Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Gewijzigd amendement van het lid Ergin ter vervanging van nr. 20 over het vastleggen van de mogelijkheid onderwijs op afstand te volgen en psychisch zieke leerlingen en studenten onder de reikwijdte van de wet brengen
36 530 Wijziging van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 en enige andere onderwijswetten in verband met de landelijke borging van de uitvoering van ondersteuning van scholen en instellingen bij het onderwijs aan zieke leerlingen (Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen)
Nr. 33
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 20
Ontvangen 12 december 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel II wordt het voorgestelde artikel 7.1.4 als volgt gewijzigd:
1. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3a. Indien het bevoegd gezag, na overleg met de rechtspersoon en de zieke student dan
wel, indien de student minderjarig is, met de ouders, voogden of verzorgers van deze
student, van oordeel is dat dit met het oog op de continuïteit van het onderwijs noodzakelijk
is, wordt het onderwijs op afstand verzorgd.
2. In het vierde lid wordt na «lichamelijke» ingevoegd «of psychische».
II
In artikel III, onderdeel A, wordt onderdeel 4 als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «wordt een lid» vervangen door «worden twee leden».
2. De aanduiding «4.» voor het vierde lid wordt vervangen door «5.».
3. Voor het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Indien het bevoegd gezag, na overleg met de rechtspersoon en de ouders van de zieke
leerling dan wel, indien de leerling meerderjarig is, met de zieke leerling zelf,
van oordeel is dat dit met het oog op de continuïteit van het onderwijs noodzakelijk
is, wordt het onderwijs op afstand verzorgd.
4. In het vijfde lid (nieuw) wordt na «lichamelijke» ingevoegd «of psychische».
III
In artikel V, onderdeel A, wordt onderdeel 4 als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «wordt een lid» vervangen door «worden twee leden».
2. De aanduiding «4.» voor het vierde lid wordt vervangen door «5.».
3. Voor het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Indien het bevoegd gezag, na overleg met de rechtspersoon en de ouders van de zieke
leerling, van oordeel is dat dit met het oog op de continuïteit van het onderwijs
noodzakelijk is, wordt het onderwijs op afstand verzorgd.
4. In het vijfde lid (nieuw) wordt na «lichamelijke» ingevoegd «of psychische».
IV
Artikel VI, onderdeel 4, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «vierde lid komt» vervangen door «vierde en vijfde lid komen».
2. De aanduiding «4.» voor het vierde lid wordt vervangen door «5.».
3. Voor het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Indien het bevoegd gezag, na overleg met de rechtspersoon en de ouders van de zieke
leerling dan wel, indien de leerling meerderjarig is, met de zieke leerling zelf,
van oordeel is dat dit met het oog op de continuïteit van het onderwijs noodzakelijk
is, wordt het onderwijs op afstand verzorgd.
4. In het vijfde lid (nieuw) wordt na «lichamelijke» ingevoegd «of psychische».
Toelichting
Het wetsvoorstel Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen richt zich terecht op
het versterken van de ondersteuning aan scholen en instellingen. Toch ontbreekt in
het huidige wetsvoorstel een expliciete wettelijke verankering van een onderwijsvorm
die hierbij voor langdurig zieke leerlingen cruciaal is: onderwijs op afstand, waaronder
mede wordt begrepen hybride onderwijs.
Uit onderzoek en ledenmonitoring van Oudervereniging Balans, de grootste belangenorganisatie
voor ouders van kinderen met extra ondersteuningsbehoeften, blijkt dat juist deze
vorm van onderwijs voor veel langdurig zieke leerlingen het verschil maakt tussen
wel of niet onderwijs kunnen volgen. Balans signaleert onder meer dat:
– langdurig zieke leerlingen zonder deze vorm vaak weken tot maanden onderwijs missen;
– onderwijs op afstand (waaronder hybride onderwijs) leidt tot aanzienlijk betere continuïteit,
minder schooluitval en een soepelere terugkeer naar school;
– scholen de inzet van deze middelen nu vaak ad hoc, niet structureel of niet uniform
toepassen;
– ouders regelmatig tegen bureaucratische of organisatorische muren aanlopen wanneer
zij deze onderwijsvorm proberen te regelen.
Deze inzichten bevestigen dat de behoefte aan structurele juridische borging reëel
en urgent is.
Hoewel het wetsvoorstel spreekt over toegankelijke en flexibele ondersteuning, geeft
het geen duidelijke norm aan hoe onderwijs aan langdurig zieke leerlingen moet worden
vormgegeven. In de praktijk leidt dit ertoe dat scholen sterk verschillen in welke
mogelijkheden zij aanbieden, terwijl voor veel leerlingen onderwijs op afstand geen
luxe, maar noodzakelijk maatwerk is.
Dit amendement zorgt ervoor dat onderwijs op afstand expliciet in het wetsvoorstel
wordt vastgelegd. Daarbij is het aan het bevoegd gezag om, in overleg met de ozl-consulent
(werkzaam bij de rechtspersoon, ofwel stichting) en de ouders van de zieke student
of leerling, dan wel, indien die student of leerling meerderjarig is, in overleg met
die student of leerling zelf, om te beoordelen of het volgen van fysiek onderwijs
niet of in beperkte mate mogelijk is en of zodoende, met het oog op het waarborgen
van de continuïteit van het onderwijs voor deze student of leerling, onderwijs op
afstand aangewezen is. Hierbij worden de omstandigheden van de desbetreffende leerling,
waaronder de duur en frequentie van het ziekteverzuim en de mogelijkheden van de school
om passend onderwijs in de school te organiseren, betrokken. De inzet van onderwijs
op afstand vindt plaats binnen de met dit wetsvoorstel voorgestelde ondersteuningsstructuur,
waarbij de stichting een adviserende en ondersteunende rol heeft richting het bevoegd
gezag.
Daarnaast merkt de indiener op dat in de parlementaire behandeling naar voren is gekomen
dat de stichting op dit moment nog geen volledige expertise heeft met betrekking tot
de ondersteuning van leerlingen met psychische of mentale klachten. Met de verbreding
van de doelgroep wordt het daarom noodzakelijk dat deze expertise binnen de stichting
wordt versterkt. Het amendement gaat ervan uit dat het kabinet in de uitwerking van
deze wet voorziet in een zorgvuldige implementatie, waarbij de benodigde deskundigheid
tijdig kan worden opgebouwd en bekostigd. Door de wettelijke reikwijdte expliciet
uit te breiden naar leerlingen met zowel lichamelijke als psychische aandoeningen,
ontstaat tevens een duidelijke opdracht voor de stichting om haar kennis en ondersteuning
op dit terrein te ontwikkelen. Dit waarborgt dat ook neurodivergente en psychisch
zieke leerlingen adequaat en tijdig toegang krijgen tot onderwijs op afstand, wanneer
dat noodzakelijk is voor de continuïteit van hun onderwijs.
De indiener wijst erop dat OCW reeds inzet op versterking van kennis en ondersteuning
rondom neurodiversiteit via de Ontwikkelaanpak Neurodiversiteit in het Onderwijs.
Deze landelijke aanpak bouwt expertise op voor leerlingen met onder meer autisme,
ADHD, TOS en andere psychische of neurodivergente kenmerken. De verbreding van de
doelgroep in dit amendement sluit hierbij aan en kan in samenhang worden uitgevoerd.
Ergin
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Doğukan Ergin, Tweede Kamerlid
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| PVV | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Tegen |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Voor |
| BBB | 4 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Tegen |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |