Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 juni 2026, over Gasmarkt en leveringszekerheid
29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie
Nr. 722
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 29 juli 2026
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 4 juni 2026 overleg gevoerd
met mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en Groene Groei, over:
– de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 4 februari 2026 inzake twee
onderzoeken met betrekking tot de leveringszekerheid van elektriciteit (Kamerstuk
29 023, nr. 627);
– de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 27 maart 2026 inzake toetsingskader
risicoregelingen voor de leningsfaciliteit ten behoeve van het vullen van de gasopslagen
in het opslagjaar 2027–2028 (Kamerstuk 29 023, nr. 639);
– de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 26 mei 2026 inzake verlenging
subsidiemodule indirecte kostencompensatie ETS (Kamerstuk 32 813, nr. 1562);
– de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 28 mei 2026 inzake update
gasleveringszekerheid Q2 2026 (Kamerstuk 29 023, nr. 664).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie, Zwinkels
De griffier van de commissie, Nava
Voorzitter: Zwinkels
Griffier: Teske
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Flach, Heutink, Jumelet,
Klos, Müller, Van Oosterhout en Zwinkels,
en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en Groene Groei.
Aanvang 13.03 uur.
De voorzitter:
Een goede middag allemaal. Welkom bij dit commissiedebat Gasmarkt en leveringszekerheid.
Welkom ook aan de bewindspersoon, de Minister, de mensen op de tribune, de mensen
die kijken en de pers. Van harte welkom. Welkom aan de woordvoerders, de Kamerleden.
We gaan zo beginnen. Voordat we beginnen wil ik aan de leden vragen of zij het de
heer Heutink toestaan om deel te nemen aan dit commissiedebat, aangezien hij formeel
geen lid is van deze commissie. Ik zie dat dat op instemming kan rekenen. De heer
Heutink heeft meteen ook een brutaal verzoek gedaan, namelijk om als tweede spreker
het woord te mogen voeren. Wat mij betreft is dat helemaal prima, ook omdat een aantal
mensen iets eerder moet vertrekken straks. Daar gaan we dus mee akkoord.
U heeft allen straks vijf minuten spreektijd. We hebben kort het commissiedebat van
gisteren geëvalueerd. Dat ging allemaal uitstekend en daarom wil ik u eigenlijk toestaan
om in totaal acht interrupties te plaatsen in de eerste termijn, zowel interrupties
op elkaar als op de Minister, dus bij elkaar. Dan gaan we daarna met elkaar kijken
hoe we de tweede termijn aanvliegen. Dat was het wat mij betreft qua introductie.
Ik geef het woord aan de heer Flach voor zijn inbreng.
De heer Flach (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Wat een tijden! Zelfs ongedachte scenario's kunnen werkelijkheid
worden. We moeten daarom met elkaar werken aan de weerbaarheid van onze energievoorziening,
op korte termijn als het gaat om de geopolitieke storm waar we in zitten, maar ook
op langere termijn als het gaat om de toenemende spanning in ons energiesysteem door
de verduurzamingsslag die gemaakt wordt. Mijn vraag aan de Minister is of zij vaart
maakt met haar strategische gasvisie. Ik lees dat de Minister voor de zomer met de
eerste uitkomsten van het traject naar een strategisch gasbeleid komt. Wat houdt dat
in? De tijd dringt. Gaat ze voor de zomer de noodzakelijke strategische keuzes maken?
Energie-experts geven verschillende signalen af: enerzijds dat de gasvoorziening kwetsbaar
is, dat de gasvoorraden nodig zijn en dat de opslagen gevuld moeten worden, anderzijds
dat er veel opslagcapaciteit is en dat de verplichte vulgraden een prijsopdrijvend
effect hebben en bijdragen aan een negatieve spread, zodat bedrijven juist terughoudend
zijn met de inkoop van gas. Het zou een dure verzekeringspremie zijn. Als ik het goed
begrijp, is het verstandig om de gasmarkt zo veel mogelijk zijn werk te laten doen
en niet te verstoren met verplichte vulgraden, maar ook om werk te maken van strategische
voorraden die buiten de normale werking van de markt achter de hand worden gehouden.
Ik hoor graag hoe de Minister dit ziet en hoe zij dit oppakt. De SGP zou graag zien
dat in ieder geval een deel van het kussengas ingezet kan worden als strategische
gasvoorraad. De Minister kijkt daarnaar en neemt dit mee in een MKBA. Hebben we die
tijd wel? Worden tegelijkertijd de voorbereidende stappen gezet om hiertoe over te
gaan? Wordt dit idee ook voorgelegd aan andere Europese lidstaten?
De NAM wil af van de gasopslag bij Norg. Die is samen met Bergermeer echter een belangrijke
pijler onder onze gasvoorraad. De ACM beoordeelt het verzoek. Vanuit het oogpunt van
geopolitieke kwetsbaarheid kunnen we deze opslag niet zomaar loslaten. In hoeverre
kan EBN deze opslag overnemen en voor de strategische voorraad inzetten? Hoe zit het
met de kosten van EBN voor het bijvullen van de gasopslagen? De Minister heeft er
geld voor gereserveerd, maar zij wil toewerken naar het omslaan van deze kosten via
de transporttarieven van GTS. Wat zou dat betekenen voor de aantrekkelijkheid van
het aanlanden van gas? Dat wordt dan immers duurder.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor de heer Flach van de SGP spreken over het inzetten van de gasopslagen die
nu nog van de NAM zijn, wellicht als een strategische gasopslag. Betekent dat dan
ook in de visie van de SGP dat we daarmee de seizoensopslagen verliezen en dat alles
strategisch wordt of heb ik dat verkeerd gehoord? Wij geloven erin dat je in die gasopslagen
die we nu hebben zowel een seizoensbuffer kan hebben als strategische kussengasreserves
die je in tijden van crisis kan gebruiken. Ik ben benieuwd naar de visie van de heer
Flach.
De heer Flach (SGP):
Dat klinkt zeker niet onredelijk. Wat ik gezegd heb, is dat we die opslag niet zomaar
kunnen loslaten. Ik ben vooral benieuwd naar hoe dat in die strategisch gasvisie tot
uiting komt. We zullen dat soort keuzes inderdaad wel moeten maken, maar ik kan dit
goed volgen.
Voorzitter. Ik ga verder met een weerbare energievoorziening. Vanuit de topsector
Energie is een serie aanbevelingen gedaan voor een meer weerbare energievoorziening.
Zij pleiten onder meer voor een capaciteitsmarkt en het in de benen houden van kolencentrales.
We zijn benieuwd hoe de Minister dit in het vat gaat gieten om de leveringszekerheid
op de elektriciteitsmarkt te borgen.
TenneT heeft aangegeven dat landelijk na 2032 de leveringszekerheid in gevaar komt.
Onderzoek van TenneT, Stedin en Liander in de regio Rotterdam laat echter zien dat
hier vanaf 2028 al stroomuitval dreigt als gascentrales dichtgaan. Hoe gaat de Minister
dit tijdig voorkomen? De experts keken ook naar de fysieke kwetsbaarheid. Ze pleiten
voor het opsporen van kritieke schakels in het hele energienetwerk en extra beveiliging
daarvan, en voor een handmatig besturingssysteem als terugvaloptie bij voorzieningen
als tankstations. Hoe pakt de Minister dit op?
Deze en andere experts pleiten voor een pas op de plaats bij de ontmanteling van de
gasinfrastructuur in Groningen. De SGP is nog niet zover. Sowieso duurt die ontmanteling
nog verschillende jaren en betekent het meer dan je op het eerste gezicht denkt, nog
los van de ereschuld richting Groningen. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat
onze gasvoorziening kwetsbaar is en de geopolitieke situatie zeer ongewis. Neemt de
Minister het in ieder geval als een van de opties mee in haar strategische gasvisie
en de kosten-batenanalyse die hiervoor wordt gemaakt?
Ik ga bijna afronden, voorzitter, maar ik wil het nog hebben over de Europese Methaanverordening.
Die vormt een bedreiging voor onze gaswinning. De eisen zijn dusdanig dat de kans
groot is dat de winning op de Noordzee naar beneden geschroefd gaat worden. Dat kan
toch niet de bedoeling zijn, vanuit geopolitiek perspectief niet en ook niet vanuit
klimaatperspectief? De CO2-footprint van Noordzeegas is juist veel beter dan die van lng. Hoe gaat de Minister
zich inzetten voor versoepeling?
En dan sluit ik helemaal af met de glastuinbouw, want die speelt met zijn wkk-capaciteit
een belangrijke rol in de elektriciteitsvoorziening als het gaat om balans en leveringszekerheid.
Door de stapeling van lastenverzwaringen staat deze rol echter onder grote druk. Ziet
de Minister het belang van de wkk-capaciteit in de glastuinbouw – we hebben het er
al eens eerder over gehad – en hoe gaat zij afbouw daarvan voorkomen?
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan krijgt de heer Heutink het woord.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Veel dank voor de coulance van de commissie. Ik zal mijn inbreng doen. Daarna moet
ik naar een ander debat, maar mijn medewerker, zeg ik ook in de richting van de Minister,
zal zeker de antwoorden met alle interesse volgen en ik daarna natuurlijk ook.
Voorzitter. De gebeurtenissen in de wereld laten opnieuw zien hoe kwetsbaar Nederland
is als het gaat om energie. Een conflict op duizenden kilometers afstand is al voldoende
om de gasprijs hier in Nederland flink te laten stijgen, met alle gevolgen voor de
Nederlandse portemonnee van dien. Juist daarom is het van belang dat onze gasopslagen
goed gevuld zijn. Op die manier kunnen we nog een beetje invloed uitoefenen op de
energierekening. Ook de strategische voorraad is daarvoor van belang. Daar kom ik
zo meteen op terug.
Laat ik vooropstellen dat mijn fractie absoluut het belang van een goedgevulde gasopslag
onderschrijft. Geen enkele Nederlander mag in de winter een probleem met leveringszekerheid
krijgen. We kunnen dus de kern van het plan om EBN werkkapitaal te verschaffen alleen
maar steunen. Echter, er zitten wel een aantal haken en ogen aan. Hoewel de gasvoorraad
op dit moment zorgwekkend laag is, veel lager ook dan in andere jaren, moeten we wel
koste wat het kost zorgen voor voldoende voorraad de komende winter, maar we blijven
wel kritisch op het kostenplaatje. Het is allemaal zo duur. De huidige prijs van gas
is zo exorbitant hoog dat het voor EBN hoogstwaarschijnlijk onmogelijk is om de voorraad
straks nog met winst te verkopen. Dan rijst een logische vraag: wie gaat uiteindelijk
de rekening betalen? Want als de winsten bij de markt terechtkomen en de risico's
bij de Staat liggen, dan dreigt uiteindelijk de belastingbetaler de klappen op te
vangen. Daarom willen we van het kabinet weten hoe realistisch het is om die lening
van 8 miljard euro volgend jaar alweer door EBN terug te laten betalen. Gaat die overhaaste
terugbetaling – daar lijkt het nu op – er niet alleen maar voor zorgen dat het gat
in de begroting dus op het bordje van de belastingbetaler terechtkomt? Laat me u herinneren:
de belastingbetaler bij wie de energierekening komend najaar mogelijk alweer met € 40
per maand stijgt. Het moet een keer ophouden, wat ons betreft.
Uiteraard denken we graag met de Minister mee. Is het voor de toekomst niet verstandig
om een aantal van die gasopslagen in Nederland uit de markt te halen en te gebruiken
als strategische gasopslag, vraag ik aan de Minister. Neem bijvoorbeeld Norg en Grijpskerk.
Die zijn daar op dit moment geschikt voor. Norg staat op dit moment zelfs nog helemaal
leeg. Sinds GasTerra stopte met de handel in gas uit Groningen, is de voorraad leeg
opgeleverd. Dat is precies de opgave waar het kabinet voor staat: het zo goed en goedkoop
mogelijk vullen van de lege voorraden.
Voorzitter. Wij blijven erbij: Nederland heeft zichzelf onnodig kwetsbaar gemaakt
door de gaskraan in Groningen volledig dicht te draaien. Terwijl we hier discussiëren
over leningen, risico's en dure import van gas, ligt onder onze eigen bodem nog altijd
een van de grootste gasvoorraden van Europa. Daarom zeggen we tegen Minister: drill,
Stientje, drill. Dat hebben we al eerder gedaan: maak het jezelf wat makkelijker en
zorg dat Nederland weer grip krijgt op zijn eigen energievoorziening in plaats van
afhankelijk te zijn van de onstuimige wereld. Ook hier graag een reactie op.
De voorzitter:
Dank u. Volgens mij was u aan het einde gekomen van uw inbreng, maar u krijgt nog
een interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Laat ik ermee beginnen dat het algemeen bekend is dat we bij JA21 bezig zijn met een
initiatiefwet om Groningen aan te wijzen als een gasnoodreserve. Die komt te zijner
tijd naar de Kamer, maar ik wil hier wel benadrukken dat wij dat met de hoogste zorgvuldigheid
hebben benaderd. Je moet ook respect hebben voor die omgeving. De heer Flach zei dat
ook al: die ereschuld. Als ik dan hoor – ik wil het eigenlijk niet herhalen – «drill,
Stientje, drill»... Is dat niet heel plat? Vindt meneer Heutink niet dat dat eigenlijk
geen recht doet aan de zorgen en de belangen die er zijn in Groningen, zeker na alles
wat er is gebeurd?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het verschil tussen JA21 en onze club is dat JA21 de sleutels vastheeft, maar eigenlijk
die sleutel niet daadwerkelijk durft om te draaien en de schat eruit te halen. Dat
is het verschil tussen JA21 en ons. Wat er moet gebeuren, is het volgende. We moeten
de Groningers zo ruimhartig en zo volledig compenseren als we beloofd hebben. Daar
moeten we gewoon mee doorgaan. Daar is geld voor beschikbaar en daar moeten we gewoon
mee doorgaan, net zo lang. Tegelijkertijd hebben we gewoon een grote opgave als het
gaat om onze gasvoorraad. Dat betekent dat wij, als er voldoende gas is in Nederland,
dat gewoon voor eigen gebruik moeten kunnen winnen. JA21 durft de schat er niet uit
te halen. Wij zeggen: haal die schat eruit.
De heer Van den Berg (JA21):
Vindt u dit nou zelf niet een beetje een verkeerde voorstelling van zaken? Degene
die hier nu spreekt, ikzelf, meneer Van den Berg, heeft juist het initiatief genomen
om die gaswet te schrijven, dat werk te gaan doen. Dat is in de afgelopen jaren niet
gedaan. Dus als hier eigenlijk een beetje een simpel frame wordt neergezet van de
sleutels in handen hebben en de sleutel in het slot steken ... Ik bedoel, wij hebben
zelfs die sleutel gemaakt en wij zorgen in ieder geval ook dat die op een slot gaat
passen in plaats van dat we met een breekijzer ergens iemands huis gaan binnenstormen.
Want dat is wat meneer Heutink hier voorstelt. Ik vind dat geen recht doen aan de
situatie. Wij zijn zeker voor die leveringszekerheid, maar als je dat zo doet, dan
draagt dat gewoon niet bij aan de discussie die we hier in de Kamer moeten hebben.
Het zorgt alleen maar voor meer verwijdering. Ik zou eigenlijk willen oproepen: sluit
u zich bij ons aan wat dat betreft. Dan kunnen we met elkaar de juiste stappen zetten
die wij nodig hebben voor die leveringszekerheid.
De voorzitter:
Het was een oproep, maar u mag nog even kort reageren of u zich misschien daadwerkelijk
wilt aansluiten.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik begrijp dat JA21 aan het vissen is naar wat complimenten voor hoe knap het wel
niet is dat er een initiatiefwet is geschreven. Nou, hartstikke goed dat dat gebeurt.
Wij weten nog niet wat we met die initiatiefwet gaan doen. Iets is beter dan niets,
zeggen wij altijd. Misschien is dit wel iets, maar het is lang niet alles. Het is
zeker niet alles. Het is toch een voorzichtige stap richting dat uiteindelijke doel,
namelijk dat we die schat er uit zouden moeten halen. Er ligt voor 500 miljard euro
in de grond. Dat gebruiken we gewoon niet. Dat laten we gewoon liggen. JA21 zegt «oké,
we weten dat het er ligt, we kunnen het aanwijzen en, sterker nog, wij hebben de sleutels
van al dat geld, van al dat gas» en het wordt niet gebruikt. Dat is jammer.
De voorzitter:
Dat punt heeft u gemaakt. U was aan het einde gekomen van uw inbreng. Ik zie geen
andere interrupties. Blijf vooral. Maar als u naar een volgend debat moet, dan bent
u geëxcuseerd. Dan geef ik het woord aan de heer Van den Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Voor JA21 staat vandaag één vraag centraal: kunnen huishoudens
en bedrijven er komende winter op vertrouwen dat er voldoende energie beschikbaar
is tegen een betaalbare prijs? De afgelopen jaren hebben ons geleerd dat leveringszekerheid
geen vanzelfsprekendheid meer is, zoals blijkt uit de sabotage van de Nord Streampijplijn
en de afsluiting van de Straat van Hormuz.
Tegelijkertijd is Nederland door het sluiten van het Groningse gasveld steeds afhankelijker
geworden van importstromen uit het buitenland. Dat hoeft geen probleem te zijn zolang
die aanvoer voldoende gespreid is, de infrastructuur robuust is en er voldoende buffers
zijn voor periodes van schaarste. Maar juist daar maakt JA21 zich zorgen over. De
vulgraden van de Nederlandse gasopslagen lopen minder snel op dan gewenst. Marktpartijen
zijn logischerwijs terughoudend door de huidige marktomstandigheden en de relatief
hoge prijzen. Tegelijkertijd weten we dat het verplicht opleggen van hoge vuldoelen
ook een prijsopdrijvend effect zal hebben.
We zitten dus in een ongemakkelijke spagaat. We willen zekerheid, maar de instrumenten
die die zekerheid moeten bieden, zullen de rekening voor burgers en bedrijven verder
verhogen. Daarom wil JA21 van de Minister weten hoe zij de ladder van leverings- en
voorzieningszekerheid precies voor zich ziet. Welke stappen worden achtereenvolgens
gezet wanneer de internationale gasmarkt verder onder druk komt te staan? Welke instrumenten
heeft Nederland voordat er sprake is van fysieke leveringstekorten? Hoe voorkomt het
kabinet dat we pas ingrijpen wanneer de markt al in paniek is en de prijzen straks
daadwerkelijk exploderen? Hoe beoordeelt de Minister op dit moment de risico's voor
de komende winter? Kan de Minister garanderen dat Nederland in een nieuwe geopolitieke
crisis zijn energiezekerheid voldoende op orde heeft en op basis van welke scenario's
zegt zij dat?
Voorzitter. Een tweede punt is onze importafhankelijkheid. JA21 vindt dat Nederland
niet afhankelijk mag worden van een beperkt aantal leveranciers, contracten of aanvoerroutes.
Diversificatie is geen luxe, maar een harde voorwaarde voor leveringszekerheid. Nederland
moet niet alleen kijken naar hoeveel gas er op papier beschikbaar is, maar ook naar
de vraag waar het vandaan komt en hoe kwetsbaar die routes zijn voor sabotage of verstoring.
Daarom vraag ik de Minister welke aanvullende stappen het kabinet zet om de importcapaciteit
verder te diversifiëren. Hoe robuust acht zij onze lng-capaciteit, onze verbindingen
met buurlanden en onze alternatieve aanvoerroutes? Is zij bereid periodiek inzichtelijk
te maken hoe onze afhankelijkheid van afzonderlijke leveranciers en routes zich ontwikkelt,
zodat de Kamer tijdig kan zien waar nieuwe kwetsbaarheden ontstaan en daarop kan handelen?
Voor JA21 hoort daar ook de infrastructuur op de Noordzee bij. We willen serieus laten
onderzoeken of een directe of verbeterde verbinding tussen Noorse gasaanvoerroutes
en de Nederlandse offshore trunkline mogelijk en zinvol is. Noorwegen is een betrouwbare
partner. De Noordzee is strategische energie-infrastructuur. Dan moeten we ook durven
kijken of onze fysieke infrastructuur past bij de geopolitieke werkelijkheid van vandaag
en morgen.
Voorzitter. Een derde punt is de rol van de overheid zelf. De overheid probeert via
garanties, leningen en vulverplichtingen voldoende voorraden veilig te stellen. Dat
is begrijpelijk, maar we moeten ook eerlijk zijn over de kosten. Als marktpartijen
onvoldoende prikkels hebben om voorraden tijdig te vullen of langjarige zekerheid
te organiseren, dan moet de overheid niet pas op het allerlaatste moment dure noodmaatregelen
nemen. Een deel van de oplossing daarvoor is het sluiten van fysieke langetermijncontracten
met leveranciers van kritieke grondstoffen, zoals gas en olie, maar ook aardmetalen
en mineralen. Hoe ziet de Minister op dit moment de leveringszekerheid van deze kritieke
grondstoffen? Zijn er voor bepaalde grondstoffen al langetermijncontracten afgesloten?
Ziet de Minister de meerwaarde in van langetermijncontracten voor kritieke grondstoffen
waarbij Nederland niet in zijn eigen vraag kan voorzien?
Voorzitter. Tot slot de strategische reserves. Het ging er net al even over, aan beide
kanten. JA21 vindt dat Nederland niet de fout mag maken om alle nationale noodopties
definitief uit handen te geven. Gasopslagen, kussengas, noodvoorraden en binnenlandse
reserves moeten worden bekeken als onderdeel van één strategisch veiligheidsbeleid.
Ik kijk daarvoor ook naar de VVD en het CDA. Uiteindelijk gaan al deze zaken om een
verzekeringspremie. Als, zoals de Amerikanen zouden zeggen, the shit hits the fan
moeten we voorbereid zijn, met kritieke grondstoffen, met olie en met gas. Daarom
kunnen wij het ons niet veroorloven om Groningen niet als noodreserve achter de hand
te houden. En zoals u JA21 kent, werken wij dit uit met de hoogste zorgvuldigheid
binnen een initiatiefwetsvoorstel. To be continued.
