Verslag van een wetgevingsoverleg : Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 4 juni 2026, over wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
36 915 XVII Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 27
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Vastgesteld 31 juli 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft op
4 juni 2026 overleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, Minister van Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking, over:
– het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
(XVII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstuk
36 915 XVII);
– de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 17 april
2026 inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden over Wijziging van
de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar
2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstuk
36 915 XVII) (Kamerstuk 36 915 XVII, nr. 3);
– de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 24 april
2026 inzake inzet ter ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven bij wederopbouw
Oekraïne (Kamerstuk 36 045, nr. 293);
– de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 4 juni
2026 inzake nadere toelichting op de gemaakte afspraken over de BHO-begroting 2026
(Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 73);
– de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 4 juni
2026 inzake reactie op verzoek commissie inzake de gemaakte afspraken over de BHO-begroting
2026 (Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 74).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie, Den Hollander
De griffier van de commissie, Van der Leeden
Voorzitter: Bamenga
Griffier: Van der Leeden
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bamenga, Ceder, Dassen, Dobbe, Heutink,
Hoogeveen, Kröger, Lohman en Verkuijlen,
en de heer Sjoerdsma, Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Aanvang 13.32 uur.
De voorzitter:
Welkom bij het WGO Voorjaarsnota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Bedankt aan de leden dat zij hierbij aanwezig zijn. De Minister is er ook bij. Wij
zijn eigenlijk in afwachting van een brief die zou moeten komen, dus ik zou aan de
leden willen voorstellen om te wachten tot die brief er is, dan even een paar minuten
de tijd te nemen om die brief door te nemen en daarna te beginnen. Dat is een voorstel
van de voorzitter, maar als er een ander voorstel is, hoor ik dat ook heel graag.
Ik kijk even naar de leden en vraag hoe zij daarin staan. Ik ga gewoon even iedereen
langs.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, graag. Ik heb natuurlijk samen met mevrouw Dobbe van de SP het verzoek uitstaan
om die brief ook echt voor het debat te hebben, juist omdat het om forse bedragen
gaat en de Kamer uit de krant heeft moeten vernemen dat er grote wijzigingen zijn,
minder dan 24 uur voor dit debat. Mijn vraag is dan wel wanneer die brief komt. Ik
zou ook graag serieus wat leestijd hebben, zodat we ook gewoon een goed debat met
elkaar kunnen voeren. Ik vraag me dus af hoelang het gaat duren. Misschien moeten
we voor een wat langere tijd schorsen.
De voorzitter:
Ik begrijp dat de brief ieder moment binnen kan komen. Dat is wat ik daarover begrijp,
zeg ik even in reactie op de heer Ceder.
De heer Dassen (Volt):
Ik sluit me aan bij wat de heer Ceder net aangeeft. Het is wel fijn als we ook even
serieus leestijd krijgen en we onszelf even kunnen verdiepen in de vraag wat het nou
precies betekent, ook omdat we gisteren in de kranten voorbij zagen komen dat het
de ene minuut de ene kant opging en dat het de andere minuut weer ergens anders naartoe
ging, dat de krant weer gewijzigd was. Wellicht hebben we die tijd dus even nodig.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ja, steun daarvoor. Ik denk dat dat wel noodzakelijk is. Ik wil er wel bij melden
dat sommigen ook weer door moeten naar een volgend debat. Ik moet naar het commissiedebat
Raad Buitenlandse Zaken. Het moet dan niet uren gaan duren. Het moet dus wel binnen
afzienbare tijd gebeuren. Ik wil dat we ook wel een tijd vaststellen waarop we beginnen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Ik zou gewoon willen voorstellen dat we schorsen tot 14.30 uur. Die brief
is er nog niet. Die brief hebben we volgens mij een lange tijd geleden aangevraagd.
We hebben echt even de tijd nodig, dus ik wil eigenlijk gewoon een uur schorsen, zodat
we de brief gewoon even fatsoenlijk kunnen doornemen.
De voorzitter:
Dank. Ik zie verder geen handen. Ik begrijp dat de brief as we speak binnenkomt, binnen
één minuut. Zullen we gewoon afspreken, ook omdat er duidelijk om leestijd is gevraagd,
dat we om 14.00 uur starten? Is dat een optie? Zullen we dat doen?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, dat lijkt me goed. Ook ik moet straks naar Raad Buitenlandse Zaken. Volgens mij
kan de brief nog wel wat vragen oproepen, dus ik zou wel graag een ordentelijk en
goed debat willen hebben. Laten we dus ook even wat voorstellen in het achterhoofd
houden als blijkt dat het langer duurt dan we misschien voorzien hadden. We moeten
dit debat namelijk gewoon goed kunnen voeren, maar de agenda maakt ook dat ik en volgens
mij ook de heer Hoogeveen straks een debat hebben dat niet uitgesteld kan worden.
De heer Verkuijlen (VVD):
Misschien dan een ordevoorstel. Het zou misschien helpen als we voor de collega’s
die nog een tweede debat hebben, zorgen voor een vervroeging in de spreekvolgorde.
De voorzitter:
Oké. Ik zie in ieder geval steun om te wachten tot 14.00 uur, omdat de brief nu, as
we speak, binnenkomt, en dan te starten. Verder is er nog een voorstel van de heer
Verkuijlen. Hij stelt voor dat we met een paar collega’s rekening houden in de volgorde
van de sprekerslijst. Ik zie duimpjes van verschillende leden. Dat betekent dus dat
we daar even rekening mee zullen houden. Ja? Oké. Dan schors ik tot 14.00 uur.
De vergadering wordt van 13.36 uur tot 14.06 uur geschorst.
De voorzitter:
Welkom iedereen. Welkom aan de leden. Een warm welkom aan de Minister, de mensen op
de publieke tribune, de mensen thuis, de mensen online en ook de media. Aan de orde
is vandaag het WGO Voorjaarsnota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Aangezien het een WGO is, hanteren wij een sprekerslijst. In principe is de eerste
spreker mevrouw Kröger. Is zij er? Ja, zij komt nu net binnen. Ik zou willen voorstellen
om die lijst nu even aan te houden. We hebben begrepen dat we dan goed uitkomen met
de tijd voor de mensen die straks naar een ander debat toe zouden moeten.
Ik wil starten. Als mevrouw Kröger geïnstalleerd is, dan kan zij beginnen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Overal ter wereld verkeren veel mensen in nood, van Sudan tot Gaza tot
Congo. We zien ongekende vluchtelingenstromen. Nog nooit eerder sinds de Tweede Wereldoorlog
waren er zo veel mensen op de vlucht voor oorlog en geweld, armoede, honger en seksueel
geweld als oorlogswapen, ebola en andere infectieziekten. De wereld staat in brand.
De gevolgen van de immense bezuinigingen door de Verenigde Staten, door de Europese
landen en door Nederland op ontwikkelingssamenwerking tekenen zich af. In Congo grijpt
op dit moment ebola om zich heen, een van de dodelijkste virussen die moeder natuur
heeft voortgebracht. Congo kan deze uitbraak niet aan. Het lokale gezondheidssysteem
functioneert niet goed. Een door oorlog en geweld geteisterd land krijgt een gruwelijke
golf van ziekte over zich heen en er is geen geld voor gezondheidszorg, dankzij mijnbouwbedrijven
die hun winsten uit het land wegsluizen en dankzij donorlanden die bezuinigen op hulp.
In Sudan wordt seksueel geweld grootschalig ingezet als oorlogswapen. Gruwelijk. Jonge
meiden die zijn verkracht, moeten uren lopen voor medische hulp, want gezondheidsposten
zijn wegbezuinigd. Het leed is niet te bevatten. In Libanon zijn meer dan een miljoen
vluchtelingen op drift door de niet aflatende en toenemende bombardementen van Israël,
met een premier die vorige week nog zei: we gaan het gaspedaal nog harder indrukken.
In Gaza sterven kinderen in vluchtelingenkampen die door rattenplagen worden geteisterd.
In Oekraïne worden onschuldige burgers geteisterd door Russische drones. Vanochtend
was er nog een droneaanval in de hoofdstad Kiev.
Voorzitter. In een tijd waarin de uitdagingen groter zijn dan ooit, maar wereldwijd
de budgetten sneller krimpen dan ooit is het antwoord helder: we moeten meer investeren
in ontwikkelingssamenwerking, in humanitaire hulp, in mondiale gezondheid en in wederopbouw
van landen die geteisterd worden door oorlog en geweld. Want Nederland is geen eiland.
We zijn niet afgeschermd van de wereld en als er elders oorlog, honger en ziekte is,
dan raakt dat ons ook. Alleen een stabiele wereld waarin mensen kansen hebben op een
menswaardig bestaan is uiteindelijk een veilige wereld, ook voor Nederlanders.
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Heutink. Volgens mij heb ik het net niet aangegeven,
maar het voorstel is vier interrupties. Dan geef ik nu de heer Heutink het woord.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
GroenLinks-PvdA zegt dat zij meer willen investeren in ontwikkelingshulp. Dat hebben
we gezien de afgelopen dagen. Gisterenavond kwam er een of andere vage, schimmige
deal met de Eerste Kamerfractie of Jesse Klaver – geen idee wie het woord heeft gevoerd
namens die fractie – naar buiten over dat er 320 miljoen extra naar ontwikkelingshulp
gaat, dit jaar. Dat is dus gewoon extra geld dat niet naar de Nederlanders gaat. Een
paar meter verderop zit hier de Tweede Kamer te debatteren, nota bene ook met de partijleider
van mevrouw Kröger voorop, over die al die bezuinigingen op sociale zekerheid, over
mensen die het gewoon straks niet meer kunnen betalen. Die twee werelden zijn niet
meer te rijmen, zeg ik tegen mevrouw Kröger. Hoe kan het nou dat u aan de ene kant
hier pleit voor nog meer miljoenen naar het buitenland, gewoon echt heel erg veel
geld, terwijl we aan de andere kant debatten voeren over Nederlanders die gewoon in
hun portemonnee gepakt gaan worden? Dat valt toch niet meer te rijmen?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Nederland is geen eiland. Het is van groot belang dat wij investeren in ontwikkelingssamenwerking.
Dat is in het belang van mensen daar, maar dat is uiteindelijk ook in het belang van
Nederland. Dat laat rapportage na rapportage zien. Het gaat ook over de veiligheid
van Nederland, van Europa op de langere termijn. De heer Heutink creëert nu een tegenstelling,
terwijl het als hij naar de plannen kijkt die wij hebben ongelofelijk duidelijk is
dat wij zeggen: investeer meer hier in Nederland in het zorgen voor echt goede voorzieningen,
voor sociale zekerheid, voor eerlijkheid, maar investeer ook elders om uiteindelijk
te zorgen voor een wereld die veilig en stabiel is voor iedereen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dit is natuurlijk de grootste lariekoek die ik ooit heb gehoord. Er wordt dit jaar
gewoon 328 miljoen euro extra overgemaakt naar het buitenland. Al dat geld kunnen
we niet uitgeven aan de Nederlander. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat we
niet kunnen investeren voor mensen die kromliggen aan de pomp, voor mensen die hun
boodschappen niet kunnen betalen en dat hier doodleuk in een of ander achterkamertje
een deal is beklonken omdat de GroenLinks-PvdA-fractie haar zin niet kreeg in de senaat.
Hierdoor gaan we al die miljoenen naar het buitenland overmaken. Dat valt niet te
rijmen. Als GroenLinks-PvdA echt vindt dat we de mensen in Nederland met hoge noden
moeten helpen, had ze dit niet gedaan. Het blijkt maar weer: dit is het bewijs dat
de PvdA officieel dood en begraven is.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
In het wereldbeeld van de heer Heutink verschuil je je achter de dijken, bezuinig
je alle ontwikkelingssamenwerking weg, creëer je situaties zoals we die nu in Congo
zien, waar ebola keihard kan toeslaan omdat de internationale gezondheidszorg is wegbezuinigd.
Dat is geen veilige wereld en dat is ook geen veilig Nederland.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Weet u wat geen veilig Nederland is? Een Eerste Kamer die telkens politiek bedrijft
omdat GroenLinks-PvdA zo nodig over links wil regeren en daarom het mandaat van de
Eerste Kamer omzeilt. Dát is gevaarlijk! We hebben een Eerste Kamer, die überhaupt
het recht van amendement niet heeft. Wat doet de fractie van GroenLinks-PvdA? Die
probeert nu via een slimme route, een slimme omweg, alsnog voor miljarden te vertimmeren
in begrotingen waar de Eerste Kamer eigenlijk niet eens over hoeft te gaan. Als er
iets gevaarlijk is, is het wel de wijze waarop politiek wordt bedreven door de fractie
van mevrouw Kröger en al haar bedrijfspoedels in de senaat.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij hebben we het uitgebreid gehad over een begroting en hebben wij van meet
af aan duidelijk gemaakt dat wat ons betreft het herstel van de koppeling en meer
investeren in ontwikkelingssamenwerking cruciaal zijn, dat het weer steunen van UNRWA
cruciaal is, net als dat het cruciaal is dat we maatschappelijke organisaties het
werk laten doen waarvoor ze zijn opgericht, waaronder ook advocacy in Nederland. Ik
zie nu dat het kabinet een stap zet om hieraan tegemoet te komen.
De voorzitter:
Ik zou het wel fijn vinden als we dit debat inhoudelijk en ordentelijk houden. Laten
we de toon hierop aanpassen. Ik wil het woord geven aan de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb gisteren uit het nieuws moeten vernemen dat er een deal was. Als ik de brief
zo lees, dan komt er geen extra geld voor internationale gerechtigheid. Volgens mij
wordt er geld van de toekomst naar voren gehaald, waardoor er over twee, drie en vijf
jaar gaten vallen. Een paar maanden geleden zat ik hier met mevrouw Kröger en toen
kwamen we beiden tot de conclusie dat de afspraken uit het coalitieakkoord eigenlijk
een voortzetting zijn van het beleid van PVV-minister Klever en dat D66 en het CDA,
en daarmee ook de VVD, hun handtekening daaronder hebben gezet. Door nu steun te geven,
waarbij er geen geld bij komt maar geld voor de toekomst naar voren wordt gehaald,
steunt GroenLinks-PvdA toch ook het beleid dat is ingezet door mevrouw Klever? Ik
vraag me af of ik dan nog een bondgenoot heb als het gaat om de structurele koppeling.
Kunnen we dit jaar vieren, maar hebben we over een paar jaar echt een enorm probleem?
U en ik weten beiden dat de VVD staat te smullen en helemaal niet wil dat de gaten
die gevallen zijn worden opgevuld. Bent u dat met mij eens?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Laat ik vooropstellen dat wij volkomen samen optrekken wat betreft het belang van
het herstel van de koppeling. Wij hebben altijd gezegd: in deze begroting van 2026
willen wij zien dat de koppeling wordt hersteld. Doordat er ontkoppeld werd, viel
er geld weg. De koppeling wordt nu hersteld met het geld dat wordt vrijgemaakt. Dat
betekent inderdaad niet dat het probleem voor de begrotingen voor 2027, voor 2028
en voor 2029 is opgelost. Dat deel ik absoluut met de heer Ceder. Het is van groot
belang dat dit wel wordt opgelost. Ondertussen zie ik ook dat de wereld in brand staat.
We zien ongelofelijke oorlogen, we zien meer vluchtelingen, meer mensen die op de
vlucht zijn voor armoede, honger of geweld dan ooit tevoren. Het is cruciaal dat er
nu echt groot geld wordt uitgetrokken, extra geld, nog dit jaar, voor humanitaire
hulp, voor steun aan een land als Libanon, waar een miljoen mensen op de vlucht zijn.
Dat is wat mij betreft echt ongelofelijk belangrijk. Ik zie ook dat vanuit het veld,
vanuit de organisaties, wordt gezegd: «Ja, 2026. Er moet nu gewoon iets gebeuren.»
De heer Ceder (ChristenUnie):
Volgens mij weerspreekt mevrouw Kröger niet dat wij het erover eens zijn dat wat er
in de coalitie is afgesproken, een voortzetting is van het PVV-beleid van het kabinet-Schoof.
Voor mij is dat zo. Volgens mij weerspreekt mevrouw Kröger ook niet dat de middelen
uit de toekomst zijn gehaald, want het is geen extra gecreëerd geld. Het is geld dat
al gereserveerd was, of op de begroting van Buitenlandse Zaken of op die van BHO.
Dat geld is naar voren gehaald, waardoor er de facto geen extra geld is. Maar ook
geld dat we over twee jaar nodig hebben ... Ik ben een hoopvol mens, maar ik denk
dat de wereld er over twee jaar niet heel veel beter uitziet. Ik ben bang dat we daar
nu een groter gat creëren.
Mijn conclusie is – die is best wel fors, maar volgens mij is het wel zo – dat PRO
zich hiermee wel heeft vereenzelvigd met voortzetting van het PVV-beleid, want er
komt geen geld bij. Er wordt geld naar voren gehaald. Mevrouw Kröger zegt dat daarmee
de koppeling hersteld wordt. Nee, er wordt gewoon eenmalig geld naar voren gehaald.
Maar over een paar maanden zitten we eigenlijk in een nog dieper ravijn dan dat we
nu al zitten. Ik vraag me af wat de motivatie is geweest om dit dilemma voor de PRO-fractie
zo te wegen dat ze dat beleid toch steunen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
In de eerste plaats denk ik dat het echt belangrijk is om de staat van de wereld en
waar we staan in 2026 te benadrukken. Het is nu juni. Er is geen goedgekeurde begroting.
Ondertussen zijn de noden gigantisch hoog en worden die noden ook nog eens alleen
maar groter. Kijk naar de reactie van maatschappelijke organisaties, want die zeggen
«we hebben dat geld nú nodig». Ik vind dat een ongelofelijk belangrijk signaal. Ik
denk dat het ook echt ongelofelijk belangrijk is. Met wat er aan de hand is in Sudan,
in Gaza, in Libanon en in Afghanistan – we kunnen allemaal het hele rijtje opnoemen
– moet er echt in 2026 gehandeld worden. Wat ons betreft is het inderdaad geld dat
uit de toekomst, na 2031, naar voren wordt gehaald. Dat betekent ook dat wij zullen
blijven strijden voor het herstel van de koppeling en voor meer geld voor OS. Dat
is absoluut waar wij ons keihard voor blijven inzetten.
De voorzitter:
Dan nog een keer de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik begrijp dat dit mijn derde interruptie is, voorzitter.
Ik denk dat GroenLinks-PvdA een cruciale factor is, ook voor de begroting die er over
een paar maanden aan komt. Ik probeer gewoon goed te begrijpen wat de Kamer, maar
ook Nederland, kan verwachten. De begroting van over een aantal maanden zal alsnog
een voortzetting zijn van beleid waar we eerder samen tegen ageerden. Betekent deze
eenmalige kasschuif dat daarmee ook de steun van GroenLinks-PvdA voor die begrotingen
is verzekerd? Of is dat niet het geval? En als dat wel het geval is, wat doet u dan
op het moment dat het de Minister niet lukt om de coalitiepartijen zover te krijgen
dat zij wel echt geld uit andere middelen halen en afzien van kasschuiven? Wat is
dan het standpunt van GroenLinks-PvdA?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Om duidelijk te zijn: dit gaat echt over de begroting van 2026. Het gaat er nu om
dat in die begroting ... Nou ja, in een vorig debat hebben we het ook al uitgebreid
gehad over de noodzaak dat de gelden voor UNRWA hersteld worden. Er is ook een duidelijk
politiek signaal gegeven aan de Minister dat dat er per suppletoire begroting moet
komen. Het gaat erom dat er in 2026 meer geld besteed kan worden aan Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking. We moeten dat geld echt uit kunnen gaan trekken
voor humanitaire hulp, voor vluchtelingenkampen in Libanon en voor het bestrijden
van ebola. Dat zijn zaken die nu moeten gebeuren. Dat zegt voor de rest helemaal niks
over hoe wij kijken naar de begroting voor verdere jaren.
De heer Dassen (Volt):
Toen ik gisteravond het nieuwsbericht voorbij zag komen, was ik eerlijk gezegd ook
wel opgelucht, want er vindt dus in ieder geval iets van een verschuiving plaats.
Dat moet ik eerlijk bekennen. Er is ook voor dit jaar extra geld en dat is positief.
Ik denk ook dat dat noodzakelijk is, maar tegelijkertijd zie je als je doorleest dat
er middelen van dezelfde begroting uit de toekomst worden gehaald. Daarom zijn de
zorgen wel groot. We zijn er keihard tegen ingegaan toen we zagen dat dit kabinet
bereid was om de grote bezuinigingen door te zetten. De vraag die ik mevrouw Kröger
daarover wil stellen, is: is er tijdens deze onderhandelingen gesproken over toekomstige
begrotingen of is er alleen naar 2026 gekeken? Uiteindelijk nemen we daarmee wel een
hypotheek op de toekomst.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wat ons betreft draait het echt om de begroting van 2026 en om het feit dat we halverwege
het jaar zitten. We zitten in de situatie dat er gigantische humanitaire noden zijn
en dat maatschappelijke organisaties aangeven: we hebben nu echt meer geld nodig om
die noden te lenigen. Het maakt niet uit of het dan gaat om Sudan, Gaza, Afghanistan
of Libanon. Dat is dus echt waar dit over gaat. Een deel komt uit de verre toekomst,
buiten deze kabinetsperiode, en een deel is geld dat bij Financiën gereserveerd stond
voor Oekraïne. Ik lees in de brief overigens wel dat de steun voor Oekraïne onverminderd
is. Het gaat er dus om dat we in 2026 meer geld gaan uitgeven aan ontwikkelingshulp.
De heer Dassen (Volt):
Maar in de onderhandelingen is er dus een afweging afgemaakt waar PRO zich achter
heeft geschaard. Daarmee is mevrouw Kröger er dus mee akkoord gegaan dat we dit op
dit moment uit de toekomst halen. Daar zit wel degelijk een risico aan, omdat we te
maken hebben met een coalitie die bereid was om het beleid van het vorige kabinet
door te zetten. Heeft mevrouw Kröger in deze onderhandelingen ook met het kabinet
gesproken over de mogelijkheid dat de middelen ergens anders vandaan zouden komen?
Waarom is zij om dat voor elkaar te krijgen niet bereid geweest om er nog harder in
te gaan?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij heeft de heer Dassen ook het oorspronkelijke amendement gezien dat wij
hebben ingediend. Uiteindelijk is de afweging geweest dat we echt kijken naar ...
Je hebt een begroting voor 2026. Je hebt gigantische noden in de wereld. Er is meer
geld nodig. Er is nú meer geld nodig. En er is het signaal dat de koppeling wordt
hersteld, iets wat wij ongelofelijk belangrijk vinden, en wij niet alleen, want ook
een hele hoop maatschappelijke organisaties met ons. Ik denk dat het heel belangrijk
is dat we in 2026 de koppeling herstellen en meer geld uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking.
Ook vind ik het heel belangrijk dat UNRWA weer gesteund gaat worden en dat het amendement,
waarvoor ik met de heer Dassen heb opgetrokken ... Daarmee maken we dat idiote en
verwerpelijke beleid van het vorige kabinet ongedaan, beleid waardoor maatschappelijke
organisaties geen lobby meer konden voeren. Dat was echt een ondemocratische inzet.
Nou ja, we zetten nu weer een stap richting echt herstel van de koppeling.
De heer Dassen (Volt):
Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat de koppeling wordt hersteld. Er wordt
aangegeven dat die hersteld is, maar dat geldt natuurlijk alleen maar voor dit jaar.
Het kabinet heeft eerder ook aangegeven dat het nog heel lang gaat duren voordat die
koppeling definitief is hersteld. Het geld dat we nu voor 2026 nodig hebben voor het
bestrijden van ziekten, voor het bestrijden van armoede in een wereld die steeds vijandiger
wordt, zullen we ook in 2027, 2028 en 2029 nodig hebben. Mevrouw Kröger zegt terecht
dat het in 2026 nodig is, maar ik hoop echt dat zij niet zal accepteren dat in de
begroting van 2027 nog meer geld uit de toekomst naar voren wordt gehaald. Er zullen
echt andere middelen moeten worden gevonden, niet alleen voor 2027, maar ook voor
alle gaten die geslagen zijn in de toekomst. Die moeten we zo snel mogelijk herstellen
en ik hoop dat ik daarbij PRO aan mijn zijde vind.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik wil het nog een keer herhalen. We zijn in juni en er is geen aangenomen begroting.
