Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. beleidsagenda Buitenlandse Handel ‘Nederland: welvarend en weerbaar’ (Kamerstuk 36180-164)
2026D03742 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp hebben enkele
fracties de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Staatssecretaris
van Buitenlandse Zaken over de brieven: Beleidsagenda Buitenlandse Handel «Nederland:
welvarend en weerbaar» (Kamerstuk 36 180, nr. 164), Beantwoording vragen commissie over de Beleidsagenda Buitenlandse Handel «Nederland:
welvarend en weerbaar (Kamerstuk 36 180, nr. 179) en de Voortgangsrapportage Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten (NAP)
(Kamerstuk 32 735, nr. 401).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Boswijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Hoedemaker
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
• Inbreng D66-fractie
• Inbreng VVD-fractie
• Inbreng CDA-fractie
II.
Reactie van de Staatssecretaris
III.
Volledige agenda
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie benadrukken dat gendergelijkheid een belangrijke randvoorwaarde
is voor een gezond verdienvermogen en duurzame economische stabiliteit, zowel in Nederland
als daarbuiten. Internationale analyses laten zien dat economieën waarin vrouwen en
meisjes veilig en volwaardig kunnen participeren innovatiever, productiever en weerbaarder
zijn. Zo wijst het World Economic Forum op het positieve verband tussen gendergelijkheid
en concurrentievermogen, en becijferde de Europese Investeringsbank dat het verkleinen
van de genderkloof het wereldwijde bruto binnenlands product met circa 13 biljoen
euro zou kunnen verhogen.
Tegen deze achtergrond constateren deze leden dat het Ministerie van Buitenlandse
Zaken momenteel geen expliciet beleid voert op het snijvlak van gender en handel.
Ook blijkt dat bij het opstellen van de beleidsagenda de verplichte kwaliteitseis
«effecten op gendergelijkheid» uit het Beleidskompas niet is toegepast. Handelsbeleid
zonder structurele aandacht voor vrouwenrechten en gendergelijkheid dreigt niet alleen
bestaande ongelijkheden te bestendigen, maar laat ook aantoonbare economische kansen
onbenut.
De leden hebben hierover de volgende vragen: Is de verplichte kwaliteitseis «effecten
op gendergelijkheid» van het Beleidskompas uitgevoerd bij de totstandkoming van het
huidige handelsbeleid? Zo nee, kan de Staatssecretaris toezeggen deze analyse alsnog
uit te voeren en de uitkomsten daarvan met de Tweede Kamer te delen?
Kan de Staatssecretaris voorts toezeggen dat bij toekomstig handelsbeleid en bij de
totstandkoming en herziening van handelsakkoorden structureel een gedegen analyse
van de effecten op gendergelijkheid wordt uitgevoerd, en dat de inzichten daaruit
aantoonbaar worden meegewogen, conform de bestaande beleidsverplichtingen?
De aan het woord zijnde leden nemen daarnaast met instemming kennis van de ondertekening
van het handelsverdrag met India. Zij zien dit als een belangrijke stap in het versterken
van de economische relaties tussen de Europese Unie en India. Kan de regering de Kamer
informeren over het verdere tijdpad richting ratificatie van dit verdrag, en over
de rol die Nederland hierin zal spelen?
Voorts vernemen de voornoemde leden graag in hoeverre de ondertekening van het verdrag
met India bijdraagt aan het creëren van momentum voor lopende handelsbesprekingen
met Indonesië en Australië. Kan de regering een actuele stand van zaken geven van
deze onderhandelingen? In welke sectoren verwacht de regering dat Nederland en de
Europese Unie in het bijzonder economisch voordeel zullen behalen uit deze (toekomstige)
akkoorden?
Op welke wijze wordt daarbij rekening gehouden met sociale effecten, de positie van
vrouwen en meisjes, en de impact op natuur en biodiversiteit? Hoe worden deze overwegingen
concreet meegewogen in de onderhandelingsinzet en de uiteindelijke beoordeling van
de akkoorden?
Inbreng leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geagendeerde
brieven en hebben hierover nog enkele vragen en aandachtspunten.
De leden van de VVD-fractie benadrukken het belang van handel als verdienvermogen
voor de Nederlandse samenleving. Volgens deze leden kunnen ontwikkelingssamenwerking
en handel elkaar versterken in het bereiken van de gestelde doelen. Hoe kijkt de Staatssecretaris
naar het optimaliseren van het gebruik van handel als instrument om ontwikkelingsdoelen
te bereiken? Op welke manier werkt de Staatssecretaris concreet aan het vooropzetten
van onze welvaart en weerbaarheid van de economie in het handelsbeleid?
Om het concurrentievermogen van de Europese Unie te beschermen is volgens de leden
van de VVD-fractie meer Europese coherentie nodig als het gaat om het handelsbeleid.
Hoe duidt de Staatssecretaris de trend in meerdere Europese lidstaten die accepteren
dat China een grotere rol speelt in investeringen in infrastructuur, zoals bijvoorbeeld
in havens? Welke alternatief kan de Europese Unie bieden tegen deze Chinese investeringen
in kritieke infrastructuur? In welke partnerschappen moet worden geïnvesteerd volgens
de Staatssecretaris om buiten de gevestigde markten handel te bevorderen? Hoe ziet
de Staatssecretaris kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven om via het Global Gateway-initiatief
toegang te krijgen tot andere markten? Hoe kan het gebruik van Global Gateway door
Nederlandse bedrijven worden bevorderd?
