Amendement : Amendement van het lid Dassen over het afschaffen van de oldtimerregeling
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 65 AMENDEMENT VAN HET LID DASSEN
Ontvangen 25 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel XVIII wordt «vervalt» vervangen door «vervallen». Voorts wordt aan dat
artikel toegevoegd «, artikel 72, eerste lid, onderdeel b, en hoofdstuk Xa».
II
In artikel XXXVII wordt «en» vervangen door een komma en wordt na «IX» ingevoegd «en XXI».
Toelichting
Het Budget voor de MIA/VAMIL is door een amendement vorig jaar flink verlaagd. Dit
terwijl de regeling doeltreffend en doelmatig is geëvalueerd. Waar eerder werd verwacht
dat het budget zou oplopen tot 219 miljoen is dit nu vele malen lager. Indiener beoogd
deze versobering teniet te doen en hiervoor een fossiele regeling zijnde de oldtimerregeling
binnen de motorrijtuigenbelasting af te schaffen.
Indiener acht het onwenselijk dat we in een tijd van enorme maatschappelijke uitdagingen
nog steeds fossiele uitzonderingsregelingen in stand houden. De oldtimerregeling in
de motorrijtuigenbelasting is daarvan een schoolvoorbeeld: een regeling voor een klein
deelbelang, die geen bijdrage levert aan onze gezamenlijke opgaven maar wel publieke
middelen opslokt die we hard nodig hebben voor de vele uitdagingen.
De budgettaire opbrengst van het schrappen van de oldtimerregeling bedraagt € 69 mln.
in 2028 aflopend naar structureel € 0 vanaf 2058 in prijspeil 2025. Deze opbrengst
wordt in een verhouding 8:1 verdeeld over de MIA en de Vamil op basis van de huidige
verdeling van het budget van de MIA en de Vamil. Dit resulteert in een stijging van
het MIA-budget met € 61 mln. en het Vamil-budget met € 8 mln. in 2028 aflopend naar
structureel € 0 vanaf 2058 in prijspeil 2025. De verhoging van het budget wordt verder
ingevuld via een aanpassing van de Milieulijst, die jaarlijks wordt vastgesteld.
Onderdeelsgewijze toelichting
Onderdeel I
De oldtimervrijstelling is opgenomen in artikel 72, eerste lid, onderdeel b, Wet MRB
1994. Gelijktijdig met de oldtimervrijstelling komt ook de overgangsregeling voor
oudere voertuigen die in hoofdstuk Xa Wet MRB 1994 is ondergebracht te vervallen met
ingang van 1 januari 2028.
Onderdeel II
Artikel XXI van het Belastingplan 2024 versobert de oldtimervrijstelling met ingang
van 1 januari 2028 tot voertuigen met een bouwjaar tot 1988. Bij aanvaarding van het
amendement is het niet langer nodig om deze versobering met ingang van deze datum
in te voeren. Het amendement resulteert immers in de volledige beëindiging van de
oldtimervrijstelling met ingang van 1 januari 2028.
Dassen
Indieners
-
Indiener
Laurens Dassen, Kamerlid
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| PVV | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Tegen |
| BBB | 4 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Tegen |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Volt | 1 | Voor |