Er zijn belangrijke dingen die gewoon nu gedaan moeten worden. En er ligt natuurlijk
ook gewoon de optie van verdere bezuinigen of toch geen UNRWA. Wellicht had dat ook
werkelijkheid kunnen worden. Ik denk dus dat het wat mij betreft gewoon heel erg belangrijk
is dat wij ontwikkelingssamenwerking versterken. Daar zullen wij ons altijd voor blijven
inzetten. Dat betekent dat in 2026 de koppeling hersteld wordt en dat er geld uitgetrokken
kan worden voor echt de allerergste noden die er zijn. Dat is wat mij betreft een
stap vooruit.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik probeer echt te begrijpen waarom GroenLinks-PvdA ervoor heeft gekozen om op deze
manier een PVV-begroting te steunen. Ik snap het oprecht niet. Wij trokken telkens
consequent samen op, omdat de begroting die er lag, ongeveer de ergste begroting in
tientallen jaren was. Het was nog nooit zo uitgekleed en dat gebeurde door een besluit
van de PVV, die vindt dat de hele ontwikkelingssamenwerking maar moet worden afgeschaft.
De ontwikkelingshulp is daardoor enorm uitgekleed. Dan kan ik me voorstellen dat je
daar een deel van probeert te herstellen, maar nu geeft PRO gewoon steun aan deze
PVV-begroting. En wat krijgen ze daarvoor terug? Wij krijgen nu problemen in de toekomst
omdat het geld uit de toekomst wordt gehaald, en de helft van dat extra geld naar
Oekraïne gaat, iets waar PRO tegenstander van was. Welke gevolgen heeft het besluit
van GroenLinks-PvdA om dit te doen nou daadwerkelijk voor de toekomst van de ontwikkelingssamenwerking?
Ik weet niet zo goed of we nou PRO of GroenLinks-PvdA moeten zeggen, dus ik zeg maar
gewoon GroenLinks-PvdA. Welke gevolgen heeft dit besluit nu voor de toekomst van de
ontwikkelingssamenwerking?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het echt heel belangrijk is dat dit gaat over de begroting van 2026. Een
begroting waarvoor geen meerderheid in zicht was. Een begroting waarin ongelofelijk
belangrijke dingen geregeld moeten worden. Een begroting die draait om het lenigen
van noden en het kunnen inzetten van extra geld in 2026, terwijl de wereld in brand
staat, terwijl we zien wat er in Sudan gebeurt, terwijl we zien wat er in Gaza gebeurt,
terwijl we zien wat er in Libanon gebeurt. De noodzaak om nu extra geld in te zetten
was wat mij betreft echt gigantisch groot, overigens ook met betrekking tot Oekraïne.
Het is natuurlijk ook zo dat deze Minister een stap wil zetten om de steun aan UNRWA
weer te herstellen. Ook steunt hij, wat voor mij belangrijk is, het amendement om
te zorgen dat maatschappelijke organisaties wel weer die lobby en advocacy kunnen
doen. Dat is een belangrijk amendement, waarbij ik met mevrouw Dobbe heb opgetrokken
en dat echt draait om een kentering van dat PVV-beleid. Wat mij betreft wordt hiermee
de koppeling hersteld, krijgen maatschappelijke organisaties weer de ruimte om te
doen wat nodig is en kan ook UNRWA weer gesteund worden zoals de bedoeling is.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is natuurlijk geen kentering van het PVV-beleid. Dat kan mevrouw Kröger hier toch
niet serieus zo zeggen? Dat is het gewoon niet. De helft van het geld dat er extra
bij komt voor dit jaar, voor die laatste paar maanden, gaat naar Oekraïne. Je kunt
vinden dat Oekraïne gesteund moet worden; dat vinden wij ook. Mevrouw Kröger was echter
degene die een maand geleden nog vroeg: waarom negeert het kabinet een aangenomen
motie van GroenLinks-PvdA, gesteund door onder andere D66 en het CDA, waarin wordt
verzocht om de hulp aan Oekraïne niet uit dit budget te halen? De 419 miljoen euro
die voor volgend jaar nog in de boeken staat voor Oekraïne, is er minder voor andere
acute crises. Ook mijn fractie wil natuurlijk steun voor Oekraïne, maar niet uit dit
potje. Nu regelt PRO zelf extra steun voor Oekraïne uit dit potje, dus uit de ODA-middelen
in de BHO-begroting, waardoor er minder geld is voor al die andere noden die mevrouw
Kröger de hele tijd noemt. Waar is deze enorme draai van GroenLinks-PvdA vandaan gekomen
en wat betekent dat voor die honderden miljoenen euro’s die voor volgend jaar nog
op de begroting staan? Krijgen die dan ook steun van GroenLinks-PvdA? Het is namelijk
gewoon een enorme hap uit het hele ontwikkelingsbudget.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
In de eerste plaats gaat het natuurlijk om geld dat voor 2028–2029 gereserveerd was
voor Oekraïne, dat nog bij Financiën op de aanvullende post staat. Dat is geld dat
ingezet gaat worden, dat valt onder ODA-steun aan hulp in Oekraïne. Dat gaat dus om
humanitaire inzet in Oekraïne. Met betrekking tot die kentering ten opzichte van het
PVV-beleid gaat het mij echt om datgene waartegen wij samen hebben opgetrokken: dat
maatschappelijke organisaties onder een PVV-minister opeens niet meer mochten lobbyen
en aan advocacy mochten doen. Dat is wat we inderdaad gekenterd hebben.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar daar staat natuurlijk heel wat tegenover, namelijk steun aan een PVV-begroting
waar een heleboel slechte dingen in staan. Voor die paar maanden in dit jaar helpt
PRO nu de enorme sloop van ontwikkelingssamenwerking te bewerkstelligen die voortkomt
uit die PVV-begroting. De helft gaat nu dus gewoon naar Oekraïne en dat gebeurt dan
waarschijnlijk volgend jaar ook, want je kunt moeilijk zeggen: wat mevrouw Kröger
vorige maand nog niet vond, vindt ze nu blijkbaar wel, en dat steunen we dan, maar
die honderden miljoenen gaan daar niet ook naartoe. Mevrouw Kröger noemt echter ook
telkens vrij stellig de Palestijnse gebieden, Sudan en ook UNRWA. In de brief staat
daar niks over en uit de media vernemen wij: bij PRO leeft zelfs de overtuiging dat
het geld ook naar de Palestijnse gebieden en Sudan gaat, een overtuiging die in kabinetskringen
niet wordt herkend. Dus is dat geld daar eigenlijk wel voor bedoeld? Wat staat er
nu eigenlijk in deze deal en weten we wel zeker dat dat kleine beetje extra, dit bedrag,
ook daadwerkelijk daar naartoe kan gaan?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het gaat om 100 miljoen extra voor humanitaire hulp. Dat is 100 miljoen extra voor
humanitaire hulp in 2026 aan de regio’s waar de crisis het allergrootst is. Als je
kijkt naar waar in de wereld nu de crises het allergrootst zijn, krijgt zowel Sudan
als Gaza daar evident een rol in. Maar het is natuurlijk wel zo dat wij in de manier
waarop wij noodhulp aanpakken juist ook leunen op de expertise van maatschappelijke
organisaties, die zeggen: oké, dit is waar we noodhulp voor in willen zetten. Juist
wij pleiten, volgens mij samen met mevrouw Dobbe, voor ongebonden budget, waardoor
organisaties heel goed en wendbaar kunnen kiezen waar ze de hulp inzetten. Maar ja
– ik ga het zo ook aan de Minister vragen – je zou actief Palestijnse gebieden eruit
moeten houden en dat lijkt mij absoluut niet wat er aan de hand is.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik ken collega Kröger nu een aantal maanden. Ik zit nog niet zo heel lang in de Kamer,
maar ik heb haar wel leren kennen als een principieel politicus. U staat voor uw zaak
en u bent altijd kraakhelder. Als ik nu aanhoor wat u zegt in antwoord op de interrupties
van de collega’s, dan zie ik ineens toch een andere collega. Ik zie eigenlijk bijna
een politicus die onderdeel is van de coalitie en iets verdedigt waar zij in het verleden
stevig tegen heeft geageerd. Ik weet het nog goed. U zei: de Minister loopt tegen
een muur op, we gaan geen millimeter toegeven, die bni-koppeling moet worden hersteld
en er moet meer geld naartoe. Dan lees ik de brief en dan is het klip-en-klaar: er
wordt inderdaad wat geld naar voren gehaald, zoals enkele collega’s al zeiden, maar
nu ontstaan er later gaten. Dat zijn gelden waarvoor u echt op de zeepkist stond in
de Tweede Kamer, waar geld naartoe móést. Het is nog een hele vage mist waar dat geld
dan vandaan komt en waar het naartoe gaat. Dus mijn concrete vraag aan mevrouw Kröger
is: wat is nou het idee van GroenLinks-PvdA achter deze deal? Heeft uw partij nou
zelf ook een plan voor hoe u na dit jaar, in de toekomst – u refereert telkens naar
dit jaar, met de noden – die gaten dicht gaat slaan? Is daar al over gesproken en
heeft u daar concreet iets over te zeggen?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij zijn vanaf het begin van deze begroting heel duidelijk geweest over wat voor ons
de cruciale punten waren: herstel van de koppeling, herstel van de steun aan UNRWA
en maatschappelijke organisaties gewoon weer het werk laten doen wat ze willen doen,
wat tijdens een PVV-kabinet is afgeschaald. Dat zijn allemaal onderdelen die voor
ons cruciaal waren in deze begroting. Wij zien nu deze stap van het kabinet, waarbij
er in 2026 inderdaad 328 miljoen extra uitgegeven kan worden aan ontwikkelingssamenwerking,
waardoor de facto de koppeling wordt hersteld. Het is geld dat ingezet gaat worden
in de allerheftigste omstandigheden die we hebben. Dat is wat ons betreft echt cruciaal,
wat er moet gebeuren. En nogmaals, dit gaat over 2026.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Mevrouw Kröger zegt nu ook «extra». Het is niet
extra. Het is naar voren gehaald. Jesse Klaver drinkt nu met de Minister een kratje
bier van volgende week op, maar volgende week is er geen bier meer en ook geen geld.
Dus hoe gaat u dat probleem oplossen? Is er nou een plan vanuit GroenLinks-PvdA waarvan
u zegt: nou, goed, we hebben het voor dit jaar opgelost, die grote noden ... Ik sta
diametraal tegenover u, maar ik probeer u te begrijpen. De grote noden van dit jaar
zijn opgelost, maar we slaan nu flinke gaten in de komende jaren. Die worden niet
gedicht. We zullen straks horen wat de rest van de coalitiepartijen daarover te zeggen
heeft, maar ik vraag me vooral af wat nou precies uw plan is. Want nogmaals, ik ken
u zo niet in de korte maanden dat ik u ken als politicus, dat u dit zo als een open
einde aan u voorbij laat gaan.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wij zijn er glashelder over dat wij ons hard inzetten voor het herstel van de koppeling
en voor meer ontwikkelingssamenwerking. Daar doen we elk jaar voorstellen voor, die
elk jaar in ieder geval door de partij van de heer Hoogeveen niet gesteund worden.
Dat zullen wij ook blijven doen. Het is voor mij duidelijk dat het van groot belang
is dat we in 2026 echt een stap zetten om die koppeling te herstellen, dat de noden
in de wereld zo groot zijn dat het van belang is. Ik deel met u dat ik me grote zorgen
maak. De heer Hoogeveen maakt zich daar geen zorgen over, maar ik maak me in ieder
geval wel zorgen over de BHO-begroting voor de volgende jaren.
De voorzitter:
Dan gaan we nu naar de heer Ceder toe. De heer Ceder wil geen gebruikmaken van zijn
interruptie. Dan ga ik terug naar mevrouw Kröger voor het vervolg van haar betoog.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Volgens mij heb ik al heel veel van mijn betoog behandeld in reacties
op de interrupties. Wij zijn vanaf het begin uitermate kritisch geweest op de begroting,
die nu nog in de Eerste Kamer voorligt, en de suppletoire begroting die nu hier voorligt.
De historische bezuinigingen van het vorige kabinet waren niet eerlijk, maar werden
doorgezet. De internationale afspraak om het ontwikkelingsbudget te koppelen aan onze
economie, is door het vorige kabinet losgelaten. Een extra bezuiniging van meer dan
300 miljoen werd niet hersteld.
Voorzitter. De overgrote meerderheid van Nederland, 92% volgens het SCP, vindt het
belangrijk om mensen in nood en mensen in ontwikkelingslanden te helpen. Het is dan
ook niet gek dat deze sloopbegroting is vastgelopen in het parlement; er was op deze
manier geen meerderheid. Dat heeft geleid tot maanden van onzekerheid. Het is nu juni.
Al het werk zal in volle gang moeten zijn: de programma’s om vrouwenrechten te versterken,
om de uitholling van de democratie tegen te gaan, om maatschappelijk verantwoord ondernemen
te ondersteunen, en de steun aan multilaterale instellingen, vluchtelingenkampen,
voedselhulp, vaccinatieprogramma’s en ga zo maar door. Wat ons betreft is het belangrijk
dat er in 2026 meer geld vrijkomt voor ontwikkelingssamenwerking. Dat betekent niet
dat dit kabinet uit de problemen is. Het is duidelijk dat we nog steeds grote bezuinigingen
in het vooruitzicht hebben voor 2027 en verder. Daar maken wij ons echt hele grote
zorgen over. Het is ook duidelijk dat de koppeling langdurig hersteld moet worden,
want daarover liggen er ook aangenomen Kamermoties.
Ik wil nog een keer het belang benadrukken van het amendement met betrekking tot de
mogelijkheid voor maatschappelijke organisaties om hun belangrijke werk te doen op
het gebied van lobby en advocacy. Het is wat ons betreft van groot belang dat dat
snel wordt ingevoerd, omdat ik denk dat dat een cruciaal onderdeel is van onze democratie.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Kröger. De volgende op de lijst is de heer Bamenga. Dat ben ik
zelf. Ik zou dus graag aan de heer Verkuijlen willen vragen of hij het voorzitterschap
wil overnemen.
Voorzitter: Verkuijlen
De voorzitter:
Dat doe ik graag. Ik wil het woord geven aan de heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Op diverse plekken in de wereld is de nood hoog. Denk aan
Sudan, Congo, Oekraïne en Gaza, waar mensen direct afhankelijk zijn van humanitaire
hulp voor water, voedsel en medische hulp. Daarom is het fantastisch dat gisteren
aan het einde van de dag het nieuws naar buiten kwam over 380 miljoen extra voor ontwikkelingssamenwerking.
De Minister heeft ons al een brief gestuurd. Ik ben heel erg benieuwd naar de details,
de technische kasschuiven, die wij later zullen krijgen.
Ik wil nu in ieder geval spreken over een aantal onderwerpen. Sinds de Tweede Wereldoorlog
zijn er niet eerder zo veel gewapende conflicten tegelijkertijd geweest. Juist daarom
is dit debat van groot belang. In de commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
spreken we namelijk niet alleen over noodhulp, maar ook over het aanpakken van de
grondoorzaken van instabiliteit en conflict, en over hoe we kunnen bijdragen aan vrede,
veiligheid en gedeelde waarden.
Vandaag wil ik stilstaan bij drie onderwerpen, om te beginnen bij ebola. In het oosten
van Congo en inmiddels ook in het westen van Uganda is een nieuwe ebola-uitbraak gaande.
Die uitbraak vindt plaats in een regio die al jarenlang wordt geteisterd door gewapende
conflicten, massale ontheemding en een zwak gezondheidssysteem. Dat maakt bestrijding
buitengewoon ingewikkeld. Hulpverleners hebben te maken met onveiligheid. Gemeenschappen
kampen met diep wantrouwen richting autoriteiten en internationale organisaties. Voor
deze variant bestaat nog geen goedgekeurd vaccin of effectieve behandeling. Juist
daarom wil ik de Minister vragen welke extra bijdrage Nederland kan leveren aan de
internationale respons. Is de Minister bereid om de oproep van de Wereldgezondheidsorganisatie
te ondersteunen om veilige humanitaire toegang tot conflictgebieden mogelijk te maken,
zodat medische teams mensen kunnen bereiken voordat het te laat is? Heel concreet
gaat het om zaken als persoonlijke beschermingsmiddelen, tenten, motorfietsen en handwasvoorzieningen.
Welke concrete hulp kan de Minister daarin bieden? Tijdens de coronapandemie hebben
we gezien wat internationale samenwerking kan opleveren. Ziet de Minister mogelijkheden
om ook nu bij te dragen, bijvoorbeeld via onderzoek, kennisuitwisseling, laboratoriumcapaciteit
of extra ondersteuning van de WHO en lokale gezondheidsdiensten?
Voorzitter. Bij de bestrijding van ebola zijn vaccins en medicijnen belangrijk, maar
is vertrouwen minstens zo belangrijk. Gemeenschappen spelen een cruciale rol. Mensen
moeten weten wat ebola is, hoe het zich verspreidt en hoe zij zichzelf en hun families
kunnen beschermen. Het beste is als die informatie komt van mensen die zij kennen
en vertrouwen, zoals lokale gezondheidswerkers, religieuze leiders en maatschappelijke
organisaties. Welke rol ziet de Minister voor lokale gemeenschappen in de Nederlandse
inzet tegen ebola? Hoe zorgen we ervoor dat juist zij de middelen krijgen om vertrouwen
op te bouwen en levens te redden? Welke lessen uit de ebola-uitbraak van 2014 tot
2016 past het kabinet nu concreet toe in het oosten van Congo en het westen van Uganda,
met name als het gaat om vroegtijdig ingrijpen, het opbouwen van vertrouwen in gemeenschappen
en het beschermen van hulpverleners? Dit is niet alleen een gezondheidscrisis, maar
ook een vraagstuk van veiligheid, stabiliteit en internationale samenwerking. Daarom
mogen we niet wegkijken.
Voorzitter. Dan Sudan. In Sudan voltrekt zich op dit moment een van de grootste en
meest schrijdende humanitaire crises ter wereld. Deze oorlog wordt niet alleen gevoerd
door strijdende partijen in Sudan zelf, maar ook gevoed door externe actoren. De Verenigde
Arabische Emiraten zijn een belangrijke leverancier van wapens aan de RSF. Vorige
week heeft Human Rights Watch een rapport gepubliceerd waarin staat dat Colombiaanse
huurlingen via de Verenigde Arabische Emiraten zouden zijn gerekruteerd, getraind
en doorgestuurd naar Sudan. Daarbij werd ook gewezen op de betrokkenheid van bedrijven,
zoals de Global Security Services Group. Eerder heb ik hierover Kamervragen gesteld.
Er wordt ook meer en meer gevochten rondom strategische plekken, zoals luchthavens
aan de grens van Tsjaad, zodat de aanvoer van wapens en de export van goud verder
kunnen worden gefaciliteerd. Het conflict komt hierdoor niet dichter bij een oplossing,
maar escaleert en verdiept. Tegelijkertijd bereiken ons afschuwelijke berichten uit
Darfur. Tienduizenden overlevenden van de genocide rondom Al-Fashir zouden worden
vastgehouden in wat omschreven wordt als een openluchtgevangenis. Onschuldige Sudanezen
worden mishandeld, afgeperst en beroofd van hun menselijke waardigheid. Vrouwen worden
uitgebuit, verkracht en ingezet als seksslaven. Kinderen worden gerekruteerd door
gewapende groepen. Mensen worden gedwongen om familieleden te bellen om losgeld te
betalen, onder dreiging van de dood. Dit is werkelijk een hel op aarde. Terwijl het
regenseizoen in het verleden soms nog zorgde voor een tijdelijke afname van het geweld,
zien wij nu dat de oorlog onverminderd doorgaat. Door de inzet van drones en geavanceerde
wapens is de terreur permanent geworden. Burgers zijn nergens meer veilig.
Voorzitter. We kunnen niet wegkijken. Wat D66 betreft moeten er twee dingen gebeuren.
Er moet een staakt-het-vuren komen, zodat ongehinderde humanitaire hulp kan worden
geboden en een vredesproces kan worden ingericht waarin Sudanese burgers regie hebben
en hun eigen toekomstagenda kunnen vormgeven. Alle partijen die de oorlog voeden,
moeten daarmee stoppen en hun verantwoordelijkheid nemen om vrede te bevorderen. Doen
ze dat niet, dan zullen er desnoods via een escalatieladder sancties moeten worden
opgelegd.
Daarom heb ik de volgende vragen aan de Minister. Is de Minister bereid zich binnen
de Europese Unie actief in te zetten voor een onmiddellijk staakt-het-vuren? Is de
Minister bereid zich in te zetten voor ongehinderde en veilige humanitaire toegang
tot alle getroffen gebieden in Sudan? Is de Minister bereid zich in internationaal
verband hard te maken voor een inclusief vredesproces waarin de Sudanese burgerbevolking
daadwerkelijk een stem krijgt in de toekomst van het land? Gaat het kabinet zich in
VN- en EU-verband inzetten voor maatregelen tegen personen, bedrijven en staten die
deze oorlog voeden en het VN-wapenembargo schenden, waaronder de VAE, de GSSG en de
directeur Mohamed Hamdan Al Saadi?
Voorzitter. Dan handel. De Minister weet dat het kabinet kan rekenen op onze waardering
wanneer hij de wereld in trekt om nieuwe partnerschappen te sluiten voor Nederland
en Europa. Hij weet ook dat ik zeer waardeer dat hij daarbij oog houdt voor kwetsbare
mensen en kwetsbare zaken op de planeet, want precies daar ligt de opdracht voor het
Europese handelsbeleid. We moeten onafhankelijker worden van China en de Verenigde
Staten, maar dan moeten we ook laten zien dat we meer te bieden hebben dan een betere
markttoegang, tarieven en contracten, namelijk: waardegedreven handel, handel die
de wereld welvarender, maar ook beter maakt. Juist daarom stuitte het bericht dat
Nederland meer met Xinjiang is gaan handelen, mij tegen de borst. De Nederlandse import
uit Xinjiang zou de afgelopen jaren zijn verzesvoudigd. Daar schrik ik van, want inmiddels
weet iedereen onder welke omstandigheden Oeigoeren daar geforceerd worden vastgehouden,
ontmenselijkt, gesteriliseerd en tot dwangarbeid worden gedwongen. Handel met Xinjiang
is bijna in alle gevallen onverantwoord. De Europese Forced Labour Regulation is hier
een belangrijke stap. Vanaf 2027 mogen producten die met dwangarbeid zijn gemaakt,
Europa niet meer in. Maar de vraag is: wat doen we tot die tijd? Hoe zorgt de Minister
ervoor dat Nederland het komende jaar niet opnieuw meer uit Xinjiang gaat importeren?
Hoe zorgt hij ervoor dat Nederland vanaf 1 januari 2027 klaarstaat om producten die
met dwangarbeid zijn gemaakt, ook echt tegen te houden? Graag een reactie van de Minister.
De voorzitter:
Ik zie geen interrupties. Dan dank ik de heer Bamenga. Ja, mevrouw Dobbe, gaat uw
gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik zit een beetje in een hoekje hier, maar ik doe nog steeds mee. Dank u wel voor
uw betoog, meneer Bamenga. Ik heb een vraag over de deal die is gesloten om deze begroting
erdoorheen te loodsen, deze «PVV-begroting» – dat blijf ik maar even herhalen, want
dat is nog steeds wat het is. Er is namelijk wel onduidelijkheid, zo lezen wij, over
waarvoor dat geld nou precies bedoeld is. De brief die is gestuurd is zo algemeen
dat het eigenlijk niet duidelijker wordt als het gaat om de Palestijnse gebieden of
Sudan, waar de heer Bamenga het over heeft, of over UNRWA. We hoorden net mevrouw
Kröger zeggen: het «lijkt mij» dat het daar ook voor bedoeld is. Zijn daar nu afspraken
over gemaakt? Hoe concreet is dit nu? Is er ook een kans dat het daar niet naartoe
gaat of mag? Wat is daar nu over afgesproken?
