Amendement : Amendement van het lid Van Baarle over ondersteuning van organisaties die zich inzetten voor de bescherming en bijstand van de Oeigoerse bevolking
36 800 XVII Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026
Nr. 24
AMENDEMENT VAN HET LID VAN BAARLE
Ontvangen 12 januari 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:
I
In artikel 4 Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 250 (x € 1.000).
II
In artikel 4 Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 250 (x € 1.000).
Toelichting
Dit amendement ziet toe op het overhevelen van € 250.000 binnen de vrije ruimte onder
artikel 4 juridische verplichtingen aan ondersteuning van organisaties die zich inzetten
voor de bescherming en bijstand van de Oeigoerse bevolking, die al jaren wordt geconfronteerd
met ernstige mensenrechtenschendingen, zoals bijvoorbeeld Human Rights Watch en de
Coalition to End Forced Labour in the Uyghur region.
Uit rapportages van de Verenigde Naties en internationale mensenrechtenorganisaties
zoals de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) blijkt dat in de regio Xinjiang sprake
is van grootschalige dwangarbeid, in het bijzonder in sectoren als katoen, textiel
en industriële productie. Producten die onder deze omstandigheden tot stand komen,
vinden via internationale handelsketens hun weg naar de Europese markt.
De Europese Unie heeft inmiddels een verordening aangenomen die producten die met
dwangarbeid zijn vervaardigd van de interne markt moet weren. Deze verordening treedt
naar verwachting in 2027 in werking. De effectiviteit van deze verordening zal in
belangrijke mate afhangen van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie, documentatie
van misstanden en de ondersteuning van slachtoffers.Organisaties die Oeigoeren bijstaan
spelen een cruciale rol bij het documenteren van dwangarbeid, het ondersteunen van
slachtoffers en het leveren van expertise die noodzakelijk is voor effectieve handhaving
van mensenrechtennormen. Tegelijkertijd staan juist deze organisaties onder druk en
beschikken zij vaak over beperkte middelen.
Met dit amendement draagt de indiener bij aan de versterking van internationale mensenrechtenbescherming
en aan een zorgvuldige voorbereiding op de Europese aanpak van producten die met dwangarbeid
zijn vervaardigd. Het voorgestelde bedrag van € 250.000 is doelgericht en passend
binnen het bredere Nederlandse mensenrechtenbeleid.
De dekking van het amendement wordt gevonden door het overhevelen van niet-juridisch
verplichte middelen binnen artikel 4 Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling van
de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Deze middelen worden
beleidsmatig herschikt en ingezet voor dit doel, waarbij de verhoging van het verplichtingen-
en uitgavenbudget volledig wordt gecompenseerd door een overeenkomstige verlaging
van andere, niet-juridisch verplichte uitgaven binnen hetzelfde begrotingsartikel.
Van Baarle
Indieners
Stephan van Baarle, Kamerlid