Voorzitter. Nederland mag nooit meer verrast worden door een energiecrisis. Leveringszekerheid
vraagt om realisme, voldoende reserves, langjarige contracten en een brede spreiding
van aanvoerbronnen. Wij van JA21 gaan voor economische weerbaarheid, betaalbare energie
en nationale veiligheid. En dat is de juiste aanpak.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen we bij de heer Klos van D66.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. De energiemarkt kan niet meer als neutraal worden gezien. Trump
is uit op energiedominantie. Poetin gebruikte zijn positie eerder al om Europeanen
schrik aan te jagen en op kosten te jagen. Fossiel kan ook steeds minder als stabiel
en helemaal niet als goedkoop worden beschouwd. De prijsschok van de vorige energiecrisis
kostte Nederland ten minste 10 miljard euro of zo'n € 1.000 per huishouden. Een paar
jaar later zijn we in Europa na de plotselinge sluiting van de Straat van Hormuz meer
dan een kwart miljard euro per dag kwijt aan extra fossiele import.
Het goede nieuws, om met de heer Bontenbal te spreken, is dat het echt anders kan.
We kunnen uit de hoek waar de klappen vallen komen als we in sneltreinvaart overgaan
op schone energie van eigen bodem. Het minder goede nieuws is dat zelfs een sneltrein
nog niet vandaag op zijn bestemming is. We zullen een aantal voorzieningen moeten
treffen om de reis veilig en wel te doorstaan. Daar moeten we het vandaag over hebben.
Voorzitter. Ten eerste de komende winter. De gasopslagen staan er slechtgevuld bij,
slechter dan voorgaande jaren en slechter dan in andere landen. Dat betekent dat er
een grote opgave ligt, die niet per definitie door de markt of door Energie Beheer
Nederland alleen kan worden voltooid. Welke consequenties trekt de Minister hieruit
als de vuldoelen in gevaar zouden komen? Overweegt zij dan ook extra ingrepen? Enerzijds
geeft de Europese Commissie ruimte om flexibeler om te gaan met de Europese verplichtingen.
Anderzijds hebben de experts voor Nederland een advies uitgebracht dat volgens het
kabinet leidt tot een doelstelling van 84%. Dat is hoger dan wat Europees wordt verwacht
en ook hoger dan vorig jaar. Op basis van welke criteria zou dit doel eventueel nog
kunnen worden herzien, zoals de Minister ook aankondigt in de brief? Hoe zorgt het
kabinet dat de leveringszekerheid daarmee niet in gevaar komt?
Voorzitter. Ten tweede de gasleveringszekerheid in de eerstvolgende jaren. We debatteren
wat dat betreft een beetje in een vacuüm. De voorstellen van het kabinet voor de Wet
bestrijden energieleveringscrisis, het strategisch gasbeleid en ook de capaciteitsmarkt
moeten allemaal nog ergens dit jaar gaan komen. De kern is evenwel dat we ons moeten
voorbereiden op verstoringen. Het ministerie heeft dit volgens de Rekenkamer heel
goed op orde voor het hoogspanningsnet. Maar toen wij hier in deze commissie in december
vorig jaar vroegen wat de gevolgen zouden zijn als Trump dreigt met het afknijpen
van lng, er een bom valt op de Noorse pijpleiding of de Straat van Hormuz dichtgaat,
bleken daar geen scenario's voor te liggen. Een van die drie is inmiddels werkelijkheid.
Hoe staat het met de voorbereiding van die andere twee? Zal de Minister het advies
overnemen van de experts om een strategische gasvoorraad aan te leggen van voldoende
omvang en de kosten daarvan af te zetten tegen de kosten van grootschalige verstoring?
De Minister schrijft een Europese dialoog over strategische gasopslagen te willen
starten, waarbij ook kostendeling tussen lidstaten wordt betrokken. Dat klinkt heel
verstandig. Kan de Minister concreet uitleggen wat voor haar het ideale eindbeeld
is? Hoe worden de gezamenlijke Europese strategische reserves ingekocht en vervolgens
beheerd?
Dan de structurele route naar leveringszekerheid: schone energie van eigen bodem.
Ik zie dat het kabinet hier met urgentie aan bouwt, niet alleen met de verdubbeling
van wind op zee dit jaar, naar aanleiding van een motie die wij hier in de Kamer hebben
ingediend, maar ook met het versnellingspakket voor isolatie en elektrische auto's
van vorige maand. Hoe minder aardgas we nodig hebben, hoe minder dure pleisters we
hoeven plakken. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie presenteerde daarom eerder
al het Spoedplan voor minder aardgas, waarover de Minister volgens mij direct met
hen in gesprek is gegaan. Welke maatregelen uit dat plan zou zij nu kunnen nemen voor
de komende tijd? Hoe kijkt de Minister bijvoorbeeld naar maatregelen die ook direct
energie kunnen besparen en waar zij op korte termijn invloed op heeft, zoals ledverlichting
in alle overheidsgebouwen en op alle wegen?
Voorzitter. Het kan echt anders of het kan wel, net hoe je het wilt zeggen. Het is
geen natuurfenomeen dat wij hier de sjeiks moeten subsidiëren of ons bedreigd moeten
voelen door Poetin of Trump. We kunnen veel zelfstandiger en zelfverzekerder staan
met schone energie van eigen bodem. Nederlanders weten dit en daarom installeren ze
massaal zonnepanelen, kopen ze massaal elektrische auto's en installeren ze warmtepompen.
De sneltrein is uit de startblokken. Laten wij nu alle seinen op groen zetten. Nederland
kan dit.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dat levert nog een interruptie op, denk ik, van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de heer Klos net zeggen dat we ons niet bedreigd moeten voelen door Trump
en dat we ons vooral als Europa standvastig moeten opstellen. Wat nu natuurlijk dreigt
te gebeuren, is dat de Methaanverordening afgezwakt wordt onder druk van Trump, terwijl
de Methaanverordening juist ontzettend belangrijk is voor leveringszekerheid, juist
ontzettend belangrijk is voor het klimaat. Is de heer Klos het met ons eens dat we
als Europa onze rug recht moeten houden op dat vlak?
De heer Klos (D66):
Ja, en ik zal zeggen waarom ik dat vind. Ik denk dat het woord «leveringszekerheid»
daarvan de kern vormt. Als wij de taal van de macht niet spreken in Europa, als wij
niet de macht gebruiken van onze consumentenmarkt van 450 miljoen Europeanen, die
gezamenlijk hun wil kunnen opleggen aan de rest van de wereld in plaats van andersom,
dan is het signaal aan de rest van de wereld ook dat er met ons te sollen valt en
dat je ons dus ook in de toekomst kan bedreigen. Ik vind dat dus een sterk argument
om voor onze zaak te staan.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik ben heel blij om dat te horen en ik denk inderdaad ook dat de precedentwerking
die daarvan uitgaat heel belangrijk is. Als we nu door de knieën gaan, gaan we dat
waarschijnlijk ook doen op andere zaken. Het is dus heel belangrijk dat we hier de
rug rechthouden. Kan ik er dan ook van uitgaan dat D66 dinsdag onze motie om die Methaanverordening
niet af te zwakken zal steunen?
De heer Klos (D66):
Ik zal ’m goed lezen, maar u heeft mijn argumentatie gehoord.
Mevrouw Müller (VVD):
Op basis daarvan ga ik toch even een interruptie plaatsen. Volgens mij hebben we gisteren
uitgebreid stilgestaan bij de Methaanverordening. Daar was u trouwens niet bij, dus
daar kunt u niks aan doen. We hebben er ook uitgebreid met de Minister over gesproken.
Het is niet dat Nederland buigt voor Trump, zoals mevrouw Van Oosterhout het hier
schetst. Het gaat erom dat de Methaanverordening zoals die nu is grote problemen schetst
voor onze leveringszekerheid, voor onze import, maar ook voor onze eigen nationale
productie. Gelukkig is de Europese Commissie bezig met een handreiking, want zij ziet
dat deze verordening heel veel problemen kan veroorzaken. Ze zijn dus bezig met een
handreiking en daar is Nederland ook heel erg voor aan de bak in Europa en Brussel.
Dat is heel erg goed en ik vind het daarom ook niet eerlijk om het weg te zetten als
een verzwakking. We gaan kijken hoe we ’m zo kunnen maken dat het uitvoerbaar is en
helpt om de gasproductie uiteindelijk schoner te maken, zodat er minder methaan vrijkomt.
Maar we moeten dat wel op een uitvoerbare manier doen, zodat de leveringszekerheid
niet in het geding komt. Ik ga er toch eigenlijk van uit dat D66 die inzet van de
Minister in Brussel gewoon steunt.
De heer Klos (D66):
Volgens mij is uitvoerbaarheid inderdaad een heel goed principe, maar ik heb zojuist
ook uitgelegd waarom ik denk dat de Europese Unie niet te zwak in haar schoenen moet
gaan staan en waarom we deze aangenomen wetgeving ook moeten uitvoeren. We moeten
niet het signaal geven dat wij onze keutel intrekken als er aan de andere kant van
de oceaan iemand begint te kuchen. Ik begrijp dat de VVD zegt dat dat in dit geval
niet zo is en dat de Europese Commissie alleen maar probeert om het handzaam te maken.
Daar ben ik natuurlijk geen tegenstander van, want alle wetgeving moet uitvoerbaar
zijn. Maar volgens mij is dat het uitgangspunt van zowel het kabinet als de Europese
Commissie.
Mevrouw Müller (VVD):
Het is goed om te constateren dat de heer Klos deelt dat uitvoerbaarheid en leveringszekerheid
in dezen heel erg belangrijk zijn. Ik zou verder ook weg willen blijven van het idee
dat wij willen doen wat een of andere VS-ambassadeur roept. Zo zit het helemaal niet.
Laten we daarom gewoon bij de feiten blijven. Wij hebben in Europa zelf grote problemen
geconstateerd. We gaan zélf in Europa onze wetgeving aanpassen en we doen dat niet
omdat iemand anders wat zegt. Dat wil ik hier toch wel scherp benoemd hebben.
De voorzitter:
Wil de heer Klos daar nog kort op reageren?
De heer Klos (D66):
Alleen maar door te zeggen dat ik denk dat alle drie de sprekers tot nu toe elkaar
erin vinden dat het gaat om onze leveringszekerheid. Dat heeft zowel met uitvoerbare
wetgeving te maken als met voorspelbaarheid van de Europese wetgeving. Daar gaat dit
debat van vandaag dan ook over.
Misschien tot slot, echte leveringszekerheid krijgen we door onze gasvraag te reduceren,
door minder afhankelijk te zijn van de Amerikanen en door meer te investeren in schone
energie. Ik hoop dat we dat samen kunnen doen. Ik weet ook zeker dat we dat samen
doen, want dat is wat we doen met ons coalitieakkoord.
De voorzitter:
Mooi, u heeft volgens mij verbindende woorden gesproken. Het levert nog wel een interruptie
op van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb met interesse naar het betoog van de heer Klos geluisterd. Ik vond het ook
wel mooi dat juist de heer Klos zich in de technische briefing over leveringszekerheid
zo kwetsbaar opstelde. «Wat kunnen we nou beter doen?» Complimenten daarvoor. Nu hoor
ik zijn zorgen over de Methaanverordening en dat hij zegt dat we niet per se naar
de overkant van de oceaan moeten kijken. Maar die Methaanverordening heeft natuurlijk
wel een wezenlijke impact op de binnenlandse gasproductie en op de kleinere velden.
De heer Klos zegt zelf dat die nog energie van eigen bodem opleveren, maar die zullen
daar wel door geraakt worden. En dat is dus slecht voor Nederland. Dat moet hij volgens
mij wel met mij eens zijn. Hoe gaan wij daar dan mee om? En nog even een kleine sidetwist:
moeten we daar dan ook niet veel meer de strategische reserves bij betrekken? Daar
hoorde ik volgens mij ook een beetje een draai. Maar het gaat mij dus vooral om de
Methaanverordening.
De heer Klos (D66):
Ik wil op beide punten wel ingaan. Ik begrijp niet waarom de Methaanverordening zo'n
grote impact zou hebben op onze gasproductie op de Noordzee. De heer Flach zei dat,
maar volgens mij klopt dat niet.
De strategische reserves. Ik denk dat wij daar op zich nog wel redelijk dicht bij
elkaar liggen, want wij omarmen beiden het principe dat je die nodig hebt. Ik hoop
dat JA21 het daarom met mij eens is dat het verstandig is om, zoals GTS suggereert
en adviseert, dat niet alleen in Nederland te doen. We zouden dat in Europees verband
moeten doen, bijvoorbeeld met een groep lidstaten in Noordwest-Europa, maar we kunnen
het ook met de Europese Unie doen. Ik sta er dus voor open om daar beleid op te maken.
Ik hoop wel dat we dat Europees kunnen blijven bezien.
De voorzitter:
De heer Van den Berg zegt «absoluut» en daaruit begrijp ik dat JA21 het met u eens
is. U bent aan het eind gekomen van uw betoog en dan gaan we snel door met mevrouw
Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Als we het vandaag over leveringszekerheid hebben, kunnen
we niet om het Midden-Oosten heen. De oorlog daar laat onze geopolitieke kwetsbaarheid
in volle omvang zien. Zolang we afhankelijk blijven van de import van fossiele brandstoffen
uit instabiele regio's blijft onze leveringszekerheid fragiel. Eén crisis in de Golf
raakt direct de Europese en Nederlandse energievoorziening. Dat is inmiddels geen
hypothetisch risico meer, want dat is de realiteit van vandaag.
Voor mijn partij is de conclusie helder: echte leveringszekerheid begint bij energieonafhankelijkheid.
Die bereiken we niet met ad hoc-maatregelen, maar met regie en structurele versnelling
van de energietransitie. Mijn eerste vraag gaat dan ook over die regie. De Minister
is bezig met een update van het Nationaal Plan Energiesysteem. Is zij bereid om weerbaarheid
en energieonafhankelijkheid als expliciete criteria mee te nemen in die herziening?
Dat betekent niet alleen sturen op een bepaald percentage hernieuwbare energie in
een bepaald jaar, maar ook concreet sturen op het afbouwen van ons gebruik van olie
en gas. Dus niet alleen een doel voor wat erbij komt, maar ook een doel voor wat eraf
moet. Hoe kijkt de Minister hiernaar?
Concreet over lng. Na de energiecrisis van 2022 is geïnvesteerd in nieuwe lng-terminals.
Daarmee hebben we de ene afhankelijkheid ingeruild voor de andere, want ons gas komt
nu in plaats van uit Rusland uit de Verenigde Staten. Wie de afgelopen maanden het
nieuws heeft gevolgd, weet dat ook die relatie niet zonder geopolitieke risico's is.
Toch kwam deze week het bericht dat de lng-terminal in de Eemshaven er waarschijnlijk
nog tot 2036 blijft liggen. Ik zou van de Minister willen weten wat haar exitstrategie
is voor onze lng-infrastructuur. Welke contracten lopen wanneer af? En is er een concreet
afbouwpad of blijven we deze infrastructuur zo meteen stilzwijgend verlengen, omdat
er geen alternatief klaarligt?
De maatregelen. Het kabinet heeft een brief gestuurd over acties naar aanleiding van
de situatie in het Midden-Oosten. Maar als het gaat om klimaat- en energiebeleid lees
ik daarin vooral maatregelen die het kabinet toch al van plan was te nemen. Kan de
Minister concreet aangeven wat zij nu daadwerkelijk versnelt? Want versnelling is
precies wat nodig is. We moeten meer inzetten op energiebesparing, maar ook op het
doorbreken van de stagnatie van wind en zon op land, het versnellen van de isolatieaanpak
en het vlottrekken van warmtenetten.
Voorzitter. De onderzoeken naar leveringszekerheid en het capaciteitsmechanisme staan
vandaag op de agenda. Deze zijn door de vorige Minister naar de Kamer gestuurd, maar
nog niet voorzien van een kabinetsappreciatie. Wat gaat de Minister met deze onderzoeken
doen? Ik ben benieuwd naar haar appreciatie.
Over de capaciteitsmarkt specifiek het volgende. Ik steun de ambitie van het kabinet
om dit in te richten. Het advies luidt om een technologieneutrale centrale capaciteitsmarkt
in te richten. Maar technologieneutraliteit is niet per definitie klimaatneutraal
en het risico is reëel dat een dergelijke markt investeringen in nieuwe gascentrales
uitlokt, terwijl we tegelijkertijd proberen onze afhankelijkheid van gas af te bouwen.
Dat is een contradictie die we niet kunnen negeren. Het is wat mij betreft dan ook
essentieel dat de CO2-uitstoot als factor wordt meegewogen bij het inrichten van de capaciteitsmarkt. Gaat
de Minister dit doen? En hoe gaat de Minister voorkomen dat we via de voordeur leveringszekerheid
inkopen, maar via de achterdeur een nieuwe fossiele lock-in creëren? Gaat ze hierbij
ook kijken naar Frankrijk en België, die dit al wel hebben meegenomen in de inrichting
van hun capaciteitsmarkt?
De voorzitter:
Dank u wel. Voordat u verdergaat, krijgt u een vraag van mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik ben wel een beetje op zoek naar hoe mevrouw Van Oosterhout dit voor zich ziet.
Volgens mij richten we de capaciteitsmarkt in om ervoor te zorgen dat we het net kunnen
verlichten. We doen dat door af en toe de gascentrales aan te zetten om te voorkomen
dat het net overvraagd wordt. Dat capaciteitsmechanisme wordt dus wel degelijk in
het leven geroepen om ervoor te zorgen dat de gascentrales zo nu en dan aan kunnen
staan. Volgens mij is dat verstandig, omdat we beter een beetje extra grijs op sommige
momenten kunnen doen als we voor de rest wel over kunnen stappen op duurzame elektriciteit.
Hoe ziet u dat dan precies voor zich?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De capaciteitsmarkt is natuurlijk bedoeld voor flexibiliteit en regelbaar vermogen.
Het is niet expliciet bedoeld voor gascentrales. Wij denken daarbij juist aan groene
waterstof, batterijen en opslag. We vragen de Minister om CO2 ook expliciet mee te nemen, zoals ze dat in Frankrijk en België ook hebben gedaan,
zodat we niet een heel mechanisme optuigen dat er onder de streep voor zorgt dat onze
CO2-uitstoot toeneemt. We zien namelijk natuurlijk ook dat we nog altijd de klimaatdoelen
niet halen. Het is dus wel belangrijk om dat mee te wegen, net zoals ze dat ook in
andere landen aan het doen zijn.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik begrijp dat u vraagt om het in ieder geval mee te nemen. Daar kan ik mij iets bij
voorstellen, maar tegelijkertijd zoek ik ook een klein beetje naar realisme. Groene
waterstof is nu nog niet zover. De batterijopslagen zijn ook nog niet op het niveau
dat we zouden willen hebben. Om de netcongestie te verlichten hebben we op de korte
termijn die gascentrales wel degelijk nodig en het capaciteitsmechanisme speelt daarin
een hele belangrijke rol. Maar ik heb verder geen vragen.
De voorzitter:
Geen vraag meer. Ik wil ook een beetje herhaling voorkomen. Misschien dat u nog kort
wilt reageren, mevrouw Van Oosterhout, maar u kunt anders ook verder met uw inbreng.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Misschien zal ik dan kort reageren. Het uiteindelijke doel moet zijn om onze afhankelijkheid
van gas af te bouwen. Het is belangrijk om dat mee te nemen bij het inrichten van
de capaciteitsmarkt.
Tot slot, voorzitter. Gisteren spraken we in het debat over mijnbouw over de Europese
Methaanverordening en later op de dag heb ik daar in het tweeminutendebat een motie
over ingediend. Maar ik zou daar nu toch op terug willen komen. De Minister zei namelijk
in de appreciatie van de motie dat afzwakking van de verordening niet aan de orde
is, maar dat er sprake is van een handreiking. Die zou worden gedaan bij de herziening
van de verordening. Dat vind ik nogal een gegoochel met woorden, want dit laat ruimte
om de verordening bij de herziening toch af te zwakken. Kan de Minister nu toezeggen
dat ze bij de herziening gaat pleiten voor het behoud van de huidige Methaanverordening?
Ik kijk uit naar de antwoorden van de Minister.
De voorzitter:
Dank u. Dan komen we bij de heer Jumelet voor zijn inbreng.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Ik mag hier spreken namens het CDA, maar ook namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis is in de plenaire zaal aanwezig en daarom doe ik mijn bijdrage ook
namens de ChristenUnie.
Voorzitter. Als je een huis koopt of kunt gaan huren, is het veelal de regel dat de
woning leeg wordt opgeleverd. Tenzij! Tenzij er afspraken worden gemaakt over spullen
die overgenomen kunnen worden. Dat is praktisch en vaak ook voordelig en efficiënt.
Je spreekt met de verkopende partij daarvoor een prijs af. We kennen allemaal wel
voorbeelden daarvan.
Voorzitter. De gasopslagen in Norg en Grijpskerk zijn april jongstleden leeg opgeleverd.
Hierdoor is de nog aanwezige hoeveelheid gas niet beschikbaar gebleven voor de Nederlandse
gasvoorziening. Vanuit het oogpunt van leveringszekerheid, waarover wij vandaag spreken,
is dat op zijn zachtst gezegd moeilijk te begrijpen, niet in de laatste plaats omdat
het al jaren bekend is dat GasTerra zou gaan stoppen. Daarom de vraag of de Minister
kan uitleggen waarom deze gasopslagen leeg zijn opgeleverd, terwijl er in eerdere
jaren gas in de opslagen achterbleef. Is onderzocht of het Rijk het aanwezige werkgas
in de opslagen had kunnen overnemen ten behoeve van de leveringszekerheid? Had het
voor beide partijen voordeliger kunnen zijn geweest daarover te onderhandelen? Waarom
is daar niet voor gekozen of waarom is dat niet gelukt? Ik vraag dat tegen de achtergrond
van het gegeven dat de Nederlandse Staat effectief voor 50% aandeelhouder is van GasTerra.