De heer Bamenga (D66):
Als het gaat om de deal, denk ik dat ik net zo geïnformeerd ben als u. Maar eigenlijk
heb ik op dezelfde manier als GroenLinks-PvdA zeker het vertrouwen dat gelden die
er extra bij komen, natuurlijk naar de grootste noden van dit moment gaan.
De voorzitter:
Ik zie nu geen interrupties meer. Ik geef bij dezen het voorzitterschap terug aan
de heer Bamenga.
Voorzitter: Bamenga
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker: de heer Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Even nog in reactie op de heer Ceder: de VVD zit nooit te
smullen van alles wat er in de wereld fout gaat; wij voelen ook een verplichting om
te kijken hoe we daar de noden kunnen lenigen. Dus ik werp dat verre van mij.
Voorzitter. De huidige geopolitieke situatie dwingt ons tot het maken van fundamentele
keuzes. De oorlog in Oekraïne, de toenemende Russische dreiging en de groeiende instabiliteit
in verschillende delen van de wereld maken duidelijk dat veiligheid niet vrijblijvend
is. De VVD vindt het daarom begrijpelijk dat Nederland prioriteit geeft aan de versterking
van onze defensie en onze nationale veiligheid. Dat betekent ook dat we kritisch moeten
kijken naar de inzet van publieke middelen. Ontwikkelingssamenwerking mag wat de VVD
betreft geen doel op zich zijn. Iedere euro die over de grens wordt uitgegeven, moet
aantoonbaar bijdragen aan onze veiligheid, economische weerbaarheid of strategische
belangen. Buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking moeten daarom steeds meer
hand in hand gaan.
Voorzitter. Ik wil beginnen met migratie, zeker nu de Minister geld binnen zijn begroting
naar voren heeft gehaald om de BHOS-begroting door de Eerste Kamer te krijgen. Het
gaat niet om extra geld, maar om eerder geld. Daarbij is het voor de VVD belangrijk
dat geld voor niet-militaire steun aan Oekraïne ongewijzigd daaraan wordt besteed.
Kan de Minister dit bevestigen? Met betrekking tot migratie zijn voor mijn fractie
de extra inzet op terugkeer van Syriërs en investeringen in opvanghubs buiten de EU
onlosmakelijk verbonden met deze kasschuif. Ik wil daarom van de Minister weten of
hij dat ook zo ziet en kan bevestigen.
De VVD steunt de overheveling van middelen naar terugkeeractiviteiten. Tegelijkertijd
zien we dat er op de BHOS-begroting nog altijd honderden miljoenen euro’s worden besteed
aan migratiepartnerschappen en opvang in de regio. Voor 2026 staat hiervoor ruim 324
miljoen euro gereserveerd. Dat is een aanzienlijk bedrag. De recente kasschuif op
de begroting zal ook worden ingezet voor de terugkeer van Syriërs. Dan mag ook verwacht
worden dat dat inzichtelijk gemaakt wordt. Daarom stel ik de volgende vragen aan de
Minister. Hoe worden deze middelen precies besteed? Welke concrete resultaten worden
hiermee behaald? Welk effect hebben deze uitgaven op het beperken van irreguliere
migratie richting Nederland en Europa? Daarnaast wil ik weten of deze middelen voldoende
strategisch worden ingezet. Worden migratiepartnerschappen actief gebruikt om terugkeerafspraken
met landen van herkomst af te dwingen? Welke landen werken momenteel onvoldoende mee
aan terugkeer? Welke consequenties verbindt het kabinet aan het uitblijven van samenwerking?
Voorzitter. Meten is weten. Daarom vraag ik de Minister ook of hij bereid is om duidelijke
KPI’s te ontwikkelen voor migratie-uitgaven, niet alleen op basis van activiteiten,
maar vooral op basis van resultaten. Is de Minister bereid jaarlijks inzichtelijk
te maken hoeveel migratiestromen daadwerkelijk zijn beïnvloed door deze investeringen?
Kan de Kamer periodiek worden geïnformeerd over de efficiëntie van deze middelen?
Dan de middelen voor kritieke grondstoffen en de hulp- en handelagenda.
De voorzitter:
Meneer Verkuijlen, u heeft een interruptie van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil de VVD eigenlijk feliciteren met het huwelijk dat ze gisteravond heeft gesloten
met GroenLinks. Ze liggen blijkbaar samen in één bed en zitten dealtjes te sluiten.
Ondertussen hoor ik hier niet een VVD die zegt: we zijn het er eigenlijk niet mee
eens. Sterker nog, hij loopt het te bagatelliseren, zeg ik via u, voorzitter. Het
was de VVD die tijdens de verkiezingen in de CPB-doorrekeningen nog had gesteld 3,7 miljard
te willen bezuinigen op ontwikkelingshulp. 3,7 miljard! Wat gebeurt er nu? De VVD
stelt wat vraagjes en plaatst wat kanttekeningen, maar uiteindelijk gaat de VVD gewoon
door de pomp. Wat is het resultaat? Wat hadden we van dat extra geld kunnen doen?
Het is dit jaar namelijk gewoon extra geld. Daarmee hadden we de tulpentaks van 328 miljoen
een jaar niet hoeven te hebben. Dat is € 21 per Nederlander. We hadden er duizenden
sociale huurwoningen van kunnen bouwen. We hadden het salaris van 3.800 agenten kunnen
betalen. We hadden 4.000 tot 5.000 verpleegkundigen een jaarsalaris kunnen geven.
Maar niets daarvan. De VVD mikt het gewoon naar het buitenland. Mijn vraag aan de
VVD is: waarom laat u dat toe? Waarom laat u zich als partij, als VVD, gijzelen door
de politieke spelletjes van GroenLinks? Waarom laat u dat gebeuren?
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank aan de heer Heutink voor deze vraag, want hij is relevant. Laat ik het als volgt
zeggen tegen de heer Heutink. Het lijkt even alsof dit een begroting is die alleen
maar over ontwikkelingssamenwerking gaat, maar er zit ook nog een hele belangrijke
component buitenlandse handel in. Dat is één. Het is belangrijk dat de begroting ook
door de Eerste Kamer heen gaat, zodat we een aantal van die actielijnen voort kunnen
zetten. Ik heb net in mijn bijdrage over migratie gezegd welke belangrijke argumenten
er in dit akkoord zitten en dat ik van deze Minister verwacht dat hij zo meteen antwoord
geeft ten aanzien van de terugkeerregelingen en opvanghubs in de regio. Dat zijn echt
elementen die belangrijk zijn, ook voor de mensen hier in Nederland. Ik herken dus
niet zozeer de hele metafoor van de heer Heutink als hij zegt: hier had ik het allemaal
aan uit kunnen geven. We doen het wel degelijk in het Nederlands belang.
De voorzitter:
Dan zag ik de hand van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Het lot van de Minister hing aan een zijden draadje; dat kan ik toch wel stellen.
Hij is nu voor de tweede keer gered. De eerste keer was nadat hij de UNRWA-gelden
had opgeplust, waar de partijleider van de heer Verkuijlen nog zeer kritisch op was.
Nu is de bni-koppeling voor dit jaar hersteld. Daarmee redt de VVD de D66-minister
eigenlijk weer. Nou zegt de heer Verkuijlen: geen extra geld, maar eerder geld. Ik
hoor D66 en GroenLinks-PvdA echter zeggen: wij hebben vertrouwen in deze Minister
en het kabinet en vertrouwen erop dat het wel goedkomt met die bni-koppeling. Hoe
staat de VVD in dit verhaal? Blijft u bij het principe dat u zojuist poneerde: geen
extra geld, maar eerder geld?
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor de vraag. Zo staan wij erin. Een licht herstel naar die koppeling zat er
al in. Ik ben zeer benieuwd en vraag aan de Minister hoe hij daarnaar kijkt. Onze
lijn daarin is echter heel erg duidelijk. Wij hebben gezegd: dit is de begroting.
We hebben gezocht naar een oplossing om de begroting in ieder geval door de Eerste
Kamer te krijgen. Dat betekent dat we de pijn iets verder opschuiven. Uw metafoor
van het kratje was wat dat betreft juist.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan kan ik u alvast een voorspelling doen van wat er gaat gebeuren. In het coalitieakkoord
staat namelijk: wij herstellen de bni-koppeling structureel. Dat gebeurt nu een jaartje
eerder, maar de komende jaren niet. De partijen waar u dus zojuist zaken mee hebt
gedaan en mee doet, dus D66 en GroenLinks-PvdA, gaan zich daarop beroepen. Die gaan
met andere middelen schuiven. Die gaan begrotingsgewijs kijken: «Waar valt er nog
wat te plussen? Waar is er een meevallertje? Kunnen we dat daar weer bij doen?» Mijn
vragen zijn dus nogmaals als volgt. Eén: hoe is de VVD bestand tegen de politieke
druk die gaat ontstaan? Twee: houdt zij ook echt voet bij stuk, dus geen extra geld,
maar eerder geld?
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor de vraag. Volgens mij herhaal ik mijzelf: ja, dat is zoals wij er op dit
moment in zitten. Er zat overigens een gefaseerd groeipad in die koppeling, dus het
was ook geen binair proces van het in één keer doen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De VVD geeft aan dat er geen extra geld bij is gekomen, maar dat er geld naar voren
is gehaald. Als dat zo is, dan hebben we een probleem, namelijk dat het beleid wordt
voortgezet, waar de heer Verkuijlen misschien blij mee is, want daar zijn afspraken
over gemaakt, maar dat er nu steun is van een oppositiepartij die er in de coalitieperiode
eigenlijk niets voor terugkrijgt. Dat is niet het enige. Ik lees net in een Trouw-artikel
dat de steun helemaal niet rust op afspraken met GroenLinks-PvdA, maar dat D66 en
de VVD een deal hebben gesloten ten aanzien van de Wet strafbaarstelling terrorismeverheerlijking.
Sterker nog, als ik naar de tabel kijk, als ik het even afpel – vergeef me voor de
techniek – dan wordt er gezegd dat er 380 miljoen euro naar voren wordt gehaald, maar
als ik de tweede tabel lees, dan wordt er vervolgens weer 202 miljoen uit 2026 weggehaald
en naar latere jaren verschoven, waardoor er per saldo dus slechts 178 miljoen euro
extra naar voren is gekomen. Mijn vraag is of mijn analyse op deze punten volgens
de VVD klopt.
De heer Verkuijlen (VVD):
In uw analyse haalt u een aantal berichten aan die ik niet ken. Ik vind het dus ook
heel moeilijk om u in uw analyse te volgen. Maar ja, we hebben inderdaad wel een uitdaging
in de komende jaren. Als dat de afdronk van uw analyse is, dan ben ik het wel met
u eens.
De heer Dassen (Volt):
Ik lees net ook over de schaduwdeal van D66 en de VVD. Ik heb twee vragen aan de heer
Verkuijlen. De eerste is: klopt het inderdaad dat die schaduwdeal is gemaakt? Ten
tweede: is de VVD van mening dat er in de komende jaren extra geld van buiten de begroting
bij Ontwikkelingssamenwerking moet komen?
De heer Verkuijlen (VVD):
Ik kan meneer Dassen daar slecht antwoord op geven, want ik ken het artikel niet.
Bovendien was ik niet bij de onderhandelingen betrokken, dus ik vind het ook lastig
om daar iets over te zeggen. Misschien is dat een vraag die u aan de Minister moet
stellen en niet aan mij. Voor de vraag of er geld bij moet, ligt het ook even aan
de beleidsintenties die je hebt voor de lange termijn en of je die wilt realiseren.
Ik deel de analyse wel. We hebben nu geld naar voren geschoven. De uitdagingen in
de komende jaren zullen we op een andere manier moeten gaan betalen.
De voorzitter:
U heeft helaas geen interrupties meer, meneer Dassen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb een punt van orde. 24 uur voordat we aan dit WGO begonnen, zag de wereld er
op basis van deze begroting heel anders uit. We hebben een paar minuten geleden het
bericht gehad dat er tussen twee coalitiepartijen een schaduwdeal is gemaakt, waar
PRO volgens mij niet van op de hoogte is. Dat wordt hier naast mij door mevrouw Kröger
bevestigd. Het roept vragen op. Ik wil coulance vragen, om op een ordentelijke wijze
over deze extra informatie – het is best veel – met elkaar te kunnen debatteren. Ik
wil dus het ordevoorstel doen om dat aantal van vier interrupties los te laten, gezien
de hoeveelheid informatie die gaandeweg het debat tot ons komt.
De voorzitter:
Volgens mij is er al enige vorm van coulance in de spreektijd. De vragen worden vrij
uitgebreid gesteld en de antwoorden zijn ook vrij uitgebreid. Op die manier heb ik
daar als voorzitter dus coulance in willen brengen. Er zijn mensen, uzelf en ook andere
leden, die zo direct snel weg moeten. Het lijkt mij wel van belang dat we het debat
volledig voeren, en dat we dus gewoon korte vragen stellen, korte antwoorden geven
en vervolgens in afwachting zijn van de antwoorden van de Minister. Het is mijn voorstel
om dat op die manier te doen. Ik kijk ook even naar de rest, hoor. Ik wil prima wellicht
één extra vraag toelaten, maar dan moeten de vragen die vanaf nu gesteld worden echt
veel korter en de antwoorden ook.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vind het nogal wat, wat we allemaal krijgen. Het bericht over deze deal gisteravond
was superonduidelijk. We krijgen vlak voor dit debat pas een briefje dat het ook niet
duidelijker maakt. En nu moeten we weer in de krant lezen dat er een andere deal ligt,
die gerelateerd is aan waar wij het hier vandaag over hebben! Kunnen we daar in ieder
geval zo snel mogelijk een brief over ontvangen? Wat is deze deal dan nou weer? Wat
is er dan afgesproken? Ik vind het lastig. Dit is nota bene een begrotingsdebat. Wij
moeten dit debat op een fatsoenlijke manier kunnen voeren. We krijgen informatie niet.
Waar hebben we het hier vandaag nu over? Ik weet niet wat we nu moeten doen, maar
ik weet wel dat als we dit nu voortzetten, het een onvolledig debat wordt. Ik vind
ook dat we ons als Tweede Kamer tekortdoen als wij niet gewoon écht weten wat hier
nu aan de hand is en als wij niet alle informatie erover ontvangen.
De voorzitter:
Kan ik dit beschouwen als een informatieverzoek aan de Minister, waar hij zo direct
op kan reageren?
Mevrouw Dobbe (SP):
U kunt dat beschouwen als een informatieverzoek, maar ook als een verzoek dat wij,
op het moment dat die informatie zo meteen tot ons komt – die wil ik het liefst zo
snel mogelijk, want het gaat ook over deze begroting – die ook even kunnen lezen.
Ik zit namelijk de hele tijd allemaal berichten te lezen tijdens het debat. Dat is
ook geen manier om een debat te voeren. Ik wil ook aan de leden vragen wat wij nu
moeten doen, want ik weet het zelf ook niet zo goed. Wij kunnen toch niet op deze
manier hier fatsoenlijk het debat met elkaar voeren? Moeten we schorsen? Wat moeten
we nu doen? Wat stelt de rest voor? Ik weet het niet.
De voorzitter:
Ik kom zo bij de heer Heutink. Ik heb zojuist een voorstel gedaan. Ik heb gezegd dat
ik in ieder geval wat meer coulance heb betracht in de spreektijd, in de tijd om te
antwoorden en noem maar op. Aan de hand van wat de heer Ceder net zei, wil ik prima
een extra interruptie toelaten, maar het lijkt me wel goed om zo direct echt de ruimte
te laten voor de antwoorden van de Minister en om het debat op deze manier voort te
zetten. Ik zie mensen knikken. Ik ga eerst naar de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat een enorme poppenkast is dit aan het worden. Het is echt ongelofelijk! Mevrouw
Dobbe zei het net terecht: er is dus nog veel meer aan deze deal dan wij al dachten.
Wat je ook vindt van wat de VVD nu bedongen heeft en van welke prijs D66 daar dan
voor heeft moeten betalen, ik wil alles ervan weten. Ik wil precies weten hoe die
deal eruitziet. Ik wil weten wat de VVD daar precies cadeau voor heeft gekregen en
wat D66 daarvoor heeft moeten betalen, en ik wil die informatie gewoon binnen nu en
tien minuten hier hebben. Zo simpel is het. Anders kan ik wat mij betreft niet verder
met dit debat.
De voorzitter:
Volgens mij is er net een voorstel gedaan om dit verzoek in ieder geval bij de Minister
neer te leggen, en dat de Minister daar zo direct gewoon een antwoord op kan geven.
De heer Dassen (Volt):
Het lijkt me goed ... Ik weet namelijk niet of de Minister hier zelf van de hoed en
de rand weet. De vraag is natuurlijk ook: is dit dan alles, of ligt er nog meer? We
kregen de brief pas nadat het debat had moeten beginnen, en nu krijgen we tijdens
het debat dit artikel. PRO weet daar niks van. Het roept bij mij ook wel allerlei
vragen op, zoals: welke andere dealtjes zijn er nog meer beklonken? Als we hier een
begroting bespreken waar zo veel om te doen is geweest en die de komende jaren ook
heel bepalend is voor dit kabinet, lijkt het me wenselijk dat we in ieder geval alles
op tafel hebben, zodat we een fatsoenlijk debat met elkaar kunnen voeren.
De heer Lohman (CDA):
Ik zie ook net stukjes uit de media naar voren komen. Als we tijdens het debat moeten
reageren op alles wat uit de media naar voren komt, dan kunnen we nooit een debat
voeren, zou ik zeggen. We hebben de Minister hier. Misschien kunnen we zeggen dat
we onze inbreng wat korter doen, zodat we wat meer ruimte hebben voor de beantwoording
van de vragen. Ik heb het even gescand, maar volgens mij is dit niet informatie waar
we een heel debat voor moeten gaan opschuiven.
De heer Hoogeveen (JA21):
«Onze inbreng inkorten»? Ik zou hem juist willen uitbreiden! Ik heb meer vragen. Ik
zou juist willen weten wat hier precies achter zit en wat voor informatie hieraan
vooraf is gegaan. Ik ben het geheel met collega Dassen eens dat dit gewoon ontzettend
veel vragen oproept. Inderdaad, de Minister zit hier, maar ik zou – en dan spreek
ik voor mezelf – dan toch in mijn inbreng ook concrete vragen willen stellen, gestoeld
op de juiste informatie en de volledige informatie.
De voorzitter:
Oké, dank u wel. Ik zou als voorzitter graag willen voorstellen dat wij de eerste
termijn afronden. Dan komen de antwoorden van de Minister en kunnen we vervolgens
kijken hoe we het in het vervolg gaan doen.
Ik heb zojuist een voorstel gedaan en kijk even rond. Er is hier zojuist een verzoek
gedaan. Dat verzoek heeft de Minister ook gehoord. Mijn voorstel is om nu de eerste
termijn van de Kamer af te maken. Vervolgens komen de antwoorden en dan kunnen we
daarna kijken naar het vervolg. Ja? Oké. Volgens mij was de heer Verkuijlen nog bezig.
Sorry, mevrouw Dobbe?
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vind dit echt onbevredigend. Wat er dan gaat gebeuren, is dat wij een paar vage
antwoorden krijgen en een beperkt aantal interrupties hebben. Dan lopen we uit de
tijd en is er geen tijd meer. We kunnen dit gewoon niet op deze manier doen. Ik weet
niet of de rest dat steunt, maar ik wil eigenlijk echt voorstellen dat we gewoon schorsen
en op een ander moment verdergaan. Ik zit er ook niet op te wachten, hoor, want mijn
agenda is ook hartstikke vol. Maar dat lijkt mij echt beter, want we moeten dit zorgvuldig
kunnen doen en ik denk niet dat we dat op deze manier kunnen doen. Dat denk ik oprecht
niet.
De voorzitter:
Oké. Dat lijkt me een ordevoorstel. Ik probeer te kijken wat de Kamer vindt. Ik heb
zojuist een voorstel gedaan. Dan wil ik eerst even vanuit de Kamer horen hoe de leden
erin staan. Vervolgens kom ik bij het voorstel van mevrouw Dobbe. Is dat goed? Oké.
Dan ga ik toch even de leden langs. Meneer Verkuijlen?
De heer Verkuijlen (VVD):
Het pleidooi van mevrouw Dobbe om een zorgvuldig debat te voeren, steun ik. Ik zoek
alleen wel even naar een manier om het debat te kunnen voeren. Ik ben namelijk erg
benieuwd wat de consequenties ervan zouden zijn als we deze begroting niet door de
Eerste Kamer brengen, binnen afzienbare tijd. Ik vind tegelijkertijd wel dat we een
zorgvuldig debat moeten voeren, maar ik merkte in het interruptiedebat zonet met de
heer Dassen ook dat het lastig is om een goed antwoord te geven op een vraag over
een artikel dat ik op dat moment ook niet ken.
De voorzitter:
Oké. Ik vind het belangrijk dat er een duidelijk antwoord komt. Er ligt een duidelijk
voorstel vanuit de voorzitter, om in elk geval de eerste termijn uit te spreken. Dat
is het voorstel. Daar kunt u zo direct op reageren. Het voorstel is om de eerste termijn
te doen, vervolgens te luisteren naar de antwoorden van de Minister en daarna te kijken
hoe we verdergaan met het debat. Dat is het eerste voorstel en dan hoor ik graag ...
De heer Verkuijlen (VVD):
Steun.
De voorzitter:
Steun, oké. Dan ga ik naar de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik moet mijn bijdrage aanpassen naar aanleiding van de informatie. Ik
vraag me af wat de consequenties zijn, maar ik wil het ook steunen, binnen afzienbare
tijd, want de bijdrage die ik had ... Ik wil naar aanleiding hiervan eerst duidelijkheid
en dan heb ik daar nog vragen over. Dus ik steun het verzoek. Ik steun het verzoek
van mevrouw Dobbe, sorry.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik ben ook geschokt door de informatie en wil daar heel graag een reactie op hebben.
Ik snap het verzoek, maar vraag me dan alleen af of het dan vandaag vervolgd kan worden.
Kunnen we gewoon kort schorsen, zodat dit duidelijk wordt?
De voorzitter:
Maar er ligt een duidelijk verzoek dat ik zojuist als voorzitter gedaan heb. Krijg
ik uw steun daarvoor?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik snap goed dat er even een korte schorsing nodig is, ook voor leden die hun inbreng
nog moeten doen en daar even op willen kauwen.
De voorzitter:
Ik snap wat u zegt over een schorsing, maar als voorzitter heb ik zojuist voorgesteld
om de eerste termijn af te maken. Er wordt sowieso geschorst, maar vervolgens krijgen
we een reactie vanuit de Minister en daarna kijken we hoe we verdergaan. Dat is wat
ik voorstelde. We zijn eerst even hier bezig, meneer Heutink.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik hoorde de heer Ceder, die zijn inbreng nog moet leveren. Ik heb mijn
inbreng al gedaan, dus ik kan deze vragen zo meteen alleen direct aan de Minister
stellen. Ik had ook wel vragen gehad over dit artikel. Ik hoorde de heer Ceder zeggen
dat hij even ruimte wil om naar zijn inbreng te kijken, dus dat wil ik steunen. Dan
steun ik dus niet het voorstel van de voorzitter.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Ik heb ook de behoefte om daar goed naar te kijken, zeker omdat ik mijn
inbreng nog moet doen, dus ik zou ook graag het voorstel van mevrouw Dobbe steunen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Ik heb wel meer vragen. Tegelijkertijd wil ik ook dat we efficiënt werken.
Er zijn andere sprekers die ook al zijn geweest. Als we gewoon de eerste termijn afmaken
en de Minister tekst en uitleg geeft, moet er wat mij betreft wel – een tweede termijn
duurt over het algemeen wat minder lang – meer tijd daarvoor worden gegeven of een
ander moment voor worden geprikt om daar echt uitvoerig bij stil te staan.
De voorzitter:
Volgens mij is dat ook het voorstel dat ik deed. Dan gaan we naar de heer Lohman.
De heer Lohman (CDA):
Ik steun het voorstel dat u doet om nu de eerste termijn af te maken. We zouden nu
nog een korte schorsing kunnen doen om mensen wat tijd te geven, maar wat mij betreft
gaan we door.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil sowieso die brief. Ik snap dat de Minister een toelichting wil geven. Dat is
allemaal leuk, maar ik wil die brief. Wat mij betreft gaan we die brief gebruiken
voor de inbreng in de tweede termijn en nemen we meer ruimte voor de tweede termijn.
