Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarplan 2026 Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied (Kamerstuk 36800-X-16)
36 800 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026
Nr. 30
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 3 maart 2026
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
van Defensie over de brief van 12 december 2025 inzake het Jaarplan 2026 Kustwacht
voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied (Kamerstuk 36 800 X, nr. 16).
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 3 maart 2026. Vragen en antwoorden
zijn hierna afgedrukt.
De fungerend voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
Vraag 1
Hoe verhoudt de ambitie om een volwaardige informatieorganisatie te worden tot de
structurele schaarste aan analisten en rechercheurs?
Antwoord
De Kustwacht Caribisch Gebied (hierna: Kustwacht) zet in 2026 stappen om meer informatiegestuurd
te opereren. Hierbij blijft een moderne informatiehuishouding en organisatie noodzakelijk.
De vulling van de organisatie met gespecialiseerd personeel is hierbij de belangrijkste
randvoorwaarde. De Kustwacht is zich bewust van de schaarste binnen de genoemde categorie
en zal een specifiek wervings- en intern opleidingstraject hanteren waarbij rekening
wordt gehouden met de lokale schaarste.
Vraag 2
In hoeverre is het «up or out»-systeem houdbaar in een kleine regio waar behoud van
ervaring cruciaal is?
Antwoord
De Kustwacht stuurt op het behoud van de landsambtenaren die aan de organisatie beschikbaar
worden gesteld. De Kustwacht ontwikkelt programma’s waarbij medewerkers door middel
van opleiding, (om)scholing en ervaringsopbouw zichzelf kunnen ontwikkelen en naar
andere functies binnen de Kustwacht organisatie kunnen doorgroeien. Doorstroom, behoud
en employability staan hierbij centraal. In geval van uitstroom worden medewerkers
in eerste instantie ondersteund bij terugkeer naar de landsoverheden of bij uitstroom
naar de particuliere sector.
Vraag 3
Welke alternatieve rechtspositie voor de Kustwacht wordt onderzocht?
Antwoord
De Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare
lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: Rijkswet) stelt dat de autonome
landen zorgdragen voor de regeling van een rechtspositie voor het Kustwachtpersoneel
(artikel 19). De motivatie voor een onderzoek naar een alternatieve rechtspositie
staat in het Jaarplan 2026 vermeld.1 Doel van het onderzoek is om de aantrekkelijkheid als werkgever te vergroten en het
personeelsbeleid beter in lijn te brengen met de huidige en toekomstige taken.
Vraag 4
Kan worden gegarandeerd dat deze alternatieve rechtspositie niet leidt tot hogere
personeelskosten?
Antwoord
De Kustwacht heeft zeven verschillende rechtsposities met elk hun eigen arbeidsvoorwaarden.
Dit verschilt per land en per type functionaliteit (bijv. burger, opsporingsambtenaar,
militair). Het onderzoek richt zich op de mogelijkheden om te komen tot uniforme uitgangspunten
en werkwijzen waarbij wordt voldaan aan de operationele opdracht en binnen het totale
kader van personeelskosten.
Vraag 5
Hoe wordt voorkomen dat personeelskosten stijgen zonder toename van operationele inzet
(zoals patrouille-uren)?
Antwoord
Zie antwoord vraag 4.
Vraag 6
Hoe kan de operationele inzetbaarheid van de hangaar op Hato niet in het geding zijn
terwijl de huidige infrastructuur als risico wordt aangemerkt?
Antwoord
De bouwkundige constructie van de huidige hangaar bevindt zich in een ondermaatse
conditie. In 2025 hebben er herstelwerkzaamheden plaatsgevonden om onderdelen van
de constructie te versterken. Hiermee is het directe risico op niet-beschikbaarheid
voor de korte termijn gemitigeerd, waardoor de hangaar in operationeel gebruik kan
blijven. Het project voor de nieuwbouw van de hangaar bevindt zich in de voorbereidende
fase. Om de operationele inzetbaarheid te waarborgen, kunnen indien nodig tijdelijke,
aanvullende mitigerende maatregelen worden genomen tot dat de nieuwbouw is afgerond.
Vraag 7
Welke incidenten hebben geleid tot het Urgentieplan Integriteit 2025 en in hoeveel
gevallen was sprake van beïnvloeding of druk vanuit criminele netwerken?
Antwoord
Integriteit is een belangrijke waarde binnen de Kustwacht. Het Urgentieplan Integriteit
2025 is opgesteld naar aanleiding van recente, vastgestelde integriteitsincidenten
binnen de Kustwacht. Het betreft onder meer strafrechtelijke aanhoudingen en veroordelingen
van medewerkers in verband met betrokkenheid bij drugssmokkel en -handel, alsmede
disciplinaire maatregelen, waaronder schorsingen. In de betreffende zaken is vastgesteld
dat criminele netwerken een rol hebben gespeeld. De aard en ernst van deze gevallen
vormen aanleiding om het bestaande integriteitsstelsel te herijken en preventieve
maatregelen te intensiveren.
Vraag 8
Welke rol hebben lokale vissers binnen «community policing» en leiden initiatieven
zoals «Safety at Sea» tot extra regelgeving of controles voor vissers?
Antwoord
Community policing richt zich op uitwisseling van informatie met verschillende gebruikers van het maritieme
domein als doel, bijvoorbeeld met vissers en beheerders van (jacht)havens. Op deze
manier bouwt de Kustwacht aan vertrouwensrelaties en positioneert de organisatie zich
in de gemeenschap. Lokale vissers maken onderdeel uit van deze (lokale) maritieme
gemeenschap en kunnen bijvoorbeeld in het kader van beeldopbouw door de Kustwacht
worden aangesproken tijdens patrouilles.
De campagne «Safety at Sea» richtte zich op het verhogen van de bewustwording van
veiligheidsaspecten op zee om hiermee de veiligheid van zeevarenden te vergroten.
De campagne focuste zich vooral op awareness en heeft niet tot extra controles voor vissers geleid.
Vraag 9
Kunt u het «Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringstaken door de Kustwacht», zoals
genoemd in de memorie van toelichting bij de begroting Mobiliteitsfonds 2026 (p. 121),
naar de Kamer sturen?
Antwoord
Het «Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringstaken door de Kustwacht» (GJP) betreft
een document voor Kustwacht Nederland en heeft geen betrekking op het Caribisch Gebied.
Het Jaarplan voor de Kustwacht Caribisch Gebied is in december 2025 aan de Kamer gestuurd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.