Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde agenda informele Onderwijsraad 29-30 januari 2026, Nicosia, Cyprus (Kamerstuk 21501-34-450)
2026D02394 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties
de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brieven van de:
• Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 14 januari 2026 inzake de geannoteerde
agenda informele Onderwijsraad 29–30 januari 2026, Nicosia, Cyprus (Kamerstuk 21 501-34, nr. 450);
• Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 13 januari 2026 inzake het verslag
van de OJCS-Raad voor de onderdelen onderwijs en cultuur van 27 en 28 november 2025
(Kamerstuk 21 501-34, nr. 449);
• Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 28 november 2025 inzake Fiche: Mededeling Europese
strategie voor artificiële intelligentie in de wetenschap (Kamerstuk 22 112, nr. 4215);
• Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 31 oktober 2025 inzake Fiche: Mededeling Europese
strategie voor onderzoeks- en technologie-infrastructuur (Kamerstuk 22 112, nr. 4196);
• Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 17 oktober 2025 inzake Fiche: [MFK] Verordening
programma voor onderzoek en opleiding Euratom 2028–2032 (Kamerstuk 22 112, nr. 4194);
• Europese Rekenkamer (ERK) d.d. 24 september 2025 inzake de aanbieding analyse «Strategieën
voor slimme specialisatie in de EU».
De fungerend voorzitter van de commissie,
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Thiel
Inhoud
I
Vragen en opmerkingen uit de fracties
•
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
•
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
•
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
•
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
II
Reactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
informele OJCS-raad van 29 en 30 januari aanstaande en bijbehorende stukken en hebben
daarover nog enkele vragen.
Professionalisering lerarenberoep
De leden van de VVD-fractie hebben met enige verbazing kennisgenomen van de keuze
van het Cypriotisch voorzitterschap om onderwijs als speerpunt aan te wijzen. Deze
leden vragen zich af hoe dat zich verhoudt tot de bevoegdheden van de Europese Unie
op het gebied van onderwijs, daar waar zij van mening zijn dat onderwijs vooral een
nationale aangelegenheid moet zijn. Zij vragen de Minister hierop te reflecteren,
zeker nu hij aangeeft de agendering van het lerarenberoep te verwelkomen. Kan hij
de kansen die hij hier ziet nader toelichten? Datzelfde vragen de leden van de VVD-fractie
over het ondersteunen van leraren in de omgang met AI1. Betekent dit dat de EU zich gaat bemoeien met de Nederlandse lerarenopleidingen
of de inhoud van ons curriculum, zo vragen deze leden.
Commissieaanbeveling menselijk kapitaal
De leden van de VVD-fractie lezen de aanbeveling om beroepskwalificaties te verlagen
voor migranten en derde landenwerknemers. Deze leden zijn het oneens met het al dan
niet verlagen van de eisen die we aan eventuele werknemers stellen en vragen de Minister
hierop te reflecteren. Zij vragen de Minister voorts nader toe te lichten wat het
uitbreiden van de rechtsbasis inhoudt voor onze nationale competenties op het thema
onderwijs.
Voortgangsrapport AgoraEU
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de voortgang van het programma
AgoraEU. Deze leden vragen zich af wat het Deens voorzitterschap bedoelt met het ontbreken
van «betrokkenheid van lidstaten». Zijn lidstaten niet op voorhand betrokken bij dit
programma, ook gezien het feit dat zij ervoor betalen? Voorts zijn zij verbaasd dat,
ondanks de financiële middelen (€ 8,6 miljard) die met dit programma gemoeid zijn,
geen eenduidige definitie van creatieve en culturele sector lijkt te zijn vastgesteld.
Klopt dat, zo vragen deze leden de Minister. Hoe verhoudt dat zich tot het aannemen
van de raadsconclusies over de strategische rol van cultuur?
De leden van de VVD-fractie weten dat AgoraEU uit een aantal pijlers bestaat, waaronder
voor cultuur, media en maatschappij. Deze leden vragen zich af hoe de gelden uit die
pijlers verdeeld gaan worden en hoe dat Nederlandse cultuurmakers of media kan versterken.
Op welke manier gaat dit programma ervoor zorgen dat onze cultuursector breder toegankelijk
wordt? Moeten deze leden de middelen uit de cultuurpijler zien als een subsidie die
onze cultuursector verder opzadelt met administratie en een afhankelijkheid van de
overheid?
Soortgelijke vragen leven bij de leden van de VVD-fractie over de mediapijler. Deze
leden zijn groot voorstander van een robuuste en innovatieve Nederlandse mediasector,
maar vragen de Minister hoe de concurrentiekracht maar ook innovatiekracht van de
(commerciële) media wordt vergroot met een Europese subsidie. Heeft de Minister daar
ideeën bij, zo vragen zij.