Dan kunnen we nu de eerste termijn gewoon vervolgen. Maar ik wil de brief wel erbij
kunnen betrekken. Als dat niet vandaag lukt, dan gaan we de tweede termijn op een
ander moment doen. Maar ik heb wel een beetje genoeg gehad van deze hele poppenkast
hier, als ik eerlijk ben.
De voorzitter:
Oké. Volgens mij is het verzoek doorgekomen. Ik hoorde in ieder geval een meerderheid
zeggen dat ze willen dat de eerste termijn nu afgemaakt wordt, en dan gaan we daarna
verder kijken. Ja? Dan wil ik de heer Verkuijlen graag vragen om zijn betoog voort
te zetten.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank, voorzitter. In artikel 1.3 wordt 26,5 miljoen extra beschikbaar gesteld voor
de inzet op kritieke grondstoffen. De VVD onderschrijft het belang hiervan. Europa
en Nederland zijn voor veel essentiële grondstoffen afhankelijk van een beperkt aantal
landen, terwijl deze grondstoffen cruciaal zijn voor onze energietransitie, defensie-industrie
en economische concurrentiekracht. Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn. Wereldwijd
gaan er miljarden om in deze sector. Daarom vraag ik de Minister in welke landen dit
extra budget precies wordt uitgezet. Welke concrete resultaten verwacht de Minister
met deze investeringen te behalen? Hoe draagt dit bedrag daadwerkelijk bij aan de
strategische autonomie van Nederland?
Daarnaast hoor ik graag hoe de Minister de samenwerking met de private sector vormgeeft.
Uiteindelijk zullen publieke middelen alleen effect hebben als zij private investeringen
uitlokken. Daarom vraag ik de Minister: hoeveel private investeringen verwacht hij
met deze middelen aan te trekken? Is hij bereid meer gebruik te maken van innovatieve
financieringsinstrumenten zoals blended finance, garantstellingen of revolverende
fondsen? Welke meetbare doelstellingen koppelt hij aan deze investering?
Voorzitter. Een derde onderwerp is internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen,
imvo. De VVD is kritisch op de toenemende regeldruk die met imvo gepaard kan gaan.
Imvo mag absoluut geen administratieve belemmering worden die onze handel afremt.
Wel kan het, mits goed en realistisch ingezet, helpen om nieuwe markten te openen
en te zorgen voor een gelijk internationaal speelveld, maar daarvoor is het essentieel
dat onze ondernemers hierin maximaal worden ondersteund. Binnen de SER zijn afspraken
gemaakt om de implementatie van deze regelgeving werkbaar te houden voor ondernemers.
Dat is belangrijk, want Nederlandse bedrijven mogen niet op achterstand worden gezet
ten opzichte van concurrenten die zich niet aan dezelfde regels houden. We moeten
waken voor nationale koppen op Europese regelgeving. Bovendien mogen we onze eigen
concurrentiepositie niet benadelen door sneller aan wetgeving te willen voldoen dan
de rest van Europa. Gelijke monniken, gelijke kappen, en vooral in hetzelfde tempo.
Daarom vraag ik de Minister hoe hij Nederlandse ondernemers concreet ondersteunt bij
het voldoen aan de imvo-verplichtingen. Welke rol ziet hij hierbij voor brancheorganisaties
en sectorale samenwerking? Is de Minister bereid dit onderwerp actief op de Europese
agenda te zetten om te komen tot een gelijk internationaal speelveld? Welke stappen
zet hij richting andere lidstaten om handhaving en implementatie binnen Europa beter
op elkaar af te stemmen? Volgens de SER is er nog ruimte om twee sectoren toe te voegen
aan imvo. Ziet de Minister mogelijkheden om ook daarna sectoren toe te voegen?
Tot slot de overige intensiveringen binnen de begroting. Extra middelen worden vrijgemaakt
voor humanitaire hulp, veiligheid en stabiliteit, mondiale gezondheid en vrouwenrechten.
De VVD ziet het belang van deze thema’s, zeker in een wereld waarin autocratische
regimes toenemende druk uitoefenen op fundamentele vrijheden en mensenrechten. Nederland
moet blijven investeren op terreinen waarop wij daadwerkelijk het verschil kunnen
maken. Dat vraagt echter om scherpe keuzes en een duidelijke focus op resultaten.
Daarom vraag ik de Minister hoe hij borgt dat deze middelen terechtkomen bij projecten
met aantoonbare impact, welke indicatoren worden gebruikt om succes te meten en hoe
hij voorkomt dat middelen opgaan in algemene begrotingssteun zonder zichtbare resultaten.
Specifiek ten aanzien van vrouwenrechten en mondiale gezondheid hoor ik graag welke
regio’s prioriteit hebben. Hoe sluiten deze investeringen aan bij Nederlandse strategische
belangen en op welke manier worden resultaten inzichtelijk gemaakt voor de Kamer?
Tot slot staat er nog 257 miljoen euro op de aanvullende post. Ik hoor graag van de
Minister hoe hij voornemens is deze middelen in te zetten. Welke prioriteiten heeft
hij daarvoor voor ogen? Ziet hij mogelijkheden om deze middelen in te zetten voor
de wederopbouw van Oekraïne, waarbij ook Nederlandse bedrijven een rol kunnen spelen?
Wordt er gekeken naar projecten die bijdragen aan grondstoffenzekerheid en strategische
partnerschappen? Hoe zorgt hij ervoor dat deze middelen een maximale hefboomwerking
krijgen voor zowel Nederlandse belangen als internationale stabiliteit?
Voorzitter. De VVD steunt een buitenlandbeleid dat realistisch, strategisch en resultaatgericht
is. Juist in een tijd van geopolitieke spanningen, moeten we ervoor zorgen dat iedere
euro die we uitgeven bijdraagt aan veiligheid, welvaart en weerbaarheid van Nederland.
Ik zie uit naar de beantwoording van de Minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank wel voor uw bijdrage. Dan ga ik nu naar de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, dank. Het was al een merkwaardig debat, om over de Voorjaarsnota te spreken
terwijl de jaarbegroting zelf nog niet is aangenomen in de Eerste Kamer, maar het
wordt natuurlijk steeds vreemder, met brieven die vlak voor het debat worden gepubliceerd
vanuit het kabinet en met nieuwsberichten van Trouw die ons tijdens het debat tegemoetkomen.
Deze timing is natuurlijk de erfenis van het kabinet-Schoof, maar eerlijk gezegd begint
dit kabinet met zijn bokkensprongen daar steeds meer op te lijken. Want gisterenavond
mochten we uit de vaderlandse pers vernemen dat het probleem in de Eerste Kamer kennelijk
al is opgelost, met een tweede opeenvolgende list van Minister Sjoerdsma. Voor JA21
was de route duidelijk: trek het voornemen van de ophoging van de UNRWA-gelden alsnog
in. Bewaar dat eventueel voor onderhandelingen bij de Miljoenennota. Dan valt er wellicht
ook met andere partijen op rechts weer te onderhandelen. Dat was in elk geval 380 miljoen
euro goedkoper geweest dan tegemoetkomen aan het wensenlijstje van PRO. Na slechts
100 dagen ziet respectievelijk 42% en een hele magere 25% van de CDA- en VVD-stemmers
brood in dit kabinet-Jetten en ik vraag me niet eens meer af waarom.
Voorzitter. Al met al komt de hele soap erop neer dat de Minister liever 380 miljoen
richting PRO beweegt dan een pas op de plaats maakt met de UNRWA-korting. Laten we
helder zijn: dit is geen deal, dit is geen extra geld, dit is een kasverschuiving.
Daarom de volgende vragen aan de Minister. Kan de Minister uitleggen hoe deze kasschuif
zich verhoudt tot de wens om het ontwikkelingsbudget opnieuw te koppelen aan het bni?
Is hier sprake van structureel beleid of van eenmalige verschuivingen om een meerderheid
in de Eerste Kamer veilig te stellen en om zo het lot te voorkomen dat Minister van
Oorlog Henri Staal in 1907 voor het laatst in de senaat wel trof, namelijk dat zijn
begroting werd afgeschoten en hij moest aftreden? Als het ontwikkelingsbudget structureel
aan het bni wordt gekoppeld, waarom wordt die structurele keuze dan gedekt met een
incidentele kasschuif uit 2028, 2029 en zelfs 2031? Dat is een gevalletje wie dan
leeft, wie dan zorgt. Gaat de Minister er dan wel van uit dat zijn kabinet de rit
gaat uitzitten? De Minister drinkt namelijk nu – ik zei het zojuist al – samen met
Jesse Klaver zijn kratje bier op van volgend jaar. Ze zullen nu dronken zijn van geluk,
maar is dat nou deugdelijk begrotingsbeleid? Hoe gaat het gat worden gedekt dat nu
in latere jaren ontstaat? De peperdure bni-koppeling wordt nu een jaar naar voren
gehaald en de Minister wordt dus door de VVD dubbel beloond voor zijn gedrag.
Voorzitter. Dit moet me wel even van het hart, want waarom gaat dit kabinet in een
tijd waarin mensen schreeuwen om lastenverlichting, om rust in de portemonnee, in
een handomdraai geld naar voren schuiven om miljoenen aan het buitenland te geven?
Ik zeg het even plat, maar dat is wel waar het op neerkomt. Alles zit vast in begrotingen,
iedere euro wordt drie keer omgedraaid, behalve als de Minister gered moet worden.
Voorzitter. In eerste instantie had het vandaag moeten gaan over een stukje Voorjaarsnota
van slechts 108 miljoen euro: gelden verdeeld over bestemmingen als klimaat, vrouwenrechten,
gendergelijkheid, humanitaire hulp, veiligheid en stabiliteit. Voor JA21 weegt bij
het ontwikkelingsdossier zwaar of zulke bestedingen überhaupt ten goede komen aan
de directe belangen van de Nederlandse belastingbetaler of, in de geest van het plenaire
Verantwoordingsdebat van gisteren: kan de overheid voldoende verantwoorden dat zij
dit geld beter uitgeeft dan burgers en bedrijven zelf?
Vandaag komt daar dus iets wezenlijks bij. Terwijl deze Kamer zich buigt over een
suppletoire begroting van 108 miljoen euro blijkt uit de krant dat de Minister achter
de schermen een politieke deal sluit van bijna 400 miljoen euro voor ontwikkelingshulp.
Voor JA21 is dat geen deugdelijk begrotingsbeleid. Deze suppletoire begroting is niet
meer los te zien van de bredere begrotingspolitiek van deze Minister. Mocht deze Kamer
de voorgestelde bestedingen verwerpen, dan blijven deze middelen beschikbaar voor
andere keuzes en wat JA21 betreft zijn er in Nederland meer dan genoeg urgente noden
waar dit geld aan besteed kan worden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Hoogeveen. Er is een interruptie van de heer Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Even een vraag aan de heer Hoogeveen. Ik ken hem van de vorige debatten als een groot
voorvechter van het bedrijfsleven en de belangen daarvan. Wat bedoelt u precies als
u zegt dat er middelen vrijvallen als deze begroting niet doorgaat? Ik hoop toch wel
dat die vrijvallen voor de bedrijven die zich op internationaal niveau bewegen?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik sorteer alvast voor op basis van het feit dat – ik zei het net al in het interruptiedebat
met de heer Verkuijlen – in het coalitieakkoord staat dat er toegewerkt moet worden
naar een bni-koppeling op niveau. Als je dat geld nu naar voren haalt, dan is er aan
zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat er elders in begrotingen geplukt gaat worden,
bijvoorbeeld meevallertjes, om dat op te toppen. En ja, dat zijn gelden waarvan JA21
zegt dat we ze toch echt beter hadden kunnen besteden.
De voorzitter:
De heer Verkuijlen? Nee, geen andere vraag? Dan ga ik naar de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het wordt nog gekker! Zojuist lees ik op de website van De Telegraaf een korte samenvatting
van wat de Minister net heeft gezegd, namelijk dat deze manier van wheelen en dealen
precies is hoe het wél moet. Wat vindt JA21 daar nou van? Is dit precies hoe het wél
zou moeten?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat mijn bijdrage klip-en-klaar was, namelijk: nee.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties. Dan wil ik graag doorgaan naar de heer
Lohman.
De heer Lohman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Geld voor ontwikkelingssamenwerking moet wat het CDA betreft
daar terechtkomen waar het voor bedoeld is: bij mensen in kwetsbare landen, bij armoedebestrijding,
bij noodhulp en bij duurzame ontwikkeling. Tegelijkertijd is Europa op zoek naar nieuwe
vrienden in een tijd dat oude vrienden niet meer blind te vertrouwen zijn. Wij moeten
investeren in landen die wij nodig hebben en die ons nodig hebben op basis van wederzijds
belang en wederzijds respect. Het CDA steunt de lijn van de deze begroting. De richting
die gisteravond is aangekondigd, sluit aan bij het coalitieakkoord en bij waar het
CDA voor staat. Een aantal punten wil ik de Minister meegeven.
Voorzitter. Europa heeft nieuwe vrienden nodig en vriendschappen worden gevormd aan
de eettafel. Misschien is het een idee dat wij ook eens samen gaan eten. Europa heeft
zijn voedselzekerheid gebouwd op grondstoffenstromen die andere landen kunnen afsluiten.
Dat laat het rapport van de AIV over voedselzekerheid ook zien. Heeft de Minister
kennisgenomen van het rapport over voedselzekerheid? Hoe kijkt de Minister naar de
oproep die daarin wordt gedaan om te komen tot een voedselstrategie waarin mondiale
publieke goederen centraal staan? Voor fosfaat en kalium zijn we afhankelijk van Marokko,
Rusland en Belarus. Voor eiwitten en veevoeder zijn we afhankelijk van Brazilië en
de Verenigde Staten. Voor aminozuren en vitamines in diervoeder zijn we bijna geheel
afhankelijk van China. We zien nu dagelijks hoe kwetsbaar dat is. Daarom zouden we
een nieuwe Europese kijk op voedselzekerheid moeten ontwikkelen. Europa heeft al decennialang
een gemeenschappelijk landbouwbeleid, opgebouwd met Amerikaanse Marshallhulp. Wat
het nog niet heeft gehad, is een gemeenschappelijk voedselzekerheidspact met actoren
buiten de EU. Nieuwe tafelgenoten kunnen gevonden worden bij wat we middenmachten
noemen: India, Indonesië, Brazilië, Turkije, Marokko en Australië. Dat betekent concreet
meststoffenakkoorden met Canada en Marokko als alternatief voor Russisch kalium en
fosfaat en eiwitimportakkoorden met Brazilië en Argentinië, gekoppeld aan harde duurzaamheidseisen,
die we gezamenlijk handhaven via WTO-mechanismen.
Daarom heb ik drie concrete vragen aan de Minister. Is hij bereid te verkennen welke
bilaterale afspraken Nederland, al dan niet in Europees verband, kan maken met middenmachten
over voedselgrondstoffen en eiwitketens? Wil hij daartoe in overleg treden met zijn
collega’s op LVVN en BuZa? Is hij bereid om de hulp- en handelsagenda te verbinden
aan de bredere Europese discussie over het Europese GLB, zodat voedselzekerheid ook
kan worden behandeld als buitenlandbeleid, en niet alleen als landbouwbeleid?
Voorzitter, tot slot. Het CDA steunt deze begroting, met inachtneming van de ambities
die ik in mijn inbreng naar voren heb gebracht. Met een transparantere begroting en
middelen die doelmatiger worden ingezet, kunnen we echt iets voor elkaar krijgen voor
degenen waarvoor wij hier zitten: mensen in kwetsbare landen en mensen in armoede.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie verder ook geen andere interrupties, dus ik zou graag het woord
willen geven aan de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik spreek vandaag ook namens de SGP.
Voorzitter. Ik quoot: «Ik vind deze deal een voorbeeld van hoe het wel moet. Dit is
een hele belangrijke oplossing.» Dit zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de
Minister zojuist, voor de start van dit debat. Inmiddels heb ik echter ook een collega-Kamerlid
naast mij zitten dat zich behoorlijk in het pak genaaid voelt. Er blijkt namelijk
een schaduwdeal te bestaan tussen twee coalitiepartijen, de VVD en D66, zoals ik net
in de krant Trouw lees. Dit is niet gedeeld met de Kamer, noch met de partij waarmee
deze coalitie zaken wenst te doen. Het is opnieuw een warboel rondom de begroting
van BHOS en dat betreur ik ten zeerste. Kan de Minister duidelijkheid scheppen over
of de ontvangen kabinetsbrief alles is wat er is afgesproken? Of zijn er nog meer
afspraken gemaakt rondom deze begroting en daarna? Is dit een voorbeeld van hoe het
wel moet de komende jaren?
Voorzitter. Dan ten aanzien van de deal met PRO. Uiteraard is het lovenswaardig dat
een oppositiepartij zich inzet en constructief opstelt. Die rol hebben wij als ChristenUnie
ook geregeld opgepakt op momenten waarop we denken dat het bijdraagt aan beter beleid.
Maar als ik deze casus erbij pak, komt er onder de streep geen extra geld voor de
internationale inzet van het kabinet, maar wordt er gegoocheld met geld dat bedoeld
was voor latere jaren. Het is een kasschuif. Waarvoor? Om de begroting nu te redden.
Maar op termijn worden de allerarmsten alsnog geraakt, vooral als ik de heer Verkuijlen,
het collega-Kamerlid aan mijn rechterhand, serieus neem als hij zegt dat er wat hem
betreft geen extra geld op de begroting komt en mogelijk alleen geschuif.
Voorzitter. Met deze deal, die ik uit de krant moest vernemen, krijgt cynische politiek
voor ons wel een nieuwe lading. Ik heb de brief zojuist gelezen en ik constateer nogmaals:
er gaat onder de streep geen cent meer naar de internationale inzet van dit kabinet.
Er wordt alleen geld uit de toekomst gehaald en men heeft nog geen idee hoe deze gaten
gedicht gaan worden. Volgens de VVD worden deze ook niet gedicht. Dit is niet alleen
het voortzetten van het eerdere PVV-beleid onder leiding van Minister Klever; dit
gaat over een aantal jaar verder dan werd beoogd. Ditmaal gebeurt het ook met steun
van nota bene GroenLinks-PvdA, waar ik juist mee optrok om dit beleid te verbeteren.
En ja, ik begrijp dat de Minister klem zat met de begroting, maar heeft hij zichzelf
daar niet in gemanoeuvreerd? Zonder het extra geld voor UNRWA had hij met gemak over
rechts een meerderheid voor de begroting kunnen halen. Als de amendementen rondom
het herstel van de koppeling, waarvoor ook een motie voorlag in de Eerste Kamer ...
Hij had ook over die route een meerderheid kunnen halen.
Voorzitter. Dit gezegd hebbende: ik denk dat het belangrijk is dat er een sluitende
begroting komt, maar het is ook belangrijk dat we geen geld uit de toekomst naar voren
halen. Ook vanuit het OS-veld hoor ik dat men blij is met het geld en de inzet nu,
want er gebeurt veel in de wereld. Maar over een paar maanden kan het lachen misschien
ook wel vergaan. Ik vraag me af wat de strategie is om er de komende jaren voor te
zorgen dat er meerderheden gehaald worden, en misschien zelfs komende week al, als
het om de Eerste Kamer gaat.
Voorzitter. Het is nu onze taak om deze deal op zijn merites te beoordelen. De positie
van de ChristenUnie is bekend. Die hebben we dit voorjaar nog bevestigd via een oproep
met een tal van maatschappelijke organisaties. We willen een structurele koppeling
van het bni. Dat is nu niet geregeld.
Voorzitter. Als ik de deal afpel, heb ik een vraag. Ik heb zitten puzzelen met de
tweede tabel uit de brief. Vergeef me als ik de techniek in ga, maar de techniek is
vaak wel van groot belang als het om financiële deals gaat. Er wordt geschermd met
dat er 380 miljoen euro is vrijgemaakt. Maar als ik de tweede tabel goed lees, wordt
er weliswaar allereerst 328 miljoen euro naar voren gehaald, zoals ook PRO stelt,
maar vervolgens wordt er voor 202 miljoen euro geld uit 2026, en dus van die 380 miljoen
euro, naar latere jaren verschoven. Dat zijn de kasschuiven die onder de dekking staan.
Klopt het, vraag ik aan de Minister, dat er per saldo dus slechts 178 miljoen euro
extra in 2026 beschikbaar wordt gesteld? Klopt het dat dit ook niet het herstel is
van de bni-koppeling, al is het maar voor dit jaar? De begroting van dit jaar krijgt
dus, als mijn analyse klopt, extra geld ten koste van latere jaren, maar wel veel
minder dan waarmee wordt geschermd, en ook veel minder dan een eenmalig herstel of
een bedrag dat op de koppeling lijkt.
Voorzitter. Hoeveel van het extra geld dit jaar wordt daadwerkelijk uitgegeven aan
waar ontwikkelingssamenwerking vanouds voor is bedoeld, namelijk voor hulp aan de
meest kwetsbaren en allerarmsten wereldwijd? Hoeveel wordt er dus niet gebruikt om
te verschuiven naar latere jaren via kasschuiven, voor opvang in de regio of voor
terugkeer, maar echt specifiek voor hulp aan de meest kwetsbaren? Over het laatste
gesproken, hoe verhoudt deze afspraak zich tot bijvoorbeeld de aangenomen motie-Thijssen/Van
der Lee, die de regering verzoekt om de financiële steun die wordt verstrekt voor
de wederopbouw van Oekraïne voor het overgrote deel uit additionele middelen te financieren,
wat hier niet lijkt te gebeuren? Graag een reactie.
Voorzitter. Desondanks is voor mij het meest fundamentele punt – dat zal u niet verrassen
– dat de bni-koppeling niet structureel wordt hersteld. Er is ook nog geen geloofwaardig
pad richting de 0,7-norm. Daar blijf ik wel op hameren, en andere partijen ook. Dat
is ook in lijn met de motie-Huizinga-Heringa in de Eerste Kamer. Deze motie is tot
nu toe nog niet uitgevoerd en dat gebeurt ook nog niet met deze deal. Sterker nog,
omdat er voor de dekking van deze deal geld uit 2031 wordt gehaald en er voor de komende
jaren niets is afgesproken, is het halen van de internationale norm voor een volgend
kabinet alleen maar nog moeilijker gemaakt. Dan wordt deze deal, vrees ik, een sigaar
uit eigen doos.
Die koppeling is voor ons van groot belang, niet alleen omdat we het als rijk land
verplicht zijn om structureel onze welvaart te delen, maar ook omdat we op deze manier
zorgen voor consistent beleid. Met deze flipperkastbegroting kan voor dit jaar wel
de vlag uit, maar worden de zorgen voor de komende jaren alleen maar ernstiger, ook
omdat coalitiepartijen niet op één lijn zitten. Hoe reflecteert de Minister daarop,
ook in het licht van de afspraak in het coalitieakkoord om een stap te zetten richting
de internationale OESO-norm?
En ja, voor 2026 komt er meer geld. Dat is, zeker als het om humanitaire hulp gaat,
positief nieuws. Ik heb wel nog een aantal vragen over de verdeling. Kan de Minister
garanderen dat er geen enkele cent terechtkomt bij de Syrische interim-regering, die
tot nu toe een bar slecht trackrecord heeft voor het beschermen van de mensenrechten
van minderheden? Kan de Minister concreet met de Kamer delen wat er is afgesproken
over noodhulp? Wat voor noodhulp? En naar welke landen of organisaties gaat dat?
De Minister kent ons standpunt met betrekking tot de diversificatie van hulp aan de
Palestijnen. Extra budget geeft dan ook kansen om in te zetten op die diversificatie,
zoals naar mijn weten ook de kabinetslijn is. Hoeveel van het extra budget van dit
jaar wordt ingezet voor de diversificatie van noodhulp aan de Palestijnen, als het
al uit die middelen komt, want dat kan ik niet uit de tabel halen? Hoeveel van die
noodhulp wordt besteed via multilaterale organisaties en hoeveel via het maatschappelijk
middenveld? Kan de Minister vandaag in ieder geval toezeggen deze extra bestedingen
maximaal via lokale partners te doen, in lijn met de aangenomen motie-Ceder?