Tot slot op dit punt: kan de Minister toelichten hoe ze kijkt naar de toekomst van
de belangrijke gasopslagen, met name als het gaat om het eigendom daarvan?
De vultaak van EBN. EBN zal via zijn vultaak in het kader van leveringszekerheid maximaal
80 terawattuur gas opslaan in Norg en Bergermeer. Naar verwachting is dat dit jaar
duurder dan in eerdere jaren; er werd net al door collega's over gesproken. Kan de
Minister aangeven hoe zij samen met EBN naar een balans zoekt tussen leveringszekerheid
en zo laag mogelijke kosten voor de gasgebruikers? Bij welke kosten vindt zij de inzet
van EBN te duur? Wanneer is er wat haar betreft sprake van disbalans? Hoe weegt zij
de kosten van de verzekering, in de vorm van een hoge vulgraad van de gasopslagen,
af tegen de daadwerkelijke risico's die ontstaan bij lage gasvoorraden?
Voorzitter. De lng-terminal. Voor het behoud van voldoende lng-importcapaciteit werken
de Gasunie en Vopak aan het langer openhouden van de EemsEnergyTerminal. Dat is belangrijk,
omdat ongeveer de helft van de Nederlandse gasimport uit lng bestaat. Hiervoor is,
weten we, wel snel een verlenging van de vergunning nodig, zodat de terminal tot 2036
beschikbaar blijft. De Minister noemt dit vergunningstraject echter «complex». Daarom
mijn vraag of de Minister kan toelichten waar die complexiteit precies in zit en welke
knelpunten er wellicht zijn. Kan zij aangeven hoe het Ministerie van EZK dit traject
actief ondersteunt? Op welke termijn is de verlenging van de vergunning te verwachten
en hoe zal zij de Kamer informeren over de voortgang?
Voorzitter. De leveringszekerheid van elektriciteit en het capaciteitsmechanisme.
Ook de risico's voor de leveringszekerheid van elektriciteit nemen na 2030 toe. Daarom
is het belangrijk om al op korte termijn keuzes te maken over de borging van voldoende
regelbaar vermogen na 2030. Een capaciteitsmechanisme kan daarbij een belangrijke
rol spelen. Wat ons betreft betrekken we daarbij ook de bestaande kolencentrales als
die bijvoorbeeld door de inzet van biomassa aan de minimale CO2-eisen kunnen voldoen.
Drie jaar geleden heeft het CDA met een actieplan al opgeroepen om de bestaande locaties,
die al beschikken over zware netwerkaansluitingen, maximaal te benutten voor de energietransitie.
Ik hoor graag hoe de Minister kijkt naar de toekomst van de kolencentrales, en zeker
ook naar de toekomst van die locaties. Ik heb daar een aantal vragen over, om precies
te zijn: een handvol, vijf dus.
Is de Minister in gesprek met de exploitanten over de toekomst van deze centrales
en ook over deze locaties? Is de Minister bereid om bijvoorbeeld het PBL onderzoek
te laten doen naar de mogelijke rol van kolencentrales op biomassa in een toekomstig
capaciteitsmechanisme en naar hun mogelijke bijdrage aan de leveringszekerheid na
2030? Hebben we goed in beeld wat de gevolgen voor de leveringszekerheid, de benodigde
vervangende capaciteit en de maatschappelijke kosten zijn, indien de Amercentrale
vervroegd moet sluiten door het wegvallen van de subsidie voor de bijstook met biomassa?
Kan de Minister toelichten welke uitgangspunten er worden gehanteerd bij de vormgeving
van het capaciteitsmechanisme en hoe daarbij invulling wordt gegeven aan het beginsel
van technologieneutraliteit? U telde mee, voorzitter, en nu komt dus mijn laatste
vraag. Welke concrete ontwerpkeuzes worden overwogen om de deelname aan CO2-vrije technologieën, waaronder vraagrespons, batterijsystemen en andere vormen van
energieopslag, te stimuleren?
Voorzitter, tot zover. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat waren er inderdaad vijf. De heer Klos heeft een interruptie.
De heer Klos (D66):
Ik heb maar één vraag aan de heer Jumelet. Ik snap best dat hij bepleit dat je die
aansluitingen of die locaties moet gebruiken om juist flexibiliteit te leveren. Dat
zullen we inderdaad nodig hebben in het systeem. Ik vraag me nog wel af of hij ook
openstaat voor andere vormen van flexibiliteit, zoals batterijen, waterstof of gascentrales?
Dus anders dan de kolencentrales die hij expliciet noemt.
De heer Jumelet (CDA):
Jazeker. Dat is een belangrijk punt. U kent het CDA als een principieel praktische
partij, zeker als ik het woord mag voeren. Wat mij betreft moeten we naar alle modaliteiten
kijken, zeker als het gaat om het hele energiesysteem. De voorbeelden die u noemt,
waterstof en de gascentrales wat langer in kunnen zetten, horen allemaal in dat hele
verhaal, in dat hele pakket en in ons narratief voor de toekomst. We zijn, denk ik,
met elkaar aan de slag om die leveringszekerheid te borgen. Ik denk dat dat gewoon
het hele pallet is. Maar ik mag maar vijf minuten spreken, voorzitter!
De voorzitter:
Er komt toch een tweede interruptie.
De heer Klos (D66):
Dat principieel praktische waardeer ik inderdaad zeer aan de heer Jumelet. Is het
daarbij voor u ook van belang in welke mate van snelheid bepaalde technieken flexibiliteit
kunnen leveren aan het net? Batterijen kunnen bijvoorbeeld heel snel ingeschakeld
worden, net als gascentrales, maar kolencentrales zijn vrij log en langzaam. Het duurt
best lang om ze op te starten en ze moeten bovendien vervolgens blijven draaien. Speelt
dat een rol in uw overweging wat we moeten gaan gebruiken als flexibiliteit?
De heer Jumelet (CDA):
Ik begon er gisteren in het tweeminutendebat ook over, want ik denk dat het goed is
om juist bij het NPE met elkaar te spreken over wat wijs is. Wij hebben een technische
briefing gehad. Daar werd net al even aan gerefereerd en die briefing ging over leveringszekerheid.
Ik heb heel goed geluisterd naar de aanwezige deskundigen en zij hebben ons aangegeven
naar het geheel te kijken in plaats van elke keer naar een deel van het totaal van
het verhaal. Ik denk dat we dan heel erg goed moeten kijken naar wat je nu in kunt
zetten, maar je moet dan ook zicht hebben op het totale verhaal. Ik kan me voorstellen
dat het een eerder kan dan het ander, maar laten we niks uitsluiten.
De voorzitter:
Helder, dank u wel. Ik zie geen interrupties meer en daarom gaan we nu door naar de
inbreng van mevrouw Müller. Aan u het woord, mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We debatteren vandaag over de gasmarkt en leveringszekerheid,
maar eigenlijk debatteren we over onze nationale en Europese veiligheid. We hebben
het al vaker tegen elkaar gezegd en het is vandaag ook weer genoemd: de oorlog in
het Midden-Oosten en het afsluiten van de Straat van Hormuz hebben laten zien hoe
kwetsbaar we onszelf hebben gemaakt. Wat de VVD betreft moet het in deze commissie
vaker gaan over de harde wetten van leveringszekerheid. We moeten verduurzamen, maar
dan wel op zo'n manier dat ons bedrijfsleven mee kan komen én onze concurrentiepositie
overeind blijft én we onze strategische afhankelijkheid afbouwen.
Voorzitter. De cijfers van vandaag zijn wat de VVD betreft alarmerend. We hebben het
al vaker gezegd, maar de cijfers nu, de actuele vullingsgraad, is volgens ons dashboard
16,9%. Vorig jaar was dat rond deze tijd 39%. Dat is een verschil van meer dan 20%.
En vorig jaar werden de doelen maar net gehaald. We lopen bovendien ook nog eens fors
achter op het Europese gemiddelde. Commerciële partijen durven door de torenhoge prijzen
niet in te kopen.
De vragen aan de Minister zijn dan ook als volgt. Wat is haar concrete verwachting
voor de komende vulperiode? Hoe verloopt de samenwerking met EBN om marktpartijen
te stimuleren? Wat is het plan B van de Minister als het vullen door marktpartijen
te langzaam blijft verlopen dan wel uitblijft? De wettelijke vultaak van EBN is immers
onvoldoende om onze nationale vuldoelen te halen. Hoe voorkomt de Minister dat de
rekening voor de wettelijke vultaak van EBN uiteindelijk eenzijdig via transporttarieven
op het bordje van burgers en bedrijven terechtkomt? En de laatste: hoe wordt tegelijkertijd
voorkomen dat grootschalige gasinkopen door de overheid onbedoeld leiden tot verdere
stijging van de gasprijs?
Vroeger konden we dit soort schokken opvangen met hogere nationale productie. Gisteren
bespraken we al hoe we de productie van de kleine velden in Nederland kunnen verhogen.
Maar vandaag wil ik nog een keer extra stilstaan bij onze strategische gasvoorraad.
We pleiten daar al langer voor en dan met name voor de inzet van kussengas. De Minister
verwijst in haar brief, die we vorige week vrijdag van haar ontvingen, naar de brief
over het strategische gasbeleid, een brief die we voor de zomer zullen ontvangen.
Ze schrijft dat we met betrekking tot de strategische voorraden de eerste uitkomsten
van het traject kunnen verwachten. Daar spreekt wat mij betreft niet voldoende urgentie
uit. Hoe groot acht de Minister de kans dat er nog deze winter een strategische reserve
is? Ik ben echt op zoek naar concrete acties van het kabinet.
Voorzitter. Leveringszekerheid gaat over gas en elektriciteit, maar het zou ook over
olie en olieproducten moeten gaan. Volgens mij hebben we het daar te weinig over met
elkaar. Het recente HCSS-rapport No Fuel, No Fight legt de vinger op de zere plek:
de Europese Unie is in tijden van grootschalig conflict niet in staat om tegelijkertijd
aan de militaire vraag naar brandstof te voldoen en de civiele economie draaiende
te houden. Brandstof dreigt hiermee de achilleshiel van Defensie te worden. Zonder
ingrijpen is Europa tegen 2030 voor de helft afhankelijk van de import van vliegtuigbrandstof
en in 2040 voor bijna driekwart. Het idee dat we onze veiligheid aan de grillen van
de wereldmarkt kunnen uitbesteden, is een gevaarlijke illusie.
Nederland heeft vijf olieraffinaderijen. Ze draaien nu op vol vermogen om de schaarste
op te vangen, maar de sector heeft het zwaar. Wat de VVD betreft moeten we deze vitale
sector niet wegjagen met nationale koppen op Europees beleid, maar moeten we ervoor
zorgen dat ze hier verduurzamen. Daarom pleit de VVD ook voor een strategie voor raffinage
om onze raffinaderijen in Nederland te behouden. Graag hoor ik hier een reactie en
reflectie op van de Minister. Ziet en deelt zij deze urgentie? Er wordt gewerkt aan
een toekomstvisie voor brandstoffen en chemiegrondstoffen. Wordt daarbij zowel de
economische als de militaire veiligheid scherp voor ogen gehouden? Zit het Ministerie
van Defensie hier ook bij aan tafel? Kan de Minister toezeggen dat uit deze toekomstvisie
ook een strategie voor het behoud van onze raffinaderijen volgt? Afgelopen week kregen
we van de Minister een update over de verlenging van de IKC. Voor de VVD is het goed
nieuws dat het kabinet de subsidieronde dit jaar wil openen en daarbij de IKC-richtsnoeren
van de Europese Commissie overneemt. Ik ga er dus van uit dat dat ook geldt voor de
raffinagesector. Klopt dat, vraag ik via de voorzitter aan de Minister.
Tot slot. Ik sluit me aan bij de wijze woorden van de collega naast mij: om de leveringszekerheid
te garanderen, hebben we regelbaar vermogen en baseload nodig. Kolencentrales mogen
vanaf 2030 niet meer op kolen draaien. Als we de kolencentrales vanaf 2030 helemaal
sluiten zonder dat we zorgen voor een realistische regelbare tussenoplossing, kan
dat leiden tot grote problemen op het elektriciteitsnet. We jagen netcongestie aan
en verliezen stabiliteit op het net. Biomassa kan een tussenoplossing vormen, mits
we een lock-in voorkomen. Samen met CCS biedt het kansen voor negatieve emissies.
Is de Minister in gesprek met de sector om tot een oplossing te komen? Als politiek
zouden we moeten willen voorkomen dat we er in 2029 achter komen dat we in 2026 scherpe
keuzes hadden moeten maken. Daar vraagt deze tijd namelijk wel om. Ik kijk uit naar
de beantwoording.
Dank u wel.
De voorzitter:
Helemaal goed, dank u wel. Dat levert nog een interruptie op van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Laat ik beginnen met zeggen dat ik het natuurlijk fijn vind dat de VVD onderschrijft
dat we aan onze veiligheid moeten denken, ook op het gebied van olie, gas en strategische
voorraden. Ik zag ook het opiniestuk van mevrouw Müller in BNR, dat daarop inging.
Dat is hartstikke goed, maar ik zag daarin ook een zin waarin stond dat we moeten
stoppen met de industrie het land uit jagen door onmogelijke regels, dwang en drang.
Ik weet ook dat er een voorstel aankomt voor het verplicht bijmengen van hernieuwbare
waterstof. Dat is natuurlijk juist weer een extra verplichting voor de raffinage-industrie
waar mevrouw Müller het over heeft. Hoe rijmt zij die twee dingen met elkaar?
Mevrouw Müller (VVD):
Het wetsvoorstel is natuurlijk onlangs naar de Kamer gestuurd. Wij gaan ons daar heel
goed over laten informeren. Dat staat voorop. Tegelijkertijd is het natuurlijk ook
een uitdaging om de hernieuwbarewaterstofmarkt op gang te brengen. Dit soort verplichtingen
zouden daar ook een rol in kunnen spelen. Wij gaan de wet dus heel goed bestuderen.
We gaan een technische briefing en een rondetafel houden, zoals we dat netjes doen
bij wetten, om er een oordeel over te vormen.
De voorzitter:
Dit wordt uw zesde interruptie.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb het bijgehouden, voorzitter, dank. Helder. Er wordt om een strategie gevraagd
bij de Minister. Waar gaat dat concreet toe leiden? Ik denk dat we allebei niet willen
dat we zo meteen in een oorlog komen, waarin we geen pang-pangscenario hebben maar
een «ik kan geen brandstof in mijn jachtvliegtuig krijgen»-scenario. Dat zou wel heel
lullig zijn. Hoe gaat die strategie dat nou concreet voorkomen? Hoe zorgen we er volgens
de VVD voor dat we hier echt stappen in gaan zetten? Ik ben eigenlijk van mening dat
deze stappen in de afgelopen, laten we zeggen, twintig jaar al lang ondernomen hadden
moeten worden. Dat is tot nu toe uitgebleven.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik ben het dus deels met de heer Van den Berg eens. Europa heeft sinds 2009 20% van
de raffinagecapaciteit verloren. Als we zo doorgaan, gaat dat echt nog veel meer worden.
Ik denk dat het echt onverstandig is als wij ons voor onze eigen brandstoffen afhankelijk
maken van alles buiten Europa. Ik denk dat een deel van de strategie is om te kijken
wat we nou minimaal nodig hebben, hoe we ervoor zorgen dat we dat in ieder geval behouden
in Europa en hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze sector hier blijft en tegelijkertijd
ook stappen kan zetten richting verduurzaming.
De voorzitter:
Ik wilde «saved by the bell» zeggen, maar u was gewoon klaar. U heeft het dus hartstikke
netjes gedaan. U heeft wel nog een interruptie van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dan wil ik toch nog even terug naar de Methaanverordening. Die is voor mij natuurlijk
ontzettend belangrijk voor het klimaat, maar die is ook ontzettend belangrijk voor
de leveringszekerheid. Ik weet dat dat voor mevrouw Müller ook heel erg belangrijk
is. We verspillen jaarlijks meer methaan dan er door de Straat van Hormuz gaat: 112
miljard kubieke meter gas wordt nu verspild. Als mevrouw Müller leveringszekerheid
daadwerkelijk belangrijk vindt, dan is het toch juist heel erg belangrijk dat we die
Methaanverordening, die al jaren gepland staat, doorgang laten vinden en niet verder
afzwakken?
Mevrouw Müller (VVD):
Nee, wat mij betreft is het heel erg belangrijk dat we voorkomen dat we straks geen
gas kunnen importeren en dat we de helft van onze eigen nationale gasproductie niet
meer kunnen doen, omdat het niet voldoet aan de regels. Ik wil dus dat we kijken naar
een uitvoerbare Methaanverordening. Als we kijken naar onze nationale productie, zien
we dat we die met meer dan 90% naar beneden hebben gehaald. Ik heb het dan over methaanreductie.
We doen het in Nederland dus al hartstikke, hartstikke, hartstikke schoon. Ik zou
dus eigenlijk willen zeggen – we hebben het daar gisteren in het debat al een beetje
over gehad – dat nationale productie een stuk schoner is dan importeren uit Amerika,
zoals we dat nu doen. Ik begrijp dus eerlijk gezegd niet helemaal waar de vraag vandaan
komt. Bent u het niet gewoon met mij eens dat we voor de leveringszekerheid de uitvoerbaarheid
op orde moeten hebben?
De voorzitter:
We moeten even oppassen dat we niet onderling heel veel vragen over en weer gaan stellen.
Ik zou u willen vragen om een interruptie zonder enige herhaling te plaatsen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Als we kijken naar hoeveel bedrijven nu al voldoen aan de Methaanverordening, dan
is dat al meer dan genoeg om aan onze vraag te voldoen. De fossiele lobby is nu een
beetje het rampscenario aan het verspreiden dat we straks een enorm tekort zouden
hebben. Er zijn al meer dan genoeg bedrijven die voor de komende jaren voldoen aan
die verordening. Het is dus niet zo dat we straks enorme tekorten hebben. Ik vraag
me dan toch af waar mevrouw Müller dat vandaan haalt.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik ben natuurlijk niet de enige die dat ergens vandaan haalt. De Europese Commissie
ziet zelf in dat de Methaanverordening zoals die er nu ligt niet uitvoerbaar is en
aangepast dient te worden. Zij maken daarvoor een handreiking.
De voorzitter:
Ik denk dat we het hier even bij moeten laten. Dank jullie wel. Dank aan allen voor
de eerste termijn. Ik kijk opzij naar de Minister, die straks natuurlijk gaat zorgen
voor de beantwoording. Er zijn veel vragen aan de Minister gesteld, dus ik heb begrepen
dat we daar toch eventjes een halfuur voor pakken. Dan zie ik iedereen terug om 14.28
uur. Laten we dat doen. De vergadering is geschorst. Ik verwacht u stipt om 14.28
uur terug.
De vergadering wordt van 13.56 uur tot 14.32 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag. Welkom terug bij dit commissiedebat. We gaan starten met de beantwoording
in de eerste termijn door de Minister. We zijn toch ietsje later gestart dan gedacht,
maar we zijn wel weer compleet. Dat is het belangrijkste. Ik ga het woord geven aan
de Minister. Zij zal aangeven hoe zij de beantwoording voor zich ziet. Dan kunnen
we daarmee beginnen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Ik zal heel kort een kleine inleiding geven. Daarna zal ik
snel overgaan tot de blokjes. Ik wil eigenlijk eerst even beginnen met de lange termijn,
omdat het belangrijk is om te weten wat er op de lange termijn gebeurt ter onderscheiding
van wat we op de korte termijn moeten doen. Ik denk ook dat het belangrijk is om die
twee dingen in het gesprek aan de ene kant in elkaars verlengde te zien en aan de
andere kant apart te behandelen. Ik ga eerst het strategisch gasbeleid doen. Een strategie
is er niet voor één, twee jaar, maar gaat echt over: hoe zien we de lange lijnen?
Daarna kom ik bij de gasleveringszekerheid op de korte termijn, want ook daar zijn
terecht een heel aantal vragen over gesteld. Vervolgens kijk ik naar de leveringszekerheid
van elektriciteit, omdat dat weer een apart vraagstuk is. Dan kom ik nog wat breder
op een aantal andere vragen die eigenlijk allemaal te maken hebben met de weerbaarheid
van het energiesysteem, de betaalbaarheid of de duurzaamheid.
Voorzitter. Om daar dan meteen ... O, sorry. U wilt misschien eerst de orde verder
bepalen.
De voorzitter:
Ik denk dat het wel voor zich spreekt. Ik stel voor dat we elk blokje even afwachten
en dat we dan per blokje de interrupties verzamelen. Dan kunt u nu beginnen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Ik zie in de inbreng van alle Kamerleden dat de crisis in
het Midden-Oosten ons allemaal echt wakker heeft geschud, ook omdat het de tweede
grote fossiele crisis in vijf jaar is en de impact daarvan op onze economie en onze
samenleving gewoon heel erg groot is. Ik zie dus dat iedereen op zoek is naar een
balans. Aan de ene kant zijn we op zoek naar een balans tussen duurzaamheid, weerbaarheid
en concurrentiekracht. Een onderdeel van die weerbaarheid is ook onze energie. Ik
maak hiervan voor mezelf altijd tekeningetjes, een soort driehoekjes. Naast die piramide
van duurzaamheid, weerbaarheid en concurrentiekracht hebben we ook een piramide van
economische weerbaarheid, betaalbaarheid en veiligheid. Als ik naar uw inbrengen kijk,
bent u allemaal op zoek naar een bepaalde balans in dat speelveld. Wat dat betreft
heeft u dus allemaal in zeker mate gelijk. Er zijn afwegingen te maken met de andere
twee punten van de driehoek. Volgens mij zijn we met elkaar op zoek naar de balans.
Veel van de gesprekken en de vragen zullen ook daarover gaan. Uiteindelijk gaat uw
Kamer er natuurlijk over waar we de balans leggen tussen die drie dingen, die u allemaal
belangrijk vindt. Dan heb ik nog twee dingen. Het is dus goed om die korte en lange
termijn goed uit elkaar te houden. Daarnaast is voor een heel aantal vraagstukken
de Europese samenwerking natuurlijk cruciaal om echt te kunnen acteren.
