Voorstel van wet : Voorstel van wet (herdruk)
36 871 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
ARTIKEL I VREEMDELINGENWET 2000
ARTIKEL II POLITIEWET 2012
ARTIKEL III UITVOERINGSWET EU-VERORDENINGEN GRENZEN EN VEILIGHEID
ARTIKEL IV WET ARBEID VREEMDELINGEN
ARTIKEL V WET OP DE EXPERTISECENTRA
ARTIKEL VI WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS
ARTIKEL VII WET VEILIGHEIDSREGIO’S
ARTIKEL VIII WET VOORTGEZET ONDERWIJS 2020
ARTIKEL IX OVERGANGSRECHT
ARTIKEL X SAMENLOOP MET ASIELNOODMAATREGELENWET
ARTIKEL XI SAMENLOOP MET WET INVOERING TWEESTATUSSTELSEL
ARTIKEL XII SAMENLOOP TOEPASSING HERZIENINGSVERORDENING VIS
ARTIKEL XIII INWERKINGTREDING
ARTIKEL XIV CITEERTITEL
Nr. 2 HERDRUK1 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Vreemdelingenwet
2000 en enkele andere wetten te wijzigen ter implementatie van de herschikte Opvangrichtlijn
(EU) 2024/1346 en de uitvoering van de Kwalificatieverordening (EU) 2024/1347, de
Procedureverordening (EU) 2024/1348, de Terugkeergrensprocedureverordening (EU) 2024/1349,
de Hervestigingsverordening (EU) 2024/1350, de Asiel- en migratiebeheerverordening
(EU) 2024/1351, de Screeningsverordening (EU) 2024/1356, de Verordening consistentiewijzigingen
met betrekking tot screening (EU) 2024/1352 en de Eurodac III-verordening (EU) 2024/1358;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I VREEMDELINGENWET 2000
De Vreemdelingenwet 2000 wordt als volgt gewijzigd:
A [artikel 1 begripsbepalingen]
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. De begripsbepaling van asiel vervalt.
2. In de begripsbepaling van Europese verordeningen die betrekking hebben op biometrische gegevens komt subonderdeel 1° te luiden:
1° Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende
de instelling van «Eurodac» voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen
(EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn
2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen
van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties
van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van
rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818
van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013
van het Europees Parlement en de Raad;.
3. De begripsbepaling van grensprocedure vervalt.
4. In de begripsbepaling van internationale bescherming wordt de zinsnede «als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Kwalificatierichtlijn;»
vervangen door «als bedoeld in artikel 3, onderdeel 3, van de Kwalificatieverordening;».
5. De begripsbepaling van Opvangrichtlijn komt te luiden:
Opvangrichtlijn:
Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot
vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming
(herschikking);.
6. De begripsbepaling van opvolgende aanvraag vervalt.
7. In de begripsbepaling van overdrachtsbesluit wordt de zinsnede «bedoeld in artikel 26 van de Dublinverordening» vervangen door
«bedoeld in artikel 42 van de Asiel- en migratiebeheerverordening».
8. In de begripsbepaling van verblijf op reguliere gronden wordt de zinsnede «bedoeld in de artikelen 29 en 34» vervangen door «bedoeld in de
artikelen 29 tot en met 29d».
9. De begripsbepalingen van Dublinverordening, Kwalificatierichtlijn, Procedurerichtlijn en verdragsvluchteling vervallen.
10. In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:
aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel:
een verzoek om internationale bescherming als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12,
van de Procedureverordening dan wel een aanvraag om verblijf als gezinslid van een
vreemdeling die internationale bescherming geniet, als bedoeld in de artikelen 29b,
29c en 29d;
Asiel- en migratiebeheerverordening:
Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende
asiel- en migratiebeheer, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/1147 en (EU)
2021/1060 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 604/2013;
asielgrensprocedure:
de asielgrensprocedure bedoeld in artikel 43 van de Procedureverordening;
besluit tot buitenbehandelingstelling:
een besluit tot het afwijzen van een verzoek als impliciet of expliciet ingetrokken
overeenkomstig artikel 36, tweede lid, van de Procedureverordening;
Gezinsherenigingsrichtlijn:
Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging;
Hervestigingsverordening:
Verordening (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot
vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden,
en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1147;
Kwalificatieverordening:
Verordening (EU) 2024/1347 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 inzake
normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen
die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen
of voor personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen, en voor de
inhoud van de verleende bescherming, tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de
Raad en tot intrekking van Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad;
Niet-begeleide minderjarige:
een persoon zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 5, van de Opvangrichtlijn;
Onafhankelijk toezichtmechanisme:
het onafhankelijk toezichtmechanisme genoemd in artikel 10, tweede lid, van de Screeningsverordening
en artikel 43, vierde lid, van de Procedureverordening;
Procedureverordening:
Verordening (EU) 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot
vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming
in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU;
Screeningsautoriteiten:
de bij of krachtens artikel 2ff, eerste, tweede en derde lid, aangewezen autoriteiten;
Screeningsverordening:
Verordening (EU) 2024/1356 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot
invoering van de screening van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen en
tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240
en (EU) 2019/817;
verblijf op asielgerelateerde gronden:
het verblijf van de vreemdeling in Nederland op de gronden bedoeld in de artikelen 29
tot en met 29d;.
B [artikel 2u technische wijziging i.v.m. verblijfsvergunning asiel]
In artikel 2u, vierde lid wordt «verblijfsvergunning voor bepaalde tijd» vervangen
door «verblijfsvergunning asiel».
C [nieuw hoofdstuk 1c. Screening]
Na artikel 2ee van de Vreemdelingenwet 2000 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 1C. SCREENING
Artikel 2ff
1. Onze Minister is overeenkomstig de Screeningsverordening belast met de uitvoering
van de taken en bezit daartoe de bevoegdheden die de Screeningsverordening aan de
Screeningsautoriteiten toekent.
2. Ten aanzien van de in artikel 5 van de Screeningsverordening bedoelde screening aan
de buitengrens, voert de Koninklijke Marechaussee de taken van de Screeningsautoriteiten
overeenkomstig de Screeningsverordening uit, voor zover het de toepassing van artikel 14
en 15 van de Screeningverordening betreft, met inbegrip van de afname van biometrische
gegevens van een aan de screening onderworpen onderdaan van een derde land voor de
identificatie of verificatie van de identiteit van die persoon, de veiligheidscontrole
van die persoon en de registratie in Eurodac van die persoon, overeenkomstig artikel 15,
eerste lid, onderdeel b, en de artikelen 22, 23 en 24 van Verordening (EU) 2024/1358,
naargelang het geval.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid kunnen bij algemene maatregel van bestuur een
of meerdere autoriteiten of instanties worden aangewezen die een of meerdere taken
van de Screeningsautoriteiten uitvoeren.
4. De Screeningsautoriteiten verstrekken bij aanvang van de screening de aan screening
onderworpen vreemdelingen op schriftelijke wijze informatie over de mogelijkheden
tot het instellen van procedures bij niet-eerbiediging of niet-handhaving van grondrechten
gedurende de screening, in een taal die de vreemdeling begrijpt, of waarvan redelijkerwijze
kan worden aangenomen dat de vreemdeling deze begrijpt.
Artikel 2gg
1. Onze Minister voorziet in de uitvoering van de in artikel 12, eerste lid, van de
Screeningsverordening bedoelde voorlopige medische controle door gekwalificeerd medisch
personeel en in de aanstelling van personen als bedoeld in artikel 13, derde lid,
van de Screeningsverordening.
2. Het in het eerste lid bedoelde gekwalificeerde medische personeel en de in het eerste
lid bedoelde personen verstrekken de Screeningsautoriteiten die gegevens die noodzakelijk
zijn om te kunnen voldoen aan de verplichting opgenomen in artikel 17, eerste lid,
onderdeel d, respectievelijk artikel 17, eerste lid, onderdeel e, van de Screeningsverordening.
Artikel 2hh
1. Onze Minister voorziet in een onafhankelijk toezichtmechanisme overeenkomstig de
in artikel 10, tweede en vierde lid, van de Screeningsverordening en artikel 43, vierde
lid, van de Procedureverordening bedoelde vereisten.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het in het
eerste lid bedoelde onafhankelijke toezichtmechanisme:
– onverminderd artikel 2ii en onverminderd artikel 65, tweede lid, van de Politiewet
2012, instanties worden aangewezen die eveneens deelnemen aan de werking onverminderd
en overeenkomstig de taken en bevoegdheden die de wet deze instanties toekent;
– nadere regels worden gesteld met het oog op de goede werking van het mechanisme.
Artikel 2ii
Het College voor de rechten van de mens neemt deel aan de werking van het onafhankelijk
toezichtmechanisme, overeenkomstig de taken en bevoegdheden op grond van de Wet College
voor de rechten van de mens.
D [artikel 2w technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
In artikel 2w, derde lid wordt de zinsnede «verblijfsvergunning als bedoeld in de
artikelen 28 en 33» vervangen door «verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28».
E [artikel 3 asielgrensprocedure Procedureverordening]
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt «verblijfsvergunning» vervangen door «verblijfsvergunning asiel»
en wordt de zinsnede «in de grensprocedure» vervangen door «op de locaties waar de
asielgrensprocedure wordt uitgevoerd».
b. In onderdeel b wordt «genoemd» vervangen door «bedoeld».
c. Onder vervanging van de punt door een komma, wordt aan het slot van onderdeel c de
zinsnede toegevoegd «met dien verstande dat een van de in artikel 42, eerste lid,
onderdelen a tot en met g, en j, en artikel 42, derde lid, onderdeel b, van de Procedureverordening
genoemde gevallen van toepassing is.».
