Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne – eerste stappen in Nederland (Kamerstuk 36045-240)
2025D50878 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties
de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over de brief «Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne
– eerste stappen in Nederland».
De fungerend voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Dekker
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
III
Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van
de Minister van Buitenlandse Zaken van 28 oktober 2025 inzake de eerste stappen richting
de oprichting van het Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne
(STCA) (Kamerstuk 36 045, nr. 240).
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van een zichtbare en snelle
ontwikkeling van het tribunaal en waarderen dat het kabinet heeft ingestemd met het
Nederlandse gastlandschap voor de eerste twee voorbereidende fases. Deze leden hebben
hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de D66-fractie lezen dat het, mede uit het oogpunt van internationale
signaalwerking, van groot belang is dat fase 1 en fase 2 spoedig van start gaan. Deze
leden vragen de Minister op welke datum, dan wel binnen welke termijn, fase 1 concreet
van start zal gaan. Tevens vernemen zij graag op welke vaste momenten de Kamer geïnformeerd
zal worden over de voortgang van de werkzaamheden in deze fases.
Nu het kabinet aangeeft dat met het besluit over fase 1 en 2 geen voorschot wordt
genomen op een mogelijk toekomstig gastlandschap voor fase 3, vragen de leden van
de D66-fractie de Minister welke criteria, naast het beschikken over voldoende veiligheidscapaciteiten,
richtinggevend zullen zijn bij een dergelijk toekomstig besluit. Kan de Minister deze
criteria uiteenzetten en aangeven hoe deze zullen worden gewogen?
De leden van de D66-fractie vragen of de Minister kan toelichten of er al, formeel
of informeel, gesprekken plaatsvinden met andere landen die belangstelling hebben
om fase 3 van het STCA te faciliteren of te huisvesten. Indien dergelijke gesprekken
plaatsvinden, kan de Minister dan aangeven in welk stadium deze zich bevinden en welke
rol Nederland daarin speelt?
De brief stelt dat in fase 1 en 2 rekening moet worden gehouden met mogelijke toenemende
dreiging, waaronder cyberaanvallen, desinformatie, sabotage en spionage. De leden
van de D66-fractie vragen de Minister nader te duiden welke aanvullende veiligheidsmaatregelen
noodzakelijk zijn om deze dreigingen adequaat te ondervangen. Daarnaast wijzen deze
leden op reeds bekende sabotageactiviteiten van Russische actoren in Nederland, evenals
op risico’s verbonden aan de Russische schaduwvloot. Welke concrete maatregelen zijn
getroffen en welke aanvullende stappen worden nog overwogen?
De leden van de D66-fractie lezen dat de benodigde personele inzet grotendeels uit
bestaande capaciteit moet komen en dat dit zal leiden tot verdringingseffecten op
lopende casussen. Deze leden vragen de Minister of hij kan toelichten welke categorieën
beschermde personen hierdoor mogelijk minder capaciteit ontvangen, en op welke wijze
het kabinet voornemens is deze risico’s te ondervangen.
Tot slot benadrukken de leden van de D66-fractie dat voldoende capaciteit binnen het
stelsel van bewaken en beveiligen essentieel is voor zowel de nationale veiligheid
als het adequaat kunnen functioneren van Nederland als gastland voor de voorbereidende
fases van het STCA. Deze leden vragen de Minister of reeds wordt gekeken naar aanvullende
financiële middelen of structurele versterking van deze capaciteit, en zo ja, welke
opties daarbij in beeld zijn.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de kabinetsbrief
over het proces ter huisvesting van het Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie
tegen Oekraïne en hebben hier nog enkele vragen over.
Allereerst spreken de leden van de VVD-fractie hun waardering uit voor de concrete
inzet van de Minister van Buitenlandse Zaken. Volgens deze leden zet Nederland hiermee
een concrete stap in de richting van het onderzoeken en veroordelen van Rusland voor
het starten van de grootschalige agressieoorlog tegen Oekraïne. Zij lezen in de brief
dat de voorbereidingen in twee fases zullen worden voltooid. Daarin lezen de leden
dat fase 1 en 2 beperktere verwachting van veiligheidsconsequenties voor Nederland
met zich meebrengt dan fase 3.
