Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Amendement van het lid Flach c.s. ter vervanging van nr. 24 over een basisbetaalrekening voor ondernemingen, verenigingen en stichtingen
36 711 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer)
Nr. 27 AMENDEMENT VAN HET LID FLACH C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 241
Ontvangen 14 januari 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
In artikel I worden na onderdeel C vier onderdelen ingevoegd, luidende:
Ca
In artikel 4:71g, eerste lid, wordt na « te openen» ingevoegd «voor consumenten».
Cb
In artikel 4:71h, eerste lid, wordt na «een basisbetaalrekening» ingevoegd «voor consumenten».
Cc
Aan artikel 4:71i, eerste lid, wordt na «toegang tot een basisbetaalrekening» ingevoegd
«voor consumenten».
Cd
Na artikel 4:71j wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4:71k
1. Een bank die in Nederland betaalrekeningen aan ondernemingen aanbiedt, stelt ondernemingen,
verenigingen en stichtingen uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister
zijn ingeschreven in de gelegenheid een basisbetaalrekening in euro’s aan te vragen
en te gebruiken.
2. Op basisbetaalrekeningen als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 4:71f, eerste
en derde tot en met zesde lid, 4:71g, 4:71h, met uitzondering van het derde lid, onderdeel b,
en 4:71i van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor artikel 4:71i,
eerste lid, onderdeel c, wordt gelezen: niet langer in het Nederlandse handelsregister
is ingeschreven.
II
In artikel I, onderdeel D, wordt aan de opsomming een artikel toegevoegd, luidende:
4:71k
Toelichting
Dit amendement introduceert een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke
klanten, namelijk voor ondernemingen, verenigingen en stichtingen uit de Europese
Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven. Voor consumenten bestaat
er reeds een dergelijk recht (op basis van artikel 4:71f Wft en Richtlijn 2014/92/EU).
Ondernemingen, stichtingen en verenigingen kunnen soms om uiteenlopende redenen geen
bankrekening openen of behouden. De oorzaken hiervan lopen uiteen, maar de indruk
ontstaat dat dit niet altijd op basis van objectieve, wettelijke gronden gebeurt.
Toegang tot het betalingsverkeer is essentieel om mee te kunnen doen aan de samenleving.
Dat geldt niet alleen voor consumenten maar ook voor zakelijke klanten van financiële
instellingen. Daartoe introduceert dit amendement een wettelijk recht op een basisbetaalrekening
voor zakelijke klanten.
Al enkele jaren speelt de discussie rond het recht op een basisbetaalrekening voor
zakelijke klanten. Tot op heden is dit echter nog niet wettelijk geregeld. Zowel vanuit
de overheid als vanuit de sector zelf is onderzocht of en hoe een dergelijk recht
ingevoerd kan worden. In de «Visie op de Financiële sector» van dit jaar (2025) is
aangegeven dat het kabinet nog dit jaar voorstellen vanuit de sector verwacht en daarnaast
inzet op Europese regelgeving. Kortom, alles wijst erop dat er in de toekomst een
wettelijk recht op een basisbetaalrekening komt. Concrete voorstellen liggen er echter
nog niet. Indieners zijn van mening dat het aan de wetgever zelf is om dit wettelijk
te regelen.
Indieners begrijpen dat er soms gronden zijn om een betaalrekening te weigeren. Dat
mag volgens indieners echter alleen op grond van een concrete, wettelijke basis. Denk
aan de relevante witwaswetgeving. Uit een onderzoek van De Nederlandsche Bank (Van
herstel naar balans) blijkt echter dat aan slechts 18% van de weigeringen van de zakelijke
klanten Wwft-redenen ten grondslag liggen.
Dit amendement bouwt voort op de unaniem aangenomen motie Flach/Idsinga (Kamerstuk
32 545, nr. 217). Hierin wordt verzocht om bij banken aan te dringen op het principe van «ja, tenzij»
als het gaat om het accepteren van zakelijke klanten, waarbij klanten alleen op concrete,
wettelijke gronden geweigerd mogen worden. Dit amendement legt deze unaniem aangenomen
motie feitelijk wettelijk vast.
Om ongewenst gebruik van dit amendement te voorkomen, is de doelgroep beperkt tot
entiteiten uit de Europese Unie die in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven.
Anders wordt het mogelijk dat partijen die in hun eigen lidstaat geen bankrekening
kunnen krijgen bij een Nederlandse bank een basisbetaalrekening kunnen openen. Dit
brengt extra nadelen met zich mee, ook omdat banken gehouden zijn aan de Wwft, wat
voor partijen met geen enkele band met Nederland lastig zal uitvoerbaar is. Enige
inkadering is dus noodzakelijk, omdat banken anders bijvoorbeeld hun toezichthoudende
rol niet goed kunnen vervullen. De gekozen formulering past volgens indieners binnen
de beginselen van het Unierecht, waaronder het vrije verkeer. Ook buitenlandse entiteiten
kunnen namelijk nog steeds een vestiging openen in Nederland, waarmee voldaan wordt
aan de voorwaarden. Deze gekozen afbakening sluit ook in grote lijnen aan bij de keuzes
die in België en Frankrijk zijn gemaakt, waar ook een vestiging is vereist. Volgens
indieners is de gekozen formulering de beste om het gewenste resultaat te bereiken
en daarbij de beginselen van het Unierecht niet te schenden.
Flach Hoogeveen Van Berkel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
André Flach, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Michiel Hoogeveen, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Nathalie van Berkel, Tweede Kamerlid