Voorstel van wet (initiatiefvoorstel) : Voorstel van wet
36 589 Voorstel van wet van de leden Stoffer, Inge van Dijk en Ceder tot wijziging van de Wet arbeid en zorg en boek 7A van het Burgerlijk Wetboek BES inzake een wettelijk recht op betaald verlof bij overlijden in gezinssituaties met minderjarige kinderen (Wet invoering rouwverlof)
ARTIKEL I WET ARBEID EN ZORG
ARTIKEL II BOEK 7A VAN HET BURGERLIJK WETBOEK BES
ARTIKEL III EVALUATIE
ARTIKEL IV SAMENLOOP
ARTIKEL V INWERKINGTREDING
ARTIKEL VI CITEERTITEL
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de positie van rouwende
werknemers te verbeteren door een recht op betaald rouwverlof na overlijden in gezinssituaties
met minderjarige kinderen in de wet op te nemen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I WET ARBEID EN ZORG
In de Wet arbeid en zorg wordt na hoofdstuk 6 een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 7. ROUWVERLOF
Artikel 7:1 Rouwverlof
1. De werknemer heeft recht op rouwverlof met behoud van loon na het overlijden van:
a. een partner, indien de werknemer zorg draagt voor een of meer minderjarige kinderen;
b. een minderjarig kind.
2. Onder partner als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de echtgenoot, de geregistreerde
partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont.
3. Onder kind als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
a. een kind tot wie de werknemer als ouder in een familierechtelijke betrekking staat;
b. een kind waarvan de werknemer duurzaam de verzorging en de opvoeding van dat kind
als eigen kind op zich heeft genomen;
c. een pleegkind dat blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als
de werknemer en dat hij als pleegouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet
verzorgt.
Artikel 7:2 Duur rouwverlof
1. Het aantal uren verlof waarop de werknemer ten minste recht heeft bedraagt eenmaal
de arbeidsduur per week, op te nemen in een periode van twaalf maanden. De periode
van twaalf maanden gaat in op de dag na de lijkbezorging.
2. Het recht op verlof is in aanvulling op het recht op het calamiteiten- of kort verzuimverlof
wegens het overlijden en de lijkbezorging als bedoeld in artikel 4:1, eerste lid,
onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b.
3. Indien de arbeidsverhouding wordt beëindigd voordat het rouwverlof volledig is genoten,
heeft de werknemer, indien hij een nieuwe arbeidsverhouding aangaat, tegenover de
nieuwe werkgever aanspraak op het resterende deel van het rouwverlof met inachtneming
van dit hoofdstuk. De werkgever is in dat geval verplicht aan de werknemer, op diens
verzoek, een verklaring uit te reiken waaruit blijkt op hoeveel rouwverlof de werknemer
nog aanspraak heeft.
Artikel 7:3 Meldingsverplichting
De werknemer meldt vooraf aan de werkgever dat hij het verlof, bedoeld in artikel 7:1,
of een deel ervan opneemt onder opgave van de reden, het tijdstip en het aantal uren.
Indien dit niet mogelijk is, meldt de werknemer het opnemen van het verlof zo spoedig
mogelijk aan de werkgever onder opgave van de reden. Bij die melding geeft de werknemer
ook de omvang, de wijze van opneming en de vermoedelijke duur van het verlof aan.
Artikel 7:4 Ingang verlof en zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang
1. Het verlof gaat in op het tijdstip dat de werknemer in zijn melding, bedoeld in artikel 7:3,
heeft gemeld aan de werkgever.
2. Het verlof vangt niet aan of eindigt in ieder geval zodra de werkgever aan de werknemer
kenbaar maakt dat hij tegen het opnemen van het verlof onderscheidenlijk de voortzetting
daarvan een zodanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft, dat het belang van
de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
3. Een werkgever die nadat een melding door de werknemer, niet zijnde een militaire
ambtenaar, hem bereikt heeft en naar aanleiding daarvan geen beroep doet op een zwaarwegend
bedrijfs- of dienstbelang, kan dit nadien evenmin.
Artikel 7:5 Compensatie met vakantie-aanspraken
Dagen of gedeelten van dagen waarop de werknemer zijn arbeid niet verricht wegens
het verlof, bedoeld in artikel 7:1, kunnen niet worden aangemerkt als vakantie.
Artikel 7:6 Recht met afwijkingsmogelijkheden
Van dit hoofdstuk kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.