Voorzitter. Laat me beginnen met het strategisch gasbeleid. Dan ga ik gewoon meteen
naar de vragen. Er waren vragen van mevrouw Müller, van de heer Flach, van de heer
Klos en van de heer Heutink over het strategisch gasbeleid: «Wanneer komt u met de
visie? Zit kussengas daarin? Hoe verstoren we dat zo min mogelijk?» Er waren ook vragen
over de adviezen van experts, de Europese dialoog en de rol van de gasopslagen.
Voorzitter. In de brief over strategisch gasbeleid deel ik de kabinetsvisie op de
rol van de overheid in de gasmarkt en zal ik ook ingaan op een aantal ontvangen adviezen.
Ik deel ook een rapport dat PricewaterhouseCoopers voor ons heeft geschreven, met
een afwegingskader voor overheidsinterventies in de markt. Ik zal in die brief onder
andere een visie delen op overheidsinterventie in seizoensopslagen en de rol van strategische
gasopslag. Die twee lopen in discussies soms inderdaad door elkaar heen, ook omdat
ze natuurlijk in zekere mate wel verbonden zijn met elkaar. Hoe meer of hoe minder
je doet met de seizoensopslag heeft ook invloed op wat je nog zou moeten doen met
de strategische opslag. Die afwegingen zijn voor een deel natuurlijk communicerende
vaten. De strategische gasopslag onderzoek ik graag verder in Europees verband, want
het is niet mogelijk om die opslag alleen voor Nederland in te zetten door de manier
waarop de Europese solidariteit is ingericht. Zowel Europese coördinatie als Europese
kostendeling zijn daarom heel erg van belang. Zo kunnen we in die driehoek de kosten,
die weer een link hebben met onze concurrentiekracht, op een goede manier afwegen.
Ik zal in de brief dus ook ingaan op het voorstel voor de inzet van kussengas als
strategische reserve. De heer Van den Berg heeft daar ook een aantal keer naar gevraagd.
We kijken daar expliciet naar. Dit is wel ook echt een complex vraagstuk. Ik wil daarmee
niet zeggen dat het complex is en we het daarom niet doen, maar wel dat we in de afweging
een aantal vraagstukken wat betreft de technische, juridische en financiële haalbaarheid
echt goed moeten doordenken. We doen echt serieus onderzoek om te kijken op welke
manier het een optie is om dat te benutten in de context van de afweging die we maken
over de strategische gasopslag, hoe groot die al dan niet moet zijn en welke functionaliteit
dit kussengas dan eigenlijk als serieuze optie heeft. Ik deel dus ook de urgentie
om opnieuw te kijken naar de rol van de overheid in die gasopslagen om de weerbaarheid
te vergroten. Nogmaals, ik denk dat we met elkaar echt wakker zijn geschud door deze
hele crisis. Waar we het voor olie al heel lang heel normaal vinden dat we strategische
voorraden hebben, hebben we dat voor gas, ook in Europa, eigenlijk nauwelijks. Het
hebben van strategische gasvoorraden wil ook niet per se zeggen dat de overheid dat
allemaal op zich moet nemen. Bij olie is het bijvoorbeeld ook voor een deel door de
markt verplicht. Er zijn dus ook weer allerlei modellen waarin we de afweging moeten
maken, waarbij we, nogmaals, ook denken aan de connectie tussen die driehoek van kosten,
weerbaarheid en veiligheid en onze concurrentiekracht.
De zorgvuldigheid is daarbij echt belangrijk, want het gaat over grote hoeveelheden
geld. Ik schets in de brief daarom een aantal richtingen. Daar zal ook uitkomen dat
bepaalde zaken nog verder onderzoek vereisen. Ik denk dat we daarmee langzamerhand
met elkaar naar een oplossing met de juiste balans trechteren. Ik bespreek dat dan
ook graag met uw Kamer. Ik deel nog voor het reces het rapport van PricewaterhouseCoopers
met uw Kamer. U kunt dan alvast kennisnemen van een aantal aspecten die voor ons onderdeel
zullen zijn van de afweging. De brief met de kabinetsvisie deel ik, samen met het
NPE, met Prinsjesdag, omdat de hoeveelheid strategische gasopslag die we willen hebben
natuurlijk ook weer samenhangt met hoe we de rol van gas in onze energiemix zien ontwikkelen.
Als die langer hoog blijft, dan hebben we een andere discussie dan wanneer we die
heel snel zien afnemen. We kunnen besluiten nemen in die samenhang om de maatschappelijke
kosten zo laag mogelijk te houden. U krijgt dus alvast het PwC-rapport, zodat u kennis
kunt nemen van een aantal onderzoeken die al zijn gedaan. U kunt daar dan uw gedachten
over vormen. Rond Prinsjesdag krijgt u dus ook in samenhang met het NPE dat pakket.
Rond Prinsjesdag is er namelijk naar verwachting meer duidelijkheid over de verwachte
herziening van de Europese verordening over leveringszekerheid. Het is dus ook belangrijk
om te kijken wat er Europees verankerd kan worden, nogmaals, ook weer vanuit de connectie
tussen die driehoeken. We hoeven bepaalde dingen dan niet alleen te doen.
Dan hebben we het natuurlijk ook nog over een strategische reserve. Nee, sorry, daar
ben ik net al op ingegaan. Het EBN start dit jaar al wel met de aanleg van een kleine
strategische opslag, een noodopslag. Daar bent u van op de hoogte.
We kijken ook naar een Europese inzet, omdat de kosten van zo'n gasopslag best hoog
zijn. Dat zijn flinke kosten. We hebben te maken met Europese solidariteit. Ik zou
het dus niet terecht vinden als de Nederlandse belastingbetaler vervolgens de kosten
betaalt voor een opslag die heel Europa weerbaarder en veiliger maakt, zonder dat
andere landen daar ook in delen. Het is alleen nog niet zo makkelijk. Een aantal van
u heeft gevraagd naar het krachtenveld. Het starten van een dialoog lijkt het meest
vruchtbaar met lidstaten die momenteel al een strategische opslag hebben, maar samen
is dat nog geen gekwalificeerde meerderheid. Dat wil dan dus nog niet zeggen dat het
in Europa tot een besluit kan komen dat alle lidstaten bindt. Het is ook goed om ons
te realiseren dat andere lidstaten soms een hele andere strategie hebben. Zij zeggen:
het komt gewoon door de markt, we hebben geen opslagen, we hebben voldoende pijplijnen
en aanvoercapaciteit en op die manier vertrouwen we erop dat er, ook in de winter,
voldoende gas zal zijn. Sommige landen doen het zonder de verzekeringspremie waar
wij in Nederland mee werken, zou je kunnen zeggen. Dat maakt het voor hen natuurlijk
een andere afweging. Als het voor hun gevoel al jaren prima gaat zonder die verzekeringspremie,
waarom zouden zij dan kosten op zich nemen om zich aan te sluiten bij de maatschappelijke
balans waarvan wij denken dat die goed is? Dat geef ik u dus even mee voor het begrip
van het krachtenveld.
Dan kom ik bij de vraag over de verplichte vulgraden. Op hoofdlijnen onderschrijf
ik uw visie dat interventie in de seizoensopslagenmarkt verstorend kan zijn. De markt
doet zijn werk. In principe betekent alles wat je daarin als overheid doet gewoon
een extra ingrijpen in een markt die zijn eigen logica kent. In de brief over het
strategisch gasbeleid gaan we ook hierop in. Het PwC-rapport kijkt hier ook naar.
Je wil natuurlijk zo min mogelijk de markt verstoren en je wil voldoende zekerheid
hebben. Daarom zeg ik: u heeft allemaal in enige mate gelijk. Het gaat om de balans
in de keuze die we maken. Nogmaals, hierover komen nog uitgebreidere onderzoeken en
overwegingen naar uw Kamer.
Dan was er een specifieke vraag van de heer Flach over de rol van Norg in relatie
tot de strategische voorraad. Om al die redenen die ik noemde, is dat dus nu nog te
voorbarig. Voordat de overname van een concrete gashoeveelheid in beeld komt, moeten
we echt eerst weten hoeveel we willen hebben, wat er nodig is, hoe de kosten worden
gedeeld en welke kosten we bereid zijn te maken. Norg is op dit moment ook nog in
gebruik als seizoensopslag, maar de NAM heeft wel een winningsplan ingediend om tot
de winning van het kussengas te kunnen overgaan. Dat plan wordt beoordeeld op grond
van de Mijnbouwwet. Dan moet ook nog worden bezien hoe het beheer van een eventuele
strategische gasvoorraad het beste kan worden vormgegeven en door welke partij. Ik
hoorde al een suggestie om dat met EBN te doen, dus dat zullen we zeker meenemen in
de afweging. Dat staat nog los van de financiële compensatie die er zal moeten komen
bij een overname. Overigens geldt op grond van EU-wetgeving dat een opslagbeheerder
zijn opslagactiviteiten pas mag beëindigen als ACM daarmee instemt. Als ACM dus tot
de conclusie komt dat de gasopslag in Norg van belang is voor de leveringszekerheid
in Nederland, dan zal die beëindiging ook niet zomaar mogen plaatsvinden.
Dan vroeg de heer Jumelet waarom de gasopslagen leeg zijn opgeleverd. Hadden we kunnen
kijken naar de hoeveelheid werkgas? Had dat een rol kunnen spelen, zeker ook gezien
de rol van de Nederlandse Staat? De ontmanteling van die verbinding is eigenlijk juist
een van de redenen dat die opslagen worden opgeleverd. Dat is een van de laatste stappen
van de ontmanteling van het hele gasgebouw. Daartoe is in de context van het debat
over Groningen besloten, omdat daarin werd geconstateerd dat er een te nauwe verwevenheid
was. Ik zal de precieze conclusies daarvan verder aan de commissie laten, die ze geformuleerd
heeft, maar er is toen in ieder geval besloten om dat gasgebouw te ontmantelen. Dit
zijn dus ook nog stappen die daaruit voortvloeien. GasTerra heeft zijn werkzaamheden
beëindigd. Als gevolg daarvan zouden Norg en Grijpskerk dus leeg worden opgeleverd.
Het afgelopen jaar is er uitgebreid gesproken met Shell en ExxonMobil over de toegang
tot Norg en Grijpskerk voor het huidige opslagjaar, 2026–2027. Op basis van het akkoord
op hoofdlijnen heeft de Staat ook recht op toegang tot Norg. Uiteindelijk was het
echter nodig om de toegang tot Norg via een voorlopige voorziening af te dwingen.
De uitspraak van het scheidsgerecht was op 23 februari. Op 28 maart heeft EBN een
contract gesloten met de NAM, waardoor EBN dus invulling kan geven aan zijn vultaak.
Grijpskerk is door de NAM aangeboden aan de markt. Na het sluiten van het contract
is EBN begonnen met het vullen van Norg. Op dat moment was het niet meer mogelijk
om gas over te nemen.
Voorzitter, ik heb nog twee vragen en dan ben ik door dit mapje heen. Die vragen gaan
over de lng-terminals. Ook daarbij wil je aan de ene kant zorgen dat er genoeg leveringszekerheid
is en aan de andere kant wil je in relatie tot duurzaamheid geen lock-in creëren en
wil je er tijdig voor zorgen dat je geen geld steekt in het in stand houden van infrastructuur
die niet meer nodig is, omdat je tot andere energie overgaat. Zolang we gas nodig
hebben, is de import daarvan van belang. We werken aan het afbouwen van de vraag –
daar hebben we gisteren ook goed het een en ander over gewisseld – maar zolang er
nog vraag is, moeten we ook zorgen dat aan die vraag voldaan kan worden.
Daarvoor is ook de infrastructuur nodig. GTS heeft in zijn analyse van afgelopen september
voorgerekend dat er daarom een tijdelijke verlenging van de EemsEnergyTerminal noodzakelijk
is. Ik heb de Kamer daar ook over geïnformeerd. Waar mogelijk wil het kabinet op termijn
ook grote lng-importinfrastructuur hergebruiken voor de import van duurzame energie,
zoals groene ammoniak. Het kabinet heeft in 2025 uitgebreid onderzoek laten doen door
PwC naar mogelijkheden voor hergebruik. De Kamer is daar ook over geïnformeerd. Die
mogelijkheden worden meegenomen in de besluitvorming ten aanzien van de huidige initiatieven
voor lng. De EET is een tijdelijke terminal. Ook de verlenging is tijdelijk, want
die loopt tot 2036. Natuurlijk moet je altijd een aantal jaren daarvoor ... Daarbij
spelen verhuurcontracten en dergelijke natuurlijk ook een rol, dus we zullen op tijd
een besluit moeten nemen. Dat moet misschien ook in samenhang met de volgende herziening
van het NPE in 2029, de overgang naar duurzame energie en de eventuele mogelijkheden
voor het benutten van de infrastructuur voor opvolgers, zoals je het zou kunnen noemen,
van lng. De markt kan de capaciteit maar maximaal tot 2036 boeken. In die zin kan
er dus geen lock-in ontstaan via klanten die al boeken voor een infrastructuur waarover
we ons nog zullen beraden. Dat doen we weer over een aantal jaren, maar het is nu
heel duidelijk dat het nodig is.
De heer Flach vraagt of het Groningenveld wordt meegenomen in de strategische gasvisie.
Dat vroeg de heer Heutink ook. Nee, het standpunt van de regering is dat wij bij de
sluiting van het Groningenveld blijven. We zien het dus niet als onderdeel van de
strategische gasvisie zoals we die aan het ontwikkelen zijn op dit moment.
Dat waren de vragen over het strategisch gasbeleid.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga even rondkijken of dat nog vragen oproept. Meneer Jumelet, ik begin
bij u.
De heer Jumelet (CDA):
Ik heb toch een paar vragen naar aanleiding van dit blokje. Ik begin maar even met
mijn eigen inleiding. Die ging ook over Norg. De Minister reageerde daar net ook al
op. Het betreft wat nog achtergebleven was in de opslag. Daarover wordt dan nu uiteindelijk
gezegd dat het leeg opleveren bij de ontmanteling gewoon een afspraak was. Vervolgens
hebben we nu de situatie dat die weer gevuld moet worden. Kan de Minister aangeven
– ik weet niet of dat nu al kan – of dat dan ook een verschil oplevert tussen de prijs
als we het toen hadden kunnen overnemen, en de prijs die we er nu voor moeten betalen?
Tegelijkertijd zeggen we namelijk met elkaar dat het over urgentie gaat. We zeggen
ook dat de kosten die EBN maakt voor het opslaan van gas in de gasopslagen, uiteindelijk
doorberekend zullen worden aan de Nederlandse gasverbruikers. Mijn vraag zit ’m dus
niet zozeer in het feit dat het een afspraak was, maar vooral in de urgentie die we
aan de ene kant voelen met elkaar – dat hebben we hier met elkaar ook heel nadrukkelijk
aan de orde gebracht, denk ik – en aan de andere kant in de kosten die het meebrengt
voor de gebruikers van gas. Is het een overweging geweest, vraag ik de Minister, om
het toch anders te doen dan hoe we het hebben afgesproken toen het misschien nog niet
zo urgent was als nu?
De voorzitter:
Laten we proberen de interrupties een klein beetje kort te houden. We gaan kijken
wat de Minister hierop kan antwoorden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik zal kijken of er nog nadere informatie over te geven is, ook omdat het voor een
deel net over een kabinetsperiode heen valt en sommige afspraken op enig moment zijn
gemaakt. Maar in het algemeen denk ik dat de prijs van gas in de markt wordt bepaald.
Die bepaalt uiteindelijk wat de prijs is. Dat zit ’m er niet in of je een afspraak
maakt ja of nee. Dat zou mijn intuïtieve antwoord zijn. Als de gasprijs hoog is, dan
betaal je op dat moment meer. Als de gasprijs laag is, betaal je op dat moment minder.
Daarin kan dus verschil zitten, natuurlijk. Als je op een gunstig moment een contract
weet af te sluiten, dan heb je een voorraad tegen een lagere prijs. Aan de andere
kant moet je daar de opslagkosten natuurlijk altijd weer bij optellen. Het is dus
niet zo dat ik verwacht dat we dat gas tegen een vriendenprijsje zouden hebben gekregen
als er een onderhandeling zou zijn, want de marktprijs bepaalt natuurlijk toch altijd
wat er betaald wordt. Ik krijg van mijn ondersteuning te horen dat dat ook het antwoord
is dat met een iets langer geheugen op dit dossier gegeven zou zijn.
De voorzitter:
Uw intuïtie klopt in die zin dus.
De heer Jumelet (CDA):
Ik heb net betoogd dat ik principieel praktisch probeer te zijn af en toe. Ik begon
vooral ook met het voorbeeld van het kopen of huren van een huis. Je kunt het leeg
laten opleveren, maar soms is het ook gewoon slim om er even met elkaar over in gesprek
te gaan of je de gordijnen laat hangen en of je het parket ook laat liggen. Het verbaast
mij gewoon. Dat wil ik toch gezegd hebben. Ook RTL Z heeft er namelijk over gepubliceerd.
Ook zij hebben gevraagd wat nu de reden is dat het zo gegaan is. Ik volg dat heel
goed, want ik denk vanuit urgentie en vanuit het feit dat de gebruiker van gas uiteindelijk
moet gaan betalen. Ik maak dus toch nog een keer de opmerking dat ik het gewoon niet
snap. Dat wil ik toch nog even een keer gemarkeerd hebben.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het enige wat ik daarover kan zeggen, is dat het, denk ik, altijd een inschatting
is of het leidt tot meer of minder maatschappelijke kosten. Die inschatting maak je
op enig moment. Dan kun je achteraf altijd nog bezien of die inschatting goed was
of niet en daarvan weer leren. Maar de inschatting wordt natuurlijk toch altijd gemaakt
vanuit de vraag wat de maatschappelijke kosten zijn. Die afweging zal zijn gemaakt.
Het is altijd goed om ook weer te leren en erover na te denken of je misschien de
gordijnen de volgende keer wel over wil nemen. In die zin waardeer ik het aandachtspunt
van de heer Jumelet ook.
De voorzitter:
Goed. Heeft u daar nog een laatste vervolgvraag op, meneer Jumelet?
De heer Jumelet (CDA):
Ik had nog een interruptie bij dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
O, nou, dat kan zeker.
De heer Jumelet (CDA):
Ja, kan dat?
De voorzitter:
Ja. Aan u het woord.
De heer Jumelet (CDA):
Het kussengas is een paar keer aan de orde geweest. De Minister heeft daar ook op
gereageerd. We spreken heel vaak over vergunningen en over het winnen van wat er nog
in Norg aanwezig is. Het gaat niet zozeer om de reserve, want die is leeg, maar om
wat er nog te winnen valt. Ik weet dat er ook een vergunningaanvraag ligt. Dat heeft
de Minister net ook met zoveel woorden gezegd. We constateren vaak dat de Mijnbouwwet
voorschrijft dat je binnen termijnen moet reageren. Ik ben even benieuwd naar de stand
van zaken van de vergunningprocedure. Zit die bij de vraag of je de reserve kunt gaan
inzetten uiteindelijk in de weg? Dat zou mijn vraag zijn.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik snap het verband tussen de twee vragen heel erg goed. Laten we daar in de tweede
termijn even op terugkomen. Dan hebben we in ieder geval helder op het netvlies of
we de optie inderdaad openhouden, of die termijnen daarbij niet in de weg zitten,
en of die opties er ook nog zijn als we in het najaar weten wat we willen, en welke
opties er dan eventueel niet meer zijn. Ik vind dat inderdaad een belangrijke vraag.
Ik heb op dit moment geen signalen dat dat zo zou zijn, maar ik vind het heel goed
om dat even precies uit te zoeken. Dat ligt natuurlijk voor een deel bij de Staatssecretaris,
maar we zullen dit even uitzoeken. Ik kijk of we daarover in de tweede termijn iets
kunnen zeggen.
De voorzitter:
Heel fijn. Ik kijk even verder. Zijn er nog andere vragen bij dit eerste blokje rondom
de lange termijn? Nee, zie ik. Dan stel ik voor dat u verdergaat met de beantwoording,
Minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik denk dat we met de laatste vragen van de heer Jumelet voor een deel aangekomen
waren bij de vraag hoe we ervoor zorgen dat ook de risico's voor de komende winter
goed worden afgedekt. Daarover wil ik het volgende zeggen. Laat ik in de verbinding
tussen de lange en de korte termijn iets zeggen over het stukje strategische reserve
dat we dan «noodvoorraad» noemen, dus dat wat we al hebben. Naast de gasopslag voor
de normale inzet, de seizoensopslag, kan het wenselijk zijn om een klein deel van
de gasopslagcapaciteit te gebruiken om voorbereid te zijn op andere situaties. EBN
start dit jaar met de aanleg van een noodvoorraad. We hebben dan dus voor komend jaar
en ook voor het jaar daarop al iets. Dat is 5 terawattuur in de PGI Alkmaar. Die kan
worden ingezet tijdens het hoogste niveau van gascrisis. Ik kom daar straks nog op
terug bij de vraag die over de ladder is gesteld. Dat is dan als er sprake is van
een fysiek tekort. Die is bedoeld om in een periode van zo'n twee weken gebruikersgecontroleerd
af te kunnen schakelen, zodat beschermde gebruikers zo lang mogelijk beleverd kunnen
blijven worden. Dat is dus waarop we nu onze noodvoorraad hebben gekalibreerd. Dat
kun je ermee. Als we iets anders willen, zullen we dus ook een ander volume moeten
hebben. Je moet het volume dus steeds koppelen aan wat je er dan mee wil kunnen. Zo
werkt het ook voor olie. Voor een bepaald aantal dagen hebben we dan een voorraad.
Op die manier moeten we er ook over nadenken. Al de opslagcapaciteit die we voor de
strategische voorraad benutten, hebben we dan natuurlijk niet meer beschikbaar voor
de seizoensopslag. Er is dus een link tussen wat we voor de lange termijn en voor
de korte termijn willen.