2. In het vierde lid wordt de zinsnede «Indien de grensprocedure wordt toegepast» vervangen
door «Indien de aanvraag wordt behandeld op de locaties waar de asielgrensprocedure
wordt uitgevoerd».
3. Het zesde lid komt te luiden:
6. Op de aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt binnen vijf weken na de registratie
daarvan een beschikking gegeven. Indien na het verstrijken van deze termijn nog niet
is beslist over het in behandeling nemen, de ontvankelijkheid of de kennelijke ongegrondheid
van de aanvraag, verkrijgt de vreemdeling van rechtswege toegang tot Nederland, onder
opheffing van de maatregel, bedoeld in artikel 6, derde lid. De termijn kan met vier
weken worden verlengd wanneer de vreemdeling wordt herplaatst overeenkomstig artikel 67,
elfde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening.
4. In het zevende lid wordt de zinsnede «worden regels gesteld» vervangen door «kunnen
nadere regels worden gesteld» en wordt het begrip «grensprocedure» vervangen door
«asielgrensprocedure».
F [artikel 6 grensdetentie]
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na «geweigerd» de zinsnede ingevoegd «, onderscheidenlijk
de vreemdeling op wie artikel 5 van de Screeningsverordening van toepassing is,» en
wordt na «plaats» de zinsnede ingevoegd «, met dien verstande dat indien de Screeningsverordening
van toepassing is, dit overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 5, 6 en 8, eerste
en derde lid, van de Screeningsverordening plaatsvindt».
2. Het derde lid komt te luiden:
3. De vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een aanvraag tot het verlenen
van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 te willen indienen, met inbegrip van de vreemdeling op wie artikel 5, tweede lid,
van de Screeningsverordening van toepassing is, kan, zolang hij wordt aangemerkt als
verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder 2, van de Opvangrichtlijn, eveneens
worden verplicht zich op te houden in een door de ambtenaar belast met grensbewaking
aangewezen ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in
het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, onderscheidenlijk
in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure overeenkomstig het bepaalde
in de artikelen 5, 6 en 8, eerste en derde lid, van de Screeningsverordening. Artikel 59b,
vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Aan het slot van het zesde lid worden twee volzinnen toegevoegd: «De maatregel wordt
uitsluitend opgelegd indien zicht op uitzetting binnen redelijke termijn bestaat,
voor een zo kort mogelijke periode. Artikel 59, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige
toepassing.»
G [artikel 6a technische wijziging grensdetentie Asiel- en migratiebeheerverordening]
In artikel 6a wordt «artikel 28 van de Dublinverordening» vervangen door «artikel 44
van de Asiel- en migratiebeheerverordening».
H [artikel 8 rechtmatig verblijf]
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te luiden:
c. op grond van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28;.
2. In onderdeel d vervalt de zinsnede «een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
als bedoeld in artikel 33, of».
3. Onderdeel f komt te luiden:
f. in afwachting van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning,
bedoeld in:
1° artikel 14, terwijl bij of krachtens deze wet dan wel op grond van een rechterlijke
beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag
is beslist, of
2° artikel 28, terwijl de vreemdeling overeenkomstig artikel 10, eerste lid, van de Procedureverordening
het recht heeft om op het grondgebied van Nederland te verblijven totdat op de aanvraag
is beslist, tenzij artikel 10, derde of vierde lid, van de Procedureverordening van
toepassing is;
4. Onderdeel g komt te luiden:
g. in afwachting van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning,
bedoeld in de artikelen 20 en 45a, of tot het verlengen van de geldigheidsduur van
de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14, of een wijziging ervan, terwijl bij
of krachtens deze wet of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de
aanvrager achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag is beslist;.
5. Onderdeel h komt te luiden:
h. in afwachting van:
1° de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift dat geen betrekking heeft
op de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel
als bedoeld in artikel 28, terwijl bij of krachtens deze wet of op grond van een rechterlijke
beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift
of het beroepschrift is beslist; of
2° de beslissing op een bezwaarschrift of beroepschrift, terwijl overeenkomstig artikel 68,
tweede of vierde lid, van de Procedureverordening sprake is van een recht om op het
grondgebied van Nederland te blijven dan wel op grond van een rechterlijke beslissing
uitzetting of overdracht van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op het
bezwaarschrift of het beroepschrift is beslist;
6. In onderdeel m wordt «verblijfsvergunning voor bepaalde tijd» vervangen door «verblijfsvergunning
asiel» en wordt «Dublinverordening» vervangen door «Asiel- en migratiebeheerverordening».
I [artikel 9 verblijfsdocument / verblijfstitel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt]
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt de zinsnede «artikel 8, onder a tot en met d, f tot en met
h en j tot en met m» vervangen door «artikel 8, onder a, b en d, f tot en met h en
j tot en met m».
2. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot het vijfde tot en met
achtste lid, worden drie leden ingevoegd, luidende:
2. Onze Minister verschaft aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond
van artikel 8, onder c, de verblijfstitel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt,
bedoeld in:
a. artikel 24 van de Kwalificatieverordening, indien de vreemdeling de vluchtelingenstatus
of subsidiairebeschermingsstatus heeft;
b. artikel 23, eerste lid, van de Kwalificatieverordening, indien de vreemdeling verblijf
heeft als gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus
heeft, als bedoeld in artikel 29b;
c. artikel 13, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn, indien de vreemdeling verblijf
heeft als bedoeld in artikel 29c, als gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus
heeft; of
d. het eerste lid, indien de vreemdeling verblijf heeft als bedoeld in artikel 29d, als
gezinslid van een vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft.
3. De geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a,
vangt aan op de datum van verlening van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 44,
tweede lid, en heeft een initiële geldigheidsduur van drie jaar. Wanneer de geldigheidsduur
verstrijkt, kan deze met drie jaar worden verlengd.
4. De geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b,
c en d, vangt aan op de datum van de verlening van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld
in artikel 44, tweede lid, en verstrijkt op dezelfde datum als waarop de verblijfstitel
van de vreemdeling die de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus
heeft, verstrijkt, en kan worden verlengd zolang de geldigheidsduur van de verblijfstitel
die is afgegeven aan de vreemdeling die de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus
heeft, niet is verstreken.
3. Het achtste lid (nieuw) komt te luiden:
8. Onze Minister kan regels stellen over:
a. de bescheiden, bedoeld in het eerste, zesde en zevende lid, en kan daarbij modellen
vaststellen voor de documenten en de schriftelijke verklaring;
b. de geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid;
c. de gevallen waarin de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, in afwijking van
het derde en vierde lid, een kortere geldigheidsduur dan drie jaren heeft;
d. de administratieve formaliteiten voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfstitel,
bedoeld in het tweede lid, ter uitvoering van:
1° artikel 24, vierde lid, van de Kwalificatieverordening met betrekking tot onderdeel a;
2° artikel 23, tweede lid, van de Kwalificatieverordening met betrekking tot onderdeel b;
3° artikel 13, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn met betrekking tot onderdeel c;
e. de administratieve formaliteiten voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfstitel,
bedoeld in het tweede lid, onderdeel d; of
f. de vergoeding, bedoeld in artikel 24, derde lid, van de Kwalificatieverordening.
4. Aan het slot wordt een lid toegevoegd, luidende:
9. Het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfstitel heeft niet tot gevolg
dat de verblijfsvergunning asiel vervalt indien deze op dat moment niet is ingetrokken.
J [artikel 17 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
In artikel 17, eerste lid, onderdeel e wordt de zinsnede «een verblijfsvergunning
voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 dan wel van een verblijfsvergunning voor
onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33» vervangen door «een verblijfsvergunning
asiel als bedoeld in artikel 28».
K [artikel 19 technische wijziging i.v.m. verblijfsvergunning asiel]
In artikel 19 wordt de zinsnede «artikel 28, eerste lid, onderdeel e» vervangen door
«artikel 28, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3°».
L [artikel 22 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid vervalt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot eerste
en tweede lid.
2. In het tweede lid (nieuw) wordt de zinsnede «bedoeld in het tweede lid» vervangen
door «bedoeld in het eerste lid».
M [artikel 27 meervoudige beschikking terugkeerbesluit]
Aan het slot van artikel 27 wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt de beschikking waarbij een aanvraag
tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14
of een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 wordt afgewezen,
niet als terugkeerbesluit, indien dat niet in overeenstemming is met de Terugkeerrichtlijn
en het beginsel van non-refoulement.
N [wijziging titel hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 1]
In hoofdstuk 3, afdeling 4, komt de titel van paragraaf 1 te luiden:
Paragraaf 1. De verblijfsvergunning asiel
O [nieuw artikel 27a aanwijzing beslissingsautoriteit en bevoegde autoriteiten]
In hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 1 wordt voor artikel 28 een artikel ingevoegd,
luidende:
Artikel 27a
1. Overeenkomstig artikel 4, eerste en derde lid, van de Procedureverordening is Onze
Minister als beslissingsautoriteit en bevoegde autoriteit belast met de uitoefening
van de taken en bevoegdheden die aan die autoriteiten worden toegekend door de Procedureverordening,
de Asiel- en migratiebeheerverordening en de Kwalificatieverordening.
2. Overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van de Procedureverordening zijn belast met
de uitoefening van de daarin opgenomen taken en bevoegdheden:
a. Onze Minister;
b. Onze Minister van Justitie en Veiligheid;
c. de korpschef;
d. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
e. de ambtenaren bedoeld in de artikelen 46, eerste lid, en 47, eerste lid.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
over de toekenning van taken en bevoegdheden uit de Procedureverordening, de Asiel-
en migratiebeheerverordening en de Kwalificatieverordening.
P [artikel 28 grondslag verblijfsvergunning asiel]
Artikel 28 komt te luiden:
Artikel 28
1. Onze Minister is bevoegd:
a. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in te willigen, af
te wijzen, niet in behandeling te nemen, niet-ontvankelijk te verklaren dan wel buiten
behandeling te stellen;
b. een verblijfsvergunning asiel in te trekken;
c. ambtshalve een verblijfsvergunning asiel te verlenen aan:
1° het gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus heeft, die voldoet aan
de in artikel 29c gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige machtiging
tot voorlopig verblijf;
2° het gezinslid van een vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft, die
voldoet aan de in artikel 29d gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige
machtiging tot voorlopig verblijf; of
3° de langdurig ingezetene, afkomstig uit een andere EU-lidstaat en in het bezit van
een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14, indien de verantwoordelijkheid
voor de afgifte van het reisdocument bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van
de Paspoortwet, aan de vreemdeling, is overgedragen aan Nederland op grond van de
Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking
tot vluchtelingen van 16 oktober 1980 (Trb. 1981, 239).
2. De verblijfsvergunning die ambtshalve wordt verleend in de situatie, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1° en 2°, wordt verleend binnen twee weken
nadat de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf zich overeenkomstig
artikel 54, eerste lid, onderdeel e, heeft aangemeld.
Q [artikel 29 verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. de vluchtelingenstatus]
Artikel 29 komt te luiden:
Artikel 29
1. Overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van de Procedureverordening kan Onze Minister
een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 verlenen aan de vreemdeling
die op grond van de hoofdstukken II en III, van de Kwalificatieverordening in aanmerking
komt voor de vluchtelingenstatus, bedoeld in artikel 13 van de Kwalificatieverordening.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot dit artikel.
R [nieuw artikel 29a verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. de subsidiairebeschermingsstatus]
Na artikel 29 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 29a
1. Overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van de Procedureverordening kan Onze Minister
een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 aan de vreemdeling verlenen
die op grond van de hoofdstukken II en V, van de Kwalificatieverordening in aanmerking
komt voor de subsidiairebeschermingsstatus, bedoeld in artikel 18 van de Kwalificatieverordening.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot dit artikel.
S [nieuw artikel 29b verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. het verblijf
als meereizend gezinslid overeenkomstig de Kwalificatieverordening of de Hervestigingsverordening]
Na artikel 29a (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 29b
1. Onze Minister kan een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 aan de
vreemdeling verlenen die overeenkomstig artikel 23, eerste lid, van de Kwalificatieverordening
in aanmerking komt voor verblijf als gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus
of de subsidiairebeschermingsstatus heeft.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot dit artikel.
3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het verblijf van gezinsleden als
bedoeld in artikel 9, zestiende lid, van de Hervestigingsverordening.
T [nieuw artikel 29c verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. het verblijf
als nareizend gezinslid krachtens de Gezinsherenigingsrichtlijn van een vreemdeling
die de vluchtelingenstatus heeft]
Na artikel 29b (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 29c
1. Onze Minister kan krachtens artikel 13 van de Gezinsherenigingsrichtlijn een verblijfsvergunning
asiel als bedoeld in artikel 28 verlenen aan de hierna te noemen gezinsleden van de
vreemdeling die de vluchtelingenstatus heeft, indien deze op het tijdstip van binnenkomst
van die vreemdeling behoorden tot diens gezin en zijn nagereisd binnen drie maanden
nadat aan die vreemdeling de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28, is
verleend, dan wel binnen die drie maanden door of ten behoeve van dat gezinslid een
machtiging tot voorlopig verblijf is aangevraagd:
a. de meerderjarige echtgenoot;
b. het biologische of geadopteerde minderjarige kind;
c. de ouders, indien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige is;
d. de minderjarige broer of zus, indien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige
is, die broer of zus gelijktijdig met een ouder, bedoeld in onderdeel c, de aanvraag
heeft ingediend en ten laste komt van die ouder.
2. De verblijfsvergunning asiel wordt niet geweigerd indien de overschrijding van de
in het eerste lid bedoelde termijn op grond van bijzondere omstandigheden objectief
verschoonbaar is.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot dit artikel.
U [nieuw artikel 29d verleningsgrond verblijfsvergunning asiel i.v.m. het verblijf
als nareizend gezinslid van een vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft]
Na artikel 29c (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 29d
1. Onze Minister kan een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 verlenen
aan de gezinsleden, genoemd in artikel 29c, eerste lid, van de vreemdeling die de
subsidiairebeschermingsstatus heeft, indien dat gezinslid op het tijdstip van binnenkomst
van die vreemdeling tot diens gezin behoorde.
2. De verblijfsvergunning asiel, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd, indien:
a. nog geen twee jaar zijn verstreken sinds de verlening van de verblijfsvergunning asiel,
bedoeld in artikel 29a, aan de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid;
b. de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
c. de vreemdeling niet over huisvesting beschikt, waaronder mede wordt verstaan het verblijf
op een doorstroomlocatie.
3. Het tweede lid, onderdelen b en c, is niet van toepassing indien de vreemdeling een
alleenstaande minderjarige is.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot dit artikel. Daarbij wordt bepaald in welke gevallen een verblijfsvergunning
asiel wordt verleend.
V [artikel 30 bevoegdheid niet in behandeling nemen asielaanvraag]
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Onze Minister neemt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel
als bedoeld in artikel 28, overeenkomstig artikel 39, eerste lid, onderdeel a, van
de Procedureverordening, niet in behandeling wanneer op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening
is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van
de aanvraag.
2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.
3. In het tweede lid (nieuw) wordt «het eerste en tweede lid» vervangen door «het eerste
lid».
W [artikel 30a bevoegdheid niet-ontvankelijk verklaren asielaanvraag]
Artikel 30a, eerste lid komt te luiden:
1. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel
als bedoeld in artikel 28 niet-ontvankelijk verklaren in de gevallen, bedoeld in artikel 38,
eerste lid, van de Procedureverordening en verklaart de aanvraag niet-ontvankelijk
in de gevallen, bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de Procedureverordening.
X [artikel 30b bevoegdheid afwijzen asielaanvraag als kennelijk ongegrond]
Artikel 30b komt te luiden:
Artikel 30b
1. Onze Minister kan een ongegronde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
asiel als bedoeld in artikel 28 overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van de Procedureverordening
afwijzen als kennelijk ongegrond, indien op het tijdstip van afronding van de behandeling
een van de gevallen bedoeld in artikel 42, eerste en derde lid, van de Procedureverordening
van toepassing is.
2. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel
als bedoeld in artikel 28 afwijzen als kennelijk ongegrond, indien reeds is vastgesteld
dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond
van de Kwalificatieverordening, overeenkomstig:
a. artikel 40, vierde lid, van de Procedureverordening in de fase waarin de aanvraag
expliciet wordt ingetrokken; of
b. artikel 41, eerste en vijfde lid, van de Procedureverordening op het ogenblik waarop
de aanvraag impliciet wordt ingetrokken.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
over de toepassing van dit artikel.
Y [artikel 30c bevoegdheid buiten behandeling stellen asielaanvraag]
Artikel 30c wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel
als bedoeld in artikel 28 buiten behandeling stellen als:
a. expliciet ingetrokken overeenkomstig artikel 40 van de Procedureverordening; of
b. impliciet ingetrokken overeenkomstig artikel 41 van de Procedureverordening.
2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede
en derde lid.
Z [artikel 31 bevoegdheid afwijzen asielaanvraag als ongegrond]
Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste tot en met derde lid komen te luiden:
1. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel
als bedoeld in artikel 29, 29a of 29b, overeenkomstig artikel 39, derde lid, van de
Procedureverordening afwijzen als ongegrond, indien de aanvrager op grond van de Kwalificatieverordening
niet in aanmerking komt voor:
a. de vluchtelingenstatus, bedoeld in artikel 13 van de Kwalificatieverordening;
b. de subsidiairebeschermingsstatus, bedoeld in artikel 18 van de Kwalificatieverordening;
of
c. verblijf als gezinslid, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kwalificatieverordening.
2. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel
als bedoeld in artikel 29c of 29d afwijzen, indien niet wordt voldaan aan de daarin
gestelde voorwaarden.
3. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel
als bedoeld in artikel 28 afwijzen als ongegrond, indien reeds is vastgesteld dat
de vreemdeling niet in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van
de Kwalificatieverordening, overeenkomstig:
a. artikel 40, vierde lid, van de Procedureverordening in de fase waarin de aanvraag
expliciet wordt ingetrokken; of
b. artikel 41, eerste en vijfde lid, van de Procedureverordening op het ogenblik waarop
de aanvraag impliciet wordt ingetrokken.
2. Het vierde tot en met zevende lid vervallen, onder vernummering van het achtste en
negende lid tot vierde en vijfde lid.
3. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
4. Een aanvraag van een gezinslid als bedoeld in artikel 29c, eerste lid, tot het verlenen
van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in de artikelen 29c of 29d, kan worden
afgewezen, indien gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling
die de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus heeft of het desbetreffende
gezinslid bijzondere banden heeft.
4. In het vijfde lid (nieuw) wordt de zinsnede «het eerste tot en met achtste lid» vervangen
door «dit artikel».
