Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over mondzorg en financiële toegankelijkheid (Kamerstuk 32620-312)
2026D04560 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over mondzorg en financiële toegankelijkheid1.
De fungerend voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Heller
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractie
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
mondzorg en financiële toegankelijkheid en hebben daarover op dit moment geen vragen
aan de Minister.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief van de
Minister. Zij hebben enkele aanvullende vragen of opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat «voor elke maatregel geldt dat gekozen moet
worden voor een duidelijke afbakening van wie ervoor in aanmerking komt (doelgroep)
en welk zorg vergoed wordt (de mondzorgdekking)». Deze leden vrezen voor extra administratielasten
en hoge administratiekosten. Kan de Minister hierop reflecteren?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister een afbakening voorstel van tot
120 of 150 procent van het sociaal minimum. 310.000 à 405.000 mensen van de 640.000
mensen zouden met deze afbakening in aanmerking komen om gebruik te maken van een
mondzorgmaatregel. Tweederde tot driekwart van de mensen met een inkomen van 120 of
150 procent van het sociaal minimum gaat al naar een mondzorgverlener. Deze cijfers
roepen twijfels op over de noodzaak van het treffen van financiële maatregelen om
het gebruik van mondzorg te bevorderen. De leden van de VVD-fractie zijn van mening
dat er dus geen noodzaak is om een dure en administratie-intensieve financiële maatregel
te treffen voor een zeer kleine groep, zeker aangezien via de gemeenten al ondersteuning
beschikbaar is. Zij ontvangen in dit kader graag een reflectie van de Minister.
De leden van de VVD-fractie lezen verder dat «voor elke maatregel geldt daarnaast
dat deze nog verder uitgewerkt moet worden. Daarbij dient in ieder geval rekening
gehouden te worden met het doenvermogen en de gezondheidsvaardigheden van de doelgroep,
de voorlichting die nodig is om de doelgroep te bereiken, de uitvoerbaarheid en de
benodigde implementatietijd.» Genoemde leden constateren dat veel aanvullende maatregelen
nodig zijn om de doelgroep te bereiken. Kan de Minister reflecteren of hij deze maatregel
proportioneel vindt, met inachtneming van de vereiste extra maatregelen die nodig
zijn om deze effectief te laten zijn?
De leden van de VVD-fractie lezen dat, bij implementatie van een van de vier voorgestelde
maatregelen, de verwachte kosten uitvallen tussen de € 131 tot € 276 miljoen euro
structureel. Genoemde leden vinden dit disproportioneel, zeker in vergelijking met
een landelijk noodfonds waarbij de verwachte kosten uitvallen rond de € 6 miljoen
euro. Het noodfonds is bedoeld voor acute situaties en niet voor preventieve mondzorg,
maar de leden van de VVD-fractie onderschrijven het principe dat mensen in de eerste
plaats zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen gezondheid. Zij ontvangen in dit
kader graag een reflectie van de Minister.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
mondzorg en financiële toegankelijkheid en de bijgevoegde stukken.
De leden van de PVV-fractie constateren dat een grote groep volwassenen mondzorg mijdt
om financiële redenen. Terwijl een gezond gebit geen luxe is en het mijden van de
tandarts gevolgen heeft voor de algehele gezondheid. Deelt de Minister deze mening?
Zo ja, waarom blijft actie dan uit?
Welk effect verwacht de Minister op de grootte van de groep mondzorgmijders als het
eigen risico verder omhoog gaat? Hoe heeft de groep van, nu 640.000, zich door de
jaren heen in aantal en leeftijdsamenstelling ontwikkeld? De leden van de PVV-fractie
lezen daarnaast dat deze groep niet goed te identificeren is en dat daarom wordt aangesloten
bij inkomensgrenzen van 120 procent en 150 procent van het sociaal minimum. Welke
alternatieven zijn onderzocht om de feitelijke zorgmijders gerichter te bereiken,
en waarom zijn die alternatieven niet uitgewerkt?
Ook vragen deze leden om meer duidelijkheid over uitvoering. Kan de Minister per maatregel
inzichtelijk maken wat de uitvoeringskosten zijn, wie de uitvoering op zich moet nemen
(Rijk, gemeenten of verzekeraars) en welke implementatietermijnen realistisch zijn?