Het laatste wat ik daarover wil zeggen, is het volgende. Tijdens de gascrisis van
2022 hadden we dus echt een enorme fysieke reductie. Toen ging het niet over prijzen,
maar echt over volume, en daardoor dus ook over de prijs. In ieder geval ging het
toen over allebei. Destijds heeft geen enkele EU-lidstaat het crisisniveau bereikt
waarvoor de strategische noodvoorraad zou moeten worden ingezet. Dit zeg ik om maar
even aan te geven dat het echt over extreme situaties gaat, die nog extremer zijn
dan de situatie toen met Rusland, waarbij eigenlijk een kwart van onze totale gasvoorraad
wegviel.
Dan de komende winter. Er was een vraag van de heer Van den Berg. Hij had zorgen over
komende winter en vroeg of er voldoende energiezekerheid is. Er zijn op dit moment
geen zorgen ten aanzien van de leveringszekerheid van gas. Het conflict in de Golfregio
heeft wel gezorgd voor hogere prijzen. Dat heeft u allemaal kunnen volgen. Het gaat
om een stijging van zo'n 50% sinds de start van het conflict. Ik krijg nog steeds
elke dag keurig een appje met hoe de situatie precies is. We houden dat dus nauwlettend
in de gaten. Nederland importeerde geen lng uit de Golfregio, maar andere Europese
landen wel. Er is in die zin dus altijd wel een verbondenheid in de risico's waarover
we het hebben. Lng uit deze regio gaat primair naar Azië. In de eerste helft van 2025
kwam ongeveer 4% van de totale gasaanvoer in de EU uit Qatar, via lng per boot. Dus
onze specifieke afhankelijkheid van lng uit die regio is niet zo groot. Dat betekent
dat dat wat minder directe zorgen geeft. Maar de gasmarkt is wel een wereldmarkt,
iets wat we regelmatig met elkaar hebben gewisseld. Het wegvallen van die 20% van
het lng-aanbod op de wereldmarkt betekent dus wel gewoon krapte, en daardoor zijn
die prijzen dus echt hoger.
Een aandachtspunt is ook de gasopslag. De prijzen van deze zomer liggen hoger dan
de futureprijzen voor de volgende winter. Dus eigenlijk gaat de markt ervan uit dat
het deze winter goedkoper zal zijn. En hij gaat er dus van uit dat er dan weer voldoende
capaciteit zal zijn. Dus eigenlijk gaat de markt ervan uit dat we meer volume hebben
in de winter en dat de prijzen daardoor lager zullen zijn. Dat zegt ook iets over
hoeveel zorgen we ons moeten maken over de leveringszekerheid, want als er genoeg
beschikbaar is... Dus de voorspelling van die prijzen is eigenlijk een inschatting
van wat de markt verwacht dat er beschikbaar zal zijn, ook in termen van volume. Dat
maakt ook dat marktpartijen het opslaan van gas niet zo rendabel vinden en denken:
ik koop het liever straks in als het gewoon beschikbaar is, en voer het dan in het
gasnetwerk in. Dat is natuurlijk een van de manieren waarop we in ons gas voorzien
in de winter. De maanden opslag in de tussentijd kosten natuurlijk geld. Eigenlijk
zegt de markt dus dat hij daar nu nog een verschil in ziet. We houden de situatie
de komende zomer daarom goed in de gaten, om te bepalen of er aanvullende maatregelen
nodig zijn. We hebben ook van die grafiekjes. Daarin zien we dat we tot nu toe op
een heel laag niveau zitten. Dat klopt, omdat een aantal gasopslagen leeg zijn opgeleverd.
Normaal gesproken zouden we op een wat hoger niveau zijn begonnen. Maar het verloop
is tot nu toe in ieder geval wel redelijk vergelijkbaar met andere landen aan het
begin van dit traject. Maar: dit is maar het begin.
Mevrouw Müller, de heer Flach, de heer Jumelet en de heer Van den Berg vroegen naar
de verwachtingen voor de komende vulperiode: «Wat kunnen we doen om marktpartijen
te stimuleren? Is er een plan B? Waar komt de rekening terecht? Hoe zoeken we naar
de balans tussen leveringszekerheid en zo laag mogelijke kosten voor gasverbruikers?»
Dit vroeg onder anderen de heer Jumelet, mede namens de ChristenUnie. Eigenlijk is
het dat: een soort verzekeringspremie; hoe meer allrisk verzekerd we willen zijn,
hoe hoger de kosten zullen zijn. Die kosten komen natuurlijk terug bij de gebruikers.
In die verzekeringspremie en die absolute garantie die we willen, zit dus een samenhang
met de prijs die we betalen. EBN heeft nu de opdracht om te vullen voor 80 terawattuur,
voor zover de markt dat niet doet. EBN ligt op schema om dat te halen. Met dat vullen
zou EBN dus ruim twee derde van het volume van het vuldoel kunnen behalen. Nogmaals,
er zijn ook andere manieren om gas naar Nederland te krijgen, maar met EBN zitten
we al op twee derde van het vuldoel.
Nou, het is dus duurder dit jaar omdat de gasprijzen deze zomer hoger zijn, zoals
ik net zei, maar we volgen nauwgezet of de marktpartijen de opslagen vullen. Het is
natuurlijk ook de primaire verantwoordelijkheid van de leveranciers om gas te kunnen
leveren aan de afnemers. Daaraan is de vergunning van energiebedrijven ook gekoppeld.
Dus al te veel risico's nemen, is ook niet vrijblijvend, ook niet voor de marktpartijen
zelf. EBN speelt zijn rol voorzichtig, omdat we niet door te veel ingrijpen van de
overheid de marktdynamiek nog sterker willen beïnvloeden; dat doe je toch altijd al,
als een van de spelers die daarin beweegt. Een alternatief is om gebruik te maken
van de flexibiliteit. Wat EBN doet, is eigenlijk de leveranciers in staat stellen
om een deel in de voorraden opgeslagen te hebben. Maar we betalen daar uiteindelijk
toch met elkaar een prijs voor. Leveranciers hebben dus de verplichting om voldoende
gas aan hun klanten te leveren en kiezen zelf hoe ze dat doen: inkopen op de handelsplaats,
zelf lng importeren, importeren via pijpleidingen of de inzet van nationale productie
in de gasopslagen. Het feit dat we EBN hebben, geeft eigenlijk een extra mogelijkheid.
Ze kunnen dat dus ook via EBN doen. Dat is eigenlijk die aanvullende rol.
Het terugbetalen van de lening van EBN. EBN zal de lening in 2027 terugbetalen. De
handelsverliezen die het maakt, worden gedekt met een subsidie van bijna 1 miljard,
maximaal. Ik heb voor volgend jaar opnieuw middelen gereserveerd voor een vultaak
van dezelfde omvang. In de tussentijd bekijken we met elkaar in de context van dat
strategische gasbeleid of dit de manier is waarop we dat jaar na jaar willen doen
en hoe we in samenhang met alle instrumenten die we kunnen inzetten deze zekerheid
kunnen geven.
De heer Klos vroeg nog: «Hoe beoordeelt de Minister de verschillende signalen? De
EU zegt: verlaag het doel. GTS wil 115.» We hebben het nationale vuldoel nu gesteld
op 115, op basis van het advies van GTS. Het Europese vuldoel zit daar inderdaad onder.
De Europese Commissie geeft mij in overweging om dit nog met tien procentpunt te verlagen
tot 92. Nou, we hebben EBN de taak gegeven van 80. Waar we exact gaan zitten, dus
tussen de 80 en 115, hangt ook af van hoe en wat de marktpartijen gaan doen. Nogmaals,
marktpartijen hebben verschillende manieren om aan hun verplichtingen te voldoen,
en die opslag van EBN geeft hun een extra mogelijkheid. Maar het hangt dus niet alleen
af van EBN of er voldoende gas is. En de leveranciers hebben de verplichting om dit
te doen. Dat is zoals wij dat doen. Het is ook goed om te weten dat de aannames onder
het GTS-advies vrij strikt zijn; er wordt bijvoorbeeld gerekend met de koudste winter
van de afgelopen 30 jaar. Dit is dus ook echt een heel zeker scenario – laat ik het
zo zeggen. De daadwerkelijke behoefte aan gasopslagen in de winter in de afgelopen
jaren was ongeveer 60 terawattuur. Dat was dus de ervaring uit de praktijk van de
afgelopen jaren voor wat het gebruik was. We zitten daar met dat vuldoel dus wel ruim
boven.
De kosten. Een vraag van de heer Flach: wat betekenen die transportkosten voor de
aantrekkelijkheid van het aanlanden van gas? Ik dacht dat ook mevrouw Müller daarnaar
gevraagd had. We zijn bezig met de Wet bestrijden energieleveringscrisis. In die wet
zitten ook knoppen waaraan we kunnen draaien om te voorkomen dat Nederland als doorvoerland
heel onaantrekkelijk zou worden. We komen daar nog met elkaar over te spreken. Die
heffing waarover gesproken wordt, treedt pas in werking met de Wbe. In de tussentijd
staat dit op de balans bij de overheid. Dus wanneer we die knoppen goed inregelen,
kunnen we vervolgens de kosten volgens die systematiek verdelen.
Dan was er nog een vraag van de heer Van den Berg over de verdere diversificatie van
het aanbod. De verplichting berust dus op de leveranciers. Wij kunnen als kabinet
die bedrijven niet voorschrijven waar zij inkopen, maar we zetten wel in op faciliteren,
bijvoorbeeld via de EET-terminal en de Gate terminal. Dus in die zin spelen we een
faciliterende rol. We hebben natuurlijk ook goede contacten met een aantal landen
die gas produceren. In die zin hebben we dus een faciliterende rol, maar de marktpartijen
bepalen zelf waar zij inkopen. Als we terugkijken, zien we overigens ook wel een behoorlijk
diverse inkoop.
Dan nog twee vragen over de Methaanverordening. Voor de aanpassing van de Methaanverordening
is eerst de Europese Commissie aan zet. Die gaat 1 januari 2028 haar evaluatieverslag,
met eventueel een wetsvoorstel, indienen bij het EU-Parlement. Voor de knelpunten
die zich voordoen bij de uitvoering zetten we ons in, maar dit staat eigenlijk los
van de klimaatdoelstellingen. Ik zeg daarom: u heeft daarin allemaal in enige mate
gelijk. De klimaatdoelstellingen van de Methaanverordening zijn heel erg belangrijk
en we moeten ervoor zorgen dat die Methaanverordening ook wel uitvoerbaar is. Daar
zitten nu een aantal punten in waarvoor wij bij de Commissie aandacht hebben gevraagd.
De Commissie werkt nu aan een handreiking. Daarbij gaat het er bijvoorbeeld over dat
er nog geen geaccrediteerde verificateurs zijn. Als een deel van de infrastructuur
die we eigenlijk nodig hebben om die Methaanverordening uit te voeren er niet is,
dan kan de markt daar ook niet aan voldoen. Nou, zo zijn er een aantal dingen, ook
dat de verordening geen rekening houdt met de kosteneffectiviteit van de maatregelen
die Nederland raken; dit omdat er een bepaalde methode wordt voorgeschreven, terwijl
de Nederlandse producenten een andere methode gebruiken en het eigenlijk heel kostenineffectief
zou zijn om die andere methode nu ook te gaan toepassen. Dat vind ik reële, normale
vragen, en daarover zijn we dus al in gesprek met de Europese Commissie. Dat is wat
anders dan zeggen «gooi de klimaatdoelstellingen van die Methaanverordening maar de
deur uit», want we moeten én die klimaatdoelstellingen gaan behalen én we moeten ervoor
zorgen dat dat op een manier gaat die niet de leveringszekerheid in gevaar brengt
of waardoor alles onwerkbaar wordt. Nou, de Commissie komt met een handreiking en
tijdens die evaluatie gaan we daar natuurlijk opnieuw naar kijken. Dat over de Methaanverordening.
Dat waren de blokjes over de gaslevering op de korte termijn. Het capaciteitsmechanisme
komt zo meteen in een uitgebreid aantal antwoorden terug.
De voorzitter:
Helemaal goed. Ik ga rondkijken. Ik zag als eerste mevrouw Müller. Daarna kom ik bij
de heer Van den Berg, en dan de heer Klos.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik zat al een beetje te twijfelen over die lange termijn en
die korte termijn, ook om te kijken hoe die op elkaar inspelen. Maar laat ik beginnen.
Ik heb twee punten. Laat ik allereerst beginnen met de strategische reserve. U noemde
die alleen bij de lange termijn. Dat betekent eigenlijk dat u sowieso heeft laten
varen dat we deze winter al iets van een strategische reserve hebben. Aan de ene kant
begrijp ik heel goed dat het op Europees vlak, op juridisch vlak en uitvoerend allemaal
lastig en moeilijk is, maar de urgentie, die wij wél voelen, om ervoor te zorgen dat
we in deze winter wat zekerder kunnen zijn, mis ik hier wat mij betreft echt. Dus:
is die strategische reserve voor deze winter een illusie? Is die dus al gevaren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Nee, niet per se. Maar om de link te leggen met de suggestie die de heer Jumelet deed:
als we bijvoorbeeld in het najaar bepalen dat we een deel van het gas dat nu nog in
Norg zit, graag in die omvang willen aanmerken als strategische reserve, dan zouden
we daar nog een onderhandeling over kunnen starten. Dan zou die strategische reserve
er ook nog deze winter kunnen zijn, hè. Ik zeg niet dat dat het pad is, maar omdat
dit echt over heel veel geld gaat en die kosten ergens terechtkomen, vind ik wel dat
we goed met elkaar moeten afwegen hoe groot die moet zijn, welke opties we hebben
en hoe we het zo kosteneffectief mogelijk inrichten. We hebben nu die 5 terawattuur
in Alkmaar, dus die noodvoorraad. Het is dus ook niet zo dat we echt niks hebben.
En we gaan een beslissing nemen over die strategische opslag. Het kan ook zijn dat
daar nog een groeimodel in zit, dat we vast een deel doen. Dus er zijn zeker nog opties
open. Ik sluit dat niet uit. Ik vind wel dat we dit goed moeten doordenken, omdat
het echt over veel geld gaat en die kosten uiteindelijk allemaal bij bedrijven en
burgers terechtkomen. Die voorraad is dus niet gratis. En hoe groter we hem maken,
hoe meer Europese coördinatie van belang is om die kosten ook eerlijk te verdelen.
Een kleintje hebben we al, misschien willen we hem zelfs wel iets groter maken; nog
groter. Het kan dus zijn dat we de omvang laten afhangen van hoe die Europese coördinatie
loopt. Het is dus niet een «wel hebben of niet hebben». En het is ook niet «deze winter
per se niks; alleen maar over vijf jaar». Zo zit ik er niet in.
De voorzitter:
Oké. Heeft u nog een vervolgvraag op ditzelfde punt of gaat u naar uw tweede punt?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik ga een bruggetje maken naar het tweede punt.
De voorzitter:
Aan u.
Mevrouw Müller (VVD):
Want deze woorden stellen mij enigszins gerust. Ik was een klein beetje bang dat dit
van ons zou weglopen, want volgens mij schreef u vorige week vrijdag nog in de Kamerbrief
dat voor de zomer het strategisch gasbeleid zou komen, en dat is nu verlaat. Nou,
ik ben in ieder geval blij om te horen dat die strategische reserve voor de aankomende
winter nog een optie is.
Dan over de huidige opslagen voor de komende winter. Ik hoorde best geruststellende
woorden, maar dit baart me toch wel zorgen. 16,9% is gewoon echt heel veel lager dan
wat het een jaar geleden was. Wanneer zaten we in die technische briefing? Op 13 mei,
dus twee weken geleden. Daar was er toch echt een ander gevoel van urgentie dat de
experts die daar aan tafel zaten, naar ons overbrachten. Ik vind het wel spannend
als wij pas rond Prinsjesdag weer een update krijgen van het strategische gasbeleid.
Dan denk ik: hebben wij als Kamer dan wel genoeg tijd gehad om nog te controleren
of er voldoende actie wordt ondernomen? Ik ben dus wel op zoek naar misschien alsnog
vóór de zomer een update van waar we staan met het vullen van onze gasvoorraden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik denk dat er misschien per ongeluk in een brief is blijven staan «voor de zomer»,
maar ik ben nu al een tijdje tegen u aan het zeggen dat het na de zomer komt. Ik denk
dat het toen misschien nog de verwachting van het vorige kabinet was dat het voor
de zomer zou komen, maar een kabinetswisseling kost ook altijd tijd. Voor mij is het
echt belangrijk om dit te relateren aan het NPE. Ik heb u uitgelegd waarom: omdat
ik denk dat we dan de kosten het meest in de hand kunnen houden en het kunnen relateren
aan de gehele ontwikkeling van ons energiesysteem. Daarom heb ik gezegd: na de zomer.
Dan kan het in samenhang met Prinsjesdag.
Twee dingen nog. U vraagt: kunnen we voor de zomer een soort update krijgen? Uitstekend.
We hebben ook het dashboard openbaar gemaakt, zodat het te volgen is. Ik begrijp heel
goed wat u zegt. Het is natuurlijk een raar jaar, met alles wat er gebeurt in de wereld.
We moeten nu helemaal vanaf leeg beginnen met vullen. Dat geeft een andere context.
Ik begrijp heel goed dat de Kamer dat wil volgen. Laten we voor de zomer nog een keer
een update geven. Wij houden ook de vinger aan de pols. We hebben wel een aantal parameters
voor een inschatting, maar we willen het ook gewoon weten. Dat geldt voor mij en dat
geldt ook voor u. Dat begrijp ik helemaal.
Ten opzichte van vorig jaar hebben we de EBN-doelstelling wel verhoogd. Dat is ook
een onderscheid met vorig jaar. In dit jaar, waarin het allemaal spannender blijkt
te zijn, is de doelstelling van EBN groter dan vorig jaar. De afgelopen jaren was
rond de 60 terawattuur gebruikelijk voor de gasopslagen. Nu hebben we EBN de vuldoelstelling
van 80 gegeven. Dat zit er dus al boven. Daarnaast is er de aanvoer via de pijpleidingen
en de lng-terminals, de Gate terminal en de EET. Het is dus niet de enige bron van
gasvoorziening richting de winter. Maar nogmaals, ik begrijp heel goed dat u zegt
dat we wel erg laag beginnen, dat het langzaam op gang komt en dat u een update voor
de zomer wilt. Daar zullen we voor zorgen.
De voorzitter:
Dank voor het antwoord. Ik snap dat het een technisch onderwerp is en daarom soms
wat meer woorden behoeft, maar laten we proberen om ook de antwoorden iets beknopter
te houden. Het is volgens mij wel verhelderend voor de commissie. Ik hoorde er ook
een toezegging in aan mevrouw Müller. Die zullen wij noteren. Dan gaan we door naar
de volgende interrumpant: de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik wil mevrouw Müller van de VVD toch wel bijvallen. Inderdaad, Gasunie waarschuwde
er ook al voor: wanneer wij een langdurige verstoring in de aardgaslevering hebben,
hebben we Europees een tekort van zo'n 500 terawattuur. Dat is een factor 100 vergeleken
met die opslag in Alkmaar. In mijn bijdrage had ik het ook over de langetermijncontracten.
Wellicht krijg ik daar nog een antwoord op. Die langetermijncontracten kunnen ons
weerbaarder maken. Daardoor kunnen we het aardgas ook fysiek krijgen en zijn we niet
helemaal afhankelijk van die futures. Immers, op het moment dat er een tekort is,
gaan we hier geen gas krijgen. We moeten dat wel regelen. Bovendien, wanneer er een
terminal in Europa of in Nederland uitvalt, dan hebben wij alsnog te maken met een
aanbodtekort en daar hebben we die reserves heel hard voor nodig. Kan de Minister
in dat perspectief toelichten hoe zij de weerbaarheid kan vergroten in relatie tot
de contracten en hoe ze kijkt naar de risico's van langdurige verstoringen?
De voorzitter:
U heeft nog één interruptie te gaan. Laten we kijken of het antwoord inderdaad in
dit blokje zit.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als de analyse wordt gemaakt dat we op Europees niveau moeten kijken naar de flexibiliteit
als er een tekort is dat 100 keer hoger is, dan kunnen we dat niet alleen relateren
aan de opslag van 5 in Alkmaar, maar tellen ook de noodvoorraden in andere landen
natuurlijk mee. Desalniettemin is het voor heel Europa van belang dat we ons realiseren
dat we consequenties moeten verbinden aan de situatie waarin we nu zitten, aan de
kwetsbaarheid van Europa door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit de
rest van de wereld. Dat is echt een kwetsbaarheid en daarom wordt er ook op meerdere
sporen ingezet. Ook Europees wordt er ingezet op versnelling van verduurzaming. Denk
ook aan diversificatie, aan infrastructuur voor verschillende vormen van fossiel en
aan voldoende zekerheid in de verschillende lidstaten. Ik gaf al aan dat voor ons
die gasopslagen een heel belangrijk onderdeel zijn van hoe wij onze energiezekerheid
inrichten, maar andere landen denken daar heel anders over. Soms zie je dat de praktijk
in landen heel verschillend is, terwijl de Europese solidariteit wel zo is geregeld
dat als er een verstoring ontstaat, je aanspraak kunt maken op de gasvoorraden in
andere landen. Nogmaals, de vraag is ook hoeveel zekerheid wij voor Europa willen
inrichten en hoeveel voor onszelf.
Dan het punt van de langetermijncontracten. De overheid koopt geen langetermijncontracten
in, maar het staat marktpartijen zeker vrij om langetermijncontracten in te kopen.
Bovendien is de ongemakkelijke waarheid ook dat zelfs als je een langetermijncontract
hebt met bijvoorbeeld Qatar en de Qatarese installaties kapot zijn, er niet geleverd
kan worden. Het is dus geen garantie voor alles. Het is echter echt aan de markt om
dat in te schatten.
U refereerde ook aan kritieke grondstoffen. Die vraag zit in een ander mapje, maar
ik geef er nu alvast antwoord op. De leveringszekerheid van kritieke grondstoffen
staat centraal in de Nederlandse grondstoffenstrategie en ook in de Europese Critical
Raw Materials Act. Binnen deze twee trajecten wordt samengewerkt met andere lidstaten
aan kennisopbouw, circulariteit, projecten op het gebied van raffinage en recycling,
en strategische voorraden. Publiek-private samenwerking is hierbij ook belangrijk.