ARTIKEL II BOEK 7A VAN HET BURGERLIJK WETBOEK BES
Na artikel 1614ca van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES worden zes artikelen
ingevoegd, luidende:
Artikel 1614cb
1. De arbeider heeft recht op rouwverlof met behoud van loon na het overlijden van:
a. een echtgenoot, indien de arbeider zorg draagt voor een of meer minderjarige kinderen;
b. een minderjarig kind.
2. Onder echtgenoot als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan de persoon met
wie de arbeider ongehuwd samenwoont. Er is sprake van ongehuwd samenwonen als twee
ongehuwde personen een gezamenlijke huishouding voeren. Van een gezamenlijke huishouding
is sprake indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en blijk
geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de
kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.
3. Onder kind als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
a. een kind tot wie de arbeider als ouder in een familierechtelijke betrekking staat;
b. een kind waarvan de arbeider duurzaam de verzorging en de opvoeding van dat kind als
eigen kind op zich heeft genomen;
c. een pleegkind dat blijkens de basisadministratie personen, bedoeld in artikel 2 van
de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, op hetzelfde adres woont als de arbeider
en dat hij als pleegouder verzorgt.
4. Als pleegouder als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, wordt beschouwd de persoon
die voldoet aan de regels die bij en krachtens artikel 18.4.7i van de Invoeringswet
openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aan het pleegouderschap zijn gesteld.
Artikel 1.614cc
1. Het aantal uren verlof waarop de arbeider ten minste recht heeft bedraagt eenmaal
de arbeidsduur per week, op te nemen in een periode van twaalf maanden. De periode
van twaalf maanden gaat in op de dag na de lijkbezorging.
2. Indien de arbeidsverhouding wordt beëindigd voordat het rouwverlof volledig is genoten,
heeft de arbeider, indien hij een nieuwe arbeidsverhouding aangaat, tegenover de nieuwe
werkgever aanspraak op het resterende deel van het rouwverlof met inachtneming van
de artikelen 1614cb tot en met 1614cg. De werkgever is in dat geval verplicht aan
de arbeider, op diens verzoek, een verklaring uit te reiken waaruit blijkt op hoeveel
rouwverlof de arbeider nog aanspraak heeft.
Artikel 1614cd
De arbeider meldt vooraf aan de werkgever dat hij het verlof, bedoeld in artikel 1614cb,
of een deel ervan opneemt onder opgave van de reden, het tijdstip en het aantal uren.
Indien dit niet mogelijk is, meldt de arbeider het opnemen van het verlof zo spoedig
mogelijk aan de werkgever onder opgave van de reden. Bij die melding geeft de arbeider
ook de omvang, de wijze van opneming en de vermoedelijke duur van het verlof aan.
Artikel 1614ce
1. Het verlof gaat in op het tijdstip dat de arbeider in zijn melding, bedoeld in artikel 1614cd,
heeft gemeld aan de werkgever.
2. Het verlof vangt niet aan of eindigt in ieder geval zodra de werkgever aan de arbeider
kenbaar maakt dat hij tegen het opnemen van het verlof onderscheidenlijk de voortzetting
daarvan een zodanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft, dat het belang van
de arbeider daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
3. Een werkgever die nadat een melding door de arbeider, niet zijnde een militaire ambtenaar,
hem bereikt heeft en naar aanleiding daarvan geen beroep doet op een zwaarwegend bedrijfs-
of dienstbelang, kan dit nadien evenmin.
Artikel 1614cf
Dagen of gedeelten van dagen waarop de arbeider zijn arbeid niet verricht wegens het
verlof, bedoeld in artikel 1614cb kunnen niet worden aangemerkt als vakantie.
Artikel 1614cg
Van de artikelen 1614cb tot en met 1614cg kan niet ten nadele van de arbeider worden
afgeweken.
ARTIKEL III EVALUATIE
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding
van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
van deze wet in de praktijk, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de
effecten van deze wet op het ziekteverzuim.
ARTIKEL IV SAMENLOOP
Indien het bij koninklijke boodschap van 17 mei 2024 ingediende voorstel van wet tot
Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
geldend voor Caribisch Nederland, met het oogmerk de rechten en verplichtingen van
werkenden en ingezetenen in Caribisch Nederland te verduidelijken en te verbeteren
(Wijzigingswet SZW-wetten BES 2024) (Kamerstuk 36 557) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel B, van die wet:
a. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel II van deze wet, wordt artikel II
van deze wet als volgt gewijzigd:
A
Voor de tekst wordt de onderdeelsaanduiding A geplaatst.