Voorzitter, tot slot. Investeren in ontwikkelingssamenwerking is belangrijk, niet
alleen voor de mensen daar, maar ook voor Nederland. Het is geopolitiek gezien verstandig,
maar ook menswaardig. Daarom blijven we knokken voor het verankeren van de internationale
norm en het hanteren van de gebruikelijke systematiek. Ik roep ook de coalitiepartijen
op om dat ter harte te nemen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, meneer Ceder. Ik zie verder geen interrupties voor de heer Ceder. Dan wil ik
graag doorgaan naar mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Wat we hier vandaag met elkaar doen, is niet te doen. Dit
is niet precies zoals het wel moet, zoals de Minister blijkbaar heeft gezegd. Ik hoop
dat hij daarop wil reflecteren; laten we het niet nog een keer zo doen.
Het was al moeizaam dat we vandaag een debat moesten hebben over aanpassingen aan
een begroting die nog niet eens is aangenomen, maar het werd nog ingewikkelder. Gisteravond
kregen we via de media het nieuws dat er over de begroting een deal zou zijn die we
niet kenden en net tijdens het debat zagen we berichten over een schaduwdeal tussen
D66 en de VVD. Ik weet niet in hoeverre de rest van de coalitie daarbij betrokken
was of daarvan wist. Ik ben zelf ook woordvoerder Justitie. Blijkbaar ligt er ook
in die portefeuille een schaduwdeal. Ik heb geen idee wat ons hier nu overkomt. Ik
vind het niet heel erg goed hoe de Kamer hierin wordt meegenomen, namelijk: niet.
Dit is gewoon een zooitje. Ik wil ook echt wel teruggeven aan het kabinet dat je dit
niet op zo’n manier moet doen, dat je de Kamer gewoon serieus moet nemen en dat je
niet met allerlei rare, schimmige dealtjes die wij dan niet kennen een loopje moet
nemen met de rol van de Kamer.
Over de OS-deal, de deal van gisteren. Alle kranten hadden de informatie over deze
deal al wel. Waarom heeft de Minister de Kamer niet eerder geïnformeerd, zodat wij
als Kamer dit nu vandaag serieuzer met elkaar konden bespreken, zoals het wel zou
moeten? Hoe kijkt de Minister hierop terug en hoe kijkt hij naar de rol van de Kamer
om begrotingen zorgvuldig te kunnen behandelen? De informatie was er namelijk al wel;
de kranten hadden die. Die was alleen onduidelijk. 202 miljoen wordt uit het budget
van 2031 gehaald. Dat is dus een kasschuif uit een jaar nog na deze kabinetsperiode.
Er wordt dus geld weggehaald bij de begroting van Ontwikkelingssamenwerking voor 2031.
178 miljoen wordt uit het budget van 2028 en 2029 gehaald. Dat geld is voor Oekraïne.
Dat was gister al bekend en dat is nu bevestigd.
Ik zat die artikelen te lezen. Toen heeft iemand waarschijnlijk de krant gebeld en
werd er aan het artikel toegevoegd: elders klinkt dat het geld bestemd is voor noodhulp
voor de Palestijnse gebieden, Sudan, Libanon, de ebola-uitbraak en de wederopbouw
van Syrië. Ik las nog even door. Toen ging ik terug naar het artikel en was de zin
met de Palestijnse gebieden, Sudan en de wederopbouw van Syrië weer uit het artikel
verwijderd. Er is gisteren in ieder geval dus blijkbaar heel veel gebeld met de media,
maar niemand heeft even gebeld met ons. Blijkbaar ging de onderhandeling door. Het
was alsof we gisteren een soort liveblog van de onderhandelingen konden lezen: echt
niet te doen. Vanochtend lazen we: bij PRO leeft zelfs de overtuiging dat het geld
ook naar de Palestijnse gebieden en Sudan gaat, een overtuiging die in kabinetskringen
niet wordt herkend. Ik ben wel benieuwd hoe het zit. Wat is er nou eigenlijk afgesproken?
Weten de partijen van deze deal zelf eigenlijk wel wat er precies is afgesproken?
Gaat het naar terugkeerhubs of gaat het naar noodhulp? Geen idee.
Als er al genoeg tijd is geweest om zo uitgebreid kranten te bellen en nog een keer
te bellen en nog een keer te bellen, waarom is er dan niet effe de tijd genomen om
ons ook te bellen, de rest van de Kamer? Ik zei het net ook al: het is kwalijk. Wij
stellen hier wel samen de begroting vast. Het gaat om veel geld. Het gaat namelijk
niet alleen over deze deal; het gaat over de hele begroting. Die wordt nu mogelijk
gemaakt door deze deal.
Dan over de inhoud van deze wijziging. Ja, wij zijn ook voor het structureel herstellen
van de bni-koppeling. Die bni-koppeling komt wel elk jaar terug. Die wordt nu voor
één jaar hersteld. Waar komt het geld vandaan om het eenmalig, voor dit jaar, te betalen?
Uit 2028, 2029 en 2031. Daar ontstaat dus een gat in de begroting van deze Minister.
Daar ontstaat een gat in het geld dat gereserveerd is voor ontwikkelingssamenwerking.
We hoorden de VVD net al zeggen: dat gat gaan we niet vullen. Dan krijgen we dus een
probleem met de begrotingen van Ontwikkelingssamenwerking in de komende jaren. Hoe
kijkt de Minister daarnaar? Waar komt dat geld vandaan? Betekent geld weghalen uit
2031, als het kabinet er zelfs niet eens meer zit, niet dat je een toekomstig kabinet
opzadelt met problemen en dat daarmee ontwikkelingssamenwerking verder in de knel
kan komen?
Nou, dan kijken we waar het geld dan aan wordt uitgegeven. Een deel gaat naar de terugkeer
van Syriërs. Ik ben wel benieuwd hoe de Minister dat ziet. Dat moet dan blijkbaar
dit jaar allemaal nog worden uitgegeven. Hoe gaat het geld dan worden uitgegeven?
Welke terugkeerregelingen komen er? Komen er inderdaad terugkeerhubs? Hoeveel geld
uit het budget van Ontwikkelingssamenwerking gaat er straks naar terugkeerhubs in
de regio? Wist PRO ook wat ze nu steunen met dit geld? Wist PRO dat er met dit geld,
met ontwikkelingsgeld, terugkeerhubs gaan komen? Dat hoorden we de VVD net namelijk
zeggen. Er gaat geld naar Oekraïne. Dit kabinet koos er al voor om volgend jaar 419 miljoen
euro aan niet-militaire steun voor Oekraïne uit ODA-middelen te betalen, waardoor
er nog minder hulp en steun voor de armste landen overblijft. De Kamer heeft – daar
is hier eerder al aan gerefereerd – per motie van GroenLinks-PvdA, met steun van D66
en CDA, al in 2022 opgeroepen om dit niet zo te doen. PRO riep vorige maand nota bene
nog op om geld voor Oekraïne niet uit deze begroting te halen. Nu stellen dezelfde
partijen dus voor om dit extra te doen. Ik snap hier helemaal niks van, dus graag
een uitleg daarover.
Het zou goed zijn als er meer geld beschikbaar komt voor de Palestijnse gebieden,
voor Sudan, voor Libanon en voor de aanpak van ebola, maar gaat dit geld daar ook
daadwerkelijk naartoe? Zo ja, hoeveel van dit bedrag is dat dan? Met andere woorden,
als wij hiervoor stemmen, waar zeggen we dan ja tegen? Wat kan er in de toekomst niet
meer omdat daar geld wordt weggehaald? Ik vind dat we dat wel heel duidelijk moeten
weten, dus graag een antwoord.
We hebben bij de suppletoire begroting die voorligt een aantal amendementen ingediend
om bezuinigingen terug te draaien, met wel een dekking. Die ga ik ook even kort bespreken,
te beginnen met vrouwenrechten. Ondanks dat er op het eerste gezicht in deze suppletoire
begroting geld vrijkomt op de post vrouwenrechten, zien we op de lange termijn alleen
maar bezuinigingen. De post vrouwenrechten wordt op termijn zelfs helemaal geschrapt.
Ook voor de seksueel-reproductieve gezondheid en rechten blijft minder over. De rechten
en gezondheid van vrouwen lijken gewoon niet meer zo belangrijk voor dit kabinet.
Ja, als er berichten komen uit landen waar vrouwen zweepslagen krijgen, bijvoorbeeld
omdat ze de verkeerde kleding dragen, hun mond opentrekken of zijn verkracht, dan
horen we iedereen wel. Dan vinden we het allemaal heel belangrijk, met woorden, maar
dat is niet genoeg; er is ook geld nodig als we die vrouwen willen steunen.
Overal staan de gelijke rechten van vrouwen onder druk. Een aantal weken geleden was
hier in de Kamer een rondetafelgesprek, waar een aantal van de Kamerleden hier ook
bij was, over de sterk groeiende antirechtenbeweging. Deze antirechtenbeweging is
goed georganiseerd, goed gefinancierd door conservatieve groeperingen uit de Verenigde
Staten, uit Europa en ook uit het Rusland van Poetin. De effecten zijn overal zichtbaar:
in Afghanistan, in de VS, in Uganda, in Polen, in Hongarije. In Ghana zagen we vorige
week bijvoorbeeld zwaar conservatieve anti-lhbtiq-wetgeving worden doorgevoerd. Lhbti
zijn betekent daar jarenlang de cel in gaan. Er wordt een meldplicht ingevoerd om
lhbti-personen op te sporen. Dat gebeurt nu in Ghana. Vorig jaar heeft het Europees
Parlement het rapport The Next Wave gepubliceerd, waaruit blijkt dat de antirechtenbeweging
steeds meer voet aan de grond krijgt. Dat is allemaal buitenlandse beïnvloeding, hè.
In deze context moet je juist meer doen en zeker niet minder als we vrouwenrechten
en lhbti-rechten belangrijk vinden. Nee, we komen er ook niet met het mainstreamen
van gender in waterprojecten. Dat is ook heel belangrijk, maar vrouwen- en lhbti-organisaties,
die opkomen voor hun rechten, die in sommige landen enorm onder druk staan, verdienen
steun. Die mogen we niet laten zitten. Daarom hebben we hier ook een amendement voor
ingediend. Wat is de Minister bereid te doen zodat deze organisaties gesteund blijven?
Is de Minister bereid om de post vrouwenrechten niet te schrappen, maar hier, zoals
afgelopen jaren, blijvend in te investeren? Over de actualiteit: gaat de Minister
de nieuwe wetgeving in Ghana keihard veroordelen?
Voorzitter. Dan de humanitaire ruimte. Het rapport van de AIV en de CAVV genaamd Hulp
onder vuur, uit maart, onderbouwt grotendeels wat we al jaren zien. In tien jaar tijd
is het aantal hulpverleners dat jaarlijks omkomt door geweld bijna verdrievoudigd.
De humanitaire ruimte die we hebben ingericht volgens het internationaal recht, staat
enorm onder druk, met alle gevolgen van dien. Hulp wordt gecriminaliseerd, tot politiek
instrument gemaakt, onmogelijk gemaakt. We zien het in Gaza. We zien het in Sudan.
We zien het op allerlei andere plekken. We zien rapport na rapport met de heftigste
getuigenissen. We zien de aanvallen op hulpverleners. We zien de aanvallen op ambulances,
ook in Gaza. We weten allemaal nog van de hulpverleners die naast hun ambulance zijn
begraven door het Israëlische leger. Daarover vraag ik de Minister het volgende. Wanneer
komt het onafhankelijke onderzoek daarnaar? Wanneer komt de veroordeling vanuit ons
kabinet over gedode hulpverleners in Libanon? Er komen burgers, hulpverleners en journalisten
om. Waarom is deze Minister zo stil? Waarom is het hele kabinet zo stil? Wanneer gaat
deze Minister zich duidelijk uitspreken en deze aanvallen in Libanon, op Libanon veroordelen?
«Door stilte sterft de norm»: dat zijn de woorden van deze Minister. Wees dan ook
niet stil! Omdat geweld tegen hulpverleners onbestraft blijft, is er weinig om anderen
tegen te houden dit ook te doen. Door de stilte die nog steeds klinkt, ook vanuit
Nederland, is de norm al verschoven.
In april is onze motie voor een speciaal rapporteur voor humanitaire ruimte aangenomen.
We dienen ook een amendement in om hier financiële ruimte voor vrij te maken. Er is
ook extra capaciteit nodig voor systematische monitoring van en advisering over aanvallen
tegen zorg- en hulpverleners in situaties van een gewapend conflict, als basis voor
een versterkte inzet voor normherstel van het internationaal humanitair recht. Is
de Minister bereid zich daarvoor in te zetten, zodat die extra capaciteit er komt?
Tot slot de medische evacuaties van Palestijnse kinderen die doodziek of zwaargewond
zijn. Er sterven kinderen op de wachtlijst. Er sterven kinderen uit Gaza die al medisch
zijn geëvacueerd naar de regio, omdat daar onvoldoende medische capaciteit is. Kinderen
uit Gaza die zijn geëvacueerd naar een wachtkamer in de regio, om daar alsnog te sterven,
dat kan toch niet de bedoeling zijn? Dat mag toch ook niet de conclusie zijn? De Minister
zou aan de slag gaan met de kinderen die al medisch zijn geëvacueerd naar de regio
om daar in de wachtkamer te blijven zitten totdat ze eindelijk een keer hulp krijgen,
totdat het te laat is.
Dank aan de Minister voor de beantwoording van de schriftelijke vragen daarover, die
we gisteren hebben ontvangen. We wachten echter al sinds november op het besluit om
zieke of gewonde Gazaanse kinderen medisch te evacueren. We wachten tot dat besluit
verder wordt uitgevoerd. Het is echt onzorgvuldig en onmenselijk dat het zo lang duurt.
Waar wacht deze Minister nog op? Welke informatie is nog nodig? Kunnen we in ieder
geval wel voor het reces uitsluitsel hierover krijgen?
Ik had nog meer voorbereid, maar gezien alle actualiteiten en alle deals die we ook
moeten bespreken, laat ik het hier even bij.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Ik kijk om me heen. Ik zie geen interrupties. Dan zou ik
heel graag door willen naar de heer Dassen.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Een rommelig proces: we kunnen niet anders concluderen. Gisteren
mochten we via de media vernemen dat er een dag voor het uitgestelde WGO een deal
bereikt is tussen PRO en het kabinet, waarbij er geld gevonden is om de begroting
dit jaar met 380 miljoen aan te vullen. Dat is goed nieuws, in de kern. Tenminste,
«aanvullen» is hier wellicht de verkeerde term, aangezien het geld niet toegevoegd
lijkt te worden, maar er een kasschuif plaatsvindt. Zelfs uit het jaar 2031 wordt
er geld naar voren gehaald. Daarmee haalt het kabinet dus geld uit het laatje van
een volgend kabinet. Vandaag het zoet, morgen de gaatjes, maar dan is er geen geld
meer voor de vulling. In de deal met GroenLinks-PvdA is nog altijd onduidelijk wat
naar voren geschoven middelen dit jaar precies gaan betekenen en waar ze moeten landen.
In de media waren hier conflicterende berichten over. Mevrouw Dobbe verwoordde het
net al heel mooi met haar referentie naar de liveblog die er gisteravond over bijgehouden
werd.
Ook in de brief van het kabinet van vandaag is er nog weinig verduidelijking over
waar het geld nou precies aan uitgegeven wordt. We kregen die ook pas twee minuten
nadat het debat eigenlijk had moeten aanvangen. Waarom heeft het kabinet zo lang gewacht
met de brief naar deze Kamer sturen, aangezien die uiteindelijk twee kantjes besloeg
en alle kranten gisteren al op de hoogte waren van deze bedragen? Zal de Minister
dit gat tegen de augustusbesluitvorming weer kunnen dichten? Krijgt hij dan ruimte
van de Minister van Financiën? We lezen namelijk dat het in deze begroting gedekt
zou moeten worden, omdat andere Ministers anders in de rij zouden staan omdat ze dan
ook extra geld zouden willen. Daarbij zit wel een zorg voor mijn fractie. We hebben
nu wat zoet, maar straks kunnen we de gaatjes dus niet vullen.
Waar gaat het geld nou naartoe? Zal ook een deel van het geld naar de wederopbouw
van Palestina gaan? Graag zou ik van de Minister willen horen wat voor financiële
en logistieke problemen dit de komende jaren zal veroorzaken bij hulporganisaties
als het geld bij de komende Miljoenennota niet aangevuld zal worden. Waarom wordt
dit probleem doorgeschoven naar volgende jaren en zelfs naar een volgend kabinet?
Is de Minister van mening dat dit op de lange termijn een goede manier is om een structurele
financiering te verzekeren? «Structureel» is hierbij een kernwoord, want we kunnen
niet blijven draaien op dit dossier. We leven in een tijd van alarmerende verdeeldheid,
niet alleen in ons eigen land, maar wereldwijd. Oorlogen, genocide, armoede en ziekten
plagen een groot deel van deze planeet. Dat legt een grote verantwoordelijkheid op
ook onze schouders. De oude pilaren van de internationale samenwerking hebben ons
hierbij lang gesteund, maar die zijn er niet meer. Waar we vandaag over spreken, heeft
dus veel gewicht.
Daarom stoor ik me aan de rommeligheid van dit proces. Dat gaat me niet alleen over
wat er is afgesproken met betrekking tot de begroting, maar ook over de afspraken
daaromheen. Zoals collega’s net al aangaven, hebben we tijdens dit debat vernomen
dat de middelen voor het jaar 2026 leunen op een schaduwdeal tussen de VVD en D66.
De VVD mag nu een nare wet, strafbaarstelling terrorismeverheerlijking, invoeren.
Ook al klinkt dat misschien abstract: in Hongarije werden zulke wetten gebruikt om
oppositiegeluiden monddood te maken. Die zorgen leven ook hier in de samenleving breed
als het gaat om deze wet. We weten dat D66 hier altijd fel tegen is geweest. Blijkbaar
was dus ook de afspraak gemaakt in de formatie dat dit niet ingediend zou worden,
maar blijkbaar is dat nu weer teruggetrokken. Is de Minister hierbij betrokken geweest
of is dit een deal in de coalitie buiten het kabinet om? De ene waarde inruilen voor
de andere is in mijn ogen niet de beste manier van goed besturen.
Voorzitter. Hoewel we blij zijn dat er dit jaar geld bij komt, is deze kwestie nog
verre van opgelost. Het nu voorliggende voorstel is namelijk een beetje een sigaar
uit eigen doos. Ja, het maatschappelijk middenveld heeft als gevolg van de vorige
bezuinigingen dit jaar geld nodig, maar ze gaan dat ook de komende jaren nodig hebben:
2027, 2028 en zelfs tot in 2031. Waar daar nu de gaten in worden geslagen, zullen
die gaten uiteindelijk gedicht moeten worden. Sterker nog, er zal dan ook extra geld
nodig zijn.
Een kasschuif uit volgende jaren, nog geen koppeling met het bni en een coalitie die
intern verscheurd lijkt over de koers van een erg belangrijke begroting. Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking is relevanter dan ooit, juist ook omdat we zien
dat de Verenigde Staten zich terugtrekken. Er ligt dus nu ook een noodzaak, maar ook
een kans, voor Europa om die plek in te nemen. Vanuit die plek kunnen we onze waarden
op een internationaal podium uitdragen en ervoor zorgen dat we de wereld helpen opbouwen
te midden van alle ellende die nu plaatsvindt. We kunnen ons deze onduidelijkheid
niet veroorloven, want het gaat over mensenlevens. Kan de Minister concreet vertellen
wat de eensgezinde visie van het kabinet gaat zijn op de ontwikkelingshulp in de komende
jaren?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik herken wat de heer Dassen schetst, namelijk dat maatschappelijke organisaties zeggen
dat er zo veel aan de hand is in de wereld, in 2026, dat er nu meer geld voor humanitaire
hulp nodig is. De heer Dassen schetste dat dit drukt op de begroting in 2027 en dat
er dan minder geld beschikbaar is. Maar het gaat dus om geld van buiten deze kabinetsperiode.
In deze kabinetsperiode komt er geld bij, namelijk in 2026, en het geld voor Oekraïne
komt bij Financiën vandaan. Dat drukt ook in die zin niet op de BHO-begroting. Ziet
de heer Dassen dit?
De heer Dassen (Volt):
Ik zie een heleboel kasschuiven, ook bij de begroting van Buitenlandse Zaken. Ik zie
dat er geld naar voren wordt gehaald voor Oekraïne. Dat zie ik in ieder geval. Ik
zie ook dat er structureel geen geld bij komt. Dat is ook de kern van mijn betoog.
Op de korte termijn krijgen we wat zoet, maar straks hebben we nog steeds een groot
probleem, namelijk dat er geen aanvulling is op de langere termijn. Ook als ik kijk
waar het geld vandaan komt, gaat dat ook weer over verschuiving van gelden voor het
agressietribunaal, waar we gisteren nog een debat over hadden en waar ook de fractie
van PRO extra aandacht voor heeft gevraagd. Zij vroeg of daar ruimte voor is en wat
de stappen daarin zijn. Dan maak ik mij zorgen over waar het geld vandaan komt.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
We bespreken vandaag dat dit geen structurele oplossing is, dat het dus inderdaad
voor dit jaar de mogelijkheid biedt om meer geld uit te geven aan humanitaire hulp,
aan de ongelofelijke crisis in de wereld. Daar gaat dit over. Alleen, ik sloeg er
even op aan dat het drukt op de ontwikkelingssamenwerking voor de komende jaren. Het
gaat dus om geld van buiten deze kabinetsperiode, dat voor dit jaar ingezet wordt.
Ik probeer te achterhalen of de heer Dassen dat ziet.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb net al een paar keer 2031 genoemd. Dat zie ik ook in de tabel staan. Daar moet
dat geld vandaan komen. Dat is buiten deze kabinetsperiode, maar het is natuurlijk
wel geld dat uit de toekomst gehaald wordt. Die zorg heb ik dus nog steeds. We kunnen
zeggen dat het geld uit 2050 wordt gehaald, maar dat betekent niet dat we in de toekomst
geen probleem hebben. Ik hoop dat mevrouw Kröger daar niet aan voorbij wil gaan. Volgens
mij halen we iets naar voren. Dat is nu heel fijn. Dat heb ik ook in mijn betoog aangegeven.
Ik ben daar blij om. Maar dat betekent niet dat we het probleem hebben opgelost, want
het probleem ligt in de toekomst; daar is een gat in geschoten. Ik heb het ook gevraagd
aan de Minister. Je schuift het zelfs door naar een volgend kabinet. Dat is wel een
zorg die ik heb, die ik eerder ook al heb aangegeven. Het is geen houdbare situatie
om te denken: we halen het uit de toekomst en we vullen er dit jaar een gat mee. Dat
is op de korte termijn heel creatief en fijn, maar op de lange termijn helpt dit natuurlijk
totaal niet.
De voorzitter:
Oké. De heer Dassen vervolgt zijn betoog.
De heer Dassen (Volt):
Even kijken, hoor. Daarnaast zijn de PVV-bezuinigingen met deze eenmalige geldinjectie
niet teruggedraaid. Er zijn voor de komende jaren dus fors minder middelen voor het
ODA-budget, waaronder de Afrikastrategie, die onder Rutte IV is ingevoerd. Daar waren
vorig jaar ook al zorgen over, maar met deze additionele middelen lijken daar zelfs
nog extra zorgen over te zijn. Hoe gaan de bezuinigingen van het huidige kabinet de
Afrikastrategie verder raken? Hoe kan Nederland zich volgens de Minister inzetten
voor een gelijkwaardig partnerschap tussen de Europese Unie en Afrika als er simpelweg
geen budgettaire ruimte meer voor is?
Ook hebben we zorgen over de wereldwijde kloof tussen onderwijs en de arbeidsmarkt.
Er is een tekort aan gerichte investeringen in beroepsvaardigheden die aantoonbaar
kosteneffectief zijn en een hoog maatschappelijk rendement opleveren. Nederland draagt
op dit moment bij aan het tekort. Dat is dubbel spijtig, juist omdat Europa kan profiteren
van een verbeterde handelsrelatie met deze gebieden als gevolg van een sterkere industrie.