AA [artikel 32 bevoegdheid intrekken asielvergunning]
Artikel 32 komt te luiden:
Artikel 32
1. Onze Minister trekt de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29, in overeenkomstig
de artikelen 65 en 66 van de Procedureverordening op grond van artikel 14 van de Kwalificatieverordening.
2. Onze Minister trekt de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29a, in overeenkomstig
de artikelen 65 en 66 van de Procedureverordening op grond van artikel 19 van de Kwalificatieverordening.
3. Bij toepassing van het eerste, tweede of zesde lid, trekt Onze Minister gelijktijdig
de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29b, 29c of 29d, in die is verleend
aan het gezinslid van de vreemdeling wiens verblijfsvergunning asiel met toepassing
van het eerste of tweede lid is ingetrokken of ten aanzien van wie toepassing is gegeven
aan het zesde lid.
4. Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 29b, voorts intrekken
in de gevallen bedoeld in artikel 23, derde tot en met vijfde lid, van de Kwalificatieverordening.
5. Onze Minister kan de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29c en 29d
voorts intrekken, indien:
a. de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden
terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen
zouden hebben geleid;
b. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;
c. de gronden voor verlening, bedoeld in de artikelen 29c of 29d, zijn komen te vervallen;
d. het gezinslid niet of niet langer een werkelijk huwelijks- of gezinsleven onderhoudt
met de vreemdeling die internationale bescherming geniet en die houder is van de verblijfsvergunning
asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a.
6. Bij de afsluiting, bedoeld in artikel 66, zesde lid, van de Procedureverordening,
vermeldt Onze Minister dat in het dossier van de vreemdeling en vermeldt hij daarbij
de rechtsgrond voor die afsluiting.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over
dit artikel.
AB [nieuw artikel 32a bevoegdheid aanwijzing veilig derde land of veilig land van
herkomst]
Na artikel 32 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 32a
Bij regeling van Onze Minister kunnen overeenkomstig artikel 64, eerste lid, van de
Procedureverordening met het oog op de behandeling van de aanvraag tot het verlenen
van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 landen als veilig derde
land of als veilig land van herkomst worden aangewezen, voor zover dat andere landen
zijn dan die welke op het niveau van de Unie als zodanig zijn aangewezen.
AC [artikelen 33, 34 en 35 afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]
In hoofdstuk 3 vervalt afdeling 4, paragraaf 2, onder vernummering van de derde tot
en met zesde paragraaf tot tweede tot en met vijfde paragraaf.
AD [artikel 36 juridisch adviseur / counseling]
Artikel 36 komt te luiden:
Artikel 36
1. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28
wordt, in afwijking van artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger.
2. Overeenkomstig artikel 19 van de Procedureverordening en artikel 21 van de Asiel-
en migratiebeheerverordening worden bij regeling van Onze Minister regels gesteld
over:
a. de erkenning of toelating van juridisch adviseurs of andere counselors die de vreemdeling
tijdens de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel als bedoeld
in artikel 28 kosteloze juridische counseling verstrekken, bijstaan of vertegenwoordigen;
b. de accreditatie van niet-gouvernementele organisaties die deze vreemdeling juridische
diensten of vertegenwoordiging bieden; en
c. de procedurele regels voor de indiening en behandeling van verzoeken om kosteloze
juridische counseling en wettelijke vertegenwoordiging, waaronder regels over het
uitsluiten of beperken daarvan.
AE [artikel 37 aanpassing delegatiegrondslag asielprocedure en schrappen leges verblijfsvergunning
asiel onbepaalde tijd]
Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef vervalt het nummer «1» en wordt de zinsnede «worden regels gesteld»
vervangen door «worden ter uitvoering van de Procedureverordening en de Asiel- en
migratiebeheerverordening regels gesteld».
b. Onderdeel b komt te luiden:
b. de procedure voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
asiel als bedoeld in artikel 28, indien dat noodzakelijk is ter uitvoering van de
Procedureverordening of de Asiel- en migratiebeheerverordening;
c. Onderdeel c vervalt, onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel c.
2. Het tweede en derde lid vervallen.
AF [artikel 39 voornemenprocedure asielprocedure vervalt]
Artikel 39 komt te luiden:
Artikel 39
De artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing
op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28.
AG [artikel 40 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
Artikel 40 vervalt.
AH [artikel 41 voornemenprocedure bij intrekkingen]
Artikel 41 komt te luiden:
Artikel 41
1. Indien Onze Minister voornemens is de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29
of 29a, in te trekken, wordt de vreemdeling hiervan overeenkomstig artikel 66, eerste
lid, van de Procedureverordening onder opgave van redenen schriftelijk in kennis gesteld.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien Onze Minister voornemens
is de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29b, 29c of 29d, in te trekken.
3. De kennisgeving kan eveneens betrekking hebben op het voornemen om niet ambtshalve
een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 te verlenen dan
wel op het voornemen om de uitzetting of overdracht niet op grond van artikel 64 achterwege
te laten. Het schriftelijke voornemen wordt aan de vreemdeling medegedeeld door uitreiking
of toezending ervan. De op het voornemen tot intrekking betrekking hebbende stukken
worden bij de schriftelijke mededeling gevoegd, voor zover de vreemdeling geen kennis
kan hebben van de inhoud van deze stukken.
4. De vreemdeling brengt zijn zienswijze in afwijking van artikel 4:9 van de Algemene
wet bestuursrecht schriftelijk naar voren binnen de door Onze Minister bepaalde redelijke
termijn.
5. Indien Onze Minister, na ontvangst van de zienswijze van de vreemdeling, voornemens
blijft de verblijfsvergunning asiel in te trekken, dan wordt de vreemdeling in de
gelegenheid gesteld zich te doen horen.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de
termijn, bedoeld in het vierde lid, alsmede de toepassing van de voorgaande leden.
AI [artikel 42 beslistermijnen aanvraagfase vervalt]
Artikel 42 vervalt.
AJ [artikel 43 bevoegdheid instellen besluitmoratorium]
Artikel 43 komt te luiden:
Artikel 43
Onze Minister kan, overeenkomstig artikel 35, zevende lid, van de Procedureverordening,
het afronden van de behandelingsprocedure van een aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 uitstellen wanneer redelijkerwijs
niet kan worden verwacht dat het besluit op de aanvraag wordt genomen binnen de in
artikel 35, vierde lid, van de Procedureverordening vastgestelde termijnen vanwege
een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is.
AK [artikel 43a beslistermijnen asielaanvraag tijdelijke bescherming]
Artikel 43a komt te luiden:
Artikel 43a
Onverminderd artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht worden de termijnen als
bedoeld in artikel 35 van de Procedureverordening voor het geven van een beschikking
op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28
ten aanzien van vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten, verlengd met de
duur van de tijdelijke bescherming.
AL [artikel 44 ingangsdatum verblijfsvergunning asiel en technische wijziging n.a.v.
afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd]
Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «verblijfsvergunning voor bepaalde tijd» vervangen door «verblijfsvergunning
asiel».
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld
in de artikelen 29 tot en met 29d, wordt ingewilligd, wordt deze verblijfsvergunning
verleend met ingang van de dag na de bekendmaking van de beschikking.
3. In het derde lid wordt de zinsnede «De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als
bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder e,» vervangen door «De verblijfsvergunning
asiel, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3°,».
4. Het vierde en vijfde lid vervallen.
AM [artikel 44a rechtsgevolgen overdrachtsbesluit]
Artikel 44a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. De aanduiding «1» voor het eerste lid vervalt.
b. In de aanhef (nieuw) wordt de zinsnede «een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd,
bedoeld in artikel 28» vervangen door «een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in
artikel 28».
c. Onderdeel c komt te luiden:
c. de vreemdeling door Onze Minister overeenkomstig de Asiel- en migratiebeheerverordening
kan worden overgedragen aan een verantwoordelijke lidstaat.
d. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, wordt
een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de vreemdeling overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening
geen recht heeft op de opvangvoorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen, bedoeld
in de artikelen 17 tot en met 20 van de Opvangrichtlijn, toegekend bij of krachtens
de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers of bij of krachtens een ander wettelijk
voorschrift. Zulks wordt vermeld in het besluit. Dit doet geen afbreuk aan de noodzaak
om een levensstandaard te waarborgen die in overeenstemming is met het Unierecht,
met inbegrip van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en internationale
verplichtingen.
2. Het tweede lid vervalt.
AN [artikel 45 meervoudige asielbeschikking terugkeerbesluit]
Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt de zinsnede «de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld
in artikel 28, of voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 33» vervangen door «de
verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28».
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de verblijfsvergunning asiel,
bedoeld in artikel 28, is ingetrokken.
3. Het derde lid komt te luiden:
3. In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt de beschikking waarbij een aanvraag
tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28, wordt afgewezen
niet als terugkeerbesluit, indien:
a. dat niet in overeenstemming is met de Terugkeerrichtlijn en het beginsel van non-refoulement;
of
b. de beschikking is genomen in de asielgrensprocedure met toepassing van artikel 3,
zesde lid.
4. In het negende lid wordt de zinsnede «een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
als bedoeld in artikel 28 niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a,
eerste lid, onderdeel a» vervangen door «een verblijfsvergunning asiel als bedoeld
in artikel 28 niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid,
met toepassing van artikel 38, eerste lid, onderdeel c, van de Procedureverordening».
