Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda OJCS-Raad 27 en 28 november 2025 (Kamerstuk 21501-34-445) en over de geannoteerde agenda formele OJCS-Raad 27 en 28 november 2025, Onderdelen Jeugd en Sport (Kamerstuk 21501-34-446).
2025D46354 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties
de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brieven van de:
• Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 6 november 2025 inzake de geannoteerde
agenda OJCS-Raad 27 en 28 november 2025 (Kamerstuk 21 501-34, nr. 445);
• Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 11 november 2025 inzake
de geannoteerde agenda formele OJCS-Raad 27 en 28 november 2025, Onderdelen Jeugd
en Sport (Kamerstuk 21 501-34, nr. 446).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie,
Bosnjakovic
Inhoud
I
Vragen en opmerkingen uit de fracties
•
Inbreng van de leden van de D66-fractie
•
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
•
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
II
Reactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie constateren dat het beroepsonderwijs een essentiële schakel
vormt in het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen, waaronder de woningbouw
en de energietransitie. Om deze cruciale rol te kunnen vervullen, is een sterke, toekomstbestendige
en internationaal georiënteerde sector noodzakelijk. Deze leden hebben daarom een
aantal vragen.
De leden van de D66-fractie zijn van mening dat het huidige Erasmus+-programma (2021–2027)
onvoldoende recht doet aan de omvang en het maatschappelijk belang van het beroepsonderwijs.
Hoe gaat de Minister zich proactief inzetten om bij het volgende Erasmus+-programma
(2028–2034) een substantiële toename te realiseren van mbo-studenten die op uitwisseling
gaan?
De leden van de D66-fractie constateren dat het principe van vrij verkeer van werknemers
in de EU op gespannen voet staat met de praktische problemen rond de erkenning van
mbo-diploma's in het buitenland. Welke concrete stappen zal het kabinet ondernemen
in Europees verband om te zorgen voor een wederzijdse en automatische gelijkstelling
van mbo-kwalificaties, waardoor de leermobiliteit en de kansen van mbo-gediplomeerden
op de Europese arbeidsmarkt toenemen?
De leden van de D66-fractie constateren dat Denemarken met de oprichting van gespecialiseerde
«klimaatberoepsinstellingen» (rond windenergie, duurzaam bouwen en groene logistiek)
toont hoe gericht kan worden ingezet op het tekort aan vakmensen voor de energietransitie.
Welke kansen en risico's ziet de Minister in dit gespecialiseerde model en zijn er
soortgelijke nationale initiatieven die worden overwogen om de mbo-infrastructuur
sneller en effectiever te richten op de specifieke kennis en kunde die nodig is om
de Nederlandse klimaatdoelen te behalen?
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
de brief over de geannoteerde agenda van de formele OJCS-Raad op 27 en 28 november
2025. Tegelijkertijd vragen deze leden of erop kan worden aangedrongen om onderliggende
(discussie)documenten tijdiger te verspreiden, zodat de Kamer aan de hand van preciezere
informatie het procedurele en inhoudelijke verloop kan volgen. Deze leden hebben daarnaast
nog enkele vragen.
Resolutie over de beoordeling van het strategisch raamwerk voor Europese samenwerking
op onderwijs en training ten behoeve van de Europese onderwijsruimte
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven de Nederlandse inzet om de
digitale en groene transitie als strategische prioriteiten te behouden of in ieder
geval in andere prioriteiten te borgen. In hoeverre is dat gelukt, zo vragen deze
leden. Deze leden lezen dat aandacht voor de groene transitie is opgenomen in de nieuwe
prioriteit over burgerschapsonderwijs en digitale vaardigheden. Hoe komt groene transitie
daarin tot uitdrukking en waarom precies kan Nederland deze uitkomst verwelkomen?
Beleidsdebat over de rol van het mbo in concurrentievermogen en weerbaarheid
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderstrepen het grote belang van het mbo
voor het Europese concurrentievermogen en in het licht daarvan bezien de noodzaak
voor de versterking voor relevantie, kwaliteit en aantrekkelijkheid van het beroepsonderwijs.
Tegelijkertijd willen deze leden ertoe oproepen dat in dit proces niet zozeer over,
maar bovenal ook mét vertegenwoordigers van het beroepsonderwijs en de mbo-studenten
wordt gesproken. Deze leden zijn erg benieuwd welke concrete maatregelen voor ogen
staan om Europa-breed de genoemde doelstellingen te realiseren. Wat is bijvoorbeeld
de kabinetsinzet om méér middelen voor het beroepsonderwijs te genereren in programma’s
zoals Erasmus+ en voor Leven Lang Ontwikkelen? Wat vindt de Minister van de oproep
om automatische wederzijdse erkenning van diploma’s in het beroepsonderwijs?
European Democracy Shield en Beleidsdebat AgoraEU
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie juichen het toe dat cultuur en media als strategische
elementen worden gezien in het beschermen van Europese waarden en de democratische
weerbaarheid. Het roept naar het oordeel van deze leden de voor de hand liggende vraag
op of voldoende middelen beschikbaar worden gesteld om de daaraan verbonden verwachtingen
ook daadwerkelijk waar te maken. Er komt, zo begrijpen de leden, een richtinggevend
kader voor beleid. Voorziet dit kader ook in best practices hoe cultuur en media het best kunnen worden ingezet als vehikels om Europese waarden
en democratische weerbaarheid te versterken?
