Verslag van een wetgevingsoverleg : Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 9 maart 2026, over Begrotingsonderdeel Gehandicaptenbeleid
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 189
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG
Vastgesteld 13 april 2026
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 9 maart 2026 overleg
gevoerd met mevrouw Sterk, Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, over:
– het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (Kamerstuk 36 800 XVI);
– de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 4 oktober 2023 inzake
kabinetsreactie op de monitorrapportage «Rechtsbescherming van mensen met een beperking»
van het College voor de Rechten van de Mens (Kamerstuk 24 170, nr. 288);
– de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 12 december 2023 inzake
kabinetsappreciatie van Commissievoorstel tot uitbreiding richtlijn voor Europese
gehandicaptenkaart en Europese gehandicaptenparkeerkaart (Kamerstuk 22 112, nr. 3848);
– de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 26 oktober 2023 inzake
rapporten van onderzoek naar de in- en doorstroom van complexe zorg in de gehandicaptenzorg
(Kamerstuk 24 170, nr. 306);
– de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 1 december 2023 inzake
bestuurlijke afspraken uitvoering Wet zorg en dwang (Kamerstuk 25 424, nr. 675);
– de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 24 oktober 2023 inzake
beleidsvisie Intimiteit en seksualiteit voor mensen met een beperking (Kamerstuk 32 239, nr. 14);
– de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 6 december 2023 inzake
reactie op de motie van de leden Agema en Dijk over het afschaffen van de kilometerregistratie
voor het Valysvervoer (Kamerstuk 24 170, nr. 297) (Kamerstuk 24 170, nr. 307);
– de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 december
2023 inzake Verbeteragenda Doelgroepenvervoer (Kamerstuk 31 521, nr. 136);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 19 januari 2024
inzake reactie op de motie van het lid Westerveld c.s. over het vergoeden van spraakcomputers
(Kamerstuk 24 170, nr. 295) (Kamerstuk 29 689, nr. 1238);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 22 januari 2024
inzake landelijk dekkend netwerk van infrastructuren (Kamerstuk 27 529, nr. 313);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 18 januari 2024
inzake stand van zaken rondom de complexe gehandicaptenzorg (Kamerstuk 24 170, nr. 308);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 1 februari 2024
inzake reactie op verzoek commissie over de werkwijze van Stichting Fokus (Kamerstuk
34 104, nr. 401);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 9 februari 2024
inzake nationale strategie rond de positie van mensen met een beperking (Kamerstuk
24 170, nr. 309);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 20 maart 2024
inzake voortgangsrapportage Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een
beperking (Kamerstuk 24 170, nr. 310);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 25 maart 2024
inzake reactie op verzoek commissie over een afschrift van de brief aan Stichting
Zorggeschil met betrekking tot ontevredenheid ingediende klacht over werkwijze Stichting
Fokus (Kamerstuk 31 765, nr. 845);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 25 maart 2024
inzake reactie op verzoek commissie over de vergoeding van een psychosociale hulphond
via UWV, zorgverzekeraar of gemeente (Kamerstuk 32 805, nr. 174);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 23 april 2024
inzake reactie op verzoek commissie over een brief over «behandeling van verstandelijk
gehandicapte mensen» (Kamerstuk 24 170, nr. 325);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 31 mei 2024 inzake
nadere beleidsreactie op de voorlichting van de Raad van State over facultatieve protocollen
VN-verdrag Handicap, IVRK en IVESCR (Kamerstuk 24 170, nr. 326);
– de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 28 mei
2024 inzake Verbeteragenda Doelgroepenvervoer (Kamerstuk 31 521, nr. 138);
– de brief van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport d.d. 11 april 2023 inzake reactie
op het verzoek van het lid Agema, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van
7 maart 2023, over de afbouw van complexe zorg voor gehandicapten vanwege onrendabele
tarieven (Kamerstuk 24 170, nr. 282);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 17 juli
2024 inzake stand van zaken implementatie Richtlijn (EU) 2019/882 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften
voor producten en diensten (Kamerstuk 36 380, nr. 7);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 19 juli
2024 inzake reactie op verzoek commissie inzake brandbrief met betrekking tot misstanden
bij Fokus (Kamerstuk 34 104, nr. 410);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 12 november
2024 inzake reactie op monitorrapportage «Reizen in het dagelijks leven» van het College
voor de Rechten van de Mens (Kamerstuk 24 170, nr. 330);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 9 december
2024 inzake stand van zaken ontwikkeling werkagenda bij de nationale strategie VN-verdrag
Handicap 2040 (Kamerstuk 24 170, nr. 334);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 6 december
2024 inzake afschrift brief aan Coalitie voor Inclusie over de belangen van inclusie
en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Kamerstuk 24 170, nr. 332);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 6 december
2024 inzake opbrengsten als de kilometerregistratie zou worden opgeheven voor het
Valysvervoer en als er geen indicatiestelling meer hoeft plaats te vinden (Kamerstuk
24 170, nr. 331);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 31 januari
2025 inzake uitvoering motie van de leden Krul en Joseph over alle conclusies en aanbevelingen
van het VN-comité in de werkagenda's opnemen met concrete en haalbare doelstellingen
(Kamerstuk 24 170, nr. 343) en motie van de leden Joseph en Krul over de artikelen 15 en 16 van het VN-verdrag
Handicap met spoed opnemen in de nationale strategie en de werkagenda (Kamerstuk 24 170, nr. 347) (Kamerstuk 24 170, nr. 353);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 30 januari
2025 inzake vervolg complexe zorg (gehandicaptenzorg) (Kamerstuk 24 170, nr. 352);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 12 februari
2025 inzake reactie op verzoek commissie over de petitie van de Landelijk Meldpunt
Misstanden Stichting Fokus (Kamerstuk 31 765, nr. 902);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 17 maart 2025
inzake reactie op verzoek commissie over de stand van zaken uitvoering motie van het
lid Westerveld over de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen openstellen voor
ouderen met een verstandelijke beperking (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 60) (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 178);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 28 maart
2025 inzake voortgangsrapportage Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen
met een beperking (Kamerstuk 24 170, nr. 354);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 20 mei 2025
inzake Verbeteragenda Doelgroepenvervoer (Kamerstuk 31 521, nr. 141);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 3 juni 2025
inzake vervolg complexe zorg gehandicaptenzorg – juni 2025 (Kamerstuk 24 170, nr. 357);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 2 juni 2025
inzake uitstel toezending kabinetsreactie op onderzoek Meerkosten van leven met een
beperking (Kamerstuk 24 170, nr. 356);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 11 juli
2025 inzake beleidsreactie op Nibudonderzoek Meerkosten van het leven met een beperking
(Kamerstuk 24 170, nr. 363);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 3 juli 2025
inzake antwoorden op vragen commissie over de voortgangsrapportage Toekomstagenda
zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking (Kamerstuk 24 170, nr. 354) (Kamerstuk 24 170, nr. 360);
– de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 11 juli 2025 inzake
tegemoetkoming voor mensen met een chronische ziekte en/of beperking (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 202);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 11 juli
2025 inzake reactie op brief LBVSO inzake participatieproces sprintsessies VN-agenda
Handicap (Kamerstuk 24 170, nr. 361);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 11 juli
2025 inzake Werkagenda VN-verdrag Handicap I 2025–2030 (Kamerstuk 24 170, nr. 362);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 8 september
2025 inzake meerzorg thuis (Kamerstuk 34 104, nr. 449);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 10 september
2025 inzake toekomstbestendige gehandicaptenzorg Drenthe en Groningen (Kamerstuk 31 765, nr. 944);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 18 november
2025 inzake rapport naar aanleiding van het onderzoek naar de sociale veiligheid binnen
Stichting Fokus Wonen (Kamerstuk 31 765, nr. 952);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 16 oktober
2025 inzake reactie op vijf aangenomen en ontraden moties bij het debat over het VN-Verdrag
inzake de rechten van personen met een handicap (Kamerstuk 24 170, nr. 380);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 7 oktober
2025 inzake beleidsreactie op IGJ-rapport over de kwaliteit van het Wmo-toezicht in
2024 (Kamerstuk 29 538, nr. 371);
– de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 9 december 2025
inzake reactie op verzoek commissie over de aangeboden petitie Stop discriminatie
op grond van neurodiversiteit (Kamerstuk 30 420, nr. 436);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 17 december
2025 inzake plan van aanpak voorkomen onnodige verzwaring zorgvraag van mensen met
een beperking (Kamerstuk 34 104, nr. 462);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 15 december
2025 inzake nadere informatie continuïteit van gehandicaptenzorg in Drenthe en Groningen
(Kamerstuk 31 765, nr. 955);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 15 december
2025 inzake bestaanszekerheid van ouders van (zorgintensieve) kinderen met een Zvw-pgb
(Kamerstuk 25 657, nr. 378);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 16 januari
2026 inzake reactie op de monitorrapportage «De grondbeginselen van het VN-verdrag
handicap als basis van wetgeving en beleid» van het College voor de Rechten van de
Mens (Kamerstuk 24 170, nr. 382);
– de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport d.d. 3 februari 2026 inzake
voortgang ratificatie voor Caribisch Nederland van VN-verdrag Handicap en Verdrag
van Istanbul (Kamerstuk 24 170, nr. 383);
– de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg d.d. 13 februari
2026 inzake reactie op verzoek commissie over de stand van zaken en de planning inzake
de Goedkeuringswet Facultatief Protocol VN-verdrag Handicap te ontvangen voor het
WGO Gehandicaptenbeleid op 23 februari 2026 (Kamerstuk 24 170, nr. 384);
– de brief van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport d.d. 4 maart 2026 inzake
financiën Wlz-gehandicaptenzorg (Kamerstuk 34 104, nr. 467).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie, Mohandis
De griffier van de commissie, Esmeijer
Voorzitter: Vliegenthart
Griffier: Meijerink
Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Bikker, Diederik van Dijk, Dobbe, Van
Houwelingen, Ten Hove, Maeijer, Synhaeve, Tijmstra, Vliegenthart, Wendel en Westerveld,
en mevrouw Sterk, Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.
Aanvang 10.01 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen allemaal. Hierbij open ik deze vergadering van de vaste commissie voor
Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de orde is vandaag het wetgevingsoverleg over
het gehandicaptenbeleid. Ik heet de mensen op de tribune en de mensen die het debat
via de livestream volgen van harte welkom. Uiteraard ook een warm welkom aan Minister
Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Datzelfde geldt natuurlijk voor de aanwezige
leden van de Kamer. Dat zijn mevrouw Westerveld van GroenLinks-PvdA, mevrouw Synhaeve
van D66, mevrouw Maeijer van de PVV, mevrouw Wendel van de VVD, mevrouw Tijmstra van
het CDA, de heer Van Houwelingen van Forum voor Democratie, de heer Van Dijk van de
SGP, mevrouw Bikker van de ChristenUnie, mevrouw Dobbe van de SP en mevrouw Ten Hove
van Groep Markuszower.
Ik geef aan de mensen die het debat thuis volgen via de livestream van de Kamer of
Debat Direct mee dat het debat wordt ondertiteld door medewerkers van de Dienst Verslag
en Redactie. Er loopt ook een aparte livestream met een tolk Nederlandse Gebarentaal.
Verder weet ik dat er, naast het publiek hier op de tribune, ook mensen in de Statenpassage
meekijken. Weet dat het publiek ook gebruik kan maken van de aanwezige schrijftolken.
Als iemand daar gebruik van wenst te maken, kan die dat hier vooraan melden aan de
tolken. Ik heet iedereen in de Statenpassage dus ook van harte welkom.
U heeft voorafgaand aan dit wetgevingsoverleg uw gewenste indicatieve spreektijden
doorgegeven. Dit geldt voor de eerste en tweede termijn. Ik verzoek u om u hier dus
ook aan te houden. Verder stel ik voor om maximaal zes interrupties toe te staan in
de eerste termijn van de Kamer. Mocht de tijd het toelaten, zal ik daar natuurlijk
ruimhartig mee omgaan. Dan gaan we nu snel beginnen. Ik weet dat mevrouw Bikker een
punt van orde heeft.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Goed om te zien dat er zo veel mensen zijn. Ik weet helaas
dat er ook mensen buiten staan die graag binnen waren geweest. Zij kunnen hier nu
niet binnen zijn, omdat zij in een rolstoel zitten en er maar twee plekken zijn. Ik
vind dat de Kamer daar wat aan moet doen, maar dat is aan ons. Ik vind het belangrijk
om er even bij te zeggen dat dat zeker niet aan het Kamerpersoneel ligt. Maar ik denk
dat het dus wel goed is om af te spreken dat de Kamerleden in de schorsing even naar
de mensen toe gaan die hier nu niet kunnen zijn, en dat we dan ook kijken of zij dit
debat goed genoeg mee kunnen krijgen. Ik weet dat daar heel veel maatregelen voor
genomen zijn. Daar ben ik blij om. Tegelijkertijd doet het pijn dat deze Kamer niet
zo inclusief is dat mensen hier gewoon kunnen aanschuiven en het debat in de zaal
kunnen volgen. Ik hoop daarom dat met de collega's de afspraak gemaakt kan worden
dat we in de schorsing ook eventjes naar degenen gaan die hier niet zitten.
De voorzitter:
Ik zie Kamerleden knikken, dus dat was een duidelijk punt. Dank je.
Dan gaan we nu echt snel beginnen. Ik stel voor dat we de sprekersvolgorde hanteren
die gebruikelijk is bij begrotingsbehandelingen. Volgens mij zit iedereen zelfs al
op volgorde. Dat betekent dat ik het woord geef aan mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is helaas pijnlijk symbolisch voor dit debat dat zelfs
het hart van de democratie, zonder dat het personeel er wat aan kan doen, niet voor
iedereen toegankelijk is.
Voorzitter. Het is vandaag druk hier in de Tweede Kamer. Dat zien we allemaal. Het
is druk met collega's van andere partijen, maar ook druk vanwege heel veel bezoekers
die vandaag naar ons toe zijn gekomen en die belangstelling hebben voor dit onderwerp.
Ik zie mensen met een arbeidsbeperking, mensen met een verstandelijke beperking, ouders,
mantelzorgers en hulpverleners. Het is natuurlijk niet voor niets dat zovelen van
u rood dragen. Ik weet ook dat het voor veel mensen flink wat geregel was om hier
überhaupt naartoe te kunnen komen. Dat toont jullie betrokkenheid. Daarvoor enorm
veel dank. Het is voor ons ook fijn om te merken dat zo veel mensen betrokken zijn
bij dit onderwerp. Er zijn ook genoeg mensen die deze reis niet konden maken omdat
ze moesten werken, omdat ze hun cliënten niet in de steek wilden laten, omdat ze voor
hun kind moeten zorgen of omdat ze zelf niet in staat zijn om hier te komen. Deze
mensen luisteren misschien mee via de livestream. Ook jullie bedank ik omdat jullie
zo betrokken zijn.
Voorzitter. Dit debat gaat ergens over: de kwaliteit van leven van miljoenen mensen.
Op de agenda staat vandaag de begroting van het Ministerie van VWS. Daarom zit de
Minister hier ook. We hebben het vandaag over het onderdeel Gehandicaptenzorg. Maar
we gaan het ook uitgebreid hebben over de plannen die in het nieuwe coalitieakkoord
staan, en over de gevolgen voor mensen met een beperking en hun omgeving. Alleen al
de afgelopen week heb ik tientallen berichten gekregen van mensen met een beperking,
ouders, grootouders, mantelzorgers, hulpverleners en anderen. Die gingen allemaal
over de gevolgen van het coalitieakkoord, want heel veel mensen maken zich daar zorgen
over. Ik heb het dan ook over de stapeling: niet alleen worden de zorgkosten groter,
maar ook wordt er bezuinigd op de sociale zekerheid. Dat raakt heel veel mensen. Uit
al die mails blijkt dat een heel aantal van hen zich zorgen maakt over hun eigen toekomst,
die van hun kinderen of die van hun cliënten. De bezuinigingen op de gehandicaptenzorg
van het afgelopen kabinet worden namelijk doorgezet. Daarbovenop komen er wat deze
coalitie betreft ook nog eens gigabezuinigingen in de zorg. Bovendien raken hoge zorgkosten
mensen met een beperking het meest, al helemaal gecombineerd met de bezuinigingen
op de sociale zekerheid.
Voorzitter. We hadden vorige week ook het debat over de VWS-begroting. Ik noemde de
bezuinigingen toen «laf». Dat is best een harde kwalificatie, maar die gaf ik niet
zomaar. Ik vind namelijk dat we in Den Haag veel te veel de neiging hebben om vooral
te luisteren naar de luidste stem: de mensen die een heel goed lobbynetwerk hebben,
de mensen die ook het geld hebben om een duur lobbykantoor te betalen en de mensen
die andere Kamerleden heel goed kennen. Dat zijn vaak de mensen die wel de tijd en
de ruimte hebben om hiernaartoe te komen. Dat geldt niet altijd voor mensen met een
beperking en mensen in hun omgeving. Heel veel mensen met een beperking hebben gewoon
niet zo'n luide stem. Soms hebben ze helemaal geen stem of kunnen ze zich niet uiten
zoals ze dat zouden willen. Ik wil de nieuwe Minister dus vragen om een reflectie
daarop. Hoe ziet ze dat? Hoe gaat zij als bewindspersoon die verantwoordelijk is voor
het gehandicaptenbeleid staan voor deze groepen en staan voor de mensen die een minder
luide stem hebben? Of gaat ze, zoals in coalitieakkoord is afgesproken, klakkeloos
die bezuinigingen doorvoeren, zonder oog voor de levens die daardoor achteruitgaan?
Is ze, net als wij, geschrokken van de doorrekening van de plannen? We kregen eerst
het coalitieakkoord en daar schrok ik al van. Iets daarna kwam de onafhankelijke doorrekening
van het Centraal Planbureau en daar schrok ik nog meer van. Ik ben benieuwd hoe de
Minister dat ziet. Wat vindt ze van de onzekerheid die er is bij heel veel van deze
mensen, ook gezien de personeelstekorten? Wat is haar visie voor de komende jaren?
Wat gaat zij doen om ervoor te zorgen dat het VN-verdrag Handicap echt uitgevoerd
kan worden? Ik kom straks, in mijn laatste blokje, nog wat meer terug op het VN-verdrag.
Ik wil beginnen bij de plannen uit het coalitieakkoord, want dat is een optelsom.
Ik noem een paar dingen. De aftrekposten over zorg worden afgeschaft. Dat scheelt
zo'n 618 miljoen. Dat is dus een bezuiniging. Er komen veranderingen in het eigen
risico, die heel veel mensen met een beperking raken. Het eigen risico gaat omhoog.
De huishoudelijke hulp gaat uit de Wmo. Er komt een eigen bijdrage voor de wijkverpleging.
Ook wil de Minister een bestuurlijk akkoord voor de Wlz afsluiten en daar gaat 990 miljoen
mee gepaard. Dat zijn dus allemaal bezuinigingen. Dan staan er ook nog andere plannen
in, zoals het plan dat de zorg in natura voorliggend wordt aan het pgb. Heel veel
mensen met een beperking zeggen daarover dat zij hun eigen regie verliezen als deze
plannen doorgaan. Daar komt de afschaffing van de IVA nog eens bovenop. Dat scheelt
ongeveer -5% aan inkomen. Ik ga vandaag niet in op andere bezuinigen op sociale zekerheid
omdat die bij de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zitten, maar die raken
natuurlijk wel de groep mensen die hier zit, meeluistert en betrokken is bij dit onderwerp.
Als ik dan kijk naar de woorden in het coalitieakkoord, dan zie ik dat daar staat
dat «werken moet lonen» en dat er wordt gesproken over een «fatsoenlijk inkomen».
Maar mensen met een handicap of een chronische ziekte worden met deze plannen juist
verder in de onzekerheid gestopt, dus hoe rijmen die woorden met de financiële doorrekening,
waar gewoon harde bezuinigingen in staan? Wordt de afschaffing van het abonnementstarief
van de Wmo nog doorgezet, ook gelet op het feit dat nu aangekondigd is dat de huishoudelijke
hulp geschrapt gaat worden uit de Wmo? Hoe ligt dat? Hou verhoudt zich dat tot elkaar?
Hoe reflecteert deze Minister op adviezen die zijn gedaan tijdens de technische briefing
over het houdbaarheidsonderzoek? Het advies was om juist niet te gaan shoppen in maatregelen.
Hoe rijmt de Minister dat met de gemaakte keuzes in het coalitieakkoord, zoals het
schrappen van de huishoudelijke hulp? Dat is toch shoppen in maatregelen? Hoe effectief
is het schrappen van de huishoudelijke hulp uit de Wmo als maatregel om de zorgkosten
te dempen als de kosten tegelijkertijd zullen lekken naar de Wlz en die dus verder
gaan oplopen?
Voorzitter. Ik heb ook een paar hele concrete vragen over de andere bezuinigingsplannen.
We kregen daar vorige week een brief over. Daar waren we niet heel tevreden mee. Ik
zie mevrouw Bikker ook al kijken; zij vroeg toen om die brief. We vonden die brief
te weinig concreet. Vanochtend verscheen weer een nieuwe brief. Ik heb daar ook een
paar vragen over. In de brief van afgelopen woensdag laat de Minister zien dat er
in 2025 en 2026 extra geld naar de gehandicaptenzorg ging om de tarieven kostendekkend
te maken. Dat is best wel wat. Want als zulke forse bedragen nodig zijn om zorgtarieven
kostendekkend te maken, dan betekent dat dus dat de situatie hiervoor niet kostendekkend
was en dat er, met andere woorden, een tekort aan geld was. Dat lijkt me behoorlijk
zorgwekkend. Betekent dit dat er ook nog achterstallig onderhoud ingelopen moet worden?
Is daar extra geld voor uitgetrokken, vraag ik aan de Minister.
Dan de kostendekkende tarieven voor 2026. Concreet betekent dit dat de gehandicaptenzorgaanbieders
dit jaar tarieven krijgen die net hoog genoeg zijn om alle uitgaven die ze moeten
doen voor deze zorg te kunnen betalen. Volgend jaar – dat kunnen we ook lezen in de
tabel in die brief – gaat er direct weer 158 miljoen euro aan tariefkortingen van
af. Dan is mijn vraag: als je tarieven eerst net kostendekkend maakt – dat kunnen
we letterlijk lezen – maar je er dan weer 158 miljoen euro van afhaalt, dan betekent
dit toch logischerwijs dat de tarieven in 2027 niet meer kostendekkend zijn? Hoe ziet
de Minister dit? Wat betekent dat concreet voor medewerkers en cliënten?
Dan komen daar ook nog de bezuinigingen uit het coalitieakkoord bovenop. Uit de brief
blijkt dat er nog veel uitgewerkt moet worden en dat de invulling van de nieuwe bezuiniging
op de gehandicaptenzorg nog steeds heel erg onduidelijk is. Toch gaat de bezuinigingsreeks
uit het coalitieakkoord volgend jaar al in. Er zou 130 miljoen euro van het totale
Wlz-budget af moeten in 2027. Hoe realistisch is dat, wil ik de Minister vragen. Ik
heb ook snel de brief van vanochtend gelezen waarin zij aangeeft: om het in 2027 te
kunnen doen, moet ze die maatregelen heel erg op tijd door de Eerste en Tweede Kamer
krijgen. Daarbij moeten mensen betrokken worden. Dat gaat misschien niet lukken. Maar
hoe gaat ze dit dan invullen? Moet dat uit de eigen zorgbegroting gehaald worden of
kan dat geld ergens anders vandaan komen?
De Minister wil op termijn bijna een miljard euro bezuinigen op de langdurige zorg
en dat invullen met bestuursakkoorden per sector. Zijn dat meerdere bestuursakkoorden
of is dat er één? Uit de brief die vanochtend kwam, maak ik op dat ze nog niet precies
weet hoe dit bedrag over de sectoren verdeeld gaat worden. Hoe ziet zij dat voor zich?
Hoe ga je met de sector het gesprek aan als je nog geen idee hebt van de verdeling?
In de brief wordt ook verwezen naar de raming, dus de voorspelling die wordt gedaan
voor de hele langdurige zorg. Daarin zien we al dat die uitgaven dalen. Dus waarom
doet deze coalitie daar dan nog een schepje bovenop? Waar wordt op gebaseerd dat dit
zomaar zou kunnen?
Voorzitter. Ik heb een paar mensen uit de gehandicaptenzorg gevraagd: wat betekent
dit voor jullie als personeel? Zij geven aan dat bezuinigingen op de gehandicaptenzorg
directe gevolgen hebben voor de veiligheid, de gezondheid en de kwaliteit van leven
van mensen met een beperking. In de praktijk betekenen bezuinigingen dat er minder
vaste begeleiders zijn. Juist dat is zo belangrijk voor mensen met een beperking:
dat er vaste gezichten zijn, dat je mensen herkent en dat je ze vertrouwt. Ze moeten
soms hele ingewikkelde medische handelingen doen. Daar heb je gewoon vast zorgpersoneel
voor nodig dat jou goed kent. Veel cliënten in de gehandicaptenzorg zijn volledig
afhankelijk van hun begeleiders. Dat geldt niet voor iedereen, maar wel voor een deel
van hen. Als begeleiders hun cliënten niet goed kennen, neemt bijvoorbeeld ook de
kans op medicatiefouten toe of op andere fouten, die weer direct raken aan de kwaliteit
van leven en mogelijk ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Instabiliteit in
teams kan natuurlijk ook leiden tot onzekerheid en escalaties in groepen. Daarom zijn
dat vertrouwen en die voorspelbaarheid zo essentieel, vertellen die zorgmedewerkers
mij. Zij zeggen ook: accepteer dat personeelstekort niet, maar werk aan het aantrekken
van nieuw personeel voor deze sector, want het is zo belangrijk. Die oproep doe ik
ook graag aan de Minister.
De druk op begeleiders neemt ook al toe. We weten ook dat hoge werkdruk en emotioneel
zware situaties regelmatig leiden tot uitval in de sector. Dat versterkt het personeelstekort
natuurlijk alleen maar. Mijn vraag aan de Minister is dus: hoe gaat ze de spiraal
naar onderen doorbreken en zorgen dat de sector juist heel aantrekkelijk wordt om
in te werken? Ik wil haar ook vragen wat volgens haar de gevolgen van de bezuinigingen
zijn voor het werven van nieuw personeel. Ik hoor ook graag van haar hoe ze denkt
dat meer digitalisering een oplossing kan zijn. Dat kan het namelijk zeker zijn; digitalisering
kan op heel veel plekken best een stukje helpen. Maar ten aanzien van mensen die soms
24 uur per dag hulp nodig hebben, vraag ik mij af of ze niet te veel aan wensdenken
doet en of dit niet juist tot een achteruitgang in de kwaliteit van de zorg gaat leiden
en uiteindelijk ook voor gevaarlijke situaties kan zorgen.
Voorzitter. Alles wat ik net noemde, raakt ook aan de situatie bij de medische logeerhuizen.
ExpertCare is de afgelopen weken flink in het nieuws geweest. Dat zijn een aantal
medische logeerhuizen, waar kinderen met een beperking naartoe gaan en waar ouders
kinderen met een gerust hart kunnen achterlaten om zelf soms even bij te komen. Stel
je eens voor ... Ik zeg «stel je eens voor», maar veel mensen op de tribune kennen
die situatie natuurlijk. Voor de mensen die meeluisteren: stel je eens voor dat je
kind 24 uur per dag zorg nodig heeft en dat je er als ouder vijf of tien keer per
nacht uit moet, omdat er weleens iets kan zijn. Ouders doen dat natuurlijk met alle
liefde, want het is je kind, je wil goed zorgen voor je kind en je houdt van je kind,
maar dat is natuurlijk niet jarenlang vol te houden zonder dat het ook gevolgen heeft
voor je eigen gezondheid. Daarom is logeerzorg, respijtzorg, zo belangrijk. Die zorg
is trouwens ook voor het kind belangrijk, namelijk om andere leeftijdsgenoten tegen
te komen.
Een heel aantal van deze locaties hebben de afgelopen jaren echter de deuren gesloten,
terwijl er al een tekort was. Dat kan gewoon niet. Heel veel van deze kinderen kunnen
niet fulltime thuis zijn, soms vanwege ingewikkelde medische handelingen, maar soms
ook vanwege de situatie van de ouders, die even moeten bijkomen, zoals ik net al noemde.
Een vader vertelde me vorige week zijn zorgen. Hij vertelde bijvoorbeeld dat sommige
kinderen voor beademing afhankelijk zijn van apparatuur. Stel nou dat er 's nachts
wat misgaat en je het alarmsignaal van het apparaat mist, omdat je gewoon zelf te
moe en te uitgeput bent omdat je die nacht al vier keer het bed uit moest. Als je
dat alarmsignaal mist, kan je kind doodgaan, vertelde hij tegen me. Dat kunnen de
gevolgen zijn van dit soort bezuinigingen.
Ik kreeg ook een mail van een grootouder van een kind met een hele zeldzame genetische
mutatie. Dat heeft als gevolg dat er sprake is van een zware lichamelijke beperking
en een onbehandelbare vorm van epilepsie. Dit kind is een van de weinige kinderen
in Nederland die dit heeft. Dat maakt de zorg uitermate complex. Er moeten hele goede
hulpverleners en specialisten zijn die precies weten wat er nodig is en die haar kennen.
Het heeft gevolgen als dit soort medische logeerhuizen, waar die goede specialisten
zitten, sluiten. Ouders kunnen niet 24 uur per dag zelf voor hun kind zorgen, vanwege
alle oorzaken die ik net ook al noemde.
In het debat van vorige week hadden we het hier ook over. Toen zei de Minister dat
ze partijen aan tafel wil zetten als er geen oplossing komt. Ik wil het nog wel een
keer zeggen: er komt geen oplossing als de Minister niet ingrijpt. Ik denk dat veel
mensen dat kunnen beamen. Voor heel veel kinderen is er nog geen oplossing in zicht.
Bovendien, als je het personeel vertelt dat de locatie waar het werkt gaat sluiten
– dat is nu al over een paar weken, want die locaties sluiten per 31 maart – dan begrijp
ik dat het personeel op zoek gaat naar ander werk. Ik vind dus dat de Minister moet
ingrijpen. Ik heb daar met mevrouw Bikker en mevrouw Dobbe vorige week al een motie
over ingediend. Daar gaan we morgen over stemmen, maar ik hoop natuurlijk dat de Minister
vandaag gewoon aangeeft dat ze gaat ingrijpen.
Ik heb een paar hele concrete vragen. Wat gaat de Minister doen met de aankondiging
dat de cliëntenraad zijn steun voor de sluiting van de locaties van ExpertCare intrekt?
Blijven alle locaties langer open als er op 31 maart geen passende plek is gevonden
voor álle kinderen? Bij wie ligt hiervoor de zorgplicht? Wat betekent de zorgplicht
concreet? Wat als er straks geen oplossing is? Stel, dit gaat mis. Wie kunnen wij
dan aankijken? Wie kunnen wij als Kamer dan verantwoordelijk houden voor hoe dit is
gelopen? Hoe wordt een «passende plek» gedefinieerd? Het gaat dan dus om een passende
nieuwe plek waar kinderen naartoe kunnen.
Hoe reflecteert de Minister op de wachtlijsten die er al zijn voor heel veel van dit
soort plekken? Hoe reflecteert zij op het feit dat de beschikbaarheid van dit soort
zorg volledig afhankelijk lijkt te zijn van private aanbieders en de continuering
van de zorg zodoende in het gedrang lijkt te komen als een aanbieder besluit om wat
anders te gaan doen of een pand te verkopen? Dat speelt niet alleen hier, maar dat
speelt veel breder in de zorg. Wat vindt de Minister daarvan, juist omdat we weten
dat het hier gaat over mensen, soms kleine kinderen, met een hele kwetsbare gezondheid?
Er zouden verspreid over het hele land eigenlijk twintig locaties moeten zijn, maar
nu gaan alweer vier van de acht instellingen sluiten. Hoe ziet de Minister dat? Volgens
mij is mijn oproep duidelijk, namelijk: grijp in, Minister! Die oproep zullen collega's
nog wel herhalen. Ik hoor heel graag de reactie van de Minister daarop in de tweede
termijn.
Ik weet dat een aantal kinderen en ouders hiernaartoe gekomen zijn en heel graag met
de Minister, maar in ieder geval ook ons als Kamerleden willen praten. Eén daarvan
is John. Vanochtend konden we al op Radio 1 meeluisteren met hoe de reis ging. Zij
zullen straks ook in de Tweede Kamer aankomen.
Voorzitter. Dit raakt ook aan een paar vragen die ik heb over meerzorg, de regeling
voor zowel kinderen als volwassenen die extra hulp nodig hebben die niet via een andere
wet of regeling te verkrijgen valt. We hebben daar als Kamer in september al breed
over gezegd: vind een oplossing! Veel ouders hoorden dat die regeling zou aflopen.
We zeiden toen: vind een oplossing voor de korte en de lange termijn. Daar was helemaal
geen discussie over in de Tweede Kamer; iedereen vond dat. Wij horen nog steeds van
ouders dat zij in de onzekerheid zitten. Ik citeer even een vader. Die vader schreef
gisteren: «We hebben eindeloze Excel-documenten ingevuld met alle zorgmomenten op
minutenbasis, verslagen van medici, de gedragsdeskundige, behandelplannen, protocollen
aangeleverd. Ondanks alle onderbouwingen: afgewezen! Inmiddels zitten we al lange
tijd in de bezwaarfase, een hoorzitting gehad, maar we wachten nog op een uitspraak.»
Ik weet zeker dat deze vader meeluistert. Ik ken hem ook, samen met zoveel andere
ouders. Ik wil de Minister zeggen: dit is toch niet wat we moeten willen? We moeten
toch niet willen dat ouders bezig zijn met het invullen van protocollen, dat ze alle
zorgmomenten moeten opschrijven, dat ze de hele tijd moeten verantwoorden dat die
zorg nodig is en dat ze vervolgens ook nog bezig zijn met een bezwaarfase en een hoorzitting
en nog steeds aan het wachten zijn? Ik wil gewoon dat deze ouders voor hun kind kunnen
zorgen en dat ze niet met dit soort dingen bezig zijn. Daar gaat gewoon heel veel
tijd en geld in zitten, maar het gaat ook ten koste van de zorg en liefde die ouders
aan hun kinderen kunnen geven. Ik hoor van de Minister graag een reactie op deze ellende
waar we ouders in storten.
Hoe reflecteert de Minister op de zorgen van vele cliënten en hun vertegenwoordigende
organisaties dat het nieuwe beleidskader dat is aangekondigd, heel veel risico's bevat
op rechtsongelijkheid en onvoldoende ruimte voor borging van maatwerk? Ze zijn bang
dat er veel meer afwijzingen zullen komen, ook al hebben de aanvragers deze zorg gewoon
hard nodig. Klopt het ook dat überhaupt niet alle belangenorganisaties zijn meegenomen
en zij ook niet allemaal hebben gezegd het ermee eens te zijn? Wil de Minister ook
zorgen dat alle belangenorganisaties voor deze groep volwaardig kunnen meepraten over
dit nieuwe kader? Het is namelijk ongelofelijk belangrijk dat mensen met een beperking
mee kunnen praten en mee kunnen besluiten over alles wat hen aangaat. Is de Minister
ook bereid om opnieuw met deze belangenorganisaties om de tafel te gaan?
Voorzitter. Er zijn ook bredere zorgen over de beschikbaarheid van medisch specialisten.
Dat speelt breder in de zorg. Ik ga niet in op alle zorgen, maar het zijn er wel veel.
Een tijdje geleden stelden wij bijvoorbeeld vragen over Ehlers-Danlos. Veel mensen
die dat treft, komen op een wachtlijst te staan. Zij geven aan dat er te weinig specialisten
zijn en dat te weinig mensen voldoende van hun aandoening weten om hen goed te kunnen
helpen. We hebben daar schriftelijke vragen over gesteld. De ambtsvoorganger van deze
Minister heeft daarop gereageerd, maar ik zie nog geen concrete oplossing. Zou zij
daar ook op in willen gaan?
Er zijn ook zorgen over de beschikbaarheid in zorginstellingen van artsen die gespecialiseerd
zijn in mensen met een beperking. Wij horen ook van artsen dat ze steeds minder vaak
ter plekke zijn. Dat kan leiden tot risicovolle situaties. Kan de Minister daar ook
op reageren?
Voorzitter. Ik ga naar mijn laatste blokje en dat gaat over het VN-verdrag. Dat raakt
natuurlijk ook aan dit debat. Ik heb het net de hele tijd over zorg aan mensen met
een beperking gehad, maar gehandicaptenbeleid is natuurlijk veel breder en zou eigenlijk
helemaal niet bij het Ministerie van VWS moeten liggen, omdat het alle domeinen raakt.