AO [artikel 45b EU-langdurig ingezetenestatus]
Artikel 45b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdelen d en e komt te luiden:
d. verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, die niet is verleend op grond van de artikelen 29 of 29a;
e. verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, die is verleend op grond van de artikelen 29b, 29c of 29d, bij een vreemdeling die
in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, die niet is
verleend op grond van de artikelen 29 of 29a.
2. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot het zevende en achtste lid, worden
er drie leden ingevoegd, luidende:
4. Voor de berekening van de periode, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt
de periode tussen de datum van indiening van de aanvraag waarop een verblijfsvergunning
asiel als bedoeld in de artikelen 29 of 29a werd verleend en de datum waarop de in
artikel 9, tweede lid, onder a, bedoelde verblijfstitel werd afgegeven, volledig in
aanmerking genomen.
5. Wanneer de vreemdeling die verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel
als bedoeld in artikel 28, die is verleend op grond van de artikelen 29 of 29a, wordt
aangetroffen in een andere lidstaat zonder dat hij het recht heeft daar te wonen of
te verblijven, wordt de periode waarin hij voorafgaand daaraan rechtmatig in Nederland
verbleef, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de periode, bedoeld in
het tweede lid, onder a.
6. Onze Minister kan het vijfde lid buiten toepassing laten indien de vreemdeling aantoont
dat de redenen om in de andere lidstaat te wonen of te verblijven zonder dat hij daartoe
het recht had, te wijten zijn aan omstandigheden die buiten zijn controle lagen.
AP [artikel 45c technische wijziging i.v.m. tweestatusstelsel en afschaffen verblijfsvergunning
asiel onbepaalde tijd]
Artikel 45c, eerste lid komt te luiden:
1. Op het document, bedoeld in artikel 9, van de vreemdeling aan wie een EU-verblijfsvergunning
voor langdurig ingezetenen is verleend, wordt de aantekening «Internationale bescherming
op [datum] verleend door Nederland» geplaatst, indien de vreemdeling direct voorafgaande
aan de aanvraag in het bezit was van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in
artikel 28 die is verleend op grond van de artikelen 29 of 29a, tenzij de grond voor
die verlening is vervallen.
AQ [artikel 45f voornemenprocedure EU-langdurig ingezetenestatus]
Artikel 45f komt te luiden:
Artikel 45f
Indien Onze Minister voornemens is om de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
met op het aan de vreemdeling verstrekte document, bedoeld in artikel 9, de aantekening
als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, in te trekken, is artikel 41 van overeenkomstige
toepassing.
AR [artikel 50 screening op het grondgebied]
Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt na «vastgesteld,» de zinsnede ingevoegd «of indien dit noodzakelijk
is voor de toepassing van artikel 7 van de Screeningsverordening,» en wordt na de
zinsnede «plaats bestemd voor verhoor» ingevoegd «of een plaats bestemd voor screening».
2. In het derde lid wordt na de zinsnede «dat hij rechtmatig verblijf heeft,» ingevoegd
«of indien dit noodzakelijk is voor de toepassing van artikel 7 van de Screeningsverordening,»
en na de zinsnede «plaats bestemd voor verhoor» wordt ingevoegd «of een plaats bestemd
voor screening».
3. Aan het vierde lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: «Indien artikel 7 van de
Screeningsverordening van toepassing is, geldt in afwijking van het tweede en derde
lid, overeenkomstig artikel 8, vierde lid, van de Screeningsverordening, dat hij niet
langer wordt opgehouden dan 72 uur op de plaats bestemd voor verhoor of een plaats
bestemd voor screening.»
AS [artikel 55 technische wijziging en screening op het grondgebied]
Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:
In het eerste lid wordt «artikel 8, onder f,» vervangen door de zinsnede «artikel 8,
onder f of h, alsmede de vreemdeling op wie artikel 7 van de Screeningsverordening
van toepassing is,» en wordt na «verblijfsvergunning» de zinsnede ingevoegd «, onderscheidenlijk
de toepassing van de Screeningsverordening,».
AT [nieuw artikel 55.0a toewijzing aan geografisch gebied]
In hoofdstuk 4, afdeling 1, paragraaf 3, wordt na artikel 55 een artikel ingevoegd,
luidende:
Artikel 55.0a
1. Onze Minister kan een vreemdeling toewijzen aan een geografisch gebied in Nederland
waarbinnen hij zich vrij kan bewegen gedurende de duur van de asielprocedure indien
dit zorgt voor een snelle, efficiënte en effectieve verwerking van zijn asielaanvraag
in overeenstemming met de Procedureverordening, of voor de geografische spreiding
van vreemdelingen waarbij rekening wordt gehouden met de capaciteit van de betrokken
geografische gebieden.
2. De vreemdeling wordt zo snel mogelijk schriftelijk in kennis gesteld van de toewijzing
aan een geografisch gebied en van de geografische grenzen van dat gebied.
3. De vreemdeling aan wie een geografisch gebied is toegewezen, kan Onze Minister om
toestemming verzoeken om dat gebied tijdelijk te verlaten.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorwaarden gesteld
voor de toepassing van dit artikel.
AU [artikel 56 vrijheidsbeperkende maatregel voor asielzoekers]
In artikel 56, eerste lid wordt na de zinsnede «indien het belang van de openbare
orde of de nationale veiligheid zulks vordert,» ingevoegd:
« dan wel om doeltreffend te voorkomen dat de vreemdeling onderduikt wanneer er een
onderduikrisico bestaat,».
AV [artikel 59 technische aanpassing i.v.m. afschaffen voornemenprocedure]
Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het begrip «bewaring» wordt telkens vervangen door «vreemdelingenbewaring» en het
begrip «Bewaring» wordt telkens vervangen door «Vreemdelingenbewaring».
2. In het vierde lid vervalt de laatste volzin.
AW [artikel 59a vreemdelingenbewaring Asiel- en migratiebeheerverordening]
Artikel 59a, eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
1. Het begrip «Dublinverordening» wordt vervangen door «Asiel- en migratiebeheerverordening».
2. Het begrip «bewaring» wordt vervangen door «vreemdelingenbewaring».
3. De zinsnede «artikel 28 van de Dublinverordening» wordt vervangen door «artikel 44
van de Asiel- en migratiebeheerverordening».
AX [artikel 59b vreemdelingenbewaring asielzoekers]
Artikel 59b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Het begrip «bewaring» wordt telkens vervangen door «vreemdelingenbewaring».
b. In de aanhef wordt de zinsnede «op grond van artikel 8, onder f, g of h,» vervangen
door «op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2°,».
c. Onderdeel b komt te luiden:
b. vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op het vaststellen van de gegevens
die ten grondslag liggen aan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
asiel als bedoeld in artikel 28 en die niet zouden kunnen worden verkregen indien
de aanvrager niet in vreemdelingenbewaring zou worden gehouden, met name wanneer sprake
is van een onderduikrisico;
d. Aan het slot van onderdeel c, subonderdeel 3° vervalt «of».
e. In onderdeel d wordt de zinsnede «artikel 8, derde lid, onderdeel e, van de Opvangrichtlijn»
vervangen door «artikel 10, vierde lid, onderdeel f, van de Opvangrichtlijn; of».
f. Aan het slot wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. vreemdelingenbewaring noodzakelijk is ten behoeve van de handhaving van de opgelegde
vrijheidsbeperkende maatregel, bedoeld in artikel 56, eerste lid, in het geval de
vreemdeling die maatregel niet naleeft en het onderduikrisico blijft bestaan.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. De vreemdelingenbewaring krachtens het eerste lid, duurt zo kort mogelijk, uitsluitend
zo lang de in het eerste lid genoemde gronden van toepassing zijn en niet langer dan
zes maanden.
3. Het derde lid komt te luiden:
3. Onze Minister kan de vreemdelingenbewaring krachtens het eerste lid met ten hoogste
zes maanden verlengen, indien er sprake is van:
a. complexe feitelijke of juridische kwesties; of
b. de vertraging in de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel als
bedoeld in artikel 28 duidelijk en uitsluitend kan worden toegeschreven aan het feit
dat de vreemdeling de krachtens artikel 9 van de Procedureverordening op hem rustende
verplichtingen niet nakomt.
4. Het vierde lid komt te luiden:
4. De vreemdeling wordt niet in vreemdelingenbewaring gesteld om de enkele reden dat
hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in
artikel 28 heeft ingediend of op basis van zijn nationaliteit. De vreemdelingenbewaring
mag niet bestraffend van aard zijn.
5. Het vijfde lid komt te luiden:
5. In afwijking van het eerste lid, wordt een minderjarige vreemdeling in de regel niet
in vreemdelingenbewaring gesteld. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen minderjarigen
als maatregel in laatste instantie en nadat is gebleken dat minder dwingende alternatieve
maatregelen niet doeltreffend kunnen worden toegepast, en nadat overeenkomstig artikel 26
van de Opvangrichtlijn is beoordeeld dat vreemdelingenbewaring in hun belang is, voor
zo kort mogelijke duur in vreemdelingenbewaring worden gehouden:
a. in het geval van begeleide minderjarigen, wanneer de ouder of hoofdverzorger van de
minderjarige in vreemdelingenbewaring wordt gehouden, of
b. in het geval van niet-begeleide minderjarigen, wanneer de minderjarige door de vreemdelingenbewaring
wordt beschermd.
AY [artikel 59c motiveringsplicht vreemdelingenbewaring]
Artikel 59c wordt als volgt gewijzigd:
1. Het begrip «bewaring» wordt telkens vervangen door «vreemdelingenbewaring» en het
begrip «Bewaring» wordt vervangen door «Vreemdelingenbewaring».
