Amendement : Amendement van het lid Dassen over het laten vervallen van de eenmalige vrijstelling voor de schenkbelasting voor kinderen
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 66 AMENDEMENT VAN HET LID DASSEN
Ontvangen 25 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Na artikel X wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL XA
In de Successiewet 1956 wordt met ingang van 1 januari 2027 artikel 33, onderdeel 5°,
als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van de aanhef vervalt de dubbele punt.
2. Subonderdeel a vervalt.
3. Voor subonderdeel b vervalt de aanduiding «b.», onder verplaatsing van de tekst en
de puntkomma aan het slot daarvan naar het slot van de aanhef.
Toelichting
Voor schenkingen van ouders aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar geldt een eenmalig
verhoogde vrijstelling van schenkbelasting van € 32.195 (bedrag 2025) waaraan geen
bestedingsdoel is verbonden. Met het amendement wordt voorgesteld deze eenmalige vrijstelling
voor kinderen voor de schenkbelasting met ingang van 1 januari 2027 af te schaffen.
De structurele budgettaire opbrengst bedraagt € 33 miljoen. De budgettaire opbrengst
in 2026 en de ingroei van de budgettaire opbrengst in latere jaren is het gevolg van
schenkingen die in anticipatie op de maatregel naar voren worden gehaald.
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Struc.
Afschaffen eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling
6
25
28
31
33
33
33
Indiener acht het wenselijk om werken meer te laten lonen dan erven. De schenk- en
erfbelasting is één van de rechtvaardigste vormen van belasting, omdat het geheven
wordt over onverdiend inkomen waar geen tegenprestatie aan wordt geleverd. De huidige
vrijstelling in de schenk- en erfbelasting creëert hogere ongelijkheid, aangezien
vooral hogere inkomens- en vermogensgroepen over de ruimte beschikken om dergelijke
schenkingen te doen. Het afschaffen van deze vrijstelling leidt daarom tot een meer
gelijke behandeling van alle jongeren, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond.
Indiener beoogt de opbrengsten van het afschaffen van de vrijstelling in te zetten
voor het verhogen van het minimumjeugdloon. Werkende jongeren hebben vaak te maken
hebben met hoge kosten (zoals studie, vervoer en wonen), maar verdienen een loon dat
ver achterblijft op de kosten van hun bestaanszekerheid. Door de staffels te verhogen
naar 90% voor 20-jarigen, 80% voor 19-jarigen, 70% voor 18-jarigen, 60% voor 17-jarigen,
50% voor 16-jarigen en 40% voor 15-jarigen, beoogt indiener te zorgen dat jongeren
eerlijker worden beloond voor hun werk.
Deze verhoging van het minimumjeugdloon dient te worden geregeld bij algemene maatregel
van bestuur, namelijk het Besluit minimumjeugdloon. Een verhoging van het minimumjeugdloon
leidt tot hogere uitgaven op de SZW-begroting aan de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten (Wajong) en loonkostensubsidie (LKS). De structurele kosten van
deze verhoging zijn € 25 miljoen. Dit zijn de extra kosten bovenop de kosten van de
verhoging van het minimumjeugdloon waartoe is besloten in de Voorjaarsnota 2025.
Raming verhoging minimumjeugdloon
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Struc.
Wajong
0
9
9
9
9
9
9
LKS
0
7
7
8
8
9
16
Totaal
0
15
16
17
17
18
25
Dassen
Indieners
-
Indiener
Laurens Dassen, Kamerlid
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| PVV | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Tegen |
| BBB | 4 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Tegen |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Volt | 1 | Voor |