Jaarlijks betreden zo’n 10 miljoen jongeren de arbeidsmarkt zonder perspectief op
fatsoenlijk werk. Investeren in jeugdwerkgelegenheid biedt jongeren toekomstperspectief
in hun eigen regio. Dat draagt bij aan de stabiliteit en veiligheid, en ook aan Nederlandse
handelsbelangen. Is de Minister voornemens om in de komende Miljoenennota meer aandacht
te besteden aan gerichte beroepsopleidingen?
Voorzitter. Zoals ik al een aantal keer heb benoemd in mijn inbreng, is het een absolute
noodzaak dat wij gaan investeren in ontwikkelingssamenwerking. De wereld staat in
brand en wij moeten onze verantwoordelijkheid nemen om bij te dragen aan het blussen
van die brandhaarden. De retoriek van een groot gedeelte van de Kamer is dat investeren
in ontwikkelingssamenwerking Nederland niets oplevert. Die retoriek is kortzichtig
en doet geen recht aan hetgeen deze Minister hopelijk probeert te bereiken. Het is
in ons belang om ervoor te zorgen dat we onderdeel zijn van de wereld, dat we die
helpen opbouwen in plaats van onze ogen sluiten voor het leed, dat we sterke relaties
houden en dat we grip houden op de koers van de internationale gemeenschap. Dat is
goed voor onze economie, voor onze rol in de wereld en uiteindelijk ook voor de stabiliteit
waar we allemaal naar verlangen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties. Dan ga ik graag door naar de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Als Thorbecke, onze Thorbecke, zou zien wat hier vandaag allemaal gebeurt,
wat voor gekonkel er is geweest in de achterkamertjes en hoe wij omgaan met de Eerste
Kamer, dan zou hij zich letterlijk omdraaien in zijn graf, niet omdat hij schrikt
van hoe de Eerste Kamer zich opstelt, maar vooral omdat het bevestigt waar hij altijd
bang voor is geweest, namelijk dat het een overbodig orgaan is dat geen doel heeft
en dus ook geen grond heeft. Dat zijn de woorden van Thorbecke uit 1848. Diezelfde
Eerste Kamer is gewoon keiharde politiek aan het bedrijven, ten koste van de Nederlander.
Er gaan dit jaar namelijk weer honderden miljoenen extra richting het buitenland.
Deze staatsrechtelijke gekkigheid wordt door het kabinet witgewassen. Opnieuw belazert
deze Minister ons als Kamer. Nog geen paar weken geleden werd deze Minister door de
Kamer onderuit geschoffeld omdat hij de Kamer belazerde door toch meer geld voor UNRWA
uit te trekken. Die kritiek was natuurlijk terecht. Als je als Minister iets belooft,
moet je dat ook nakomen. Deze Minister beloofde om het bedrag voor de aan Hamas gelieerde
UNRWA te verlagen. Hij wachtte totdat de Tweede Kamer had ingestemd met de begroting,
brak die belofte vervolgens als een dief in de nacht en ging op schoot zitten bij
Jesse en bij Kati. Een vos is nog minder sluw.
Voorzitter. Er gaat nu dus alsnog meer geld naar UNRWA. De schaduwdeal van de VVD
en D66 is langzaam een beetje naar buiten aan het lekken. We weten inmiddels dat ze
als deal hebben gesloten dat ze bijvoorbeeld Hamasvlaggen kunnen verbieden. We geven
dus aan de ene kant miljoenen euro’s extra uit aan een aan Hamas gelieerde organisatie,
namelijk UNRWA, maar tegelijkertijd wil de VVD precies die vlag verbieden. Hebben
we dan wat? Nee dus.
Voorzitter. Nu toont de Minister zich weer van zijn meest valse kant, en niet alleen
richting de Tweede Kamer. Het masker valt nu echt af voor heel Nederland. Er gaat
380 miljoen euro naar Syrië, naar Oekraïne, naar Gaza, naar de vrienden van Progressief
Nederland, en weer niet naar de Nederlander. Die heeft alweer het nakijken, alweer.
Ik kan er zo ongelofelijk boos om worden. Tegen de Nederlander die moet kromliggen
bij de pomp, tegen de Nederlander die zijn boodschappen niet meer kan betalen en zijn
energierekening ziet stijgen, wordt telkens gezegd: er is geen geld; er is geen geld.
Maar er is dus wel geld! Alleen niet voor de Nederlander. Nee, er is geld voor Gaza,
voor Syrië, voor Afrika. Overal is geld voor, behalve voor de Nederlander. Voor wie
zit de Minister hier? Zit de Minister hier voor het Midden-Oosten, voor Afrika of
voor Nederland?
Voorzitter. Onze fractie doorzag deze spelletjes direct. Daarom hebben we deze hele
begroting linea recta naar de prullenbak verwezen. Wij zien namelijk precies wat hier
gebeurt: we zijn het landsbestuur aan het verliezen aan de grillen van links. Dat
is natuurlijk ook de vraag: wie is hier nu eigenlijk aan het regeren? De vakbonden
hebben het kabinet in de tang als het gaat om de miljardenbezuinigingen op de sociale
zekerheid. Wie zit er achter de vakbonden? Dat is de oud-voorzitter van de PvdA, Hans
Spekman. Wie probeert er partijen kapot te maken met onzin door de route over links
exclusief te maken? Dat is de fractievoorzitter van mevrouw Kröger, Jesse Klaver.
Wie misbruikt de Eerste Kamer nu om zo zijn zin door te drijven? Dat is opnieuw Progressief
Nederland. Het is niet de fractievoorzitter uit de Eerste Kamer die deze deal heeft
gesloten. Nee, de fractievoorzitter uit de Tweede Kamer heeft deze deal gesloten.
Het is een grote staatsrechtelijke chaos. Deze club heeft dit kabinet bij de ballen
en de VVD laat het gebeuren. De VVD is officieel ingeruild voor GroenLinks als coalitiepartner.
We staan erbij en we kijken ernaar. Ik roep de VVD op om een rode lijn te trekken,
om te zeggen: beste Rob, zo zijn wij niet getrouwd.
Nederland stemde centrumrechts, en wat krijgen we keer op keer? Links, omdat we met
z’n allen in de valse politiek van GroenLinks-PvdA trappen. Het is valse politiek
verpakt in mooie woorden. Dat is wat hier gebeurt. Alsof het de normaalste zaak van
de wereld is dat een Minister nog honderden miljoenen euro’s gaat overmaken naar het
buitenland, omdat Jesse zijn trouwe hulphonden in de Eerste Kamer niet meer laat blaffen,
maar laat bijten als hij dat niet doet. Dit heeft niets meer te maken met het besturen
van een land. We zijn net een stel kleine kinderen die bereid zijn hun hele slaapkamer
te slopen als ze hun zin niet krijgen, terwijl diezelfde fractie staatsrechtelijk
gezien maar één taak heeft: checken of die wet juist in elkaar zit. Echt, waar zijn
we toch in hemelsnaam mee bezig met elkaar?
Om terug te komen op Thorbecke, ik zeg u één ding: zo heeft hij onze democratie niet
bedoeld. Hij ging er natuurlijk van uit dat politici zich niet zouden verhouden tot
de smerige spelletjes die keer op keer hier in dit huis worden gespeeld. Maar goed,
tijden veranderen blijkbaar. Dan moeten we er dus ook rigoureuze maatregelen tegenover
stellen. Sinds wanneer heeft de Eerste Kamer het recht van amendement? Waarom geeft
het kabinet het precedent af dat de Eerste Kamer het recht van amendement alsnog via
een omweg kan regelen? Ons hele systeem is failliet als we op deze manier politiek
gaan bedrijven. Als we nu openlijk erkennen dat de Eerste Kamer gewoon een dependance
blijkt te zijn van de Tweede Kamer, dan kunnen we haar dus net zo goed afschaffen.
Want heel eerlijk? Nederland is deze spelletjes echt meer dan zat. De enigen die hier
voordeel bij hebben, zijn de mensen in het buitenland, niet de Nederlanders. We moeten
verdorie de problemen van de mensen hier in Nederland gaan oplossen. Maar nee, we
maken het ons hier moeilijk, omdat we het onszelf zo graag heel erg moeilijk maken.
Wat gebeurt er uiteindelijk voor Nederland? Helemaal geen zak. Er gebeurt helemaal
geen zak voor Nederland. Ik hoop dat kiezers dat gaan zien. Ik hoop dat de kiezers
gaan denken: en nu is het potverdrie een keer afgelopen! Ik hoop dat ze zeggen: we
stemmen op een partij die stopt met het spelen van deze verschrikkelijke politieke
spelletjes, die zegt waar het op staat en die gewoon de problemen van de Nederlander
wil oplossen. Ik zeg u één ding: met mensen zoals Minister Sjoerdsma en fracties zoals
die van GroenLinks weten we één ding zeker, namelijk dat ons land nog veel en veel
verder naar de gallemieze gaat.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Ik hoorde dat de heer Heutink boos was, dus ik dacht: laat ik nou helemaal aan het
eind mijn inhoudelijke interruptie plaatsen. Ik heb altijd geleerd dat dat het beste
moment is, want dan zijn mensen al wat rustiger. Natuurlijk deel ik uw analyse niet,
maar ik wil iets zeggen over de scherpe opmerking die u maakte over UNRWA en dat hier
staat dat er alweer geld aan wordt toegevoegd. Ik heb het nog even nagelezen. Ik lees
dat hier namelijk niet in. Ik heb wel een wens gehoord vanuit PRO om dat te doen.
Maar volgens mij is de status nog steeds dezelfde en dat is dat deze Minister in het
najaar met een verantwoording komt, om te kijken welke stappen daar nog in gezet zouden
kunnen worden. Ik weet niet of de heer Heutink dat anders ziet?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik zie dat wij in de Tweede Kamer de begroting van Buitenlandse Handel hebben behandeld
en dat JA21 en de SGP vervolgens voor die begroting hebben gestemd, omdat zij ervan
uit mochten gaan dat het bedrag voor UNRWA omlaag zou gaan, dat de amendementen daarover
zouden worden aangenomen en dat de amendementen om het bedrag te verhogen zouden worden
verworpen. Dat is wat er gebeurd is. Feit is dat de Tweede Kamer ervan uit is gegaan
dat er geen extra geld naar UNRWA zou gaan. Vervolgens hebben we allemaal gezien wat
er gebeurde. Het was volgens mij – ik heb de tijdlijn hier bij me – nog geen paar
dagen nadat de Tweede Kamer de begroting had aangenomen dat we werden verrast door
de Minister met het bericht dat er toch extra geld naartoe zou gaan, namelijk 8 miljoen
euro. We zijn gewoon gepiepeld. Er gaat straks gewoon extra geld naar UNRWA. De heer
Verkuijlen van de VVD kan zijn kop wel in het zand steken en zeggen: zo’n vaart zal
het niet lopen. Maar ik zeg u, meneer Verkuijlen, via de voorzitter: dat gaat gewoon
gebeuren. Zolang u zich laat leiden door GroenLinks, zolang u zich laat gijzelen door
de politieke spelletjes van GroenLinks-PvdA, gaat het gewoon de verkeerde kant op
met dit land.
De heer Verkuijlen (VVD):
Ik kom weer even terug op de status die de verhoging van de gelden voor UNRWA heeft.
Volgens mij heeft deze Minister toegezegd om daar in het najaar op terug te komen
en het dan aan deze Kamer voor te leggen. Er is op dit moment dus nergens mee ingestemd.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoor geen vraag.
De voorzitter:
Als er verder geen andere interrupties zijn, dan zijn we aan het einde gekomen van
de eerste termijn van de Kamer. Ik kijk even hoeveel tijd de Minister nodig heeft.
Wellicht wil de Minister ook reageren op de twee informatieverzoeken die ik in ieder
geval heb gehoord.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, ik denk in alle eerlijkheid dat ik twintig minuten nodig heb, plus vijf
minuten om te lopen. We zullen er even voor zorgen dat het briefje dat gevraagd is
in deze pauze zal komen.
De voorzitter:
Dank. Dan wil ik graag schorsen tot 16.30 uur.
De vergadering wordt van 16.07 uur tot 16.34 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag. We hebben zojuist de eerste termijn van de Kamer gehad. We komen nu aan
bij de eerste termijn van de Minister.
Ik zie een voorstel van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. We hebben net een brief gehad van het kabinet over de relatie tussen de
deal die gemaakt is tussen het kabinet en GroenLinks-PvdA en de deal die, zo lazen
we in de krant, gemaakt zou zijn tussen de VVD en D66. Het kabinet schrijft dat die
daar geen onderdeel van is. Maar het is mij nog onduidelijk of er überhaupt een deal
ís tussen de VVD en D66 die daar wel raakvlakken mee heeft. Ik snap best dat die daar
op onderdelen misschien niet bij hoort, maar ik wil wel weten of er een deal is die
hier raakvlakken mee heeft.
De voorzitter:
Ik hoor geen ordevoorstel, maar juist een vraag. Volgens mij kan die vraag zo direct
goed beantwoord worden. Ik hoor in ieder geval een vraag, maar geen ordevoorstel,
meneer Heutink. Ik zou graag door willen gaan naar de termijn, maar ik geef u wel
de gelegenheid om nog een ordevoorstel te doen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We hebben al een ordevoorstel gedaan, namelijk dat we een brief willen ontvangen met
de deal tussen de VVD en D66 zoals die is opgeschreven. We hebben niet gevraagd om
een brief over de relatie tussen de deal van de VVD en D66 en de deal van PRO. Ik
wil gewoon weten wat er is afgesproken.
De voorzitter:
Ik hoor de heer Heutink dit zeggen, maar volgens mij heeft u een brief ontvangen.
Ik zou graag willen beginnen aan de eerste termijn van de Minister. Er zijn heel veel
vragen gesteld, dus ik zou daar gewoon graag mee willen beginnen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik weet ook wel hoe het hier werkt. We lopen uit qua tijd en al die dingen. Ik kan
het dus wel nog een keer herhalen, maar die brief krijgen we toch niet. Ik zou het
wel fijn vinden als er vanuit het kabinet een brief komt over de inhoud van die deal.
Dat hoeft niet per se binnen nu en drie minuten, maar er moet wel een inhoudelijkere
brief komen. Wat is er afgesproken, ook op het terrein van JenV, en hoe is dat te
relateren aan deze begroting?
De voorzitter:
Dank daarvoor. Volgens mij is dit een vraag die de Minister zo direct kan beantwoorden.
Dan wil ik nu toch doorgaan naar de eerste termijn van de Minister.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank. Dank aan de leden voor de gestelde vragen. Ik denk dat we vandaag
een grote stap vooruit zetten; dat heb ik buiten de vergadering net ook gezegd. Het
is een grote stap vooruit, omdat we in totaal een ruime 400 miljoen toevoegen aan
deze begroting. Dat is voor een heel groot en belangrijk deel te danken aan de constructieve
opstelling van PRO. Dat betekent de facto dat er boven op de 108 miljoen die het kabinet
zelf al in de suppletoire begroting had vrijgemaakt, 108 miljoen die gaat naar onder
andere klimaat, handel en economie en vrouwenrechten, maar ook naar veiligheid en
democratie, nog 378 miljoen wordt vrijgemaakt. Daarvan is 200 miljoen afkomstig uit
2031 en is 178 miljoen afkomstig uit 2028 en 2029. Die 200 miljoen betreft inderdaad
ODA-geld uit de eerstvolgende kabinetsperiode. Het is goed om te onthouden dat ook
in dat jaar de intensivering van dit kabinet geldt, namelijk 257 miljoen euro per
jaar, dus dat ook met deze kasschuif er extra geld op die begroting voor 2031 staat.
De 178 is inderdaad een kasschuif ten aanzien van de non-militaire Oekraïnegelden,
waarvan het kabinet in het coalitieakkoord ook helder heeft gezegd dat er onverminderde
steun voor is en dat we bij het maken van de begroting voor 2028 zullen moeten bezien
hoe we daarmee omgaan.
Waarom is dit nu zo belangrijk? Ik zou kunnen zeggen dat het belangrijk is voor mijn
begroting, maar het is, denk ik, het allerbelangrijkst voor het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking
en handel. Misschien is het nog wel belangrijker gelet op het tijdsgewricht waarin
wij ons bevinden. Als je kijkt naar de uitdagingen waar de wereld ons voor stelt ...
Laat ik Oekraïne even als voorbeeld nemen, onze belangrijkste bondgenoot op het gebied
van veiligheid op dit continent. Je ziet dat Oekraïne op dit moment het momentum heeft.
Je ziet dat Oekraïne een extra steun in de rug nodig heeft. Met het naar voren halen
van dit geld kan dat.
Twee: we zien ook dat de gevolgen van de Irancrisis echt enorm zijn. Ik sprak de afgelopen
weken met de chefs van de belangrijkste coördinerende hulporganisaties van de VN en
zij hebben het over een perfect storm: een moment waarop de noden in de wereld zo
hoog zijn, steeds hoger zijn, misschien wel hoger dan ooit, en de hulpgelden lager
dan ooit zijn. Er is een enorme, enórme bezuiniging gaande. In deze uitdaging doet
Nederland dankzij deze deal, dankzij de opstelling van PRO, een enorme stap naar voren
om ervoor te zorgen dat we een aantal dingen kunnen doen als het gaat over de Irancrisis.
We kunnen voor 100 miljoen euro aan extra noodhulp uittrekken. Dat is echt, echt cruciaal.
Deze noodhulp gaan we bieden in de allerkwetsbaarste gebieden, aan de allerkwetsbaarste
mensen. U kunt dan denken aan Sudan, aan Afghanistan, aan de Rohingya, aan de Palestijnse
gebieden, aan Libanon. U kent allemaal de brandhaarden waar de nood het hoogst is.
Waar we het gaan uitgeven, wordt voor het belangrijkste deel natuurlijk bepaald door
de maatschappelijke organisaties en de VN-organisaties. We hebben in Nederland de
goede afspraak dat deze organisaties, die op de grond werken, beter dan wij weten
waar de nood het hoogst is. Dus op die manier zullen we ook blijven werken.
Hetzelfde geldt voor opvang in de regio. Deze vijf chefs van de ontwikkelingsorganisaties
vertelden mij ook dat zij iets zien wat ze nog niet eerder hebben gezien, namelijk
dat mensen op de vlucht slaan in aantallen die ongehoord zijn. Zij bewegen dus niet
alleen maar binnen landen, maar steken ook landsgrenzen over, vaak meerdere landsgrenzen
op dit moment. Ze vinden Somalivluchtelingen in Libië en Rohingya’s een aantal landen
verderop. Hun waarschuwing is: als we niet aan opvang in de regio gaan doen, gaat
dat leiden tot hele grote migratiestromen. Dus ook dat kunnen we doen met dit geld.
Ten derde noem ik de 27 miljoen naar ebola en gezondheid. Daar zijn ook een aantal
vragen over gesteld, waar ik later op terug zal komen, maar evident is dat het terugtrekken
van USAID uit onder andere de DRC leidt tot hele grote problemen in de mondiale gezondheidszorg
en tot het niet goed kunnen tegengaan van een epidemie als ebola. Het is evident dat
daar extra hulp nodig is.
Tot slot, maar zeker niet last but not least, Syrië. Daarvan is het ongelofelijk belangrijk
dat wij daar met wederopbouwgelden werken aan stabiliteit, zodat terugkeer ook weer
mogelijk wordt. Dat is niet alleen in het belang van het land Syrië, want dat heeft
dringend behoefte aan capaciteit, maar ook het belang van Syriërs zelf die zouden
willen terugkeren naar hun land. De vrijwillige terugkeer kan daarvan profiteren.
Maar dat kan natuurlijk alleen maar op het moment dat je er ook voor zorgt dat de
omstandigheden daar goed zijn. Daar is dat geld voor bedoeld.
Dat wat betreft die 200 miljoen euro en de 178 miljoen voor Oekraïne. Dan hebben we
nog de 108 miljoen uit de suppletoire begroting, die naar klimaat, vrouwenrechten,
het handelsinstrumentarium, veiligheid en democratie gaat. Dat brengt met elkaar met
zich mee dat we aan deze begroting 2026 ten aanzien van de vorige versie hiervan,
van het kabinet-Schoof, meer dan 400 miljoen toevoegen. Dat komt inderdaad neer op
– een aantal van u vroegen hiernaar – het incidenteel herstel, dus alleen voor dit
jaar, van de koppeling. Het is namelijk het geld dat anders aan de begroting zou zijn
toegevoegd als we wel de 0,7 nog zouden hebben gehad. Dat gezegd hebbende, de koppeling
van de 0,7 geldt niet formeel, maar het is een incidenteel herstel. De bni-koppeling
die het kabinet heeft, zal gelden voor de navolgende jaren.
Ik heb ook de oproep van enkelen van u gehoord dat het juni is en dat het hoog tijd
is om met dit geld aan de slag te gaan. Dat is natuurlijk ook zo. Om aan de slag te
gaan met dit geld is het wel heel belangrijk dat de begroting door de Eerste Kamer
komt. Dat zorgt namelijk dat niet alleen dit geld, noodhulpgeld, opvang in de regio,
ebola en Syrië, maar ook ander geld, zoals het kader voor het maatschappelijk middenveld,
ander noodhulpgeld en het bedrijfsleveninstrumentarium, kan worden uitgegeven. Dat
is echt cruciaal. Ik ben het met u eens: het is cruciaal dat er tempo wordt gemaakt
en dat er snel stappen worden gezet.
Mevrouw Dobbe vroeg net om meer informatie hierover. We hebben deze brief over deze
deal geprobeerd zo snel als mogelijk te sturen. Het ligt een beetje in de aard van
dit soort deals, zeg ik in alle eerlijkheid, dat je ze eerst sluit en dat er dan pas
de mogelijkheid is om de Kamer te informeren. We kunnen niet de Kamer informeren voordat
we een deal sluiten. Ik snap de ergernis daarover. Tegelijkertijd is het heel lastig
voor een kabinet om zo’n deal te sluiten en dan meteen daarover te communiceren. We
hebben dat geprobeerd de dag erna dat zo snel mogelijk te doen. Maar ik begrijp heel
goed dat mevrouw Dobbe nadere informatie zou willen hebben over de besteding. Dat
zal denk ik ook gelden voor een groot deel van uw Kamer. Dat betekent dat – dat zal
u niet verbazen – wij in navolging op deze brief uiteraard ook nog een nota van wijziging
zullen sturen, om ervoor te zorgen dat de kasschuiven die vervat zijn in deze deal
ook netjes in de suppletoire begroting worden vervat.
Dat was bij wijze van introductie. Zal ik misschien nog kort zeggen welke blokjes
er komen om de Kamerleden ter wille te zijn, zodat zij weten waar hun vragen terugkomen?
Ik denk dat dat wellicht nuttig is.
De voorzitter:
Dat is goed.
Minister Sjoerdsma:
Ik heb een aantal vragen over de deal en een zeer beperkt aantal vragen over de eerste
suppletoire begroting. Ik heb wat vragen over migratie en terugkeer, wat vragen over
verschillende conflictgebieden en dan tot slot vragen over het bedrijfsleven en grondstoffen.
De voorzitter:
Dan is er een interruptie vanuit de heer Heutink. Laten we weer beginnen met vier
interrupties.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik weet werkelijk niet wat ik meemaak. We hebben een Minister en een kabinet die koehandel
hebben bedreven met GroenLinks-PvdA om een begroting te redden, omdat die anders namelijk
gewoon zou sneuvelen in de senaat. De Minister loopt dit hier nu gewoon te verkopen
als een groot succes. «Kijk eens wat ik allemaal geregeld heb!» Het wordt nog erger,
want hij koppelt het zelfs aan de constructieve houding van GroenLinks-PvdA. Als het
kabinet werkelijk vindt dat het dreigen met het opblazen van een begroting in de senaat,
wat staatsrechtelijk volledig onjuist is, een constructieve houding is en als dat
de wijze is waarop het kabinet wil samenwerken, zeg ik heel eerlijk: waar zijn we
in hemelsnaam met elkaar mee bezig? Dit is toch allesbehalve constructief?