Dus aan de ene kant is het aan de markt, maar tegelijkertijd wordt er ook wel nagedacht
over een strategie – breder dan alleen voor gas, ook voor de kritieke materialen waar
u terecht aan refereert. Het is voor een deel ook de portefeuille van Minister Herbert.
Het kabinet werkt er echt aan.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank voor dat antwoord, maar het stelt mij nog niet helemaal gerust. Onze beleidsdeelneming
Energie Beheer Nederland kan volgens mij wel degelijk langetermijncontracten afsluiten.
Als ik mijn huiswerk goed heb gedaan, dan kan de Minister hiervoor een afstemmingsbesluit
afgeven. Ik zou ervoor willen pleiten om dit te doen voor gas, voor olie – desnoods
door middel van het COVA – maar zeker ook voor kritieke grondstoffen. Maandag was
ik in de Eemshaven, waar een gigantische tanker ligt. Wij zijn afhankelijk van de
spotprijzen. Als er een andere prijs wordt geboden, gaat de tanker die midden op de
oceaan vaart, de andere kant op. Wij hebben op dat niveau geen enkele zekerheid. Ik
denk dat wij als overheid daar zeker iets aan kunnen doen.
Dan heb ik nog een aanvulling. De Minister zei het al: als je op het juiste moment
koopt, zijn de prijzen lager. Dat klopt helemaal. Juist als we langetermijncontracten
afsluiten, zijn de maatschappelijke kosten lager en is de weerbaarheid groter. Zou
u toch nog eens willen overwegen of u iets wilt doen met EBN?
De voorzitter:
Ik ga niks overwegen, maar de Minister misschien wel.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik snap de afweging heel goed. Olie is wel een mooi voorbeeld. Het korte antwoord
is: we moeten dit soort afwegingen maken in de context van onze keuzes over strategisch
gasbeleid. Natuurlijk kun je ervoor kiezen om EBN langetermijncontracten te laten
afsluiten, bijvoorbeeld in plaats van een gasopslag. Er zijn allerlei modellen mogelijk.
Laten we al die opties naast elkaar goed bekijken en sturen op de laagste maatschappelijke
kosten tegen de mate van zekerheid die we willen hebben. Bij olie is het ook nog zo
geregeld dat niet alles door de overheid in eigen beheer wordt opgeslagen. Er rust
op de leveranciers ook een verplichting om zelf een strategische voorraad aan te houden.
Er zijn allerlei modellen waarbij je de kosten tussen publiek en privaat verdeelt.
Uiteindelijk heeft natuurlijk iedereen belang bij stabiliteit en leveringszekerheid.
Dit zijn denk ik aspecten die horen bij het gesprek dat we in het najaar hebben over
hoe we dit met elkaar willen inrichten. Deze suggestie van de heer Van den Berg zullen
we zeker meenemen in de overwegingen.
De heer Klos (D66):
Ik denk dat veel van het ongemak dat wij allemaal voelen, de Minister zelf misschien
ook, erin zit dat we de energiemarkt soms nog bekijken alsof die neutraal is, alsof
er marktprincipes zijn die algemeen geldend zijn en waarop we kunnen bouwen, maar
bij energie is dat helaas niet meer zo. De grote verstoringen zijn het gevolg van
geopolitieke keuzes. Het is aannemelijk dat de Amerikaanse president dit jaar probeert
te stoppen met een gedeelte van de lng-export om pressie uit te oefenen op de Europese
Unie, om de een of andere reden. In het vorige debat, dat we in december hadden, hebben
we gewaarschuwd voor het scenario dat de Straat van Hormuz dicht zou gaan als gevolg
van Amerikaanse aanvallen op Iran. Toen bleek dat het kabinet geen scenario's klaar
had liggen voor wat we zouden doen met de gastoevoer, welk effect dat zou hebben op
huishoudens et cetera. Heel veel effecten daarvan hebben we de afgelopen maanden gezien.
Ik hoor in de relativering van de Minister over de vorige tekorten, die er fysiek
gezien niet zijn geweest rond de Oekraïnecrisis, dat er toch wordt vastgehouden aan
het marktprincipe. Ik ben heel benieuwd hoe de Minister kijkt naar zo'n soort scenario,
want eigenlijk is het GTS-advies nog vrij conservatief, met 30 koude dagen. In vergelijking
met het stopzetten van de toevoer heeft dat een veel minder grote impact. Ik ben dus
benieuwd hoe de Minister daarnaar kijkt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Terecht. Dit soort scenario's moeten we ook met elkaar doordenken. Dit jaar is door
de geopolitieke situatie anders dan andere jaren. Daarom zijn we extra met elkaar
op zoek naar de juiste balans. We kunnen niet zomaar vertrouwen op wat we in het verleden
deden en moeten alles nog eens goed tegen het licht houden. Dat ben ik allemaal helemaal
met u eens. Ik vind dat ook een belangrijk debat dat we hebben met elkaar. Dat betekent
niet meteen dat alle principes die eerder van toepassing waren, nu per definitie allemaal
geen rol meer hebben. Ook die afweging moeten we maken.
De gasmarkt is een wereldmarkt. Als Trump zou besluiten alle lng-export uit de VS
naar de hele wereld stop te zetten, dan heeft de hele wereld een groot probleem. Dan
gaan de prijzen heel flink omhoog. Dan zullen de partijen die die het slechtst kunnen
betalen, waarschijnlijk het eerst in de problemen komen. Als de VS van mening zouden
zijn dat er alleen naar Europa geen lng meer geëxporteerd mag worden, dan zullen zij
waarschijnlijk nog wel hun gas naar andere landen exporteren. Die landen zullen dan
misschien minder importeren uit Qatar en dan ontstaat er meer ruimte in andere landen
om uiteindelijk wel naar Europa te exporteren. Daarom is de diversiteit van suppliers
en supplylijnen belangrijk. Het is dus strategisch om te zorgen dat er met meerdere
landen goede contacten zijn en dat er verschillende kanalen zijn. Nederland en Europa
zijn via meerdere lng-aanlandingspunten in staat om lng te importeren. Daarnaast is
lng in Nederland een derde van de hele energiemix. Als alle lng uit de hele wereld
niet meer binnen zou komen, dan hebben we het dus over een derde. Het is natuurlijk
niet te verwachten dat alle lng-export uit de hele wereld in één keer stil zou komen
te liggen.
Het doordenken van scenario's is dus belangrijk. In de brief over de situatie in Iran
die in het voorjaar naar uw Kamer is gestuurd, zijn er verschillende scenario's uitgewerkt,
waarbij dus ook rekening is gehouden met dit soort verstoringen en zelfs combinaties
van dit soort verstoringen. In de brief staat ook wat dan de stappen zouden zijn.
Er is dus wel een voorbereiding; ik kom daar straks nog op terug. Ik wil niet zeggen
dat te allen tijde alle consequenties voor iedereen zullen kunnen worden weggenomen.
Dat zeg ik niet, maar we zijn wel voorbereid.
De voorzitter:
Dat levert geen vervolgvraag op voor dit moment, dus gaan we naar de heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Ik doe er eigenlijk nog een schepje bovenop. Het is eigenlijk al wel grotendeels gezegd,
maar laat ik het toch nog even kort samenvatten. In 2022 heeft het CDA al gevraagd
om scenario's voor de leveringszekerheid. Die vraag hebben we in het debat van december
jongstleden herhaald. Ik ben hier niet om de Minister op haar woorden te vangen, maar
de Minister zei wel op enig moment: de markt zegt dat er in de winter voldoende gas
zal zijn en dat de prijs dan lager zal zijn. Dat waren haar woorden. We spreken hier
echt over urgentie, dus ik maak toch maar de opmerking dat het goed is om je te realiseren
dat er ook scenario's moeten worden uitgewerkt – dat is eerder al toegezegd, dus daar
ben ik blij mee – voor zowel de zaken die niet direct waarschijnlijk zijn als de dingen
die kunnen gebeuren, om het maar even wat cryptisch te zeggen. Ik ben dus heel erg
benieuwd naar de breedte van de scenario's. Sluit nou vooral niks uit, want we hadden
in december ook niet voorzien dat de Straat van Hormuz dicht zou gaan. Ik sluit me
wat dat betreft bij de heer Klos aan. De urgentie is ons duidelijk.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Om precies te zijn heb ik volgens mij gezegd dat de markt verwacht dat de prijs lager
zal zijn. Ik heb niet gezegd dat het zo zal zijn, want dat weet helemaal niemand.
We vertrouwen dus ook niet alleen op de markt. Daarom hebben we ook EBN. Ten opzichte
van vorig jaar is de vultaak van EBN zelfs verhoogd. We hebben dit jaar dus eigenlijk
een extra verzekering ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast moeten we natuurlijk
ook zorgen dat we goed zijn voorbereid. Ik kom zo meteen nog even terug op alle plannen
die we hebben voor het geval dat er echt een crisissituatie ontstaat, net zoals we
die bij olie hebben, en op de stappen die daarin zitten. We zien natuurlijk dat er
in eerste instantie ook altijd enige mate van vraagreductie plaatsvindt als de prijzen
omhooggaan. Er is een relatie tussen de 80% en het volume waar we het dan over hebben.
Die komen dan vaak vanzelf toch een stukje dichter bij elkaar. Het overblijvende deel
dat je dan nog nodig hebt, is gerelateerd aan de pijpleidingcapaciteit en de importcapaciteit
die we hebben, naast de gasopslagen die we hebben. We moeten het ook in het geheel
zien.
De heer Jumelet (CDA):
Heel kort. Ik vind het belangrijk om de woorden van de heer Klos nog eens te zeggen.
We zien de markt falen. Dat neem ik u niet kwalijk, maar dat is gewoon wat we vandaag
met elkaar constateren. Dan moeten we misschien goed opletten als we de markt leidend
laten zijn in onze besluiten. Als de markt de verwachting heeft dat de prijs lager
zal worden, dan zeggen we eigenlijk weer: o, dat zou ons misschien kunnen helpen.
Maar volgens mij is nu juist duidelijk geworden dat we niet altijd maar op de markt
kunnen reageren.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De verstoringen die we hebben gezien, hadden niks met de markt te maken, dus daar
heeft u helemaal gelijk in. Tegelijkertijd is het altijd belangrijk om uit elkaar
te houden wanneer een crisis of welke verstoring dan ook een prijseffect heeft en
wanneer die een volume-effect heeft. Met de verstoring in Qatar zagen we op de gasmarkt
ook een effect, maar dat was echt een prijseffect en geen volume-effect. Met de verstoring
met Rusland zagen we natuurlijk direct een volume-effect. Die moeten we dus uit elkaar
houden, ook in het nadenken. Dit is echter geen jaar om op de lauweren te rusten.
Dit is ook geen jaar om 100%-garanties af te geven. Het is gewoon een onzeker jaar.
Daarom moeten we er samen dichtbij blijven.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Toch nog even over de Methaanverordening. Nogmaals, we verspillen jaarlijks meer gas
dan er door de Straat van Hormuz gaat. De Minister doet het nu een beetje voorkomen
alsof het slechts om een technische aanpassing zou gaan en alsof het geen afzwakking
zou zijn, maar Reuters rapporteerde een aantal dagen geleden uit een gelekt document
van de Europese Commissie dat er nu een voorstel ligt om voor de komende drie jaar
geen penalty's in te stellen. Dat is nogal wat. Dat is niet slechts een technische
aanpassing. De Methaanverordening is echt een essentieel instrument in de strijd tegen
klimaatverandering en dus ook heel belangrijk om de leveringszekerheid te borgen.
Dit is drie jaar vertraging voor een wet die al jarenlang in ontwikkeling is en waar
een hele hoop bedrijven eigenlijk al aan voldoen. Dat is toch wel een hele andere
stand van zaken dan de Minister hier doet voorkomen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Kan de Minister daar toch nog iets meer over zeggen? Gaat de Minister zich hier ook
tegen verzetten?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Allereerst ga ik niet direct reageren op een gelekt document. Ik wil het natuurlijk
eerst gewoon zien voordat ik op specifieke dingen reageer. Maar in het algemeen zeg
ik: aan het onmogelijke is niemand gehouden. Als het dus een kwestie is van meer tijd
geven om te zorgen dat de markt, met de problemen zoals ik die ken, eraan kan voldoen,
dan is dat wel wat anders dan afzwakken. Maar nogmaals, aan het onmogelijke is niemand
gehouden. Als het er betrekking op heeft dat er uitstel wordt verleend, dat is dat
toch echt wat anders dan het afzwakken van de verordening. Het is goed om die twee
dingen uit elkaar te houden.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
«Aan het onmogelijke is niemand gehouden.» Dat klopt, maar het gaat wel om een wet
die al jarenlang in ontwikkeling is en waar een hele hoop bedrijven eigenlijk al aan
voldoen. Ik begrijp dat de Minister het document misschien nog niet heeft gezien,
maar mocht het inderdaad zo zijn dat het voorstel van de Commissie is om te vragen
om drie jaar uitstel, gaat de Minister zich daar dan tegen verzetten? Dat is namelijk
wel heel erg ruim.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We zullen het voorstel goed bekijken. Ik hoor de oproep van mevrouw Van Oosterhout:
zorg ervoor dat het zo snel mogelijk ingaat. Ik zal het verhaal dus eerst bekijken
en dan zien wat redelijk is, maar ik ben het met haar eens: ik hoop natuurlijk ook
dat de verordening zo snel mogelijk in werking kan treden in haar volledige omvang.
Ik ga het dus bekijken. Ik snap de vraag. Ik wil ook graag dat de verordening zo snel
mogelijk haar werk kan doen.
De voorzitter:
Dan gaan we door naar het volgende blokje. Dat was uit mijn hoofd het blokje leveringszekerheid
van elektriciteit.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja. Het kabinet zet vol in op het verhogen van het aandeel hernieuwbare energie. Dat
is ook goed voor de onafhankelijkheid en de leveringszekerheid op andere onderdelen
van het energiesysteem. Hierdoor wordt ook steeds meer elektriciteit uit duurzame
bronnen opgewekt. Maar ook op momenten dat de zon niet schijnt en de wind niet waait,
hebben we voldoende elektriciteit nodig. Naar verwachting, zo laten rapporten zien,
nemen de risico's op een tekort aan aanbod van elektriciteit op zulke momenten toe
door de afname van regelbaar vermogen en de verwachte stijging van de elektriciteitsvraag.
Daarom introduceert het kabinet een capaciteitsmarkt. Dit kan worden gezien als een
verzekering tegen het risico op stroomuitval; dat is gewoon heel belangrijk. Er is
een onderzoek uitgevoerd naar een breed scala aan maatregelen, waaronder vraagrespons
en verschillende typen capaciteitsmechanismen. Ik beschouw deze onderzoeken als zeer
waardevol, omdat ze op een gestructureerde en inzichtelijke manier de verschillende
opties en de bijbehorende afwegingen in kaart brengen. Ik zal het kabinet nog voor
de zomer informeren over welke van die verschillende opties wij als uitgangspunt nemen.
Dan blijft er daarna nog een hoop uit te werken, maar we gaan de Kamer nog voor de
zomer informeren. In die Kamerbrief zullen ook de nieuwe resultaten van de Monitor
Voorzieningszekerheid van TenneT, die op 10 juni gepubliceerd wordt, worden meegenomen.
Dan kunt u ook zien waar we ons op baseren.
Dan een vraag van mevrouw Van Oosterhout, maar ook mevrouw Müller had daar volgens
mij naar gevraagd: «Gaat de Minister CO2-uitstoot ook meenemen en hoe gaan we voorkomen dat we een fossiele lock-in creëren?
Kijken we naar voorbeelden van België en Frankrijk?» Elke vorm van opwekcapaciteit
kan volgens de Europese regels hieraan deelnemen, dus ook CO2-vrije technieken als energieopslag en vraagrespons. Volledig kolengestookte centrales
zijn wel uitgesloten volgens de Europese regels. Bij het vormgeven van de capaciteitsmarkt
kunnen keuzes gemaakt worden om dit soort technieken allemaal gelijkwaardig te laten
deelnemen aan het mechanisme. Ook moet regelbaar vermogen aan de Europese verduurzamingseisen
voldoen. Bij de verdere uitwerking gaan we inderdaad in gesprek met buurlanden over
hoe zij hun eisen vormgeven, want het is goed om van anderen te leren hoe zij het
hebben ingericht en welke keuzes zij gemaakt hebben.
Ook meneer Jumelet vroeg daarnaar: worden vraagrespons en energieopslag gelijkwaardig
meegenomen? Ja, daar zet ik mij voor in. De hoofdkeuze van de lijn waarlangs we dit
uitwerken, komt dus voor de zomer. De concrete ontwerpkeuzes die we op basis van dat
model maken, komen net na de zomer.
De heer Flach had een vraag over de aanbevelingen van de topsector Energie. Alle productiecapaciteit
die kan voldoen aan de Europese verduurzamingseisen komt in aanmerking voor deelname
aan het capaciteitsmechanisme. Ook centrales die vroeger kolen stookten, kunnen dus
in theorie daaraan deelnemen, mits zij voldoen aan de verduurzamingseisen.
Tegen de heer Jumelet zeg ik: het capaciteitsmechanisme is technologieneutraal, dus
ze kunnen meedingen in het capaciteitsmechanisme. Daar hoeven we dus geen onderzoek
naar te doen. Het is nu aan hen om te kijken of zij daaraan mee willen doen. Dan zullen
we zien wat er komt uit de vergelijking met de andere technieken. Zijn we met hen
in gesprek hierover? Nee, omdat ze dus gewoon kunnen meedingen; dat is aan elke marktpartij.
We willen ook niet voorsorteren op een bepaalde technologie boven een andere.
De vraag die de heer Jumelet stelde, was: maar hebben we dan wel voldoende capaciteit
voor de voorzieningszekerheid als bijvoorbeeld de Amercentrale eerder uit zou vallen?
Dat vind ik echt een andere vraag dan de vraag over het capaciteitsmechanisme. Op
de langere termijn, als de elektriciteitsvraag stijgt en er, zoals nu wordt verwacht,
steeds meer centrales uit bedrijf gaan, gaan we dus een capaciteitsmarkt introduceren
om ervoor te zorgen dat we toch voldoende regelbare flexibiliteit houden wanneer de
regelbare flexibiliteit die we nu hebben, weggaat. Het feit dat kolencentrales en
gascentrales uit bedrijf gaan, is dus meegenomen in de opzet van hoe groot zo'n capaciteitsmechanisme
dan moet zijn. Er is dus niet opeens een tekort. Er is niet opeens een soort klif.
Op basis van wat TenneT in die monitoring aan inzichten geeft, wordt aangegeven vanaf
wanneer we ongeveer elektriciteitsproblemen kunnen verwachten en wanneer daarom dat
capaciteitsmechanisme beschikbaar moet zijn. Het hangt dus niet af van centrale A
of centrale B, maar van de hoeveelheid elektriciteit die geleverd wordt en het profiel
daarvan, het regelbare vermogen dat nodig is voor de stabiliteit. Vanuit dat perspectief
kijkt TenneT dus naar het geheel van de opwekkende vraag, inclusief het profiel van
de verschillende bronnen.
Voorzitter. Wkk in de glastuinbouw speelt een belangrijke rol in de elektriciteitsvoorziening.
Ook voor de glastuinbouw kan de capaciteitsmarkt dus relevant zijn.
Dan specifiek de sluiting van gascentrales in de regio Rotterdam. Ook daar kom ik
een beetje bij het antwoord van net. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen
het risico op stroomuitval door transportproblematiek, netcongestie en voldoende aanbod
van elektriciteitsvoorzieningszekerheid. De netbeheerders hebben nauw overleg met
alle grote aanbieders van elektriciteit, zoals gascentrales. De vraag die u stelt,
gaat over de lokale transportproblematiek in de regio Rotterdam. Voor netcongestie
sluiten de netbeheerders netcongestiecontracten om stroomuitval te voorkomen. Dat
is recent ook zo gebeurd in de regio Utrecht. Voor de landelijke voorzieningszekerheid
werken we dus aan het capaciteitsmechanisme, waarover u de eerste brief net voor en
de andere brief net na de zomer van ons krijgt.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik begin met mevrouw Van Oosterhout. Die zag ik als eerste.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Even over de capaciteitsmarkt. Ik hoorde de Minister zeggen dat alle vormen van energieopslag
en vraagrespons mee mogen doen, maar het gaat hierbij wel om belastinggeld dat we
inzetten. We weten ook dat we enorm achterlopen op de klimaatdoelen. Is de Minister
het dus met me eens dat duurzamere methoden bevoordeeld zouden moeten worden als het
gaat om die capaciteitsmarkt?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb even een stukje nadere informatie over de techniek aan mijn ondersteuning gevraagd.
Ik zei net al dat het techniekneutraal is. Zo moeten we sturen. Een volgende voorwaarde
in de Europese regelgeving is dat het moet voldoen aan de Europese duurzaamheidscriteria.
Er zijn dus bepaalde criteria. Of er nog ruimte is om die verder op de een of andere
manier mee te nemen, durf ik zo niet te zeggen, maar we kunnen dat ook nog even voor
u nazoeken. Daar kom ik op een later moment dan nog op terug.
De voorzitter:
Een later moment is dan de tweede termijn? Ja? Lukt dat vandaag?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Op de mogelijkheid kan ik in tweede termijn even terugkomen. De wenselijkheid, dus
als het mogelijk is, wil ik betrekken bij de brief die ik stuur, want anders ga ik
al sturen op een van de aspecten zonder dat ik de samenhang met de rest kan overzien.
Ik wil goed kijken wat in de hele samenhang tussen duurzaamheid, concurrentiekracht
en weerbaarheid de consequenties zijn als we verder zouden mogen sturen op basis van
hoe de Europese regelgeving dat zegt.
De voorzitter:
U heeft nog één interruptie, mevrouw Van Oosterhout. Misschien kunnen we in de tweede
termijn nog wat duidelijkheid verschaffen.
