Stenogram : Debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 6 maart 2013 over de JBZ-Raad van 7 en 8 maart 2013
10 JBZ-Raad
Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 6 maart 2013 over de JBZ-Raad van 7 en 8 maart 2013.
Mevrouw
Gesthuizen (SP):
Voorzitter. Wij hebben vandaag een pittig debat gevoerd over tal van onderwerpen,
maar een van de pittigste onderwerpen zat in het staartje van het algemeen overleg.
Dat betrof het punt dat een paar maanden geleden duidelijk werd dat er in verschillende
EU-lidstaten die onderdeel zijn van de Schengenzone de mogelijkheid lijkt te ontstaan
of al bestaat om een verblijfsvergunning te krijgen als je flink investeert, bijvoorbeeld
met een paar honderdduizend euro in vastgoed. Ik heb de staatssecretaris een paar
maanden geleden gevraagd wat hij daarvan vond. Toen wist hij er nog niets van, maar
vandaag verraste hij de Kamer met de opmerking dat hij eigenlijk niet zo veel bezwaren
zag tegen deze praktijk en dat hij overweegt om dit ook voor Nederland nader te bezien
en er mogelijkheden voor te creëren. Ik vind dat onwenselijk en heb daarom de volgende
motie opgesteld.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat binnen verschillende EU-lidstaten welke onderdeel uitmaken van de
Schengenzone, gewerkt wordt aan het scheppen van de mogelijkheid om aan niet-EU-ingezeten
investeerders in met name vastgoed binnen die landen een verblijfsvergunning te verstrekken
die dientengevolge ook voor Nederland geldig zou zijn;
constaterende dat de regering overweegt om ook aan een dergelijke regeling te gaan
werken voor Nederland;
overwegende dat dit een ontwikkeling is welke niet in overeenstemming is met de criteria
welke normaal gesproken gelden in het vreemdelingenbeleid;
verzoekt de regering om bij de eerstvolgende JBZ-Raad te Brussel onomwonden het standpunt
in te nemen dat deze ontwikkeling onwenselijk is, en op dit standpunt ook de ontwikkelingen
in Nederland te baseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De
voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 165 (32317).
Mevrouw
Gesthuizen (SP):
Voorzitter. Ik maak een slotopmerking. Het staat niet expliciet in de motie, maar
ik vind het wel zeer kwalijk dat wij hiermee niet alleen een stukje uitverkoop van
Nederland plegen, maar ook een onacceptabele scheiding maken tussen mensen met veel
geld, die hier blijkbaar altijd welkom zijn, en mensen zoals zij die op dit moment
in vluchtkerken verblijven. Daarvan wil Nederland dat ze het liefst morgen nog uit
Nederland vertrekken. Ik vind dat een heel erg kwalijke zaak.
De heer
Fritsma (PVV):
Voorzitter. Allereerst haak ik aan bij het punt dat terecht door mevrouw Gesthuizen
is aangevoerd. Het is inderdaad een heel vreemde trend in Europa dat je een verblijfsvergunning
cadeau krijgt als je hier een huis koopt. Het mag niet gebeuren dat op zo'n makkelijke
manier verblijfsvergunningen worden weggegeven. Ook de PVV-fractie roept de staatssecretaris
op om zich hiertegen te verzetten.
Een ander punt betreft Schengen. De PVV-fractie heeft zich altijd verzet tegen de
toetreding van Roemenië en Bulgarije tot het Schengengebied. Helaas is het kabinet
niet zo duidelijk. Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de meest recente CVM-rapportages betreffende Roemenië en Bulgarije
een zeer negatief beeld geven van de situatie in beide landen wat betreft corruptie
en georganiseerde criminaliteit;
overwegende dat van toetreding van genoemde landen tot het Schengengebied derhalve
geen sprake mag zijn;
overwegende dat de regering heeft aangegeven pas na twee positieve beoordelingen van
CVM-rapportages akkoord te kunnen gaan met toetreding van beide landen tot de Schengenzone;
constaterende dat de regering vooralsnog weigert, een duidelijke appreciatie van de
meest recente rapportages te geven;
verzoekt de regering, op de kortst mogelijke termijn te erkennen dat de meest recente
rapportages aangaande Roemenië en Bulgarije niet als positief zijn te waarderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De
voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Fritsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening
ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 166 (32317).
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Staatssecretaris
Teeven:
Voorzitter. Laat ik beginnen met de leden Gesthuizen en Fritsma te bedanken voor hun
inbreng.
