Graag krijgen
deze leden een reactie van de regering.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het goed dat de democratie en de bestuurskracht
op de BES-eilanden gelijkwaardig is aan die van gemeenten in Europees Nederland. In
dat licht vinden deze leden een uitbreiding van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden
positief. Zij vinden het van belang dat ook benadrukt wordt dat louter het uitbreiden
van het aantal eilandraadsleden en eilandgedeputeerden niet voldoende is, maar dat
ook goed gekeken dient te worden naar de ondersteuning van de eilandraden en de bestuurscolleges.
Daarnaast dient ook de huisvesting op orde te zijn en goed aan te sluiten bij de omvang
van het bestuur. Kan de regering, hierop reflecteren? Worden deze aspecten voldoende
meegenomen bij dit wetsvoorstel? En is de 300.000 euro die nu gereserveerd is voor
de drie eilanden ook in dit licht bezien voldoende? Kan nader worden onderbouwd hoe
tot dit bedrag gekomen is?
De leden van de ChristenUnie-fractie achten het in het kader van het comply or explain
onacceptabel dat eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden op minder ondersteuning
en financiële bezoldiging kunnen rekenen dan gemeenteraadsleden en wethouders in Europees
Nederland. In maart 2024 zijn bij de werkconferentie WolBES/FinBES afspraken gemaakt
over de herziening van deze wetten. De invoering van de (randvoorwaardelijk) gemaakte
afspraken bij de werkconferentie achten deze leden dan ook cruciaal. Ook de Raad van
State ziet de noodzaak hiertoe: «er onvoldoende is gemotiveerd waarom het wenselijk is te starten met het verhogen
van het aantal eilandsraadsleden en- gedeputeerden, alvorens andere maatregelen worden
ingevoerd die beogen het bestuur op de eilanden te versterken». Deze leden erkennen de noodzaak van het separate wetsvoorstel, gezien de aanstaande
verkiezingen in 2027. Maar voorliggend wetsvoorstel kan niet zonder implementatie
van de gemaakte afspraken. Hoe beoordeelt de regering deze relatie? Deze leden vragen
de regering wat formeel de status is van de gemaakte afspraken in De Bilt. Is de regering
nog steeds bereid de essentie van al deze afspraken tijdig en met voldoende middelen
na te komen? Wat is het voornemen van de regering om invulling te geven aan de gemaakte
afspraken en hoe past dit in het tijdpad?
De leden van de ChristenUnie-fractie zien tenminste de verhoging van de bezoldiging
als randvoorwaardelijk voor inwerkingtreding van het wetvoorstel. Ziet de regering
dit ook zo? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is de regering voornemens dit te regelen voor
inwerkingtreding? Daarnaast vragen deze leden of het budget dat hiervoor gereserveerd
is, afdoende is om de bezoldiging op een vergelijkbaar niveau te trekken als de bezoldiging
voor gemeenten. Zo nee, waarom niet?
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben vernomen dat de regering fundamenteel
afwijkt van hetgeen is afgesproken op de werkconferentie aangaande de Rijksvertegenwoordiger.
Waarom is de regering teruggekomen op de gemaakte afspraak door de functie van de
Rijksvertegenwoordiger niet te schrappen? Wat was hier de aanleiding toe? Is deze
regering nog steeds voornemens dit te doen? Zo ja, waarom? In hoeverre acht de regering
het hebben van een Rijksvertegenwoordiger te verenigen met het principe van comply
or explain?
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de regering in de memorie van toelichting
stelt dat uitbreiding van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden nodig
is om de bestuurskracht te versterken. Deze leden vragen de regering concreet te maken
welk probleem hiermee precies wordt opgelost. Waar blijkt uit dat het huidige aantal
bestuurders onvoldoende is? Kan per eiland worden aangegeven welke taken niet of onvoldoende
worden uitgevoerd doordat er te weinig politieke capaciteit zou zijn? Zijn daar cijfers,
rapporten of evaluaties van beschikbaar? Waarom is uitbreiding van het aantal politieke
functies de eerste oplossing?
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de regering er ook op wijst dat
de eilandsraden kleiner zijn dan gemeenteraden met een vergelijkbaar inwonertal. Deze
leden vragen of dat op zichzelf voldoende reden is om het bestuur uit te breiden.