Betrouwbaar nieuws is naar het oordeel van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
essentieel in de bevordering van de democratie. Deze leden lezen dat lidstaten en
de Europese Commissie worden verzocht om de verantwoordings- en toezichtsystemen voor
media ten aanzien van de ontwikkeling rond AI en online platforms te toetsen. De leden
zijn erg benieuwd naar het oordeel van de Minister over de huidige staat van de Nederlandse
verantwoordings- en toezichtsystemen voor media, welke ontwikkelingen hij signaleert
en tot welke acties zijn bevindingen gaan leiden. Vindt de Minister dat het huidige
stelsel adequaat kan inspelen op hedendaagse bedreigingen? Zo nee, waar zou de huidige
Nederlandse aanpak versterking verdienen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen welke maatregelen de Minister zich
voorstelt, welke synergie denkt hij door het voorstel van AgoraEU te bereiken en welke
concrete resultaten verwacht hij tijdens de komende Raad te bereiken. In het BNC-fiche
over AgoraEU staat dat nog onduidelijk is hoe de Europese Commissie het Cultuurkompas
zal verankeren in de programmastructuur van AgoraEU. Hoe beoordeelt de Minister de
samenhang tussen beide? In hoeverre sluit de Nederlandse inzet aan bij de benadering
van andere lidstaten? Op welke wijze gaat de Minister invulling geven aan de Nederlandse
inzet voor een cross-sectorale pijler binnen AgoraEU?
Geannoteerde agenda formele OJCS-Raad 27 en 28 november 2025, Onderdelen Jeugd en
Sport
Verslag OJCS Jeugdraad 12-05-2025
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderstrepen het belang van professionele
inspraak op het formuleren van sportbeleid. Deze leden vragen welke voorbeelden uit
andere lidstaten zijn besproken tijdens dit debat. Hoe wil Nederland gebruik gaan
maken van positieve voorbeelden bij het maken van beleid? Daarnaast lezen deze leden
dat er is gesproken over hoe de EU haar lidstaten kan ondersteunen bij het voeren
van een dialoog met sporters. Wat zijn de conclusies van dit gesprek? Hoe gaan die
conclusies worden gebruikt om het gesprek met professionele sporters te verbeteren?
De leden lezen dat de verscheidene lidstaten het belang van Erasmus+ als ondersteunende
factor benadrukken. Op welke manier kan Erasmus+ bijdragen aan het opzetten van de
initiatieven die worden genoemd in het verslag? Hoe worden deze initiatieven ingezet
en op welke termijn wordt hiermee begonnen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ten slotte vragen en opmerkingen over
de uitkomsten van het beleidsdebat over digitalisering tijdens de Jeugdraad van 12 mei
2025. Deze leden zijn van mening dat jongeren zelf aan het roer moeten staan bij het
maken van beleid over hun online omgeving. Het is van het grootste belang dat niet
alleen de ernst van de problemen op sociale media wordt onderstreept, maar ook de
positieve kanten van digitalisering op de leefwereld van jongeren. Om de voordelen
beter te benutten, is wel keiharde regulering van grote techplatforms nodig, toegespitst
op de keuzevrijheid en bescherming van alle internetgebruikers. De leden stellen dat
de beperkte blik op het beschermen van minderjarigen voorbijgaat aan het feit dat
iedereen te maken heeft met online gevaren, én ertoe leidt dat noodzakelijke stappen
uitblijven omdat er een impasse bestaat over onder andere leeftijdsverificatie. Is
de demissionaire Minister het eens met deze leden dat maatregelen voor een fijne online
wereld generiek moeten zijn voor alle internetgebruikers? Is hij ook van mening dat
het reguleren van verslavende algoritmen en het werken aan mediawijsheid voor jong
en oud van belang is? De leden benadrukken dat vrije toegang tot informatie een basisprincipe
is van het internet, en dat niet lichtzinnig moet om worden gegaan met het beperken
daarvan door middel van leeftijdsverificatie. Zij waarschuwen dat hierdoor juist online
kinderrechten in het geding kunnen komen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen om een nadere toelichting van het beleidsdebat
over digitale zaken. Zij zijn benieuwd naar de conclusies van het gesprek en willen
meer weten over of instrumenten op EU-niveau een bijdrage kunnen leveren aan het vergroten
van de online weerbaarheid. Daarnaast stellen zij dat het betrekken van jongeren een
randvoorwaarde is voor het bepalen van beleid dat gericht is op hun bescherming. Deze
leden vragen in hoeverre mediawijsheid een Europese aangelegenheid is. Welke rolverdeling
ziet de Minister voor zich tussen de EU en lidstaten? Welke aanvullende regulering,
naast de Digital Services Act, is nodig op Europees niveau om jongeren te helpen?
Welke bijdrage hoopt de demissionaire Minister dat de Digital Fairness Act levert
in het veiliger maken van de online wereld? Is hij bereid om, als Europese regulering
uitblijft, ook nationaal wettelijke kaders te stellen aan verslavend ontwerp van online
platforms? Tot slot stellen de leden dat Nederland een unieke bijdrage te leveren
heeft aan de discussie, omdat ons land unieke kennis heeft op het gebied van leeftijdsclassificatie
met het NICAM1. Is de Minister bereid om de Digitale Kijkwijzer, voorgesteld in de aangenomen motie
van de leden Kathmann en Van der Werf2, onder de aandacht te brengen in Europees verband?
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brieven inzake de formele
OJCS-Raad d.d. 27 en 28 november 2025. Deze leden hebben geen vragen aan de Minister.
II Reactie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
C.H. Bosnjakovic , adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.