2. Aan het slot wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. In het besluit tot vrijheidsontneming of vreemdelingenbewaring op grond van de artikelen 6,
6a, 59, 59a of 59b vermeldt Onze Minister de feitelijke en juridische gronden waarop
de vreemdelingenbewaring is gebaseerd en de reden dat geen minder dwingende maatregelen
doeltreffend kunnen worden toegepast, bedoeld in het eerste lid.
AZ [artikel 60 technische aanpassing]
In artikel 60 wordt het begrip «bewaring» vervangen door «vreemdelingenbewaring».
BA [artikel 62 technische aanpassing term onderduikrisico]
Artikel 62, tweede lid, onderdeel a komt te luiden:
a. er een onderduikrisico bestaat;
BB [artikel 62b technische aanpassing ambtshalve overdrachtsbesluit]
In artikel 62b wordt «Dublinverordening» vervangen door «Asiel- en migratiebeheerverordening».
BC [artikel 62c technische aanpassing overdracht Asiel- en migratiebeheerverordening]
In artikel 62c vervallen het eerste tot en met het derde lid, alsmede de aanduiding
«4» voor het vierde lid.
BD [artikel 63a technische aanpassing overdracht Asiel- en migratiebeheerverordening]
Artikel 63a komt te luiden:
Artikel 63a
De vreemdeling tegen wie een overdrachtsbesluit is uitgevaardigd, kan overeenkomstig
artikel 46, eerste lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening door Onze Minister
worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat in de zin van de Asiel- en migratiebeheerverordening.
BE [artikel 69 termijnen instellen beroep, hoger beroep en indienen verzoek om voorlopige
voorziening]
Artikel 69 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
2. In afwijking van het eerste lid, bedraagt de beroepstermijn:
a. één week, indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als
bedoeld in artikel 28:
1° niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30;
2° niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a;
3° is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b;
4° buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onderdeel b; of
5° buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, onderdeel a, en
het beroep zich richt tot het daarmee samenhangende terugkeerbesluit.
b. twee weken, indien:
1° de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28
is ingewilligd op grond van artikel 29a;
2° de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28
is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of
3° de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van
artikel 32.
2. In het derde lid wordt de zinsnede «de artikelen 94 en 96» vervangen door «artikel 96».
3. Aan het slot worden drie leden toegevoegd, luidende:
5. In afwijking van het eerste lid, bedraagt de termijn voor het instellen van hoger
beroep:
a. twee weken, in de gevallen bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; of
b. vier weken, in de gevallen bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
6. Het verzoek om een voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 68, vierde lid, van
de Procedureverordening, wordt ingediend binnen een week na de bekendmaking van het
besluit tot afwijzing van de asielaanvraag of het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning
asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a, in de gevallen, bedoeld in artikel 68, derde
lid, van de Procedureverordening.
7. Het verzoek om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het overdrachtsbesluit
op te schorten, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening,
wordt gelijktijdig ingediend met het beroepschrift tegen een overdrachtsbesluit als
bedoeld in artikel 44a, of artikel 62b. Overeenkomstig artikel 43, derde lid, van
de Asiel- en migratiebeheerverordening wordt de uitvoering van een overdrachtsbesluit
als bedoeld in artikel 44a of 62b niet opgeschort indien de vreemdeling geen verzoek
om een voorlopige voorziening heeft ingediend.
BF [artikel 73 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
Artikel 73 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onderdeel d wordt «tweede lid» vervangen door «eerste lid».
2. In het vijfde lid vervalt de zinsnede «of artikel 62c, eerste lid».
BG [artikel 79 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd en voornemenprocedure]
Artikel 79 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt de zinsnede «de artikelen 28 en 33» vervangen door «artikel 28».
b. In onderdeel b vervalt de zinsnede «of artikel 33».
c. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma wordt
een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. een besluit om niet ambtshalve een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 te
verlenen dan wel een besluit om de uitzetting of overdracht niet op grond van artikel 64
achterwege te laten dat tegelijkertijd met een besluit omtrent een verblijfsvergunning
als bedoeld in artikel 28 is genomen, mits de vreemdeling bij de voorbereiding van
laatstgenoemd besluit in de gelegenheid is gesteld omstandigheden aan te voeren die
daarvoor relevant kunnen zijn.
2. In het derde lid wordt de zinsnede «bedoeld in de artikelen 39 en 41» vervangen door
«bedoeld in artikel 41».
BH [nieuw artikel 80 uitsluiten beroep]
In hoofdstuk 7, afdeling 3, paragraaf 1 wordt na artikel 79 een artikel ingevoegd,
luidende:
Artikel 80
In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep worden
ingesteld tegen:
a. het besluit tot afsluiting, dat is genomen met toepassing van artikel 32, zesde lid;
of
b. het besluit tot buitenbehandelingstelling, bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel a.
BI [artikel 82 schorsende werking beroep]
Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Onverminderd artikel 68, eerste en tweede lid, van de Procedureverordening, wordt
de werking van het besluit omtrent een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28
opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld,
op het beroep is beslist.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien:
a. artikel 68, derde lid, van de Procedureverordening van toepassing is;
b. artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is;
c. het een besluit als bedoeld in artikel 43 of 45, vierde lid, betreft.
3. Het derde tot en met vijfde lid vervallen, onder vernummering van het zesde lid tot
derde lid.
BJ [artikel 83 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
Artikel 83 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt de zinsnede «bedoeld in de artikelen 28 en 33» vervangen door
«bedoeld in artikel 28».
b. In onderdeel b vervalt «of 33».
2. In het zevende lid, onderdeel b wordt de zinsnede «bedoeld in de artikelen 28 en
33» vervangen door «bedoeld in artikel 28» en vervalt «of 33».
BK [artikel 83a omvang toetsing door de rechtbank]
In artikel 83a wordt de zinsnede «De toetsing van de rechtbank omvat» vervangen door
«Overeenkomstig artikel 67, derde lid, van de Procedureverordening omvat de toetsing
van de rechtbank».
BL [artikel 83b termijn uitspraak rechtbank]
In artikel 83b komen het eerste tot en met derde lid te luiden:
1. De rechtbank doet binnen vier weken na het instellen van het beroep uitspraak, indien:
a. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28:
1° niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30;
2° niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a;
3° is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b;
4° buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c; of
b. het beroep zich richt tegen een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 62b.
2. In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen twaalf weken,
dan wel zestien weken indien artikel 67, elfde lid van de Asiel- en migratiebeheerverordening
van toepassing is, gerekend vanaf de datum van registratie van de aanvraag tot het
verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, indien de aanvraag
is behandeld in de asielgrensprocedure. Deze termijn kan niet worden verlengd.
3. In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen drieëntwintig
weken na het instellen van het beroep, indien:
a. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28
is ingewilligd op grond van artikel 29a;
b. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28
is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of
c. de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van
artikel 32.
BM [nieuw artikel 83ba termijn uitspraak voorlopige voorziening en hoofdzaak Asiel-
en migratiebeheerverordening]
In hoofdstuk 7, afdeling 3, paragraaf 2 wordt na artikel 83b een artikel ingevoegd,
luidende:
Artikel 83ba
1. In afwijking van artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht doet de voorzieningenrechter
overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening uitspraak
binnen een maand na ontvangst van het verzoek om voorlopige voorziening dat strekt
tot opschorting van de uitvoering van een overdrachtsbesluit als bedoeld in de artikelen 44a
of 62b.
2. Indien de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening heeft toegewezen, tracht
de rechtbank, in afwijking van artikel 83b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°,
en onderdeel b, overeenkomstig artikel 43, derde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening
binnen een maand uitspraak te doen in de hoofdzaak.
BN [nieuw artikel 83bb opname persoonlijk onderhoud als bewijs in beroepsprocedure]
In hoofdstuk 7, afdeling 3, paragraaf 2 wordt na artikel 83ba (nieuw) een artikel
ingevoegd, luidende:
Artikel 83bb
De opname van het persoonlijk onderhoud of een schriftelijke weergave daarvan, bedoeld
in artikel 14 van de Procedureverordening, wordt als bewijs toegelaten in de beroepsprocedure
bij de rechtbank.
BO [nieuw artikel 83bc behandeltermijnen na vernietiging besluit door de rechter]
In hoofdstuk 7, afdeling 3, paragraaf 2 wordt na artikel 83bb (nieuw) een artikel
ingevoegd, luidende:
Artikel 83bc
Indien de rechtbank toepassing geeft aan artikel 8:72, vierde lid, onderdeel b, van
de Algemene wet bestuursrecht, stelt de rechtbank de termijn vast op:
a. ten hoogste zes weken, in de gevallen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Procedureverordening;
b. ten hoogste tien weken, in de gevallen, bedoeld in artikel 35, derde lid, van de Procedureverordening;
of
c. ten hoogste vijf maanden, in de gevallen, bedoeld in artikel 35, vierde lid, van de
Procedureverordening.
BP [artikel 83c technische wijziging n.a.v. afschaffing verblijfsvergunning asiel
onbepaalde tijd]
In artikel 83c, vierde lid, onderdeel b wordt de zinsnede «als bedoeld in artikel 14,
20, 28 of 33» vervangen door «als bedoeld in artikel 14, 20 of 28».
BQ [artikel 93 rechtsmiddel beslissing geografisch gebied]
In artikel 93, eerste lid wordt na «artikel 55, eerste lid,» ingevoegd «een beslissing
op grond van artikel 55.0a,».