Ik ga in dit blokje met name in op de zorgvragen. We gaan later dit jaar zeker nog
uitgebreider praten over het VN-verdrag, maar ik vind het heel relevant om dat hier
wel te noemen.
In het coalitieakkoord staat een heel mooie zin. Laat ik daarmee beginnen. Er staat:
om de zorg en het leven van mensen met een beperking te verbeteren, voeren we het
VN-verdrag Handicap uit. Dat is hartstikke mooi. Het is alleen jammer dat de financiële
doorrekening hier haaks op staat. Er staat namelijk nul euro gereserveerd om het VN-verdrag
uit te voeren. Sterker nog, ik noemde net al al de maatregelen die mensen met een
beperking raken, die ervoor zorgen dat zij minder goed mee kunnen doen aan het leven.
Ik heb het dan niet alleen over de hoge zorgkosten, de bezuiniging op sociale zekerheid
en de plannen om aan de keuzevrijheid en het pgb te tornen. Dat kan niet samen met
de mooie zin uit het coalitieakkoord. Je kan niet enerzijds de keuzevrijheid en regie
afpakken, maar wel opschrijven dat je het VN-verdrag wil uitvoeren. Mijn vraag aan
de Minister is dus hoe zij dat samen ziet gaan. Hoe gaat zij dat VN-verdrag uitvoeren
als het coalitieakkoord andere dingen doet? Kan zij ook ingaan op de European Disability
Card? De implementatie daarvan zou vanaf 2027 moeten gebeuren, maar daar zien we ook
nog niets over. En kan de Minister ook uitleggen hoe de kortingen op de Wajong, de
plannen om WW en WIA te versoberen en de plannen met de IVA-regeling, waar ik het
net al over had, zich verhouden tot het VN-verdrag?
Voorzitter. Ik had een langer lijstje, maar ik ga niet alle punten noemen, vanwege
de tijd en omdat we hier met heel veel collega's zitten, maar ik wil wel de woorden
herhalen van mensen met een beperking. Zij zeggen duidelijk: ons geduld is op; wij
willen volwaardig meedoen met de samenleving, maar we merken dat we gewoon worden
tegengehouden door beleid en dat er barrières zijn. Ook mijn geduld is op. Daar kan
deze bewindspersoon niets aan doen, maar ik hoop wel dat zij zich de komende tijd
keihard gaat inzetten om samen met al die mensen te zorgen dat het VN-verdrag echt
wordt uitgevoerd.
Ik vraag de Minister ook hoe zij in dat licht haar rol ziet als coördinerend bewindspersoon.
Gaat ze collega's van alle andere departementen aan hun jasje trekken? Gaat zij ook
zorgen dat de Lokale Inclusie Agenda, waar gemeenten mee aan de slag moeten, in alle
gemeenteraden goed op de agenda staat? Ik krijg namelijk heel veel signalen dat dit
niet het geval is.
Voorzitter. Ik heb nog een paar wat specifiekere vragen, en daarna rond ik af.
Mijn eerste vraag gaat over spraakcomputers. We hebben een paar jaar geleden, volgens
mij met steun van zo ongeveer de hele Kamer, een motie en een amendement ingediend
waarin we stelden dat spraakcomputers altijd vergoed moeten worden, dus zowel de hardware
als de software. Alleen gebeurt dat nog steeds niet. Ik kreeg in de afgelopen weken
een mail van een ouder, die over zijn kind zei: «Mijn kind heeft een functionele beperking.
Die beperking zit in haar vermogen om zich te uiten. Zonder communicatiemiddelen heeft
ze geen stem, en dat heeft dagelijks een enorme impact op haar welzijn en op ons gezin.
Voor ons draait dit niet om luxe maar om levenskwaliteit.» Ik denk dat deze ouder
heel mooi verwoordt hoe belangrijk spraakcomputers zijn. Ik vind het dan ook heel
frustrerend dat wij met de hele Kamer willen dat die computers altijd vergoed worden
maar we in de praktijk horen dat dit niet gebeurt. Kan de Minister hierop dus reageren
en kan zij natuurlijk zorgen dat dit wél gebeurt?
Datzelfde geldt voor nog een aantal punten, zoals herindicaties. Daar hebben wij eerder
samen met het CDA een motie over ingediend, maar ook dit is iets wat wij allemaal
vinden. Het zou niet zo moeten zijn dat mensen voortdurend moeten blijven bewijzen
dat ze ziek zijn en dat ze bepaalde vormen van hulp nog steeds nodig hebben. Nog steeds
horen wij dat dit toch moeilijk is. Wij horen nog steeds uit de praktijk dat mensen
elk halfjaar, elk jaar of soms elke drie jaar een stapel aan formulieren moeten invullen,
terwijl de beperking niet over is. Graag een reactie van de Minister.
Ik heb een tijd geleden ook vragen gesteld over stroomuitval, calamiteiten en rampen.
We hebben allemaal een mooi boekje gekregen waarin staat wat je moet doen als er een
ramp gebeurt. Maar stel dat er stroomuitval is en je afhankelijk bent van beademingsapparatuur.
Wat gebeurt er dan? Ik heb de indruk dat ook hier de groep mensen met een beperking
weer een blinde vlek vormt. Ons is een halfjaar geleden een plan toegezegd. Ik zou
de Minister graag willen vragen wat de stand van zaken daarvan is.
Ook hebben we al langer geleden een motie ingediend die vraagt om een passende verlofregeling
voor ouders met een kind met een beperking, omdat die ouders soms een tijdje niet
volledig kunnen werken. Daar zijn geen passende verlofregelingen voor. Het vorige
kabinet zou daarmee aan de slag gaan. Ik hoor graag van deze Minister wat de stand
van zaken is.
Voorzitter. Ik heb een tijdje geleden ook vragen gesteld over een webshop die beschermingsmaterialen
verkoopt. Dan hebben we het bijvoorbeeld over helmen met slotjes erop om te voorkomen
dat mensen zichzelf beschadigen. Ik ben geschrokken van die webshop. De antwoorden
van de Minister gaan over de wettelijke basis, die nodig is, maar ik ben benieuwd
of hier in de praktijk altijd sprake van is. Is ook bekend hoeveel van dit soort materialen
er verkocht worden? Is bekend wat de gevolgen zijn voor mensen? Ik begrijp namelijk
dat je iemand die zichzelf beschadigt in het uiterste geval moet kunnen beschermen,
maar het mag natuurlijk niet te snel gebeuren. Dat is de essentie van de wet. Hoe
gaat dat in de praktijk?
Ik heb nog heel veel meer punten, voorzitter, maar we hebben een bepaalde spreektijd
aangegeven en daar hou ik me aan. Ik wil afsluiten met het bedanken van alle mensen
die hiernaartoe zijn gekomen en die zo veel betrokkenheid hebben met deze sector.
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Een mooi gloedvol betoog over de zorg. Het is fijn om te horen dat ook GroenLinks-PvdA
zich zorgen maakt over dat zinnetje uit het coalitieakkoord dat naturazorg voorliggend
is aan het pgb. Stel dat er straks wetgeving komt die de keuzevrijheid voor het pgb
inperkt, kan ik dan hopen dat GroenLinks-PvdA tegenstemt?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Absoluut. Wij hebben altijd gezegd dat we eigen regie heel belangrijk vinden. We vinden
dat mensen met een beperking hun eigen leven moeten kunnen leiden. Ik weet dat er
een aantal budgethouders in de zaal zitten die dit nog veel beter kunnen uitleggen
dan ik dat kan. Het is ongelofelijk belangrijk dat mensen over hun eigen leven gaan.
Wij zijn dus geen voorstander van het inperken van het pgb.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank voor het antwoord. Fijn dat te horen. Ik heb toch een vraag. Ik heb het al eerder
gevraagd, maar het blijft me verbazen. We hebben het over de zorg en mevrouw Westerveld
merkt heel terecht op dat elk dubbeltje moet worden omgedraaid. De tarieven zijn vaak
zelfs te laag. Als je dan kijkt naar een heel ander domein, namelijk defensie, dan
wordt daar straks 19 miljard euro extra uitgegeven. Dat is die NAVO-norm van 5% waar
wij zo tegen zijn. Ik begrijp niet dat hier zo bezuinigd moet worden, terwijl de PvdA
tegelijkertijd die norm van 5% heeft goedgekeurd. Misschien kan mevrouw Westerveld
dat toch wat meer toelichten? Is daar nog discussie over geweest? Als je die uitgaven
met 19 miljard euro per jaar ophoogt, moet het geld toch ergens vandaan komen? Hoe
is dat gegaan?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik voel een déjà vu. Deze vraag heb ik afgelopen week ook gekregen. Toen heb ik gewoon
verwezen naar onze doorrekening. Elke politieke partij, althans heel veel partijen,
maakt een doorrekening. Soms wordt dat gedaan door het Centraal Planbureau, soms gaat
dat op een andere manier. In die van ons kunt u heel helder zien wat onze keuzes zijn.
Wij bezuinigen niet op de zorg. Ik zou die vraag dus eerder stellen aan een van de
coalitiepartijen. Wij willen dat ons land veilig blijft, maar wij willen niet dat
dat ten koste gaat van onze publieke voorzieningen. Die keuzes maken wij dan ook.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Het gevolg is natuurlijk dat je dan de staatsschuld op laat lopen of dat je op andere
terreinen bezuinigt. Er wordt ook op de sociale zekerheid bezuinigd. Het is de laatste
keer dat ik het vraag, hoor, maar ik vraag me gewoon af of er binnen de PvdA-fractie
überhaupt discussie is geweest over die norm. Kan mevrouw Westerveld daar wat over
zeggen? Mevrouw Westerveld heeft al opgemerkt dat het geld ergens vandaan moet komen
als je 19 miljard euro per jaar wil besteden aan defensie.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik wil meneer Van Houwelingen wel meenemen in ons interne proces, in de totstandkoming
van ons verkiezingsprogramma en de totstandkoming van de doorrekening. Daar zijn wij
een heel groot deel van de zomer met elkaar mee bezig geweest. Dat leidt er bij ons
toe dat we de keuze hebben gemaakt om niet te bezuinigen op onze publieke voorzieningen
zoals de zorg, en zeker niet op de gehandicaptenzorg. Daar bezuinigen wij niet op.
Dat is helder te lezen in ons verkiezingsprogramma en in onze doorrekening. Daar hebben
veel mensen over nagedacht. Wij halen het geld gewoon niet weg uit de gehandicaptenzorg.
Dat is een vrij duidelijk antwoord, denk ik.
De voorzitter:
Dan dank ik mevrouw Westerveld voor haar bijdrage en gaan we door naar de inbreng
van mevrouw Synhaeve van D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank, voorzitter. Ik wil starten met de woorden die mevrouw Westerveld uitsprak aan
het begin van haar betoog en waar ze ook mee afsloot. Die wil ik graag herhalen. Ook
ik bedank alle mensen die hier aanwezig zijn op de publieke tribune, de mensen die
in de ruimte hiervoor aan het meeluisteren zijn en de mensen die vanuit huis meeluisteren.
Ik ben me er heel erg van bewust dat jullie daarmee ook een duidelijk signaal afgeven
naar ons toe.
Voorzitter. Ik ben gezegend met hele lieve vrienden om me heen. Sommige van hen leven
met een beperking. Bij de ene vriend houd ik er rekening mee dat hij niet van drukke
omgevingen houdt. Bij een vriendin in een rolstoel let ik erop dat er geen opstapjes
zijn op de plek waar we gaan eten en dat het toilet goed bereikbaar is. Dat ik niet
meer stilsta bij hun beperking betekent niet dat zij die niet elke dag ervaren. Ze
hebben een baan en doen volwaardig mee in de samenleving, maar ze hebben wel iemand
nodig die hen 's ochtends helpt om zich klaar te maken voor de werkdag. Van die zorg
zijn zij afhankelijk. Waar ik hoogstens even baal als ik met een grote tas op het
station sta en de lift stuk is, betekent dit voor hen dat ze niet op hun werk kunnen
komen. Als een elektrische rolstoel kapotgaat en een spoedreparatie een week duurt,
betekent dat voor hen een week thuis zitten. Zij leren mij dat de kwaliteit van zorg
vaak direct de kwaliteit van leven bepaalt.
Voor D66 staat voorop dat mensen met een beperking volwaardig moeten kunnen meedoen.
Als zij zorg nodig hebben, moet die er zijn: nu en in de toekomst. Het is goed dat
de Minister voorafgaand aan dit debat in haar brief aan de Kamer heeft aangegeven
dat ze dat met de sector wil vormgeven.
Tegelijkertijd horen wij ook de zorgen uit de sector, over personeelstekorten, over
de druk op medewerkers en over de vraag of er in de toekomst voldoende plekken zijn
voor mensen met een intensieve zorgvraag. Voor veel gezinnen gaat het daarbij niet
om systemen of beleid, maar om de hele concrete vraag: krijgt mijn kind of familielid
straks nog de zorg die nodig is? Het antwoord is: ja, die zorg moet in de toekomst
beschikbaar blijven. Maar dan moeten we ook eerlijk zijn, want de sector zal fors
moeten hervormen. De vraag naar zorg groeit snel, terwijl het aantal zorgverleners
niet in hetzelfde tempo meegroeit. Als we niets veranderen, lopen de wachtlijsten
verder op en neemt de druk op zorgverleners verder toe. Uiteindelijk raken we daarmee
juist de mensen met de grootste zorgvraag het hardst. Dat moeten we voorkomen. We
blijven dus investeren in de zorg en in de gehandicaptenzorg. Daarnaast bouwen we
aan een samenleving waarin mensen met een beperking niet aan de zijlijn staan, maar
volwaardig mee kunnen doen.
Voorzitter. Ik gaf het vorige week in het debat ook al even aan: de gehandicaptenzorg
is een heel diverse sector. Dat hoef ik niet uit te leggen aan de mensen op de publieke
tribune en zij die deze debatten volgen. Van mensen met een lichte verstandelijke
beperking die hun weg proberen te vinden in een steeds complexere samenleving tot
mensen die afhankelijk zijn van hulpmiddelen en dagelijkse ondersteuning tot mensen
met een ernstige meervoudige beperking, voor wie stabiele zorg in een instelling elke
dag het verschil maakt: voor al deze mensen geldt hetzelfde. Ze willen meedoen en
onderdeel zijn van onze samenleving, maar onze systemen en regels sluiten lang niet
altijd goed aan op deze verschillende ondersteuningsvragen. Dat maakt het voor mensen
en gezinnen vaak onnodig ingewikkeld. Ik wil daarom bij een aantal onderdelen stilstaan.
Ik wil even stilstaan bij mensen met een lichte verstandelijke beperking, vervolgens
bij mensen met complexe zorgvragen, daarna bij kinderen met een beperking en dan bij
ouderen met een beperking. Ik eindig met stilstaan bij het VN-verdrag Handicap.
Ten eerste mensen met een lichte verstandelijke beperking. In Nederland gaat het om
ongeveer 1,1 miljoen mensen. Onze samenleving wordt steeds sneller en complexer. Formulieren,
digitale loketten en ingewikkelde regels vragen steeds meer van mensen. Voor mensen
met een lichte verstandelijke beperking zijn die systemen vaak veel moeilijker te
doorgronden. Als we daar beter rekening mee houden, kunnen we veel problemen voorkomen
en de mogelijkheden van mensen met een lichte verstandelijke beperking beter benutten.
Daarom heb ik de volgende vraag aan de Minister: welke stappen zet de Minister concreet
om te voorkomen dat mensen met een lichte verstandelijke beperking pas in beeld komen
wanneer problemen zich hebben opgestapeld, bijvoorbeeld op het gebied van schulden,
werk of justitie?
Voorzitter. Ten tweede wil ik inzoomen op de complexe zorg en mensen met een ernstige
beperking, die intensieve zorg nodig hebben en vaak in een zorginstelling verblijven.
Dat zijn vaak mensen die decennialang op deze plek verblijven. Het zijn mensen voor
wie de kwaliteit van leven vaak direct samenhangt met de zorg die ze ontvangen. Voor
hen betekent goede zorg niet alleen ondersteuning, maar ook veiligheid, nabijheid
en continuïteit, vaak jarenlang, soms een leven lang. Daarover heb ik de volgende
vragen aan de Minister. De Minister gaat bestuurlijke akkoorden sluiten in de langdurige
zorg, waaronder de gehandicaptenzorg. Welke stappen worden daar nu al in gezet? Wanneer
ontvangt de Tweede Kamer een terugkoppeling. Worden daarbij ook organisaties zoals
de Coalitie voor Inclusie en Vereniging Inclusie Nederland betrokken?
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank aan collega Synhaeve voor haar goede en mooie woorden over hoe we inclusief kunnen
zijn. Tegelijkertijd heb ik grote zorgen over de afspraken in het coalitieakkoord
over de bezuinigingen op de langdurige zorg. Er is namelijk al een bedrag vastgesteld
voor de complete langdurige zorg, maar de Minister schrijft heel duidelijk in haar
beide brieven dat ze nog niet specifiek kan maken wat dat voor de verschillende sectoren
betekent en dus ook niet voor de gehandicaptenzorg. Dat betekent dat er als het ware
gesprekken gevoerd gaan worden op het drijfzand van aanstaande bezuinigingen waarvan
we niet weten hoe groot die gaan zijn. Ik heb de Minister-President bij het debat
over de regeringsverklaring horen zeggen dat er beter gekeken moet worden naar wat
dit voor de gehandicaptenzorg betekent en naar scenario's waarin de bezuinigingen
juist daar niet zo hard neerslaan, omdat er ook al het een en ander in het basispad
zat wat controversieel is verklaard en wat nog niet door de Kamer is. Wat is nou de
weg die D66 hierbij voor ogen heeft, behalve dat met iedereen gesproken moet worden?
Dat laatste is mij helder. Dat vind ik ook mooi, maar ik wil ook weten welke weg u
verder voor ogen heeft. Is dat die 990 miljoen? Is dat een half miljard? Hoe ziet
D66 dat?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De zorg kan het nu al niet aan. We zullen dus keuzes moeten maken om die zorg toegankelijk
en betaalbaar te krijgen en te houden voor wie deze het allerhardst nodig heeft. Ik
ben ervan overtuigd dat het coalitieakkoord daarvoor de kaders meegeeft. Ik vind het
heel logisch dat een coalitie aangeeft welke richting zij op wil gaan en daar de financiën
aan koppelt. Ik vind het ook heel logisch dat dit vervolgens helemaal wordt doorgerekend
en dat je op basis daarvan kijkt naar de verdere invulling, en het is alleen maar
goed en het is noodzakelijk om dat samen met de sector te doen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nou ben ik nog niks wijzer. De zorg kan het immers niet aan. We hebben ook gezien
dat in de gehandicaptenzorg in de afgelopen jaren heel lang geen dekkend tarief is
gehanteerd. Dus ja, dan is het nogal wiedes dat de zorg het niet aankon, want er werd
niet betaald op basis van de kosten die er waren. De afgelopen jaren hebben we gezien
dat mensen in de gehandicaptenzorg ouder worden – gelukkig maar – maar ook dat dit
langere tijd intensieve zorg vraagt. Dat betekent vaak ook iets voor ouders van kinderen
met een extra zorgvraag, die zelf ook ouder worden. Van fractievoorzitters krijg ik
een metaverhaal te horen: demografisch gezien kunnen wij dat op de lange termijn niet
betalen. Bijvoorbeeld bezien vanuit de ouderenzorg is daar van alles over te zeggen.
Ik ben het er helemaal mee eens dat we het daar goed over moeten hebben. Ik ben het
er ook mee eens dat de meest kwetsbare mensen nog steeds altijd goede zorg moeten
krijgen, maar dit is een andere sector, een sector waarin dat metaverhaal niet opgaat.
Ziet collega Synhaeve dat? En wat betekent dat voor de financiële keuzes van D66?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik ben het volmondig met u eens: dit is een andere sector. Juist daarom zou dit de
sector moeten zijn die vooroploopt. Dit is immers de sector waarin mensen vaak decennialang
op dezelfde plek wonen. Als wij weten dat binnen nu en een aantal jaren een op de
vier mensen in de zorg zou moeten werken om die zorg te kunnen blijven verlenen, dan
weten we ook dat dit op deze manier niet zal gebeuren. Juist daarom sta ik achter
de keuzes die we gemaakt hebben, want die zijn nodig, juist in deze sector.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Langzaam maar zeker begin ik daar toch echt wel boos om te worden. Ik waardeer collega
Synhaeve enorm als collega, maar al die verhalen over dat we meer mensen nodig hebben
in de zorg zijn zeker van toepassing, want we zien dat de generatie babyboomers ouder
gaat worden. Dat is fantastisch; we moeten kijken hoe we dat goed gaan doen. Deze
groep mensen echter onderdeel laten zijn van bezuinigingen, terwijl zij al jarenlang
tekortkwamen, vroeg al om wat in de doorrekening. Mijn partij heeft dat in ieder geval
gedaan en gezegd: niet bezuinigen op de gehandicaptenzorg. Ik stond ervan te kijken
hoeveel er was ingeboekt. Ik baal er dan ook enorm van: welke brief ik ook krijg van
de Minister, in geen enkele brief staat het bedrag dat bezuinigd zal worden op de
gehandicaptenzorg. Al deze mensen en alle mensen die buiten deze zaal zitten kijken,
weten niet wat dit de komende jaren gaat betekenen, terwijl er al zo veel onzekerheid
is. Mijn oproep aan D66 is dan heel concreet. Ik heb eerder een uitgestoken hand gezien
van de Minister-President. Ik hoor de Minister ook zeggen dat zij die bezuinigingen
nu nog niet gaat invoeren, maar het gesprek aangaat. Ik hoor coalitiepartijen zeggen:
er is wel wat ruimte. Wat is die ruimte nou?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Wij hebben met elkaar afgesproken dat we de komende jaren ook in het kader van de
Wet langdurige zorg meer geld gaan besteden. We gaan van 40 naar 45 miljoen. We hebben
ook gezegd: dat is lager dan het basispad en we gaan nu nog niet helemaal aftekenen
hoe dat precies binnen de verschillende subsectoren landt, want interventies in de
langdurige zorg zijn gewoon echt anders dan interventies in de gehandicaptenzorg of
de complexe ggz. Daar staan we dus nog steeds achter. Dat is ook de lijn waar we voor
kiezen. Ik geloof dat dit de enige manier is om dit ook op de lange termijn kwalitatief
goed, betaalbaar en toegankelijk te houden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap niet dat de coalitiepartijen, maar ook D66, deze logica maar blijven verkondigen:
het gaat niet goed in de zorg, dus bezuinigen we mogelijk nog tot een half miljard.
Alsof dat het beter maakt. Iedereen die hier zit weet dat het niet beter gaat op het
moment dat er meer geld uit de gehandicaptenzorg wordt getrokken. Die logica klopt
gewoon voor geen meter. Het is ook niet wat D66 vóór de verkiezingen heeft gezegd.
Volgens mij hadden we in september het laatste debat over de gehandicaptenzorg. Toen
had ik een debat met een collega van mevrouw Synhaeve, en die zei: wij gaan staan
voor de gehandicaptenzorg; ik vind dat partijen die nu grote woorden gebruiken ook
moeten leveren. Dat werd er gezegd door D66 vóór de verkiezingen. Uit de doorrekening
van het verkiezingsprogramma van D66 blijkt dat de partij geen bezuiniging had opgenomen
op de gehandicaptenzorg. Het is de enige vorm van zorg waarvoor D66 zich vóór de verkiezingen
wel uitsprak tegen bezuinigingen. Samen met collega Bikker en een aantal andere collega's
hier vraag ik mij nu af waar nu wel de ruimte en de mogelijkheid zitten bij D66 om
die verkiezingsbelofte alsnog na te komen. Volgens mij verdienen die mensen dat ook.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Wij hebben bij de verkiezingen de belofte gedaan dat we ervoor willen zorgen dat de
zorg toegankelijk blijft voor de mensen die deze het hardst nodig hebben. Dat is precies
wat we gaan doen, juist door keuzes te maken. Ik ben ervan overtuigd dat meer geld
niet de oplossing zal zijn. We moeten met elkaar kijken welke richting we opgaan.
Daar geven we het kabinet samen met de sector de ruimte voor; geef ons ook input om
te kijken hoe we dat precies vormgeven met elkaar. Dat is waar ik achter sta en waar
ik volgende week ook nog achter sta.
De voorzitter:
Laten we proberen de interrupties bondig te houden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Meer geld gaat niet de oplossing zijn. Deze discussie hebben we ook gehad toen het
ging over de jeugdzorg en toen het ging over de begroting van de hele zorg. Maar minder
geld is toch ook niet de oplossing? Als je de bezuinigingen die nu plaatsvinden ziet,
hoe gaan die de zorg helpen? Hoe gaat het de gehandicaptenzorg helpen als we misschien
bijna een half miljard euro gaan bezuinigen? Het is nog helemaal niet duidelijk waar
die bezuinigingen gaan landen, maar ze zijn wel ingepland, ook door D66.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik begrijp de zorgen echt wel. Ik begrijp echt heel goed dat er zorgen zijn, zeker
bij deze groep mensen die zo'n lange tijd zorg nodig heeft en waarbij de kwaliteit
van zorg zo nauw samenhangt met de kwaliteit van leven. Maar dat betekent niet dat
ik dan de keuze maak om er steeds geld bij te doen. Daarmee gaan we het op termijn
gewoon niet redden. Dat geloof ik niet. We gaan veel meer moeten kijken hoeveel personeel
er beschikbaar is en hoe we hen het meest effectief kunnen inzetten voor de groep
die dat het hardst nodig heeft. Er is een groep mensen waarvan ook de sector aangeeft
dat deze mensen op termijn misschien ook wel in de wijk kunnen wonen. Er is ook een
groep mensen die al decennialang in een instelling woont; zij gaan hierna niet meer
in de wijk wonen. Maar we kunnen wel kijken hoe we ervoor zorgen dat de nieuwe groep
die instroomt wél een fijne plek in de wijk kan krijgen, met de zorg die daarbij hoort.
Voor die keuzes wil ik kijken wat we kunnen doen om die te maken, zodat we het op
de lange termijn toekomstbestendig kunnen maken en houden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Mevrouw Synhaeve begon haar betoog met het bedanken van de mensen die hiernaartoe
zijn gekomen. Ik denk dat het heel terecht is dat we mensen bedanken dat ze de moeite
hebben genomen om hiernaartoe te komen en hier in de Statenpassage mee te kijken,
of om dat vanuit huis te doen. Mevrouw Synhaeve zei ook: het is een belangrijk signaal
dat zij hier aan ons overbrengen. Een aantal mensen hier in de zaal zijn in het rood
gekleed. Een aantal van deze mensen zit hier omdat zij zien dat als er bezuinigd wordt
op de gehandicaptenzorg zoals mevrouw Synhaeve hier nu verdedigt, zij of de mensen
voor wie zij zorgen in de problemen gaan komen. Als mevrouw Synhaeve dit daadwerkelijk
een belangrijk signaal vindt dat deze mensen hier vandaag komen afgeven, wat zegt
zij dan tegen deze mensen, meer dan «ik begrijp uw zorgen»?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik zie het als een belangrijk signaal om de keuzes die de komende maanden, het komende
half jaar, worden gemaakt, heel zorgvuldig met elkaar te maken. Daar zit namelijk
de ruimte. We hebben in het coalitieakkoord de kaders geschetst en het kabinet is
aan de slag met de uitwerking daarvan. Daar zijn heel veel keuzes in te maken. Het
signaal dat ik afgeef, is: ik herken uw zorgen, ik deel uw zorgen en ik zal er alles
aan doen om ervoor te zorgen dat we de keuzes die we maken, zo zorgvuldig mogelijk
maken met elkaar.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij lopen er een paar woorden door elkaar. Ik heb het over woorden als «hervormingen»
en «bezuinigingen». Iedereen is hier voor hervormingen. De zorg moet natuurlijk voortdurend
hervormd worden. Maar als je zegt dat de zorg toegankelijk moet blijven voor de groep
die de zorg het allerhardst nodig heeft, zoals mevrouw Synhaeve zegt, dan begrijp
ik niet waarom je gaat bezuinigen op de groep die de zorg het allerhardst nodig heeft.
Ik heb daarover een hele concrete vraag. Wij zijn allebei woordvoerder Jeugdzorg.
Daar moest ook hervormd worden en dat ging gepaard met een bezuiniging. Dat was bij
lange na niet zo'n forse bezuiniging als hier. We zijn nu een paar jaar verder en
het loopt helemaal in de soep. Er gaan alleen maar meer jongeren naar de jeugdzorg.
De kosten rijzen de pan uit en alle gemeenten hebben daar last van. Mijn vraag aan
D66 is: waarom zou zo'n zelfde traject met fors bezuinigen, nog meer dan op de jeugdzorg,
en dan willen hervormen in de gehandicaptenzorg wel goed uitpakken?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik denk dat dit traject anders is. Ik denk dat we juist in dit traject veel duidelijker
aangeven dat we veel meer samen met de sector gaan bepalen aan welke grote knoppen
we moeten draaien. Ik denk dat voor mij de les uit tien jaar meelopen in de jeugdzorg
is dat we die knoppen in de jeugdzorg onvoldoende met elkaar bepaald hebben, waardoor
we er ook niet in slagen om de zorg daadwerkelijk te hervormen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb niet echt de indruk dat iemand uit de sector zegt: wat een goed idee; we gaan
nadenken over de invulling van deze forse bezuiniging. Dan even een wat technischere
vraag. Ik heb in mijn bijdrage uitgelegd dat er al een kostendekkend tarief is en
dat de sector de afgelopen jaren dus fors geld tekortkwam. Er komt nu een korting
op dat kostendekkende tarief. Wat vindt mevrouw Synhaeve daar dan van? We hebben een
kostendekkend tarief en daarop komt een bezuiniging. Wat vindt zij daarvan?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik geloof veel meer in hervormingen waar een visie achter zit die we met elkaar delen.
De knop «draaien aan tarieven» is niet de manier waarop ik dat het liefst zou willen
doen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Er zijn bezuinigingen waarvan je aan de voorkant eerlijk moet zeggen dat je niet precies
weet hoe het uit zal pakken. Het kan ook meevallen. Maar het punt is dat dat bij de
groep waar mevrouw Synhaeve over spreekt, mensen die langdurige complexe zorg nodig
hebben, juist wel heel voorspelbaar is. Dat kan elke zorgaanbieder bevestigen. Net
als mijn collega's heb ik er heel veel gesproken de afgelopen weken. Die zeggen: «Er
zijn twee kenmerken, namelijk arbeidsintensief en vaak groepsgewijs. Deze bezuinigingen
leiden hoe dan ook tot minder mensen op de groep, minder aandacht voor cliënten en
nog meer werkdruk voor het personeel dat achterblijft.» Ik heb de volgende vraag.
Als dit aan de voorkant zo duidelijk is, zegt D66 dan «dat accepteren wij eventueel»,
of zegt D66 «nee, deze uitkomst is hoe dan ook, hoe we ook gaan praten met elkaar,
onaanvaardbaar»?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De uitkomst moet altijd zijn dat de mensen die de zorg het allerhardst nodig hebben,
die kunnen krijgen. Dat geldt ook in deze sector, juist in deze sector. Ik heb er
zelf een beetje moeite mee dat er al allerlei consequenties worden uitgetekend, terwijl
we nog niet weten hoe we de verdeling binnen de hervorming van de langdurige zorg
precies gaan vormgeven. Ik denk dat daar ook de ruimte zit om te kijken: wat doe je
binnen de ouderenzorg, wat doe je binnen de complexe ggz-zorg en wat doe je binnen
de gehandicaptenzorg? Dat doe je in de wetenschap dat doorlooptijden in deze sector ...
«Doorlooptijden», wat een verschrikkelijk woord. Maar als we hier veranderingen willen
doorvoeren, zal dat veel meer tijd in beslag nemen dan in de ouderenzorg misschien
het geval zal zijn.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Hier hoor ik toch wel een belangrijke opening, denk ik. De verdeling ligt nog niet
vast. Daaruit zou ik kunnen afleiden dat als de consequenties zouden zijn zoals bijna
elke zorgaanbieder voorspelt, namelijk dat het ten koste gaat van de betreffende mensen
en van het personeel, het daar dus in ieder geval niet mag neervallen. Mag ik dat
zo concluderen naar aanleiding van het antwoord van mevrouw Synhaeve?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Volgens mij zeggen wij heel duidelijk dat die verdeling nog niet vastligt. Dat wordt
ook bevestigd in de brieven vanuit het kabinet. Ik val ook in herhaling, maar dat
is vrij logisch als dezelfde vragen steeds op een andere manier worden geformuleerd.
We gaan het op een andere manier met elkaar moeten organiseren, ook op de langere
termijn. Dat betekent ook dat dingen niet altijd als in de afgelopen jaren zullen
blijven gaan.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Laatste keer. Ik heb inderdaad geen rood aan, maar wil met alle respect wel een beetje
rood aanlopen van schaamte richting de mensen die hier zijn. Als elke zorgaanbieder
aan de voorkant zegt dat bezuinigingen leiden tot achteruitgang van de kwaliteit van
de zorg en voor het personeel, zou dat een rode streep moeten zijn. Mijn laatste vraag
is: erkent mevrouw Synhaeve dat er heel veel investeringen worden verwacht, onder
meer in het vastgoed? Ook dat staat met nieuwe bezuinigingen op de helling. Neemt
D66 dat fundamenteel mee?
Mevrouw Synhaeve (D66):
De keuzes die we maken, moeten uiteindelijk leiden tot betere kwaliteit van zorg.
Daar kunt u mij op aanspreken.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Een korte vraag. Ik hoor mevrouw Synhaeve een aantal keer zeggen dat de zorg toegankelijk
moet blijven voor de mensen die die zorg het allerhardst nodig hebben. Mevrouw Westerveld
heeft net een aantal voorbeelden geschetst van mensen die die zorg hard, het hardst,
of het allerhardst nodig hebben. Wie zijn dan die groep mensen volgens mevrouw Synhaeve?
U vernauwt het nu tot mensen die dat het allerhardst nodig hebben. Volgens mij is
iedereen nu zo boos omdat die héle groep op wie de bezuinigingen neerslaat die zorg
hard nodig heeft. Wie bedoelt u dan precies?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Wat ik ook in mijn bijdrage probeerde aan te geven is dat de gehandicaptenzorg en
de doelgroep die daarbij hoort heel divers is. Elk van die groepen zal iets anders
nodig hebben. Ik kom daar later in mijn bijdrage nog meer over te spreken. Wat in
ieder geval buiten kijf staat, is dat de mensen in een instelling die intensieve zorg
nodig hebben die moeten blijven krijgen. Die zorg moet kwalitatief goed zijn, met
vaste gezichten, niet alleen nu, maar ook binnen tien jaar.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan laat u mij eigenlijk in vertwijfeling achter. Volgens mij zijn dat nou precies
de dingen waarvan zo ongeveer de gehele sector zegt dat ze zwaar onder druk komen
te staan, zo niet afgebroken worden door die bezuinigingen. Ik doel met name op de
kwaliteit van leven van zorgintensieve mensen. Zij waarschuwen er op alle mogelijke
manieren voor dat dit juist datgene is wat niet overeind blijft staan. Dus welke visie
zit hier dan achter? Of ontbreekt het gewoon aan visie? Dat kan natuurlijk ook. Moesten
er gewoon financiële keuzes gemaakt worden en is toevallig nu de gehandicaptensector
de pineut?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Om even door te bouwen op de vraag voor wie de zorg echt beschikbaar moet zijn, merk
ik het volgende op. Van de mensen die zorg nodig hebben in zo'n intramurale setting,
weten we dat we moeten kijken naar bijvoorbeeld de groep VG6/VG7. Daarvan zegt de
sector ook: die zouden op termijn misschien wel in de wijk kunnen wonen, maar dan
moeten er wel voldoende woningen beschikbaar zijn voor die groep. Dat is een manier
om te kijken hoe je iets meer ruimte kunt creëren binnen die groep om te zorgen dat
we het beschikbare zorgpersoneel juist kunnen inzetten voor de mensen die de zorg
het hardst nodig hebben en die niet in de wijk zullen kunnen wonen, ook niet met intensieve
ondersteuning.
De voorzitter:
Ik geef mevrouw Synhaeve weer het woord voor het vervolg van haar bijdrage. Maar eerst
een interruptie van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik heb goed geprobeerd te luisteren naar de antwoorden van mevrouw Synhaeve op alle
vragen van de collega's. Eén ding zei mevrouw Synhaeve naar aanleiding van een vraag
van mevrouw Westerveld, namelijk dat de tarieven op dit moment net kostendekkend zijn.