De heer Jumelet (CDA):
Ik heb de beantwoording van de Minister gehoord van de vragen die ik stelde over het
capaciteitsmechanisme. Volgens mij heeft ze niet gereageerd op de ideeën om te kijken
of er ook gebruik kan worden gemaakt van de locaties waar nu kolencentrales staan,
en dat tegen de achtergrond van het jaar 2030. Bedrijven realiseren zich namelijk
dat dat eraan komt, dus er worden allerlei besluiten genomen. Tegelijkertijd hebben
we misschien het idee dat we dat nog wel kunnen gebruiken of kunnen inzetten. Mijn
vraag zou dus zijn of toch niet het gesprek kan plaatsvinden om te overwegen hoe daarmee
om te gaan.
Tot slot uiteindelijk ook nog even de volgende vraag. Ik hoorde de Minister zeggen:
TenneT kijkt naar wat nodig is. Maar zullen we samen ook kijken wat nodig is? Dat
zou mijn vraag in dezen zijn.
De voorzitter:
Ja, dat past mooi bij elkaar.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zeker. Volgens mij zit de vraag over de locaties ook in het volgende mapje, maar laat
ik het zo zeggen: wij sturen natuurlijk niet vanuit locaties. Maar als je een veiling
doet, kun je niet bepaalde locaties voorrang geven. Ik zal zorgen dat we ons nog even
laten informeren over het aspect van de locaties, zodat we dat in ieder geval goed
op het netvlies hebben, maar dat verhoudt zich niet tot een technologieneutrale veiling.
Dat geef ik dus maar even mee. We proberen echt snelheid te maken, zodat opties niet
al zijn weggevallen. Daarom komt de eerste brief voor de zomer en de andere meteen
na de zomer. We proberen wat tempo op deze vormgeving te zetten, zodat er ook perspectief
is voor bedrijven die op een gegeven moment keuzes moeten maken. Zo neem ik het dus
zeker mee.
De voorzitter:
Oké. Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Ik zie alleen bij de heer Klos nog een vraag
in dit blokje, en dan gaan we daarna naar het laatste, overige blokje, als ik het
zo mag noemen.
De heer Klos (D66):
Dit is wat ik bedoelde toen ik zei dat we een klein beetje in een vacuüm debatteren,
omdat we de brief daarover nog niet hebben. Maar ik ga toch een poging wagen. Ik snap
het als de Minister daar geen antwoord op kan geven. Het gaat ook nog om de praktische
kant van dat capaciteitsmechanisme. Gaat het kabinet ook kijken naar de snelheid waarmee
regelbaar vermogen geleverd kan worden, waarbij gascentrales en batterijen dat binnen
minuten kunnen doen en kolencentrales tussen ongeveer 8 uur en 48 uur?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat lijkt me een belangrijk aspect om mee te nemen, ook in samenhang met wat TenneT
zegt dat nodig is. We tuigen dit capaciteitsmechanisme op om storingen te voorkomen
in de landelijke elektriciteitsvoorziening. Dan is dus de vraag welke soort van flexibiliteit
er nodig is en welke soorten daar beter bij passen. Dat neem je dan natuurlijk ook
mee in het ontwerp. Wat betreft de inschatting over centrales die voorheen kolen stookten
maar daar in ieder geval mee gaan stoppen vanaf 2030: ik denk overigens dat de flexibiliteit
van die installaties ook wel wat anders is dan wat de oude kolencentrales bijvoorbeeld
konden. Daarom is het belangrijk dat je zo'n capaciteitsmechanisme technologieneutraal
weergeeft, zodat je ook de ontwikkelingen in de markt die er zijn, of kansen die er
zijn, allemaal op waarde schat. Maar in de techniek van wat we nodig hebben, is de
snelheid waarmee je kunt schakelen een belangrijk element.
Overigens had ik aan de heer Jumelet nog geen antwoord gegeven op de vraag: moeten
wij daar ook niet naar kijken? Jazeker, en daarom hebben we het er ook over. Maar
dat is heel terecht. Dit moeten we met elkaar vormgeven. Er zitten kosten aan verbonden,
dus het is superbelangrijk om dit zorgvuldig met elkaar vorm te geven.
De voorzitter:
U kunt verder met de beantwoording. Dan gaan we daarna even inventariseren of er eventueel
nog antwoorden missen. Laten we eerst even kijken hoever we in deze categorie komen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De vraag over het capaciteitsmechanisme heb ik net beantwoord.
De heer Klos had een vraag over de scenario's. We zijn voorbereid op een crisis in
de gasvoorziening en er is het Bescherm- en Herstelplan, het BH-G, een nationaal crisisplan.
Deze plannen liggen klaar voor een dreigende crisis, ongeacht de mogelijke oorzaken
daarvan. Daar hebben we u over geïnformeerd, dus ik laat het daar voor de snelheid
nu bij.
De heer Van den Berg had een vraag over de ladder van leverings- en voorzieningszekerheid.
We willen tekorten voorkomen. Dat doen we bijvoorbeeld via energiebesparende maatregelen,
verduurzamingsmaatregelen, vulmaatregelen voor gasopslagen en uitbreiding van de lng-importcapaciteit.
Daarnaast is er ook het Bescherm- en Herstelplan Gas. Dat bevat maatregelen voor verschillende
in ernst oplopende niveaus van gascrises – vroegtijdige waarschuwing, alarm en noodsituatie
– om gastekorten op te vangen, zodat het gassysteem blijft functioneren en beschermde
afnemers kunnen worden blijven voorzien van gas. In het geval van een noodsituatie
kan ik ook ingrijpen in de markt om gasafname te reduceren, dus dan kan ik als Minister
bepalen wie het nog krijgt en wie toch moet worden afgeschakeld om beschermde afnemers
goed te beschermen.
Dan een vraag van mevrouw Van Oosterhout over energieonafhankelijkheid en structurele
versnelling. Weerbaarheid en energieonafhankelijkheid zijn inderdaad superbelangrijk.
Daarom zullen we ze als expliciete criteria meenemen in de actualisatie van het NPE.
We zullen bij het maken van het volgende NPE deze publieke belangen ook expliciet
meenemen en uitdiepen. Sturen op het percentage hernieuwbare energie betekent ook
dat het percentage fossiel afneemt, dus we sturen via de groei van het percentage
hernieuwbaar inderdaad ook op het verminderen van het percentage fossiel, want uiteindelijk
telt het altijd op tot 100%. Dat is niet in de volumes. Als het alleen over de volumes
gaat, mevrouw Van Oosterhout, dan kun je, als de energievraag toeneemt, hernieuwbaar
opschalen zonder dat je fossiel afschaalt, maar als je de percentages rekent op de
totale energievraag, dan werkt dat wel zo.
Dan de brief naar aanleiding van het Midden-Oosten. Wat is er versneld? We hebben
gerichte maatregelen genomen om mensen en bedrijven te helpen. Er is bijvoorbeeld
meer hulp bij energiebesparing en verduurzaming voor huishoudens. Daar is echt fors
extra geld naartoe gegaan. Er is geld gegaan naar snellere elektrificatie van het
wagenpark. Er is meer geld voor de ondersteuning van het mkb bij energiebesparing.
Zo bouwen we onze afhankelijkheid van olie en gas versneld af. We houden de situatie
in het Midden-Oosten natuurlijk in de gaten en springen in wanneer de situatie verslechtert.
In de actualisatie van het NPE geven we verder weer hoe de gewenste verandering van
het energiesysteem in de komende jaren de energieonafhankelijkheid van Nederland sterk
kan verbeteren. Het NPE gaat dus in op de samenhang tussen verschillende onderdelen
van het energiesysteem, energiebronnen, transportverbruik en welke veranderingen voor
elk van de onderdelen nodig zijn om de energieonafhankelijkheid te vergroten.
Dit waren de kritieke grondstoffen. De vraag over diversificatie heb ik al beantwoord.
Een vraag van de heer Klos. Hoe minder aardgas we nodig hebben, hoe minder dure pleisters
we hoeven te plakken. Ja, dat is zeker waar. De NVDE presenteerde een spoedplan. Daarover
zijn we inderdaad meteen met ze in gesprek gegaan. Zij roepen onder andere op tot
het oplossen van netcongestie en het verkorten van doorlooptijden van projecten. Beide
zijn prioriteit van dit kabinet. Ik denk dat u ook regelmatig iets ziet en hoort over
hoe we met netcongestie bezig zijn. Dat is echt ongelofelijk belangrijk, want er zijn
ook ontzettend veel huishoudens en bedrijven die graag willen verduurzamen, maar dat
niet kunnen. Ze willen hun onafhankelijkheid vergroten en versnellen, maar kunnen
dat niet door de netcongestie, dus die aanpak heeft echt topprioriteit. Verder zet
het kabinet in op het verduurzamen van woningen, het verplicht uitfaseren van labels
E, F en G bij huurwoningen en het normeren van slimme warmtepompen, eventueel hybride,
waar dit de beste oplossing is.
Dan specifiek over ledverlichting. Vanuit het Rijk wordt stevig ingezet op de implementatie
van ledverlichting. In de meeste rijkskantoren is nu al ledverlichting geïnstalleerd.
Ik kijk meteen even hier naar het dak. Ik denk dat dat zo is. Het Rijksvastgoedbedrijf
werkt eraan om kantoren in alle eigendom zijnde en in gebruik zijnde rijksgebouwen
uiterlijk per 2028 te voorzien van ledverlichting, in lijn met de motie van mevrouw
Kröger en de heer Thijssen. IenW werkt gestaag door aan de implementatie van led op
de snelwegen, rekening houdend met het natuurlijke moment van groot onderhoud, want
om heel veel files te veroorzaken alleen voor het vervangen van de lampen ... Zij
proberen aan te sluiten bij daar waar ze ook onderhoud moeten plegen. U heeft allemaal
de Minister van IenW gehoord: er is veel onderhoud aan de wegen. Dan zal dat dus ook
worden meegenomen. De VNG doet momenteel ook onderzoek om inzicht te krijgen in de
knelpunten en kansen van ledverlichting bij gemeenten. Dit zou naar verwachting in
het vierde kwartaal klaar zijn.
Dan nog twee vragen over de topsector Energie en de relatie met fysieke kwetsbaarheid.
De topsector Energie heeft het rapport Autonoom en veilig gemaakt. Het kabinet werkt
momenteel aan een reactie op dit rapport. Ik zal die rond de zomer met uw Kamer delen.
We gaan dan integraal in op de verschillende aanbevelingen uit het rapport, waaronder
die over fysieke kwetsbaarheid. Ik heb, samen met de Staatssecretaris van Defensie,
volgens mij vorige week een mooi rapport in ontvangst genomen over de samenhang tussen
bijvoorbeeld chemie en Defensie. Je ziet dat er op allerlei plekken meer aandacht
is voor de verbinding tussen weerbaarheid, en ook wat Defensie daarvoor nodig heeft,
en de bestaande sectoren. Daarin werken we ook heel erg goed samen. Ik zat een keer
in de trein met een mooie ondernemer met een circulair zonnepaneel. Dat was geheel
van circulair plastic gemaakt en in Nederland geproduceerd. Hij zei: dit blijft ook
werken als er een kogel doorheen gaat. Dat was dus ook een bedrijf dat ik dan onder
de aandacht breng bij de Staatssecretaris, van: weet dat er ook dit soort innovaties
in de markt zijn waarmee Defensie haar voordeel kan doen.
Er was ook een vraag, volgens mij van mevrouw Müller, maar het kan ook de heer Jumelet
zijn geweest, over het recente HCSS-rapport, dus over de structurele leveringszekerheid.
EZK, IenW en Defensie werken intensief samen aan een toekomstvisie brandstoffen- en
chemiegrondstoffenproductie, die in het najaar aan de Tweede Kamer wordt verzonden.
Hierin worden ook scenario's gewogen op basis van publieke belangen. Militaire veiligheid
en paraatheid worden hierin ook als publiek belang meegenomen. Misschien was het de
heer Van den Berg; ik ben even kwijt wie van u dit heeft gevraagd. Ik ga graag met
de Minister van IenW en de Staatssecretaris van Defensie in gesprek over het onderwerp
militaire paraatheid en energiezekerheid in relatie tot de raffinagesector en de positie
van de raffinaderijen. Ik weet dat mevrouw Müller daar in ieder geval veel aandacht
voor vroeg.
Over de raffinagesector. Ik had laatst een presentatie over de ruimtelijk-economische
clusters van Nederland en de positie daarin van de raffinagesector. Het is heel interessant
dat je daarin ziet dat het voor een heel groot deel van de raffinagesector richting
2050 geen kwestie is van afbouw, maar van ombouw naar een ander soort grondstoffen.
Nederland speelt in Europa een belangrijke rol in de raffinagesector, zoals mevrouw
Müller ook al zei. Ik zie inderdaad een belang in de ombouw naar verduurzaming. Ik
heb daarom ook toegezegd dat ik, samen met de Minister van Economische Zaken, in de
industriebrief die na de zomer komt de verduurzaming van de industrie en de raffinagesector
ook zal meenemen.
De voorwaarden rondom de indirecte kostencompensatie voor elektriciteitskosten zijn
momenteel onderdeel van breder lopende gesprekken. Daarover komt rond Prinsjesdag
meer duidelijkheid. Op dit moment hebben we de IKC eerst uitgebreid met 22 sectoren.
Daar zat de raffinagesector nog niet bij, maar de gesprekken lopen dus verder rondom
Prinsjesdag. Ook bij internationale regels, zoals de Methaanverordening – dat is net
gewisseld – ziet u dat wij serieus kijken naar de uitvoerbaarheid en de importrisico's.
Dat wordt dus ook meegewogen.
Voorzitter. Dat waren volgens mij de vragen voor zover wij ze hadden genoteerd.
De voorzitter:
Geweldig. Dank u wel. Ik ga kijken of de Kamerleden nog vragen hebben gemist. Dat
is niet het geval. Ik kijk ook even naar de klok. We zitten goed in de tijd. Het is
15.50 uur. O, mevrouw Müller, u heeft toch nog een gemiste vraag? O, een interruptie?
Natuurlijk. Daar zijn we nog mee bezig, zeker. Aan u het woord.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik ben best tevreden met de antwoorden van de Minister over de raffinagesector. Ik
begrijp uit haar woorden dat Defensie hierbij ook goed is aangesloten. Ik maak me
hier oprecht heel erg veel zorgen over, als je kijkt naar wat er in de toekomst gebeurt,
ook Europabreed, en de rol die Nederland daarin kan spelen. Ik ben dus heel blij dat
de Minister dat goed op haar netvlies heeft. Ik zie de toekomstvisie en de industriebrief
dan ook graag tegemoet en ik zal die ook kritisch bekijken. Ik ben nog niet helemaal
tevreden, zoals u zich kunt voorstellen, over de keuze om de raffinagesector van de
IKC uit te sluiten. Ik ga overwegen of ik daar nog wat mee kan doen.
De voorzitter:
Dat is natuurlijk aan u. Dat is meteen ook een mooi bruggetje naar de tweede termijn.
Ik stel voor dat we daarmee gaan beginnen. Ik kijk even of we daar klaar voor zijn.
De heer Van den Berg. Ja? Aan u het woord.
De heer Van den Berg (JA21):
Zeker, born ready. Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de beantwoording; dank u
wel, Minister. Ik kijk toch met wat onzekerheid terug op dit debat. Ik kan nog niet
stellen dat ik helemaal gerust ben. Leveringszekerheid is gewoon ontzettend belangrijk
voor ons land en voor onze economie. Ik zie wel dat de Minister stappen zet, dus dank
daarvoor, maar ik denk dat we nog net een tandje moeten bijzetten op het gebied van
langetermijncontracten, maar ook bijvoorbeeld wat betreft de afhankelijkheden. Ik
zag gisteren nog dat we onze afhankelijkheid van olie nu eigenlijk aan het verplaatsen
zijn van Qatar en het Midden-Oosten naar de VS, net zoals we hebben gedaan met aardgas.
Die diversificatie zou ik heel belangrijk vinden. Dat kunnen we volgens mij doen met
die langetermijncontracten.
Ik maak me ook nog zorgen over de kosten. Ik hoorde de Minister spreken over vraagreductie.
Wanneer er geen aardgas meer is, dan komen we vanzelf in balans, maar wel met een
hogere prijs. Dat is een scenario. Dan is er leveringszekerheid, maar niet op het
gebied van betaalbaarheid. Dan gaan de middenklasse en de lagere klasse daar gewoon
aan ten onder. Dat is catastrofaal en dat moeten we zien te voorkomen.
Voorzitter. Dan een laatste punt, over het capaciteitsmechanisme. Ik schrok toch wel.
Daar heb ik ook een vraag bij. De discussie in de Kamer loopt al sinds september 2023.
We hebben in december een motie ingediend om dat nu echt te realiseren. Er zou binnen
een halfjaar een besluit over komen, of in ieder geval in het eerste halfjaar van
2026. Nu hoor ik dat het eigenlijk op de lange baan wordt geschoven tot wanneer TenneT
daarover gaat adviseren, of hoorde ik dat verkeerd? Ik schrok in ieder geval heel
erg. Ik hoop toch echt dat we dat zo snel mogelijk gaan invoeren.
Dank u wel. En ik wilde inderdaad een tweeminutendebat aanvragen; dank u wel.
De voorzitter:
Geen enkel probleem. Dat is bij dezen dan ook aangevraagd. Helemaal goed. De heer
Klos.
De heer Klos (D66):
Voorzitter, dank. Dank voor de beantwoording. Ik heb geen verdere opmerkingen hierover,
maar ik heb nog wel een extra vraag. Daar hebben we het eigenlijk niet over gehad,
maar wel in de technische briefing die wij hebben gehad voordat we dit debat zouden
hebben. Het betreft de impact van klimaatverandering zelf op de leveringszekerheid.
We horen best wat alarmerende woorden daarover, over de staat van onze infrastructuur
en de manier waarop extreem weer onze leveringszekerheid in gevaar brengt. Ik vraag
me af hoe het kabinet daarnaar kijkt en welke acties het in dat licht onderneemt om
de leveringszekerheid te waarborgen.
De voorzitter:
Prima. Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Veel dank voor de beantwoording van de vragen. Ik sluit me
ook graag aan bij de vraag van de heer Klos. Helemaal gezien de super-El Niño die
op komst is, is het heel belangrijk dat we daar extra aandacht voor hebben.
Het is ook fijn om te horen dat weerbaarheid en onafhankelijkheid zullen worden meegenomen
in het NPE, maar ik vind het wel heel teleurstellend om te horen dat de Minister niet
bereid is om ook te sturen op de afbouw van olie en gas. Het is helaas namelijk niet
zo dat een toename in hernieuwbare energie automatisch ook een afbouw in fossiel betekent,
helemaal omdat de Minister natuurlijk ook samen met Colombia internationaal de kar
trekt als het gaat om het afbouwen van fossiel en er afgesproken is om te kijken naar
nationale afbouwpaden. Hierbij dus nogmaals de oproep aan de Minister om percentages
voor olie en gas in het NPE te overwegen, ook gezien het feit dat de klimaatdoelen
steeds verder uit zicht raken.
We hebben het veel gehad over de Methaanverordening. Volgens mij is de oproep vanuit
mijn partij duidelijk: geen afzwakking van «de methaan», zo snel mogelijk laten ingaan.
De vraag is dus of de Minister kan toezeggen dat ze zich hiervoor gaat inspannen in
Brussel.
Tot slot over de capaciteitsmarkt. Het is heel goed om in gesprek te gaan met andere
landen. Het uitgangspunt moet zijn dat we onze afhankelijkheid van gas afbouwen. De
Minister vroeg zich net af of het mogelijk is om duurzame methoden te bevoordelen.
Ja, dat kan, want we weten dat ze dat in België en Frankrijk al doen. Onze oproep
is dus om dit mee te nemen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ja. Dat levert nog een vraag op van uw collega Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Het was, denk ik, een interessante eerste termijn in de Kamer. Ik ben toch benieuwd
wat nou de afdronk is van mevrouw Van Oosterhout ten aanzien van de leveringszekerheid.
Hebben we die op deze manier nu voldoende geborgd? Ik hoor inderdaad dat als we hernieuwbaar
opschalen, dat niet leidt tot minder olie en gas. Dat klopt, want je hebt uiteindelijk
gewoon die leveringszekerheid nodig, dus godzijdank hebben we die. Ik mis gewoon het
realisme of wij met de koers die mevrouw Van Oosterhout voorstelt, dus alleen maar
zon en wind en nu gelijk stoppen met olie en gas ... Ik mis eigenlijk gewoon het hele
plaatje van de leveringszekerheid. Ik ben benieuwd wat de afdronk van mevrouw Van
Oosterhout daarvan is.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij heeft de heer Van den Berg dan niet goed geluisterd naar mijn betoog.
Het gaat juist ook heel erg over onder andere het capaciteitsmechanisme dat we moeten
opbouwen en de samenwerking met andere Europese landen. Als er iets is wat deze crisis
ons laat zien, is het hoe gevaarlijk het is om afhankelijk te blijven van olie en
gas en dat we daar zo snel mogelijk vanaf moeten, ook gezien de betaalbaarheid van
onze energie. Ja, dat betekent dat we aan de ene kant zo snel mogelijk wind en zon
en andere vormen van hernieuwbare energie moeten opschalen. Maar het betekent ook
dat we volop moeten inzetten op energie-efficiëntie. We weten dat we daar ook nog
enorm veel potentie voor hebben. We kunnen in vijf jaar tijd een derde van ons gasverbruik
verminderen als we daar nu volop op inzetten. Ik noemde al het capaciteitsmechanisme.
Ook op opslag moeten we volop inzetten. Er is een heel breed scala aan dingen die
we moeten doen. Mijn afdronk is dat het kabinet nog niet genoeg doet. Daarom deed
ik een heel aantal oproepen aan de Minister om daar toch stappen op te gaan zetten,
zodat we ervoor kunnen zorgen dat onze energie betaalbaar wordt en dat we niet nog
een keer in zo'n crisis terechtkomen.
De voorzitter:
Ja, daar mag nog een korte vervolgvraag over worden gesteld.