Is het doel om de eilanden gelijk te trekken met gemeenten in Europees Nederland,
of om concrete bestuurlijke problemen op te lossen? Als het om dat laatste gaat, kan
dan worden aangetoond dat uitbreiding van het aantal politici daadwerkelijk leidt
tot betere besluitvorming en uitvoering?
3. Hoofdlijnen van het voorstel
De leden van de VVD-fractie vinden dat het voorstel om de verhoging van het aantal
eilandsraadsleden stapsgewijs in te voeren als redelijk voorkomt. Het is immers belangrijk
dat dit proces geleidelijk verloopt. Deze leden hebben daarover geen vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in het wetsvoorstel ook wordt
geregeld dat er deeltijdgedeputeerden kunnen worden aangesteld en dat de verlofregeling
wordt ingevoerd. Deze leden vinden het van belang dat naast de omvang en de geldelijke
vergoedingen, ook deze aspecten goed geregeld zijn en juichen daarom toe dat ook op
dit vlak de wetgeving zoveel mogelijk gelijk wordt getrokken met die voor gemeenten
in Europees Nederland. Kan de regering aangeven of er nog meer aspecten zijn die kunnen
bijdragen aan het verbeteren van de positie van eilandraden en bestuurscolleges? Zo
ja, welke aspecten zijn dit? Kan de regering in dit licht ook aangeven of er vanuit
de BES-eilanden zelf nog aandachtspunten zijn meegegeven waar dit wetsvoorstel nu
nog niet in voorziet?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de delegaties van Bonaire, Sint-Eustatius en
Saba hebben aangegeven dat het niet wenselijk wordt geacht om te snel over te gaan
naar het hogere aantal eilandsraadsleden conform de staffel, enerzijds vanwege praktische
uitvoerbaarheid en anderzijds met zorgen over voldoende politieke aanwas. Is de regering
bereid om met de eilanden samen te bezien op welke manier politieke aanwas juist weer
kan toenemen de komende jaren? Zo nee, waarom niet?
De leden van de CDA-fractie lezen dat voor Bonaire en Saba een evaluatie plaatsvindt
voorafgaand aan verdere verhogingsstappen terwijl voor Sint-Eustatius geen dergelijke
evaluatie is voorzien, omdat dit onderdeel was van de werkafspraken die tijdens de
werkconferentie in De Bilt zijn gemaakt met de eilandsbesturen in 2024. Kan de regering
toelichten wat de aanleiding is geweest om Sint-Eustatius niet te betrekken bij de
gezamenlijke evaluatie?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de evaluatie geen wettelijk verplichte voorwaarde
is, maar voortvloeit uit bestuurlijke afspraken. Kan de regering bevestigen dat de
beslissing tot verdere verhoging van het aantal eilandsraadsleden volledig bij koninklijk
besluit plaatsvindt en zo ja, welke toetsingsmaatstaf daarbij wordt gehanteerd?
De leden van de CDA-fractie lezen dat deze wijziging voor Saba naar alle waarschijnlijkheid
betekent dat het aantal eilandgedeputeerden op drie blijft, zoals nu ook het geval
is. Wanneer wordt hier meer duidelijkheid over verschaft? Daarnaast vragen deze leden
of de regering kan onderbouwen op welke manier de voorgestelde verhouding tussen raad
en bestuurscollege voldoende waarborgen biedt voor effectieve controle en tegenmacht.
De leden van de CDA-fractie lezen dat tegen een besluit tot het verlenen van verlof
aan een eilandgedeputeerde geen bezwaar of beroep openstaat. Deze leden vragen de
regering hoe deze uitsluiting zich verhoudt tot het beginsel van rechtsbescherming
zoals neergelegd in de Wet administratieve rechtspraak BES. Kan de regering nader
motiveren waarom hier is gekozen voor volledige uitsluiting van rechtsmiddelen?
De leden van de BBB-fractie lezen in de memorie van toelichting (paragraaf 3.1.1)
dat voor Bonaire en Saba elke volgende verhogingsstap afhankelijk is van een evaluatie
op basis van onder andere «lijstuitputting» en de bereidheid van bewoners om zich
verkiesbaar te stellen. Deze leden hebben hierover de volgende vragen. Waarom is er
voor Sint Eustatius expliciet gekozen om géén evaluatie uit te voeren bij de tussenstappen?
