Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over het Fiche: [MFK] Landen en gebieden overzee (LGO)-besluit (Kamerstuk 22112-4187)
2026D02780 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft een aantal fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties over de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 10 oktober
2025 inzake Fiche: [MFK] Landen en gebieden overzee (LGO)-besluit (Kamerstuk 22 112, nr. 4187).
De voorzitter van de commissie,
Mutluer
De griffier van de commissie,
Hessing-Puts
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II
Reactie van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorstel tot
wijziging van het bestaande kader voor Landen en Gebieden Overzee (LGO). Naar aanleiding
hiervan hebben zij nog enkele vragen.
Deze leden lezen dat met betrekking tot de dialoogstructuur is besloten de frequentie
van het EU-LGO-forum te verlagen naar tweejaarlijks in plaats van jaarlijks, met als
doel de strategische waarde van dit gremium te versterken. Hoe verhoudt deze keuze
zich tot de politieke en veiligheidssituatie in het Caribisch gebied en tot de mogelijkheid
om, indien ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, tijdig bij te sturen?
Welke voorbereidingen treffen de eilanden en Nederland zelf om te komen tot plannen
voor het nieuwe LGO-budget? Op welke wijze ondersteunt Nederland de eilanden hierbij?
Bestaan er tevens mogelijkheden voor de eilanden om gezamenlijke projecten in te dienen?
Zo ja, op welke manier faciliteert Nederland dit?
Op welke wijze zal de Staatssecretaris het geopolitieke belang van investeringen in
het Caribisch gebied onderstrepen, mede gezien de situatie in Venezuela?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het BNC-fiche en
hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
Deze leden benadrukken het standpunt van het kabinet dat heldere criteria, transparante
besluitvorming en een actieve inzet in de Raad nodig is om te waarborgen dat Nederlandse
LGO’s kunnen profiteren van het beschikbare EU-budget. Waar gaat de Staatssecretaris
nu precies op inzetten? Hoe beoordeelt de Staatssecretaris het voorstel tot herziening
van het LGO-besluit in verhouding tot het huidige LGO-besluit? Wat is de feitelijke
benutting van EU-middelen door Nederlandse LGO’s geweest in de afgelopen periode in
relatie tot hun budget? Hoe weegt de Staatssecretaris de verhoging van het LGO-budget
binnen de totale MFK-onderhandelingen?
Voornoemde leden lezen dat met name de BES-eilanden beperkt zijn uitgerust om te voldoen
aan de hogere eisen die in het LGO-besluit worden gesteld. In hoeverre acht de Staatssecretaris
de huidige ondersteuning van de LGO’s toereikend om de verantwoordelijkheden die bij
de LGO’s zelf liggen waar te maken? Hoe borgt de Staatssecretaris dat voorspelbaarheid
van financiering en begroting behouden blijft zonder vaste meerjarige enveloppes «Multiannual
Indicative Programmes» (MIP’s)? Hoe voorkomt de Staatssecretaris dat nationale middelen
worden gereserveerd zonder zekerheid dat EU-cofinanciering volgt? Hoe beoordeelt de
Staatssecretaris het risico dat de BES-eilanden minder toegang krijgen tot het niet-toegewezen
fonds dan grotere LGO’s?
Daarnaast zijn de aan het woord zijnde leden benieuwd naar de verhouding tussen de
leenfaciliteit tot de wet FinBES. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe de leenfaciliteit
invloed heeft op de afspraken over financieel toezicht bij Aruba, Curaçao en Sint-Maarten?
Bestaat het risico dat de Nederlandse Staat (mede) aansprakelijk wordt voor de door
LGO’s aangegane EU-leningen. Deze leden zouden dit onwenselijk vinden. Zo ja, hoe
wordt dit voorkomen?
Hoe wordt de Tweede Kamer gedurende de onderhandelingen en bij de uitvoering van het
nieuw LGO-besluit geïnformeerd? Is de Staatssecretaris bereid de Kamer structureel
te informeren op de momenten dat er aanleiding toe is, dus los van geannoteerde agenda’s
en dergelijke?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het Fiche Landen en gebieden overzee (LGO)-besluit. Zij hebben hierover een aantal
vragen en opmerkingen.
Allereerst vragen deze leden of de Staatssecretaris verwacht dat het voorstel van
de Europese Commissie de komende tijd nog zal wijzigen nu besloten is dat er, gelet
op de geopolitieke situatie, meer aandacht komt voor Groenland? Zo ja, wat zou dit
betekenen voor de eilanden in het Caribisch deel van het Koninkrijk?
Voornoemde leden lezen dat er voor de LGO-gebieden die bij Nederland en Frankrijk
horen 425 miljoen euro beschikbaar zou komen. Kan worden toegelicht wanneer bekend
wordt hoe dit precies verdeeld wordt en wat de precieze voorwaarden zijn? Wat is de
inzet van de Staatssecretaris hierbij? En kan daarbij ook aangegeven worden hoe precies
tot dit bedrag gekomen is? Is de Staatssecretaris van mening dat met dit bedrag voldoende
opgaven kunnen worden gefinancierd?
