Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het kabinetsstandpunt t.a.v. EP-initiatiefvoorstel wijziging Europese Kiesakte inzake stemoverdracht (Kamerstuk 36104-10)
2026D03957 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft onderstaande fractie de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over de brief inzake het kabinetsstandpunt ten aanzien van EP-initiatiefvoorstel wijziging
Europese Kiesakte inzake stemoverdracht (Kamerstuk 36 104, nr. 10).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Haas
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
II
Antwoord/reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake het kabinetsstandpunt
met betrekking tot het initiatiefvoorstel tot wijziging van de Europese Kiesakte inzake
stemoverdracht. Allereerst merken deze leden op dat zij het belang inzien van een
regeling voor zwanger- of moederschapsverlof voor leden van het Europees Parlement
(EP), maar tegelijkertijd hebben zij vragen over de praktische uitwerking, staatsrechtelijke
implicaties en mogelijke precedentwerking van het voorgestelde instrument. Het betreft
hier een principieel punt, want het zou op gespannen voet met het basisprincipe van
de democratische vertegenwoordiging kunnen staan. Deze leden merken op dat het voorstel
met een grote meerderheid in het EP is aanvaard. Tegelijkertijd merken zij op dat
er een eerder voorstel uit 2022 ligt waarin wordt voorzien dat zieke of zwangere EP-leden
middels tijdelijke vervangers kunnen worden vervangen. Deze leden vinden dat er constructief
moet worden gekeken naar het voorstel inzake stemoverdracht.
De leden van de VVD-fractie merken op dat stemoverdracht raakt aan het persoonlijk
mandaat dat volksvertegenwoordigers hebben. Deze leden vragen of er ook sprake is
van stemoverdracht in nationale parlementen in andere EU-lidstaten. Tevens vragen
zij hoe wordt omgegaan met situaties waarin de stemoverdracht plaatsvindt aan een
lid van een andere delegatie of fractie en hoe kan worden uitgesloten dat de regeling
in de toekomst wordt uitgebreid naar andere omstandigheden.
De leden van de VVD-fractie vragen verder hoe ver stemoverdracht reikt. Betreft het
enkel plenaire stemmingen of bestaat er het gevaar dat het ook breder wordt ingezet
bij vergaderingen? Ook vragen deze leden hoe in de praktijk wordt vastgesteld of een
Europarlementariër in aanmerking komt voor stemoverdracht. Wie houdt hier toezicht
op? Ook vragen deze leden hoe de stemoverdracht zich verhoudt tot het fysiek aanwezig
moeten zijn bij stemmingen. Tevens vragen zij hoe het initiatiefvoorstel zich verhoudt
tot hoofdelijk stemmen. Hoe wordt voor EU-burgers inzichtelijk gemaakt dat er sprake
was van stemoverdracht? Wordt dit zichtbaar gemaakt in stemmingsuitslagen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief
van het kabinet inzake het kabinetsstandpunt over de regeling van vervanging van een
lid van het EP. Deze leden zijn het met het kabinet eens dat stemoverdracht niet hetzelfde
is als een tijdelijke volwaardige vervanging van een parlementslid. Zij zouden daarom
daar in principe de voorkeur aan geven. Dat zou het ook het meest aansluiten bij de
Nederlandse situatie, waarbij volksvertegenwoordigers volwaardig vervangen kunnen
worden gedurende zwangerschaps- en bevallingsverlof of verlof tijdens ziekte. Deze
leden vinden het echter van groot belang dat er na jarenlange inzet van Europarlementariërs
voor een passende verlofregeling nu eindelijk concrete stappen worden gezet. Daarom
zijn zij voorstander van een constructieve houding van de Nederlandse regering in
de Raad, zodat er spoedig een positief besluit kan worden genomen. Voor nu hebben
deze leden alleen nog de vraag wat de argumenten van andere lidstaten zijn om niet
in te kunnen stemmen met het voorstel van het EP uit 2022.
II Antwoord/reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
J.P. van der Haas, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.