Kan de regering garanderen dat er op Sint Eustatius wél voldoende politieke aanwas
is en op welke objectieve gegevens is dit vertrouwen gebaseerd aangezien de regering
zelf toegeeft hier louter te varen op de «inschatting» van het lokale bestuur? Kan
de regering toelichten hoe de evaluatiecriteria zoals «lijstuitputting» en politieke
participatie concreet worden gemeten?
De leden van de BBB-fractie lezen in paragraaf 3.1 van de memorie van toelichting
dat het lage aantal raadsleden momenteel leidt tot een hoge werklast. Deze leden hebben
de volgende vragen. Hoe rijmt de regering de wens om de bestuurskracht te vergroten
met de introductie van deeltijdeilandgedeputeerden? Bestaat het risico niet dat door
deeltijdfuncties de effectiviteit van het bestuur juist verwatert, terwijl de eilanden
juist voor «grote opgaven» staan? Zijn er scenario’s doorgerekend waarin het aantal
raadsleden en gedeputeerden wordt verhoogd, maar de verwachte bestuurskracht niet
toeneemt? Wat is dan het plan van de regering? Is er een risico dat de uitbreiding
van het bestuur en de introductie van deeltijdfuncties leidt tot meer bureaucratie
en minder slagkracht, terwijl juist bestuurskracht het doel is?
De leden van de SGP-fractie vragen een nadere toelichting op de rol die het voorgestelde
proces kan hebben op de beoogde doelstelling. Enerzijds beoogt de regering hoe dan
ook te komen tot een gelijkwaardige verdeling van het aantal leden ten opzichte van
gemeenten in Europees Nederland. Anderzijds wordt bewust gekozen voor evaluaties met
het oog op het risico van lijstuitputting en te beperkte aanwas om tijdig aan de nieuwe
aantallen te voldoen. In hoeverre kan volgens de regering ook resultaat van het proces
zijn dat de beoogde aantallen voor de eilanden niet realistisch blijken en dat maatwerk
nodig blijkt? Houdt de regering onverkort vast aan het principe of is afwijking mogelijk?
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de stappen voor het verhogen van het
aantal eilandsraadsleden afhankelijk is van een gezamenlijke evaluatie. Deze evaluatie
is een essentieel onderdeel van het proces. Daarom vragen deze leden waarom de regering
ervoor gekozen heeft deze evaluatie niet wettelijk te borgen. Aansluitend vragen zij
waarom er voor Sint-Eustatius geen evaluatie zal plaatsvinden. Waarom is hiervoor
gekozen? Wat was de argumentatie van de verschillende eilanden? Waarom heeft de regering
niet één lijn gekozen?
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat tijdens de werkconferentie de wens is
geuit om het aantal eilandgedeputeerden te verhogen, waarbij de verhouding tussen
eilandraadsleden en eilandgedeputeerden afwijkt van de verhouding zoals die bij gemeenten
nu geldt. Deze leden vragen naar de argumentatie bij deze afwijking en vragen de regering
te motiveren waarom zij deze afwijking passend acht.
De leden van de Groep Markuszower begrijpen dat het aantal zetels stapsgewijs wordt
verhoogd en uiteindelijk gekoppeld wordt aan een staffel op basis van inwonertal.
Deze leden vragen of dit model wel past bij kleine gemeenschappen. Hoe verhoudt het
toekomstige aantal raadsleden per inwoner zich tot dat van vergelijkbare gemeenten
in Nederland?
De leden van de Groep Markuszower maken zich zorgen over de praktische uitvoerbaarheid.
In kleine gemeenschappen is het aantal politiek actieve en geschikte kandidaten beperkt.
Hoe realistisch is het dat er voldoende gekwalificeerde kandidaten beschikbaar zijn
bij uitbreiding van het aantal zetels? Is onderzocht of dit kan leiden tot versnippering
van het politieke landschap of tot situaties waarin mensen meerdere functies combineren?