Wij hebben vanmiddag inderdaad een interessant debat gehad. Ik ben dat met mevrouw
Gesthuizen eens, omdat dit debat aan de vooravond van de JBZ-Raad zo'n beetje aan
alle punten van het vreemdelingenbeleid raakte. Het lijkt mij goed om de feiten nog
een keer op een rijtje te zetten, want de regering kan feiten natuurlijk anders waarderen
dan de SP, zeker in het geval van een onderwerp als waarover we nu spreken.
Ik denk niet dat de Tweede Kamer vanmiddag verrast hoefde te zijn. In een eerder overleg
over de JBZ-Raad hebben we namelijk al van gedachten gewisseld over de ontwikkelingen
in Spanje en Portugal. De regering was niet op de hoogte van die ontwikkelingen en
het was goed dat de SP-fractie mij hier toen op attendeerde. Het klopt dus wat mevrouw
Gesthuizen hierover zei. Ik heb in dat overleg toegezegd dat ik zou proberen te achterhalen
wat er aan de hand was en vandaag heb ik de Kamer daardoor kunnen melden dat in tien
landen sprake is van het koppelen van investeringen aan verblijfsvergunningen. Ik
heb de Kamer vervolgens vandaag toegezegd dat ik een brief zal sturen over wat er
in die tien landen precies speelt. Voor die inventarisatie zal ik dus zorgen.
Ik ben verder met de heer Fritsma en mevrouw Gesthuizen van mening dat het niet zo
kan zijn dat iemand een verblijfsvergunning cadeau krijgt wanneer hij een huis of
onroerend goed koopt. Dat was overigens al het standpunt van de regering. Ik heb hieraan
wel toegevoegd dat wij een open oog moeten hebben voor investeringen door nieuwkomers
in onze samenleving. Ik denk dan bijvoorbeeld aan investeringen in bedrijven die kunnen
leiden tot werkgelegenheid. Dat kan geen verrassing zijn voor de Kamer! Ik zeg dat,
omdat op 16 februari 2010 de Wet modern migratiebeleid is aangenomen. Nadien is in
2010 ook nog een AMvB gepubliceerd die hierop betrekking heeft. In de Wet modern migratiebeleid
is een grondslag opgenomen om nieuwkomers die in onze samenleving willen investeren,
in aanmerking te laten komen voor een verblijfsvergunning. Overigens heeft ook de
SP-fractie in 2010 voor deze wet gestemd en is deze wet eveneens in de Eerste Kamer
met een vrij grote meerderheid aangenomen.
Ik baseer mij dus op de wet en dat betekent dat ik niet heb gezegd dat het een verblijfsvergunning
moet zijn met een huis als cadeautje erbij of, andersom, een huis met een verblijfsvergunning.
Als nieuwkomers met vermogen in onze samenleving willen investeren, wil ik dat niet
op voorhand ontmoedigen. We leven namelijk in een tijd dat de samenleving gebaat is
met investeringen, zeker met investeringen in bedrijven die werkgelegenheid opleveren.
"Niet op voorhand ontmoedigen" is echter wel iets anders dan cadeautjes weggeven in
combinatie met een verblijfsvergunning.
Voorzitter. Dan nu de motie.
Ik heb een inventarisatie toegezegd en ik zal morgen op de JBZ-Raad niet het standpunt
innemen dat ik de door mij geschetste ontwikkeling onwenselijk vindt als dat een gevolg
zou zijn van de Wet modern migratiebeleid. Ik zal met andere woorden morgen niet een
standpunt innemen in de JBZ-Raad dat erop neerkomt dat ik afstand neem van mijn eerdere
beleid. Dat zou overigens ook in tegenspraak zijn met wat wij beoogden met de Wet
modern migratiebeleid. Om die reden moet ik de motie ontraden.
Het doel van de Wet modern migratiebeleid is economische ontwikkeling. En als ik het
heb over economische ontwikkeling en werkgelegenheid, dan bedoel ik zeker niet het
cadeau geven van verblijfsvergunningen.
Mevrouw
Gesthuizen (SP):
Er kloppen twee dingen in het betoog van de staatssecretaris niet. In de eerste plaats
wist hij dit al een aantal maanden. In het overleg over de informele bijeenkomst in
Dublin heb ik de staatssecretaris hier namelijk expliciet op gewezen. De staatssecretaris
had die inventarisatie dus al op orde kunnen hebben. Ten tweede is het van het grootste
belang dat de staatssecretaris morgen op de JBZ-Raad het standpunt inneemt dat deze
ontwikkeling onwenselijk is, gezien de gang van zaken in landen als Cyprus, Portugal
en Hongarije. In die landen krijg je wel degelijk een verblijfsvergunning cadeau als
je een paar ton in de economie investeert. En dat zijn wel landen die tot de Schengenzone
behoren. Dat wil zeggen dat die mensen ook naar Nederland kunnen komen. Waarom heeft
de staatssecretaris de Kamer niet eerder geïnformeerd en waarom acht hij het niet
opportuun om in Brussel te zeggen dat wij het een onwenselijke ontwikkeling vinden?