Op welke manier ondersteunt de Staatssecretaris Invest International en Atradius Dutch
State Business (ADSB) om ondernemers te ondersteunen met financiering en exportverzekeringen?
Wanneer volgt een evaluatie van de pilot van ADSB voor het vergroten van de toegang
van Nederlandse bedrijven tot kritieke grondstoffen? Kan de Staatssecretaris de resultaten
van deze evaluatie met de Kamer delen?
Daarnaast hebben de leden van de VVD-fractie kennisgenomen van de «Voortgangsrapportage
Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten 2024.» De leden lezen in de reactie
van de Staatssecretaris dat in de cacao, palmolie en textiel-ketens meer strategische
samenwerking is gefaciliteerd. Op welke manier kunnen deze resultaten worden ingezet
in andere ketens die van belang zijn voor de Nederlandse economie? Op welke manier
worden ondernemers meegenomen in het nieuwe IMVO-beleid? Kan de Staatssecretaris nader
uitleggen wat wordt bedoeld met de «zuivere en lastenluwe omzetting van de CSDDD»?
Inbreng leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Beleidsagenda Buitenlandse
Handel. Deze leden hebben hier enkele vragen over.
De leden van de CDA-fractie vragen de Staatssecretaris wat haar inschatting is of
de Mercosur-handelsovereenkomst voorlopig in werking zal kunnen treden, zoals verzocht
in de aangenomen motie Erkens c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2374). Wat de leden van de CDA-fractie betreft kan Europa zich stilstand niet veroorloven
in een wereld waarin handelsblokken verschuiven en zekerheden wegvallen.
Nederland werkt aan strategische partnerschappen voor kritieke grondstoffen en halfgeleiders
met landen als Vietnam, Zuid-Korea, Canada en India. De aan het woord zijnde leden
vinden dit verstandig, maar vragen wel naar welke landen we nu nog meer kijken. Is
het in kaart gebracht waar we wel en niet de banden aanscherpen? Kan de Staatssecretaris
daarnaast aangeven wat de status is van de innovatie attaches op de ambassades? Klopt
het dat op sommige ambassades deze attaches geheel verdwijnen? Brengt dit onze ambities
niet in gevaar?
Internationale handel vraagt ook aandacht voor de regio. Ons handelsinstrumentarium
staat open voor alle bedrijven, maar in de praktijk zien we dat vooral de Randstad
profiteert, terwijl onze regio’s achterblijven. Herkent de Staatssecretaris dit vanuit
het werkbezoek dat ze onlangs aan de provincie Fryslân bracht? De leden van de CDA-fractie
vinden het een gemiste kans dat onze regio’s niet evenredig profiteren van de kansen
die er liggen. Natuurlijk zit ook buiten de Randstad topkennis, zeker op het gebied
van water, voedselzekerheid en klimaat slimme landbouw. Wie de wereld wil helpen met
water gerelateerde uitdagingen, moet ook de regio’s meenemen die daarin uitblinken.
Provinciale besturen kunnen daarbij de brug slaan, bijvoorbeeld door mkb-bedrijven
actief te informeren en te betrekken bij handelsmissies. Is de Staatssecretaris het
met de voornoemde leden eens dat hier een strategische kans ligt? Deelt de Staatssecretaris
de opvatting dat het huidige aanbod via de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s)
gefragmenteerd is, waardoor bedrijven in delen van het land slechts beperkt worden
ondersteund en daardoor ook minder gebruikmaken van het RVO instrumentarium?
Is de Staatssecretaris bereid om samen met provincies en het bedrijfsleven te verkennen
welke knelpunten er zijn en hoe kan worden toegewerkt naar een landelijk dekkend netwerk
van regionale exportprogramma’s via de ROM’s, zodat bedrijven in alle regio’s laagdrempelig
en gelijkwaardig toegang hebben tot ondersteuning bij hun internationaliseringsstrategie?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete stappen gaat de Staatssecretaris zetten
om deze kansen daadwerkelijk te benutten?
In de IOB-evaluatie lezen de leden van de CDA-fractie dat Nederlandse bedrijven regelmatig
opdrachten binnenslepen bij internationale organisaties. Tegelijkertijd wordt geconstateerd
dat het overzicht ontbreekt: waar liggen die kansen precies, en wat levert het Nederland
concreet op? De aanbeveling is daarom om deze informatie beter en inzichtelijker te
maken, bijvoorbeeld door structureel te laten zien welke opdrachten en opbrengsten
Nederlandse bedrijven via multilaterale organisaties binnenhalen. De leden van de
CDA-fractie zouden het zeer waarderen als het ministerie deze aanbeveling overneemt.
Kan de Staatssecretaris dat toezeggen?
II. Reactie van de Staatssecretaris
III. Volledige agenda
• Kamerstuk 36 180, nr. 164: Beleidsagenda Buitenlandse Handel «Nederland: welvarend en weerbaar».
• Kamerstuk 36 180, nr. 179: Beantwoording vragen commissie over de Beleidsagenda Buitenlandse Handel «Nederland:
welvarend en weerbaar».
• Kamerstuk 32 735, nr. 401: Voortgangsrapportage Nationaal Actieplan bedrijfsleven en mensenrechten (NAP).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.G. Boswijk, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp -
Mede ondertekenaar
E. Hoedemaker, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.