De Franse overzeese gebieden behoren, in tegenstelling tot de Nederlandse, tot de
EU. Kan de Staatssecretaris nader duiden wat de precieze formele en praktische verschillen
hiervan zijn? De aan het woord zijnde leden begrijpen dat de Caribische delen van
het Koninkrijk niet in Europa liggen en dat de schaal van de eilanden een hele andere
is dan het Europese deel van Nederland. Dit geldt echter ook voor Frankrijk. Daarom
ontvangen deze leden dus graag een uitgebreide analyse van de voor- en nadelen van
het formeel onderdeel zijn van de EU van de Caribische delen van het Koninkrijk. En
in het verlengde hiervan zijn deze leden benieuwd of de Staatssecretaris recent met
de eilanden hierover heeft gesproken? Zo nee, is de Staatssecretaris bereid dit de
komende periode alsnog te doen?
Tot slot horen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie graag op welke wijze de drie
zelfstandige landen en de drie bijzondere openbare lichamen door de Staatssecretaris
betrokken worden bij de onderhandelingen over het voorliggende voorstel.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het fiche en danken het kabinet
hiervoor. Deze leden maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen
aan de Staatssecretaris hierover.
Voornoemde leden constateren dat de Europese Commissie de LGO’s nadrukkelijk positioneert
als «strategische buitenposten» van de Europese Unie. Zij vragen wat deze strategische
positionering in de praktijk concreet betekent voor de Caribische delen van het Koninkrijk,
bijvoorbeeld op het terrein van veiligheid, weerbaarheid en regionale samenwerking.
Hoe wordt voorkomen dat deze geopolitieke ambitie vooral beleidsmatig blijft zonder
voldoende uitvoeringskracht?
De aan het woord zijnde leden merken op dat het fiche expliciet wijst op de beperkte
uitvoeringscapaciteit van de LGO en de geringe slagingskans bij het benutten van EU-fondsen.
Zij vragen welke concrete en afdwingbare vereenvoudigingen zijn inzet om te voorkomen
dat middelen opnieuw onvoldoende worden benut en vooral terechtkomen bij beter toegeruste
gebieden.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de Staatssecretaris borgt dat middelen uit
het LGO-besluit aanvullend zijn op nationale middelen en de Koninkrijksmiddelen en
niet leiden tot verdringing van bestaande investeringen. Op welke wijze wordt de samenhang
tussen EU-financiering en Koninkrijksbeleid in de praktijk georganiseerd en bewaakt?
Voornoemde leden constateren dat het budget voor de Nederlandse en Franse LGO stijgt
naar 425 miljoen euro, terwijl nog onduidelijk is op basis van welke criteria en verdeelsleutels
deze middelen worden toegekend. Zij vragen hoe wordt geborgd dat deze middelen transparant,
voorspelbaar en evenwichtig over de verschillende eilanden worden verdeeld, zodat
ongelijke behandeling en beperkte Kamercontrole worden voorkomen. Ook vragen deze
leden of de Staatssecretaris al een overzicht kan geven hoe deze middelen worden verdeeld.
De aan het woord zijnde leden hebben zorgen over de voorgestelde leenfaciliteit, nu
voorwaarden zoals rente, looptijd en garanties nog onduidelijk zijn. Zij vragen hoe
de Staatssecretaris de risico’s van deze leenfaciliteit beoordeelt in het licht van
schuldenproblematiek, financieel toezicht en de autonomie van landen binnen het Koninkrijk,
en of kan worden uitgesloten dat hieruit impliciete financiële verplichtingen voor
Nederland voortvloeien.
De leden van de CDA-fractie constateren dat de rol van lidstaten bij de totstandkoming
en uitvoering van de MIP’s beperkt is uitgewerkt, terwijl lidstaten wel worden aangesproken
bij knelpunten. Zij vragen hoe de Staatssecretaris de positie van Nederland als lidstaat
wil versterken, zodat verantwoordelijkheid en zeggenschap beter in balans worden gebracht.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie lezen dat er 425 miljoen euro beschikbaar is voor de Nederlandse
en Franse LGO samen, maar dat het nog onbekend is hoe dit bedrag over de verschillende
gebieden verdeeld gaat worden.
Hoe gaat de Staatssecretaris garanderen dat de Nederlandse eilanden, en specifiek
de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius, een eerlijk en proportioneel
deel van dit budget ontvangen ten opzichte van de Franse gebieden?
De leden van de BBB-fractie lezen dat er wordt ingezet op «voedselzekerheid» als onderdeel
van de brede aanpak. Kan de Staatssecretaris specifiek toelichten hoe dit geld zal
worden ingezet om de zelfredzaamheid van lokale boeren en vissers op de eilanden te
vergroten en in hoeverre hierbij gebruik zal worden gemaakt van Nederlandse agrarische
expertise?
De leden van de BBB-fractie lezen dat er een nieuwe leenfaciliteit wordt voorgesteld,
maar de voorwaarden voor deze leningen zijn nog onduidelijk. Welke risico’s loopt
de Nederlandse Staat als een LGO de rente of aflossing van een dergelijke EU-lening
niet kan betalen, aangezien de lidstaat in het proces vaak als aanspreekpunt fungeert?
II. Reactie van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. Mutluer, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.