«Kostendekkend» betekent dat net de zorg gegeven kan worden die nodig is. Als het
niet-kostendekkend is, dan kun je dus niet meer de zorg geven die nodig is, want dan
is er onvoldoende geld voor. Mevrouw Synhaeve zegt: ik geef er ook de voorkeur aan
om niet tariefkortingen op te leggen maar dat besparingen gebaseerd zijn op hervormingen.
Nu zijn er een aantal bezuinigingen waarbij dat aantoonbaar niet het geval is. Ik
ben wel benieuwd wat mevrouw Synhaeve daar dan van zegt. Het meerjarig contracteren
bijvoorbeeld gebeurt al, dus dat levert geen geld meer op. Ook zou er bespaard worden
op de verplaatsing van de handelingen uit de Wlz naar de Zorgverzekeringswet. Dat
gaat echter niet door, dus dat levert ook geen besparing op. Deze hervormingen zijn
dus al van tafel, maar die forse bezuiniging staat nog steeds. Hoe moet ik dat rijmen
met het antwoord dat mevrouw Synhaeve net gaf? Want dit is dan gewoon een tariefkorting.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dit is ook het onderdeel waar ik zelf de meeste moeite mee heb, want daar blijkt geen
visie uit. We kunnen het met elkaar oneens zijn over de visie en we kunnen het met
elkaar oneens zijn over de stappen die gezet moeten worden, maar hier ben ik ook niet
enthousiast over. Ik kijk ook naar het kabinet om te zien of zij daar straks een reactie
en een reflectie op kunnen geven.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik zat met enige verbazing te luisteren. Ik zie iedereen rechts van mij rood aanlopen.
Ik hoorde mevrouw Synhaeve zojuist zeggen: kwaliteit van zorg bepaalt de kwaliteit
van leven. Mijns inziens vergt dat investeringen. Als we nu nog niet exact weten hoe
de plannen ingevuld gaan worden en wat daarvan de consequenties zullen zijn, is het
dan niet eerlijker om nu pas op de plaats te maken en niet te zorgen voor verdere
onrust? Iedereen die dit aangaat, voelt daadwerkelijk dagelijks de stress, omdat ze
niet weten hoe de toekomst eruitziet. Pas op de plaats, eerst een plan en dan kijken
of er überhaupt bezuinigd kan worden.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Kwaliteit van leven borgen vraagt om investeringen, maar ook om keuzes. Bij de Wmo
zien we dat veel mensen die gebruikmaken van huishoudelijke hulp, dat prima zelf kunnen
betalen en dat dat ten koste gaat van de mensen die het niet kunnen betalen. Dat zijn
keuzes die we nu al kunnen maken, waar ik achter sta en die er juist toe leiden dat
de mensen die de zorg het hardst nodig hebben, die wel kunnen krijgen.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dat leidt tot een vervolgvraag bij mij. Naar de Wmo voor mensen die heel vermogend
zijn, zou ik nog kunnen kijken. Daar kan ik eventueel nog in meegaan. Maar het belang
van eigen regie en zeggenschap in verband met het pgb is nogal strijdig met het coalitieakkoord.
Een pgb is voor heel veel mensen de sleutel tot participatie in de samenleving. Hoe
ziet D66 dit?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dat herken ik volledig. Ik denk dat er zeker een grote groep is voor wie een pgb het
verschil maakt, waardoor zij zelf keuzes kunnen maken en hun leven vorm kunnen geven
op de manier waarop ze dat zelf het liefst willen. Daarom zeggen we ook dat zorg in
natura voorliggend wordt, maar als jij dat pgb kan dragen, dat zelf vorm kan geven
en daarop kan sturen, dan moet dat nog altijd beschikbaar blijven. Dat zal ook in
de toekomst zo zijn.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Dobbe. Aan mevrouw Bikker; sorry.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Geeft niet, voorzitter. Ik vond dat mevrouw Synhaeve net iets belangrijks zei, namelijk
dat de bezuinigingen waar ze de meeste moeite mee heeft en die ook voor D66 wel echt ...
Een meloen, een graat in de keel, een steentje in de schoen: we kunnen daar van alles
voor gebruiken. Maar belangrijker is dat we samen kijken hoe we dat kunnen oplossen,
want mijn beeld is dat een deel hiervan, in tegenstelling tot de bezuinigingen die
zijn aangekondigd, eigenlijk nog de oude bezuinigingen van de voorgaande kabinetten
zijn. Is collega Synhaeve het met me eens dat als we dat anders willen, het dan ook
aan deze Kamer is om een voorstel neer te leggen voordat we over de begroting stemmen?
Is D66 bereid daarover mee te denken?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ik ben het zeker met mevrouw Bikker eens dat het uiteindelijk aan deze Kamer is om
daar een besluit over te nemen, maar ik wacht graag eerst de reactie van het kabinet
af.
De voorzitter:
Dan is opnieuw het woord aan mevrouw Synhaeve voor het vervolg van haar bijdrage.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Voorzitter. Ik was in mijn betoog bij de mensen met een complexe zorgvraag. Daarbij
had ik een aantal vragen aan het kabinet in aanvulling op de vragen die ik net al
stelde. Welke wet- en regelgeving zit nu in de weg om de beoogde hervormingen voor
elkaar te krijgen? Daarnaast zien we dat verschillende organisaties, waaronder de
VNG, oproepen om te onderzoeken wat de impact is van de hervormingen, zodra we die
meer invulling hebben gegeven, voor mensen met een levenslange en levensbrede beperking.
Hoe kijkt de Minister aan tegen een dergelijk verzoek?
In de stukken wordt gesproken over het mogelijk verminderen van bepaalde vormen van
institutionele zorg. Daar heb ik al een aantal vragen over gesteld, dus die ga ik
niet opnieuw stellen. Ik wil graag nog wel stilstaan bij het meer organiseren van
zorg in de wijk. We moeten ook kijken of die wijk daar klaar voor is. Gemeenten hebben
daarin een belangrijke rol, onder andere via de Wmo. In het inspectierapport zien
we juist dat het toezicht op Wmo-zorg sterk verschilt tussen gemeenten. Daarover heb
ik de volgende vragen aan de Minister. Hoe kijkt de Minister naar deze verschillen?
Vindt zij het acceptabel dat de kwantiteit en de kwaliteit van de geleverde zorg zo
afhankelijk zijn van de gemeente waar iemand woont? Hoe kijkt de Minister aan tegen
meer landelijke standaardisering?
Voorzitter. Ten derde: kinderen met een beperking. We zeggen vaak dat ieder kind mee
moet kunnen doen. In de praktijk verdwalen ouders van kinderen met een beperking vaak
tussen onderwijs, zorg en jeugdhulp. Juist de overgang tussen jeugdzorg en volwassenenzorg
is vaak veel te hard. Dat zorgt voor grote problemen voor kinderen die volwassen worden,
die dan opeens grote verantwoordelijkheden moeten dragen en daardoor ook voor opstapelende
problemen kunnen komen te staan. Daarover de volgende vragen aan de Minister. Wat
doet de Minister om de overgang tussen jeugdzorg en volwassenenzorg voor jongvolwassenen
met een beperking zo soepel mogelijk te laten verlopen? Waar moeten we beleid aanpassen
om te zorgen dat professionals de ruimte krijgen om jongeren en jongvolwassenen goed
in deze overgang te kunnen begeleiden?
Uit onderzoek van Stichting het Gehandicapte Kind blijkt dat een op de drie kinderen
met een beperking nooit bij een speelplek in de buurt komt, omdat die speelplek daar
niet toe uitnodigt. Ik heb de volgende vraag aan de Minister. Het coalitieakkoord
vraagt meer aandacht voor buitenspeelplekken. Hoe zorgt de Minister dat dit inclusieve
buitenspeelplekken zijn?
Ten vierde: ouder wordende mensen met een beperking. Ook in de gehandicaptenzorg zien
we dat mensen ouder worden. Dat is positief, maar het brengt ook uitdagingen met zich
mee. Dementie komt bijvoorbeeld steeds vaker voor bij mensen met een verstandelijke
beperking. Daarom de volgende vragen aan de Minister. Is de sector voldoende voorbereid
op deze ontwikkeling? Hebben we voldoende kennis en zorgvormen voor deze combinatie
van zorgvragen? Wordt dit onderwerp voldoende meegenomen in de toekomstagenda van
de sector?
Voorzitter. Mijn laatste blokje gaat over het VN-verdrag Handicap. Iedereen in deze
Kamer onderschrijft het VN-verdrag Handicap. Ik vind het daarom ook goed dat een aantal
aanbevelingen van het College voor de Rechten van de Mens worden opgevolgd. Maar op
sommige punten vind ik de reactie te vrijblijvend. Zo wordt bijvoorbeeld nog bekeken
of het VN-verdrag onderdeel wordt van het opleidingsaanbod voor rijksambtenaren. Mijn
vraag aan de Minister is simpel: waarom regelen we dat niet gewoon, als we weten dat
we juist zo veel voor elkaar moeten krijgen op die andere departementen?
Daarnaast stelt het College voor de Rechten van de Mens dat de implementatie van het
VN-verdrag Handicap te traag verloopt en te weinig concrete doelen kent. Ik maak me
daar zorgen over, als we enerzijds aangeven deze rijksbrede opgave te willen uitvoeren
bij alle relevante departementen, en tezelfdertijd terughoudend zijn in de ambities
om dit voor elkaar te krijgen Daarom de volgende vragen aan de Minister. Op welke
manier gaat de Minister zorgen voor meer snelheid en meer concrete doelen? Op welke
manier gaat de Minister sturen op de uitvoering die niet onder haar directe verantwoordelijkheid
valt? Deze vragen heeft, bedenk ik me nu, collega Westerveld ook al gesteld.
Tot slot, voorzitter, de werkagenda. De werkagenda gekoppeld aan het VN-verdrag Handicap
moet geen afvinklijst worden. Juist als we vanuit de gedachte van het VN-verdrag Handicap
gaan werken, zullen we die elke keer moeten bijsturen, maar dat vraagt wel om duidelijke
doelen met duidelijke resultaten, en om de ruimte om steeds bij te sturen.
Voorzitter, ik rond af. Leven met een beperking mag geen beperking zijn van iemands
kwaliteit van leven. Voor veel mensen met een beperking bepaalt de kwaliteit van zorg
direct hun kwaliteit van leven. Daarom zullen wij er alles aan doen om te zorgen dat
die zorg toegankelijk blijft, nu en in de toekomst. Dat vraagt ook dat we eerlijk
zijn, zoals ik al eerder heb genoemd, want de vraag naar zorg groeit sneller dan het
aantal zorgverleners.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan geef ik het woord aan mevrouw Maeijer voor haar inbreng
in de eerste termijn.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Vandaag spreken we over de gehandicaptenzorg, volgens mij
voor het eerst in een apart wetgevingsoverleg. Ik vond dit een heel mooi initiatief,
waarmee de sector de aandacht krijgt die hij verdient, want er gebeuren ontzettend
veel mooie dingen in deze sector. De werkbezoeken die ik heb afgelegd, hebben op mij
een diepe indruk gemaakt. Het aantal mensen hier op de tribune, maar ook elders in
het gebouw, maakt dat ook, want ik weet dat het voor velen heel veel moeite heeft
gekost om er vandaag bij te zijn of om op een andere manier dit debat te volgen. Ik
kan me zo voorstellen dat het ook heel veel moeite kost om vandaag de hele dag aangehaakt
te blijven, gelet op de ruime spreektijden van iedereen. De Minister zal straks ongetwijfeld
ook nog wel een tijdje aan het woord zijn.
Voorzitter. Ruim twee miljoen mensen in Nederland leven met een beperking. Helaas
is meedoen nog steeds niet vanzelfsprekend. Sinds het uitkomen van het coalitieakkoord
is de onrust groot. Dat is natuurlijk niet zo gek. Het eigen risico gaat omhoog naar
€ 520, de tegemoetkoming voor chronisch zieken wordt afgeschaft, er komt een eigen
bijdrage in de wijkverpleging en er volgt een forse bezuiniging op de langdurige zorg,
waaronder de gehandicaptenzorg. Het feit dat er 10 miljard euro wordt bezuinigd op
de zorg is al krankzinnig, maar ik vind het verwerpelijk dat er ook nog eens voor
wordt gekozen om de rekening neer te leggen bij patiënten, ouderen en gehandicapten.
Ik zou de Minister om te beginnen dan ook willen vragen wat zij hier nou eigenlijk
van vindt. Wat ons betreft gaan deze plannen dan ook direct van tafel.
Voorzitter. Op een van de eerste dagen als Kamerlid, toen we net geïnstalleerd waren
voor deze periode, ontvingen we van de sector een jojo. Die symboliseerde het jojobeleid
van de afgelopen jaren, met bezuinigingen die wel in de boeken staan en dan eerst
wel en dan toch weer niet doorgaan. In de boeken is dat natuurlijk niet zo erg, want
papier is geduldig. Maar voor alle zorgaanbieders die ermee moeten werken, is het
natuurlijk niet te doen. Dan gooit Minister Sterk er ook nog eens een forse bezuiniging
overheen. Tot nu toe weten we dat de bezuiniging op de langdurige zorg bijna 1 miljard
moet opleveren. Het wordt vastgelegd in een akkoord. Het gaat om passende persoonsgerichte
zorg en het verder ontwikkelen van het scheiden van wonen en zorg. Ook wordt zorg
in natura voorliggend op het pgb. Daarmee stopt ongeveer onze kennis. Aan de Minister
heb ik dan ook de volgende vragen. Hoeveel komt er voor rekening van de gehandicaptenzorg?
Wat betekent volgens haar passende persoonsgerichte zorg in de gehandicaptenzorg?
Wat betekent het verder ontwikkelen van het scheiden van wonen en zorg in de gehandicaptenzorg?
Als dit doorgaat, klopt het dan dat er geen keuzevrijheid meer is voor het pgb? Ik
heb daar vorige week een motie over ingediend. Ik hoorde een aantal collega's ook
een punt maken over het pgb. Ik hoop dan ook dat zij mijn motie zullen steunen.
Voorzitter. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland geeft aan, los van dat zij de
bezuinigingen een donkere wolk vinden, dat de Minister – ik zeg dit even in mijn eigen
woorden – soms een beetje aan het goochelen is met de cijfers en de grafieken. Ik
dacht eigenlijk dat we daar vandaag een reactie op zouden ontvangen, maar de brief
van de Minister die we net voor het debat ontvingen, gaat daar naar mijn idee helemaal
niet zozeer op in. De Kamer had namelijk vorige week nog eens gevraagd om scenario's,
een reactie op de brief die was gestuurd door VGN, het concreet maken en een update
ten aanzien van ExpertCare.
Achter de cijfers gaat natuurlijk een wereld schuil. Dat is een wereld van zorg voor
kwetsbare mensen en professionals die op hun tandvlees lopen. Die wereld is nu bang
voor een verschraling van zorg, met minder persoonlijke aandacht, misschien wel minder
wandelingen buiten, minder tijd om te douchen, minder tijd voor een praatje, nog hogere
werkdruk en meer uitval. Wat zegt de Minister tegen al die mensen die naar het debat
luisteren, hier op de tribune en thuis, en zich hier grote zorgen over maken?
De Minister heeft het in haar brief van vanochtend over allerlei voorwaarden die zij
wil hanteren, maar het financiële kader blijft gewoon staan. Bent u bereid om de bezuinigingen
op de gehandicaptenzorg van tafel te halen? In de brief van vanochtend lezen wij ook
dat de Minister verwacht voor 1 juni nog geen akkoord te hebben. Zij wil de bezuiniging
die ingeboekt staat voor 2027 op een andere manier oplossen, maar waar denkt zij dan
aan?
Voorzitter. Volgens mij wil de sector wel administratieve lasten terugdringen. Wat
kan de Minister doen om de sector hiermee te helpen? Is zij bereid om op korte termijn
met hen om tafel te gaan, om zo te kijken wat er nog meer mogelijk is om ervoor te
zorgen dat de spaarzame tijd die er is naar de cliënten gaat?
Voorzitter. Persoonlijke aandacht en vaste gezichten zijn van levensbelang in de gehandicaptenzorg.
Er is nu al een tekort aan bijna 10.000 mensen in de zorg en dat aantal loopt op.
Het zichtbaarder maken van het prachtige werk en het vergroten van maatschappelijke
waardering staan hoog op de agenda van de sector. Ik denk dat steun van de overheid
daarbij zeer welkom is. Kan de sector op uw steun rekenen, vraag ik de Minister. Bent
u bereid om toe te zeggen dat u de sector specifiek op dit punt, het zichtbaarder
maken van het werk en de mooie dingen die er gebeuren, financieel gaat ondersteunen?
Het gaat dan niet om bureaucratisch geneuzel, maar gewoon om wat financiële steun
zodat de sector zelf een mooie campagne kan maken om hun prachtige werk aan Nederland
te laten zien. Ik hoor het graag.
Voorzitter. Meerdere organisaties spreken hun zorgen uit over de verwachtingen van
de inzet van informele zorg, specifiek in deze sector. Een op de vijf medewerkers
in de gehandicaptenzorg is ook mantelzorger. Netwerken gaan al gebukt onder een zware
zorglast. In hoeverre verlangt de Minister van het netwerk dat zij extra zorgtaken
zullen oppakken? Wat is de Minister van plan om extra te gaan doen voor de mantelzorgers?
Met deze zorgbezuinigingen legt zij namelijk nog veel meer druk op hen, en zij gaan
al gebukt onder veel druk.
Voorzitter. In het coalitieakkoord wordt melding gemaakt van het VN-verdrag Handicap,
maar daar stopt het eigenlijk ook wel. Er is namelijk geen geld voor beschikbaar gemaakt.
Verschillende organisaties wijzen erop dat er voorstellen in het akkoord staan die
haaks staan op het verdrag. Hoe verhoudt dat zich tot elkaar? Hoe is de Minister voornemens
om haar rol als coördinerend bewindspersoon op te pakken? Ik weet van dichtbij dat
dit best taaie kost kan zijn.
Voorzitter. De Minister kent vast het Nibudrapport over de meerkosten voor mensen
met een beperking. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een beperking te maken kunnen
hebben met hoge noodzakelijke uitgaven, bijvoorbeeld vanwege zorgkosten, hulpmiddelen
of vervoer. Sommige huishoudens hebben moeite met rondkomen of komen structureel geld
tekort. Waarom kiest het kabinet er dan toch voor om bijvoorbeeld de tegemoetkoming
chronisch zieken af te schaffen en het eigen risico te verhogen? Wat denkt de Minister
dat dit met de levensstandaard van deze mensen doet? Het kabinet zet daar een tegemoetkoming
via gemeenten tegenover. Erkent de Minister dat met het bedrag dat het kabinet beschikbaar
stelt, veel minder mensen zullen worden geholpen dan eerder het geval was? Erkent
zij dat voor deze mensen alle maatregelen van het kabinet zich op zullen stapelen?
Hoe kijkt zij aan tegen het feit dat de VNG bij de evaluatie van de regeling uiterst
kritisch was op een gemeentelijke regeling, juist vanwege de uitvoerbaarheid?
Voorzitter. Ons zorgsysteem kan een doolhof zijn op het moment dat je zorg nodig hebt.
Kan de Minister vertellen hoe het ervoor staat met het initiatief «altijd de juiste
deur» en de overheidsbrede loketten? Er zouden vorig jaar drie praktijkinitiatieven
starten. Wat heeft dat nu eigenlijk opgeleverd?
In de media verscheen laatst het bericht dat meer dan de helft van de bushokjes in
Nederland niet of slecht toegankelijk is voor mensen met een beperking. Zes van de
tien haltes hebben geen of onvoldoende hulpmiddelen om blinden of slechtzienden te
ondersteunden bij het busvervoer. Voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel
is iets minder dan de helft van de bushaltes niet goed uitgerust. Welke actie is de
Minister van plan om hierop te ondernemen? Nu ik het toch over het vervoer heb: hoe
staat het met de uitvoering van de aangenomen motie-Agema over het afschaffen van
de kilometerregistratie en het persoonlijke kilometerbudget van Valys?
Voorzitter. In het coalitieakkoord lezen we dat – ik citeer – «we stoppen met het
doorgeslagen indicatiecircus. Niemand hoeft zijn chronische ziekte of beperking meer
periodiek aan te tonen.» Kan de Minister aangeven wat mensen, onder welke wet zij
ook vallen, precies van de Minister kunnen gaan verwachten op dit punt en wanneer?
Voorzitter. Een aantal collega's noemden het al: er zijn een aantal organisaties,
waaronder Metgezel en het ZEVMB-kenniscentrum, die zich zorgen maken over het nieuwe
conceptbeleidskader van de meerzorg bij een pgb. Want volgens hen biedt het onvoldoende
waarborgen. Zij zien risico's op rechtsongelijkheid voor cliënten, overschrijding
van bevoegdheden en onvoldoende borging van maatwerk. Herkent de Minister deze signalen?
Kan zij op ieder van deze signalen afzonderlijk ingaan?
Voorzitter. Dan een aantal vragen. Ik realiseer me dat ik een beetje van de hak op
de tak spring, maar er stond echt een veelvoud aan onderwerpen op de agenda vandaag.
Ik heb een aantal vragen over een aantal specifieke aanbieders: De Trans, Fokus en
Villa ExpertCare. Ik begin bij De Trans. Kan de Minister een update geven van de situatie
bij De Trans, en dan natuurlijk in het bijzonder over het welzijn van alle bewoners?
De overdracht zou per 1 januari van dit jaar plaatsvinden. Dat is alweer even geleden,
dus graag een stand van zaken.
Voorzitter. Dan Fokus. In het onafhankelijke rapport dat is opgesteld met betrekking
tot Fokus kwam naar voren dat er sprake is van sociale onveiligheid. Kan de Minister
iets vertellen over hoe het nu gaat? Er zijn een aantal verbetermaatregelen genomen.
Krijgt Fokus of uw ministerie nog steeds meldingen over sociale onveiligheid? Kan
de Minister iets vertellen over het vervolg? Want wie controleert nu eigenlijk of
er echt sprake is van verbetering?
Voorzitter. Mevrouw Westerveld had het al uitgebreid over Villa ExpertCare. Ik was
in de veronderstelling dat de Minister in de brief van vanochtend met een update zou
komen. Volgens mij staat het er niet in, of ik heb het niet goed gelezen. Ik dacht
dat zij de signalen zou controleren die vorige week in het debat zijn doorgegeven
en dat ze in ieder geval zou nagaan wat nu exact de stand van zaken is. Ik lees daar
niets over terug. Ik zie de Minister knikken, dus ik verwacht dat zij daar zo uitgebreid
op terugkomt. Ik zou heel graag willen weten voor hoeveel kinderen de zorg nu goed
geregeld is, hoeveel kinderen en ouders nog steeds in onzekerheid verkeren en welke
rol zij voor zichzelf ziet. 31 maart nadert namelijk met rasse schreden. Ik hoop dat
zij afstapt van de afwachtende houding.
Voorzitter. Afrondend heb ik nog een aantal vragen. Hoe staat het met de uitvoering
van de aangenomen motie-Thiadens/Krul over verwisselbare pedaalverhogers voor mensen
met dwerggroei? Wat doet de Minister eigenlijk om de langdurige zorg klaar te maken
voor crises, om specifiek de langdurige zorg weerbaar te maken? Het gaat natuurlijk
vaak over de ziekenhuizen, maar ik denk dat het een terecht punt is om ook te kijken
in hoeverre de langdurige zorg, zoals ouderenzorg en gehandicaptenzorg, klaar is voor
een eventuele crisis en wat de Minister nog kan doen om de zorg daarin te ondersteunen.
Voorzitter. Mevrouw Synhaeve zei al even dat mee kunnen doen op jonge leeftijd begint,
bijvoorbeeld in de speeltuinen. Jantje Beton heeft de ambitie om in iedere gemeente
minimaal één inclusieve speelplek te realiseren. Daarvoor is geld nodig. Is de Minister
bereid om met Jantje Beton in gesprek te gaan over het geven van aanvullende financiering?
Voorzitter, helemaal tot slot. Ik sluit eigenlijk af waarmee ik begon en waarmee alle
collega's hier begonnen, namelijk met een woord van dank aan alle mensen hier op de
tribune, mensen elders in het gebouw en mensen die de livestream volgen, voor het
geduld om naar mij en een aantal voorgaande sprekers te luisteren. Natuurlijk sluit
ik ook af met een oproep aan de Minister om de bezuinigingen te schrappen. Kom tot
inkeer, zou ik zeggen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank aan mevrouw Maeijer voor haar inbreng. Dan vervolgen we met de inbreng van mevrouw
Wendel.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dank, voorzitter. Waarmee mevrouw Maeijer bijna eindigde, zou ik willen starten, namelijk
een dankwoord aan iedereen hier. Volgens mij geeft de aandacht die er voor dit onderwerp
is des te meer aan met hoeveel passie mensen in de zorgsector werken en met hoeveel
passie mensen met elkaar iedere dag hun stinkende best doen om het te verbeteren.
Allereerst dank daarvoor.
Voorzitter. Voor de VVD is het belangrijk dat iedereen zo veel mogelijk kan meedoen
in de maatschappij, met of zonder beperking. We vinden het belangrijk om te kijken
naar wat mensen wél kunnen, in plaats van te focussen op wat mensen niet kunnen. We
stellen niet de beperking, maar de talenten centraal. We zetten mensen in hun kracht.
Mensen met een beperking verdienen het om niet slechts verzorgd te worden, maar om
een zo compleet mogelijk leven te kunnen leiden. We moeten iedereen in staat stellen
zijn of haar talenten zo veel mogelijk te ontwikkelen. We kijken wat nodig is om ervoor
te zorgen dat iemand optimaal van het leven kan genieten. Wat is er nodig om iemand
met een beperking vrij en zelfstandig te laten leven? Mensen met een beperking moeten
zo veel mogelijk kunnen werken, reizen, sporten en recreëren.
De VVD kiest ervoor om deze mensen te ondersteunen, niet door de regie over te nemen,
maar door aan te vullen waar dat nodig is. Zo stellen we mensen in staat om hun eigen
keuzes te maken. Daarvoor is wel een verandering in denken noodzakelijk. Vroeger keken
we naar wat iemand individueel nodig had om mee te kunnen doen. We keken dus naar
de beperking. Inmiddels werken we toe naar een inclusieve samenleving. We moeten ervoor
zorgen dat de algemene voorzieningen geschikt zijn voor iedereen. Zo kunnen ook mensen
met een beperking gebruikmaken van deze voorzieningen. Denk aan een theater, bibliotheek
of sporthal. Dit hebben we afgesproken in het VN-verdrag Handicap. Het is dan ook
belangrijk dat deze wordt uitgevoerd.
Toegankelijkheid van gebouwen moet ook voor mensen met een beperking de normaalste
zaak van de wereld zijn. Dat is het helaas nog steeds niet. Ik vind het belangrijk
dat zij voordat zij naar een publiek gebouw gaan, niet hoeven uit te zoeken of dit
wel toegankelijk is. Mensen moeten niet zenuwachtig hoeven zijn over of het allemaal
wel gaat lukken. De drempels moeten de gebouwen uit en de liften de gebouwen in. Die
liften moeten dan ook vertellen waar je bent. Het klinkt zo logisch, maar vanzelfsprekend
is het helaas nog niet. Dat zien we ook vandaag hier in de Tweede Kamer. Als we ergens
het goede voorbeeld zouden moeten geven, dan is dat hier.
De VVD hecht er waarde aan dat ervaringsdeskundigen altijd betrokken worden bij renovatie
of nieuwbouw. Zij weten immers precies wat belangrijk is en wat echt niet vergeten
mag worden. Wij pleiten dan ook voor een toegankelijkheidslabel voor overheidsgebouwen.
Als we willen dat iedereen volwaardig kan meedoen in de samenleving, dan moet de toegankelijkheid
gewoon echt op orde zijn. Het is aan de overheid om het goede voorbeeld te geven.
Zo zetten we de norm. Mensen met een beperking worden daardoor minder afhankelijk
van de overheid en bepalen zelf hoe zij hun leven inrichten. Mijn collega Daan de
Kort heeft op 3 april 2024 van de toenmalige Minister al de toezegging gekregen dat
zij samen met ervaringsdeskundigen zou kijken of er een toegankelijkheidslabel voor publieke gebouwen uitgewerkt kon worden. Ik wil deze Minister vragen
wat de stand van zaken hiervan is.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik deel de mooie woorden over toegankelijkheid. We doen het in Nederland helemaal
niet goed. Dat heeft de VN-commissie die ons controleerde anderhalf jaar geleden ook
heel duidelijk gezegd. Die commissie zegt dat er meer moet gebeuren, want we houden
ons niet aan dat VN-verdrag. Iedereen is het ermee eens dat het VN-verdrag moet worden
uitgevoerd. Mijn vraag is hoe de VVD dat wil doen als er nul euro voor gereserveerd
staat.
Mevrouw Wendel (VVD):
Juist omdat wij dat zo belangrijk vinden, hebben we het expliciet opgenomen in het
coalitieakkoord. Wat mij betreft mag daar namelijk geen twijfel over bestaan. Hoe
willen we dat gaan doen? Wat mij betreft is het VN-verdrag Handicap niet alleen voor
VWS. Volgens mij is het iets wat iedere dag in ieder beleidsterrein doorwerkt. Volgens
mij zou het dan ook bijzonder zijn om daar expliciet bij VWS geld voor vrij te maken.
Wij vinden het bijvoorbeeld belangrijk dat wat er gebeurt bij publieke gebouwen op
een inclusieve manier gebeurt. Daar is geen discussie over mogelijk.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik vind dit hele mooie woorden van mevrouw Wendel, maar om ergens te komen – u noemt
bijvoorbeeld de bibliotheek en de sportvereniging – is zo'n pgb juist hartstikke belangrijk
om mee te kunnen doen in de samenleving. Hoe ziet mevrouw Wendel dat dan als het pgb
op de tocht staat?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat mevrouw Ten Hove hier een goed punt aansnijdt. Ik zou dat graag tweeledig
willen beantwoorden. Allereerst wil ik ingaan op dat een pgb nodig is om daar te komen.
Voor een deel van de mensen is dat 100%, helemaal waar. De VVD wil ernaartoe dat we
de openbare ruimte zo toegankelijk maken dat niet meer iedereen individueel iets nodig
heeft om daar te komen, maar dat het voor iedereen mogelijk is om daar te komen.
Als tweede het persoonsgebonden budget. Ik heb daar de afgelopen tijd ook veel vragen
over gekregen, omdat het persoonsgebonden budget juist door de VVD in het leven geroepen
is. In het coalitieakkoord staat er misschien een te kort zinnetje over, zou ik willen
zeggen. Ik kijk even naar de voorzitter. Deze vraag zou ik graag iets uitgebreider
willen beantwoorden; dan zal ik op de rest van de vragen bondig ingaan. Bij dezen
alvast een belofte. Het persoonsgebonden budget is voor heel veel mensen 100% noodzakelijk
om mee te kunnen doen in de samenleving. Daarom vindt de VVD het ook belangrijk dat
het pgb houdbaar blijft. Hoe willen we dat doen? Door terug te gaan naar de essentie
waarmee het pgb ooit in het leven geroepen is. Wat ons betreft is het bedoeld voor
mensen die onder eigen regie hun eigen zorg kunnen inkopen. Op die manier kunnen zij
dan meedoen in de samenleving. Dat betekent dat we inderdaad zorg in natura voorliggend
maken voor de mensen voor wie wat prima voldoende is om de zorg in te kunnen richten,
maar dat betekent tegelijkertijd ook dat bij de mensen voor wie zorg in natura niet
voldoende is het pgb gewoon beschikbaar blijft, zodat mensen regie over hun eigen
leven kunnen voeren.
De voorzitter:
Ik kijk heel even met een schuin oog naar mevrouw Maeijer. Had u een interruptie?
Ik zag uw hand. Nee? Oké. Dan geef ik het woord aan mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil even terug naar het VN-verdrag Handicap. De VVD heeft goed uitgelegd waarom
zij het VN-verdrag Handicap belangrijk vindt, maar volgens mij was de vraag: hoe gaan
we dat VN-verdrag Handicap uitvoeren als daar nul euro voor is vrijgemaakt? Op die
vraag heeft u nog geen antwoord gegeven. Ik zou toch wel willen weten wat uw ideeën
zijn over hoe dit kan gebeuren zonder dat er geld voor is vrijgemaakt.
Mevrouw Wendel (VVD):
De constatering dat ik die vraag niet beantwoord heb, deel ik niet met mevrouw Dobbe.
Volgens mij heb ik juist uitgelegd dat het wat ons betreft niet iets is wat alleen
bij VWS ligt, waardoor we er niet slechts bij VWS een potje voor vrijmaken. Het werkt
in alle beleidsterreinen door.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Daar ging mijn vraag slash irritatie een beetje over. In de ideale wereld werkt dit
natuurlijk zo. Bij VWS hebben we het over het VN-verdrag Handicap en vervolgens gaat
de bewindspersoon bij al haar collega's langs en zegt: nou, kom maar met het geld,
want we gaan het op alle domeinen uitvoeren. Nu heb ik een klein beetje ervaring hiermee
en dat werkt niet altijd zo, kan ik u vertellen. Maar kunnen wij mevrouw Wendel er
dan op aanspreken dat er in alle begrotingen waar de levensdomeinen aan de orde komen
een potje met geld te vinden is waar de coördinerend bewindspersoon op VWS naar kan
verwijzen als zijnde voor het VN-verdrag Handicap? Ik hoor u namelijk zeggen dat het
niet alleen van de VWS-begroting af moet komen.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik vind dat het VN-verdrag Handicap niet iets is wat er nog even bij hoort en wat
een apart potje is dat ernaast hoort. Wat mij betreft is het VN-verdrag Handicap verweven
in alles wat we iedere dag, iedere minuut, in ons beleid doen. Dat betekent dat in
al onze begrotingen het VN-verdrag Handicap met een groot uitroepteken een aandachtspunt
is.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voor mij is de conclusie gewoon dat die potjes met geld er dus eigenlijk nergens zijn.
Dat is denk ik concluderend wat ik hier hoor.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik heb geen vraag gehoord, maar ik wil wel het volgende zeggen. Ik begrijp kritiek
op een coalitieakkoord. Als andere partijen aan tafel hadden gezeten, zouden ze wellicht
uiteraard andere keuzes maken. Tegelijkertijd vind ik het volgende wel lastig. Wij
schrijven expliciet op dat wij echt veel waarde hechten aan het VN-verdrag Handicap
en dat wij willen gaan kijken naar wat mensen wél kunnen en naar hoe we met elkaar
kunnen samenleven, met of zonder beperking. Dan kun je kijken naar wat je zelf anders
zou hebben opgeschreven, maar je kunt ook zeggen: fijn dat deze coalitie zo veel waarde
hecht aan het VN-verdrag Handicap; we trekken de komende jaren samen op.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik vind dit antwoord wel een beetje de wereld op zijn kop, want juist doordat de VVD
en anderen ervoor hebben gekozen om het op te schrijven, is de verwachting natuurlijk
dat er dan ook boter bij de vis komt. Dat is de reden waarom de collega's hier mevrouw
Wendel en anderen hierop bevragen, van: hoe zit dat dan?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat ik in herhaling val als ik hier nog een keer op inga.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik begin me nu aan de beantwoording te irriteren. Wij constateren met een aantal collega's
dat er een heel mooie zin in het coalitieakkoord staat over het uitvoeren van het
verdrag. Dan vind ik het logisch dat wij aan de coalitiepartijen, aan de VVD, vragen:
«Hoe dan en met welk geld dan? U heeft mooi opgeschreven dat alle gebouwen toegankelijk
moeten zijn, maar hoe gaat u dat dan doen?» En dan zegt u: ja, maar we hebben het
zo mooi opgeschreven. Zo werkt het natuurlijk niet. Als jullie dit opschrijven, willen
wij graag weten hoe jullie dit gaan doen. Dan hebben we helemaal niets aan woorden
als: weest u maar blij dat we dit hebben opgeschreven. Wij kijken dan namelijk ook
naar de financiële bijlage, waarin we gewoon zien dat die mooie woorden niet worden
gehaald. Dát is hier het punt. Datzelfde geldt voor het pgb. Als de VVD zegt het pgb
juist zo belangrijk te vinden, kan de VVD toch niet voor mensen besluiten dat het
pgb ingekort wordt? Het gaat hier om regie. Laat die regie dan bij mensen. Mijn vraag
is dus: hoe rijmt u die mooie woorden met wat u vervolgens gaat doen?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik ben in mijn spreektekst ook ingegaan op bijvoorbeeld publieke gebouwen, die wij
toegankelijk willen maken als er gerenoveerd wordt of als er nieuw gebouwd wordt.