De leden van de Groep Markuszower constateren dat het aantal gedeputeerden wordt verruimd
en flexibeler wordt gemaakt. Kan de regering toelichten op basis van welke concrete
gegevens is vastgesteld dat het huidige aantal gedeputeerden onvoldoende is? Hoe wordt
voorkomen dat uitbreiding leidt tot hogere kosten zonder aantoonbare verbetering van
de bestuurskwaliteit?
De leden van de Groep Markuszower hebben vragen bij de mogelijkheid van deeltijdgedeputeerden.
De regering stelt dat de bestuurlijke opgaven zwaar zijn. Hoe verhoudt zich dat tot
het toestaan van deeltijdfuncties? Bestaat niet het risico dat verantwoordelijkheden
minder duidelijk worden en dat de slagkracht van het bestuur afneemt?
4. Verhouding tot hoger en ander recht
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in Europees Nederland gemeenten
vaak aangesloten zijn bij gemeenschappelijke regelingen waardoor de gemeenteraad indirect
ook op deze verbonden partijen controle moeten uitoefenen. Kan de regering aangeven
of dit vraagstuk ook speelt bij de BES-eilanden?
De leden van de CDA-fractie lezen dat dit wetsvoorstel strekt tot wijziging van de
bestuurlijke inrichting van de openbare lichamen als bedoeld in artikel 132a van de
Grondwet. Deze leden vragen de regering hoe deze wijziging zich verhoudt tot het uitgangspunt
van passende autonomie en lokale verantwoordelijkheid binnen het Koninkrijk. Kan de
regering toelichten waarom niet is gekozen voor een grotere mate van lokale beslissingsruimte
bij de vaststelling van het aantal eilandgedeputeerden?
5. Financiële gevolgen
De leden van de D66-fractie hebben de volgende vragen. In tabel 3 staat dat de wisselkoers
is aangegeven van United States Dollar (USD) naar eurobedragen. Weergegeven is echter
de wisselkoers van eurobedragen naar USD. Als deze wisselkoers wordt omgerekend naar
de wisselkoers van USD naar eurobedragen, bedraagt de wisselkoers ongeveer 0,909 euro
wat afgerond 0,91 euro is. In de tabellen 3 en 4 is echter gerekend met een wisselkoers
van USD naar eurobedragen van 0,90. Kan de regering aangeven welke wisselkoers bedoeld
is te hanteren? Graag aangeven in USD naar Euro waarbij aangegeven wordt hoeveel 1
USD in Euro is. Kan de regering aangeven wat dan de financiële gevolgen zijn van de
verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden in de jaren 2027,
2031 en 2035? Daarbij graag in tabel 4 ook uitgesplitst naar de jaren 2027, 2031 en
2035.
De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan aangeven wat de financiële gevolgen
voor de verhoging van de eilandsraden voor Sint Eustatius is als de verhoging van
het aantal eilandsraadsleden overeenkomstig tabel 1 gaat in het jaar 2027 van zeven
naar elf leden in plaats van vijf naar zeven zoals weergegeven in tabel 3.
De leden van de D66-fractie zien dat in paragraaf 5.1.3 verschillende bedragen worden
genoemd die bij elkaar opgeteld worden. De uitkomst is anders dan de regering stelt,
namelijk niet USD 20.580,12, maar USD 22.161,12. In de tekst wordt ook aangegeven
dat 2,5 procent van USD 18.972 gelijk is aan USD 469,80. Kan de regering aangeven
wat de juiste bedragen en juiste optelsom zou moeten zijn in paragraaf 5.1.3? Kan
de regering aangeven in welke inwonersklasse een eilandgedeputeerde van Bonaire is
ingedeeld, aangezien in paragraaf 5.1.2 staat aangegeven dat dit inwonersklasse 4
is en in paragraaf 5.1.3 staat dat die inwonersklasse 3 is van het Rechtspositiebesluit
politieke gezagdragers BES?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele financiële vragen. Deze leden
constateren dat er in de financiële onderbouwing enkele feitelijke onjuistheden zitten.
Zo wordt in de financiële tabel geen rekening gehouden met het doorgroeien van het
aantal eilandraadsleden op Sint-Eustatius naar elf leden, maar slechts tot negen leden.
