Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport : Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader Rapport
35 620 Samenvoeging van de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis
Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 7 oktober 2020 en het nader rapport d.d. 29 oktober 2020, aangeboden aan de Koning
door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het advies van de
Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 28 september 2020, nr.
2020001993, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar
advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.
Dit advies, gedateerd 7 oktober 2020, nr. W04.20.0351/I, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 28 september 2020, no. 2020001993, heeft Uwe Majesteit, op
voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling
advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van
wet tot samenvoeging van de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Mill en Sint Hubert en Sint
Anthonis, met memorie van toelichting.
Dit wetsvoorstel regelt de samenvoeging van de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Mill en Sint
Hubert en Sint Anthonis, gelegen in de provincie Noord-Brabant, tot de nieuwe gemeente
Land van Cuijk. Deze samenvoeging vindt plaats op initiatief van de betrokken gemeenten
zelf. De nieuwe gemeente die door deze samenvoeging ontstaat heeft circa 80.000 inwoners
en 29 kernen. Met een oppervlakte van 324 km² wordt Land van Cuijk qua grondgebied
de grootste gemeente van de provincie Noord-Brabant. De beoogde datum van herindeling
is 1 januari 2022.
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over de motivering
van het voorstel. Zij acht een dragende motivering aangewezen van het op grond van
het Beleidskader gemeentelijke herindeling vereiste criterium «regionale samenhang»
van de nieuw te vormen gemeente.
De toelichting onderkent dat het voorstel niet ideaal is vanuit het oogpunt van regionale
samenhang. Dit komt omdat de gemeente Grave op dit moment niet aansluit bij de herindeling.
De toelichting stelt dat omdat de geplande volksraadpleging in Grave niet heeft kunnen
plaatsvinden vanwege de uitbraak van covid-19, de eerder genomen beslissing van de
gemeenteraad van Grave om niet aan te sluiten bij de herindeling nog van kracht is
en gerespecteerd moet worden.
De Afdeling merkt op dat de toelichting niet ingaat op de vraag op welke termijn de
volksraadpleging in Grave alsnog plaats zou kunnen vinden en welke ondersteuning hierbij
geboden zou kunnen worden vanuit het Rijk. Zij wijst erop dat er in november 2020
in een aantal andere gemeenten herindelingsverkiezingen gehouden zullen worden. Het
is daarom niet op voorhand duidelijk waarom het niet mogelijk is geweest om onder
dezelfde omstandigheden op dat moment een referendum te houden in Grave.
Dit leidt tot de vraag of het, gelet op de door de regering erkende, suboptimale oplossing
die nu voor ligt niet wenselijk zou zijn om ofwel deze volksraadpleging op korte termijn
te organiseren en Grave alsnog in dit herindelingsvoorstel op te nemen indien de bevolking
dat wenst, ofwel deze herindeling met één jaar uit te stellen om te bezien of het
mogelijk is om te komen tot een oplossing die op de langere termijn duurzamer is.
Dit is mede relevant gelet op het feit dat Grave zich anders pas op zijn vroegst in
2026 bij deze nieuwe gemeente zal kunnen aansluiten en dit ook gevolgen heeft voor
onder meer aangegane samenwerkingsverbanden en het nieuw in te richten ambtelijk apparaat.
De Afdeling adviseert in de toelichting op het voorgaande in te gaan.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het
voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede
Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
De vice-president van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
In de memorie van toelichting is opgenomen dat deze herindeling in de ogen van de
provincie en regering niet leidt tot een optimale regionale samenhang. Dit oordeel
heeft alleen betrekking op het beoordelingscriterium «regionale samenhang» uit het
beleidskader gemeentelijke herindeling 2018. Er is niet mee bedoeld dat deze herindeling
als zodanig een suboptimale oplossing is. Alles afwegende is de regering namelijk
van oordeel dat deze herindeling een goede oplossing is voor de betrokken gemeenten.
In het kader van het criterium «regionale samenhang» dient onder meer te worden afgewogen
of andere gemeenten in de regio betrokken moeten worden bij de herindeling om te voorkomen
dat de nieuw te vormen gemeente op korte termijn opnieuw betrokken wordt in een herindelingsproces.
De herindeling dient met andere woorden «duurzaam» te zijn. Met het oordeel van de
regering dat deze herindeling niet leidt tot een optimale regionale samenhang is bedoeld
dat het niet ondenkbaar is dat de gemeente Grave zich in een later stadium alsnog
zal aansluiten bij de nieuwe gemeente Land van Cuijk. Er valt dus iets af te dingen
op de duurzaamheid van deze herindeling. In het beleidskader is echter ook opgenomen
dat er situaties denkbaar zijn waarin het vergroten van de bestuurskracht van een
gemeente zwaarder weegt dan het bereiken van een regionaal eindbeeld. Naar het oordeel
van de regering is bij deze herindeling sprake van een dergelijke situatie. Ook speelt
het uitgangspunt dat herindeling van onderop dient plaats te vinden een belangrijke
rol. De regering constateert dat het (lokaal) bestuurlijk draagvlak voor een herindeling
mét Grave niet aanwezig is. Enerzijds heeft de gemeenteraad van Grave besloten om
geen deel te nemen aan deze herindeling; anderzijds bestaat bij de overige vier gemeenten
geen draagvlak om de herindeling uit te stellen zodat Grave na een volksraadpleging
eventueel alsnog aan kan sluiten. Bij de afweging tussen het belang van duurzaamheid
enerzijds en bestuurskracht en draagvlak anderzijds weegt de regering ook mee dat
wanneer Grave zich in 2026 alsnog aansluit bij het Land van Cuijk, dit naar verwachting
weinig effect zal hebben op deze jonge gemeente of de regionale verhoudingen. Naar
verwachting zal Grave vanaf 1 januari 2022 namelijk nagenoeg volledig gebruik gaan
maken van de ambtelijke organisatie van het Land van Cuijk en daarnaast neemt Grave
(grotendeels) al deel aan dezelfde samenwerkingsverbanden. Conform het advies van
de Afdeling is de tekst in paragraaf 3.4 van de memorie van toelichting in lijn met
het voorgaande aangepast.