Daarbij moet het VN-verdrag Handicap aandacht hebben, zodat dat op een goede en inclusieve
manier gebeurt. Ik zie gewoon niet in waarom ik daarvoor een apart potje met geld
zou moeten reserveren, want – om het even plat te slaan – als je een nieuw gebouw
bouwt, zorg je dat het op een inclusieve manier gebeurt. Ik zie niet in waarom je
dan specifiek zou moeten opschrijven: we moeten naast deze renovatie nog geld vrijmaken
voor het VN-verdrag Handicap. Dat is namelijk al het uitgangspunt waarmee we bouwen.
We bouwen volgens het VN-verdrag Handicap.
De voorzitter:
Dan mag mevrouw Wendel ... Nee, eerst mevrouw Westerveld nog. En een kleine herinnering
aan iedereen om via de voorzitter te spreken.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Neem het renoveren en toegankelijk maken van schoolgebouwen. Natuurlijk kost het geld
als je gangen moet verbreden. Natuurlijk kost het geld als je instappen bij bushokjes
moet ophogen of moet verlagen zodat mensen met een rolstoel erdoor kunnen. Natuurlijk
kost het geld als je liften moet maken in gebouwen, die er nog niet in zaten omdat
het gebouw uit de jaren dertig komt. Natuurlijk kost het geld als je in winkels bijvoorbeeld
moet zorgen dat bepaalde kassa's wat lager zijn zodat iedereen erbij kan. Dat zijn
allemaal voorbeelden die niet gratis zijn. Die kosten gewoon geld. Dan moet je óf
zeggen «we houden ons aan het VN-verdrag, we gaan leveren en we zorgen dat scholen
en andere aanbieders van publieke voorzieningen, zoals zorginstellingen en winkeliers,
dit allemaal kunnen doen», óf zeggen «nee, we vinden het niet zo belangrijk; we moedigen
ertoe aan om het VN-verdrag na te komen maar we gaan er niks voor leveren». Het is
óf a, óf b. De reden waarom ik zo geïrriteerd raak – dat hoort u ook – is dat we de
hele tijd horen «we gaan het doen», maar we vervolgens gewoon weten dat er niet geleverd
gaat worden. Dat is hier het grote punt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik denk dat ik helder heb gemaakt hoe ik hiernaar kijk. Wat mevrouw Westerveld en
ik, en vele anderen hier overigens, met elkaar delen, is dat we het VN-verdrag Handicap
belangrijk vinden en dat we vinden dat dit moet worden uitgevoerd. Ik stel dus voor
dat we de komende jaren samen optrekken om ervoor te zorgen dat dit ook gebeurt.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik wil toch nog even terugkomen op het punt van het pgb. Wij hebben vorige week bij
de begroting een motie ingediend waarvan het dictum luidt: verzoekt de regering niet
te tornen aan de keuzevrijheid voor het pgb. Ik hoorde mevrouw Wendel zonet eigenlijk
zeggen: dat gebeurt ook niet; we gaan er gewoon wat beter naar kijken. Kan ik dan
verwachten dat zij de VVD-fractie zal adviseren om die motie te steunen? Dat is dan
namelijk precies wat u wilt.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik ga nu niet in op wat wij morgen al dan niet gaan stemmen. Dat zult u morgen horen.
Wat u mij wel hoort zeggen, is dat wij het belangrijk vinden dat het pgb beschikbaar
is en blijft in de toekomst voor de mensen voor wie dat hard nodig is. Mensen kunnen
dan onder eigen regie hun zorg inkopen om er op die manier voor te zorgen dat ze goed
kunnen meedoen in de samenleving. Dat betekent dus ook dat wij het eerlijke verhaal
vertellen. Bij mensen voor wie zorg in natura prima zal volstaan, zal dat voorliggend
worden. Ik heb de afgelopen tijd ook bezorgde mensen op de lijn gehad die zeggen dat
zij dankzij hun pgb kunnen werken en zaken daarnaast kunnen doen en willen weten of
zij dat kwijtraken. U zal de VVD absoluut aan uw zijde vinden als wij zeggen dat juist
voor die mensen het pgb bedoeld is.
De voorzitter:
Dit is uw laatste interruptie, mevrouw Maeijer, in de eerste termijn dan; maakt u
zich geen zorgen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan wacht ik nog even.
De voorzitter:
Mevrouw Wendel, vervolgt u uw inbreng.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Investeren in toegankelijkheid is niet alleen goed voor mensen met een
beperking die daardoor mee kunnen doen in de samenleving, het is goed voor iedereen.
Het is een win-win. Het College voor de Rechten van de Mens is de nationale toezichthouder
op de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. In de monitor uit 2025 concludeert het
college dat er weinig tot geen aandacht is voor de grondbeginselen participatie, autonomie
en toegankelijkheid. Ik wil de Minister vragen hoe zij ervoor gaat zorgen dat deze
grondbeginselen vanaf nu wel degelijk onderdeel zijn van iedere stap die wordt gezet
op weg naar een inclusieve samenleving. Het zijn immers randvoorwaarden voor vrijheid,
zelfstandigheid en het kunnen leiden van een spontaan leven. Dat zijn zaken die mij
als liberaal natuurlijk aan het hart gaan. De focus op wat iemand wel kan in plaats
van op wat iemand niet kan, is niet alleen belangrijk voor mensen met een beperking.
Het maakt ook de zorg beter en het voorkomt dat steeds meer zorgmedewerkers nodig
zijn. Dat is belangrijk aangezien we een groot tekort hebben aan zorgmedewerkers.
Om ervoor te zorgen dat we er ook in de toekomst kunnen zijn voor de mensen die dat
het hardst nodig hebben, moeten we een oplossing vinden voor het personeelstekort.
Dat start bij het behouden van zorgmedewerkers die dag in, dag uit met alles wat ze
in zich hebben zorg verlenen. Natuurlijk moet dat ook door het werven van nieuwe collega's.
De VVD denkt dat innovatie ook een deel van de oplossing kan zijn. Ik wil de Minister
vragen welke innovaties zij momenteel al ziet om het personeelstekort te verminderen.
Hoe kan innovatie ervoor zorgen dat zorgbehoevenden de aandacht krijgen die zij nodig
hebben? Daarnaast wil ik nogmaals aandacht vragen voor het verminderen van de administratieve
lasten in de zorg. Volgens mij kan dat niet vaak genoeg gezegd worden.
Voorzitter. Dan de indicatiestelling van de gehandicaptenzorg. Voor een deel van de
mensen die heel intensieve begeleiding, behandeling en verzorging nodig hebben vanwege
ernstige psychische en/of gedragsproblemen bleek de VG7-indicatie, die bedoeld is
om zorg te vergoeden voor cliënten die de meeste zorg nodig hebben, niet passend te
zijn. De bekostiging van deze zorg bleek op onderdelen niet goed aan te sluiten bij
de zorg die een deel van de mensen met een VG7-indicatie nodig heeft. Het kan en mag
niet zo zijn dat er geen passende zorg beschikbaar is voor mensen met een complexe
zorgvraag. Het gaat immers om mensen die afhankelijk zijn van deze passende zorg en
ondersteuning. De VVD vindt het dan ook goed dat er sinds 1 januari van dit jaar een
differentiatie is aangebracht tussen de VG7- en de VG7+-indicatie. Ik wil de Minister
vragen of zij al beeld heeft bij hoe dit in de eerste twee maanden gaat. Heeft de
Minister al eerste resultaten? Levert dit op wat de Minister had verwacht? Kunnen
we er door deze differentiatie zijn voor de mensen die dit het hardste nodig hebben?
Als de Minister nog geen antwoord heeft op deze vragen, is dit in ieder geval een
vriendelijk doch dringend verzoek om ons hiervan echt heel nauw op de hoogte te houden.
Tot slot, voorzitter, wil ik stilstaan bij de ondersteuning van mensen met een beperking
bij hun werk. De VVD vindt dat aan het werk gaan dé manier is om optimaal mee te kunnen
doen in de samenleving, of je nou een beperking hebt of niet. De overheid moet dit
ondersteunen. Daarom is het ook belangrijk dat het aanvraagproces voor werkvoorzieningen
bij werkgevers gemakkelijk en snel is. Het aanvragen van hulpmiddelen moet ook eenvoudiger
worden. De VVD pleit voor minder papierwerk: sneller aan de slag. Kan de Minister
toezeggen hiermee aan de slag te gaan?
Afsluitend, voorzitter. De VVD wil iedereen in zijn of haar kracht zetten. Wij streven
naar een inclusieve samenleving waarin we mensen zo veel mogelijk ondersteunen om
zo veel mogelijk uit het leven te kunnen halen, om mee te kunnen doen, te kunnen werken,
sporten en recreëren. Mensen met een complexe zorgbehoefte moeten passende zorg kunnen
krijgen.
Dank u wel.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag, aansluitend op het laatste punt. Wat vindt de VVD er dan van dat
juist door deze bezuinigingen een heel aantal ouders van kinderen met een meervoudige
beperking zeggen: ik moet straks thuisblijven om beter voor mijn kind te zorgen? Sommigen
moeten dat nu al. Wat vindt de VVD ervan dat er nou zulke forse bezuinigingen zijn
op de sociale zekerheid dat heel veel mensen niet meer deel kunnen nemen aan het dagelijks
leven, niet meer kunnen sporten en recreëren of zelfs niet meer naar hun werk kunnen,
omdat er aan de andere kant keihard bezuinigd wordt? Zijn dat volgens de VVD niet
twee zaken om onmiddellijk uit het coalitieakkoord te schrappen, juist om te doen
wat mevrouw Wendel in haar laatste woorden zegt?
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik begrijp dat maatregelen uit het coalitieakkoord impact hebben. Het is toch een
harde boodschap, hoewel de tekst relatief kort is, omdat de Minister natuurlijk nog
samen met het veld in overleg gaat over de vraag hoe we dit het beste kunnen doen.
Tegelijkertijd zijn deze maatregelen er natuurlijk op gericht om ervoor te zorgen
dat we zorg kunnen bieden aan de mensen die die het hardst nodig hebben en om ervoor
te zorgen dat we het schaarse personeel – die schaarste hebben we nu eenmaal – verdelen
op zo'n manier dat juist de mensen die de zorg het hardst nodig hebben, die zorg nu
en in de toekomst ook krijgen.
De voorzitter:
U heeft nog één interruptie, mevrouw Westerveld. Wilt u die gebruiken?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ja. Mijn tweede punt ging over de bezuinigingen op de sociale zekerheid. Die raken
ook heel veel mensen. De hele tijd ligt de nadruk erop dat mensen aan het werk moeten.
Heel veel mensen willen aan het werk, maar kunnen dat niet. Als ze vervolgens afgekeurd
worden, raakt dat hen keihard in hun portemonnee, omdat de VVD met andere partijen
ook bezuinigingen heeft voorgesteld op de sociale zekerheid. Hoe rijmt de VVD dat
nou met de mooie woorden van zojuist?
Mevrouw Wendel (VVD):
Het zijn heel veel vragen in een korte tijd en dat begrijp ik. Wij rijmen dat als
volgt. Wij zien dat er zowel in de sociale zekerheid als in de zorg hervormingen nodig
zijn om te zorgen dat we er ook in de toekomst voor mensen kunnen zijn. Dat is waar
alles wat wij doen, op gericht is.
De voorzitter:
Dank aan mevrouw Wendel voor haar inbreng. We dachten dat u in de goede volgorde zat,
maar de heer Van Houwelingen is toch eerst in de officiële volgorde en niet mevrouw
Tijmstra; daar gaat ons plan van vanmorgen! Ik nodig de heer Van Houwelingen dus uit
voor zijn bijdrage.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Wat een verrassing!
Ik begin positief: ik denk dat er met mensen met een handicap in onze samenleving
op allerlei manieren meer rekening wordt gehouden in vergelijking met 20, 30 jaar
geleden. Dat is een goede zaak. Het kan natuurlijk altijd beter, zoals terecht werd
opgemerkt door een aantal ambtsgenoten. Ik begrijp bijvoorbeeld dat er maar twee rolstoelen
deze zaal in kunnen. Het zou misschien mooi zijn om in ieder geval één commissiezaal
dusdanig in te richten dat er bij dit soort debatten meer mensen aanwezig kunnen zijn.
Misschien kan daar een motie voor worden ingediend.
Het kan ook op allerlei andere manieren, zoals ik heb doorkregen van Ieder(in), de
belangenorganisatie voor mensen met een handicap, die hier vandaag zit. Het werd net
ook al genoemd: het gaat om kleine dingen. In Frankrijk is het gebruikelijk dat een
grote supermarkt ook lage kassa's heeft, waar mensen met een rolstoel bijvoorbeeld
zelf kunnen afrekenen. Speeltuinen zijn bij ons vaak blijkbaar niet toegankelijk voor
kinderen met een handicap. Denk daarbij ook aan speeltoestellen, bijvoorbeeld een
schommel met een bakje waar kinderen met een handicap makkelijk in kunnen. Het kan
dus altijd beter, maar dat is goed aan het gaan.
Voorzitter. We zijn ook voorstander van de beleidsmatige verandering die al tien jaar
geleden is ingezet, namelijk dat de samenleving, dus familie en vrienden, meer betrokken
wordt bij de zorg. Dat hebben we natuurlijk gezien met de Wmo. Dat is op zich een
goede zaak, maar familie, vrienden en de samenleving kunnen natuurlijk niet alles.
Je houdt zorgvragen over waarbij ondersteuning nodig is. Een heel groot deel van het
debat gaat er natuurlijk al over, maar daarop gaat bezuinigd worden, en best zwaar
ook: op z'n minst een half miljard in 2030. Daar komen de algemene bezuinigingen nog
bij. Die zullen mensen met een handicap extra zwaar treffen, denk ik. Dan heb ik het
dus over de eigen bijdrage in de zorg die omhooggaat, de wijkverpleging waar je een
eigen bijdrage voor moet gaan betalen en de kosten die je waarschijnlijk niet meer
van de belastingen af kan trekken. Dat zal mensen met een handicap extra zwaar treffen.
Dat vinden wij gewoon heel droef. Dat is eigenlijk mijn hoofdboodschap in dit debat.
Het is terecht al een paar keer naar voren gekomen: elk dubbeltje in de zorg wordt
volgens mij wel tien keer omgedraaid. De tarieven zijn inmiddels zo laag dat zorginstellingen
omvallen. Het voorbeeld van ExpertCare is al een paar keer genoemd. Volgens mij kan
daar eigenlijk bijna niks meer uit geperst worden. Ondertussen worden door dit kabinet
tientallen miljarden verspild, verbrand, weggegooid aan – ik kan het niet anders zeggen –
globalistische hobby's zoals steun voor Oekraïne en massamigratie, die ons 20 miljard
per jaar kost. Dat vindt Forum voor Democratie zo wrang. Daar heeft onze fractievoorzitter,
mevrouw De Vos, terecht een groot punt van gemaakt. Ook noem ik natuurlijk het krankzinnige
klimaatbeleid, waar geen enkel Nederlands belang mee gediend is. Ik heb het net naar
voren gebracht: dat geld, bijvoorbeeld die 19 miljard voor Defensie, moet ergens vandaan
komen. Het gaat echt om tientallen miljarden. Per jaar wordt gewoon minstens 50 miljard euro
weggegooid. Dat komt dus ook, onvermijdelijk, bij de zorg en de sociale zekerheid
vandaan. Daar worden de duimschroeven dus aangedraaid. Dat is wat dit kabinet gaat
doen. Politiek is keuzes maken. Nou, die keuzes worden dus gemaakt. Daar hebben wij
dus een heel groot probleem mee.
Een ander zorgelijk punt, dat ook al een paar keer is genoemd, is het pgb. Maak uzelf
geen illusies: ze hebben het echt gemunt op het pgb. Naturazorg komt dus voor te liggen.
Waarom is dat het geval? Kijk, het pgb heeft natuurlijk zijn beperkingen. Je kunt
ermee frauderen en het vergt een hele administratie. Het is niet voor iedereen weggelegd,
maar het mooie van het pgb is dat het de keuzevrijheid en de macht bij het individu
legt, bij de Nederlandse burger. Daarom is Forum voor Democratie daar ook zo'n groot
voorstander van. Die burger kan daarmee zelf zijn eigen zorg inrichten. Dat vinden
ze natuurlijk maar wat vervelend. Waarom? Toevallig – nou, niet helemaal toevallig –
was ik vrijdag op bezoek bij een jeugdzorginstelling. Je ziet dat de kleine instellingen
steeds meer uit de markt worden gedrukt. Dat zal ongetwijfeld ook bij de gehandicaptenzorg
zo zijn. We zullen toegaan naar alleen maar gecontracteerde zorg. Voor die instellingen
wordt het dus heel moeilijk om met een zorgverzekeraar een contract af te sluiten.
Dat zie je overal gebeuren, maar ook bij de gemeenten. Zij leveren vaak goede zorg,
waar u als individuele consument, zeg ik via de voorzitter, blij mee bent. Die kunnen
die zorg dus niet meer leveren. Zij worden uit de markt ... Het is een soort kartel,
hè? Op gemeenteniveau zijn er allemaal mensen die elkaar de bal toeschuiven. Het is
zoals het in de politiek ook gebeurt en zoals het overal gebeurt. Je zult nergens
een burgemeester van Forum voor Democratie aantreffen, want die zit gewoon niet in
die carrousel. Het pgb stelt ons in staat om daarbuiten te treden, want dan kun je
zelf je zorg kiezen. Daar gaat nu op bezuinigd worden en dat vinden wij dus een hele
kwalijke zaak. Mijn eerste vraag aan de Minister is: kan zij waarborgen dat de keuzevrijheid
van mensen met een pgb in toekomstige wetgeving onaangetast blijft? Ik vermoed dat
dat niet geval is; dan zullen wij daarover met een motie komen.
Een ander heikel punt bij de bezuinigingen is dat steeds meer instellingen omvallen,
omdat de tarieven die worden vastgesteld veel te laag zijn. Dat is terecht al een
paar keer genoemd. Dat geldt bijvoorbeeld voor ExpertCare, die de zorgvilla's voor
mensen met een handicap heeft moeten sluiten. Maar dat is eerder gebeurd, hè? Ik begrijp
dat dit ook is gebeurd met Villa Vivre in Goirle. Misschien zegt dat wat. Zij hebben
ook moeten sluiten. Ik noem verder De Groene Burcht in Capelle aan den IJssel. Je
ziet het hier weer: elk dubbeltje wordt tien keer omgedraaid. Inmiddels is de grens
zó laag gelegd, dat instellingen maar sluiten. En wie is dan de klos? Dat zijn natuurlijk
de mensen met een handicap of ouders die een kind hebben met een handicap. Zij kunnen
nergens meer naartoe, want de instellingen verdwijnen. Dat is ook een vraag die ik
aan de Minister stel: hoe staat het nou met de zware indicatie VG7? Hoeveel mensen
staan op die wachtlijsten? Daar ben ik ook wel benieuwd naar. Gaan die toenemen als
die instellingen straks omvallen? Dan krijg je dus geen zorg meer. Er is dan wel zorgplicht,
maar dan is er geen aanbod meer omdat de vastgestelde tarieven te laag zijn.
Voorzitter, hierover wil ik nog een aanvullende opmerking maken. Als we spreken over
bezuinigingen, gaat het natuurlijk ook over de bezuinigingen van de vorige kabinetten.
Het is al een paar keer genoemd. Die zijn al twee keer controversieel verklaard, maar
staan nog gewoon op de begroting voor volgend jaar. Het gaat om een bezuiniging in
2027 van 158 miljoen euro, oplopend tot 239 miljoen euro in 2030. Dit zijn dus alleen
nog maar de «oude» bezuinigingen. De Minister benadrukt in haar brief dat er in 2025
en 2026 extra geld bij is gekomen en dat de tarieven voor de organisaties die gehandicaptenzorg
leveren, daarmee nu kostendekkend zijn. Dat is al een paar keer genoemd. Is zij het
dan met ons eens dat de bezuiniging op die tarieven met honderden miljoenen euro's
er onherroepelijk toe leidt dat die tarieven niet meer kostendekkend zijn? Wij hebben
die vraag ook. Dat is ook bijna logisch, hè? Volgens mij trek ik nu een logische conclusie.
Hoe moeten deze organisaties straks zorg bieden als de vergoeding daarvoor lager is
dan de kosten die zij maken? In onze ogen rammelt de huidige onderbouwing daarvoor.
De voorganger van deze Minister gaf in een vorig debat over het gehandicaptenbeleid
aan dat zij van deze bezuiniging af wilde. Hoe denkt de Minister over de wenselijkheid
en de haalbaarheid van deze bezuiniging?
Voorzitter. Dan nog even kort over de nieuwe bezuinigingen die in het coalitieakkoord
staan, onder andere de bezuiniging van 1 miljard euro op de Wlz. De gehandicaptenzorg
is onderdeel van die langdurige zorg. Het is nog erg onduidelijk welk deel van die
1 miljard bij de gehandicaptenzorg terechtkomt en wat de onderbouwing van deze bezuiniging
is. Snapt de Minister dat deze onduidelijkheid funest is voor de gehandicaptenzorg,
die vaak al nauwelijks de eindjes aan elkaar kan knopen?
Ik ga naar een afronding toe, voorzitter, maar dat is gewoon de nasmaak die ik heb
bij dit hele debat. We gaan nu elk dubbeltje omdraaien in de gehandicaptenzorg om
miljarden op te hoesten. Er wordt in totaal dus 10 miljard bezuinigd op de zorg. Dat
gaat straks ook gebeuren bij de sociale zekerheid. Dat doen we voor een zinloze oorlog
in Oekraïne. Er worden miljarden verspild aan, in onze ogen, totaal onzinnig klimaatbeleid.
Alleen al de massa-immigratie kost volgens Jan van de Beek 20 miljard euro per jaar.
Wij zitten als Forum voor Democratie maar voor één entiteit in de wedstrijd: de Nederlandse
bevolking. Het enige wat mij kan schelen zijn de Nederlandse bevolking en het Nederlands
belang. Politiek is keuzes maken. Daarom vroeg ik het ook aan mevrouw Westerveld.
Wat mij betreft is het dus onbegrijpelijk dat dit soort afwegingen, die totaal niet
in het belang van de Nederlandse bevolking zijn, worden gemaakt. Wij doen dat anders.
Er komen ook verkiezingen aan op 18 maart, dus als u er ook zo over denkt, zou ik
zeggen: stem op Forum voor Democratie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Even een klein ordepunt: we hebben afgesproken dat we stemadviezen en dergelijke buiten
dit debat laten. Dank u wel.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Je bent in een debat echt vrij om een stemadvies te geven.
De voorzitter:
Volgens mij is het signaal duidelijk. Als er geen interrupties zijn, geef ik nu echt
het woord aan mevrouw Tijmstra voor haar bijdrage.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Mijn bijdrage zal zich richten op vier punten. Ik begin met
de brief – sinds vanmorgen zijn het brieven – van het kabinet. Die brieven gaan over
de financiën van de gehandicaptenzorg. Daarin worden ook een aantal kaders geschetst,
en daar wil het CDA graag op reageren en een aantal punten over meegeven. We zien
een aantal hele positieve punten. Er wordt rekening gehouden met de tijd die nodig
is om veranderingen in een sector goed door te voeren. Er wordt erop gelet dat er
geen langere wachtlijsten ontstaan en dat de druk op medewerkers niet verder oploopt.
Wat wij het allerbelangrijkste vinden, is dat de plannen uitgewerkt worden met de
mensen die zorg krijgen, hun naasten en zorgprofessionals, dus het hele veld. Ten
aanzien van dat laatste wil ik een punt meegeven aan de Minister: geef hierin ook
kinderen met een beperking een stem. De ervaring of je wel of niet mee kunt doen in
de samenleving begint vaak al op hele jonge leeftijd.
De plannen moeten nog verder worden uitgewerkt, en het CDA wil hiervoor een aantal
dingen meegeven. De complexiteit van zorgvragen groeit, terwijl het personeelstekort
aanhoudt. Hierdoor werken begeleiders regelmatig onderbezet en moeten er voortdurend
keuzes worden gemaakt tussen noodzakelijke taken. Ook in de gehandicaptenzorg is schaarste
aan personeel geen tijdelijk probleem, maar een structurele realiteit. Voor het CDA
is het daarom belangrijk dat het kabinet met de sector aan de slag gaat, niet vanuit
tarieven, maar vanuit de inhoudelijke verandering die nodig is om de zorgvraag in
de samenleving te verminderen. Je wilt dat mensen met en zonder beperking met elkaar
samenleven vanaf het eerste moment, dat kinderen met elkaar spelen en bij elkaar in
de klas zitten, en dat je niet apart of anders hoeft te zijn als je met een beperking
aan het werk gaat en een aanpassing nodig hebt, of op je eigen manier meedoet bij
een sportvereniging. Ieder mens telt en we hebben ieder mens nodig. Dat is voor het
CDA het uitgangspunt.
Het CDA wil dat bij de uitwerking van de plannen wordt ingezet op preventie, inclusie
en het anders organiseren van zorg en ondersteuning. Voorbeelden uit de praktijk en
onderzoek laten ook zien dat dat mogelijk is. Daarmee kunnen mensen met een beperking
langer en volwaardig meedoen in de samenleving, remmen we de groei van de complexe
zorgvraag en blijft er ruimte voor professionals om hun werk goed te kunnen doen.
Passende zorg moet beschikbaar blijven voor de mensen die dat nodig hebben, met een
hoop minder regels. Daar ben ik al uitgebreid op ingegaan tijdens het begrotingsdebat
van VWS.
De brief van de Minister van vorige week en de brief van vanmorgen roepen nog wel
wat vragen op. In de brief van vorige week staat dat het budget van de langdurige
zorg zal groeien naar 45,2 miljard in 2031, maar er staat ook dat dit bijna 1 miljard
minder is dan oorspronkelijk door het CPB was berekend. Om welke raming van het CPB
gaat het dan precies? Wat betekent dit dan, vraag ik aan de Minister. In hoeverre
slaat dit neer in de gehandicaptenzorg, of gaat dit vooral om de ouderenzorg?
In de brief van vanmorgen staat dat voor 2027 een alternatieve besparing wordt gezocht.
Wij denken ook dat dat goed is, omdat het tijd en ruimte geeft om echt tot een inhoudelijk
akkoord te komen. Mijn vraag is wel of die besparing dan wordt gevonden binnen de
begroting van de Wlz, binnen het VWS-domein of binnen de hele begroting. Ik hoop dat
daar een reactie op kan komen van de Minister.
Het tweede punt waar ik het over wil hebben, is het VN-verdrag.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker heeft een interruptie op het eerste punt, denk ik.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat klopt, voorzitter. Het is goed om te horen dat het CDA zegt: moeten we dit nou
wel zo doen? Dat is eigenlijk hoe ik de bijdrage van mevrouw Tijmstra beluister. Ik
wil dit graag iets preciezer hebben. Ziet dat voor het CDA op de nieuwe bezuiniging
ten aanzien van de Wlz en de gehandicaptenzorg, of ziet dat ook op de pijn, die collega
Synhaeve al verwoordde, in de coalitie ten aanzien van de tarieven in het basispad?
Ik denk dat het goed is om dat scherp te hebben, dus ik ben heel benieuwd hoe collega
Tijmstra dat ziet.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dat is een goeie vraag. Het CDA vindt het het allerbelangrijkst dat de Minister samen
met de sector aan de slag gaat vanuit de inhoudelijke lijn. We hebben namelijk gewoon
te maken met het feit dat er bezuinigingen staan vanuit vorige kabinetten. Het allerbelangrijkste
vind ik eigenlijk niet de discussie over het geld, maar de discussie over hoe je tot
een toekomstbestendige gehandicaptensector kunt komen, waarbij het personeel dat we
hebben, ook kan doen wat nodig is. Ik denk dat dat het gesprek is dat de komende tijd
gevoerd moet worden. Ik hoop ook dat de ruimte wordt gegeven om dat gesprek te voeren.
Ten aanzien van het punt van mevrouw Bikker zeg ik het volgende. De Minister heeft
zelf ook al in haar eerste brief aangegeven met de sector in gesprek te gaan om te
komen tot oplossingen. Daarin is ook het voorbeeld aangehaald van de aanpak van het
HLO, het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Wat ik wil meegeven, is om in gesprek te
gaan op de inhoudelijke lijn. Laten we dat dan ook even afwachten.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb in de voorbereiding van dit debat ook nog eens wat verkiezingsprogramma's gelezen,
niet alleen die van mezelf, maar juist ook die van andere partijen. Wat me opviel
bij het verkiezingsprogramma van het CDA, is de duidelijke tekst «zorg voor elkaar».
Dan denk ik: mooi, dat gaat goed. Vervolgens ben ik gaan zoeken wat er staat over
de gehandicaptenzorg. Er staan mooie woorden over het VN-verdrag Handicap, namelijk
dat de mobiliteit en de toegankelijkheid moeten groeien. Maar verder staat er eigenlijk
niks, behalve – toen ben ik verder gaan zoeken – bij de Wlz. Daar is de focus met
name op de ouderenzorg. Daardoor heb ik het beeld gekregen – ook als ik dat zo bekijk
bij D66 – dat er helemaal niet goed nagedacht is over wat deze maatregelen precies
betekenen voor de gehandicaptenzorg. Ik ben het heel erg eens met collega Tijmstra
dat de gehandicaptenzorg zeer toekomstbestendig moet zijn en worden, ook als mensen
ouder worden, ook als dat wat betekent voor de informele zorg. Maar als je dat debat
gaat voeren over de band van bezuinigingen, waar we allemaal weten dat juist deze
sector jarenlang achterliep, waar de cao's zelfs nog steeds achterlopen, waardoor
er een groot tekort is aan medewerkers, dan weten we ook dat als we dit pad ingaan,
het onwijs moeilijke gesprekken worden die vooral gaan over geld en niet over de inhoud.
Herkent collega Tijmstra die zorg? En als wij samen staan voor zorg voor elkaar – dat
is namelijk een christelijke waarde die we volgens mij delen – kunnen we dan ook eens
kijken hoe we het kunnen hebben over de inhoud en hoe we deze bezuinigingen op de
gehandicaptenzorg even zouden kunnen pauzeren? Of nog beter: die bezuinigingen niet
in de diepvries, maar gewoon eerst de boel op orde en dan pas kijken hoeveel geld
we daarbij ophalen. Hoe ziet collega Tijmstra dat?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik ben het voor een groot deel met mevrouw Bikker eens. Ik denk dat de Minister die
route ook al uitgestippeld heeft in haar beide brieven. Kijk, we hebben gewoon te
maken met eerdere bezuinigingen van voorgaande kabinetten. Daarvan zegt de Minister:
ik wil in gesprek met de sector om te kijken hoe we die op de beste manier kunnen
invullen. Ook staat er bij de Wlz het een en ander opgenomen waarvan nog helemaal
niet ingevuld is in welke sector dat landt. Wat ik belangrijk vind, is het volgende.
Het CDA wil de zorg – we hebben het vandaag over de ouderenzorg – op een toekomstbestendige
manier vormgeven. Wat mij zelf het meeste raakt in alle gesprekken die ik gevoerd
heb in de sector, is de krapte aan personeel die er nu al is. De bezuinigingen zijn
in 2026 nog niet ingegaan en tarieven zijn dit jaar op orde gebracht, maar ook nu
knelt het al aan alle kanten. Het belangrijkste vind ik dat we het gesprek gaan voeren
over de inhoud. Hoe kunnen we in gang zetten dat het volume niet nog sneller groeit,
omdat er niet genoeg mensen zijn om die zorg te verlenen? Natuurlijk betekent een
mindere groei van het zorgvolume ook dat je minder uitgeeft, maar allerbelangrijkste
vind ik dat we kijken naar het personeelstekort en ons daartoe gaan verhouden.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Dobbe en daarna aan meneer Van Houwelingen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ook hier volg ik de redenering «het knelt aan alle kanten, dus we halen maar geld
weg» niet. Die logica zie ik ook bij het CDA niet. Ik hoorde het CDA wel zeggen dat
zij een gehandicaptenzorg voor zich zien waarin personeel kan doen wat nodig is. Ook
wij zien dat graag voor ons. Het CDA wil het dan liever niet over geld hebben, maar
het gaat natuurlijk wel over geld. We hebben het vandaag over de begroting en over
de plannen van dit kabinet om geld weg te halen bij de gehandicaptenzorg. Het CDA
zegt dan dat zij het graag over de inhoud hebben. Dat is nu juist het probleem: een
deel van deze bezuinigingen is niet gebaseerd op inhoud, maar op hervormingen die
niet doorgaan. Dan is het dus gewoon een tariefkorting. Wat denkt het CDA dat een
tariefkorting doet met de gehandicaptenzorg, het personeel, de personeelskrapte, de
kwaliteit van zorg en de mensen die niet meer in de zorg kunnen blijven werken omdat
ze hun werk niet meer kunnen doen? Wat denkt het CDA dat dat doet met het personeelstekort
in de gehandicaptenzorg? Wij willen dat álle bezuinigingen op de gehandicaptenzorg
van tafel gaan, maar zou het niet fatsoenlijk zijn om in ieder geval die ongedekte
bezuinigingen, die niets meer zijn dan een tariefkorting, van tafel te halen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Zoals ik net in mijn betoog heb gezegd, kiest het CDA niet voor de route van tariefkortingen.
Het CDA kiest op de inhoud voor de route van hervormen. Die handreiking is ook gedaan,
om samen met de sector in gesprek te gaan over hoe je dat het beste kunt invullen.
Ik denk dat de totstandkoming van het HLO daar ook een voorbeeld van kan zijn. Ik
ben er ook van overtuigd dat het kan. Iedereen die ik spreek in de gehandicaptensector,
ook heel veel verpleegkundigen of andere uitvoerende begeleiders, komt zelf met ideeën
over hoe we het anders kunnen doen. Volgens mij moeten we daar gewoon snel mee aan
de slag gaan.
De voorzitter:
Eerst is het woord aan de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Mevrouw Tijmstra zegt zojuist dat er nou eenmaal bezuinigingen in de boeken staan.
Dat klopt, maar dat komt door keuzes die zijn gemaakt. Daar gaat de politiek over.
Ik wil ook mevrouw Tijmstra, die dus wel haar handtekening onder die bezuiniging in
het coalitieakkoord heeft gezet, vragen wat nou de afweging van het CDA is geweest
om wél op de zorg te bezuinigen maar tegelijkertijd akkoord te gaan met bijvoorbeeld
19 miljard extra voor Defensie, met miljarden die naar Oekraïne gaan. Wat is hier
de afweging geweest? Hoe werkt dat?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Hoe dat werkt, is dat op het moment dat we niks doen in de zorg, we over tien jaar
ongeveer 300.000 mensen tekort hebben. Dan loopt het dus aan alle kanten spaak, kunnen
mensen die zorg nodig hebben, die niet meer krijgen, lopen de wachtlijsten op en krijg
je een enorme tweedeling in de samenleving. Daar willen wij dus niet voor gaan. Nogmaals,
natuurlijk vertaal je dingen financieel in een begroting, maar ons gaat het erom – vandaag
spreken we over de gehandicaptenzorg, maar hetzelfde verhaal heb ik over de ouderenzorg
verteld bij de begroting van VWS – dat we met de sector gaan hervormen om ervoor te
zorgen dat het in de toekomst ook nog houdbaar is.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Misschien ligt het aan mij, maar dit is voor mij nog geen begin van een antwoord op
mijn vraag. Mevrouw Tijmstra zegt: we gaan kijken hoe we de zorg kunnen hervormen.
IK had toch een duidelijke vraag gesteld. Er wordt een keuze gemaakt door het CDA.
