Brief commissie : Brief van de Voorbereidende groep uitvoering motie Wijen-Nass c.s. over de mogelijke verdere uitvoering van de motie Wijen-Nass c.s. (Kamerstuk 36221-22)
36 221 Instellen van een extern onderzoek naar aanleiding van twee anonieme brieven
Nr. 24
BRIEF VAN DE VOORBEREIDENDE GROEP UITVOERING MOTIE WIJEN-NASS C.S.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 november 2025
De Tweede Kamer heeft op 9 september 2025 de motie Wijen-Nass c.s. (Kamerstuk 36 221, nr. 22) met algemene stemmen aangenomen. De motie was ingediend tijdens het debat op 4 september
2025 over de totstandkoming van het onderzoek naar voormalig Kamervoorzitter Arib.
Bij de regeling van werkzaamheden is dinsdag 25 november 2025 gemeld dat de uitvoering
conform de motie is belegd bij een voorbereidende groep van Kamerleden, bestaande
uit:
− Sneller (D66)
− Chris Jansen (PVV)
− Bevers (VVD)
− Mohandis (Groenlinks-PvdA)
− Inge van Dijk (CDA)1
− Van Meijeren (FvD)
− Van der Plas (BBB)
In verband met de recente Kamerwisseling is de voorbereidende groep direct na de installatie
van de nieuwe leden definitief samengesteld. Kort daarna vond op 19 november 2025
de constituerende vergadering plaats waarbij het lid Van der Plas is benoemd tot voorzitter
en het lid Bevers tot ondervoorzitter van de voorbereidende groep.
De voorbereidende groep wordt bijgestaan door een staf vanuit de ambtelijke organisatie
en twee externen: de heer Van Luijk (1e plv. griffier bij de Eerste Kamer) als griffier van de voorbereidende groep, en de
heer Silvis (oud PG bij de Hoge Raad) als extern adviseur.
In de constituerende vergadering heeft de voorbereidende groep gesproken over de wijze
waarop zij de motie Wijen-Nass c.s. zal uitvoeren. Daarbij is onder meer besloten
om bij de uitvoering van de motie Wijen-Nass c.s. geen andere moties mee te nemen
die zijn ingediend in het kader van dit dossier en aan andere gremia zijn toegewezen.
Het dictum van de motie Wijen-Nass c.s zal leidend zijn bij haar werkzaamheden.
In deze vergadering heeft de voorbereidende groep ook stilgestaan bij de samenloop
van de motie Wijen-Nass c.s. en de brief met het verzoek tot het in overweging nemen
van een aanklacht van het lid Markuszower c.s. (Kamerstuk 36 803, nr. 1), mede in het kader van de presidiumbrief d.d. 10 september 2025 over dit punt (Kamerstuk
36 803, nr. 3).
Op verzoek van de voorbereidende groep is een discussie voorbereid over de procedure
van vervolging van (oud-) Kamerleden, mede in relatie tot het punt van «nieuwe bezwaren»
uit de Wet ministeriële verantwoordelijkheid (Wmv). Vervolgens heeft de voorbereidende
groep in haar vergadering van 25 november 2025 geconstateerd dat de brief met het
verzoek om een aanklacht in overweging te nemen op gespannen voet staat met een duidelijk
tijdpad voor de uitvoering van de motie Wijen-Nass c.s. Immers, binnen de uiterste
termijn van vijf maanden na indiening van de aanklacht die de Wmv voorschrijft (bij
verlenging)2, zouden – in het geval de Kamer de aanklacht in overweging neemt – óók de werkzaamheden
van een commissie van onderzoek moeten plaatsvinden.3 Zelfs met een heel krap tijdsschema zal er te weinig tijd resteren om een adequate
invulling te geven aan een commissie van onderzoek die de Wmv voorschrijft.
De voorbereidende groep constateert daarbij dat de Kamer de stemming over «het in
overweging nemen» van de genoemde aanklacht op 23 september 2025 heeft aangehouden,
en dat bij het schrijven van deze brief niet bekend was wanneer deze stemming aan
de Kameragenda zal worden toegevoegd.
Gelet op het bovenstaande geeft de voorbereidende groep de Kamer drie scenario’s mee
die elk een eigen uitwerking hebben op haar werkzaamheden.
− De Kamer brengt de ingediende aanklacht op korte termijn in stemming en besluit deze
niet in overweging te nemen. De voorbereidende groep rondt daarna haar werkzaamheden
af conform de motie Wijen-Nass c.s.
− De Kamer neemt de ingediende aanklacht in overweging en stelt vervolgens een aparte
commissie van onderzoek in conform de Wmv. De maximale beschikbare tijd is beperkt:
vanaf eind november 2025 nog ca. 9 weken (tot eind januari 2026) in verband met de
wettelijke deadline van 4 februari 2026 voor de ingediende aanklacht.
− De Kamer houdt de stemming over de ingediende aanklacht verder aan, verlengt de lopende
termijn desgewenst met twee maanden, en wacht de rapportage van de voorbereidende
groep verder af. De Wmv voorziet, zoals hierboven gesteld, in de mogelijkheid dat
na indiening van de aanklacht bij de Tweede Kamer niet tijdig (binnen drie maanden,
eventueel verlengd met twee maanden) tot een eindbeslissing gekomen wordt. In artikel
16 Wmv is bepaald dat in dat geval de aanklacht geacht wordt te zijn verworpen. In
die omstandigheid blijft alleen de regering bevoegd een opdracht te geven tot vervolging
van dezelfde persoon wegens dezelfde feiten als in de aanklacht omschreven.
Namens de voorbereidende groep verzoek ik u deze brief ter kennis te brengen van de
leden en de voorbereidende groep zo spoedig mogelijk te berichten hoe de Kamer de
verdere uitvoering van de motie Wijen-Nass c.s. voor zich ziet.
De voorzitter van de voorbereidende groep, Van der Plas
De griffier van de voorbereidende groep, Van Luijk
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Caroline van der Plas, Tweede Kamerlid