De heer Van den Berg (JA21):
Dan ga ik wel pleiten voor wat realisme in deze discussie. Als we het hebben over
afhankelijkheden van olie en gas en van het buitenland, ben ik het helemaal met u
eens, maar ik heb nog geen één keer terug gehoord: wat nou als we vol inzetten op
zon en wind en alle afhankelijkheden die er dan zijn van primair China? Dan is de
nieuwe crisis op het gebied van energie, of eigenlijk van leveringszekerheid, toch
aanstaande? Ik had laatst een debat met de heer Klos over bijvoorbeeld afhankelijkheid
van Rusland voor onze kernenergie. Dat is inderdaad een probleem. Dat telt ook mee
in de leveringszekerheid. Ik mis dan het volgende. Waarom kijken we dan niet naar
die andere kant? Uiteindelijk hebben we gewoon geen gebalanceerd plaatje. Reflecteert
u daar eens op.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de heer Van den Berg dit argument veel vaker horen geven, maar we moeten dan
toch echt onderscheid maken tussen wat we doen met die materialen. Aan de ene kant
heb je olie en gas, dat je continu moet blijven importeren en dat je maar één keer
kunt gebruiken. Aan de andere kant heb je materialen waarbij we inderdaad zeker moeten
kijken naar waar we die vandaan halen, maar waarbij je dat wel maar één keer hoeft
te doen. Vervolgens kun je in Nederland en in Europa ook op allerlei manieren kijken
of je die materialen circulair kunt maken en ervoor kunt zorgen dat je die maar één
keer uit het buitenland hoeft te halen. Misschien kun je ze zelfs in Europa uit de
grond halen of in Europa produceren. Dat is echt een hele andere discussie dan olie
en gas, dat je maar één keer kunt gebruiken.
De voorzitter:
Wellicht komt u hier met elkaar op een later moment nog eens over te spreken. We hebben
dit punt toch nog kunnen meenemen in het debat van vandaag. Dan ga ik naar de heer
Jumelet. Aan u het woord.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg om een gesprek met de exploitanten over de toekomst
van centrales en locaties. Ik hoorde wat de Minister daarop heeft geantwoord, maar
ik had ook gevraagd of de Minister bereid is om bijvoorbeeld het PBL onderzoek te
laten doen naar de mogelijke rol van kolencentrales binnen het capaciteitsmechanisme.
Daarmee bedoel ik ook biomassa. Mijn vraag zou vooral de volgende zijn. We zijn een
beetje in verlegenheid. De brief komt nog en we gaan er nog met elkaar over spreken.
Kan de Minister toch overwegen om ermee aan de gang te gaan? Ik ga haar niet direct
om een toezegging vragen, maar ik vind het wel belangrijk om nog even te benadrukken
om daar vooral ook de breedte te zoeken en de kennis met elkaar in te roepen om de
goede dingen te doen. Volgens mij zijn we daar allemaal bij gebaat.
Voorzitter. In de tweede termijn maak ik maar even die driehoek tussen duurzaam, betrouwbaar
en betaalbaar. Als het gaat om duurzaam, denk ik dat we op de goede weg zijn. Als
het gaat om betrouwbaar, hebben we goede dingen gehoord en zeker nog wat aangescherpt.
Maar het betaalbaar houden met elkaar, waarover gisteravond een aantal moties zijn
ingediend, houdt ons ook allen bezig. Ongeacht of het gaat om ETS2 of de bijmengverplichting
– je kunt nog een heel aantal dingen meer opnoemen – of het voorkómen van netcongestie
met al die kabels in de grond, stel ik in ieder geval vast dat dit de grote zorgen
zijn waar ik me in ieder geval mee bezighoud om het ook betaalbaar te houden. Ik zou
toch nog aan de Minister willen vragen om daar nog op te reflecteren met het oog op
de leveringszekerheid. Ik begon misschien wat huiselijk met het huis dat je overdoet,
te koop zet en overneemt, maar ik mis dan toch een beetje de scherpte en de urgentie,
ook in de beantwoording, in de zin dat we dat misschien anders hadden kunnen doen
met het oog ook op de betaalbaarheid. Uiteindelijk gaat een huishouden of de burger
in Nederland dit betalen. Dat vind ik gewoon een punt om nog echt onder de aandacht
te brengen.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Minister en haar ondersteuning bedanken voor de
antwoorden op alle vragen. Ik heb er ook niet meer heel veel, maar een klein gevoel
van ongemak blijft er wel. Dat gevoel heb ik vooral over aankomende winter, maar ook
op de langere termijn en op de korte termijn over onze strategische reserves. Ik ben
dan ook blij met de toezegging dat wij voor de zomer nog geïnformeerd worden over
de huidige stand van zaken. Inderdaad, ik kan zelf op het dashboard kijken hoe het
precies ervoor staat qua percentages, maar ik zoek natuurlijk ook naar de handelingsopties
die er in de zomer voor het kabinet zijn als het niet goed genoeg toeneemt. Maar ik
ga ervan uit dat u dat gaat doen.
Ik kijk natuurlijk ook heel erg uit naar de brief over het strategische gasbeleid.
Daar moeten echt een aantal scherpe en grote keuzes in gemaakt worden. Ik denk dat
de hele Kamer daar goed naar kijkt.
Nogmaals, ik ben blij met uw antwoorden en dat u inziet dat de raffinagesector echt
belangrijk is voor onze leveringszekerheid en dat er ook bij hen zeker kansen zijn
om de verduurzaming ook echt hier in Europa te laten plaatsvinden.
Nog één laatste checkvraag. Ik had een aantal vragen over de kolencentrales. Die stoppen
inderdaad vanaf 2030 met kolen. Begrijp ik goed dat deze, als ze omgezet worden naar
andere, duurzamere vormen, mee kunnen doen in het capaciteitsmechanisme? Dat is eigenlijk
de enige checkvraag die ik vandaag nog heb.
De voorzitter:
Dank voor deze tweede termijn vanuit de Kamer. Ik begrijp van de Minister dat het
haar gaat lukken om meteen over te gaan tot de beantwoording. Dat is heel prettig
wat mij betreft. Laten we dat doen en dan gaan we met elkaar kijken welke toezeggingen
zijn gedaan en hoe we dit debat met elkaar afronden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Het kan zijn dat er nog een enkele vraag wordt binnengebracht
waarop nog antwoord beloofd was. O kijk, timing is everything! Ik begin in ieder geval
alvast. Dank aan de leden voor hun vragen.
De heer Van den Berg en mevrouw Müller – ik hoorde dat eigenlijk ook bij anderen –
zeiden: we zijn blij met de antwoorden, maar zijn toch niet helemaal gerust. Ik denk
dat ik «niet helemaal gerust» zou willen vertalen in alertheid. Dat is ook een hele
gezonde houding dit jaar. Dat zijn wij ook. U mag ook van mij verwachten dat ik niet
zeg «nou, ik ben helemaal gerust». Nee, ik blijf continu kijken. Die alertheid moet
ook niet betekenen dat we onnodig ongerust zijn; dat heb ik u ook geprobeerd te vertellen.
Maar de alertheid is dit jaar gewoon wel echt aan de orde. Het is een ander jaar wat
betreft de gasopslagen. We starten met een veel lagere vullingsgraad. De dynamiek
is minder voorspelbaar. Dus die alertheid is gewoon belangrijk. Die zie ik bij u en
die mag u ook bij mij verwachten en zien. Laten we daar op die manier voor de zomer
nog een keer een brief over sturen met natuurlijk een toelichting hoe wij het dashboard
interpreteren en wat we als handelingsopties zien of wat we zien gebeuren. Dat lijkt
mij verstandig.
De heer Van den Berg sprak over de strategische gasbrief en vroeg of er wel of niet
sprake is van vertraging. Vanaf december komt de eerste brief nu in juni en de tweede
brief komt in september. Misschien dat het wisselen van de regering een vertraging
van twee maanden heeft opgeleverd, maar daar wordt met dezelfde urgentie aan gewerkt.
Daarom stuur ik u ook vast voor de zomer die brief, met ook het PwC-rapport. Dan kunt
u ook vast nadenken en zijn we er in het najaar zo veel mogelijk klaar voor om keuzes
te maken. Absoluut is die urgentie er. U vroeg «binnen een halfjaar». Daar gaan we
net twee maanden overheen, maar goed, met de wisseling van een kabinet is dat wellicht
te overzien.
De voorzitter:
Een moment. Ik stel voor dat we specifieke vragen meteen even doen. Dan hebben we
die gelijk maar gehad. De heer Van den Berg, kort alstublieft.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, heel kort, meer voor de verduidelijking. Dank, want volgens mij spreekt de Minister
nu over de strategische reserves en het strategische gasplan. Uitstekend, maar ik
had het specifiek over het capaciteitsmechanisme. In december werd door de toenmalige
Minister van Klimaat en Groene Groei gezegd: het kabinet neemt daar een besluit over
in het eerste halfjaar van 2026. Daar refereerde ik net aan.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Nogmaals, met het inwerken... De Minister is er altijd, in die zin is dat nooit een
excuus. Maar in de praktijk blijkt toch dat men zich ook weer moet inwerken, en de
energiecrisis die daar nog tussendoor is gekomen, heeft ook zo zijn rol. We moesten
ook wachten op bepaalde rapporten. Maar nogmaals, ook hier werken we gewoon hard aan.
Die tijdslijnen die TenneT schetst voor wanneer de risico's op storingen toenemen,
zien wij natuurlijk ook. Die zijn reëel en laten ons ook niet uitgebreid de tijd om
zaken eindeloos maar nog een keer te bestuderen. We moeten knopen doorhakken met elkaar.
Ik kom daar straks nog op terug.
Het allerlaatste: niet alleen vertrouwen op de markt als de prijzen heel erg hoog
worden en oppassen dat we dan niet zeggen «dan loopt de prijs maar enorm omhoog»,
want dat kunnen bepaalde huishoudens dan niet meer dragen. Ik denk dat u ook in de
brief van het kabinet over het Iranpakket hebt gezien dat we met het noodpakket en
de maatregelen de huishoudens met de laagste inkomens echt heel gericht proberen te
ondersteunen daar waar het echt nodig is. Ook het kabinet ziet dat dus. Ook het kabinet
is zich ervan bewust dat energie een grote kostenpost is voor mensen. Ook het kabinet
wil ervoor zorgen dat iedereen het met elkaar kan meemaken.
De vraag van de heer Klos over de impact van klimaatverandering op de hele energietransitie,
waar mevrouw Van Oosterhout zich bij aansloot, is denk ik een heel terechte vraag.
Ik zal even kijken of we daar in de context van het NPE ook iets over zeggen. Maar
we zullen ons in al onze sectoren moeten aanpassen aan klimaatverandering en ons moeten
voorbereiden op de gevolgen van de klimaatverandering die al plaatsvindt. Het is inderdaad
onderdeel van het NPE, zie ik. Nee, dit was een andere vraag. Excuus. Die komt zo
meteen. Ik kijk dus even waar die informatie staat, maar uiteraard is dit een belangrijke
vraag waar we rekening mee moeten houden.
Mevrouw Van Oosterhout vroeg naar het afbouwen van olie en gas. Om spraakverwarring
te voorkomen: als ik kijk naar 100% van onze energievoorziening en ik ga binnen die
100% actief beleid voeren – en dat laten we in het NPE zien – op het vergroten van
de hoeveelheid duurzame energie, dan betekent dat ook dat we een eventuele verhoging
van de vraag daarin hebben meegenomen. Dan stuur je daarmee op het verlagen van de
vraag naar olie en gas, en de manier waarop je dat inregelt, betekent dat het percentage
van hernieuwbaar stijgt. Dat is niet automatisch zo, als je de groei van de vraag
niet meeneemt. Ik denk dat mevrouw Van Oosterhout daaraan refereert, en terecht. Dat
is ook waarom de conferentie in Colombia zo belangrijk was.
Als je alleen maar inzet op de groei van hernieuwbaar, zonder dat te zien als onderdeel
van de totale vraag, dan kun je zeggen: je produceert meer energie en je consumeert
meer energie, en fossiel blijft precies gelijk. Wij zetten dus echt in op een transitie,
en dat betekent ook dat de groei van hernieuwbaar sterker is dan de groei van de energievraag.
Alleen dan gaat de vraag naar fossiel namelijk omlaag. Wij sturen alleen op het afbouwen
van fossiel via het afbouwen van de vraag, en daar werken we op allerlei manieren
heel hard aan, via vergroening van de industrie, via het verduurzamen van de huizen
et cetera. Maar dat komt dus ook terug in het NPE. Daar kunt u dat ook zien. Dat is
dus een gevolg van de keuze die we maken. Zo zou je het ook kunnen zien, maar met
je beleid stuur je natuurlijk op de twee kanten tegelijkertijd.
De voorzitter:
Dat levert toch nog een korte vraag op.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Als de Minister aan de ene kant zegt «dat doen we eigenlijk al» en «het zit toch ook
wel verwerkt in het beeld rondom de vraag», dan rijst bij mij de vraag waarom we het
dan niet toch expliciet opnemen in het NPE.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het is eigenlijk het spiegelbeeld van de groei waar wij op inzetten voor wind en zon.
Maar laten we die discussie... Als we het eenmaal zien in het NPE, dan wordt het misschien
iets concreter en minder abstract. Anders wordt wat we hier wisselen wellicht moeilijk
te volgen voor mensen. Maar het kabinet zet in op een transitie. Dat wil zeggen dat
we onze afhankelijkheid van olie en gas willen verminderen. Daarom werken we actief
aan het afbouwen van de vraag. Dat ga je natuurlijk ook terugzien in het totale plaatje
van de aandelen hernieuwbaar versus fossiel.
De voorzitter:
Ik denk dat u gewoon even moet gaan zien hoe het straks daadwerkelijk is meegenomen,
mevrouw Van Oosterhout.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan op het punt van de Methaanverordening. Ik blijf me inzetten voor een ambitieuze
Methaanverordening, die wel uitvoerbaar is. Dat laatste is nu even waarop de handreiking
van de Commissie ziet, maar wij blijven ons ook inzetten voor ambitie. De voorbeelden
van Frankrijk en België zullen we meenemen. We zullen daarnaar kijken. Fijn dat u
het voorbeeld aandroeg. Dan kunnen we daarnaar kijken bij het ontwerp van het capaciteitsmechanisme.
De voorzitter:
Kunnen we dat als een toezegging noteren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat heb ik hiervoor ook al gezegd. We nemen een heleboel mee in het capaciteitsmechanisme.
Ik had ook al gezegd: u mag het als toezegging formuleren...
De voorzitter:
Wat u wilt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
... maar ik ga er geen aparte brief over sturen. Het komt daar gewoon in terug. We
nemen het mee.
De voorzitter:
Het wordt meegenomen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Jumelet zei: zoek de breedte in het opzetten van het capaciteitsmechanisme.
Dat doen we. Het moet namelijk technologieneutraal zijn, dus die breedte zit er eigenlijk
per definitie in. Daarvoor is geen apart onderzoek nodig. Ik zou ook zeggen: laten
we geen onderzoeken doen daar waar we via de manier waarop we het aanvliegen al zorgen
dat de technologieneutraliteit gewaarborgd is. De betaalbaarheid is ook heel erg belangrijk.
Daar vraagt u terecht aandacht voor. We hebben daar gisteren ook wat over gewisseld.
We zien dat aan de ene kant de kosten van elektriciteitsopwek een plek hebben, maar
aan de andere kant ook alle kosten van netwerken. Maar ik noem ook de kosten van het
capaciteitsmechanisme, de kosten die we maken voor strategische gasopslagen. Net als
de hoogte van de premie die we bereid zijn om te betalen, moeten we ook de totale
kosten in ogenschouw nemen. Welke stapeling willen we? Welke stapeling is nog betaalbaar?
Bij wie komt het terecht? Daarom hecht ik er steeds zo aan dat we keuzes in samenhang
maken met het NPE. Dan weten we namelijk waarop we sturen en hoe we de kosten de komende
tijd met elkaar gaan verdelen.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, is er ook nog een specifieke vraag van de heer Jumelet.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik had nog één laatste antwoord voor de heer Jumelet.
De voorzitter:
Laten we het dan even afmaken.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Hij vroeg of wij het misschien anders hadden kunnen doen. De Minister is er altijd.
Ik weet niet of ik het anders had kunnen doen. Ik vind wel dat je van elke situatie
moet willen leren. Het lijkt me dus goed dat we daar nog eens naar kijken: als we
nog eens voor die keuze komen te staan, zouden we het dan op dezelfde manier doen?
Of waren er variabelen die we nooit hadden kunnen inschatten? Op die manier dank aan
de heer Jumelet voor het aandachtspunt.
Dat was de laatste vraag, voorzitter.
De heer Jumelet (CDA):
Voordat ik het weer vergeet: ik wil de Minister hartelijk danken voor de beantwoording.
Die was uitgebreid en to the point. Dank daarvoor, Minister. Nog even over de betaalbaarheid.
Het rapport FIEN – de afkorting laat ik maar even voor wat die is – spreekt over alle
investeringen die nodig zijn. Je ziet ook dat daar keuzes inzichtelijk worden gemaakt.
Ik stel me zo voor dat dat ook zomaar in het NPE terechtkomt, want het NPE wordt nu
heel vaak genoemd. Maar ik denk dat het goed is om dat rapport er ook eens bij te
betrekken. Wat zijn we met z'n allen aan het doen aan investeringen? Ik permitteer
me ook maar de opmerking dat wij daar de keuzes in moeten maken. Ik denk dat het goed
is om te zien dat er door heel veel partijen hard wordt gewerkt om de netcongestie
te verhelpen of die in ieder geval op heel veel plekken in het land tegen te gaan.
Maar laten we ook hier met elkaar goed de discussie voeren over waaraan we het geld
besteden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat ben ik van harte met de heer Jumelet eens. Daarom verwijs ik ook af en toe naar
dat we allemaal graag zo veel mogelijk zekerheid willen, maar dat de verzekeringspremie
die wij opleggen, ook ergens betaald moet worden. Dat geldt voor allerlei keuzes,
zoals de keuzes die we maken over de uitrol van infrastructuur. We moeten ze ook weer
afwegen tegen hoe afhankelijk we willen blijven van de import van olie en gas. Daarom
heb ik het ook steeds over die driehoek. Het is echt zoeken naar de balans. Daarom
moeten we dat inderdaad hier met elkaar doen, in samenhang. Ook moeten we het overzicht
goed met elkaar proberen te bewaken.
Voorzitter. Dan was er nog een vraag van mevrouw Müller. Er is altijd het kleine beetje
ongemak. Ik denk dat het heel gezond is dat wij dat hier met elkaar hebben en houden,
dat we in de loop van dit jaar het gesprek blijven aangaan en dat we de vinger aan
de pols blijven houden. Dat doe ik dus ook.
U vroeg ook aandacht voor de technologieneutraliteit in de context van het capaciteitsmechanisme.
Dat gaan we inderdaad op die manier inrichten.
Volgens mij ben ik dan door de vragen in de tweede termijn heen.
De voorzitter:
Wederom dank voor de beantwoording. Ik zie dat de leden vinden dat al hun vragen zijn
beantwoord. Dan kunnen we deze tweede termijn afronden. Ik kom tot de toezeggingen,
maar voordat ik die voorlees, zal ik alvast aankondigen dat er een tweeminutendebat
is aangevraagd door de heer Van den Berg. Dat zal dus ook worden ingepland.
De heer Van den Berg (JA21):
Kan hier gelijk aangegeven worden – ik kijk ook even naar de rest van de commissie
– dat dat tweeminutendebat voor de zomer komt? Of moet dat dinsdag bij de regeling
worden aangegeven? We zijn nog een beetje nieuw.
De voorzitter:
Ik begrijp vanuit de griffie dat als het echt voor de zomer moet, dat dan plenair
bij de regeling van werkzaamheden moet worden aangevraagd. Wij gaan namelijk niet
over de planning van de plenaire zaal, maar we kunnen wel doorgeven dat u een tweeminutendebat
wilt. Dan is het aan u om dat dinsdag te verzoeken.
Dan komen we bij de toezeggingen. Het zijn er zes in totaal, dus ik zou zeggen: let
op.
– Voor het zomerreces deelt de Minister het rapport van PwC met de Kamer. Dat is in
algemene zin aan iedereen toegezegd.
– Voor de zomer ontvangt de Kamer nog een update over de voortgang van het vullen van
de gasvoorraden. Dat is een toezegging richting mevrouw Müller.
– De toegezegde brief over het strategisch gasbeleid komt samen met het NPE rond Prinsjesdag
naar de Kamer. Onder andere strategische gasopslag en kussengas worden daarin meegenomen.
– De Minister informeert de Kamer voor de zomer over welke optie als uitgangspunt wordt
gehanteerd voor de capaciteitsmarkt.
– De brief over een verdere uitwerking van het capaciteitsmechanisme volgt na de zomer.
Kort na de zomer zelfs, hoor ik de Minister zeggen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We proberen dat zo snel mogelijk te doen.
De voorzitter:
Heel fijn. We pakken met elkaar natuurlijk alle ruimte die we in de planning hebben.
Tot slot de zesde toezegging:
– In de brief over de voortgang van de verduurzaming van de industrie, die na de zomer
naar de Kamer wordt gestuurd, wordt ook de raffinagesector meegenomen. Dat is ook
een toezegging richting mevrouw Müller.
Missen we dan nog een toezegging? Nee. Dan gaan we wat mij betreft naar een afronding
van dit commissiedebat. Ik wil iedereen hartelijk bedanken voor de aanwezigheid en
de inbreng. Dank ook aan de Minister voor alle antwoorden. Volgens mij was het ook
naar grote tevredenheid vanuit de Kamer. We hebben er ook uitgebreid de ruimte voor
kunnen geven en we zijn alsnog ruim binnen de tijd klaar. Dat is altijd prettig. Het
is op zich geen doel, maar het is wel prettig. Ik wil iedereen nogmaals bedanken.
Hiermee sluit ik deze vergadering.
Sluiting 16.18 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
D.S. Nava, griffier