Bijvoorbeeld in december heeft het CDA ook gelijk binnen 48 uur zijn handtekening
gezet onder een voorstel om 700 miljoen euro, die over was op de Defensiebegroting,
hup weg, naar Oekraïne te sturen. En hier wordt elk dubbeltje honderd keer omgedraaid
door het CDA. Dus hoe werkt dat? Licht dat eens toe.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het kan natuurlijk dat Forum kiest voor andere oplossingen. Ik zeg niet dat ieder
dubbeltje omgedraaid wordt door het CDA. Het CDA wil bijdragen aan een toekomstbestendige
zorg, ook gehandicaptenzorg, vanuit het gegeven dat we niet voldoende personeel hebben
om de zorg te kunnen bieden. Dat is nu ook al gaande. Ik vind dat we onze ogen daar
niet voor moeten sluiten. Ik las in het rapport over medische ethiek, meen ik, een
uitspraak van iemand uit de gehandicaptenzorg: «Politiek, maak keuzes. Jullie leggen
nu de verantwoordelijkheid op onze schouders zodat wij op de werkvloer iedere keer
moeten kiezen wie we zorg geven en wie niet. Dit is een verantwoordelijkheid van de
politiek. Maak keuzes.» Die verantwoordelijkheid wil ik nemen, waarbij ik de Minister
mee wil geven: ga in gesprek met het veld om te kijken hoe je vanuit de inhoud kan
hervormen, om ervoor te zorgen dat de zorg overeind blijft en de druk op het personeel
vermindert.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Afrondend. Politiek is inderdaad keuzes maken. Het CDA kiest er dus voor om heel veel
geld uit te geven aan bijvoorbeeld Oekraïne, aan defensie, en dat drukt uiteindelijk
ook door op de zorgmarkt, om het zo maar te zeggen. Defensie is nu bijvoorbeeld op
zoek naar heel veel mensen; 10.000 mensen moeten bij Defensie erbij. Dat kunnen ze
doen omdat ze van het CDA heel veel geld krijgen, dat niet naar de zorg gaat. Die
mensen kunnen dus ook niet meer in de zorg werken, want die werken straks bij Defensie.
Zo simpel is het allemaal. Wij maken dus andere keuzes.
De voorzitter:
Mevrouw Tijmstra, wilt u nog een reactie geven?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dat was geen vraag. Andere keuzes maken mag, natuurlijk.
De voorzitter:
Dan mevrouw Maeijer voor haar laatste interruptie.
Mevrouw Maeijer (PVV):
In drieën is die dan toch, voorzitter?
De voorzitter:
Eén interruptie.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik schrok al even.
We hebben het de hele tijd over keuzes. De keuze die is gemaakt, is om 1 miljard weg
te halen uit de langdurige zorg. Mevrouw Tijmstra heeft het de hele tijd over de inhoud.
Nog los ervan dat het natuurlijk waanzin is om daar 1 miljard weg te halen, ontbreekt
die inhoud juist volledig. Die inhoud staat nergens. Vanuit welke inhoud heeft mevrouw
Tijmstra dan haar handtekening gezet onder die 1 miljard aan bezuinigingen?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik zet geen handtekeningen, maar er werken drie partijen samen in een coalitieakkoord.
Als je weet dat de zorg niet verder kan groeien, dat je de groei af moet remmen vanwege
het personeelstekort, dan vind ik het niet gek dat je een bedrag meerjarig opneemt
in een begroting. Natuurlijk is het zo dat je dat met elkaar, met het veld en met
de Kamer, verder uit gaat werken. Ik ben het niet met de PVV eens dat dat een gekke
route is. Ik denk dat dit een route van samenwerking is. Het zou heel gek zijn als
er vanuit een ivoren toren in Den Haag keihard opgeschreven wordt hoe je het bedenkt.
Ik geloof er veel meer in dat dit iets is wat je samen met het veld doet, om op te
halen wat werkt en wat nodig is. Op die manier geef je het met elkaar vorm.
De voorzitter:
Dit was uw laatste interruptie. U had er al zeven gehad, mevrouw Maeijer. Dit was
er al een extra.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik vind het te makkelijk van het CDA om te stellen dat ze te maken hebben met bezuinigingen
vanuit het vorige kabinet. Ik deel de mening van andere partijen dat het echt keuzes
zijn die tijdens onderhandelingen gemaakt zijn. Ik bemerk toch weer dat het ook op
de personeelstekorten wordt gegooid, maar investeringen, innovaties, verbouwen en
verduurzamen – alles om het draagbaar te houden – kosten geld. Hoe ziet het CDA dat
dan?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Het CDA is in ieder geval heel blij dat in de tweede brief van de Minister aangegeven
werd dat er ook gekeken wordt hoe je kan investeren om de beweging naar de voorkant
te maken, dus volgens mij wordt dat nu ook gedaan.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Mij bereiken vooral berichten dat het geld om dat te kunnen doen onvoldoende is. Met
de maatregelen die nu voorliggen, maak ik mij oprecht zorgen over de toekomst, dus
nogmaals de vraag: hoe ziet het CDA dat?
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Hoe ik dat voor me zie, is dat we veel kunnen leren van het proces dat doorlopen is
met het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Ik zou de Minister vooral oproepen om daarnaar
te kijken. Daar is ook vanuit de inhoud gekeken: wat is nodig en wat hoort daarbij
aan randvoorwaarden en ombuigingen op de langere termijn?
De voorzitter:
Dan mag mevrouw Tijmstra haar bijdrage vervolgen.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik kom bij punt twee, het VN-verdrag. Om te komen tot een
inclusieve samenleving is het VN-verdrag natuurlijk een heel belangrijk middel. In
de werkagenda die nu voorligt, ontbreken nog steeds 64 aanbevelingen die eerder gedaan
zijn door het VN-comité. De aangenomen motie-Krul van vorig jaar vroeg om een concreet
stappenplan. Dat ligt er op dit moment nog steeds niet, dus een logische vraag aan
dit missionaire kabinet is: hoe gaat u hier uitvoering aan geven? In de gesprekken
met het veld heb ik vooral gemerkt dat er onrust is bij de doelgroep om wie het gaat,
omdat er geen overzicht is van wat wanneer wordt opgepakt. Als een stappenplan niet
lukt, is het dan in ieder geval mogelijk om een soort routekaart vorm te geven met
de doelgroep, zodat helder is wat wanneer wordt opgepakt? Als we in 2040 volledig
inclusief willen zijn, zoals opgenomen staat in het VN-verdrag, dan moeten we ook
kijken naar de planning. Als er wetswijzigingen nodig zijn, dan is daar veel tijd
voor nodig.
In het rapport van het College voor de Rechten van de Mens over de uitvoering van
het VN-verdrag werd ook geconcludeerd dat de grondbeginselen nog weinig verankerd
zijn in beleid en wetgeving. Ik hoorde andere partijen daar ook al iets over zeggen.
Ik realiseer me dat het een uitdaging is, maar wij zien het ook echt als een kans
om daar het verschil te maken. De kabinetsreactie viel ons daarom een beetje tegen.
Het was vooral een overzicht van bestaande activiteiten. De vraag die ik hier graag
nog een keer wil stellen, is dus: wat gaat de Minister doen om de kennis van het VN-verdrag
bij alle ministeries te vergroten? Inclusie en toegankelijkheid zijn namelijk niet
alleen een zorgvraagstuk. Zij raken alle beleidsterreinen, en dus ook alle ministeries.
Er ligt ook nog een aangenomen motie van het CDA van vorig jaar over goede monitoring.
Beleid heeft geen zin als we niet goed weten of we ook echt vooruitgang boeken. Graag
dus ook een reactie over hoe het hiermee staat. Heeft het RIVM al een monitor opgezet?
Wat kunnen we daar al van verwachten?
Dan ga ik naar het derde punt: de meerzorgregeling. We vinden het goed om te zien
dat er nu concrete stappen zijn gezet, zoals een gezamenlijke werkwijze en beleidsregels
die zorgkantoren gaan hanteren. Daarmee wordt in ieder geval op eenzelfde manier uitvoering
gegeven aan de wet. Voor gezinnen die te maken hebben met een plotseling afgewezen
aanvraag of een lagere toekenning, zit de oplossing echter in het krijgen van de juiste
ondersteuning. Dat is de reden waarom het CDA kijken naar een onafhankelijke indicatiestelling
zo belangrijk vindt. Wij willen voorkomen dat we het nu juridisch misschien wel goed
regelen, maar dat de mensen om wie het gaat straks nog steeds de juiste zorg niet
krijgen. Ik ben een beetje zoekende naar hoe we dat het best in beeld kunnen houden.
Misschien kan de Minister op dit punt reageren.
Een andere vraag die ik heb, is of de beleidsregels van zorgkantoren openbaar worden.
Zo weten budgethouders of het zinvol is om een aanvraag te doen. Zo ja, waar kunnen
ze die informatie dan vinden?
Voorzitter. Dan ga ik naar het vierde punt: de instroom van jongeren in VG7 en het
rapport dat ingaat op het voorkómen van zorgverzwaring. Er is onderzoek gedaan naar
waarom meer jongeren instromen in VG7 en hoe we kunnen voorkomen dat hun zorgvraag
zwaarder wordt dan nodig is. De sleutel ligt in op tijd signaleren, het gezin goed
ondersteunen en de juiste omgeving bieden. Dit rapport en de aanbevelingen sluiten
goed aan bij het verminderen van de groei van de zorgvraag, waar ik in het begin over
sprak. Het kabinet heeft in zijn reactie vervolgstappen geschetst. Daar wil ik twee
punten even uit halen.
Een punt waar ik me wel echt zorgen over maak, is dat we lezen dat de jeugdgezondheidszorg
vooral goed aansluit bij gezonde kinderen, maar dat ouders hun eigen weg moeten vinden
meteen vanaf het moment dat zij een kind krijgen met een beperking. Dan zie je hoe
systemen meteen uitsluiten en hoe er parallelle routes ontstaan voor kinderen met
en zonder beperking, niet als onderdeel van de samenleving, maar als onderdeel van
het zorgsysteem. Basisvoorzieningen moeten er volgens het CDA juist zijn voor álle
kinderen. Vroegsignalering en preventie beginnen bij de jgz, het eerste contactmoment
voor kinderen en gezinnen. Welke concrete stappen zet de Minister om de jgz hiervoor
beter toe te rusten?
Er staan ook heel positieve dingen in de reactie van het kabinet. Zo wordt extra ingezet
op logeerzorg. Dat vindt het CDA heel erg belangrijk. Respijtzorg in de vorm van logeerplekken
en dagopvang zijn voor gezinnen die intensief zorgen een cruciale schakel om de zorg
thuis vol te kunnen houden. Het kabinet geeft aan dat er gewerkt wordt aan een domeinoverstijgend
aanbod. Mijn vraag is: is dat dan een landelijke aanpak, of betekent het dat iedere
regio verplicht een aantal basisplekken voor logeerzorg moet organiseren? Wanneer
kan de Kamer hierover meer informatie verwachten?
Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter.
De voorzitter:
Dan schors ik de vergadering voor een kort ogenblik voor een toiletpauze en een wisseling
van voorzitter.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Voorzitter: Synhaeve
De voorzitter:
Goedemiddag. Ik wil de Kamerleden verzoeken om te gaan zitten. Wij vervolgen deze
vergadering. Ik ben gevraagd om de voorzitter te vervangen, aangezien de vaste voorzitter
afwezig is. Ik heb wel een opmerking van praktische aard. Als ik zelf punten zal toevoegen
– dat zal wellicht in de tweede termijn aan de orde zijn – dan zal collega Westerveld
me vervangen als voorzitter. We lopen qua tijd al een beetje uit. Dat neemt niet weg
dat alle partijen natuurlijk alle ruimte moeten hebben om hun eigen inbreng te delen,
te beginnen met de heer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Succes met het voorzitterschap. «Er is meer overvloed in dagelijks
je aanwezigheid geven aan één ander, dan dagelijkse ijver om honderden verder te helpen.»
Dit is een citaat van de bekende psychologe en schrijfster Ann Voskamp. Als dat citaat
voor iemand geldt, dan is dat wel voor alle zorgmedewerkers, mantelzorgers en vrijwilligers
in de gehandicaptenzorg. Ik denk aan Rita. Samen met haar man Gert en hun kinderen
vormt zij al bijna 28 jaar een gastgezin voor Annemarie. Annemarie is verstandelijk
en lichamelijk beperkt. Samen genieten ze ervan om te wandelen of om gewoon stil naast
elkaar te zitten en elkaars hand vast te houden. Volgens Rita kenmerken die momenten
zich door rust en aandacht. Het zijn momenten van grote waarde, ondanks, of juist
dankzij, de eenvoud.
Voorzitter. Rita is slechts een van de velen die dagelijks hun aanwezigheid geven
aan één ander. Hun inzet is goud waard. Het is goed om dat in dit wetgevingsoverleg
over gehandicaptenbeleid te benadrukken, maar ik kijk vandaag niet alleen naar de
begroting van 2026. Ik kijk ook naar de plannen van de nieuwe coalitie. Ik zie dat
die ervoor zorgen dat donkere wolken zich samenpakken boven de gehandicaptenzorg.
Ik stel voor dat we wegblijven van semantische discussies over «minder meer». Er worden
honderden miljoenen bezuinigd op de zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking.
Dat zijn mensen die vaak al te maken hebben met een stapeling van zorgkosten en een
eigen bijdrage. Daar komt een stapeling van bezuinigingen bovenop. De SGP heeft zorgaanbieders
gevraagd om uit te leggen wat deze bezuinigingen concreet voor deze mensen betekenen.
Zij geven aan dat gehandicaptenzorg arbeidsintensief en vaak groepswijs is en dat
bezuinigingen direct ten koste gaan van personeel en de kwaliteit van zorg: minder
mensen op de groep, minder aandacht voor cliënten, een hogere werkdruk voor de overgebleven
medewerkers en meer ziekteverzuim. Ook zullen de bezuinigingen naar verwachting leiden
tot het vooruitschuiven van noodzakelijke investeringen in bijvoorbeeld vastgoed,
met achterstallig onderhoud tot gevolg.
Ik vraag specifiek aandacht voor een paar bezuinigingen uit het kabinet-Rutte IV en
het kabinet-Schoof, die keer op keer uitgesteld zijn maar nu wél doorgevoerd worden.
Het gaat bijvoorbeeld om de 140 miljoen aan bezuinigingen op behandeling en meerjarige
contracten. Dat bedrag is niet realistisch en inhoudelijk niet verdedigbaar. Kortom,
deze opeenstapeling van bezuinigingen richt heel veel schade aan. De SGP vraagt het
kabinet daarom om deze niet door te laten gaan.
Voorzitter. De aandacht voor de bezuinigingen zou je haast doen vergeten dat er meer
nodig is. De gehandicaptensector zal baat hebben bij een langjarige en samenhangende
toekomststrategie, met duidelijke doelen en afspraken. Dat voorkomt ook jojobeleid.
Ik heb er eerder om gevraagd. Is de Minister bereid om het gesprek daarover op te
starten? Ik vraag ook hier opnieuw aandacht voor regeldruk. We spraken ter voorbereiding
op dit debat een zorgbestuurder. Hij zei: «Ik ga thuis niet elke dag mijn thermometer
in de koelkast leggen. Dat is niet het normale leven, maar in de zorg moet dat wel.»
Regeldruk is eigenlijk een vorm van risicobeheersing. Als we ook in de zorg toe willen
naar het normale leven, zijn we dan ook bereid om meer risico's te accepteren? Welke
regels passen er bij het normale leven? Welke ruimte voor zorgverleners past daarbij?
Graag een reflectie van de Minister.
Voorzitter. De coalitie wil extra inzetten op de betrokkenheid van informele zorg,
van mantelzorg en vrijwilligers. De SGP steunt dat graag. Ik verwijs ook naar de motie
die ik heb ingediend bij de VWS-begroting om langjarig werk te maken van respijtzorg.
Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn: niet alles is te ondervangen met mantelzorg.
Voor lichtere vormen van ondersteuning is de zorgzame buurt prachtig, maar cliënten
met een VG7- of VG8-indicatie zullen toch echt veel professionele hulp nodig hebben.
Hoe voorkomt de Minister overtrokken idealisme? Wat kan redelijkerwijs van mantelzorgers
worden verwacht?
Voorzitter. De SGP vraagt al langer aandacht voor de positie van mensen met een levenslange
en levensbrede beperking. Bij de begrotingsbehandeling van vorige week heb ik met
collega's een amendement ingediend voor actieonderzoek om de toegang tot zorg voor
deze groep te verbeteren. Ik heb goede hoop dat dit amendement wordt aangenomen.
Voorzitter. De vraag naar personeel in de gehandicaptenzorg is enorm groot. De zorgaanbieders
zoeken naar creatieve mogelijkheden om personeel te werven en te binden. Een concrete
optie is om de zorginstellingen zodanig in te richten dat die geschikt zijn voor bewoning
door cliënten én medewerkers. Dat biedt niet alleen nabijheid van zorg, maar helpt
ook om medewerkers aan de sector te binden in een tijd van grote personeelstekorten.
Tegelijkertijd verlicht het de druk op de lokale woningmarkt en draagt het bij aan
het oplossen van het bredere huisvestingsvraagstuk. Noem het de zusterflat 2.0. In
bijvoorbeeld Zeist is hier al een succesvol voorbeeld van. Het is van groot belang
dat zulke woonzorgconcepten expliciet worden meegenomen in lokale huisvestingsplannen
en woonvisies. Is de Minister bereid om dit samen met de collega van VRO te stimuleren?
Voorzitter. Enige tijd geleden bezocht ik een zorgboerderij in de mooie Krimpenerwaard.
De opzet van zorgboerderijen sluit naadloos aan bij de richting van de toekomstagenda
voor mensen met een beperking: kleinschalige begeleiding en dagbesteding met veel
persoonlijke aandacht. Zorgboerderijen zijn als kleinschalige zorglocaties echter
niet duidelijk en niet consistent gepositioneerd in het zorglandschap. Ik vraag de
Minister graag om hier werk van te maken.
Tot zover, voorzitter. Dank u.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Bikker van de ChristenUnie voor
haar bijdrage in de eerste termijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb een poos zitten luisteren. Volgens mij is één boodschap
wel helder in deze Kamer: ga niet door op dit pad. Wie ik ook hoor, iedereen voelt
ongemak bij deze bezuinigingen, ook coalitiepartijen. Aangezien het een minderheidscoalitie
is die een meerderheid moet vinden buiten de coalitie, zou ik zeggen dat «minder meer»
in dit geval betekent: minderheidscoalitie, richt je op een meerderheid. Dat betekent
geen bezuinigingen op deze manier in de gehandicaptenzorg. Dat vooraf.
Ik voer dit debat met Kars in mijn hoofd. Kars is een prachtige kerel. Hij woont in
Ommen en is fan van de ChristenUnie – dat terzijde. Hij woont op een groep en werkt
in het arbeidscentrum in Ommen. Hij maakt supermooie ijsvogels voor in de tuin. Ik
heb er eentje op mijn werkkamer staan, want met vorst mocht hij nog niet naar buiten,
maar binnenkort is het zover. De zorg en begeleiding die Kars en zijn collega's krijgen,
is onbetaalbaar. De medewerkers nemen de tijd voor de cliënten. Ze nemen hen serieus
en zorgen ervoor dat ze met al hun talenten tot bloei komen. En wat is dat gaaf. Want
Kars en alle anderen die daar aan het werk zijn in Ommen, horen net zozeer bij onze
samenleving en onze dorpen als wie dan ook. En dat moet blijven blijken uit ons beleid
en uit onze wetten en investeringen. Dat staat nu onder druk. Er is weinig personeel,
dus er wordt veel gewerkt met invalkrachten. Dat is logisch, maar daardoor zijn er
steeds weer nieuwe gezichten en wordt het gedrag van cliënten minder goed herkend.
Dat zorgt voor frustratie, boosheid en escalaties. Er is weinig personeel en de zorgvraag
neemt toe. Vergeleken met tien jaar geleden is het werk zwaarder geworden, geven medewerkers
aan. Bewoners worden ouder en hun ouders ook. Bewoners hebben complexere zorg.
Voorzitter. In elke bezuinigingsronde lijkt de gehandicaptenzorg weer een klap te
moeten opvangen, ook nu. Zonder echte kennis van de sector is er vanaf de tekentafel
besloten over de financiële ruimte voor de gehandicaptenzorg. De brief van de Minister
geeft enigszins inzicht in de grootte van de bezuinigingen. Bij twee posten die uit
eerdere kabinetten komen – het gaat ook om Rutte-IV, waarin de ChristenUnie verantwoordelijkheid
droeg; daar ben ik eerlijk over – bleek dat de ingeboekte bezuiniging niet uit te
voeren was. Als iets niet is uit te voeren, is het niet meer dan logisch dat we zo'n
bedrag schrappen of met een andere inhoudelijke reden aangeven waarom het bedrag wel
ingeboekt kan worden. Tot nu toe geeft de Minister echter aan – dat doet ze in ieder
geval in haar brief van vorige week – dat het logisch is dat die maatregelen doorgaan
en dat de sector daarmee heeft ingestemd. Maar dat zie ik anders. Ik heb namelijk
geturfd dat hier tien keer werd gezegd dat we vanuit de inhoud moeten gaan hervormen.
Dat betekent ook dat we niet allereerst vanuit de plaat moeten bezuinigen, zou ik
willen zeggen. Ik ben hervormd qua geloof, dus ik hou heel erg van hervormen. Dat
vind ik goed; dat heeft ieder mens nodig, de Minister ook. Laat ik dan niet uit mijn
plaat gaan over wat er is ingeboekt aan bezuinigingen. Volgens mij is dat niet nodig.
Hier zit een Kamer die zeer bereidwillig is om te kijken hoe we de gehandicaptenzorg
juist voor de lange termijn kunnen behouden, maar dat kan niet als we beginnen met
een korting op tarieven en een verschraling van zorg.
Als we zo doorgaan, kan er minder personeel ingezet worden en kan daardoor niet alle
aandacht gegeven worden, terwijl de kwaliteit van gehandicaptenzorg daarop drijft.
Alle verhalen en alle frames over «minder meer» in de zorg ten spijt geldt dat voor
de gehandicaptenzorg dus niet op dezelfde manier als elders in de zorg. Erkent de
Minister dat het frame waarmee naar de zorguitgaven in totaal wordt gekeken niet op
dezelfde manier van toepassing is voor de gehandicaptenzorg? De zorguitgaven in het
algemeen stijgen fors. Dat klopt, maar dat komt vooral door de vrijwel ongelimiteerde
toevoeging van medicijnen en behandelingen aan de vergoede zorg, door economische
groei en door vergrijzing. Ook mijn partij vindt het dus logisch dat er kritisch wordt
gekeken naar het basispakket, maar het grootste knelpunt in de zorg is nu juist het
personeel. Dáár moeten we een oplossing voor vinden. Die vinden we niet door een bezuiniging
in de gehandicaptenzorg in te boeken waarvan we niet eens weten welke consequenties
die heeft. Die heb ik ook niet gehoord van de coalitiecollega's. Daarmee kalft de
zorg zo af dat er straks steeds minder mensen in de zorg willen werken en steeds minder
cliënten de zorg krijgen die ze minimaal nodig hebben. Kan de Minister daarom ingaan
op de vraag wat voor haar de grootste opgave in de gehandicaptenzorg is en welke stappen
zij wil zetten om de zorg voor mensen goed te houden?
Ik heb een paar ideeën. Ik ga u dus helpen. Let op, daar gaan we! Ten eerste, en eigenlijk
voorafgaand aan alles: de stapeling van de bezuinigingen voor een besteedbaar inkomen.
Dit kabinet snijdt niet alleen in de zorguitgaven, maar ook in de zorginkomsten, met
een verhoging van het eigen risico, diverse eigen bijdragen, het schrappen van de
aftrek van specifieke zorgkosten, een beperking van de WW en een versobering van de
WIA. De motie-Stoffer geeft al terecht de opdracht om naar de effecten te kijken,
maar kan de Minister een aantal casussen uitwerken die aangeven hoe dit uit kan pakken
voor mensen met een beperking en, als het kinderen betreft, voor hun gezinnen? Hoe
voorkomt de Minister dat al die aparte keuzes zodanig opstapelen dat iemand onder
het bestaansminimum zakt qua besteedbaar inkomen? Is dat voor haar een rode lijn?
Gaat ze daarbij ook meekijken met haar collega van Sociale Zaken?
Ten tweede. Ik spreek veel ouders van kinderen met een beperking. Soms zijn dat jonge
ouders, maar vaak zijn het ook ouders die zelf in de 70 zijn, met kinderen van in
de 40. Tegelijkertijd krijgen de kinderen een grotere zorgvraag en wordt de draagkracht
van de ouders minder, terwijl er steeds meer inzet wordt gevraagd van mantelzorgers.
Ik noem het meegaan naar de huisarts en het ziekenhuis, of het kopen van tandpasta
of andere zaken. Dat doen deze ouders met liefde. Maar ze maken zich zorgen over wie
dat voor hun kind gaat doen als zijzelf ouder worden of er niet meer zijn.
Voorzitter. Als iets mij op het hart is gaan drukken, dan zijn het wel de gesprekken
met deze ouders. Ik hoor ze met tranen in de ogen zeggen hoe ze hopen dat hun kind
hen niet zal overleven. We willen toch niet dat ouders dat uitspreken? Dat gebeurt
nu wel. Juist daarom zijn we het deze mensen verplicht om de gehandicaptenzorg helemaal
op orde te hebben. In die zin wil ik de Minister best meehelpen om te hervormen, maar
dan moeten we dus vooral inzetten op meer ondersteuning in de mantelzorgtaken, het
uitbreiden van mantelzorgverlof, zoals de SER recent adviseerde, zodat broers en zussen
ook eens kunnen inspringen, het spreken met en luisteren naar de ouderverenigingen
van mensen met een beperking, en het pakken van meer regie op passende woonvormen;
die ontbreekt namelijk.
Voorzitter. Dat brengt me op het volgende. Voor mensen met een ernstige meervoudige
beperking – dan hebben we het over VG7 en VG7+ – zijn er nauwelijks geschikte woonzorgplekken.
De tarieven zijn recent bijgesteld, maar de plekken zijn er nog niet. Nog steeds is
de zorg relatief duur. Of er nieuwe plekken bij komen, hangt vaak af van ouderinitiatieven.
Mijn indruk is dat hier geen of nauwelijks coördinatie op zit, niet vanuit het Rijk,
niet vanuit zorginstellingen en niet vanuit gemeenten, terwijl de zorgbehoeften van
nu en van de toekomst toch wel in te schatten zijn. Begrijp me niet verkeerd: ik vind
het echt geweldig als ouders de handen ineenslaan en tot een initiatief komen. Maar
hier ligt toch een bredere verantwoordelijkheid dan bij deze ouders alleen? Welke
rol ziet de Minister hierin voor zichzelf, zowel met betrekking tot deze zwaardere
groepen als voor alle woonzorgvormen voor mensen met een beperking? Welke stappen
kan zij met de VNG zetten, zodat elke gemeente hiermee aan de slag gaat? Ik neem aan
dat dit eigenlijk zou moeten staan in elke woonvisie die een gemeente moet hebben,
of in de woonzorgvisie.
Voorzitter. Werken in de gehandicaptenzorg is mooi. Het is zelfs ontzettend mooi.
De mensen die ik spreek, doen het met hart en ziel. Vandaag zeg ik allereerst tegen
jullie: dank jullie wel, want wat doen jullie prachtig werk! Het beeld dat je als
startende mbo'er hebt, is echter minder positief, denk ik. Ik hoor veel verhalen van
mensen die de overstap maken naar de ouderenzorg. Daarmee loopt het personeelstekort
in de gehandicaptenzorg op dit moment op tot de tienduizend. Welke inzet gaat de Minister
plegen om dat gat te dichten? Kan zij in beeld brengen wat de verschillen zijn tussen
de cao voor de gehandicaptenzorg en die van de ouderenzorg qua beloning per functie,
secundaire arbeidsvoorwaarden en werkdruk? Welke mogelijkheden kan deze Minister bovendien
creëren om fulltime in de gehandicaptenzorg te kunnen werken? Welke verantwoordelijkheid
hebben zorginstellingen daar zelf in?
Ik zag dat de Minister al op werkbezoek is geweest. Complimenten daarvoor! Die eerste
weken zullen loeidruk zijn. Mooi dat u bij 's Heeren Loo in Noordwijk was; een prachtige
plek. Zij heeft het daar misschien ook gehad over de andere kijk op vakbekwaamheid
die daar gehanteerd wordt, namelijk: geen nadruk op formele diplomaeisen, maar op
iemands competenties en ervaringen. Dat biedt hele goede mogelijkheden voor zij-instromers,
maar het vraagt ook wat van de zorginstelling en van onderwijsinstellingen om opleidingen
op maat te bieden. Wil de Minister daarmee aan de slag? De vorige Minister heeft afgeraden
om met evc's te werken in de zorg, omdat er te veel mee gefraudeerd werd. Maar gaat
het kind nu niet met het badwater de deur uit?
Voorzitter. Veel collega's hebben al wat gezegd over het VN-verdrag Handicap. Ik sluit
me eigenlijk aan bij alle vragen die daarover zijn gesteld. Er moet me alleen nog
iets van het hart ten aanzien van de ExpertCare huizen, of het nou in Rijswijk, in
Wezep of in Vleuten is. Ik heb te veel ouders gesproken voor wie 31 maart al niet
meer de datum is, maar die nu al heel concreet de sluiting voelen, omdat ze het weekend
voor hun kind niet kunnen boeken. Minister, wacht dus geen dag. Zorg er of voor dat
de datum kan worden uitgesteld of dat er met het personeel afspraken kunnen worden
gemaakt. Het vertrouwen is tot op een dieptepunt gedaald en we hebben allemaal gezien
welke zorg deze kinderen nodig hebben.
Voorzitter, ik sluit af. Ik vind het positief dat de Minister het amendement van collega's
Van Dijk, Ten Hove en mij voor praktijkonderzoek naar betere indicatiestelling voor
mensen met een levenslange en levensbrede beperking, steunt. Want mensen met een levenslange
en levensbrede beperking moeten niet jaar in, jaar uit de meest intieme en minieme
details delen met overheidsinstanties omdat er anders geen herindicatie mogelijk is.
Laten we alle mensen blijven zien als mens, geschapen door dezelfde Maker. Daarom
is iedereen intrinsiek waardevol. Daar moet ons zorgbeleid uiting aan geven, voor
Kars en voor al die andere mensen waar ik zo trots op ben.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Dobbe namens de Socialistische
Partij.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Goed om te zien dat er vandaag zo veel mensen zijn gekomen
en er nog steeds zitten na al die uren hier. Jullie houden goed vol, ook goed in het
rood. Ik denk dat het om goede besluiten te nemen voor ons hier ook belangrijk is
dat de mensen om wie het gaat zich laten zien en van zich laten horen. Dank voor de
mensen die in hier in de zaal zitten, die meekijken en die verderop in de Statenpassage
zitten.
We spraken net hier buiten de zaal ook de ouders en de kinderen die afhankelijk zijn
van de zorg van ExpertCare. Zij zitten in grote onzekerheid. We kregen van hen een
hart vol zorg, omdat hun hart vol zorgen zit. Dat is denk ik een signaal dat wij hier
in de Kamer ook echt heel serieus moeten nemen. Verschillende locaties voor intensieve
kindverpleging van de organisatie ExpertCare gaan dicht. Hierdoor komen ongeveer 70
ernstig zieke of meer meervoudig gehandicapte kinderen en hun ouders in de knel.
Ik ging zelf langs bij Lot en haar ouders. Lot is een meisje van 5 jaar oud, met een
vrolijk paardenstaartje in het haar. Ze heeft specialistische zorg nodig, omdat ze
niet zelfstandig kan lopen, praten of eten, en omdat ze epileptische aanvallen heeft.
Doordat zij drie dagen per week naar de dagopvang van ExpertCare gaat en daar een
nachtje in de week kan logeren, lukt het haar gezin om naast de intensieve zorg ook
te blijven werken en tijdens de andere dagen volledig de aandacht en de zorg te geven
voor Lot en de andere twee kinderen, van 3 en 7 jaar oud, in het gezin. Daar wil je
er als ouder ook voor zijn.
Maar ineens kregen zij eind januari een mail dat op 31 maart de zorg van ExpertCare
zou stoppen. Ze zijn gaan zoeken naar een andere plek, natuurlijk zijn ze dat gaan
doen. Ze kwamen vooral wachtlijsten tegen. Weinig organisaties bieden de specialistische
zorg aan die Lot nodig heeft. Het zijn grotere afstanden van huis, geen flexibele
tijden waarin zorg kan worden geboden, waardoor Lot er met een busje naartoe zou moeten
gaan, terwijl in dat busje niet de zorg geboden kan worden die ze nodig heeft. Als
zij bijvoorbeeld onderweg een epileptische aanval zou krijgen, dan zou direct de ambulance
gebeld moeten worden en moeten haar ouders alsnog direct door naar het ziekenhuis.
Er zijn geen alternatieven. Als de plek bij ExpertCare voor Lot verdwijnt en er geen
andere plek is, dan zal een van haar ouders moeten stoppen met werken om de volledige
zorg van Lot zelf over te nemen of te kunnen organiseren. Dit besluit is gewoon heel
erg ingrijpend voor het hele gezin.
De Minister zei vorige week hierop terug te zullen komen. Dat is heel hard nodig,
want inmiddels duurt het, geloof ik, nog maar 22 dagen tot 31 maart. Er kan dus geen
dag meer gewacht worden. Ik ben ook heel benieuwd of deze Minister meer heeft gedaan
dan in gesprek gaan, en of er daadwerkelijk actie is ondernomen om deze locaties en
deze enorm belangrijke zorg in stand te houden. Want het bedrijf zegt wel deze locaties
niet te zullen sluiten zolang niet alle kinderen een nieuwe plek hebben, maar bij
zorgverleners moet ook brood op de plank komen. Die gaan ook kijken waar ze kunnen
gaan werken als er een sluiting op handen is. Blijven zij dit nog doen? Zij moeten
zelf ook overleven. Dan zullen er dus zorgverleners gaan vertrekken en zal de locatie
wellicht zelfs sluiten als niet alle kinderen een nieuwe plek hebben. Wat gaat de
Minister dus doen om dit te voorkomen voor nu, voor de korte termijn – dat is ook
heel duidelijk de oproep van deze ouders – en voor de lange termijn?
Laten we eens kijken naar ExpertCare. Wat is dat voor een bedrijf? In 2021 is het
overgenomen door een multinational, B. Braun, die zichzelf «een van 's werelds toonaangevende
medischetechnologiebedrijven» noemt. Het is een multinational met 300 dochterondernemingen
in 64 landen, met een omzet van ruim 9 miljard euro en een stijging van de winst met
maar liefst ruim 31% in 2024. Dit is de zorginstelling waar we het over hebben. ExpertCare
zegt dat de tarieven van de zorgverzekeraars te laag zijn en dat het daarom de zorg
niet meer kan aanbieden. Als de ouders van Lot hun zorgverzekeraar bellen, weet die
eigenlijk niet waar het over gaat en hoe het verder zou moeten. Lot en de vele andere
kinderen worden hier dus het slachtoffer van een systeem waarin de zorg wordt overgelaten
aan dit soort commerciële bedrijven, in dit geval een multinational, voor wie winst
maken het uiteindelijke doel is. Het is immers een commercieel bedrijf. In dit systeem
neemt niemand meer verantwoordelijkheid, omdat de zorg wordt overgelaten aan de markt
en dus aan zorgverzekeraars, die geen antwoord hebben. Maar de zorg ís geen markt
en deze kinderen, die zorg nodig hebben, zijn geen product. De Minister is uiteindelijk
eindverantwoordelijk om in te grijpen als het niet goed gaat. Is de Minister het ermee
eens dat zij die verantwoordelijkheid heeft? Wat vindt de Minister er eigenlijk van
dat de markt tot dit soort situaties leidt, en wat gaat zij daaraan doen?
Dan, voorzitter, de bezuinigingen, die oplopen tot misschien wel een half miljard
euro in 2030. Deze bezuinigingen vormen donkere wolken boven de gehandicaptenzorg,
want minder geld heeft gevolgen. Erkent de Minister dat dit gevolgen gaat hebben en
dat het leidt tot minder medewerkers, hogere werkdruk en minder tijd en aandacht voor
mensen die, soms volledig, afhankelijk zijn van zorg? De gehandicaptenzorg, de mensen
die daar werken en de mensen die zorg nodig hebben, verdienen echt beter dan dit.
Maar wat gebeurt er nu? Er was al te weinig geld voor de gehandicaptenzorg en de tarieven
waren al te laag om te doen wat nodig was. Nu komt er eindelijk geld bij om die tarieven
te herstellen en om te doen wat nodig is, en nu wordt er aan de andere kant weer geld
weggehaald. Dan kun je dus niet meer doen wat nodig is. Er komen nieuwe kortingen
op het tarief en er is wéér onvoldoende geld om dit goed te doen.
En dan zijn er nog de ongedekte bezuinigingen uit Rutte IV, die dit kabinet gewoon
heeft laten staan. Er zou bespaard worden, zoals ik al eerder zei, door meerjarig
contracteren, maar dat gebeurt al dus dat levert niet die besparing op; dat levert
geen geld op. Er zou ook bespaard worden door de verplaatsing van behandelingen uit
de Wlz naar de Zorgverzekeringswet. Ook dat gaat niet door, maar de bezuiniging is
gewoon blijven staan. Deze bezuinigingen zijn dus niet gebaseerd op besparingen of
hervormingen. Het zijn gewoon tariefkortingen. Vindt de Minister dit verantwoord begroten?