Minister Sjoerdsma:
Ik heb hierbuiten ook gezegd dat ik dit een voorbeeld vond van hoe je dit soort dingen
kan doen. Ik bedoel daarmee dat het eigenlijk gaat om twee zaken. Eén: de bereidheid
om een compromis te sluiten om iets wat nog niet volmaakt is beter te maken. Ik kan
er alleen maar waardering voor hebben wanneer oppositiepartijen naar voren stappen
en zeggen: ik ben best bereid om medeverantwoordelijkheid te nemen en om niet alles
te krijgen wat ik wil, als we een goede stap zetten in de richting van wat ik wel
wil. Twee: het is heel belangrijk om in de gaten te houden wat er buiten Nederland
gebeurt. Ik vind dat cruciaal en proefde dat ook breed in uw Kamer vandaag.
Ik heb uw partij vandaag horen betogen dat dit geld allemaal verspild geld zou zijn.
Ik zou durven beweren dat Nederland een morele plicht heeft om de allerarmsten te
hulp te komen, zeker als het gaat over zeer ingewikkelde situaties. Maar ik zou ook
zeggen: het is echt daadwerkelijk in het Nederlands belang. Ik hoor uw partij weleens
over het voorkómen van migratiestromen. Ik kan u één ding zeggen: als landen als Nederland
niet investeren in noodhulp en niet investeren in programma’s als opvang in de regio,
dan voorspellen die hulporganisaties dat er grote migratiestromen gaan komen. Als
die er komen, weten we allemaal waar ze heen gaan. Ik denk dus ook dat het Nederlands
belang vooropstaat in deze deal.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als we het dan toch hebben over het Nederlands belang en over geld uitgeven aan het
buitenland: de mensen thuis hier in Nederland, die hun bankrekening zien leeglopen
aan de pomp en de boodschappen niet meer kunnen betalen, hebben er helemaal niets
aan als dat geld over hun landsgrenzen verdwijnt. Geld dat eenmaal is uitgegeven,
kunnen we namelijk niet meer hier in Nederland uitgeven. Dat is de realiteit.
Ik wil nog even terugkomen op de opmerkingen van de Minister over de samenwerking
met Progressief Nederland, of GroenLinks-PvdA, of hoe ze zichzelf ook willen noemen.
Het is niet een stap naar voren. Wat er feitelijk gebeurd is, is dat die fractie vanuit
de senaat heeft gezegd: als wij dit niet krijgen, dan torpederen we uw begroting,
dan stemmen we voor het eerst in 100 jaar uw begroting weg in de senaat. Dát is het
scenario dat op tafel heeft gelegen! U noemt dat goede samenwerking; ik noem het gewoon
een grote knieval van het kabinet voor een dreiging vanuit links. Dát is wat er gebeurd
is! Dat kunt u toch niet verkopen als een succes?
Minister Sjoerdsma:
Ik kan elke partij recenseren, maar ik denk dat elke partij zijn eigen beweegredenen
heeft om te bepalen of een begroting wel of niet gesteund kan worden. Dat geldt ook
voor uw partij. U bent heel helder geweest in de eerste termijn over dat u deze begroting
niet, nooit niet, ging steunen. Er zijn ook partijen die hebben gezegd: «Zoals de
begroting nu voorligt en zoals die vanuit het vorige kabinet is voorgedragen, is het
niet een begroting die wij kunnen steunen. Maar als die langs een aantal lijnen gewijzigd
zou kunnen worden, dan zijn we daar wel toe bereid.» Ik denk overigens dat ik die
lijnen vandaag ook uiteen heb gezet. In de politiek kan je niet altijd krijgen wat
je wilt. Het kan niet altijd perfect zijn. Maar ik vind het echt bemoedigenswaardig
dat er partijen zijn die zeggen: «Voor dit compromis wil ik mijn hand in het vuur
steken. Ik zie wat er gebeurt in de wereld om ons heen. Ik zie de enorme uitdaging.
Ik zie dat er nu iets nodig is.» Dit gaat enkel over 2026; dat is ook heel helder.
Het gaat niet over volgende jaren. Ik vind dat belangrijk. Ik denk, in alle eerlijkheid,
dat wij dat allemaal belangrijk moeten vinden. Dat is ook waarom ik de bijdragen van
de coalitiepartijen heel goed snap. We moeten dit met elkaar doen. De uitdagingen
zijn echt te groot voor alleen deze coalitie, voor deze coalitie zonder oppositie,
maar ook voor Nederland alleen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoor nog geen vorm van reflectie op de manier waarop de Minister de afgelopen maanden
met deze begroting gehandeld heeft. Eerst worden er met partijen afspraken gemaakt
over UNRWA. Vervolgens hebben we een groot debat daarover in deze commissie, waarin
de Minister tot de conclusie komt dat dat anders had gemoeten. Dat was al één. Vervolgens
is de begroting nog niet eens door de Eerste Kamer en dan wordt de Minister nota bene
door de Eerste Kamer teruggefloten en worden we verrast met hele andere bedragen.
Er moet toch een vorm van reflectie van de Minister zijn dat hij denkt: dit is niet
de manier hoe ik begrotingen door dit huis en door de Eerste Kamer wil leiden? De
Eerste Kamer heeft überhaupt geen recht van amendement om begrotingen te wijzigen.
Twee. Wij voelen ons als Kamer keer op keer gepiepeld omdat er telkens wijzigingen
in de begrotingsvoorstellen komen. Op die manier is het toch een gebed zonder einde?
Minister Sjoerdsma:
Daar hebben we in voorgaande debatten best uitgebreid bij stilgestaan. Wat ik toen
zeer waardeerde vanuit uw Kamer, was enerzijds de kritische houding over hoe het is
gegaan en anderzijds de bereidheid aan het einde van het plenaire debat om daar een
streep onder te zetten en een nieuw begin te maken. Dat heeft in het bijzonder de
fractievoorzitter van de heer Hoogeveen gedaan. Ik ben hem daar ook erkentelijk voor.
Er zijn dingen niet goed gegaan; dat heb ik toen ook gezegd. Er zijn dingen fout gegaan.
Dat reken ik mezelf aan. Ik vind het dan ook heel ruiterlijk dat er gelegenheid is
om daar een streep onder te zetten. Nu ligt er een andere situatie voor. Nu ligt er
een situatie voor waarin we een begroting voor 2026 bespreken, waar het kabinet 108 miljoen
aan toevoegt, maar waar we dankzij de deal die het kabinet met PRO heeft gesloten
nog een keer 378 miljoen aan toevoegen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Ik zag volgens mij de heer Hoogeveen eerst. Dan komen we daarna
bij de heer Ceder.
De heer Hoogeveen (JA21):
Er komt nog een blokje over de inhoud van de deal, dus die interrupties zal ik bewaren.
Ik heb wel een andere vraag. Laat ik vooral eerst stellen dat de Minister zojuist
zegt dat hij JA21 erkentelijk is, maar dat hij ook de constructieve houding van PRO
in dit geval prijst. Laat ik bij dezen PRO waarschuwen: de ervaring leert dat dat
niet altijd uitbetaalt. Over gelden gesproken: de Minister heeft het over «extra geld
op de begroting». Dat klopt. Dan gaat het over de begroting waar we het hier over
hebben, maar niet over extra geld voor BHOS. We hebben zojuist een debat gehad met
de Kamer en de VVD was daar klip-en-klaar over: geen extra geld, maar eerder geld.
U kunt nu wel met allemaal nobele doelen komen die heel urgent zijn in de wereld,
want de wereld staat in de fik et cetera, maar daarmee voorkomt u niet dat u in de
latere jaren dit hele riedeltje opnieuw kan gaan doen, omdat u met een gat in de volgende
begrotingen zit. Kan de Minister daar iets over vertellen? Wat is zijn plan? Hoe kijkt
hij naar de komende begrotingen? Hoe kijkt hij naar de toekomst?
Minister Sjoerdsma:
Dank voor deze vragen. Technisch gezien heeft de heer Hoogeveen natuurlijk gelijk.
Dit betreft geld dat naar voren wordt gehaald uit latere jaren, te weten uit 2028
en 2029 en uit 2031, de kabinetsperiode die volgt op deze kabinetsperiode. Wij doen
dat omdat we het geld nu nodig hebben. We doen dat ook vanwege het belang van deze
begroting. Ik zal het niet helemaal herhalen, maar denk aan Oekraïne, Iran, ebola
en Syrië. Denk ook aan dingen die al in de begroting stonden en in gevaar kwamen,
zoals het kader voor het maatschappelijk middenveld, andere noodhulp en het bedrijfslevenkader,
dat voor de heer Hoogeveen ook van groot belang is. Dat dreigde te worden weggestemd.
Dan vind ik het van belang om voorspelbaar te zijn naar het Nederlandse bedrijfsleven,
om voorspelbaar te zijn naar het Nederlandse maatschappelijke middenveld, en om ervoor
te zorgen dat hier niet alleen een meerderheid is waardoor zij hun werkzaamheden kunnen
voortzetten, maar ook dat er een begroting ligt waarmee we recht doen aan de uitdagingen
van deze wereld en de belangen van Nederland.
Betekent dit dat we ook geld uit de toekomst halen? Ja. Laten we dat even nalopen.
In 2031 zou er 257 miljoen worden toegevoegd aan de begroting voortvloeiend uit de
kabinetsperiode. Daar resteert nu nog 57 miljoen van. Dus er blijft een intensivering
in 2031 over ten aanzien van de geplande begroting. En als het gaat over de Oekraïnegelden:
daarvoor geldt de coalitieafspraak dat het kabinet onverminderd steun aan Oekraïne
wil geven en dat wij wat hier gebeurt, zullen moeten oplossen bij het opstellen van
de begroting voor 2028. Maar dat is niet nu.
De voorzitter:
Oké. Ik zie dat er nog een interruptie is van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dit vind ik wel interessant ... Laat ik dit vooropstellen. De Minister predikt voorspelbaar
beleid. Nou, wat voorspelbaar beleid is, is dat als er een begroting wordt aangenomen
in de Tweede Kamer, je je aan die begroting houdt, je daarvoor zo veel mogelijk steun
probeert te vergaren in de Eerste Kamer, en je niet alsnog via die Eerste Kamer je
begroting omgooit. Laat dat mijn eerste punt zijn.
Mijn tweede punt is dit. Als we kijken naar wat de Minister nu zegt ... Correct me
if I’m wrong, maar: 178 miljoen voor Oekraïne. Dat komt dus niet van zijn eigen begroting,
maar van Financiën? Dat is mij nu even niet duidelijk.
Minister Sjoerdsma:
Misschien dit op het eerste punt van de heer Hoogeveen. We corrigeren de begroting
niet via de Eerste Kamer. We doen dat via de Tweede Kamer, zodat u er iets over te
zeggen hebt en u erover kunt stemmen langs de reguliere route, de suppletoire begroting.
Ik heb net in mijn inleiding gezegd dat dit gevolgd zal worden door een nota van wijziging,
zodat het ook via de nette systematiek tot u zal komen.
Het tweede punt, die 178 miljoen. Dat is inderdaad non-militair Oekraïnegeld dat op
dit moment op de aanvullende pot bij Financiën staat.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik stelde deze vraag al. In de pauze heb ik nog wat mensen die nog meer verstand van
financiële tabellen hebben dan ik, naar die tabellen laten kijken. Er wordt niet 380 miljoen
uitgegeven. Er wordt aanvankelijk 380 uitgegeven en vervolgens vinden er weer kasschuiven
van geld van nu richting de toekomst plaats, waardoor je uiteindelijk maar 178 overhoudt.
Klopt dat? En klopt het dat dat hele verhaal, dat we 380 uitgeven, dus niet klopt?
En dat de koppeling daarmee niet eenmalig hersteld is? Want er wordt 380 miljoen uitgegeven.
Vervolgens staat er een kopje «dekking», maar volgens mij klopt dat woordje «dekking»
niet. En wat je vervolgens ziet in de kasschuiven, is dat die weer naar de toekomst
worden verplaatst. Dat gaat dan weer om andere posten dan die de Minister noemt. Uiteindelijk
blijft er dan 178 miljoen over. Mijn vraag is of dat klopt.
Minister Sjoerdsma:
Nee. Ik snap de verwarring, maar het klopt niet. Er wordt per saldo in 2026 door deze
deal 328 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor deze begroting, en dat is boven
op de 108 miljoen die het kabinet al aan de suppletoire begroting heeft toegevoegd.
Ik snap de verwarring over de kasschuiven wel. Het is misschien goed om daarvan één
ding toe te lichten. Het betreft voornamelijk kasschuiven op de begroting van Buitenlandse
Zaken en zaken die op een later tijdstip beter betaalbaar zijn dan nu. Dat zijn dus
technische kasschuiven. Ik snap dat dat voor u het beeld lijkt te vertekenen, maar
nogmaals: dit jaar 328 miljoen euro extra beschikbaar, boven op die 108.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De Minister bevestigt dat op BZ een kasschuif in de toekomst wordt geplaatst. Dus
mijn beeld klopt dat gelden die voor 2026 zijn geboekt, naar 2027, 2028 en 2029, en
sommige ook naar 2030 worden overgeheveld. Misschien snap ik het niet, hoor, maar
ik heb dit ook even door anderen laten checken. Het klopt dan toch dat er uiteindelijk
380 miljoen naar voren wordt gehaald, ook omdat er weer zoveel vanuit BZ naar de toekomst
verschoven wordt en je de facto voor 2026 178 miljoen overhoudt?
Minister Sjoerdsma:
Nee. Ook hier snap ik de vraag, maar nee, dit is niet het geval. Er wordt netto 328 miljoen
beschikbaar gesteld in 2026. Dat was wat al was uitgegeven langs de lijnen die ik
net schetste. Het geld dat vanuit BZ iets verlaat zal worden uitgegeven, is allemaal
non-ODA-geld. Dat gaat dus niet over ODA-geld of over OS-geld, maar betreft technische
kasschuiven gelet op het saldo.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wat ik lastig vind aan deze deal, is dat die voortbouwt op een begroting die door
het vorige PVV-kabinet gewoon helemaal is uitgekleed. Er lag echt een gedrocht van
een begroting. Tenminste, als je ontwikkelingssamenwerking belangrijk vindt, lag daar
een gedrocht van een begroting. Daar lijkt nu een beetje op geplust en gemind te zijn.
Dat is ons inhoudelijke bezwaar. Op deze manier kun je daar dus niet akkoord mee gaan.
Vervolgens kun je kijken of deze deal een verbetering inhoudt voor de wereld. Ten
eerste halen we geld voor Oekraïne van een andere begroting af. Dat zetten we dan
op de BHO-begroting. Een deel van de Kamer heeft trouwens gezegd dat dat niet bij
deze begroting past. Dat geld was al wel bestemd voor Oekraïne, maar houdt hetzelfde
doel. Hebben we dat gewoon boekhoudkundig overgeheveld om deze begroting op te plussen,
zodat het lijkt alsof er meer wordt uitgegeven aan BHO of zoiets? Waarom is dat dan
gebeurd? Waarom? Dan had je het toch ook gewoon bij Financiën kunnen laten staan?
Het tweede is dat de Minister doet alsof het niet uitmaakt dat het geld voor 2031
wordt weggehaald, terwijl dat wel uitmaakt, want dat geld is in 2031 niet meer beschikbaar.
De Minister zegt dan: ja, maar er is nog steeds een intensivering in 2030. Ja, een
intensivering op een begroting waar bijna niks meer op stond; dat was nog een overblijfsel
van Klever. Ik zou dus toch wel wat meer duidelijkheid willen. Wat betekent dit nou
voor de toekomst? Het kan immers niet zo zijn dat het niks betekent voor ontwikkelingssamenwerking.
Wat is nou precies dat opplussen en dat schuiven met het geld voor Oekraïne?
Minister Sjoerdsma:
Ik proef de vraag een beetje zo dat mevrouw Dobbe vooral vraagt wat nu het verschil
is tussen deze begroting en de begroting die door het kabinet-Schoof voor de begrotingsbehandeling
is ingeleverd. Dat verschil is echt vrij fors. Netto is het verschil meer dan 400
miljoen euro. Ik zal het niet afronden naar een half miljard, maar hiermee zetten
we, dankzij PRO, echt een grote stap. Het is een grote stap – ik herhaal het nogmaals
– voor noodhulp, voor opvang in de regio, ebola en Syrië. Ik blijf echt benadrukken
hoe cruciaal het is dat we in deze tijd hier een tandje bij zetten.
Dan de vraag van mevrouw Dobbe over 2031. Ja, het is zo dat we daar geld weghalen.
Tegelijkertijd zijn deze intensiveringen door dit kabinet structureel. Er wordt dus
structureel 257 miljoen euro extra aan de begroting toegevoegd. Dat zal per volgend
jaar – dat is de eerste begroting die dit kabinet zelf heeft opgesteld – voor het
eerst structureel aan de begroting worden toegevoegd. Dat betekent dat er ook na deze
kasschuif in 2031 extra geld zal zijn op de begroting. Ik snap dat mevrouw Dobbe dat
niet voldoende vindt, maar ook dan is het nog steeds een plus.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, maar er is natuurlijk minder geld voor ODA. Dat was ook de reden waarom deze Kamer
kritiek had op het feit dat geld voor Oekraïne op deze begroting wordt gezet. Voor
volgend jaar was dat ruim 400 miljoen euro. Ik dacht: misschien wordt dat geld dan
«gekasschuifd». Maar blijkbaar komt er nog geld van een andere begroting op de BHO-begroting.
Ik vraag mij dan wel af waar deze Minister dan mee bezig is als het gaat om ODA, om
het ontwikkelingsbudget voor de allerarmste landen, want daar blijft nu wel nóg minder
voor over. We kunnen dus niet spreken over een intensivering. Dat is het eerste. En
ten tweede: waarom heeft u dat geld niet gewoon bij Financiën op de begroting laten
staan? Dat was ook mijn vraag. Nu is er alleen maar een beetje boekhoudkundig heen-en-weergeschuif
om deze begroting groter te laten lijken dan die is. Of zie ik dat verkeerd?
Minister Sjoerdsma:
Ja. Het ligt net iets anders. De ODA-prestatie gaat dit jaar echt fors omhoog; dat
is natuurlijk relatief gezien ten opzichte van de vorige begroting. De 200 miljoen
die ik net noemde is voor de noodhulp, de opvang in de regio, ebola en Syrië. Dat
gaat, denk ik, naar de bestemmingen die mevrouw Dobbe heel graag ziet. Ik hoor mevrouw
Dobbe ook zeggen dat zij geld voor Oekraïne geen ODA vindt, maar volgens de ODA-definitie
is geld voor Oekraïne gewoon ODA’ble, om het maar in slecht Nederlands te zeggen.
Ik snap dat mevrouw Dobbe dat liever niet ziet, maar voor deze begroting is het een
grote plus. In de echte wereld is het van ongelofelijk groot belang dat we dit doen.
De heer Dassen (Volt):
Ik hoor het de Minister een paar keer terecht zeggen. Iran, ebola en het bedrijfsleven:
het is cruciaal dat we dat in deze tijd doen. Ik ben blij dat er nu extra geld is
voor deze begroting. In mijn bijdrage heb ik dat ook aangegeven. Tegelijkertijd betekent
het niet dat datzelfde extra geld er ook volgend jaar of het jaar daarop zal zijn.
Er wordt wel degelijk geld van 2031 naar voren gehaald. Hoe kijkt de Minister daarnaar?
In het interruptiedebatje met de VVD is doorgeschemerd dat dit eenmalig gebeurt. We
kunnen niet geld voor de toekomst naar voren blijven halen.
Minister Sjoerdsma:
Deze deal ziet op 2026 en niet op andere jaren; dat klopt. Over de begroting voor
2027 kan ik eigenlijk maar twee dingen zeggen: die begroting zal in augustus worden
opgesteld, en uiteraard geldt dat de coalitieafspraken daarvoor staan. Die coalitieafspraken
betekenen in ieder geval dat 257 miljoen euro zal worden toegevoegd aan de begroting
voor 2027. Dat is in ieder geval een stap die we zetten. Andere stappen zullen, in
alle eerlijkheid, ook afhangen van de opstelling van uw Kamer en diverse partijen
in die Kamer. Dat is afhankelijk van welke steun we krijgen en welke richting die
steun op gaat.
De heer Dassen (Volt):
Mijn vraag is misschien wel een mooie vervolgvraag, want daar ben ik natuurlijk benieuwd
naar, gezien het proces dat we hier doorlopen hebben: u vergaart eerst steun bij mijn
linkerbuurman en vervolgens bij mijn rechterbuurvrouw. Bij wie is de Minister van
plan zijn steun te halen voor de begroting van 2027? Gezien de situatie is het misschien
iets te makkelijk om te zeggen «dat gaan we dan bekijken», want als het verhaal van
de Minister is dat we nu een tandje bij moeten zetten, lijkt het mij logisch dat dit
wederom PRO zal zijn en niet zozeer JA21.
Minister Sjoerdsma:
Ik heb net gezegd: deze samenwerking vond ik goed verlopen, omdat die plaatsvond met
het oog op de bal, met het oog op constructieve samenwerking, met het oog op de noden
in het buitenland. In dat opzicht smaakt het inderdaad naar meer. Tegelijkertijd moeten
we zeggen dat de gesprekken over de begroting voor 2027 en later, in brede zin zullen
verlopen. Wat ik daar verder persoonlijk van vind of hoe ik daarop zou willen vooruitlopen ...
Dat is niet verstandig. Het is echt aan de premier en de Minister van Financiën om
in dat brede financiële kader met u, met uw partijen – u bent ook fractievoorzitter
– te spreken over de voorwaarden waaronder u daarvoor steun zou kunnen verlenen. Als
die steun betekent dat wij deze lijn voortzetten, dan zal ik daar voortvarend mee
aan de slag gaan. En zo niet, dan zullen we kijken hoe de situatie dan is.
De voorzitter:
Volgens mij kan de Minister zijn betoog vervolgen.
Minister Sjoerdsma:
Dank, voorzitter. Er waren inderdaad een paar vragen over de deal zelf. Een aantal
daarvan heb ik nu beantwoord en ik denk dat een aantal van die vragen reeds in de
introductie zijn beantwoord.
De heer Ceder vroeg nog hoeveel van het extra geld voor OS dit jaar daadwerkelijk
wordt uitgegeven aan de meest kwetsbaren en de allerarmsten, voor wie het als vanouds
bedoeld is. Eigenlijk geldt voor de hele begroting dat daar speciale aandacht voor
is. Dat geldt overigens ook voor het geld dat daarvoor vastligt op de Europese begroting.
Kijken we bijvoorbeeld naar de manier waarop die 200 miljoen wordt besteed, dan zien
we dat het gaat naar de gebieden die het hardst worden getroffen en naar de mensen
die het meest kwetsbaar zijn. Dat gaat over gebieden waar de behoefte aan noodhulp
het hoogst is, waar vluchtelingen moeten worden opgevangen om te voorkomen dat ze
nog verder moeten lopen of om te voorkomen dat ze zich gedwongen voelen om naar Europa
te gaan. Dat gaat over Syrië, waar stabiliteit moet komen om ervoor te zorgen dat
terugkeer mogelijk is. Dat gaat over het tegengaan van ebola. Dat zijn eigenlijk de
meest kwetsbare en allerarmste mensen. In dat opzicht denk ik dat ik de heer Ceder
tegemoet kan komen.
De heer Ceder, en anderen overigens ook, vroegen wat we nou precies kunnen zeggen
over die noodhulp. Daarover het volgende. Noodhulp moet terechtkomen in die gebieden
waar de situatie het meest fragiel is en de mensen het meest kwetsbaar zijn. In Nederland
geldt de afspraak dat VN-organisaties en maatschappelijke organisatie daar een beter
zicht op hebben dan wij. Als ik een beetje weet hoe de Dutch Relief Alliance werkt
en als ik een beetje weet hoe humanitaire VN-organisaties werken, dan denk ik dat
het in de praktijk naar gebieden zal gaan als Sudan, Afghanistan, Libanon en de Palestijnse
gebieden en naar de Rohingya. Ik kan het nog niet voor ze bedenken, maar dit zijn
natuurlijk gebieden waar op dit moment de nood het hoogst is, waar die gelden terecht
zullen komen. Nogmaals, het is echt van belang dat zij die zeggenschap hebben. Zij
hebben die eindverantwoordelijkheid. Ik ga dus niet zeggen dat zij bepaalde dingen
niet moeten doen. Die broek wil ik niet aantrekken.
