Amendement : Amendement van het lid Ergin over het vastleggen van de mogelijkheid onderwijs op afstand te volgen
36 530 Wijziging van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 en enige andere onderwijswetten in verband met de landelijke borging van de uitvoering van ondersteuning van scholen en instellingen bij het onderwijs aan zieke leerlingen (Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen)
Nr. 35
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 20
Ontvangen 15 december 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel II wordt in het voorgestelde artikel 7.1.4 na het derde lid een lid ingevoegd,
luidende:
3a. Indien het bevoegd gezag, na overleg met de rechtspersoon en de zieke student dan
wel, indien de student minderjarig is, met de ouders, voogden of verzorgers van deze
student, van oordeel is dat dit met het oog op de continuïteit van het onderwijs noodzakelijk
is, wordt het onderwijs op afstand verzorgd.
II
In artikel III, onderdeel A, wordt onderdeel 4 als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «wordt een lid» vervangen door «worden twee leden».
2. De aanduiding «4.» voor het vierde lid wordt vervangen door «5.».
3. Voor het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Indien het bevoegd gezag, na overleg met de rechtspersoon en de ouders van de zieke
leerling dan wel, indien de leerling meerderjarig is, met de zieke leerling zelf,
van oordeel is dat dit met het oog op de continuïteit van het onderwijs noodzakelijk
is, wordt het onderwijs op afstand verzorgd.
III
In artikel V, onderdeel A, wordt onderdeel 4 als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «wordt een lid» vervangen door «worden twee leden».
2. De aanduiding «4.» voor het vierde lid wordt vervangen door «5.».
3. Voor het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Indien het bevoegd gezag, na overleg met de rechtspersoon en de ouders van de zieke
leerling, van oordeel is dat dit met het oog op de continuïteit van het onderwijs
noodzakelijk is, wordt het onderwijs op afstand verzorgd.
IV
In artikel VI wordt onderdeel 4 als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «vierde lid komt» vervangen door «vierde en vijfde lid komen».
2. De aanduiding «4.» voor het vierde lid wordt vervangen door «5.».
3. Voor het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Indien het bevoegd gezag, na overleg met de rechtspersoon en de ouders van de zieke
leerling dan wel, indien de leerling meerderjarig is, met de zieke leerling zelf,
van oordeel is dat dit met het oog op de continuïteit van het onderwijs noodzakelijk
is, wordt het onderwijs op afstand verzorgd.
4. Onderdeel 5 vervalt.
Toelichting
Het wetsvoorstel Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen richt zich terecht op
het versterken van de ondersteuning aan scholen en instellingen. Toch ontbreekt in
het huidige wetsvoorstel een expliciete wettelijke verankering van een onderwijsvorm
die hierbij voor langdurig zieke leerlingen cruciaal is: onderwijs op afstand, waaronder
mede wordt begrepen hybride onderwijs.
Uit onderzoek en ledenmonitoring van Oudervereniging Balans, de grootste belangenorganisatie
voor ouders van kinderen met extra ondersteuningsbehoeften, blijkt dat juist deze
vorm van onderwijs voor veel langdurig zieke leerlingen het verschil maakt tussen
wel of niet onderwijs kunnen volgen. Balans signaleert onder meer dat:
– langdurig zieke leerlingen zonder deze vorm vaak weken tot maanden onderwijs missen;
– onderwijs op afstand (waaronder hybride onderwijs) leidt tot aanzienlijk betere continuïteit,
minder schooluitval en een soepelere terugkeer naar school;
– scholen de inzet van deze middelen nu vaak ad hoc, niet structureel of niet uniform
toepassen;
– ouders regelmatig tegen bureaucratische of organisatorische muren aanlopen wanneer
zij deze onderwijsvorm proberen te regelen.
Deze inzichten bevestigen dat de behoefte aan structurele juridische borging reëel
en urgent is.
Hoewel het wetsvoorstel spreekt over toegankelijke en flexibele ondersteuning, geeft
het geen duidelijke norm aan hoe onderwijs aan langdurig zieke leerlingen moet worden
vormgegeven. In de praktijk leidt dit ertoe dat scholen sterk verschillen in welke
mogelijkheden zij aanbieden, terwijl voor veel leerlingen onderwijs op afstand geen
luxe, maar noodzakelijk maatwerk is.
Dit amendement zorgt ervoor dat onderwijs op afstand expliciet in het wetsvoorstel
wordt vastgelegd. Daarbij is het aan het bevoegd gezag om, in overleg met de ozl-consulent
(werkzaam bij de rechtspersoon, ofwel stichting) en de ouders van de zieke student
of leerling, dan wel, indien die student of leerling meerderjarig is, in overleg met
die student of leerling zelf, om te beoordelen of het volgen van fysiek onderwijs
niet of in beperkte mate mogelijk is en of zodoende, met het oog op het waarborgen
van de continuïteit van het onderwijs voor deze student of leerling, onderwijs op
afstand aangewezen is. Hierbij worden de omstandigheden van de desbetreffende leerling,
waaronder de duur en frequentie van het ziekteverzuim en de mogelijkheden van de school
om passend onderwijs in de school te organiseren, betrokken. De inzet van onderwijs
op afstand vindt plaats binnen de met dit wetsvoorstel voorgestelde ondersteuningsstructuur,
waarbij de stichting een adviserende en ondersteunende rol heeft richting het bevoegd
gezag.
Ergin
Indieners
-
Indiener
Doğukan Ergin, Kamerlid
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| PVV | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Tegen |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Voor |
| BBB | 4 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Volt | 1 | Voor |