Graag een antwoord. Tarieven moeten corrigeren omdat ze te laag zijn en er dan weer
geld weghalen: is dit het soort jojobeleid dat we van het nieuwe kabinet mogen verwachten?
Dat lijkt mij niet.
Het kabinet-Jetten voegt boven op deze bezuinigingen nog eens extra bezuinigingen
toe op de langdurige zorg. Het is naar verwachting 45 miljoen in 2027 voor de gehandicaptenzorg,
oplopend naar 342 miljoen structureel. Volgt u het nog, met al die berekeningen? Het
is in totaal ongeveer een half miljard. Daar kom je dan op uit. En dan is mijn vraag:
hebt u hierover met mensen uit de gehandicaptenzorg gesproken? Ze zitten hier namelijk.
Hier zitten een heleboel mensen die zorg geven of die afhankelijk zijn van zorg. Ik
ben heel benieuwd. Wij hebben dat namelijk wel gedaan. Wij hebben een heleboel mensen
gesproken en er was niemand, maar dan ook niemand, die dit een goed idee vond. Als
u met mensen uit de gehandicaptenzorg zou hebben gesproken, dan had u dit ook gehoord.
Waarom wordt daar niets mee gedaan? Waarom worden er bewust keuzes gemaakt waardoor
mensen in de problemen komen? Vindt u de gehandicaptenzorg eigenlijk wel belangrijk?
Graag een antwoord, want dit is een serieuze vraag.
Dan het VN-verdrag Handicap. Er is werk aan de winkel. Nederland is in 2024 al op
de vingers getikt door de VN-commissie die zich bezighoudt met de rechten van mensen
met een beperking. In december 2025 concludeerde het College voor de Rechten van de
Mens dat het VN-verdrag nog lang niet overal en altijd als uitgangspunt wordt genomen
bij de ontwikkeling en uitvoering van wetgeving en beleid. Dat raakt mensen met een
beperking. Er is inmiddels een werkagenda bij de nationale strategie voor de implementatie
van het VN-verdrag Handicap. Er is dus al een heleboel papier gemaakt, maar nu moet
er ook daadwerkelijk wat gaan gebeuren. Er moet een extra inspanning worden geleverd
om dit verdrag goed na te komen. Dat is ook wat iedereen vindt en zegt. Maar er zijn
geen extra middelen vrijgemaakt. Er zijn überhaupt geen middelen vrijgemaakt voor
het VN-verdrag. Hoe kan dat? Waar is het budget dat hoort bij deze werkagenda? Waar
is het budget voor de uitvoering van het VN-verdrag Handicap? Waar kunnen wij dat
terugvinden? Hoe gaat u ervoor zorgen dat het VN-verdrag Handicap wordt nageleefd
als daar geen extra geld voor wordt vrijgemaakt?
Heeft de Minister de conclusies uit het rapport van het VN-Vrouwenrechtencomité over
de positie van vrouwen met een beperking gezien? Er is armoede bij vrouwen met een
beperking. Er is sprake van hoge werkloosheidscijfers. Het is dus belangrijk dat de
overheid bij de monitor van het VN-verdrag specifiek ook data over vrouwen en meisjes
met een beperking uitsplitst met betrekking tot werk en bestaanszekerheid, en dat
beleidsmaatregelen zich ook specifieker kunnen richten op vrouwen, zodat we dat weten.
Is de Minister bereid om dat te doen?
Ook is er een hoger risico voor vrouwen met een beperking op misbruik en gendergerelateerd
geweld en seksueel geweld. De toegankelijkheid van de vrouwenopvang is nog niet op
orde en de aanpak van geweld tegen vrouwen heeft nog onvoldoende oog voor vrouwen
met een beperking. Wat is de aanpak van de Minister om hiermee aan de slag te gaan?
We hebben eerder aandacht gevraagd voor meerkosten voor mensen met een beperking.
Daardoor hebben zij minder financiële ruimte dan mensen met een vergelijkbaar inkomen
zonder beperking. Het maakt uit in welke gemeente je woont voor de vraag of je hierbij
hulp, zorg of ondersteuning krijgt. Dat moet toch niet uitmaken? We zijn het er toch
allemaal over eens dat het geen verschil zou moeten maken waar je woont? Maar wat
doet dit kabinet? Niet alleen wordt dit probleem niet opgelost, de meerkosten voor
mensen met een beperking worden hoger gemaakt door het verhogen van het eigen risico
naar € 520, door het afschaffen van de fiscale aftrekpost voor niet-vergoede zorgkosten,
door het bijna volledig afschaffen van de huishoudelijke zorg, door het invoeren van
de eigen bijdrage in de wijkverpleging en door de bezuiniging op de WIA. Is dit een
foutje van het kabinet? Zo niet, wat is dan de gedachte hierachter als het gaat om
de gevolgen voor mensen met een beperking en de uitvoering van het VN-verdrag Handicap?
Laten we ervoor zorgen dat dit niet gebeurt en laten we deze maatregelen van tafel
halen. Wat is de Minister bereid om hierin te doen?
Verder sluit ik aan bij de goede vragen die zijn gesteld over meerzorg. Mensen komen
nog steeds in de problemen door het wegvallen van zorgbudget, terwijl zij al met moeite
soms hele zware en ontzettend belangrijke zorgtaken doen. Laten we deze mensen niet
verder in de problemen helpen. Zijn de kortingen hierop van tafel?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de laatste spreker van de zijde van de Kamer
in eerste termijn: mevrouw Ten Hove van de Groep Markuszower.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Ook ik wil iedereen die aanwezig is of thuis meekijkt en -luistert
bedanken voor hun betrokkenheid en het aanwezig zijn. Dat is hartstikke nodig, want
het gaat jullie allemaal juist aan. Ook dank dat jullie zijn gebleven totdat ik als
laatste spreker mijn zegje mag doen.
De gehandicaptenzorg is een sector waarbij iedereen elke dag met hart en ziel klaarstaat
voor anderen. Het zou mooi zijn als we het vandaag vooral daarover hadden kunnen hebben:
over de zorg, de mensen en de aandacht. Maar dat gaat helaas niet. Zoals gezegd hangen
er donkere wolken boven de sector. De bezuinigingen lopen op tot een half miljard
in 2030. De brief van de Minister van afgelopen woensdag zet de financiële cijfers
op een rij, maar laat de andere kant van de gelddiscussie eigenlijk volledig achterwege.
Minder geld betekent namelijk minder medewerkers en minder medewerkers betekent minder
tijd en aandacht voor mensen die de zorg juist zo hard nodig hebben en echt niet zonder
die zorg kunnen. Minder geld betekent ook – het werd al gezegd – dat investeringen
in betere huisvesting, duurzaamheid en technologie op de lange baan worden geschoven,
terwijl juist die verbeteringen nodig zijn om de zorg toekomstbestendig te maken.
In de betreffende brief staat letterlijk beschreven dat extra geld, namelijk de tariefverhogingen,
nodig was om de tarieven redelijkerwijs kostendekkend te maken. Tariefkortingen, die
daar weer van afgaan, zetten die kostendekkendheid dus direct onder hoogspanning.
Graag de visie van de Minister hierop.
Tariefverhogingen zijn geen luxe of extraatje, maar zijn broodnodig. De bedragen die
er straks, vanaf 2027, af gehaald worden, zijn tariefkortingen. De tarieven die met
het extra budget eindelijk net aan kostendekkend werden, duiken met diezelfde tariefkortingen
dus weer onder de kostprijs; het jojo-effect werd al benoemd. Dit wordt gedaan zonder
enige logische of praktisch uitvoerbare onderbouwing. Kan de Minister die onderbouwing
vandaag toelichten? Wat is überhaupt de inhoudelijke onderbouwing van de hele tariefmaatregel?
Voorzitter. Dit gaat alleen nog maar over de bezuinigingen van vorige kabinetten,
die nu doorgedrukt worden en vanaf 2027 voor het eerst in zullen gaan. Hierbovenop
volgt nog een nieuwe bezuiniging uit het coalitieakkoord, namelijk die van de ombuiging
in de Wlz. De Minister geeft in haar brieven aan nog meer tijd nodig te hebben om
tot een goede verdeling van de groeiruimte over de sectoren en een deugdelijke onderbouwing
te komen. Wat Groep Markuszower betreft is dit de wereld op zijn kop: gigantische
bezuinigingen aankondigen terwijl de plannen nog uitgewerkt moeten worden. Het is
ronduit schandalig. Is de Minister het met mij eens dat dit andersom zou moeten gebeuren?
Zo ja, waarom gebeurt dit dan niet? Is de Minister zich ervan bewust dat hierdoor
enorm veel stress en onrust veroorzaakt worden bij alle mensen die dit aangaat? Alleen
daarom al zegt Groep Markuszower: trek die bezuiniging in. Maak eerst maar eens een
gedragen en uitgewerkt plan, samen met het werkveld – heel belangrijk: samen met het
werkveld! – en kijk vandaaruit verder.
Dat brengt mij bij de meerzorgregeling. Kan de Minister een update geven? Heeft iedereen
die geen aanspraak meer maakt op meerzorg inmiddels duidelijkheid? Hebben zij ook
nog toegang tot de juiste zorg? Wie in elk geval wel duidelijkheid heeft gekregen,
is Janine. Ze was onlangs nog te zien in Hart van Nederland. Na jaren van meerzorg
is haar verlenging niet afgewezen, maar is haar aantal zorguren verlaagd. Per 1 april
gaat zij van 24 uur naar 11 uur zorg per etmaal: 13 uur minder per dag, terwijl haar
situatie niet veranderd is. Janine vertelde mij dat het zorgkantoor oordeelde dat
ze haar zorg niet doelmatig had besteed, maar hoe bestaat dit? Heeft zij dan hulp
gekregen? Nee, niet voldoende op een manier waarop ze haar zorg wél goed kan besteden.
Hoe bestaat dit oordeel, zeker gezien er niemand bij haar thuis is komen kijken en
ondanks verklaringen van de revalidatiearts, de logopedist en de huisarts? Wél sprak
zij op het zorgkantoor met een jurist. Is de Minister het met mij eens dat dergelijke
ingrijpende beslissingen nooit van achter een bureau gemaakt mogen worden en dat de
menswaardige en zorgzame kant nooit vergeten mag worden bij een juridische beslissing
over zorg?
Het verpleeghuis is inmiddels het geboden alternatief. Er zijn echter overal enorme
wachtlijsten, los van het feit dat Janine daar niks voor voelt. Hoe wordt zo'n zorggat
opgevangen totdat er wél een passende plek of een alternatief is? Welke andere alternatieven
zijn er te bedenken die maken dat Janine en mensen met vergelijkbare situaties wél
de regie houden over de zorg die bij hen past? Welke opties heeft Janine nog om te
voorkomen dat ze in een verpleeghuis moet gaan wonen? Hoe rijmt dit alles met de verschuiving
van intramurale zorg naar investeren in zorgzame buurten en de gemeenschapsontwikkeling,
waardoor juist mensen met een beperking langer thuis kunnen wonen met passende ondersteuning?
Kan de Minister aangeven hoeveel mensen dit jaar hetzelfde oordeel hebben gekregen?
Hoe verhoudt dit zich tot de wachtlijsten bij de verpleeghuizen? Is er voor iedereen
wel een passende plek en, zo ja, is deze dan wel in de regio? Zorgkantoren werken
inmiddels aan een uniform beleidskader voor meerzorg. Op welke manier wordt hierbij
het belang van de meerzorggebruiker geborgd?
Voorzitter. Gehandicaptenzorg is en blijft mensenwerk. Zeker in de intensieve zorg
kan het echt niet met nóg minder mensen. De gehandicaptenzorg kampt momenteel met
een tekort van 10.000 medewerkers. Volgens prognoses kan dat in 2034 zelfs zijn opgelopen
tot 22.000. Voor medewerkers in de gehandicaptenzorg dreigen een nog hogere werkdruk
en meer uitval. Onbegrijpelijk, want deze sector heeft het al zo zwaar. Voor de intensieve
zorg zijn de personeelstekorten nu al nijpend, wat gevolgen heeft voor de veiligheid,
voor de cliënten en het personeel en vooral ook voor de menselijkheid.
Hoe gaat de Minister de professionals die dagelijks op de werkvloer staan, nauw betrekken
bij alle uitdagingen waar de gehandicaptenzorg voor staat? Hun praktijkkennis en ervaringen
zijn immers onmisbaar in nieuw te maken beleid. Hoe wordt houdbaar en vooral menswaardig
beleid in de gehandicaptensector geborgd, gelet op de huidige optelsom van bezuinigingen,
arbeidsmarkttekorten en beleidsambities? Hoe is dit te rijmen met de ambitie van de
coalitie om het VN-verdrag Handicap na te leven, zoals beschreven in het coalitieakkoord?
Als laatste spreker wil ik niet over alles in herhaling vallen. Ik sluit mij daarom
aan bij de vragen en de zorgen over het pgb, ExpertCare, de respijtzorg en de toegankelijkheid.
Ik heb nog wel een nabrander. We moeten zuinig zijn op de mensen die zich dag en nacht
inzetten om de gehandicaptenzorg in de benen te houden, op de professionals, maar
ook op de mantelzorgers. Zij verdienen waardering en perspectief. Hoe gaat de Minister
hiervoor zorgen? Want wie bezuinigt op de gehandicaptenzorg, bezuinigt op de meest
kwetsbare mensen in onze samenleving, en laten we eerlijk zijn: dat is niet normaal.
Wie dat niet kan inzien, heeft wat mij betreft zelf een beperking.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn van de Kamer.
Ik kijk even naar de Minister. Mijn voorstel zou zijn om om 14.00 uur weer te beginnen.
Dat is over iets meer dan 45 minuten. Is dat voor u haalbaar? Een uurtje? Oké. Dan
gaan we om 14.10 uur weer aan de slag. Ik herinner de Kamerleden eraan dat we met
elkaar hebben afgesproken om nog even naar de hal te gaan.
De vergadering wordt van 13.08 uur tot 14.10 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedemiddag iedereen. Bij dezen heropen ik de vergadering. Ik wil beginnen met het
maken van een aantal procesafspraken. Mijn voorstel zou zijn om, met het oog op de
tijd, een maximum van zes interrupties te hanteren voor de Kamerleden. Ik kijk even
of iedereen dat oké vindt. Ik hoor geen reactie, dus dat is bij dezen oké. Mij werd
net al gezegd: succes met deze onmogelijke opgave om om 16.30 uur af te ronden. Dat
gaan we wel proberen, ook omdat verschillende Kamerleden hebben aangegeven niet beschikbaar
te zijn als het uitloopt. Dat betekent dat ik vrij streng zal zijn bij interrupties;
die moeten heel snel richting een vraag geleiden. Ik kijk ook heel vriendelijk naar
het kabinet om te vragen of de antwoorden, waar dat kan – er zijn natuurlijk heel
veel vragen gesteld – zo bondig mogelijk gemaakt kunnen worden.
Bij dezen geef ik het woord aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Ook ik zal mijn best doen om kort en krachtig te antwoorden.
Mijn collega attendeerde mij erop dat dit debat ook gevolgd wordt door mensen met
een visuele beperking en dat zij geholpen zouden zijn met een beschrijving van hoe
wij hier zitten. Wellicht kunnen we even kort de setting samen beschrijven. We zitten
aan een U-vormige tafel. Links van mij zitten de voorzitter, de griffier en alle Kamerleden
die in de eerste termijn al hebben gesproken. Rechts van mij zitten twee VWS-collega's,
die mij gaan helpen om de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Zoals ik bij de
begroting ook al zei: deze Minister heeft het gevoel dat ze nu al examen moet doen
zonder dat ze de werkcolleges heeft kunnen volgen. Ik doe echt mijn uiterste best
om goede antwoorden te geven. Ik heb al ontzettend veel tijd gestoken in het lezen
van stukken en heb al een aantal werkbezoeken afgelegd, maar ik weet nog niet elke
punt en komma van elke motie die hier ooit is uitgesproken. Daarvoor zijn mijn VWS-collega's
aan mijn zijde. Tegenover mij zitten heel veel mensen op de publieke tribune; een
groot aantal hiervan draagt rode kleding. Welkom in deze zaal, ook van mijn kant.
Dan heb ik nog een praktisch punt. Ik weet dat dit debat wordt ondersteund met een
gebarentolk voor mensen met een auditieve beperking. Ik ken mijn tekortkomingen: ik
praat vrij snel. Ik zal echt mijn best doen om niet te snel te praten, maar spreek
me vooral aan als dat toch het geval is, want dan wordt het lastig tolken, vrees ik.
Voorzitter. Dit debat gaat niet over mij, maar over goede zorg, liefdevolle zorg,
hulp en ondersteuning voor mensen met een beperking. Toch zou ik heel graag iets willen
zeggen over de band die ik voel met de gehandicaptenzorg. Mijn vader was ooit voorzitter
van de Oudervereniging Philadelphia in de Betuwe en mijn moeder las met kerst de kerstverhalen
voor. Zij was lerares, dus zij had er ook wat mee. Ik weet ook nog dat ik als meisje
bij de boot van De Zonnebloem stond. Mijn moeder regelde daarvoor de reizen; ik mocht
als meisje van 7 of 8 een bosje bloemen geven aan alle mensen die met hun rolstoel
weer van de plank kwamen rijden. Dat betekende dat ik als kind al heel vroeg iets
leerde over wat het betekent als je leeft met een beperking. Dat kreeg ik vanuit thuis
ook mee, en dat liet mij in mijn verdere loopbaan ook niet los. Als Tweede Kamerlid
was ik betrokken bij de aanloop naar de ratificatie van het VN-verdrag Handicap. Daarna
heb ik mij ook een aantal jaar ingezet als directeur van MEE, waarbij ik ook heel
veel over deze specifieke sector heb geleerd. En nu zit ik hier als Minister van Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport.
Ik ben heel blij dat het ondanks alle drukte en de korte tijd dat ik hier zit, wel
gelukt is om al een aantal mensen te ontmoeten die wonen of werken in de gehandicaptenzorg.
Zo ben ik rondgeleid bij 's Heeren Loo door Nathalie. Ik mocht haar kamer bekijken
en ze stelde me voor aan haar huisgenoten en buren. Ik sprak ook met een groepsleider.
Hij vertelde hoe hij elke dag fluitend naar zijn werk ging sinds hij zijn baan als
chauffeur had ingeruild voor een baan in de gehandicaptenzorg. En ik heb Luka, Cato
en Anne op bezoek gehad. Alle drie waren ze in het rood gekleed. Twee van hen, Cato
en Anne, zijn hier ook aanwezig. Luka moest werken vandaag, wat natuurlijk ook hard
nodig is. Met hen heb ik ook gesproken over de actie #SterkVoorGehandicaptenzorg,
die zij gestart zijn. Natuurlijk hebben we het ook gehad over de zorgen over de bezuinigingen.
Daar wil ik nog veel vaker met hen, maar ook met heel veel anderen over praten. Ik
was ook echt geraakt door hun enorme werkplezier en de enorme passie waarmee zij hun
werk doen. Hun werk is duidelijk veel meer dan een baan; het is volgens mij echt een
belangrijk onderdeel van hun leven.
Voor mensen met een visuele beperking licht ik nu toe dat Cato en Anne tegenover mij
op de publieke tribune zitten. Ik groet hen even en zij groeten terug. Ik ben heel
trots en dankbaar dat er zo veel bijzondere mensen dag en nacht klaarstaan voor mensen
met een beperking. Ik beloof dat ik alles uit de kast zal halen om hen de komende
jaren zo goed mogelijk te steunen. Het is goed om nog even te benadrukken dat dit
debat over veel meer gaat dan zorg in een instelling. Heel veel mensen met een beperking
wonen namelijk gewoon thuis, soms ook zelfstandig. Net als mensen in een instelling
zijn zij gebaat bij een toegankelijke samenleving waarin ze mee kunnen doen. Om de
zorg en het leven van mensen met een beperking te verbeteren, voeren we dan ook het
VN-verdrag Handicap uit.
Voorzitter. Voordat ik overga tot het beantwoorden van de vragen, wil ik één ding
expliciet benoemen. Ik ben vorige week benaderd door belangrijke organisaties die
cliënten vertegenwoordigen, zoals onder andere Ieder(in) – er zit een vertegenwoordiger
in de zaal – en KansPlus, om elkaar snel te ontmoeten. Die afspraak wordt al gemaakt
en ik zie er naar uit ook jullie snel te spreken.
Voorzitter. Dan ga ik over tot het beantwoorden van de vragen, aan de hand van een
aantal blokjes. Omdat er misschien nog veel mensen van ExpertCare in de zaal zitten,
wil ik het daar eerst even over hebben. Daarom was ik net ook iets later hier. Daarna
komt er een blokje over de Wlz, waarin ik zal praten over de financiën, meer zorg,
complexe zorg en nog een aantal varia. In het vierde blokje zal ik het hebben over
het VN-verdrag. Daaronder vallen een aantal onderwerpen die ik zal toelichten.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Sorry, ik ben traag van begrip. Wil de Minister het nog een keer noemen?
Minister Sterk:
Ik zei al dat ik wat snel was. Ik zal het nog een keer doen. Ik begin bij ExpertCare.
Dan ga ik naar een groter blokje Wlz. Daar vallen vier onderwerpen onder, te weten:
het financieel akkoord – dat is dus de discussie over de bezuinigingen – meerzorg,
complexe zorg en een aantal varia. U heeft namelijk ook een aantal vragen gesteld
die moeilijk in één thema waren te plaatsen. Het vierde blokje gaat dan over het VN-verdrag.
Sorry, dat is het derde blokje. De inleiding was mijn eerste blokje. Excuus, dat is
de verwarring. Voor u gaat het derde blokje over het VN-verdrag en dan over de coördinatie
en de sturing daarvan. Daarnaast gaat het over de stapeling van de zorgkosten door
het coalitieakkoord, de inhoud van de werkagenda en de andere belangrijke vragen die
dan nog overblijven. Is iedereen bij? Mensen steken nu de duimen op omdat ze allemaal
bij zijn. Heel goed.
Dan beginnen we met ExpertCare. Ik heb net al kennisgemaakt met een aantal van de
ouders, en ook met Boaz. Ik wil me eerst tot hen richten, hoewel ik me afvraag of
er nog ouders in de zaal zijn vanuit ExpertCare. Ze zijn net allemaal weg, hè. Ze
volgen het nog wel, krijg ik nu te horen. Oké, dat is mooi. Ik denk dat ik mij nauwelijks
kan voorstellen in wat voor onzekere situatie jullie je op dit moment bevinden. Ik
maak mij daar net als u ook grote zorgen over. Want het plotselinge besluit van ExpertCare
om een aantal locaties te sluiten, zonder een passend alternatief voor uw kinderen
te bieden, had niet op deze wijze mogen gebeuren en heeft veel onrust en onzekerheid
veroorzaakt. Op dit moment zijn er veel mensen hard aan het werk om een oplossing
te bieden en te vinden. Dat is natuurlijk de zorgaanbieder zelf, en dat zijn de zorgverzekeraars,
de NZa en de IGJ. Zij proberen zo snel mogelijk vervolgzorg te regelen voor de kinderen
die dit raakt. Ik vind het belangrijk dat zij daar ook nu echt alles aan doen en ook
de ruimte en tijd krijgen om dat goed te regelen. Maar ik heb vorige week ook goed
gehoord wat de Kamer zei, en zal dit dus zelf ook goed in de gaten houden. Ik kan
jullie wel verzekeren dat als het partijen niet lukt om samen tot een goede oplossing
te komen, ik zal kijken wat ik kan doen om ervoor te zorgen dat jullie, ouders, de
zorg krijgen die jullie nodig hebben. Ik wens jullie dan ook heel veel sterkte toe
in deze moeilijke periode.
Dan richt ik mij specifiek tot de woordvoerders. Ik zei net al dat ik bij de begrotingsbehandeling
had beloofd om terug te komen op de situatie bij Villa ExpertCare. De ambtenaren van
VWS hebben vanmorgen overleg gevoerd met de NZa, de IGJ en de zorgverzekeraars. Alle
partijen zijn er echt op gebrand om een oplossing te vinden voor deze kwetsbare groep
van ernstig zieke kinderen. Dat is complex en het vraagt ook tijd om dit zorgvuldig
uit te voeren. De NZA, de IGJ en de zorgverzekeraars geven aan dat het een complexe
operatie is om voor 31 maart een alternatief aanbod te realiseren voor alle kinderen.
Die signalen gaf u zelf natuurlijk ook al. Daarom is ook afgesproken dat Villa ExpertCare
langer openblijft, totdat voor alle kinderen een passende oplossing is gevonden. De
NZa, IGJ en zorgverzekeraars hebben op dit moment geen signalen dat grote aantallen
personeel op zoek zijn naar ander werk, maar ze kunnen niet uitsluiten dat dat misschien
wel op individueel niveau gebeurt. Villa ExpertCare neemt maatregelen om het commitment
van het personeel voor langere tijd te behouden en vertrekkend personeel op te vangen
via detachering. Ook hiervoor vind ik het belangrijk dat partijen wel de tijd krijgen
om daarin tot een passende oplossing te komen. Met de NZa, de IGJ en de zorgverzekeraars
is ook afgesproken dat zij op korte termijn gezamenlijk met Villa ExpertCare in gesprek
gaan om het proces verder te stroomlijnen. Wij gaan volgende week opnieuw met de betrokken
partijen in gesprek om de voortgang te bespreken en dat zullen we ook wekelijks gaan
doen, dus dat wil ik u toezeggen. Ik voel mij hier ook bij betrokken en het is ontzettend
belangrijk dat hier gewoon een goede oplossing voor komt. Ik zal de Kamer ook op de
hoogte houden van die gesprekken, dus die toezegging wil ik graag aan u doen.
Dat was het blokje ExpertCare, maar er waren nog een aantal specifieke vragen gesteld.
De voorzitter:
Dat levert in ieder geval een aantal vragen op, maar misschien is het goed om eerst
die specifieke vragen nog even te beantwoorden en dan aan het eind van dit blokje
de vragen.
Minister Sterk:
Ja, dat zijn vragen van mevrouw Westerveld en van mevrouw Dobbe. Dat gaat over bij
wie die zorgplicht nu precies ligt en wat dat precies betekent en zo. ExpertCare heeft
de verantwoordelijkheid om alternatieve zorg te organiseren voor haar cliënten. De
zorgverzekeraars hebben de wettelijke zorgplicht; dat betekent dat zij ervoor moeten
zorgen dat de verzekerden, ook in het geval van een dreigende sluiting, de zorg die
ze nodig hebben ook echt blijven ontvangen. Voor die kinderen, die onder de Wlz vallen,
kopen zorgkantoren die zorg in. De NZa houdt toezicht op de zorgplicht van zorgverzekeraars
en heeft daarover op dit moment ook heel nauw contact met Zilveren Kruis, de zorgverzekeraar
binnen wiens gebied dit valt. Zij hebben ook een speciaal team ingericht om een passende
oplossing te organiseren voor alle cliënten. Ten slotte is ook de IGJ nauw betrokken.
Die houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg en de plannen om de continuïteit
van de zorg te borgen.
Dat was de vraag van mevrouw Westerveld. Dan had mevrouw Dobbe nog een vraag. Zij
zegt: «Het is een commercieel bedrijf. De Minister moet nu ingrijpen. Wat vindt de
Minister ervan dat de markt tot dit soort situaties leidt?» Ik heb net al aangegeven
dat de eerste verantwoordelijkheid om tot een oplossing voor de continuïteit van de
zorg te komen bij de betrokken partijen ligt. Als het hun niet lukt om een passende
oplossing te creëren, zal ik kijken welke stappen er verder nog nodig zijn om ervoor
te zorgen dat deze kinderen de zorg blijven krijgen die ze nodig hebben.
In Nederland geldt dat zorgaanbieders, ook als ze commercieel georganiseerd zijn,
moeten voldoen aan dezelfde regels voor kwaliteit en toegankelijkheid. Ik ben op dit
moment ook bezig met het wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders,
waarin ik nadere eisen stel om niet-integere zorgaanbieders te weren uit de zorg door
bijvoorbeeld voorwaarden te stellen aan een winstuitkering. Overigens hecht ik eraan
om op te merken dat er natuurlijk ook investeerders zijn die wél goede dingen doen
in de zorg. Dat is ook belangrijk om de zorg met elkaar te kunnen blijven financieren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat leidt tot een aantal vragen van de zijde van de Kamer. Ik had als
eerste een signaal van mevrouw Westerveld gezien.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik pak even mijn vragen erbij. Ik had nog een aantal meer specifieke vragen gesteld.
Is de Minister er ook van op de hoogte dat er nu al grote problemen zijn en dat er
eigenlijk naar schatting twintig locaties in het land zouden moeten zijn? We hadden
ook de vraag gesteld: wat gebeurt er nou op het moment dat er geen passend alternatief
is? Ik heb de Minister goed gehoord. Ze zei: er komt een oplossing; daar ga ik voor
zorgen.
De voorzitter:
Probeer de vraag kort te houden.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is dan: wij krijgen wel signalen dat personeel weggaat, dus hoe gaat de
Minister er dan voor zorgen dat er een oplossing komt?
Minister Sterk:
Volgens mij heb ik aangegeven dat wij, anders dan vorige week, er dichter op zijn
gaan zitten. We hebben wekelijks overleg en daar zullen deze thema's ook aan bod komen.
Wij hebben op dit moment die signalen nog niet. Ik gaf net aan dat het op individueel
niveau misschien wel zo kan zijn, maar het lijkt me belangrijk dat we daarover het
gesprek blijven aangaan.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Kan de Minister ons ook een tijdpad sturen? Ze zegt dat de locaties langer openblijven.
Tot wanneer blijven ze dan open enzovoort? Wat gaat er wanneer gebeuren in gesprekken?
Kunnen wij, niet vanmiddag maar in de komende dagen, een tijdpad krijgen met wat het
ministerie precies gaat doen?
Minister Sterk:
Dat is lastig, want we kunnen pas stoppen als iedereen een oplossing heeft. Wat mij
betreft is dat morgen het geval, maar volgens mij is de situatie iets ingewikkelder
dan dat. Het is dus ook lastig om dan een tijdpad te schetsen voor wanneer dat opgelost
is, omdat het pas opgelost is als alle kinderen een goede plek hebben gekregen; tenminste,
als ze een goed aanbod hebben gekregen, laat ik het zo zeggen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank aan de Minister voor alle goede inzet, ook de afgelopen dagen. Tegelijk: ik sprak
net nog een vader uit Wezep, die aangaf dat zijn kindje niet terechtkan omdat er sluiting
dreigt en er geen nieuwe aanvragen meer bij mogen komen. In ieder geval lukt het nu
niet. In de beantwoording van mijn schriftelijke vragen, van 2 maart, gaf de Minister
ook al aan dat ExpertCare heeft aangegeven dat de zorgvilla's langer open mogen blijven
dan 31 maart als er niet voor alle kinderen een passende oplossing is gevonden. Ik
wil er juist daarom heel graag meteen op vertrouwen dat het ook echt lukt als de Minister
die toezegging doet. Maar nadat de Minister dit opschreef, heb ik nog het ene na het
andere zorgwekkende bericht van ouders gehad dat ze die ervaring niet hebben bij ExpertCare.
Welke maatregelen heeft de Minister in gedachten als men het wel toezegt, maar niet
levert?
Minister Sterk:
Zoals ik net al aangaf, zijn deze specifieke signalen mij niet bekend. Misschien is
het ook goed dat wij die informatie krijgen. Wat mij betreft gaat het er in de gesprekken
die wij nu voeren om dat we uiteindelijk zorgen dat kinderen en ouders een goede oplossing
hebben. Eerder moeten we volgens mij niet stoppen. Maar deze specifieke casus ken
ik verder niet. Het lijkt mij goed om die in ieder geval te betrekken bij de gesprekken
die nu gevoerd worden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank, maar dat is niet helemaal mijn vraag. Wat heeft de Minister, behalve overleg,
in handen om in zulke situaties in te grijpen? Daar mag ze ook later op terugkomen,
want dit heeft ook een stelselmatige component. De vraag is namelijk: als we het stelsel
zo hebben georganiseerd dat we ons afvragen of het nog wel goed gaat als aanbieders
ermee willen stoppen maar de zorg eigenlijk nog doorloopt, wat kunnen we in zulke
knellende gevallen doen?
Minister Sterk:
De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij de zorgverzekeraars. Die hebben zorgplicht.
Die moeten eigenlijk garanderen dat er een oplossing komt. Vanuit mijn systeemverantwoordelijkheid
zie ik daarop toe. Die rol heb ik nu opgepakt door dat overleg aan te gaan en door
mee te kijken naar wat daar gebeurt. Maar de verantwoordelijkheid ligt bij de zorgkantoren.
Die zullen daar ook op aangesproken worden. Dat gaan we nu dus ook doen. Wat mij betreft
houden we daar niet mee op totdat er voor alle kinderen een oplossing is.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik wil even scherpstellen om te zien of ik de Minister goed begrijp. Hoor ik de harde
toezegging dat ExpertCare echt openblijft totdat iedereen een passende oplossing heeft
gekregen? Is dat de harde toezegging die ik hier hoor?
Minister Sterk:
Ja.
Mevrouw Dobbe (SP):
Op de vraag wie er verantwoordelijk is, hoor ik de Minister zeggen: ExpertCare, zorgverzekeraars,
zorgkantoren, de NZa en de IGJ. De Minister noemt zichzelf niet, terwijl ze wel zegt:
als het niet lukt, zet ik mij in. Als deze Minister zich niet verantwoordelijk voelt
voor het oplossen van dit probleem – ze stond zelf niet in dat rijtje – wat gaat zij
dan doen op het moment dat er geen passende oplossing wordt gevonden voor deze kinderen?
De toezegging dat de ExpertCare-locaties zouden openblijven totdat er een passende
oplossing zou komen voor de kinderen was al gedaan. De vraag is of dat lukt. Wat gaat
deze Minister dan heel concreet doen, behalve gesprekken voeren?
Minister Sterk:
Ik vóél me verantwoordelijk, maar in het systeem bén ik er uiteindelijk niet voor
verantwoordelijk. We hebben het zo met elkaar georganiseerd dat de zorgverzekeraars
die verantwoordelijkheid samen hebben met de zorgaanbieder. Ik voel me wel verantwoordelijk
en heb een systeemverantwoordelijkheid. Daarom heb ik nu gezegd: ik wil erbovenop
blijven zitten en daarom wil ik wekelijks contact over hoe het nu staat. Wij zullen
de signalen die ik net hoorde ook gaan meenemen in die gesprekken, want ook daar wil
ik natuurlijk opheldering over hebben.
De voorzitter:
Mevrouw Maeijer ... Sorry, eerst nog een vervolgvraag van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
De Minister voelt zich verantwoordelijk maar zegt niet dat ze verantwoordelijk is.
De Minister is natuurlijk wel stelselverantwoordelijk. Als het stelsel vastloopt en
er dingen misgaan in het stelsel, dan is de Minister dus wel verantwoordelijk. Op
zichzelf is dat problematisch. Ik ga hier dus nog een interruptie op plegen. Ik heb
namelijk een heel concrete vraag. Als het niet lukt om voor alle kinderen een geschikte
alternatieve plek te vinden, wat gaat deze Minister dan heel concreet doen?
Minister Sterk:
Zoals ik net al zei, is het in het systeem waarin wij werken de plicht van de zorgverzekeraar
om dat op te lossen. Daar spreken wij de zorgverzekeraar nu ook op aan. De NZa ziet
daarop toe. Als de zorgverzekeraar dat niet doet, is de NZa dus in eerste instantie
aan zet om daarop te acteren.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, daar gaan mijn interrupties. Dit is toch geen antwoord op de vraag? Mijn vraag
is heel concreet. De ouders willen het ook weten. Ze willen niet weten dat er gesprekken
worden gevoerd. Het is natuurlijk heel goed dat er gesprekken worden gevoerd, maar
zij willen weten wat deze Minister gaat doen als de locaties dichtgaan en er geen
geschikte alternatieve plek voor hun kind komt. De vraag is redelijk concreet, toch?
Minister Sterk:
Misschien worden we het niet eens, maar volgens mij heb ik niet alleen gezegd dat
ik pas rust als elk kind een plek heeft, maar ook dat we goed moeten kijken wie nou
precies waar verantwoordelijk voor is. Dat hebben we op een bepaalde manier georganiseerd.