Kan de regering aangeven hoe de financiële tabel eruit komt te zien als er wel tot
elf raadsleden wordt opgeteld? Ook lijkt er sprake van het gebruik van verschillende
wisselkoersen tussen de Euro en de USD. Kan de regering hier een nadere toelichting
op geven? Kloppen deze wisselkoersen of zit dit anders? Ook ontvangen deze leden graag
een toelichting op de vraag in welke inwonersklasse een eilandgedeputeerde van Bonaire
is ingedeeld.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben vragen bij de financiële gevolgen zoals
nu toegelicht in de memorie van toelichting. Kan de regering opnieuw controleren of
hetgeen zij in de memorie van toelichting heeft berekent, klopt? Bijvoorbeeld aangaande
de wisselkoersen, juiste aantal eilandsraadsleden en juiste optelsommen. Welke financiële
effecten hebben juiste berekening van hetgeen in het wetsvoorstel is beoogd?
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het klopt dat er bij de financiële
gevolgen van het wetsvoorstel geen rekening gehouden is met verhoging van de bezoldiging.
Wat zijn de financiële gevolgen van verhoging van de bezoldiging wanneer voor vergelijkbare
bezoldiging gekozen wordt als geldt voor gemeenteraadsleden en wethouders?
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de structurele kosten van dit wetsvoorstel
oplopen tot enkele tonnen per jaar, afhankelijk van het groeipad en het aantal gedeputeerden.
Deze leden vragen de regering om helder uiteen te zetten wat de totale structurele
kosten zijn wanneer de maximale uitbreiding is bereikt. Wat betekenen deze kosten
per inwoner? Hoe verhouden deze bedragen zich tot vergelijkbare gemeenten in Europees
Nederland?
7. Evaluatie
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering voornemens is om de evaluatie van
onderhavige wet na zeven jaar plaats te laten vinden. Dit heeft te maken met de uitgesproken
wens van de regering om zowel onderhavige wet als het bredere Herzieningswetsvoorstel
tegelijkertijd te evalueren. Verwacht de regering dat over zeven jaar voldoende informatie
beschikbaar is voor een evaluatie van de Herzieningswet nu nog niet bekend is wanneer
deze wet wordt behandeld in de Kamer en in werking zou treden? Daarnaast schrijft
de regering dat bij deze evaluatie de verhoging van het aantal leden van de eilandsraden
buiten beschouwing worden gelaten, omdat over zeven jaar pas een deel hiervan heeft
plaatsgevonden. Vindt over dit deel van onderhavig wetsvoorstel apart een evaluatie
plaats op een later moment, of is de regering voornemens dit helemaal niet meer te
doen?
8. Advies en consultatie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het belangrijk dat de bestuurskracht
op de BES-eilanden wordt versterkt. Deze leden vragen de regering welke andere voorstellen
de Kamer nog kan verwachten op dit vlak. Kan de regering aangeven of er sinds de afspraken
in De Bilt met de BES-eilanden gesproken is over het implementeren van de overige
afspraken? Welk tijdpad ziet de regering hierbij en is er overeenstemming met de BES-eilanden
over dit tijdpad?
De leden van de CDA-fractie lezen in de consultatiereacties dat uitbreiding van het
aantal eilandsraadsleden door de eilanden niet als doel op zich wordt beschouwd en
dat zorgen bestaan over uitvoerbaarheid en politieke aanwas. Kan de regering expliciet
aangeven in hoeverre onder de eilandsbesturen of de eilandsraden zelf inhoudelijke
bezwaren of terughoudendheid bestaan ten aanzien van verdere verhoging van het aantal
zetels?
9. Overig
De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan aangeven welke verschillen er
nog zijn tussen gemeenten in Europees Nederland en de BES eilanden als het gaat om
wet- en regelgeving.
De leden van de Groep Markuszower staan kritisch tegenover een structurele uitbreiding
van het aantal politieke ambtsdragers op de BES-eilanden zonder duidelijke en meetbare
onderbouwing van de noodzaak. Deze leden vinden dat uitbreiding niet per definitie
betekent dat de kwaliteit van het bestuur hiermee wordt verbeterd. Zij zien de beantwoording
van de regering met belangstelling tegemoet.
De fungerend voorzitter van de commissie, Mutluer
De griffier van de commissie, Hessing-Puts
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. Mutluer, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Tegen |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Tegen |
| Groep Markuszower | 7 | Tegen |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |