Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Fiche: Mededeling ‘EU-Agenda voor Steden’ (Kamerstuk 22112-4240)
2026D10246 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben onderstaande fracties de
behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties over de brief inzake het kabinetsstandpunt ten aanzien van
de Mededeling «EU-Agenda voor Steden» (Kamerstuk 22 112, nr. 4240).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Haas
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de CDA-fractie
II
Antwoord/reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het BNC-fiche
met betrekking tot de mededeling «EU-Agenda voor Steden». Het doel daarvan is het
sterker betrekken van steden bij EU-beleidsvorming, alsmede het vereenvoudigen en
bundelen van Europese steun aan steden dan wel stedelijke gebieden. Graag willen deze
leden het kabinet daarover enkele vragen stellen. Allereerst merken zij op dat zij
het met het kabinet eens zijn dat steden en stedelijke gebieden belangrijk zijn.
De Europese Commissie (hierna: de Commissie) wil in dialoog met lokale bestuurders
en anderen, zodat er rechtstreeks input op beleidsdiscussies kan worden geleverd.
Hoe zullen de lidstaten bij de dialoog tussen de Commissie en de steden worden betrokken?
De leden van de VVD-fractie vragen zich af wat een en ander betekent voor de rol en
samenwerking van de Commissie met de lidstaten zelf. Zij begrepen dat dit ook voor
het kabinet nog onvoldoende duidelijk is. Het kabinet stelt dat dit wel goed is geregeld
bij de Stedelijke Agenda voor de EU. Is het de inzet van het kabinet om de rol en
samenwerking op dezelfde manier vorm te geven? Kan het kabinet daar nader op ingaan,
zo vragen deze leden. Hoe zouden die rol en samenwerking er volgens het kabinet uit
moeten zien?
Een ander doel van de EU-agenda voor steden is vereenvoudiging en het verminderen
van administratieve lasten. De agenda zal bestaan naast de al bestaande Stedelijke
Agenda voor de EU. Als de leden van de VVD-fractie het goed zien, is er straks sprake
van: een dialoog met steden; een tweejaarlijks Stedenforum; een driejaarlijks Verslag
over de Staat van Europese steden; een Stedenhelpdesk; een Europees Stedenportaal
en een Europees Stedenplatform. Hoe beziet het kabinet dit alles? Zouden hier, met
het oog op de overzichtelijkheid voor lidstaten en steden, zaken gecombineerd kunnen
worden? Wat is de meerwaarde van de nieuwe agenda ten opzichte van de Stedelijke Agenda
voor de EU? In hoeverre is er een overlap? In hoeverre zouden de agenda’s gebundeld
kunnen worden? In hoeverre is bundeling van agenda’s en andere zaken inzet van het
kabinet? Graag krijgen deze leden een reactie van het kabinet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis van de Kamerbrief
over het BNC-fiche over de EU-Agenda voor Steden. Deze leden hebben hierover op dit
moment nog enkele vragen.
De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA constateren dat er middelen beschikbaar
zijn voor het versterken van Europese stedelijke gebieden vanuit het huidige Cohesiebeleid.
Voor de periode na 2027 moeten hier in het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK)
middelen voor worden vrijgemaakt. Kan het kabinet aangeven wat hierbij de Nederlandse
inzet is? Kan hierbij ook worden aangegeven hoeveel er nu beschikbaar is voor stedelijke
regio’s en wat de middelen in de huidige MFK-periode concreet hebben opgeleverd voor
de Nederlandse stedelijke gebieden?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de Europese Rekenkamer benadrukt
dat efficiënt en effectief gebruik van de gelden van het MFK afhangt van de mate van
coördinatie tussen en gedeelde verantwoordelijkheid van nationale en lokale overheden
in de uitvoering van de Nationale en regionale partnerschapsplannen (NRPP’en). Hoe
kijkt het kabinet aan tegen deze conclusie en op welke manier geeft het kabinet vorm
aan een gedeelde coördinatie van de NRPP’en door nationale en lokale overheden?
Gemeenten ontvangen nu middelen uit het Europees Sociaal Fonds (ESF-plus), dat onder
andere ingezet wordt voor langdurige begeleiding, werk, vaardigheden, armoedebestrijding,
maatschappelijke participatie en innovatie binnen het sociaal domein. De leden van
de GroenLinks-PvdA-fractie vernemen graag hoeveel middelen gemeenten momenteel ontvangen
voor deze doelen. Kunnen gemeenten erop vertrouwen dat deze middelen gecontinueerd
worden? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet schrijft wat de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie betreft terecht dat
steden grote opgaven hebben bij het aanpakken van klimaatverandering, klimaatadaptatie,
energietransitie en het bestrijden van luchtvervuiling. Op welke manier kan volgens
de regering de voorliggende hieraan bijdragen? Hoe wordt ervoor gezorgd dat zowel
de lokale als landelijke aanpak op deze vlakken zo goed mogelijk aansluiten bij de
agenda?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van groot belang dat Europese steden
met goed en snel openbaar vervoer met elkaar verbonden zijn. Vanuit zowel de EU als
door de Nederlandse regering wordt hier ook veel waarde aan gehecht. Toch constateren
deze leden dat de ambities op dit vlak stagneren omdat er onvoldoende wordt samengewerkt
tussen EU-lidstaten en dat de middelen vaak ontoereikend zijn. Wat is de ambitie van
het kabinet op dit vlak en welke kansen ziet het kabinet in de EU-Agenda voor Steden
om bij te dragen aan het verbeteren van goed en snel openbaar vervoer tussen Europese
steden?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche en hebben daarbij
enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie merken op dat de EU al een Stedelijke Agenda heeft en
vragen hoe het kabinet de meerwaarde van de voorliggende agenda ten opzichte van de
bestaande Stedelijke Agenda beoordeelt.
De leden van de CDA-fractie lezen dat binnen het bestaande European Urban Initiative
een Stedenhelpdesk wordt opgericht die steden ondersteunt bij het vinden van onder
andere financieringsmogelijkheden. Deze leden vragen of het kabinet inzicht heeft
in hoeverre het Nederlandse gemeenten lukt om Europese (co-)financiering te werven
en ook hoe dit zich verhoudt tot gemeenten uit andere lidstaten.
De leden van de CDA-fractie vinden het goed om te lezen dat het kabinet grote waarde
hecht aan het naleven van het subsidiariteitsbeginsel. Deze leden onderschrijven dit
en vragen daarbij hoe wordt voorkomen dat directe samenwerking tussen de Commissie
en steden leidt tot onduidelijkheid over nationale verantwoordelijkheden.
De leden van de CDA-fractie lezen dat in de voorliggende agenda ook verwezen wordt
naar de ambitie van de Commissie om in te zetten op regelvereenvoudiging en minder
administratieve lasten. Deze leden vragen hoe het kabinet van plan in toe te zien
dat de regeldruk door deze agenda niet toeneemt.
II Antwoord/reactie van het kabinet
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
J.P. van der Haas, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.