De leden van de VVD-fractie maken zich grote zorgen over mogelijke Russische cyberaanvallen
of andere vormen van buitenlandse inmenging om de voorbereidingen van het Agressietribunaal
te verstoren of beïnvloeden. Hoe gaat de Minister in samenwerking met de Minister
van Defensie zich inzetten om te voorkomen dat Rusland toegang krijgt tot kritieke
informatie tijdens fase 1 en 2? Welke maatregelen zijn er voorbereid om de veiligheid
van de IT-infrastructuur in fase 1 te waarborgen? Zijn er daarnaast extra maatregelen
nodig tijdens de uitvoering van fase 1 en 2 voor andere overheidsinstanties of kritieke
infrastructuur?
Daarnaast lezen de leden van de VVD-fractie dat zo’n 150–200 fte uit het stelsel bewaken
en beveiligen nodig is tijdens fase 2. De Minister geeft aan dat dit ten koste gaat
van bestaande capaciteit wat zal leiden tot verdringingseffecten op lopende casussen.
Deze leden maken zich hier grote zorgen om. Kan de Minister zich inzetten om samen
met de Minister van Justitie en Veiligheid ervoor te zorgen dat er voldoende capaciteitsuitbreiding
van het stelsel bewaken en beveiligen is, die ten goede komt aan de voorbereiding
van het Agressietribunaal in fase 2? Is het mogelijk om in samenwerking met bondgenoten
voor voldoende beveiligingscapaciteit voor sleutelfiguren van het Agressietribunaal
te zorgen?
De leden van de VVD-fractie zien het invullen van de voorbereidende fases als een
belangrijk politiek signaal richting Rusland dat haar grootschalige en systematische
schendingen van het VN-geweldsverbod niet straffeloos zullen blijven. Deze leden vragen
de Minister om een reactie hoe dit signaal gewaarborgd kan blijven tijdens onderhandelingen
tussen Rusland en Oekraïne over een vredesdeal. Deze leden lezen in mediaberichten
dat in het Amerikaanse voorstel voor vrede er geen tribunaal voor een strafrechtelijk
proces zal komen om oorlogsmisdaden te veroordelen. Hoe zou zo een mogelijk voorstel
invloed kunnen hebben op de uiteindelijke uitwerking van het Agressietribunaal? Daarnaast,
hoe verhoudt het vooruitstrevende aspect van het Agressietribunaal om de trojka (staatshoofd,
regeringsleider en Minister van Buitenlandse Zaken) te vervolgen zich tot een mogelijke
vredesdeal? Kan dit aspect nog worden gewijzigd in het Statuut van het Agressietribunaal?
Allerlaatst lezen de leden van de VVD-fractie dat in fase 3 zal worden onderzocht
waar de huisvesting van het tribunaal zal plaatsvinden. Is de Minister bekend met
of andere landen mogelijk het tribunaal zouden willen huisvesten? Deze leden moedigen
de Minister aan om tijdig kenbaar te maken binnen de Raad van Europa dat Nederland
bereid is het uiteindelijke Agressietribunaal te huisvesten. De Minister schrijft
dat het beschikken over voldoende capaciteit om in fase 3 als gastland te fungeren,
een belangrijk vereiste is voor een toekomstig besluit. Op welke termijn is de Minister
van plan hier een besluit over te nemen? Wanneer kan hij de Kamer hier verder over
informeren? Deze leden zijn dan specifiek benieuwd naar de benodigdheden voor het
huisvesten van het Agressietribunaal en de operationele vereisten die dat met zich
meebrengt.
II Antwoord/Reactie van de Minister
III Volledige agenda
− Brief Minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel, d.d. 28-10-2025, Speciaal Tribunaal
voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne – eerste stappen in Nederland (Kamerstuk
36 045, nr. 240).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.L. Dekker, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.