BR [artikel 94 beroep bij vreemdelingenbewaring]
Artikel 94 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de eerste volzin wordt de zinsnede «Uiterlijk op de achtentwintigste dag» vervangen
door «Onverwijld».
b. In de eerste volzin vervalt de zinsnede «, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep
heeft ingesteld».
2. In het vierde lid vervalt de tweede volzin.
3. Het vijfde lid komt te luiden:
5. De rechtbank doet mondeling of schriftelijk uitspraak. De termijn waarbinnen de rechtbank
uitspraak doet bedraagt ten hoogste vijftien dagen, dan wel ten hoogste eenentwintig
dagen in uitzonderlijke omstandigheden en vangt aan op de dag van de oplegging van
de vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in het eerste lid. In afwijking van artikel 8:66,
tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn
niet worden verlengd. Indien de rechtbank op het beroep tegen een besluit tot oplegging
van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, derde lid, 6a,
59a of 59b geen uitspraak heeft gedaan binnen eenentwintig dagen na de dag van de
oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel wordt de maatregel onmiddellijk opgeheven.
4. In het zevende lid wordt «artikel 59b, vijfde lid» vervangen door «artikel 59b, derde
lid».
BS [artikel 96 beroep bij voortduring vreemdelingenbewaring]
Aan het slot van artikel 96 wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het beroep, bedoeld in artikel 94,
niet ongegrond is verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel desondanks voortduurt.
BT [nieuw artikel 96a ambtshalve rechterlijke toetsing bij voortduring vreemdelingenbewaring]
Na artikel 96 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 96a
1. Indien het beroep, bedoeld in artikel 94, of het beroep tegen het voortduren van
de vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in artikel 96, ongegrond is verklaard, stelt
Onze Minister de rechtbank telkens uiterlijk achtenzestig dagen na dagtekening van
de uitspraak van de rechtbank in kennis van de voortduring van de maatregel. Zodra
de rechtbank de kennisgeving heeft ontvangen wordt de vreemdeling geacht beroep te
hebben ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel. Het beroep
strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het beroep, bedoeld in artikel 94,
of het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel, bedoeld in
artikel 96, niet ongegrond is verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel desondanks
voortduurt.
3. In afwijking van het eerste lid, wordt een kennisgeving over de voortduring van de
maatregel niet verzonden wanneer de vreemdeling zelf binnen achtenzestig dagen na
dagtekening van de uitspraak van de rechtbank beroep heeft ingesteld tegen het voortduren
van de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de vreemdeling dit beroep intrekt, wordt
die intrekking beschouwd als een kennisgeving over het voortduren van een vrijheidsontnemende
maatregel, als bedoeld in het eerste lid.
4. Indien de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, zesde lid, of artikel 59b,
derde lid, wordt verlengd, stelt Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, gelijktijdig
met het besluit om de maatregel te verlengen de rechtbank in kennis van het voortduren
van de maatregel ten aanzien van de periode tot de ommekomst van de in artikel 59,
vijfde lid, of artikel 59b, tweede lid, bedoelde termijn waarover nog geen rechterlijke
toets heeft plaatsgevonden.
5. De rechtbank sluit het vooronderzoek binnen een week na ontvangst van de kennisgeving.
In afwijking van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank ook
zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.
6. Indien de rechtbank een zitting bepaalt, dan vindt deze plaats uiterlijk een week
na sluiting van het vooronderzoek. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon
dan wel in persoon of bij raadsman en Onze Minister om bij gemachtigde te verschijnen
teneinde te worden gehoord. In afwijking van artikel 8:42, tweede lid, van de Algemene
wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
7. Artikel 94, zesde lid, artikel 95, derde lid, en artikel 96, tweede lid, zijn van
overeenkomstige toepassing.
BU [artikel 98 technische wijziging i.v.m. nieuw artikel 96a]
In artikel 98, eerste lid wordt «94 en 96» vervangen door «94, 96 en 96a».
BV [artikel 101 technische wijziging i.v.m. nieuw artikel 96a]
In artikel 101, vierde lid wordt de zinsnede «de artikelen 94 en 96» vervangen door
«de artikelen 94, 96 en 96a».
BW [artikel 106aa afname biometrische gegevens Eurodac]
In hoofdstuk 8, paragraaf 1 wordt voor artikel 106a een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 106aa
1. Onze Minister, de op grond van artikel 46 en 47 aangewezen ambtenaren en Onze Minister
van Buitenlandse Zaken zijn ter uitvoering van Eurodac-verordening bevoegd biometrische
gegevens af te nemen van de in artikel 13, eerste lid, van de Eurodac-verordening
bedoelde personen voor de in dat artikellid genoemde doeleinden.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
over:
a. de wijze van het afnemen en verwerken van de biometrische gegevens, bedoeld in het
eerste lid; en
b. de maatregelen als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de Eurodac-verordening.
BX [artikel 107 i.v.m. screening]
Artikel 107 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot
van onderdeel d, subonderdeel 5°, een onderdeel toegevoegd, luidende:
6°. de Screeningsverordening.
2. In het tweede lid wordt onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot
van onderdeel c, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de Screeningsverordening.
3. In het vijfde lid wordt onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot
van onderdeel f, subonderdeel 4°, een onderdeel toegevoegd, luidende:
5°. de Screeningsverordening.
BY [artikel 109a wijziging i.v.m. uitzonderen Terugkeerrichtlijn aan de grens]
In artikel 109a, aanhef, onderdeel a vervalt de zinsnede «, anders dan na indiening
van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als
bedoeld in artikel 28,».
BZ [artikel 114 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
In artikel 114 wordt de zinsnede «de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28
of artikel 33» vervangen door «een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28».
ARTIKEL II POLITIEWET 2012
Artikel 65 van de Politiewet 2012 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede tot derde lid en het derde tot vierde lid, komt
het tweede lid te luiden:
2. Onverminderd het beheer van Onze Minister van Defensie en onverminderd artikel 48,
tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, is de Inspectie Justitie en Veiligheid met
het oog op het onafhankelijk toezichtmechanisme bedoeld in artikel 2hh, eerste lid,
van de Vreemdelingenwet 2000, belast met het houden van toezicht op de Koninklijke
marechaussee met het oog op de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 4, eerste
lid, onderdeel f, voor zover deze taken betrekking hebben op de in artikel 2ff, tweede
lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bedoelde screening.
2. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
4. De korpschef, de directeur van de Politieacademie en de Commandant van de Koninklijke
marechaussee verlenen de inspectie de door deze verlangde ondersteuning bij de uitvoering
van de werkzaamheden in het kader van het eerste, onderscheidenlijk de werkzaamheden
in het kader van het tweede lid.
ARTIKEL III UITVOERINGSWET EU-VERORDENINGEN GRENZEN EN VEILIGHEID
De Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid wordt als volgt gewijzigd:
A [artikel 1]
In artikel 1 komt de definitie van «Eurodac-verordening» te luiden:
Eurodac-verordening:
Verordening (EU) 2024/1358 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende
de instelling van «Eurodac» voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen
(EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn
2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen
van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties
van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van
rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818
van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013
van het Europees Parlement en de Raad;
B [artikel 2]
Artikel 2 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Ter uitvoering van de Eurodac-verordening of onderdelen daarvan kunnen bij algemene
maatregel van bestuur autoriteiten, organisaties of deskundigen worden aangewezen,
waaronder de in artikel 40, tweede lid, van de Eurodac-verordening bedoelde autoriteiten.
C [artikel 4]
Artikel 4, eerste lid, komt te luiden:
1. De officier van justitie oefent de taken en bevoegdheden uit van:
a. de controlerende autoriteit, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Eurodac-verordening;
en
b. het centraal toegangspunt, bedoeld in:
– artikel 3, tweede lid, van de VIS-verordening;
– artikel 29, derde lid, van de EES-verordening; en
– artikel 50, tweede lid, van de Etias-verordening.
D [artikel 9]
In artikel 9 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door
een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. artikel 49 van de Eurodac-verordening.
ARTIKEL IV WET ARBEID VREEMDELINGEN
De Wet arbeid vreemdelingen wordt als volgt gewijzigd:
A [artikel 1]
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het laatste onderdeel
door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
k. Procedureverordening:
Verordening (EU) 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot
vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming
in de Unie en tot intrekking van Richtlijn 2013/32/EU (PbEU L 2024/1348).
B [artikel 6]
In artikel 6 wordt, onder vernummering van het tweede lid naar het derde lid, een
lid ingevoegd, luidende:
2. De werkgever kan het burgerservicenummer van de vreemdeling gebruiken bij het verwerken
van persoonsgegevens ten behoeve van de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning
in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen.
C [artikel 8]
Artikel 8, eerste lid, onderdeel e, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 1° wordt «, dan wel» vervangen door een puntkomma.
2. Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van subonderdeel 2° door «; of» wordt
een subonderdeel toegevoegd, luidende:
3°. die een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet
2000 heeft aangevraagd, en die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder m,
van de Vreemdelingenwet 2000 of wiens aanvraag versneld wordt behandeld overeenkomstig
artikel 42, lid 1, punten a) tot en met f) van de Procedureverordening.
D [artikel 12]
Aan artikel 12 wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Onze Minister trekt een tewerkstellingsvergunning in indien is gebleken dat de vreemdeling
die een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet
2000, heeft aangevraagd rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder m,
van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel wiens aanvraag versneld wordt behandeld overeenkomstig
artikel 42, lid 1, punten a) tot en met f) van de Procedureverordening.
ARTIKEL V WET OP DE EXPERTISECENTRA
De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:
A [artikel 1]
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van de laatste begripsbepaling
door een puntkomma, de volgende begripsbepaling toegevoegd:
richtlijn (EU) 2024/1346:
richtlijn 2024/1346/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale
bescherming.
