Amendement : Amendement van het lid Dassen over het terugdraaien van de afschaffing en versobering van de vrijstelling en heffingskorting groen beleggen
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 64 AMENDEMENT VAN HET LID DASSEN
Ontvangen 25 november 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
Na artikel I, onderdeel D, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Da
Het in artikel 5.13, eerste lid, als eerste genoemde bedrag wordt vervangen door «€ 71.251»
en het in dat lid als tweede genoemde bedrag wordt vervangen door «€ 142.502».
II
Voor artikel I, onderdeel I, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ha
In artikel 8.19, tweede lid, wordt «0,1%» vervangen door «0,7%».
III
In artikel II vervallen de aanhef alsmede de aanduiding «B.» voor het tweede onderdeel
en in dat onderdeel wordt «In» vervangen door «In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt
met ingang van 1 januari 2027 in». Voorts wordt «vijfde lid, wordt» vervangen door
«vijfde lid,».
IV
Artikel II, onderdeel A, vervalt.
V
Na artikel XXXIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL XXXIIIA
In de Wet op de accijns wordt in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, «€ 516,25» vervangen
door «€ 541,36».
VI
Artikel XXXVIII, onderdeel B vervalt.
VII
Artikel XXXVIII, onderdeel D, komt te luiden:
D
In artikel XLIII wordt «1 januari 2026» vervangen door «1 januari 2027» en wordt het
bedrag «€ 516,25» vervangen door «€ 541,36». Voorts worden de bedragen «€ 973,84»,
«€ 635,90» en «€ 425,43» vervangen door respectievelijk «€ 1.002,07», «€ 703,55» en
«€ 437,77».
VIII
In artikel L, eerste lid, onderdeel a, wordt «onderdeel A, onder 1,» vervangen door
«onderdelen A, onder 1, en Da».
Toelichting
Met dit amendement wordt de afschaffing en versobering van de vrijstelling en heffingskorting
groen beleggen teruggedraaid. Dit wordt gedekt door het gedeeltelijk terugdraaien
van de korting op de dieselaccijns in 2026 en het structureel verhogen van de dieselaccijns
met circa 5 cent per liter (ten opzichte van het basispad) vanaf 1 januari 2027. Daarbij
is rekening gehouden met de effecten van de grondslagerosie, wat ervoor zorgt dat
de extra opbrengsten van de verhoging van de dieselaccijns per jaar afnemen. Bij het
gekozen accijnstarief resulteert dit in een tijdelijke overdekking in de eerste periode,
gevolgd door een structurele dekking van de maatregel.
Vanaf 2028 is een bedrag van € 159 miljoen taakstellend opgenomen om een vergelijkbare
regeling voor groenprojecten in het nieuwe (op werkelijk rendement gebaseerde) box 3-stelsel
te creëren. Als dit amendement wordt aangenomen, kan dit nog door middel van een nota
van wijziging worden verwerkt in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3.
Groen beleggen is één van de weinige fiscale regelingen die doelmatig en doeltreffend
zijn bevonden. Het heeft als doel om kapitaal van particuliere spaarders en beleggers
aan te trekken voor innovatieve duurzame projecten. Vanwege het hoge risicokarakter
van deze beleggingen en om deze innovatieve duurzame beleggingen te stimuleren is
er een belastingvoordeel vanuit de overheid beschikbaar gesteld. Zo krijgen spaarders
en investeerders een tegemoetkoming voor het vaak lagere rendement op groene beleggingen
ten opzichte van «gewone» beleggingen.
Het onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) laat zien dat het
versoberen van de fiscale regeling aanzienlijke negatieve effecten heeft. De halvering
van de vrijstelling leidt volgens RVO tot een daling van het ingelegde vermogen met
30 tot 37 procent, van circa € 6,7 miljard naar € 4,2 miljard. Daarmee komt de financiering
van tal van duurzame projecten zoals zonneparken, warmtenetten, innovatief agrarisch
beheer en circulaire bouw, direct onder druk te staan.
Indiener acht het behoud en de versterking van deze regeling daarom noodzakelijk om
de private investeringsstroom richting groene en innovatieve projecten op peil te
houden. Dit is cruciaal voor het behalen van de klimaatdoelen, het versterken van
het Nederlandse verdienvermogen en het versnellen van de energietransitie.
Door de vrijstelling te behouden en te versterken wordt voorkomen dat particuliere
investeerders zich terugtrekken uit duurzame projecten en dat de publieke financieringsdruk
verder oploopt. De dekking door een lichte verhoging van de dieselaccijns sluit bovendien
aan bij de klimaatdoelstelling om vervuiling zwaarder te belasten dan verduurzaming.
Budgettaire effecten (in miljoen euro, prijzen 2025, inclusief btw, + is saldoverbeterend)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
struc
Struc. in
Korting dieselaccijns gedeeltelijk terugdraaien 2026
111
0
0
0
0
0
0
2027
Dieselaccijns verhogen vanaf 2027
0
206
200
189
179
168
159
2032
Terugdraaien groen beleggen naar niveau 2024
– 111
– 159
– 159
– 159
– 159
– 159
– 159
2027
Dassen
Indieners
-
Indiener
Laurens Dassen, Kamerlid
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| PVV | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Tegen |
| BBB | 4 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Tegen |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Tegen |
| Volt | 1 | Voor |