Lijst van vragen : Lijst van vragen over de Reactie op initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over “Lezen voor je leven” (Kamerstuk 36773-3)
2026D03067 Lijst van vragen
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief Reactie
op initiatiefnota van de leden Rooderkerk en Vijlbrief over «Lezen voor je leven»
(Kamerstuk 36 773, nr. 2) d.d. 4 december 2025 (Kamerstuk 36 773, nr. 3).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Thiel
Nr
Vraag
1
Hoe wordt voorkomen dat de voorgestelde maatregelen leiden tot extra administratieve
druk voor leraren en schoolteams?
2
Hoe worden de komende jaren kleinere klassen bevorderd vanuit het ministerie?
3
Hoe worden de resultaten en de effectiviteit van de bestaande maatregelen om basisvaardigheden
te verbeteren gemeten en gemonitord?
4
In hoeverre wordt gemeten of studenten aan het einde van de opleidingen tot docent
in het primair of voortgezet onderwijs goed Nederlands kunnen spellen?
5
Wat is de reden dat een verkenning naar de invoering van een verplichte voldoende
voor het vak Nederlands, waar de Kamer in mei 2023 om heeft gevraagd, pas aan het
einde van dit jaar wordt verwacht?
6
Wat is de plaats van schrijfvaardigheid en stelopdrachten die helder denken en redeneren
stimuleren in de huidige lopende trajecten om het curriculum Nederlands te herzien?
7
Kunt u (voorbeelden of een indicatie) aangeven welke vormen van administratie «voor
het geval dat» zullen worden geschrapt?
8
Welke administratieve taken («rompslomp») houden leraren en leerkrachten van hun eigenlijke
werk?
9
Welke inventarisaties onder leraren zijn er gedaan om hen te vragen van welke regels
of taken zij vinden dat die hen afleiden van hun werk en/of die niet zinvol effectief
zijn?
10
Kunt u t.a.v. de inzet om per acht fulltimebanen 40 dagen ontwikkeltijd te bieden
aangeven of dit impact zou hebben op het lerarentekort en zo ja, welke?
11
Hoe schat u de juridische gevolgen in van de invoering van een «recht» op begrijpelijke
taal?
12
Zou na invoering van dit recht op begrijpelijke taal het mogelijk worden om de schrijvers
van onbegrijpelijke taal aan te klagen?
13
Klopt het dat sommige gemeenten beschikken over een «terugzendservice» die burgers
uitnodigt onduidelijke boodschappen terug te sturen, waarna ambtenaren twee weken
de tijd krijgen voor een nieuwe, begrijpelijke brief? Welke gemeenten doen dit en
wat zijn de ervaringen daarmee?
14
Hoe en in welke mate is leesbevordering, jeugdliteratuur en leesdidactiek momenteel
onderdeel van de curricula van pabo’s en tweedegraads lerarenopleidingen Nederlands?
15
Wordt binnen de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren expliciet aandacht besteed
aan het versterken van leesexpertise bij aanstaande leraren en zo ja, hoe wordt dit
ingevuld?
16
In hoeverre wordt bij de verkenning naar de verplichte voldoende voor het vak Nederlands
ook de motie van het lid Haage betrokken over verkennen hoe schrijfvaardigheid beter
valt te toetsen in centrale examens (Kamerstuk 31 293, nr. 838), die immers beoogt dat een voldoende voor het centraal examen Nederlands voortaan
ook meer en andere vaardigheden behelst dan alleen begrijpend lezen?
17
Is bekend hoeveel jongeren van de middelbare school gaan met een
onvoldoende voor het vak Nederlands?
18
Welke aandeel van de scholen beschikt momenteel over een structureel ingerichte schoolbibliotheek,
uitgesplitst tussen het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo?
19
Welke kwalitatieve criteria hanteert het kabinet om te bepalen of sprake is van een
volwaardige schoolbibliotheek?
20
Hoe verhoudt de voorgenomen opschaling naar een structurele investering van € 50 miljoen
per jaar vanaf 2028 zich tot de ambitie om alle scholen te bereiken?
21
Wat gaat de kwaliteitsalliantie leermiddelen voor het funderend onderwijs betekenen
bij de uitvoering van de motie van het lid Haage over duurzame alternatieven voor
wegwerpboeken stimuleren (Kamerstuk 32 034, nr. 61)?
22
In hoeverre volstaat het structureel maken van de middelen voor het landelijke bewezen
effectieve programma de Bibliotheek op school (dBos) om uitvoering te geven aan de
motie van het lid Moorman c.s. over een toegankelijke bibliotheekvoorziening in elke
school in het funderend onderwijs (Kamerstuk 36 699, nr. 27) en in hoeverre zijn er aanvullende maatregelen nodig om deze motie uit te voeren?
23
Hoe kijkt u naar de status van het Kwaliteitskader Taal voor leermiddelen in relatie
tot de voorgestelde keuring van leermiddelen in de initiatiefnota?
24
Hoe kunnen de initiatiefnemers ervoor zorgen dat de beoogde keuring van lesmethodes
zoveel mogelijk aansluit bij bestaande initiatieven?
25
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de oprichting van een kwaliteitsalliantie
leermiddelen voor het funderend onderwijs?
26
Kan het kabinet goede voorbeelden geven van hoe gemeenten leesvaardigheid onder volwassenen
willen bevorderen?
27
Welke van de «domme en asociale bezuinigingen», die kinderen met de grootste achterstanden
op het vmbo raken, maar ook bibliotheken en opleidingen voor volwassenen, waarover
beide initiatiefnemers schrijven (Kamerstuk 36 773, nr. 2, blz. 3) gaat u vooralsnog onverminderd doorzetten?
28
Kunt u puntsgewijs en gemotiveerd uiteenzetten welke van de vijf aanbevelingen van
de initiatiefnota «Heerlijk, helder Hollands. Nederlanders hebben recht op duidelijke
taal» van het toenmalige lid Van Gent (Kamerstuk 30 470, nr. 2) worden waargemaakt met de steun van het Ministerie van BZK voor begrijpelijke overheidscommunicatie
en de wettelijke verplichting voor bestuursorganen om besluiten op een begrijpelijke
manier toe te lichten?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
L.E.T.M. van Thiel, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.