Kan de Minister toelichten waarom hij de woorden «in principe niet en in principe
wel» gebruikt als het gaat om op preventie gerichte mondzorg en mondzorg op medische
indicatie en het voldoen aan het wettelijke ingangscriterium van de Zorgverzekeringswet?
Kan de Minister de procedure en termijn toelichten waarop de tandarts zou kunnen worden
opgenomen in het basispakket?
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
De leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister en hebben
daarover de volgende twee vragen.
Op welke termijn kunnen mensen die om financiële redenen mondzorg mijden een structurele
oplossing verwachten waarmee mondzorg voor hen financieel toegankelijker wordt? En
welke tijdelijke maatregelen gaat de Minister nemen om het aantal mensen dat mondzorg
mijdt te verminderen tot moment dat er een structurele oplossing is waarmee voor hen
financieel toegankelijker wordt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de stukken over mondzorg en financiële
toegankelijkheid. Deze leden hebben geen vragen hierover aan de Minister.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over mondzorg en financiële
toegankelijkheid. Zij constateren dat het kabinet zich met onderzoeken en drogredeneringen
onder de enige redelijke oplossing blijft proberen uit te praten, namelijk het volledig
vergoeden van mondzorg voor iedereen.
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister tegen het volledig opnemen van mondzorg
in het basispakket inbrengt dat «in 2024 64% van de volwassen verzekerden een aanvullende
zorgverzekering had met mondzorgdekking en daarmee dus toegang tot mondzorg». Zouden
die niet net zo goed profiteren van opname in het basispakket, omdat zij zich dan
niet meer aanvullend hiervoor hoeven te verzekeren? Bovendien is het niet regelen
van verzekerde toegang tot essentiële zorg voor één op de drie Nederlanders nog altijd
slecht uitlegbaar. Waarom blijft de Minister dan toch met dit soort argumenten komen?
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister het niet-uitvoeren van de motie Dijk2 deels uitlegt met het argument dat dit niet binnen de Zorgverzekeringswet zou passen.
Waarom past de Minister de Zorgverzekeringswet dan niet gewoon op dit punt?
De leden van de SP-fractie lezen daarnaast het argument «dat circa 40% van de mensen
na een tandartscontrole nog aanvullende (curatieve) mondzorg nodig hebben» om controles
niet te vergoeden. Is dat niet de wereld op zijn kop? Is dat niet eerder een argument
om alle mondzorg dan te vergoeden uit het basispakket?
De leden van de SP-fractie vragen of de Minister in ieder geval bereid is om nu concrete
stappen te zetten om het mijden van mondzorg om financiële redenen tegen te gaan.
Is hij bijvoorbeeld bereid om een pilot op te zetten om mondzorg te vergoeden zoals
dit momenteel in de gemeente Groningen is geregeld?
Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractie
De leden van de 50PLUS-fractie danken de Minister voor de toezending van de brief
over mondzorg en financiële toegankelijkheid. Zij willen hierbij nog wel een vraag
stellen.
De Minister geeft op pagina 5 en 6 van de brief aan dat op zijn verzoek het Zorginstituut
heeft getoetst of mondzorg voor volwassenen aan de toegangscriteria voor de Zorgverzekeringswet
valt. Volgens het Zorginstituut valt preventieve mondzorg voor volwassenen niet onder
de criteria van te verzekeren zorg; op behandeling gerichte mondzorg kán wel daaronder
vallen. Er wordt echter niet aanbevolen door het Zorginstituut om op behandeling gerichte
mondzorg al in het pakket op te nemen.
De leden van de 50PLUS-fractie stellen zich op het standpunt dat dit geen recht doet
aan het belang van mondzorg. Preventieve controles kunnen voorkomen dat zich ernstiger
klachten ontwikkelen, klachten waarvoor zorg nodig is die wel onder de Zorgverzekeringswet
valt. Anders gezegd: preventieve controles kunnen de maatschappij heel veel zorgkosten
besparen. Mensen met weinig geld zullen eerder geneigd zijn deze zorg te mijden, omdat
het voor hen simpelweg niet op te brengen is. Met het risico dat bij hen zich ernstiger
klachten ontwikkelen, met alle gevolgen van dien. De kosten gaan voor de baten uit.
In dat licht is het wat genoemde leden wel degelijk een goed idee om deze preventieve
controles te vergoeden. Niet via een noodfonds, maar standaard. De leden van de 50PLUS-fractie
ontvangen graag een uitgebreide reflectie van de Minister hierop.
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M. Heller, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.