De gemeenteraad van Grave heeft de volksraadpleging die op 14 mei 2020 gehouden zou
worden, uitgesteld naar maart 2021 in verband met covid-19. Hierdoor kan het beeld
ontstaan dat uitsluitend door de beperkende covid-maatregelen Grave haar inwoners
niet heeft kunnen raadplegen en hierdoor niet meer kon deelnemen aan het herindelingsproces.
De organisatie van een volksraadpleging is echter al enige tijd onderwerp van gesprek
binnen het gemeentebestuur van Grave, onder andere naar aanleiding van een petitie
die op 5 november 2019 door inwoners aan de raad werd aangeboden waarin om een dergelijke
raadpleging gevraagd werd. Er is voldoende tijd geweest voor de gemeente Grave om
inwoners te raadplegen, zoals ook de buurgemeente Mill en Sint Hubert heeft gedaan
nadat de herindelingsgemeenten vroegen aan de twee buurgemeenten om uiterlijk op 1 februari
2020 een definitief standpunt in te nemen over deelname aan het herindelingsproces.
De regering constateert dat de gemeenteraad verdeeld is over de bestuurlijke toekomst
van Grave en het houden van een raadpleging hierover en wil benadrukken dat dit de
voornaamste reden is dat de inwoners van Grave zich na de peiling in 2018 niet opnieuw
hebben kunnen uitspreken over de bestuurlijke toekomst van hun gemeente. Dit is niet
uitsluitend te wijten aan de beperkende maatregelen in verband met covid-19 die in
het voorjaar van 2020 van kracht werden.
De regering heeft er begrip voor dat Grave in het voorjaar van 2020 besloot de raadpleging
uit te stellen in verband met de toen geldende covid-maatregelen. Vanuit de gemeente
Grave zijn geen signalen gekomen waaruit blijkt dat er vervolgens actief gezocht is
naar mogelijkheden om ondanks de beperkende covid-maatregelen de volksraadpleging
op een eerder moment te organiseren dan in maart 2021. De ontwikkelingen in Grave
zijn vanuit de provincie en het Rijk op de voet gevolgd, maar gezien de politieke
tegenstellingen in de gemeenteraad over de raadpleging was het niet passend om ondersteuning
aan te bieden bij het (vervroegd) organiseren van een raadpleging. Het wel of niet
organiseren van een referendum is een lokale politieke afweging. De regering respecteert
de afwegingen die het gemeentebestuur hierin gemaakt heeft en de keuze om de raadpleging
in maart 2021 te organiseren; die overigens gericht is op een eventuele herindeling
in 2026.
Het besluit van de gemeente Grave om zich niet aan te sluiten bij de herindelingsprocedure
blijft daarom, naast het besluit van de herindelingsgemeenten om deelname van Grave
uit te sluiten, leidend voor de regering, vanuit het principe dat herindeling van
onderop plaats dient te vinden. De timing van een raadpleging die gericht is op herindeling
in 2026 mag in de ogen van de regering geen gevolgen hebben voor het lopende herindelingsproces.
De regering hecht er aan dit uit te spreken, aangezien zij vindt dat het geen recht
doet aan de inspanningen van de vier andere gemeenten en hun inwoners wanneer een
volksraadpleging in Grave in deze fase van het proces leidt tot afstel of uitstel
van de herindeling. Het feit dat hierdoor (afhankelijk van de uitkomst van de volksraadpleging
in Grave en de conclusie die de gemeenteraad hieraan verbindt) mogelijk iets valt
af te dingen op de duurzaamheid van deze herindeling ziet de regering als rechtstreeks
gevolg van het principe dat herindeling van onderop plaats dient te vinden, zoals
eveneens vastgelegd in het beleidskader gemeentelijke herindeling 2018.
In de memorie van toelichting is in paragraaf 2, 3.1 en 3.4, conform het advies van
de Afdeling, een nadere toelichting opgenomen in lijn met het voorgaande.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting
aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Th.C. de Graaf, vicepresident van de Raad van State -
Mede ondertekenaar
K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
---|---|---|
VVD | 32 | Voor |
PVV | 20 | Tegen |
CDA | 19 | Voor |
D66 | 19 | Voor |
GroenLinks | 14 | Voor |
SP | 14 | Voor |
PvdA | 9 | Voor |
ChristenUnie | 5 | Voor |
PvdD | 4 | Voor |
50PLUS | 3 | Voor |
DENK | 3 | Voor |
SGP | 3 | Voor |
FVD | 2 | Tegen |
Krol | 1 | Tegen |
Van Kooten-Arissen | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.