Staatssecretaris
Teeven:
Ik moet eerst volstrekt helder hebben wat er precies aan de hand is in de tien landen
die ik vanmiddag in het algemeen overleg heb genoemd. We moeten de feiten exact op
tafel hebben. We moeten ons niet baseren op berichten in de media maar precies weten
wat de feiten zijn en dan per land en per feit namens de Nederlandse regering een
standpunt innemen. Daarom doe ik dat niet morgen in Brussel en daarom ontraad ik deze
motie.
Voorzitter. In de motie-Fritsma op stuk nr. 166 wordt de regering verzocht om op de
kortst mogelijke termijn te erkennen dat de meest recente rapportages aangaande Roemenië
niet als positief zijn te waarderen. Ik wil ook deze motie ontraden. In het algemeen
overleg heb ik al verwezen naar de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van
8 februari met daarin een appreciatie van het CVM-rapport. Vanmiddag in het AO heb
ik al gezegd dat het wat mij betreft te vroeg is om in te stemmen. Er is morgen ook
geen besluitvorming voorzien, dus er is ook helemaal geen noodzaak om er nu een standpunt
over in te nemen. We kunnen de komende maanden bezien wat de ontwikkelingen zijn.
In december spreken we opnieuw. Dat moment is vroeg genoeg. Ik denk dat ik het niet
beter had kunnen zeggen dan de minister van Buitenlandse Zaken deed: er zijn dingen
voor en er zijn dingen tegen. Dat heeft de Nederlandse regering geschetst en daar
kan ik mij volledig in vinden. Ik denk dat dat op dit moment reden is om de motie
te ontraden.
De heer
Fritsma (PVV):
Dit is een onacceptabele partij mist en onduidelijkheid. Het kabinet geeft zelf aan
dat als er twee positieve rapporten zijn, beide landen mogen toetreden tot Schengen.
Nu ligt er een rapport, en nu geeft de staatssecretaris niet aan of dat een positief
of negatief rapport is. Dat kan toch niet? Je moet toch kunnen zeggen: hier ligt een
rapport, daar geven wij een duidelijk waardeoordeel aan? Dat waardeoordeel moet natuurlijk
zijn dat er nog veel te veel problemen zijn op het gebied van de aanpak van corruptie
en misdaad. Van toetreding tot Schengen kan dus geen sprake zijn.
Staatssecretaris
Teeven:
Volgens mij hebben wij vanmiddag in het algemeen overleg al met elkaar gedeeld dat
de Nederlandse regering hetzelfde standpunt heeft als de Duitse regering en dat het
niet nodig is om dat nu expliciet uit te spreken omdat er morgen een inventarisatie
plaatsvindt. Dan gaan we opnieuw bekijken hoe de zaken zich de komende acht maanden
ontwikkelen. Daarover verschillen we dus niet van mening. En tja, er zitten goede
dingen in het CVM-rapport en er zitten minder goede dingen in het CVM-rapport, zoals
de minister van Buitenlandse Zaken in de op één na laatste alinea op pagina 2 van
zijn brief van 8 februari perfect heeft aangegeven. Daar wil ik het op dit moment
bij laten. Daarom ontraad ik deze motie.
De
voorzitter:
Een slotopmerking, mijnheer Fritsma.
De heer
Fritsma (PVV):
Ik heb nog één vervolgvraag, want ik zie de bui alweer hangen. Zo meteen komt er in
december een nieuw rapport en zegt het kabinet: weet je wat, wij vinden beide rapporten
met terugwerkende kracht positief en we laten beide landen toe tot het Schengengebied.
Kan de staatssecretaris dat nu uitsluiten? Ja of nee?
Staatssecretaris
Teeven:
Nu vervallen we echt in herhalingen. Er moeten twee positieve rapportages zijn. We
weten zelfs nog niet of er in december besluitvorming zal plaatsvinden. Ik zeg het
maar opnieuw: het zou ook heel goed kunnen zijn dat er opnieuw standpunten zullen
worden ingewonnen en dat er nog geen besluitvorming plaatsvindt in december 2013.
Het is dus echt prematuur om dergelijke teksten nu hier te uiten en om daar een definitief
standpunt over in te nemen.
Dit was het, voorzitter.
De beraadslaging wordt gesloten.
De
voorzitter:
Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO. Over tien minuten zullen
we stemmen over de ingediende moties.
De vergadering wordt van 17.56 uur tot 18.06 uur geschorst.