B [artikel 40]
Aan artikel 40 worden twee leden toegevoegd, luidende:
23. In afwijking van het zevende lid neemt het bevoegd gezag de beslissing over toelating
van een minderjarig kind van verzoeker dan wel minderjarige verzoeker als bedoeld
in artikel 16 van de richtlijn (EU) 2024/1346 zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen
6 weken na ontvangst van de aanmelding.
24. In afwijking van het achtste lid wordt een minderjarig kind van verzoeker dan wel
minderjarige verzoeker als bedoeld in artikel 16 van de richtlijn (EU) 2024/1346,
toegelaten indien de beslissing over de toelating 6 weken na de dag waarop het verzoek
om toelating is gedaan nog niet is genomen.
ARTIKEL VI WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS
De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:
A [artikel 1]
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van de laatste begripsbepaling
door een puntkomma, de volgende begripsbepaling toegevoegd:
richtlijn (EU) 2024/1346:
richtlijn 2024/1346/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale
bescherming.
B [artikel 40]
Aan artikel 40 worden twee leden toegevoegd, luidende:
15. In afwijking van het zesde lid neemt het bevoegd gezag de beslissing over toelating
van een minderjarig kind van verzoeker dan wel minderjarige verzoeker als bedoeld
in artikel 16 van de richtlijn (EU) 2024/1346 zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen
6 weken na ontvangst van de aanmelding.
16. In afwijking van het zevende lid wordt een minderjarig kind van verzoeker dan wel
minderjarige verzoeker als bedoeld in artikel 16 van de richtlijn (EU) 2024/1346,
toegelaten indien de beslissing over de toelating 6 weken na de dag waarop het verzoek
om toelating is gedaan nog niet is genomen.
ARTIKEL VII WET VEILIGHEIDSREGIO’S
In artikel 57, eerste lid, onderdeel d, van de Wet veiligheidsregio’s wordt «artikel 65,
eerste lid» vervangen door «artikel 65, eerste en tweede lid».
ARTIKEL VIII WET VOORTGEZET ONDERWIJS 2020
Aan artikel 8.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 wordt een lid toegevoegd, luidende:
9. In afwijking van het tweede lid neemt het bevoegd gezag de beslissing over toelating
van een minderjarig kind van verzoeker dan wel minderjarige verzoeker, als bedoeld
in artikel 16 van de richtlijn 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van
de Europese Unie van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers
om internationale bescherming, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken
na ontvangst van de aanmelding.
ARTIKEL IX OVERGANGSRECHT
1. Op lopende aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in
artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 waarin reeds een voornemen is uitgebracht,
blijft het recht van toepassing zoals dat gold op het moment waarop het voornemen
is uitgebracht, voor zover dat betrekking heeft op de voornemen- en zienswijzeprocedure.
2. Op reeds verleende verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33
van de Vreemdelingenwet 2000 blijft het recht gelden zoals dat gold op het moment
van verlening van de verblijfsvergunning.
3. Voor besluiten tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in
de artikelen 6, 6a, 58, 59, 59a en 59b van de Vreemdelingenwet 2000 die zijn opgelegd
voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen BR en BS van deze wet,
evenals voor de verlenging van deze besluiten en de voortduring van deze vrijheidsontnemende
maatregelen, blijven de artikelen 94 en 96 van de Vreemdelingenwet 2000 gelden zoals
die artikelen luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding
van artikel I, onderdelen BR en BS, van deze wet.
4. In afwijking van het derde lid, blijven voor besluiten tot oplegging van een vrijheidsontnemende
maatregel als bedoeld in de artikelen 6, eerste, tweede en zesde lid, en 59 van de
Vreemdelingenwet 2000, evenals voor de verlenging van deze besluiten en de voortduring
van deze vrijheidsontnemende maatregelen, de termijnen van toepassing van artikel 94,
vierde en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, zoals deze artikelleden luidden
onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BR,
subonderdelen 2 en 3, van deze wet.
5. Artikel I, onderdeel BT, van deze wet is van toepassing op besluiten tot oplegging
van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 6a, 58, 59, 59a
en 59b van de Vreemdelingenwet 2000 die zijn opgelegd na de datum van inwerkingtreding
van dat artikelonderdeel.
ARTIKEL X SAMENLOOP MET ASIELNOODMAATREGELENWET
1. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel A, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel D, van deze wet, komt artikel I, onderdeel D, van
deze wet te luiden:
D [artikel 2w technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
In artikel 2w, derde lid wordt de zinsnede «verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28»
vervangen door «verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28».
2. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel B, subonderdeel 1, van die
wet eerder in werking treedt dan artikel I, onderdeel H, subonderdeel 2, van deze
wet, dan vervalt artikel I, onderdeel H, subonderdeel 2, van deze wet.
3. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel C, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel J, van deze wet, komt artikel I, onderdeel J, van
deze wet te luiden:
J [artikel 17 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
Artikel 17, eerste lid, onderdeel e komt te luiden:
e. de vreemdeling die onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag in het bezit was van
een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28;
4. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel D, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel L, van deze wet, dan vervalt artikel I, onderdeel L,
van deze wet.
5. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel K, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdelen X en Z, van deze wet, wordt na artikel I, onderdeel Z,
van deze wet een onderdeel toegevoegd, luidende:
AA.0a
Artikel 31a vervalt.
6. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel O, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel AE, subonderdeel 2, van deze wet, komt artikel I,
onderdeel AE, subonderdeel 2, van deze wet te luiden:
2. Het tweede lid vervalt.
7. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel Q, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel AG, van deze wet, dan vervalt artikel I, onderdeel AG,
van deze wet.
8. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel U, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel AL, subonderdeel 4, van deze wet, dan komt artikel I,
onderdeel AL, subonderdeel 4, van deze wet te luiden:
4. Het vierde lid vervalt.
9. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel V, subonderdeel 1, van die
wet eerder in werking treedt dan artikel I, onderdeel AN, subonderdeel 1, van deze
wet, dan komt artikel I, onderdeel AN, subonderdeel 1, van deze wet te luiden:
1. De aanhef van het eerste lid komt te luiden:
1. De beschikking waarbij een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel,
bedoeld in artikel 28, wordt afgewezen, geldt als terugkeerbesluit, tenzij reeds eerder een terugkeerbesluit
tegen de vreemdeling is uitgevaardigd en aan de daaruit voortvloeiende terugkeerverplichting
niet is voldaan, en heeft van rechtswege tot gevolg dat:
10. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel Z, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel AV, subonderdeel 2, van deze wet, dan vervalt artikel I,
onderdeel AV, subonderdeel 2, van deze wet.
11. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel EE, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel BF, subonderdeel 1, van deze wet, dan vervalt artikel I,
onderdeel BF, subonderdeel 1, van deze wet.
12. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel FF, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel BG, van deze wet, dan vervalt artikel I, onderdeel BG,
van deze wet.
13. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel GG, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel BJ, van deze wet, dan vervalt artikel I, onderdeel BJ,
van deze wet.
14. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel HH, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel BP, van deze wet, dan vervalt artikel I, onderdeel BP,
van deze wet.
15. Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband
met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen
(Asielnoodmaatregelenwet) (Kamerstukken 36 704) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel II, van die wet eerder in werking
treedt dan artikel I, onderdeel BZ, van deze wet, dan komt artikel I, onderdeel BZ,
van deze wet te luiden:
BZ [artikel 114 technische wijziging n.a.v. afschaffen verblijfsvergunning asiel onbepaalde
tijd]
In artikel 114 wordt de zinsnede «een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28»
vervangen door «een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28».
ARTIKEL XI SAMENLOOP MET WET INVOERING TWEESTATUSSTELSEL
Indien het bij koninklijke boodschap van 7 maart 2025 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie van een tweestatusstelsel
en het aanscherpen van de vereisten bij nareis (Wet invoering tweestatusstelsel, Kamerstukken
36703) tot wet is of wordt verheven en die wet eerder in werking treedt dan deze wet,
wordt artikel I van deze wet als volgt gewijzigd:
A
Onderdeel A, subonderdeel 8 komt te luiden:
8. De begripsbepaling van verblijf op reguliere gronden komt te luiden:
verblijf op reguliere gronden:
het verblijf van een vreemdeling in Nederland op grond van deze wet anders dan op
de gronden bedoeld in de artikelen 29 tot en met 29d;.
B
In onderdeel R wordt «Na artikel 29 wordt een artikel ingevoegd, luidende:» vervangen
door «Artikel 29a komt te luiden:».
ARTIKEL XII SAMENLOOP TOEPASSING HERZIENINGSVERORDENING VIS
Indien artikel 11, onderdeel C, van de Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en
veiligheid:
a. eerder in werking treedt dan artikel III, onderdeel C van deze wet, dan wordt in
artikel III, onderdeel C van deze wet «artikel 3, tweede lid, van de VIS-verordening»
vervangen door «artikel 22, terdecies, derde lid, van de VIS-verordening».
b. later inwerking treedt dan artikel III, onderdeel C, van deze wet, dan komt artikel 11,
onderdeel C, van de Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid te luiden:
C
In artikel 4, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 3, tweede lid, van de VIS-verordening»
vervangen door «artikel 22 terdecies, derde lid, van de VIS-verordening».
ARTIKEL XIII INWERKINGTREDING
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
ARTIKEL XIV CITEERTITEL
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact
2026.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Asiel en Migratie,
De Minister voor Asiel en Migratie,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.