Volgens mij ligt die verantwoordelijkheid nu bij de zorgkantoren en de zorgaanbieders,
maar ik rust niet voordat ieder kind een plek heeft. Die huizen gaan niet dicht voordat
ieder kind een plek heeft.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik heb een korte vraag. Kan de Minister toezeggen dat zij erop toeziet dat de ouders
een passend aanbod ook zullen ervaren als een passende oplossing? Ook op dat gebied
kunnen de twee sporen natuurlijk uiteenlopen. Er kan verschil zitten tussen wat je
aangeboden krijgt en wat je als ouder als oplossing voor je kind zou willen zien.
Minister Sterk:
Volgens mij moet dat vooral plaatsvinden in het gesprek over het zoeken naar de oplossing
en over de vraag wie daar in eerste instantie voor verantwoordelijk zijn. Nogmaals,
ik rust niet voordat er een oplossing is voor al deze kinderen. Tot die tijd zullen
de huizen openblijven. Ik blijf daar de komende tijd ook op meekijken.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Fijn dat in ieder geval voorlopig de zorgvilla's open kunnen blijven. Toch heb ik
een vraag, die ook al eerder terecht is gesteld: wie is daar uiteindelijk verantwoordelijk
voor? Ik begrijp dat de Minister nu in gesprek is. Is nou al duidelijk of die tarieven
wel of niet te laag zijn? Ik denk namelijk dat dan de zorgverzekeraars verantwoordelijk
zijn. Kan de Minister daar iets meer over vertellen? De andere zorginstellingen die
ik noemde, zijn ook gestopt. Zij zeggen zelf dat de tarieven te laag zijn.
Minister Sterk:
Op dit moment doet de NZa kostenprijsonderzoek daarnaar. Ik stel voor dat we eerst
even dat onderzoek afwachten.
De voorzitter:
Ik geef de Minister het woord voor het volgende blokje. Dat is het blokje Wlz en bestaat
uit vier subblokjes. Ik stel voor dat we aan het eind van elk subblokje ruimte geven
voor alle vragen. Het eerste subblokje is financiën.
Minister Sterk:
Voorzitter. Het is natuurlijk al heel veel gegaan over de voorgenomen bezuinigingen.
Dat zal ook niemand verbazen. Laat ik het volgende vooropstellen. Wat betreft de gehandicaptenzorg
en alles wat daarmee moet gebeuren, moet hulp, zorg en ondersteuning voor de mensen
met een beperking vooropstaan, passend zijn en beschikbaar blijven. Om dat te bereiken,
is de overtuiging van het kabinet dat het anders moet in de gehandicaptenzorg. Volgens
mij wordt dat breed gedeeld. Ook vermoed ik dat er mensen in de zaal zijn die dat
zullen nazeggen. We willen namelijk niet dat op een gegeven moment de wachtlijsten
oplopen of dat de continuïteit van zorg in het gedrang komt. We moeten verder kijken
dan het in stand houden van bestaande dingen en toewerken naar een nieuw toekomstperspectief.
Er werd gevraagd wat voor visie ik heb. Ik zie een toekomst voor me waarin mensen
met een beperking van kinds af aan gewoon in de samenleving kunnen leven en waarin
zo vroeg mogelijk hulp beschikbaar is voor gezinnen en mensen met een beperking, uiteraard
met passende zorg en ondersteuning wanneer dat nodig is. Om dat perspectief dichterbij
te brengen, is het ook van belang om te kijken naar de manier waarop we de zorg georganiseerd
hebben en is het van belang dat we daar stapsgewijs veranderingen in aanbrengen.
Voorzitter. Vandaag spreek ik met u over het begrotingsonderdeel Gehandicaptenzorg.
Overigens is dat inderdaad voor het eerst. Het is heel lang geleden dat we dat op
deze manier hebben gedaan, dus ik denk dat het feit dat we dit nu doen ook aangeeft
hoe belangrijk de Kamer dit onderwerp vindt. Ik heb u vorige week in een brief het
financiële beeld van de gehandicaptenzorg geschetst. Vanmorgen heeft u nog een aanvullende
brief daarover gekregen. Ik begrijp dat de aangekondigde maatregelen als bezuinigingen
worden ervaren, maar wat betreft het verdere plaatje van de sector wil ik toch ook
nadrukkelijk zeggen dat deze sector de afgelopen jaren niet vergeten is. Los van de
nog in te vullen taakstellingen zijn er ook extra middelen beschikbaar gesteld. Zo
zijn de tarieven voor 2026 structureel met 392 miljoen euro verhoogd ten opzichte
van 2024. Dat was ook nodig voor kostendekkende tarieven. Ook los van die verhoging
is volgens de cijfers van het CBS de financiële positie van zorgaanbieders in de gehandicaptensector
op dit moment echt gezond. De tariefverhoging geeft de sector aantoonbaar meer lucht
en daarbij stel ik elk jaar extra middelen beschikbaar om de groeiende vraag en de
loon- en prijsontwikkelingen op te vangen.
Dat betekent niet dat de opgave eenvoudig is. Ik begrijp heel goed dat de sector behoefte
heeft aan meerjarige zekerheid, zodat je weet waar je financieel aan toe bent, je
verantwoord beleid kunt voeren en je continuïteit kunt bieden aan cliënten en medewerkers. Dat lijkt me ook een hele legitieme
wens. Juist daarom nodig ik de partijen uit de sector uit om in gesprek te gaan over
de invulling van een akkoord. Laten we samen kijken wat we kunnen doen om te komen
tot bestuurlijke afspraken, waarbij we kritisch kijken naar hoe de zorg georganiseerd
is en waarbij we de toekomstambities verbinden aan heldere, realistische financiële
afspraken met begrip voor de sector, oog voor de toekomst en verantwoordelijkheid
voor een sluitende en houdbare begroting.
Ik ga toe naar een aantal specifieke vragen voordat ik dit blokje afrond, voorzitter.
De eerste vraag was van mevrouw Westerveld, over de kostendekkende tarieven. Daar
hebben overigens meer mensen vragen over gesteld. Ik begrijp heel goed de vraag: als
we eerst het tarief verhogen en we vervolgens tariefmaatregelen nemen die daar wat
aan afdoen, is dat dan niet een beetje raar? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat
het natuurlijk eigenlijk bezuinigingen zijn uit eerdere kabinetten die hier nog steeds
zijn ingeboekt. Dat werd net ook door Kamerlid Bikker gezegd. Het eerlijke verhaal
is ook dat deze coalitie er niet voor heeft gekozen om die eruit te halen. Ik sta
daar dus ook voor. U vraagt hoe dat dan precies kan. Hoe kun je toch tariefmaatregelen
doorvoeren die daar mogelijk ook weer consequenties voor hebben? Het proces rondom
de tariefmaatregelen – dat weet u wellicht – is dat er nog twee voorgehangen moeten
worden. Die komen nog naar uw Kamer, eind april. Wij zullen als kabinet moeten onderbouwen
waarom wij denken dat dit kan en hoe wij denken dat dit kan. Dat ga ik u nog toesturen.
Volgens mij is er nog een moment waarop we hierop wat dieper kunnen ingaan.
Wij zien mogelijkheden om zaken te doen, als je kijkt naar de voorgestelde maatregelen.
Ik noem digitale zorg. Als je spraakapparatuur in de zorg kunt gaan inzetten, dan
leidt dat tot een stuk minder bureaucratie voor zorgmedewerkers. Daardoor hebben ze
juist meer tijd voor hun werk. Het doet verder niets af aan de kwaliteit van de zorg.
Meerjarig contracteren is een andere tariefmaatregel. Ik hoor u aangeven dat het probleem
is dat er vaak zoveel ingehuurd personeel is. Juist door meerjarig te contracteren
en op langere termijn te plannen, kun je ervoor zorgen dat je als werkgever meer vast
personeel in dienst kunt nemen. Dat is volgens mij op een heleboel punten heel erg
belangrijk. Dat helpt mogelijk ook bij het naar beneden brengen van het ziekteverzuim.
Dat zijn zaken waar je aan zou kunnen denken. Ik zeg u toe dat die maatregelen nog
naar de Kamer komen in een voorhangprocedure. We zullen moeten onderbouwen waarom
wij denken dat dit kan en nodig is. Dat gesprek gaan wij op een later moment ook nog
aan.
Er waren nog wat andere vragen. Welke stappen worden er nu al gezet rond de bestuurlijke
afspraken? Worden ook de inclusiepartijen daarbij betrokken? Dat vroeg mevrouw Synhaeve.
Ik ben al in gesprek gegaan met de sector. Dat deed het ministerie, overigens, want
ik zit hier nog maar net. Ik was graag al met de sector in gesprek gegaan, maar helaas
heb ik daar nog geen tijd voor kunnen vinden. Ik ga dat zo snel mogelijk doen. Er
zijn al gesprekken geweest met de zorgaanbieders en de VGN, zorgkantoren, ZN, cliënten,
naastenorganisaties en de beroepsgroepen. Tijdens die bestuurlijke overleggen wil
ik als eerste de focus gaan leggen op het langetermijnperspectief. Via een gezamenlijke
ambitie wil ik komen tot goede afspraken binnen de budgettaire kaders voor de komende
jaren. Ik denk ook dat dat de juiste manier is. We weten dat er heel veel kennis en
expertise in die sector zit. Die willen we ook gebruiken om met elkaar het toekomstbeeld
voor die sector te gaan schetsen. Dat proces kost gewoon tijd. Ik wil u in ieder geval
toezeggen dat ik u voor de zomer informeer over de voortgang van die gesprekken. Dat
is volgens mij ook een antwoord op de vraag van de heer Van Dijk.
Mevrouw Maeijer vroeg wat de bezuinigingen en het akkoord met de sector voor wonen
en zorg en de gehandicaptensector betekenen. Zoals u wellicht nog wel weet, is er
een Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen. De bezuinigingen hebben geen effect
op de hoogte van het budget dat daarvoor beschikbaar is. U weet dat de vg-sector ook
in aanmerking kan komen voor die zorggeschikte woningen en dat er weer een nieuwe
ronde van die stimuleringsregeling in mei van dit jaar zal worden opengesteld, ook
voor nieuwe aanvragen.
Mevrouw Westerveld had ook een opmerking over het arbeidsmarkttekort. Het moet me
toch een beetje van het hart – ik heb dat ook al gezegd bij de begroting – dat we
hier best wel in mineur praten over het toekomstperspectief van de gehandicaptenzorg.
Ik zie vooral heel veel mensen met enorm veel passie en betrokkenheid in de sector
werken. Ik zou hopen dat we dat verhaal ook blijven vertellen met elkaar. Dat doet
u overigens ook. Ik denk dat dat wel belangrijk is, omdat het lijkt alsof het allemaal
kommer en kwel is. Die paar werkbezoeken die ik nu heb afgelegd, laten zien dat er
ook echt heel veel vreugde is in die sector. Laat ik het zo maar even zeggen. Overigens
spreek ik ook mensen die zien waar dingen anders kunnen. Ik spreek dus niet alleen
maar mensen die zeggen: het kan niet anders en we zitten nu al in de knel. Er zijn
echt ideeën over hoe het anders kan. Ik wil heel graag de komende tijd met de sector
die ideeën ophalen en kijken hoe we dat vorm kunnen geven.
Er gebeurt dus al veel. De ambassadeurs van de gehandicaptenzorg zitten hier ook in
de zaal. Die hebben zelf ideeën en die houden mij scherp. Ik heb aan hen aangegeven
dat ik het ook goed vind om daar ook vaker met hen over te spreken. We stellen op
dit moment 185 miljoen beschikbaar voor het opleiden en ontwikkelen van zorg- en welzijnsprofessionals
buiten het ziekenhuis. Daar was ook een vraag over. Er ligt ook een stevige opdracht,
zeg ik dan maar, bij de werkgevers in de zorg, want goed werkgeverschap is echt wel
een belangrijke sleutel in het aantrekkelijk houden van het werk.
Mevrouw Maeijer had het ook over de ...
De voorzitter:
Ik heb een vraag voor de Minister: hoelang duurt dit subblokje nog ongeveer? Ik zie
namelijk al verschillende handen de lucht in gaan.
Minister Sterk:
Ik heb nog vier vragen die ik zou willen beantwoorden.
De voorzitter:
Dan stel ik voor om dat eerst te doen, graag zo bondig als past.
Minister Sterk:
Ik zal het kort proberen te houden. Ik gaf net al aan dat het belangrijk is dat gezichten
bekend blijven in de gehandicaptenzorg. Daarom zou je alle zzp'ers terug moeten dringen.
Daarbij is meerjarig contracteren juist ook belangrijk.
Mevrouw Bikker vroeg naar de verschillen tussen de cao's van de gehandicaptenzorg
en de ouderenzorg. Die zijn grotendeels gelijkgetrokken in de laatste jaren. Ons inziens
vormt dat op dit moment geen belemmering om te kiezen voor een bepaalde sector. Overigens
geven veel medewerkers aan dat voor hen geld alleen niet de reden is om in de sector
te gaan werken. Het gaat ook om een heleboel andere zaken, zoals goed werkgeverschap
en gezien en gehoord worden.
Dan de digitalisering. Die mag natuurlijk nooit leiden tot gevaarlijke situaties.
Daar zijn we het, denk ik, snel over eens. Ik denk dat het goed is om realistische
verwachtingen te hebben van digitale zorg. Ik denk dat digitale zorg vooral veel kan
betekenen voor de zeggenschap en de zelfredzaamheid van mensen zelf, maar er zijn
natuurlijk ook voorbeelden van manieren waarop digitale zorg iets kan toevoegen aan
medewerkers in de zorg. Dan denk ik bijvoorbeeld aan beeldzorg. Die kan zorgen voor
laagdrempelige ondersteuning van mensen. Er zijn ook goede voorbeelden in de innovatie-impuls.
De voortgangsrapportage daarover stuur ik aan het einde van deze maand mee met de
brief over de toekomstagenda.
Ten slotte had mevrouw Wendel ook een vraag over innovaties. Ik zei net al dat we
daar wel realistisch over moeten zijn. Ze kunnen helpen om werk efficiënter te maken
en minder administratieve lasten te hebben, bijvoorbeeld door spraakapparatuur; dat
noemen ze hier «spraakgestuurd rapporteren». De beeldzorg heb ik net al genoemd.
Voorzitter. Ik ben aan het einde van dit kopje.
De voorzitter:
Top. Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik zou de Minister toch een iets verdergaande reflectie willen vragen op wat een meerderheid
van de Kamer hier zegt, namelijk: deze bezuinigingen niet zo. Ik hoor de Minister
in haar antwoord telkens «binnen de kaders» zeggen. Ze zegt een hele hoop dingen waarvan
ik zeg: van harte mee eens, mooi dat u in gesprek gaat en goed dat u het bekijkt op
inhoudelijke voorwaarden. Maar ik hoor daar telkens «binnen de kaders» achteraan.
Ik hoor hier in de Kamer aan deze kant keer op keer dat de tarieven, om maar een voorbeeld
te noemen, net met moeite kostendekkend zijn gemaakt en dat er grote zorgen zijn over
wat de ingeboekte bezuinigingen gaan betekenen voor de tarieven. De Minister refereert
dan aan de CBS-cijfers, maar in alle eerlijkheid: de aanbieders hadden op dat moment
al bezuinigingen ingeboekt en de Kamer heeft die vervolgens controversieel verklaard.
Dan worden die cijfers dus positiever dan ze in werkelijkheid zijn als de bezuinigingen
daadwerkelijk ingaan. Kan de Minister reflecteren op het punt dat «binnen de kaders»
eigenlijk niet houdbaar is als we deze Kamer zo horen? We hebben hier namelijk allemaal
voor ogen dat de gehandicaptenzorg moet kunnen werken met tarieven die daadwerkelijk
kostendekkend zijn.
Minister Sterk:
Ik heb aan het begin al duidelijk gesteld dat ik hier met een opdracht zit. Dat is
de opdracht die ook in het coalitieakkoord is meegegeven. Wij zien dat de manier waarop
wij de zorg in Nederland hebben georganiseerd, op de langere termijn niet houdbaar
is. We zien dat de kosten steeds meer oplopen en dat we een groeiend tekort hebben
aan mensen die die zorg kunnen leveren. Willen wij ook in de toekomst zorgen dat alle
mensen die er nu zitten en er misschien gaan komen, passende zorg krijgen, dan moeten
we wat gaan doen. Dat betekent dat we de financiële groei die er op dit moment in
de zorg zit, moeten gaan afbuigen. Dat doen we ook in de voorstellen vanuit het coalitieakkoord.
Dat is dat «minder, meer», zou je kunnen zeggen. Ik kan me heel goed voorstellen dat
dat gevoeld wordt als een bezuiniging. We zullen dus moeten kijken hoe we dat terug
kunnen brengen. We denken echt dat er manieren zijn om dat te doen zonder dat dat
leidt tot oplopende wachtlijsten, toenemende druk op werknemers en het niet meer kunnen
leveren van de kwaliteit die we moeten leveren volgens het kwaliteitskompas, want
dat zijn wat mij betreft wel de randvoorwaarden. Volgens mij is dat de harde bodem
op basis waarvan die gesprekken worden gevoerd. Ik hoor inderdaad ook wat u zegt,
maar mijn positie is op dit moment ook – ik zit hier nu anderhalve week – dat wij
dit gesprek vooral vanuit de inhoud willen gaan voeren en niet aan de voorkant al
allerlei harde financiële kaders willen gaan stellen waarbinnen dat gesprek zou moeten
plaatsvinden.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Die harde kaders staan; dat is de financiële plaat van dit coalitieakkoord. Ik zou
ook heel graag de gesprekken vanuit de inhoud voeren, maar wat me in de afgelopen
gesprekken met de nieuwe coalitie juist zo teleurgesteld heeft, is dat de Minister-President
bij het debat over de regeringsverklaring moest toegeven dat het onvoldoende over
de inhoud van de gehandicaptenzorg is gegaan, terwijl de bezuinigingen wel zijn ingeboekt.
Vervolgens houd ik een motie aan om helemaal geen bezuinigingen in de gehandicaptenzorg
door te voeren, omdat de coalitie zegt: we zien ruimte en komen met scenario's. Vervolgens
krijg ik brieven waarin nog eens wordt uitgelegd welke bezuinigingen al zijn ingeboekt.
Daar heb ik ook voor een deel verantwoordelijkheid voor genomen. Dat vind ik ook logisch.
Maar ik krijg op dit moment niet in beeld welke inhoudelijke veranderingen in de gehandicaptenzorg
die geraamde bedragen op zouden leveren. Ik ben dol op hervormen, want ik ben hervormd;
ik herhaal het nog maar eens. Maar kom niet met een plaat als kader waardoor wij eigenlijk
allemaal uít onze plaat gaan. Dit past niet bij wat de gehandicaptenzorg nodig heeft.
Ik zou aan de Minister het volgende willen vragen. Als u nou in de beantwoording van
de Minister-President de ruimte krijgt en als ik hier collega's zie worstelen met
de logica van deze bezuinigingen, pak dan die kans. U hoeft dit financiële kader niet
met uw leven te verdedigen. Dat is meteen ook mijn vraag. Vindt u dat ook?
Minister Sterk:
Ik hoor aan de kant van de Kamer eigenlijk twee dingen die een beetje tegenstrijdig
zijn. Aan de ene kant wilt u scenario's waarin ik precies zeg hoeveel geld er bezuinigd
moet worden en welke scenario's je daarin zou kunnen volgen. Aan de andere kant zegt
u: het moet hervormd worden en dat gesprek moeten we aangaan. Dat deelt u volgens
mij ook met mij. Ik heb in die brief geprobeerd duidelijk te maken dat ik er inderdaad
voor kies om niet al een aantal financiële scenario's neer te leggen, maar te vertrekken
vanuit het gesprek en te kijken wat het betekent voor de opgelegde – in uw woorden –
bezuiniging die er staat opgeschreven. Volgens mij moeten we op die manier werken.
Dat doen we niet alleen omdat we sec willen bezuinigen, maar dat doen we ook omdat
we zien dat als de kosten toe blijven nemen zoals ze nu toenemen, we dat uiteindelijk
niet op kunnen brengen. Aan de andere kant zien we overigens ook dat er elk jaar weer
een onderbesteding is. Als het gaat over de vraag of al het geld nodig is, dan zien
we ook dat er een onderbesteding is in de Wlz. Dat is dus breder dan alleen de gehandicaptenzorg.
Het gesprek dat ik graag zou willen voeren met de sector, alle mensen die daar zelf
in zitten, hun ouders en natuurlijk ook u als Eerste en Tweede Kamer in dat proces,
gaat vooral over de vraag: hoe zouden we dat om kunnen buigen en wat is ervoor nodig
om uiteindelijk in de toekomst de zorg houdbaar te houden?
De voorzitter:
In algemene zin: op deze manier gaan we 16.30 uur niet halen. Ik ga vanaf nu bij de
interrupties bijhouden dat binnen een halve minuut ook echt een vraag gesteld moet
zijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik ben een Kamerlid dat heel graag meedenkt over de toekomst van de zorg. Ik zie de
financiële doorrekening. Ik sta ook absoluut voor keuzes in de zorg, omdat ik zie
dat we, demografisch en qua arbeidskrachten, niet zomaar kunnen doorgroeien. Dan gaan
we weer naar algemene gesprekken. Kan de Minister daarin toch een andere beweging
maken dan tot nu toe? Nu moet ik namelijk tot de zomer afwachten, en er maar rustig
op hopen dat het goed komt. Dat vind ik gewoon onvoldoende.
Minister Sterk:
Ik probeer te schetsen dat de opdracht die ik als Minister heb gekregen, vraagt om
een zorgvuldig proces. We moeten niet nu al aan de voorkant besluiten hoe het eruit
moet gaan zien en wat eruit moet komen. Dat is een proces dat ik heel graag met de
partijen zelf wil gaan doorlopen. Ik wil u er ook met enige regelmaat over informeren
hoe het ermee staat. Dat is dus een toezegging die ik zou willen doen. En zoals u
heeft gezien hebben wij voor 2027, dus het jaar waarin de maatregel, de korting of
de bezuiniging of hoe je het ook wil noemen, al zou moeten gaan lopen, aangegeven
dat we proberen om dit op een andere manier te dekken, zodat we de ruimte houden om
dat gesprek op een goede manier te voeren. Daar wil ik heel graag de ruimte voor krijgen,
omdat dat volgens mij de manier is waarop je dit zou moeten doen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dit zit me echt dwars. Het is eigenlijk als volgt. Ik kom bij het restaurant van Minister
Sterk en ik zeg: ik wil geen vis; verder vind ik alles prima. Vervolgens krijg ik
een menukaart waarop in elk gerecht toch weer vis zit. Die vis, dat zijn de bezuinigingen
op de gehandicaptenzorg. De menukaart bevat telkens de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg.
Deze Kamer, of tenminste een heel aantal partijen daarin, vraagt: «Alstublieft, laat
nou ook eens zien hoe het anders zou kunnen als er zo veel onderbesteding is in de
Wlz. Maak dat inzichtelijk. Op welke terreinen zit dat en hoe kunnen wij het gesprek
daarover voeren?» En dan krijg ik telkens te horen: wacht u maar rustig op ons proces
en dan zullen we het wel zien met die bezuinigingen in de gehandicaptenzorg. Maar
dat was dus niet de vraag. Kom dus niet weer met die menukaart met ... Nou ja, ik
wil de visboeren niet tekortdoen, want vis is ook lekker, maar dit vroegen we niet
en toch krijgen we het telkens terug.
Minister Sterk:
Ik begrijp heel goed uw zorgen over de mogelijke impact – we weten het natuurlijk
nog niet – van de maatregelen die in ieder geval door de vorige kabinetten zijn voorgesteld.
Daarover heb ik gezegd dat ik ernaar ga kijken en dat wij met een voorhang zullen
komen. Wij denken dat we dit kunnen onderbouwen, en dan is het aan de Kamer om daar
wat van te vinden. En van het deel dat vanuit het coalitieakkoord komt, denk ik dat
je dat ... Kijk, de basis zal altijd zijn, en daar zitten natuurlijk ook de zorgen,
dat het niet mag leiden tot slechtere zorg voor mensen, tot slechtere werkomstandigheden
voor zorgmedewerkers en tot wachtlijsten. Daarom heb ik ook zo duidelijk gezegd dat
ik wil dat deze gesprekken gaan plaatsvinden op basis van het uitgangspunt dat de
wachtlijsten niet mogen oplopen, dat de druk op medewerkers niet mag toenemen en dat
de kwaliteit op orde moet blijven. De NZa ziet ook toe op de tarieven. Die kijkt ook
of de tarieven kostendekkend zijn. Dat verandert ook niet ineens door deze voorgenomen
maatregelen. Dat zijn de kaders waarbinnen dit allemaal gaat plaatsvinden.
Ik begrijp de zorgen en ik ben ook de eerste die moet zorgen dat de zorg op orde blijft
en wij passende zorg kunnen blijven bieden, maar dat vraagt ook om een beweging naar
de voorkant. Ik hoop bijvoorbeeld dat het ons gaat lukken om een lichte verstandelijke
beperking eerder te signaleren, en niet pas via een test als mensen in de schulden
komen. Dan kunnen mensen ondersteuning krijgen. Daar zetten we op in, ook met de toekomstagenda.
Daarmee kan ook de druk afnemen op de zorg verderop in de keten, die duurder is. Dat
is het gesprek dat ik graag met de sector zou willen voeren. Hoe kunnen we dat nog
meer verbeteren en hoe doen we dat in samenspraak met gemeentes? Hoe zorgen we dat
cliëntondersteuning daarin veel nadrukkelijker een plaats krijgt? Dat zeg ik ook een
beetje vanuit mijn ervaring als directeur van MEE. Ik denk dat daar nog heel veel
winst te behalen is. Ik denk ook dat er nu soms mensen in de zorg zitten die veel
beter af zouden zijn op een andere plek. En voor de mensen die in de zorg zitten,
moeten we met al deze maatregelen nog steeds zorgen dat die zorg op orde is en dat
de mensen die daar werken het aankunnen en met plezier naar hun werk kunnen gaan.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag kan relatief kort zijn. De Minister had het over een zorgvuldig proces.
Mevrouw Bikker heeft net al duidelijk gemaakt wat de bezwaren van de Kamer zijn, maar
kan ik uit de antwoorden van de Minister opmaken dat de enorme bezuiniging die is
ingeboekt ter discussie kan komen te staan op het moment dat de bezuinigingen niet
op een goede manier ingevuld kunnen worden?
Minister Sterk:
Dat lijkt me allemaal veel te vroeg. Ik wil eerst gewoon het gesprek met de sector
aangaan. Er staat gewoon een opdracht in het coalitieakkoord voor de hele Wlz. Die
is niet gespecificeerd naar de drie sectoren die daaronder vallen. Volgens mij is
het van belang dat wij het gesprek met die sectoren, dus niet alleen de gehandicaptensector
maar ook die andere sectoren, aangaan. In het HLO is gebleken dat er soms best dingen
mogelijk zijn, als je maar met elkaar het goede gesprek voert. Dat heeft er ook toe
geleid dat een van de maatregelen die eerder was ingeboekt als een bezuiniging, is
omgezet naar een tariefmaatregel, overigens ook met steun van de sector zelf. Misschien
zijn er wel meer van dit soort dingen te bedenken. Maar het begint en staat of valt
met dat goede gesprek met al die partijen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat niemand hier zegt dat we alles zo moeten laten in de zorg. Ik denk dat
iedereen hier aan tafel denkt dat je best kunt bezuinigen als er geld over de balk
wordt gesmeten of als dat kan op een manier die niet ten koste gaat van patiënten
en cliënten. Ja, dan kan je best bezuinigen. Maar het probleem is dat er eerst een
bezuiniging wordt ingeboekt en dat daarna pas het gesprek wordt gevoerd. Mijn vervolgvraag
aan de Minister is dan wel: hoe gaat zij die gesprekken voeren? Gaat zij aan die verschillende
sectoren binnen de Wlz vragen wat ze kunnen doen om deze bezuinigingen in te vullen?
Hoe gaat dat eruitzien?
Minister Sterk:
Dat zou inderdaad een van de vragen kunnen zijn: waar ziet u zelf mogelijkheden in
uw eigen werk, bijvoorbeeld in de bedrijfsvoering of door inzet van slimme middelen
of in ieder geval met andere parameters, om op een andere manier zorg te geven? Ik
sprak net al over die spraakapparatuur. Ik merk dat dat op andere plekken steeds meer
wordt gebruikt. Dat kan ontlastend zijn in wat zorgmedewerkers moeten doen. Dat zijn
voorbeelden rond digitalisering. Ik heb net ook iets genoemd over plannen op langere
termijn zodat je voorkomt dat je steeds afhankelijk bent van zzp'ers, wat volgens
mij op een heleboel punten niet altijd de beste manier is om dit soort problemen op
te lossen. Ik denk dat daar best dingen mogelijk zijn. Ik heb in de paar gesprekken
die ik heb gehad echt al van een aantal mensen gehoord dat ze kansen zien, en zij
werken zelf in de zorg. Die ervaringen en kennis zou ik daar graag bij willen betrekken.
Ik heb een opgave. Daar loop ik ook niet voor weg. Ik ga kijken hoe ik die zo goed
mogelijk, met steun van de sector, in kan gaan vullen.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik ben het met de Minister eens dat het moet starten met een goed gesprek, maar ik
deel de mening van de andere leden dat je daar dan ook mee zou moeten beginnen. De
opdracht lijkt nu steeds omgedraaid te worden: er ligt een forse bezuiniging op tafel
en aan de hand daarvan worden de gesprekken gevoerd. Ik vind dat antwoord toch niet
bevredigend. Is de Minister bereid om dat om te draaien?
Minister Sterk:
U weet ook hoe het werkt in dit huis. Er staat gewoon een bezuiniging aangegeven.
Nogmaals, ik zie ook dat er heel veel geld naar de sector toe is gegaan de afgelopen
jaren. Dat is ook terecht; daar wil ik niets aan afdoen. Het is de bedoeling dat wij
de lijn die nu steiler omhooggaat, wat gaan afbuigen. Wij bezuinigen ten opzichte
van een raming van het CPB die gebaseerd is op allerlei vooronderstellingen; daar
werden ook vragen over gesteld. Die ramingen gaan uit van een aantal vooronderstellingen
en op basis daarvan komt er dan een plaatje uit. Volgens mij zou het gesprek niet
moeten gaan over die CPB-raming en over hun vooronderstellingen, maar over de vraag
wat de sector zelf echt nodig heeft binnen de kaders, die ik net heb genoemd, die
wat mij betreft de basis zijn in dat gesprek en die we overeind willen houden. Dat
is het gesprek dat de komende tijd gevoerd moet worden. Maar ik begin mezelf een beetje
te herhalen, merk ik, voorzitter.
De voorzitter:
Ja, dat valt deze voorzitter ook op.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik wil daar wel op reageren aan de hand van een voorbeeldje. We zeggen dat de NZa
toeziet op de kostendekkendheid. We zien bijvoorbeeld bij de huizen van ExpertCare
dat die tariefmaatregel niet kostendekkend is. Vervolgens gaan die huizen sluiten
en gaat de Minister naar een oplossing kijken. Dan gooien we toch oude schoenen weg
voordat we nieuwe hebben? Dat is toch de wereld op zijn kop? Volgens mij kan dat de
bedoeling niet zijn, van niemand hier.
Minister Sterk:
Volgens mij is het nooit slim om oude schoenen weg te gooien voordat je nieuwe hebt.
Volgens mij is het ook nu zo dat we gaan kijken of het klopt dat die prijzen die ze
krijgen voor de zorg in de ExpertCarehuizen niet kostendekkend zijn. Als dat zo is,
zullen we daar maatregelen op moeten nemen. Dat is natuurlijk het proces waar we continu
in zitten. Dat is ook wat ertoe heeft geleid dat we de andere tarieven ook naar boven
hebben gebracht. Er kwamen namelijk signalen dat ze niet meer dekkend waren. Dan gaat
de NZa daarnaar kijken. Als de NZa aangeeft dat het nodig is, dan voeren we dat vervolgens
door. Dat geldt nu ook voor deze huizen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik probeer het te begrijpen. Ik zou willen vragen: is daar dan ruimte voor? De Minister
zegt namelijk ook de hele tijd dat ze aan de budgettaire kaders vastzit. Stel nou
dat er inderdaad uit komt, en dat zou eruit kunnen komen, dat er meer geld nodig is,
omdat die tarieven niet kostendekkend zijn, is daar dan überhaupt ruimte voor? Hoe
gaat de Minister dat voor elkaar krijgen?
Minister Sterk:
We hebben Wlz-breed 6 miljard te verdelen in deze kabinetsperiode. We kunnen keuzes
maken, maar ik ga niet nu al keuzes maken terwijl ik hier net twee weken zit. We hebben
een opgave vanuit het coalitieakkoord. Nogmaals, die hebben we niet voor niks. Dat
is geen droge bezuinigingsmaatregel, maar ook iets wat we nodig vinden om de groei
af te buigen. Ik snap ook wel dat het voor mensen niet voelt als minder meer, maar
er gaat nog steeds meer geld naar de zorg toe. Binnen die ruimte moeten we gaan verkennen
wat er haalbaar is en welk budget daar dan uiteindelijk bij hoort, maar dit zijn wél
de kaders waarbinnen dat gesprek plaats gaat vinden.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Omdat het een belangrijk punt is en om even af te concluderen: het gaat dus inderdaad
om die kaders. Dat is de hele tijd ook ons punt: die staan in beton gegoten. Daarover
verschillen we van mening. Stel dat deze Minister straks 100 miljoen tekortkomt en
zegt: «We krijgen het niet kostendekkend. We moeten dat geld hebben, want anders gaan
die zorgvilla's weg.» Zal de Minister dan niet naar bijvoorbeeld haar collega van
Defensie stappen en zeggen: «Goh, jij krijgt er 19 miljard bij. Kan dat niet ook 18,9 miljard
zijn?» Is dat het eerlijke antwoord? Dat kan dus niet in dit land? Dat ligt vast?
Minister Sterk:
Volgens mij was dat geen vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit kabinet gaat met een heleboel mooie woorden over het toekomstbestendig houden
van de zorg een heleboel geld uit de zorg trekken. Bij de gehandicaptenzorg is dat
ook gewoon zo: er komen keiharde bezuinigingen aan. Nu mag de sector meepraten binnen
bepaalde kaders. De Minister schetst als kaders: de kwaliteit moet op orde blijven,
er mogen geen personeelstekorten ontstaan en er mogen geen wachtlijsten ontstaan.
Maar als de mensen met wie u zo meteen in gesprek gaat, zeggen dat dit wél gaat gebeuren,
dan is er dus geen ruimte om er weer geld bij te doen. Ik wil graag even de bevestiging
dat ik dat goed begrijp. Als dat zo is, dan herhaal ik de vraag die ik in mijn inbreng
heb gesteld: vindt u dit verantwoord begroten?
Minister Sterk:
Ik vind het te vroeg om nu die eerste vraag te beantwoorden, omdat dat nog zal moeten
blijken. Daarom is dat gesprek nodig.
Volgens mij is verantwoord begroten een kwestie van zien dat er in de toekomst kosten
aan gaan komen die je misschien niet meer kunt financieren. Dan moet je zorgen dat
je je begroting daarop aanpast. Dat is wat er nu in het coalitieakkoord is gebeurd.
We zien dat de kosten toenemen, in ieder geval volgens de CPB-ramingen. Nogmaals,
de CPB-ramingen zijn een soort idee over hoe het zou kunnen gaan. We hebben al eerder
gezien dat er een onderbesteding is, dus dat de CPB-raming misschien niet altijd kloppend
is met wat er in de praktijk nodig is of gebeurt. Daar zit dus al ruimte in. Vervolgens
zullen we met elkaar moeten constateren of de raming klopt. Dan hebben we volgens
mij het gesprek over de vraag of de begroting wel of niet klopte. Maar je weet gewoon:
in de toekomst hebben we minder geld, dus zullen we de begroting bij moeten stellen.
Dat is wat er gebeurt in wat er nu is opgeschreven.
Mevrouw Dobbe (SP):
Volgens mij is verantwoord begroten ook zorgen dat mensen niet in de problemen komen
en als dat wel gebeurt, niet doen alsof dat niet zo is. Als mensen die zorg nodig
hebben, in de problemen komen en er wordt gedaan alsof dat niet zo is, dan vind ik
dat onverantwoord begroten. De vraag die wij hier meermaals hebben gesteld, is heel
duidelijk: als nu uit de gesprekken met de sector blijkt dat dit niet kan, dat dit
leidt tot problemen in de zorg, dat de wachtlijsten gaan groeien, dat het personeelstekort
gaat oplopen omdat mensen weglopen en dat de kwaliteit van zorg slechter wordt, gaat
deze Minister er dan geld bij doen of niet? Het is mij nu niet duidelijk, want aan
de ene kant zegt u nee en aan de andere kant zegt u ja. Is het dus wel zo of niet
zo?