Hetzelfde geldt een beetje voor de vraag van de heer Verkuijlen: in welke landen wordt
dit extra budget nou uitgezet? We hebben er bewust voor gekozen om deze begroting
niet in landen in te delen, maar in thema’s, omdat ... Neem ebola: nu is het DRC,
maar als het straks Uganda is of Burundi, dan wil ik er niet aan vastzitten dat daar
niks zou kunnen. Misschien zou ik wel één kleine uitzondering willen maken voor opvang
in de regio, want als je kijkt naar wat voor de mensen het meest ingewikkeld is, maar
ook waar het voor Europa het meest kwetsbaar is qua migratiestromen, dan zie ik het
land Libanon. Daar hebben we echt een uitstekend programma lopen voor opvang in de
regio.
Dan de vraag van JA21 en de ChristenUnie hoe deze kasschuif zich verhoudt tot de koppeling
met het bni. Die vraag snap ik ook goed. De facto betekent deze kasschuif dat we incidenteel
geld toevoegen aan de begroting voor 2026. De hoeveelheid geld die dankzij PRO wordt
toegevoegd, is het equivalent van wat we zouden hebben gehad als we nog gekoppeld
waren geweest aan 0,7%. Dat is één. Voor de navolgende jaren geldt dat we de koppeling
vasthouden zoals we die in het coalitieakkoord hebben vastgeklikt, en dat is de bni-koppeling.
Daarbij vermeld ik overigens dat de bni-koppeling dit jaar en de ramingen voor volgende
jaren juist betekenen dat het mijn begroting geld kost, omdat de prognoses voor de
economie nou eenmaal slechter zijn dan verwacht.
Dan een belangrijke vraag van de heer Verkuijlen. Hij vroeg of ik kan bevestigen dat
het geld voor niet-militaire steun aan Oekraïne ook aan Oekraïne gaat worden gegeven.
Dat is uiteraard het geval. Dat is cruciaal hier. We zien dat Oekraïne op dit moment
momentum heeft. We zien op dit moment dat elke euro die naar Oekraïne gaat ... Nou,
ik wil het niet clichématig zeggen, maar die is meer dan € 2 waard in wat ze ermee
kunnen doen. Of het nou is om hun elektriciteitsnetwerk aanvalbestendig te maken of
hun watervoorraden te verdedigen, je kan het niet bedenken of er is geld voor nodig.
Het is juni en voor ons voelt de winter ver weg, maar voor Oekraïne is de winter dichtbij.
Ze zullen nu echt alle zeilen moeten bijzetten om klaar te zijn voor de volgende winter.
Daarvoor is het echt essentieel dat we dit naar voren halen.
De heer Ceder vroeg ook hoe zich dit verhoudt tot de motie-Thijssen/Van der Lee. Het
klopt inderdaad dat een groot deel van de extra ODA naar Oekraïne gaat. Dat is de
niet-militaire steun. Dat betekent dus ook dat deze inzet niet andere ODA verdringt.
Dan nog een belangrijke vraag van de heer Verkuijlen: ziet de Minister mogelijkheden
om deze middelen in te zetten voor de wederopbouw van Oekraïne, waarbij ook Nederlandse
bedrijven een rol kunnen spelen? We gaan dat budget versneld beschikbaar stellen.
In algemene zin vind ik het van belang dat Nederlandse bedrijven goed gepositioneerd
staan in Oekraïne, in het belang van de Oekraïners, omdat wij expertise hebben die
voor hen cruciaal is om heel snel zichzelf te kunnen herstellen. Maar dat is ook omdat
ik het zonde zou vinden als grote wederopbouwcontracten naar bedrijven in andere landen
gaan, die misschien veel minder bijdragen aan de wederopbouw. Dat zou ik niet proportioneel
vinden, dus in dat opzicht betrekken wij doorlopend Nederlandse bedrijven bij onze
steun aan Oekraïne, bijvoorbeeld via de Ukraine Partnership Facility.
De heer Dassen vroeg nog of hiermee de PVV-bezuinigingen zijn teruggedraaid. Ja. Ten
aanzien van de vorige begroting van het kabinet-Schoof komt er nu dus meer dan 400
miljoen euro bij in 2026.
Dan zijn we er voor wat betreft de vragen over de deal. Ik heb ook nog vragen over
de suppletoire begroting.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Ik zie de heer Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor de beantwoording tot zover. Ik ben nog even benieuwd naar de beantwoording
over de opvanghubs. Wat wordt nou precies de inzet in dit jaar in dat kader?
Minister Sjoerdsma:
Daar kom ik nog op. Ik zal de blokjes nog een keer noemen. Ik heb nu de deal gehad.
Ik kom bij de suppletoire begroting, dan bij migratie, waar ook een flink aantal vragen
van u in zitten, dan bij een aantal gebieden in de wereld en dan bij imvo. Ik kom
er dus nog op.
De voorzitter:
Dan ga ik eerst naar de heer Hoogeveen en daarna naar de heer Heutink.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb dan toch nog een vraag over die 178 miljoen, want daarvan zegt de Minister:
die komt niet van BHOS, maar van Financiën. Dan wordt dat dus opgeplust. Het wordt
dus aangevuld. Dan is de vraag of dat in latere jaren weer uit de BHOS-begroting gehaald
wordt. Het lijkt mij dat het onder de streep – nogmaals, ik citeer mijn VVD-collega
– geen extra geld, maar eerder geld is geworden. Kan de Minister duiden hoe dat nou
precies zit?
Minister Sjoerdsma:
Wij halen inderdaad niet-militaire Oekraïnesteun uit ’28 en ’29 naar voren om die
dit jaar uit te geven. Tegelijkertijd herhalen wij ook wat in het coalitieakkoord
staat, namelijk dat dit kabinet Oekraïne onverminderd wil steunen. Wat dat verder
betekent voor de begroting voor ’28 en ’29 zullen we zien bij het maken van de begroting
voor ’28.
De voorzitter:
Wilde u nog iets vragen, meneer Hoogeveen? Nee? Oké. Dan ga ik eerst naar de heer
Heutink en daarna naar de heer Ceder.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voordat we het blokje over de deal hebben afgerond: er staan nog wat vragen open over
de tweede deal, de schaduwdeal waarvan we nog steeds niet weten wat daarin precies
is afgesproken. Ik kan er van alles over lezen in de krant, maar ik hoop gewoon eigenlijk
wel dat de Minister hier vandaag klip-en-klaar uitlegt wat er naast de deal tussen
Minister Sjoerdsma en Progressief Nederland is afgesproken binnen het kabinet waardoor
de VVD deze deal kan dragen. Klopt het bericht dat de VVD gewoon door mag gaan met
de strafbaarstelling van het verheerlijken van terrorisme?
Minister Sjoerdsma:
Vandaag hebt u een brief ontvangen met daarin alle afspraken die wij met PRO hebben
gemaakt over deze begroting en dat zijn alle afspraken. Het wetsvoorstel dat u noemt,
maakt daar geen onderdeel van uit.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb het gevoel dat binnen de coalitie de persvoorlichters een continue strijd voeren
via kranten. Ik zou het ingewikkeld vinden dat er, als er inderdaad gesproken is over
een deal en de Minister dat nu kleiner maakt en afmaakt, terwijl er gewoon afspraken
liggen die niet over de begroting gaan, deals zijn gemaakt om steun te vergaren voor
deze begroting of in ieder geval voor de mogelijkheid om te kunnen schuiven op andere
terreinen. Ik zou daar graag iets van transparantie in willen hebben, omdat ik niet
weer overvallen wil worden als er straks weer een Telegraafartikel komt omdat de VVD-persvoorlichter
weer even een app gestuurd heeft, bij wijze van. Kunt u aangeven of er deals zijn
gemaakt in de afgelopen dagen, niet alleen ten aanzien van deze begroting, maar ook
daaromheen, om ervoor te zorgen dat deze beweging binnen de coalitie mogelijk was?
Minister Sjoerdsma:
Ik vrees dat ik toch in herhaling ga vallen. De deal die wij vandaag bespreken, is
de deal zoals het kabinet die in een brief heeft vervat. Dat is de deal die er is.
En het enige wat ik van dit wetsvoorstel weet is, dat het advies erover van de Raad
van State nu bij JenV ligt. Dat zal worden verwerkt en dan zal het ook weer worden
besproken in de Kamer. Ik kan het niet breder maken dan dit.
De voorzitter:
Er is een punt van orde van de heer Heutink.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Op deze manier kunnen we natuurlijk geen debat met elkaar voeren. Ik zou echt willen
vragen, als punt van orde, dat u als voorzitter ... De heer Ceder stelt een terechte
vraag over onderwerpen die deze deal daadwerkelijk kunnen raken. Ik stel daar legitieme
vragen over en de Minister doet het gewoon af. Ik vind echt dat u daarop mag ingrijpen,
zodat de Minister gewoon antwoord geeft op vragen die zowel de heer Ceder als ik gewoon
stellen.
De voorzitter:
Volgens mij gaat de Minister over zijn eigen antwoorden. Ik heb gezien dat de heer
Ceder nog een keer wil interrumperen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Het is overduidelijk dat D66 al heeft aangegeven dit wetsvoorstel niet te kunnen pruimen.
Als ik over een paar maanden zie bij de stemmingen dat D66 de handen opsteekt, dan
ga ik terugdenken aan dit moment en dan heb ik het vermoeden dat de Minister mij onvolledige
informatie heeft gegeven. Ik denk namelijk niet dat de fractie inhoudelijk in de komende
maanden opeens een ander standpunt heeft ingenomen, anders dan dat er een afspraak
ligt. Ik wil voorkomen dat ik met negatieve gevoelens aan dit moment terugdenk. Daarom
stel ik de vraag of die afspraken er liggen. De Minister zegt: ik weet niet anders
dan dat het bij JenV ligt en dat het bij de Raad van State is geweest. Dat insinueert
dat de Minister op geen enkele wijze kennis heeft van wat er in het artikel besproken
is. Ik wil de Minister daarop graag geloven en daarom vraag ik het nogmaals, want
ik zou willen voorkomen dat dit een staartje krijgt en het is volgens mij ook wel
fair ten opzichte van PRO, dat hier ook door overvallen is.
Minister Sjoerdsma:
Maar daarom benadruk ik ook, en daarom hebben we de brief gestuurd die we vanochtend
hebben gestuurd: de deal met PRO ziet op deze begroting, ziet op het geld dat we naar
voren hebben gehaald uit ’31, ’28 en ’29 en dat in 2026 gaat worden besteed volgens
een aantal bestedingslijnen zoals ik die net uitgebreid heb neergezet. Voor het andere:
die wet maakt hiervan geen onderdeel uit. Ik ga daar ook niet over; ik ga over deze
begroting, ik ga over deze brief en ik ga over deze deal met PRO.
De voorzitter:
Ik zie dat er geen andere interrupties zijn. Toch? Mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb een ordevraag, voordat ik al mijn interrupties opbrand en dit debat vandaag
toch nog veel langer duurt dan ik had gedacht: gaan wij stoppen om 17.30 uur of is
er een mogelijkheid dat wij doorgaan? Er loopt nu een e-mailprocedure. Als we doorgaan,
krijgen we dan extra interrupties of niet? Anders weet ik niet wat ik nu moet doen.
De voorzitter:
Er loopt in ieder geval een e-mailprocedure. Over zeven minuten is het denk ik helder.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar als ik nu een interruptie wil plegen? Als ik nu een interruptie pleeg en we om
17.30 uur stoppen, dan kom ik niet in de knel, maar als we nog langer doorgaan wel.
Krijgen we extra interrupties op het moment dat het debat wordt verlengd?
De voorzitter:
Ik heb zojuist aangegeven: laten we in ieder geval beginnen met vier. Op het moment
dat er vanuit de commissie behoefte is om dat aantal op te hogen, dan doen we dat.
Dat hebben we net ook gedaan. Ja? Heeft u een interruptie of niet?
Mevrouw Dobbe (SP):
Dan durf ik deze vraag wel te stellen. Ik snap misschien dat deze Minister zegt: technisch
gezien valt het buiten deze suppletoire begroting en mijn ministerie dat er een schaduwdeal
is gemaakt. Het is echter natuurlijk wel onderdeel van het kabinetsbeleid en ik zou
toch wel graag informatie over die deal ontvangen. Het is immers ook gerelateerd aan
deze begroting. Dat hoeft niet per se binnen dit debat, maar ik wil wel gewoon weten
wat er is afgesproken en waarom, en hoe dit zich verhoudt tot steun voor deze begroting.
Minister Sjoerdsma:
Met het risico dat ik in herhaling verval: ik heb u een brief gestuurd die ziet op
de deal. Die deal is heel helder. Die ziet op financiën. U bevraagt een Minister van
het kabinet. Ik ga niet over fracties, ik ga niet over mensen die niet in het kabinet
zitten. Dus heel plat: dit is de deal die wij met PRO hebben gemaakt en dit is de
deal die vandaag voorligt. Dat is ook het enige dat relevant is voor deze begroting,
namelijk: hoe ziet het er financieel uit?
De heer Dassen (Volt):
Wat de Minister aangeeft en wat ook in de brief staat ... Ik denk dat dit een afspraak
is geweest tussen de VVD en D66, die buiten de afspraak tussen het kabinet en PRO
om is gemaakt. Daar vind ik van alles van. Dat we daar blijkbaar niet openbaar in
het parlement met elkaar over kunnen debatteren en dat er achter de schermen een deal
wordt gesloten tussen twee coalitiepartijen die raakt aan een deal die wij hier in
het parlement met elkaar bespreken, vind ik op zijn zachtst gezegd treurig. Maar ja,
de Minister geeft aan daar verder weinig mee te kunnen. Daar moeten we het dan maar
mee doen.
Dan heb ik nog een punt van orde. Ik heb dadelijk, en de heer Verkuijlen naar ik begrijp
ook, nog een debat, om 17.30 uur. Ik snap dat er een e-mailprocedure voor een ander
debat loopt, maar wij hebben nog een debat en ik zou het wenselijk vinden om dan gewoon
te schorsen.
De voorzitter:
Zullen we dat nu al behandelen? De Minister is nog bezig met de beantwoording. We
kunnen doorgaan tot 17.30 uur en dan kijken hoe we verder willen gaan. Ik denk dat
dat een goede optie is. Of we kunnen nu meteen al kijken hoe we hiermee verdergaan.
Er loopt inderdaad een e-mailprocedure, naar ik heb begrepen. Dat is voor een ander
debat dan de heer Dassen bedoelt, begrijp ik. Dat geldt ook voor de heer Verkuijlen.
De vraag is nu even of wij nu al willen spreken over het ordevoorstel van de heer
Dassen, of dat we daar nog even mee wachten.
Minister Sjoerdsma:
Het is wellicht ongebruikelijk, maar de kans dat ik uw overige vragen over de suppletoire
begroting in een paar minuten afkrijg, is vrij gering, denk ik. Is het zinvol om de
vragen die nog resteren schriftelijk af te doen en er daarnaast voor te zorgen dat
wij de nota van wijziging naar u sturen, zodat we dat misschien in een verlengde tweede
termijn allemaal netjes met elkaar kunnen bespreken, zodat we het goed afhandelen?
Dat is eigenlijk het enige wat ik kan bedenken. Ik denk dat het anders echt ingewikkeld
wordt om dit goed te doen.
De voorzitter:
Oké. Ik krijg hier van de griffier in ieder geval door dat het inderdaad in te plannen
is zodra we die informatie maandag krijgen. Ik kijk even naar de Minister, omdat hij
dat voorstel heeft gedaan.
Minister Sjoerdsma:
Excuus. U bedoelt of het maandag in te plannen valt?
De voorzitter:
Nee, of wij die informatie of de nota maandag kunnen krijgen.
Minister Sjoerdsma:
We kunnen maandag in ieder geval de schriftelijke beantwoording versturen. Over de
nota van wijziging zal ik even ruggespraak moeten houden, omdat dat ook afstemming
vraagt met andere departementen. Dat ligt niet helemaal in mijn hand.
De heer Dassen (Volt):
Ik heb even een vraag hierover. De Minister stelt nu namelijk voor dat we verdergaan
en dat de nota van wijziging dan bij die behandeling komt. Ik ben wel even zoekende
of we dan nog voldoende ruimte krijgen om eventuele vragen daarover te stellen, omdat
het een onderdeel wordt van iets, terwijl we het dan niet meer op enige manier kunnen
onthameren.
Minister Sjoerdsma:
Ik snap de vraag niet helemaal, in alle eerlijkheid. De nota van wijziging zal inhoudelijk
niet heel anders zijn dan de brief die ik u net heb gestuurd, omdat we niet binnen
een paar dagen volledig zullen hebben hoe de besteding van deze middelen eruitziet.
Dat zal dus op een nette manier een vervatting zijn van onze voornemens, zodat het
verwerkt wordt in de suppletoire begroting. Het zal inhoudelijk dus niet veel toevoegen,
denk ik. Als ik ervoor kan zorgen dat de door u gestelde vragen zo snel mogelijk beantwoord
worden, zullen we dit er ook aan toevoegen, zodat we alles in één keer kunnen afdoen.
Maar ik denk dat er geen nadere informatie in zal staan die bij u nog tot verrassing
zal leiden. Dat zal mijn streven zijn.
De voorzitter:
De heer Heutink en mevrouw Dobbe willen daar nog op reageren.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Tot op heden zijn we in dit debat een keer of vier verrast in de paar uur tijd dat
we hier met elkaar zitten. Ik ben er zeker geen voorstander van om de nota van wijziging
in een tweede termijn maar even af te raffelen. Sterker nog, ik wil die eigenlijk
gewoon plenair behandelen. Ik zie er helemaal niets in om dat dan maar even in een
tweede termijn te doen. Een schriftelijke beantwoording is prima, hoor. Dat is allemaal
oké, maar die nota van wijziging wil ik echt apart behandelen.
De voorzitter:
Volgens mij wordt het sowieso niet afgeraffeld. Het is een volwaardige behandeling,
want het gaat om een WGO. U krijgt dus voldoende tijd.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik denk ook dat het niet meer gaat lukken om in vijf minuten alle vragen te beantwoorden.
Hoe snel deze Minister ook gaat praten, het gaat hem niet lukken. Ik vind ook dat
we dit debat gewoon goed moeten voeren. Is het voorstel dan dat onze vragen schriftelijk
worden beantwoord, maar dat we daarna nog een debat ingepland krijgen? Hoelang duurt
dat debat dan? Dan moeten we namelijk ook wel echt de tijd hebben om daar het debat
te kunnen voeren, dus niet dat we dan nog één interruptie mogen doen en dat alles
binnen een uurtje klaar moet zijn. Is het dan een volwaardig gebeuren?
De voorzitter:
Ja. Het kan gewoon weer vier uur duren. Het gaat dan om een voortzetting van het WGO,
waarbij inderdaad allerlei stukken toegevoegd worden. De vragen die al gesteld zijn,
worden inderdaad schriftelijk beantwoord. Als u het goedvindt, ook gezien de tijd,
zou ik het voorstel graag met u willen bespreken om het WGO voort te zetten op een
ander moment, waarbij in ieder geval de nota en de schriftelijke antwoorden van de
Minister worden toegevoegd. Ik kijk even rond.
Mevrouw Dobbe (SP):
Niet om te muggenziften, maar om te voorkomen dat wij dan vier interrupties krijgen
en nog vier keer de vragen moeten herhalen naar aanleiding van de antwoorden die we
hebben gekregen, vind ik het wel fijn als de Minister alles dan wel nog steeds even
met blokjes langsloopt. Anders wordt het echt zo’n doodgevallen debat. Volgens mij
willen we dat ook niet. Is dat goed?
De voorzitter:
De Minister heeft het verzoek gehoord. Ik ga even de leden langs. Meneer Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Voorzitter, dank. Ik had wel die vraag over de opvanghubs. Ik zou de Minister eigenlijk
willen vragen om in de beantwoording binnen twee weken een aparte brief daarover te
maken. Die brief zou ik graag ontvangen. Dan steun ik het voorstel.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Steun. Ik zou wel graag een brief van het kabinet, of van de Minister van Justitie,
willen hebben over deze afspraak.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Steun voor het voorstel, want dan komt die nota van wijziging onze kant op en kunnen
we die goed bespreken. Ik deel het verzoek van het lid Ceder met betrekking tot een
reactie van het kabinet, langer dan dit korte briefje, over de berichtgeving over
die terrorismeverheerlijkingswet. Ik kan het voorstel dus steunen.
De heer Dassen (Volt):
Steun.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ja, voorzitter, ik kan het voorstel ook steunen. Wel even een kanttekening: dat andere
debat is nu dus gecanceld. Dat staat hier los van. Dat is zonde, maar dat staat hier
verder los van. Daar kan ik verder niks aan doen. Ik maak me wel zorgen over het tijdstip
waarop het wordt gepland. Ik had namelijk vanuit de Griffie begrepen dat er heel beperkt
de tijd is om dat nieuwe debat in te plannen en dat dat dus gaat bijten met andere
debatten. Daar maak ik me dus wel een beetje zorgen om.
De voorzitter:
Ik maak het rondje even af en dan kom ik bij uw vraag.
De heer Lohman (CDA):
Een vervolgvraag daarover. Dat moment nog niet duidelijk. Dat ging om volgende week
donderdag om 17.00 uur. Dat is het moment waarover we het hebben.
De voorzitter:
Ik begrijp vanuit de griffie inderdaad donderdag 17.00 uur.
De heer Lohman (CDA):
Oké. Dat heeft enige overlap, maar dan steun voor het voorstel. Ik heb persoonlijk
niet zo heel veel behoefte aan extra brieven over dingen die in de media zijn verschenen,
maar als anderen die behoefte wel hebben, is dat prima.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik voel heel erg de behoefte om te reageren op wat er net is gezegd, maar ik zal me
inhouden. Ik vind alles prima, maar dan wil ik gewoon een volwaardige eerste en tweede
termijn. Zoals het er nu naar uitziet, hebben we alleen een tweede termijn en dat
is het dan. Daar nemen we dan wel ruim de tijd voor, maar die nota van wijziging is
gewoon een aanvullend wetsvoorstel, dus ik vind dat we daar ook gewoon een eerste
termijn voor moeten doen. Dan steun, en anders niet.
De voorzitter:
Oké.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik kan dat wel steunen, een korte eerste termijn, gewoon om nog wat extra vragen te
kunnen stellen over de informatie die komt. Overigens vind ik het informatieverzoek
van de heer Verkuijlen ook heel interessant, want ik denk dat wij heel anders naar
die terugkeerhubs kijken, maar als dit onderdeel is van wat hier nu gebeurt en er
een brief over komt, dan zou ik het eigenlijk wel fijn vinden om daar wat meer over
te weten voordat dit debat doorgaat. Dan weet ik ook waar ik ja of nee op zeg als
ik deze begroting steun.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voordat er een heel verhaal over terugkeerhubs komt: dat gaat niet over de begroting
voor 2026, volgens mij. Misschien kan de Minister daar nog duidelijkheid over verschaffen.
De voorzitter:
Ik wil graag het volgende voorstel doen. Het WGO wordt voortgezet. Er wordt een moment
voor gekozen. Er is net al gezegd dat het waarschijnlijk donderdag om 17.00 uur wordt,
omdat er dan voldoende tijd is om hierover te spreken. Er is ook een voorstel gedaan
voor een hele korte eerste termijn vanuit de Kamer. Volgens mij kan dat, als de commissie
dat wil, dus dat wordt ingepland en georganiseerd. Dan zou ik heel graag ... Ik weet
niet of de Minister nog een reactie wil geven op de vraag van mevrouw Kröger of dat
die op een later moment kan komen.
Minister Sjoerdsma:
We gaan het gewoon allemaal netjes schriftelijk beantwoorden, want anders gaan we
het debat hervatten en dat is niet verstandig.
De voorzitter:
Oké, dan is dat het voorstel. De commissie kan daarmee instemmen. Dan wil ik het WGO
schorsen tot dan.
Sluiting 17.30 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. den Hollander, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
Drs. M.J. van der Leeden, griffier
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| PRO | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Tegen |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Tegen |
| Groep Markuszower | 7 | Tegen |
| BBB | 3 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Tegen |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Tegen |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Tegen |
| Volt | 1 | Tegen |