Ook over de CERV+-pijler hebben de leden van de VVD-fractie een enkele vraag. Deze
leden lezen dat de pijler vooral organisaties en initiatieven rondom deze thema’s
wil ondersteunen. Daarbij vragen zij of de Minister ook kansen ziet in deze pijler
om het burgerschapsonderwijs op Nederlandse scholen te ondersteunen dan wel te versterken.
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
de geannoteerde agenda voor de informele Onderwijsraad op 29–30 januari 2026 in Cyprus.
Deze leden hebben nog enkele vragen.
Professionalisering van het lerarenberoep
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie juichen het van harte toe dat wordt gesproken
over professionalisering van het lerarenberoep. Deze leden zien dat Nederland op dat
gebied nog veel stappen kan zetten, maar zien dat er in andere Europese landen juist
heel goed wordt ingezet op professionalisering van leraren. Zij zijn vooral benieuwd
naar wat voor lessen we kunnen trekken uit de aanpak van andere landen, zodat wijzelf
het wiel niet opnieuw hoeven uit te vinden.
Leraren in het tijdperk van AI
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het goed dat voor het eerst wordt gesproken
over de relatie tussen leraren en AI. Deze leden zijn blij dat digitale geletterdheid
een vast onderdeel wordt van het curriculum. Zij ondersteunen de inzet, maar zouden
daar nog aan toe willen voegen dat ze het belangrijk vinden dat het onderwijs geen
verkapte marketingmachine van Big Tech wordt. Zij pleiten ervoor dat leerlingen én
leraren digitale vaardigheden opdoen die niet gebonden zijn aan producten van dominante
marktpartijen die hun monopolies hiermee versterken. Deze leden hebben al op verschillende
manieren gepleit voor onderwijs met een opensourcebesturingssystemen en -software,
omdat dit een volgende generatie helpt onafhankelijker te worden van dominante techbedrijven.
Zij zijn benieuwd hoe de Minister naar dit punt kijkt.
Commissieaanbeveling over menselijk kapitaal
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven de oproep van de commissie
om te investeren in onderwijs. Helaas heeft het huidige (demissionaire) kabinet ervoor
gekozen om in plaats van te investeren, juist te bezuinigen op onderwijs. Deze leden
vragen zich af in hoeverre dat nog een probleem gaat zijn als er over dit punt wordt
gesproken, omdat het ingaat tegen de aanbeveling.
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de
BNC-fiches en hebben hierover nog enkele vragen.
Fiche: Mededeling Europese strategie voor artificiële intelligentie in de wetenschap
De leden van de CDA-fractie lezen dat RAISE2 in fases zal worden uitgerold, via pilots en proefprojecten. Deze leden vragen wat
de Nederlandse bijdrage hieraan is, aan welke projecten en pilots Nederland deelneemt
en of Nederland daarmee ook aanspraak maakt op de gereserveerde middelen. Zij lezen
ook dat de Minister enkele keren aangeeft dat Nederland geen nationale strategie voor
AI in de wetenschap heeft. Zij vragen of de Minister hier wel de meerwaarde van ziet,
met name ook om de kansen op Europese financiering naar Nederland zo groot mogelijk
te maken.
Fiche: Mededeling Europese strategie voor onderzoeks- en technologie-infrastructuur
De leden van de CDA-fractie lezen dat de strategie aandacht heeft voor het aantrekken
van onderzoekstalent in lijn met de Choose Europe-aanpak en dat Nederland dat steunt.
Deze leden vragen naar de stand van zaken van het Nederlandse Tulpfonds. Ook vragen
zij hoe nationale initiatieven op dit punt Europees gestroomlijnd worden, zodat voorkomen
wordt dat lidstaten te veel concurreren met elkaar, met aandacht voor de nationale
beleidsvrijheid.
Fiche: [MFK] Verordening programma voor onderzoek en opleiding Euratom 2028–2032
De leden van de CDA-fractie begrijpen dat het Euratom onderzoeks- en opleidingsprogramma
onderdeel is van de integrale besluitvorming over het nieuwe MFK3. Deze leden vragen wel of de Minister iets meer kan zeggen over het voorgestelde
budget. Zij vragen wat het budget was in de vorige MFK-periode, of het budget stijgt
en hoeveel. Ook vragen zij wat de Minister vindt van de voorgestelde verdeling tussen
het deel kernfusie, kernsplijting, de bouw en exploitatie van ITER4 en de activiteiten van JRC5. Deze leden vragen wat voor Nederland de belangrijkste onderdelen zijn en of dit
invloed heeft op de positie van Nederland ten aanzien van de verdeling van middelen.
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brieven over de Informele
OJCS-Raad, onderdeel onderwijs d.d. 29 en 30 januari 2026. Deze leden hebben geen
vragen aan de Minister.
II Reactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
L.E.T.M. van Thiel, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.