Amendement (gewijzigd/nader/vervangend) : Tweede nader gewijzigd amendement van het lid Stoffer ter vervanging van nr. 101 over het verleggen van het afbouwpunt UAHK
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 110 TWEEDE NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID STOFFER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT
ONDER NR. 101
Ontvangen 27 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
Na artikel II wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IIBIS
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2028 het in artikel 8.11,
tweede lid, eerste zin, onderdeel c, als tweede vermelde bedrag verlaagd met € 27.
II
Na artikel IID wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IIE
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2039 het in artikel 8.11,
tweede lid, eerste zin, onderdeel c, als tweede vermelde bedrag verhoogd met € 28.
III
Artikel V wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de onderdeelsaanduiding «B» geplaatst en in de tekst vervalt
«de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2028 in» en wordt
na «eerste lid,» ingevoegd «wordt».
2. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende:
De Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2028 als volgt gewijzigd:
A
Het in artikel 22a, tweede lid, onderdeel c, als tweede vermelde bedrag wordt verlaagd
met € 27.
IV
Na artikel VI wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL VIA
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2039 het in artikel 22a,
tweede lid, onderdeel c, als tweede vermelde bedrag verhoogd met € 28.
V
Voor artikel XXXVIII, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
aA
In het in artikel I, onderdeel T, voorgestelde derde lid wordt «113%» vervangen door
«175%».
VI
Na artikel XLII worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
ARTIKEL XLIIA
Bij de toepassing van artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22d
van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2028 met betrekking
tot het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting
2001 als tweede vermelde bedrag en het in artikel 22a, tweede lid, onderdeel c, van
de Wet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedrag worden die bedragen berekend
door het vóór toepassing van artikel IIBIS in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin,
onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen
met de uitkomst van de formule: 1 + (95,7% x (tabelcorrectiefactor – 1)) en vervolgens
te verlagen met het in artikel IIBIS vermelde bedrag.
ARTIKEL XLIIB
Bij de toepassing van artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 22d
van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2039 met betrekking
tot het in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting
2001 als tweede vermelde bedrag en het in artikel 22a, tweede lid, onderdeel c, van
de Wet op de loonbelasting 1964 als tweede vermelde bedrag worden die bedragen berekend
door het vóór toepassing van artikel IIE in artikel 8.11, tweede lid, eerste zin,
onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 als tweede vermelde bedrag te vermenigvuldigen
met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting
2001, en vervolgens te verhogen met het in artikel IIE vermelde bedrag.
Toelichting
In het Belastingplan 2025 (BP 2025) is geregeld dat op een bij koninklijk besluit
te bepalen tijdstip een fiscale oplossing voor eenverdieners in werking treedt. Het
voornemen is dat dit per 1 januari 2028 gebeurt. Deze oplossing houdt een gerichte
verruiming in van de regeling voor de uitbetaling van de algemene heffingskorting
(UAHK) aan de minstverdienende partner. Als gevolg van het amendement Stoffer c.s.
(Kamerstukken 36 602, nr. 99) geschiedt deze uitbetaling ook aan werkende eenverdieners.
De uitbetaling bouwt op grond van de in het BP 2025 opgenomen tekst – zonder de jaarlijkse
indexering – af vanaf een inkomen van in 2028 € 36.000 (dat was gebaseerd op een schatting
van 113% van het verwachte wettelijk minimumloon inclusief minimumvakantietoeslag
in 2028) tot een inkomen van in 2028 € 48.000 (uitgaande van dezelfde schatting).
Dit amendement heeft als doel om het afbouwpunt te verleggen van het in het BP 2025
opgenomen bedrag van € 36.000 naar in 2028 naar verwachting € 55.996. Laatstgenoemd
bedrag is het resultaat van de in dit amendement voorgestelde verhoging van het hiervoor
genoemde percentage van 113% naar 175%. Het bedrag van het afbouwpunt wordt aan het
begin van het kalenderjaar 2028 bij ministeriële regeling vastgesteld en daarna jaarlijks
aan het begin van het kalenderjaar bijgesteld. Zoals hiervoor toegelicht, komt het
bedrag voor 2028 naar verwachting op € 55.996 uit. Als gevolg van het voorgestelde
amendement profiteren ook middeninkomens van de herinvoering van de uitbetaalbaarheid
van de algemene heffingskorting.
De dekking van deze verruiming wordt gevonden door een verlaging van de arbeidskorting
(AK) bij het derde knikpunt met € 27. De arbeidskorting is de laatste jaren enorm
verhoogd, terwijl de rek uit de werking van deze korting al geruime tijd bereikt is.
Indiener wijst erop dat de arbeidskorting, ook met inachtneming van dit amendement,
nog steeds fors stijgt in 2026.
De maatregel waar dit amendement effect op heeft is een tijdelijke maatregel. Om die
reden is er incidenteel budget nodig. De dekking is daarom ook incidenteel. Als de
uitbetaalbaarheid van de algemene heffingskorting in 2039 is afgebouwd, wordt de verlaging
van de arbeidskorting ook teruggedraaid. De verhoging van de arbeidskorting in 2039
bedraagt € 28. Hierdoor resteert structureel geen budgettair gevolg.
Budgettaire gevolgen in miljoenen euro’s (prijzen 2025)
2026
2027
2028
2029
2030
struc
Afbouwpunt UAHK verhogen naar 175% WML
–
–
– 136
– 120
– 101
0
Verlagen AK bij 3e knikpunt met € 27
–
–
129
126
127
0
Totaal
–
–
– 7
6
26
0
Stoffer
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Chris Stoffer, Tweede Kamerlid
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| PVV | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Tegen |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Tegen |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Voor |
| BBB | 4 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Tegen |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Volt | 1 | Tegen |