B
Voor onderdeel A (nieuw) wordt een aanhef geplaatst, luidende:
Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:
C
In onderdeel A (nieuw), aanhef, wordt «artikel 1614ca» vervangen door «artikel 1614ce»,
vervalt «van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek BES», wordt na «worden» ingevoegd
«, onder vernummering van artikel 1614cf tot artikel 1614ck,» en wordt «zes artikelen»
vervangen door «vijf artikelen».
D
In onderdeel A (nieuw) vervalt het voorgestelde artikel 1614cf.
E
De in onderdeel A (nieuw) voorgestelde artikelen 1614cb tot en met 1614ce worden vernummerd
tot de artikelen 1614cf tot en met 1614ci en artikel 1614cg tot artikel 1614cj.
F
Het in onderdeel A (nieuw) voorgestelde artikel 1614cf, tweede lid, tweede en derde
zin (nieuw) worden vervangen door: Artikel 1614ca, derde lid, tweede en derde zin,
zijn van overeenkomstige toepassing.
G
Het in onderdeel A (nieuw) voorgestelde artikel 1614cg (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
1. Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een
lid ingevoegd, luidende:
2. Het recht op verlof is in aanvulling op het recht op het verlof wegens het overlijden
en de lijkbezorging, als bedoeld in artikel 1614ca, eerste lid, onderdeel b, en tweede
lid, onderdeel b.
2. In het derde lid (nieuw) wordt «1614cb tot en met 1614cg» vervangen door «1614cf
tot en met 1614ck».
H
In het in onderdeel A (nieuw) voorgestelde artikel 1614ch (nieuw) wordt «artikel 1614cb»
vervangen door «artikel 1614cf».
I
In het in onderdeel A (nieuw) voorgestelde artikel 1614ci, eerste lid, (nieuw) wordt
«artikel 1614cd» vervangen door «artikel 1614ch».
J
In het in onderdeel A (nieuw) voorgestelde artikel 1614cj (nieuw) wordt «de artikelen 1614cb
tot en met 1614cg» vervangen door «de artikelen 1614cf tot en met 1614ck».
K
Na onderdeel A (nieuw) wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
B
In artikel 1614ck, tweede lid, (nieuw) wordt «1614cd of 1614ce» vervangen door «1614cd,
1614ce of 1614cf».
b. later in werking treedt dan artikel II van deze wet, wordt artikel I van die wet
als volgt gewijzigd:
A
In onderdeel B, aanhef, wordt «artikel 1614ca tot artikel 1614cd» vervangen door «artikel 1614ca
tot artikel 1614cd, de artikelen 1614cb tot en met 1614ce tot 1614cf tot en met 1614ci
en artikel 1614cg tot 1614cj».
B
Onderdeel D wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «worden twee artikelen» vervangen door «wordt een artikel».
2. Het voorgestelde artikel 1614cf wordt vernummerd tot artikel 1614ck.
3. In het voorgestelde artikel 1614ck (nieuw) wordt «1614cd of 1614ce» vervangen door
«1614cd, 1614ce of 1614cf».
4. Voor het voorgestelde artikel 1614ck (nieuw) wordt een onderdeelsaanduiding en een
aanhef ingevoegd, luidende:
Dg
Na artikel 1614cj (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:.
C
Na onderdeel D worden zes onderdelen ingevoegd, luidende:
Da
Artikel 1614cf (oud) vervalt.
Db
Artikel 1614cf (nieuw), tweede lid, tweede en derde zin worden vervangen door: Artikel 1614ca,
derde lid, tweede en derde zin, zijn van overeenkomstige toepassing.
Dc
Artikel 1614cg (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
1. Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een
lid ingevoegd, luidende:
2. Het recht op verlof is in aanvulling op het recht op het verlof wegens het overlijden
en de lijkbezorging, als bedoeld in artikel 1614ca, eerste lid, onderdeel b, en tweede
lid, onderdeel b.
2. In het derde lid (nieuw) wordt «1614cb tot en met 1614cg» vervangen door «1614cf
tot en met 1614ck».
Dd
In artikel 1614ch (nieuw) wordt «artikel 1614cb» vervangen door «artikel 1614cf».
De
In artikel 1614ci (nieuw), eerste lid, wordt «artikel 1614cd» vervangen door «artikel 1614ch».
Df
In artikel 1614cj (nieuw) wordt «de artikelen 1614cb tot en met 1614cg» vervangen
door «de artikelen 1614cg tot en met 1614ck».
ARTIKEL V INWERKINGTREDING
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
ARTIKEL VI CITEERTITEL
Deze wet wordt aangehaald als: Wet invoering rouwverlof.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Ondertekenaars
-
, -
, -
,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.