Minister Sterk:
Ik heb duidelijk aangegeven wat wat ons betreft de basis is waar we op moeten kunnen
blijven staan. Daarover moeten de gesprekken gaan. Ik vind het nogal een als-dandiscussie
om nu al te moeten gaan constateren wat we doen als we geld tekortkomen. Wij denken
echt dat er mogelijkheden zijn; dat gesprek zou ik graag willen voeren. Als dat niet
zo is, dan hebben we hier volgens mij een nieuw gesprek met elkaar.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik vind het toch wel ingewikkeld om hiernaar te luisteren. Er kunnen wel allemaal
basisvoorwaarden worden gesteld op het gebied van kwaliteit, wachtlijsten of de uitval
van personeel, maar de uitkomst van uw gesprek staat vast. Dat is die 1 miljard die
dit Wlz-breed moet gaan opleveren. Klopt dat?
Minister Sterk:
De komende periode komt er 6 miljard bij. Daarbinnen vindt inderdaad een ombuiging
van die lijn plaats van 1 miljard, en dat gebeurt inderdaad Wlz-breed. Vandaag hebben
we het over de gehandicaptenzorg. Natuurlijk blijft het belangrijk dat passende zorg
gegeven kan worden, dat mensen mee kunnen doen in de samenleving en dat zij daarbij
ondersteuning krijgen als dat nodig is, of dat nou thuis is of in een instelling.
Daar sta ik ook echt voor. Ik heb daarvoor een kader geschetst waarbinnen dat volgens
mij moet plaatsvinden en ik heb geschetst wat daarbij de randvoorwaarden zouden moeten
zijn. Binnen de ruimte van de 6 miljard die erbij komt, moeten we dit gesprek dus
gaan voeren, breed en specifieker voor de gehandicaptenzorg.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Het lijkt me dat u dan een heel ingewikkeld gesprek moet gaan voeren, want volgens
mij heeft zo ongeveer iedereen die hier aanwezig is en iedereen die mij of de Kamerleden
die hier zitten de afgelopen weken heeft benaderd, al gezegd dat die vlieger niet
opgaat. Het zal ten koste van de kwaliteit gaan. Er zullen mensen langer moeten wachten.
Professionals zullen misschien minder tijd aan hun patiënten kunnen besteden. Er is
geen tijd meer voor dat ommetje of dat praatje. Er zal dus ingeboet worden op al die
voorwaarden die u nu pretendeert te schetsen, mevrouw de Minister. Ik snap werkelijk
niet met welke boodschap of met welke visie de Minister dan straks aanschuift bij
dat gesprek. Volgens mij is de enige visie die de Minister dan heeft: we kunnen het
er met z'n allen over hebben, maar dit is mijn tabel en wat onderaan de streep staat
moet ik binnenbrengen.
Minister Sterk:
Ik heb al aangegeven wat mijn visie is. Er moet iets anders in de langdurige zorg
en in de gehandicaptenzorg, maar dat mag niet ten koste gaan van wat ik net heb geformuleerd.
Dat zijn volgens mij de kaders waarbinnen wij heel graag dat gesprek aan willen gaan.
Ik ben er echt van overtuigd dat de sector daar ook heel goede en belangrijke ideeën
over heeft. Dat zullen we vervolgens doorvertalen naar wat dat financieel betekent
en de kaders daarvoor zijn vastgesteld in de opdracht die in het coalitieakkoord is
meegegeven.
De voorzitter:
Ik denk dat we door kunnen naar het subblokje meerzorg, maar dat doen we niet voordat
mevrouw Maeijer nog een vervolgvraag heeft gesteld.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Excuus, voorzitter. Ik realiseerde het me net ook al. Ik had nog een vraag gesteld.
De Minister schreef in haar brief dat zij de bezuiniging voor 2027 op een andere manier
wil oplossen. Ze zei dat net ook. Ik ben wel heel benieuwd waar de Minister dan precies
aan denkt.
Minister Sterk:
Daar voeren we op dit moment het gesprek over met de zorgkantoren. Daar zal ik later
op terugkomen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Die bezuiniging wordt dan wel binnen de VWS-begroting gezocht?
Minister Sterk:
Ja.
De voorzitter:
Dan gaan wij nu door naar het subkopje meerzorg. De Minister.
Minister Sterk:
Uw Kamer vraagt aandacht voor meerzorg thuis en voor de situatie van gezinnen. Dit
gaat mij ook aan het hart. Het gaat vaak om ouders van een kind met een intensieve
zorgvraag, ouders die toch al zwaar belast zijn. Vaak is het hele gezinsleven ingericht
rondom het verlenen van die zorg. Onzekerheid over de vraag of je nog meerzorg krijgt,
heeft gewoon een enorme impact. In februari jongstleden heeft uw Kamer een brief ontvangen
over de stand van zaken en er is een stap vooruitgezet, want zorgkantoren gaan vanaf
1 maart werken met een uniform beleidskader met ruimte voor maatwerk. Zorgkantoren
hebben op basis van casuïstiek situaties in beeld gebracht waarin de gevraagde zorg
nodig is gelet op de specifieke woon- en gezinssituatie van de cliënt. In de tussentijd
hebben zorgkantoren aanvragen tijdelijk toegekend. Ook hebben alle zorgkantoren voor
1 maart contact opgenomen met cliënten die naar hun verwachting ook op grond van het
nieuwe beleidskader in aanmerking kunnen komen voor die meerzorg. We zijn er echter
nog niet, want de zorgkantoren zijn nog hard aan de slag om alle aanvragen zo snel
mogelijk af te doen.
Er staan mij twee dingen te doen. Het eerste ding dat mij te doen staat, betreft het
beleidskader. Ik ga de gevolgen van het nieuwe beleidskader nauwgezet volgen. Samen
met de zorgkantoren ga ik bekijken of het beleidskader inderdaad leidt tot de juiste
selectie van personen die meerzorg nodig hebben en tot begrijpelijke en navolgbare
uitkomsten. Daarbij neem ik ook de signalen van verschillende cliëntenorganisaties
mee.
Het tweede dat mij te doen staat is de regelgeving verduidelijken per 1 januari 2027.
Dat doe ik de komende maanden in overleg met professionals, vertegenwoordigers van
cliënten, zorgkantoren en het Zorginstituut. Ik ga daarin een keuze maken die het
beste aansluit bij de beoogde doelstelling van meerzorg en recht doet aan de benodigde
zorg en de kwaliteit van leven van cliënten in de thuissituatie. Daarbij zal ik ook
letten op de uitvoerbaarheid. In juni zal ik de Kamer informeren over de voorgenomen
wijziging van de regelgeving en over de monitoring. Dat zal ik doen op basis van de
ervaringen van cliënten en cijfers.
Ik heb een aantal specifieke vragen van het lid Westerveld. Zij vroeg of ik bereid
ben om met de belangenorganisaties om tafel te gaan. Uiteraard ben ik daartoe bereid.
Vorige week hebben cliëntenorganisaties een brief gestuurd over het conceptbeleidskader.
Een belangrijk deel van de opmerkingen komt voort uit het feit dat het onderliggende
document met de richtlijnen nog niet is afgerond en nog niet met hen is besproken.
Ik zal aan de zorgkantoren vragen in gesprek te gaan met de cliëntenorganisaties over
hun reactie. Vanuit het Ministerie van VWS kunnen wij aansluiten bij die afspraak
om de signalen goed te horen. Dat helpt mij ook weer bij het goed vormgeven van de
regelgeving die we gaan maken.
Er is ook een vraag gesteld over de bureaucratie. Een aanvraag voor meerzorg thuis
kan inderdaad belastend zijn voor ouders. De tijdelijke onzekerheid die ouders betreuren,
vind ik echt jammer. Ik snap dat het voor hen heel erg naar is. Om maatwerk te kunnen
toepassen is wel inzicht nodig in de problematiek en de situatie van de cliënt, want
iedere cliënt en ieder mens is natuurlijk uniek. In ons zorgstelsel is het de taak
van de zorgkantoren om een aanvraag voor meerzorg inhoudelijk te beoordelen. Ik ben
op zich blij dat de zorgkantoren die handschoen hebben opgepakt en met dat nieuwe
beleidskader zijn gekomen, want dat biedt meer mogelijkheden voor maatwerk. Daar heeft
de Kamer volgens mij ook om gevraagd. Zorgkantoren werken op die manier ook gelijkgericht.
Ik denk dat het positief is dat zorgkantoren in de tussentijd aanvragen tijdelijk
hebben toegekend.
Mevrouw Tijmstra vroeg waar de beleidsregels te vinden zijn. De zorgkantoren gaan
die beleidsregels binnenkort publiceren in de Staatscourant en op hun website.
Mevrouw Tijmstra noemde ook dat het juridisch wel goed geregeld kan zijn, maar dat
cliënten toch nog steeds niet de juiste zorg krijgen. Zoals ik heb aangegeven, vind
ik het ook belangrijk om daar zicht op te krijgen. Er is periodiek contact met de
zorgkantoren over de uitvoerbaarheid en de consequenties van het nieuwe kader. Dat
zullen we ook hebben met de cliëntenorganisaties. Die zullen ons en de zorgkantoren
daarover informeren. We zullen tweemaal per jaar beleidsinformatie aan u sturen over
meerzorg thuis, waarin we dit ook zullen meenemen. In die zin houden we dus de vinger
aan de pols.
Mevrouw Maeijer vroeg zich af wat wij vonden van de reacties van cliëntenorganisaties
op het beleidskader. Ik heb net al gezegd dat we die serieus nemen. De zorgkantoren
gaan nu in gesprek. Wij zullen daar ook bij aanschuiven om goed naar de signalen te
luisteren, zodat we die ook mee kunnen nemen in het traject van de aanpassing van
de regelgeving.
Mevrouw Ten Hove vroeg naar een update over de meerzorg. Ik zei net al dat het nieuwe
beleidskader vanaf 1 maart wordt gehanteerd. De zorgkantoren beoordelen op basis daarvan.
In afwachting van het nieuwe beleidskader zijn een aantal aanvragen tijdelijk toegekend.
Ze willen proberen om de budgethouders zo snel mogelijk duidelijkheid te geven. Ik
denk dat dat ook belangrijk is. Alle zorgkantoren hebben vóór 1 maart contact opgenomen
met de cliënten die eerder meerzorg kregen, die daarna is afgewezen, maar waarvan
verwacht wordt dat zij die uiteindelijk weer zullen krijgen op basis van het nieuwe
beleidskader. Cliënten kunnen sowieso altijd een nieuwe aanvraag doen. Het zorgkantoor
moet daarover altijd een gemotiveerde beslissing nemen.
Mevrouw Dobbe had de vraag of de kortingen op de meerzorg van tafel zijn. Bij meerzorg
thuis is geen sprake van bezuinigingen. Dat heeft mijn voorganger ook bij meerdere
debatten aangegeven.
Ten slotte, voorzitter. Mevrouw Ten Hove had nog de vraag hoeveel mensen hetzelfde
oordeel kregen als in de casus Janine en hoe zich dat verhoudt tot de wachtlijsten
bij de verpleeghuizen. Volgens de zorgkantoren hebben in 2025 110 cliënten een afwijzing
ontvangen. Dan kan het gaan om aanvragen die deels of geheel zijn afgewezen, maar
dat inzicht heb ik niet. Hierbij geldt dat een deel van de mensen via toeslagen of
een Extra Kosten Thuis-regeling zijn geholpen. Ik zei net al dat er in het beleidskader
ruimte is voor meer maatwerk. Als er bijvoorbeeld geen passende plek is vanwege wachtlijsten,
kan er om die reden meerzorg worden afgegeven.
Dat was dit blokje, voorzitter.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dat leidt bij mij toch tot een vervolgvraag. De situatie die ik schetste is als volgt:
per 1 april gaat deze mevrouw per dag dertien uur minder zorg krijgen bij een onveranderde
situatie, terwijl zij graag meer zorg had gewild. Wat gaat hier dan mis? In mijn ogen
is dat dan toch echt een bezuiniging.
Minister Sterk:
U stelt dat dat een bezuiniging is. Volgens mij is het een andere beoordeling van
de situatie van deze mevrouw, waardoor zij minder uren krijgt. Als zij het daar niet
mee eens is, gaf ik net al aan dat mensen natuurlijk in bezwaar kunnen gaan tegen
dit soort uitspraken van het zorgkantoor. Dat ligt dus ook voor deze mevrouw open.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
In de casus die ik schetste, is dat bezwaar er ook geweest. Ze is met een jurist in
gesprek geweest, maar het hele menselijke aspect wordt niet benoemd. Onder aan de
streep is het feit dat zij minder zorg krijgt en dat dat zorggat blijft bestaan. Het
alternatief is dan het verpleeghuis, maar volgens mij ligt daar nog heel veel tussenin.
Welk advies kan ik mensen in het land geven als ze mij zulke mailtjes sturen?
Minister Sterk:
Ik sprak eerder ook al over het belang van cliëntondersteuning. Volgens mij zou dit
iets kunnen zijn wat opgepakt kan worden met iemand van cliëntondersteuning, zodat
die eens kan kijken welke mogelijkheden er zijn in deze specifieke casus.
De voorzitter:
Dat brengt ons bij het subblokje complexe zorg. Het woord is aan de Minister.
Minister Sterk:
Voorzitter. Ik zie dat ik alleen maar vragen heb, dus ik zal verder geen inleidende
teksten voorlezen. Er was een vraag van mevrouw Wendel, die vroeg of er al een beeld
was van die eerste twee maanden sinds de invoering van de VG7+. Daar is op dit moment
nog niet zo heel veel over te zeggen, maar dat verwachtte u misschien ook niet. Als
de eerste resultaten van de monitor er zijn, zal ik u daarover informeren. We zijn
natuurlijk bezig met een bestuursakkoord. Ik denk dat het belangrijk is om daarin
op te nemen dat er voldoende plekken zijn voor mensen met complexe zorgvragen. Het
is belangrijk dat onderdeel van het bestuursakkoord te maken. Dat is de toezegging
die ik zou willen doen.
De voorzitter:
Ik kijk even of daarmee het blokje complexe zorg al is afgerond.
Minister Sterk:
Nee, sorry, ik heb nog meer vragen, maar ik zag mevrouw Wendel naar voren gaan, dus
ik dacht even ...
De voorzitter:
Ja, maar ik probeer het in subblokjes te doen.
Minister Sterk:
Ik verwacht overigens dat ik voor de zomer inzicht heb in de eerste resultaten van
die VG7+. Dat was misschien wat u wilde vragen.
De heer Van Houwelingen vroeg naar de stand van zaken bij de wachtlijsten. De laatste
stand van zaken laat zien dat er in totaal 159 mensen met een VG7-indicatie op een
plek wachten. Daarvan zijn er 2 urgent en 54 actief; dat laatste wil zeggen dat er
op dit moment actieve bemiddeling plaatsvindt. 103 wachten nog op een voorkeur. Die
hebben nog niet uitgesproken waar ze naartoe willen. Wel wil ik de nuancering aanbrengen
dat deze cijfers niet een volwaardig beeld schetsen. Vanuit de bestuurlijke afspraken
complexe zorg zet het Zorginstituut, nee, Zorgverzekeraars Nederland – sorry, ik moet
soms nog een beetje wennen aan de afkortingen – stappen om te komen tot een compleet
beeld van de wachtlijst.
Ik heb nog twee vragen, voorzitter. Mevrouw Tijmstra had gevraagd naar het voorkomen
van zorgverzwaring in de complexe zorg en welke stappen wij zetten om de jeugdgezondheidszorg
daarvoor beter toe te rusten. We moeten proberen om kinderen met een beperking of
een dreigende ontwikkelingsachterstand al vanaf de start te ondersteunen, zo veel
mogelijk via de gewone wegen. Dat begint natuurlijk op het consultatiebureau. We zetten
in op twee dingen die de jeugdgezondheidszorg raken. Eén: het bevorderen van de vroegsignalering
via integrale vroeghulp. De jeugdgezondheidszorg, jgz, is bijna altijd onderdeel van
die netwerken. Daarnaast heeft mijn voorganger kortgeleden aangegeven dat zij in gesprek
gaat met de jgz over welke rol zij zouden kunnen spelen bij de begeleiding van kinderen
met een beperking en hun ouders. Die verkenning start ik samen met de jgz op. Ik informeer
u eind dit jaar over de voortgang.
Dan had mevrouw Bikker nog gevraagd of er wel voldoende geschikte woonzorgplekken
zijn. Ik ga als Minister over heel veel dingen, maar over heel veel dingen ook niet.
Waar ik in ieder geval geen directe invloed op heb, is het bouwen en realiseren van
die plekken. Dat ligt primair bij de zorgorganisaties en de zorgkantoren, in samenspraak
met de gemeenten. Ik ben natuurlijk wel in gesprek met de mensen zelf en de zorgaanbieders
en de zorgkantoren over wat er nodig is, bijvoorbeeld door beter inzicht te krijgen
in de wachtenden en degenen die ervan gebruikmaken. Daarvoor wil ik ook gebruikmaken
van de regiobeelden.
Dat waren de vragen die er op dit onderwerp lagen.
De voorzitter:
Ik zag eerst nog een hand van mevrouw Wendel. Dat is niet meer aan de orde; dan ga
ik naar de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Veel dank voor de laatste cijfers. Vergeleken met de laatste cijfers die ik heb gezien,
is het weer ietsje gestegen; niet veel, maar iets. Dat is mijn laatste vraag of opmerking
aan de Minister. Als het verder lijkt te stijgen, en we hebben ook bijvoorbeeld die
zorgvilla's van ExpertCare die omvallen, dan hoop ik dat de Minister dat in de gaten
houdt. Dat betekent dat het nog minder goed toegankelijk wordt. De mantelzorgers,
waar wij een groot voorstander van zijn, hebben dat echt nodig; dat is bekend. Ik
maak me er wel zorgen over, omdat de cijfers volgens mij weer wat gestegen zijn.
Minister Sterk:
Er wordt mij ingefluisterd dat dit de wachtlijsten van de Zorgverzekeringswet zijn.
Waar u over spreekt, is de Wlz, en dat is een andere ... Sorry, het is andersom; ik
ga het even opnieuw zeggen. Waar u naar vroeg, waren de wachtlijsten in de Wlz. ExpertCare,
waar u over spreekt, valt onder de Zorgverzekeringswet. Die cijfers heb ik net niet
genoemd. Dat zal in die zin vooral daar terechtkomen.
De voorzitter:
Dan gaan we naar het blokje overige binnen het deel Wlz. De Minister.
Minister Sterk:
Het lid Westerveld vroeg of ik de zorgen over de beschikbaarheid van artsen in instellingen
herken. Ja, ik ben het ermee eens dat het zorgelijk is dat er onvoldoende artsen verstandelijk
gehandicapten zijn en dat daardoor de gezondheidszorg voor mensen met een beperking
in de knel zou kunnen komen. Er worden op dit moment 43 opleidingsplaatsen beschikbaar
gesteld op basis van de ramingen van het Capaciteitsorgaan. We zien dat er de afgelopen
jaren veel aandacht is voor die opleiding en dat er de afgelopen twee jaar gelukkig
wel een toename is van het aantal artsen. Er zijn verschillende alternatieven die
kunnen bijdragen aan behoud en efficiënte inzet van deze artsen, bijvoorbeeld meer
samenwerking met de verpleegkundig specialist, met huisartsen of met kinderartsen.
Het kabinet zal in het tweede kwartaal van 2026 in ieder geval met een reactie komen
op het capaciteitsplan voor de komende vier jaar. Dat is dus een reactie op de adviezen
van het Capaciteitsorgaan.
Dan de vraag: wat kan de Minister doen om de administratieve lasten terug te dringen
en is ze bereid om op korte termijn aan tafel te gaan? Ik deel absoluut de zorgen
over de administratieve lasten voor zorgprofessionals. De huidige 30% is te hoog. We hebben in ons coalitieakkoord natuurlijk ook
opgenomen dat we terug willen naar ongeveer 20%. Dat geldt ook voor de gehandicaptenzorg.
In mijn ogen werkt alleen een brede aanpak als we de administratieve lasten willen
terugdringen. In de Regiegroep Aanpak Regeldruk zijn daarom alle partijen vertegenwoordigd,
waaronder de VGN. Ze hebben allemaal een eigen en een gezamenlijke werkagenda. Zoals
ik net al zei, is het doel om de lasten in 2030 te verminderen met 20%; sorry, tot
20%. Wij zitten dus al geregeld om de tafel. Als er nog partijen zijn met specifieke
punten, dan kunnen ze die natuurlijk altijd bij ons melden. Ook mevrouw Wendel had
hier vragen over. Het is echt nodig en het heeft ook mijn volle aandacht.
De heer Van Dijk had ook vragen over de regeldruk. Welke regels passen bij een normaal
leven? Die zou je eigenlijk moeten hanteren. Hij vroeg welke ruimte er daarbij is
voor zorgverzekeraars. Wat mij betreft moeten die inderdaad zo normaal als mogelijk
zijn, ook waar het bijvoorbeeld gaat om huiselijke zaken als de temperatuur van de
koelkast, zoals u heeft benoemd. Omdat ik ook niet wil dat er onnodige risico's worden
gelopen, brengt Vilans het overzicht wettelijk verplichte registraties in de gehandicaptenzorg
uit. Die heeft in 2025 een update gehad. Als zorginstellingen zich hieraan houden,
hoeven ze daar niets bovenop te doen. Zo is er bijvoorbeeld de zogenaamde hygiënecode,
waarin er voor de huiselijke setting zoals kleine woonvormen simpeler regels zijn,
meer zoals thuis, zoals u ook aangaf.
Mevrouw Synhaeve had een vraag over verstandelijkgehandicaptenzorg en dementie. De
sector is volop bezig met dat vraagstuk. Via de Academische Werkplaats GOUD is en
wordt er veel kennis ontwikkeld juist over deze doelgroep. De verwachting is dat de
sector eind dit jaar een richtlijn publiceert met betrekking tot veroudering bij mensen
met een verstandelijke beperking. Er is ook aandacht voor de samenwerking tussen beide
sectoren, bijvoorbeeld voor de inzet van verpleegkundige expertise. Ook technologie
kan daarbij een belangrijke rol spelen.
Mevrouw Westerveld had ook een vraag over mensen met de Ehlers-Danlos-aandoening.
Wij vinden het als kabinet echt belangrijk dat partijen samenwerken aan verbetering
voor deze groep. Daarom wordt het bieden van samenhangende zorg onder meer gestimuleerd
via de erkenning van expertisecentra voor zeldzame aandoeningen. Daarbij is ook het
ontwikkelen van een zorgpad voor de hele zorgketen van belang. Zorgverzekeraars hebben
daarbij de verantwoordelijkheid om te zorgen dat verzekerden tijdig toegang hebben
tot passende zorg. Als ministerie gaan wij in ieder geval in gesprek met de patiëntenorganisatie
om te bespreken welke belemmeringen er zijn voor betere toegankelijkheid en meer samenhang
in de zorg.
Dan waren er vragen over de helm en de beschermingsmiddelen. Gedwongen zorg mag altijd
alleen maar het uiterste middel zijn. Ik hecht er belang aan om dat te benoemen. Het
mag ook alleen maar toegepast worden onder de criteria en procedures van de Wet zorg
en dwang. Dat geldt dus ook voor beschermingsmiddelen. De inspectie ziet daarop toe
en ziet het gebruik van helmen voornamelijk in de gehandicaptenzorg. Ik ga ervan uit
dat zorgaanbieders en zorgverleners zich houden aan die wet- en regelgeving. Misstanden
kunnen – en moeten wat mij betreft – gemeld worden bij de inspectie. Ik heb geen inzicht
in het aantal verkochte helmen.
Mevrouw Maeijer had een vraag over De Trans. Een update is dat de cliënten en medewerkers
per 1 januari zijn overgenomen door Cosis en Vanboeijen. Die overname is goed verlopen.
Wij hebben regelmatig overleg met Cosis en Vanboeijen om op de hoogte te blijven.
Op dit moment wordt er ook overlegd over de vormgeving van de bijdrage van VWS aan
de nieuwbouw van 184 plekken als onlosmakelijk onderdeel van het herstructureringsplan.
Die bouw zal vervolgens plaatsvinden in de periode van 2027 tot 2029.
Mevrouw Maeijer had ook een opmerking over Fokus, met de vraag hoe het daar nu precies
mee staat. Ik heb ook gezien dat de sociale onveiligheid een enorme impact heeft gehad
op cliënten en medewerkers. Fokus erkent dit en is daar nu ook mee aan de slag, maar
dat kost tijd. Dat betekent dat de meldingen over sociale veiligheid nog niet volledig
verdwenen zijn. Er is inmiddels wel een nieuwe interim-bestuurder. Er zijn ook nieuwe
directeuren, die samen werken aan een open cultuur waarin klachten en signalen structureel
geregistreerd en opgevolgd worden, ook met meer aandacht voor erkenning en een vroegtijdig
gesprek. Een casuïstiekteam van het ministerie is betrokken bij de individuele casuïstiek.
Er wordt ingezet op vaste teams en er wordt geïnvesteerd in de scholing van medewerkers.
Cliënten en medewerkers worden actief betrokken via dialoogtafels. Het ministerie
is daarbij, zoals ook in het rapport over de sociale onveiligheid bij Fokus stond,
een strategische gesprekspartner.
Dan waren er vragen over zorgboerderijen en kleinschalige initiatieven. Ik ben in
ieder geval van plan om in voorbereiding op het bestuurlijk akkoord met een aantal
kleinschalige zorgorganisaties te gaan praten, om te bekijken wat we daarmee kunnen
en hoe we die een betere plek zouden kunnen geven.
U had ook gevraagd of ik samen met de Minister van VRO wil organiseren dat zorginstellingen
worden ingericht voor wonen voor cliënten en medewerkers. U noemde daarbij de zusterflat
2.0. Ik vind het een heel sympathiek idee om woon-zorgconcepten te realiseren waarin
zowel cliënten als medewerkers wonen. Waar partijen lokaal vinden dat gecombineerde
woonvormen daaraan kunnen bijdragen, kunnen ze dat ook al doen. Ik ben ook bereid
om met de Minister van VRO mee te denken over het wegnemen van eventueel belemmerende
regelgeving.
Mevrouw Bikker had een vraag over zijinstromers. Ik zie dat de inzet van zijinstromers
in de zorg steeds belangrijker wordt in het kader van het arbeidsmarkttekort. Er lopen
op dit moment ook initiatieven, waaronder in de gehandicaptenzorg. U noemde er daarnet
al een van, bij 's Heeren Loo, waarin gekeken wordt naar een tijdelijke of nieuwe
systematiek, zodat mensen met werkervaring snel passend ingezet kunnen worden. Ik
volg die bewegingen in de diverse sectoren en ondersteun daarbij graag waar nodig
en mogelijk, maar ik denk dat het op dit moment vooral aan werkgevers is om een goede
balans te vinden tussen gediplomeerde begeleiders en zijinstromers. We zien ook dat
bepaalde gehandicaptenorganisaties dat al goed kunnen oppakken.
Mevrouw Maeijer stelde een vraag over overheidsbrede loketten. Zoals mevrouw Maeijer
ongetwijfeld zelf ook weet, zijn er diverse verkennende gesprekken geweest met gemeenten
die praktijkinitiatieven zijn gestart in het kader van het traject van BZK voor overheidsbrede
loketten. Een aantal gemeenten hebben al grote stappen gezet. De ambitie is om deze
goede aanzet te verbreden en de bredere zorgvragen van inwoners mee te nemen, bijvoorbeeld
door het CIZ, zorgkantoren en zorgverzekeraars aan te sluiten op het netwerk van directe
telefonische lijnen tussen overheidsdienstverleners. Dit voorjaar wordt dat geconcretiseerd.
Ten slotte had mevrouw Maeijer nog een vraag, over de weerbare zorg. Ik vind het een
hele mooie vraag, want ik denk dat het een heel belangrijk onderwerp is dat ook echt
onze aandacht verdient. De instellingen voor langdurige zorg zijn op dit moment onderdeel
van de ROAZ-structuur. Vanuit die structuur worden er plannen gemaakt om de continuïteit
van zorg te borgen. Daarbij geldt dat de zorg in tijden van crisis en conflict alleen
toegankelijk kan blijven als de samenleving zelfredzaam en samenredzaam blijft. Dit
kan alleen als de samenleving ook na crisistijd omziet naar kwetsbaren, zodat mensen
zo lang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven.
Dat was dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u. Ik zag in ieder geval één vraag van de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb een vraag over de Wet zorg en dwang en de manier waarop die wordt toegepast
op mensen met een handicap. Ik begrijp van de Minister dat de inspectie daar toezicht
op houdt. In het verleden zijn hier natuurlijk misstanden mee geweest. De inspectie
is de toezichthouder. Komt het voor dat de inspectie zelf onaangekondigd instellingen
bezoekt om te kijken hoe mensen met een handicap, op wie de wet wordt toegepast, erbij
zitten? Komt dat wel of niet voor?
Minister Sterk:
Een van de manieren waarop de IGZ toezicht houdt, is door soms onaangekondigd instellingen
te bezoeken.
De voorzitter:
Ik zie verder geen vragen aan de zijde van de Kamer, dus dat brengt ons bij het laatste
blokje: het VN-verdrag Handicap.
Minister Sterk:
Dat is weer een blok met een aantal subblokken. Het eerste subblok gaat over alles
wat onder het VN-verdrag Handicap te brengen is. Ik gaf al aan dat ik aan het begin
van deze eeuw zelf bij dit onderwerp betrokken was. Toen hadden we het er ook al over
dat het geratificeerd moest worden. Dat is inmiddels gebeurd. Ik denk dat het een
heel belangrijk verdrag is voor mensen met een beperking, want het gaat heel erg over
de vraag hoe zij zelfstandig hun plek in de samenleving kunnen hebben, net zoals wij
die allemaal hebben.
U vroeg hoe het kabinet dit verdrag uitvoert en hoe ik mijn coördinerende rol invul.
De werkagenda is voor de zomer aan uw Kamer gestuurd. Die is natuurlijk een belangrijke
basis van de vormgeving van de uitwerking van het strategisch plan. Ik neem die uitvoering
ook echt heel serieus. In ieder geval wil ik de komende tijd met al mijn collega's
die daarbij betrokken zijn een gesprek voeren over de werkagenda en de uitvoering
daarvan. Het lijkt me een mooie start voor deze Minister om dat in ieder geval te
doen en de breedte ervan bij anderen onder de aandacht te brengen. Ik zal dat natuurlijk
ook doen met ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigende organisaties. Die zal ik
ook betrekken bij de uitrol van de werkagenda. We gaan het ook monitoren.
Uw vraag was ook een beetje: waarom nemen we niet gelijk alle maatregelen die erin
staan? Het zou mooi zijn als we het in één zomer kunnen overnemen en uitvoeren, maar
dat lukt gewoon niet, bijvoorbeeld omdat er ook aanbevelingen in staan om de Jeugdwet,
de Participatiewet en de Wmo terug te trekken. Een van de aanbevelingen is eigenlijk
dat je die niet meer zou mogen hebben. Wij zijn nu aan het kijken wat dat precies
betekent en waar het wat betreft die wetten nou precies over gaat. Volgens mij zijn
dat een aantal van de onderdelen die we als focus hebben aangebracht in de werkagenda.
Dat zijn ook de stappen die we daarin willen gaan zetten.
Ik ga in op een aantal specifieke vragen over het VN-verdrag. Hoe zie ik mijn rol?
Ik gaf net al aan dat ik sowieso ga beginnen met een soort rondje langs mijn collega's.
Ik wil nog eens met hen het gesprek hierover aangaan. Sowieso is er jaarlijks een
overleg met al mijn collega-bewindspersonen over de uitvoering. Ik hecht hierbij echt
aan een stevige positie van mensen met een beperking, want het gaat tenslotte over
hen. Zij moeten mede dat beleid samen vormgeven. Er zijn ook directeurenoverleggen.
Die zijn er overigens een keer in de zes weken. Dus als u denkt dat één keer per jaar
wel heel weinig is: er vindt veel vaker ambtelijk overleg plaats. De vertegenwoordigende
organisaties sluiten daar ook bij aan. Die zijn trouwens georganiseerd rond elk levensdomein.
Zelf spreek ik ook jaarlijks met de vertegenwoordigende organisaties en de VNG over
de uitvoering van de werkagenda. Elk ministerie monitort ook zelf de voortgang en
de bereikte resultaten. Een keer per jaar informeer ik de Kamer in de vorm van een
voortgangsbrief over de progressie. De eerste voortgangsbrief zult u ontvangen in
het vierde kwartaal van dit jaar.
Mevrouw Wendel en mevrouw Tijmstra hadden een vraag over de grondbeginselen van het
VN-verdrag Handicap. Die grondbeginselen vormen natuurlijk het fundament van het verdrag.
Die helpen ons om het verdrag beter te begrijpen en geven richting aan de implementatie
daarvan. Want zo'n VN-verdrag is geen vrijblijvend kader. De Raad van State moet daar
ook aan toetsen als die toetst aan wet- en regelgeving. Een van de maatregelen in
de werkagenda is het ontwikkelen van kennisinstrumenten voor het VN-verdrag Handicap
bij beleidsmakers en wetgevingsjuristen. Dit willen we samen met het College voor
de Rechten van de Mens gaan oppakken. Bij de uitvoering van de werkagenda willen we
daar samen met alle departementen oog voor krijgen. Dat is natuurlijk ook iets wat
een beetje ingeoefend moet worden. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Daarom sluit
de voorzitter van het college ook aan bij het volgende overleg van de betrokken dg's
om daar te spreken over de grondbeginselen. U wilt natuurlijk dat het snel gebeurt
en dat er concrete doelen worden uitgewerkt. In de werkagenda staan ook concrete maatregelen
met een tijdspad. In de nationale strategie staan de doelen die we met elkaar hebben
vastgesteld. Dat hebben we samen met de andere departementen gedaan. Dat is daarmee
ook een opgave voor het hele kabinet. Ik heb net al iets gezegd over hoe we dat gaan
volgen. Ik heb net ook al iets gezegd over de grondbeginselen.
Dan de vraag: hoe neem je ook mensen met een minder luide stem mee? Mevrouw Westerveld
stelde die vraag; ik had ook niet anders van haar verwacht. Ik denk dat dat ontzettend
belangrijk is, want er is een stevige lobby vanuit de sector. Dat is ook mooi, want
die vertegenwoordigen groepen mensen. Maar je wil ook de minder luide stem mee kunnen
nemen van groepen die misschien minder gehoord worden maar die ook een plek verdienen
in dat verdrag. Ik vind het ontzettend belangrijk om hen daar ook bij te betrekken.
Daarom zitten ze ook bij het overleg bij de verschillende departementen. Ik wil in
mijn werkbezoeken op zoek gaan naar groepen die wij misschien missen en die we daar
ook bij zouden moeten betrekken. Daar wil ik het voor nu even bij laten.
Het CDA vroeg naar de motie-Krul over een concreet stappenplan. Dat ligt er nog niet.
U zei: dat mag ook een soort routeplan worden. Ik wil u wel toezeggen dat ik even
ga kijken naar wat we nu van plan zijn en wanneer wat gaat gebeuren, zodat het proces
een beetje inzichtelijk wordt: waar staan we nu en hoe denken we in 2040 aan te komen?
Ik wil u wel toezeggen dat ik naar de Kamer toe zal sturen hoe we dat verder vorm
willen gaan geven.
U vroeg ook naar de monitor die is toegezegd. Ik heb het RIVM gevraagd om die monitor
samen te stellen. De afgelopen maand hebben ze een selectie van de indicatoren voor
de Monitor Nationale Strategie VN-verdrag Handicap – zo heet ’ie – opgeleverd. Die
is samen met de relevante partijen ontwikkeld, waaronder natuurlijk ook mensen met
een beperking. Voor die monitoring maakt het RIVM gebruik van diverse onderzoeken
en enquêtes op verschillende levensdomeinen om een zo volledig mogelijk beeld te geven.
Daarmee biedt die ook inzicht in de voortgang. Ik ben overigens ook bezig met het
CBS om betere data te krijgen wat dat betreft, want ook in hun rapportages wordt vaak
geen onderscheid gemaakt tussen mensen met en zonder beperking. Dat kan ook helpen
bij het krijgen van inzicht in hoe de situatie in de samenleving is voor mensen met
een beperking.
Ten slotte. Mevrouw Dobbe had nog een vraag over de conclusie uit het rapport over
het VN-verdrag over de positie van vrouwen en of wij in de monitoring data van vrouwen
kunnen uitsplitsen met betrekking tot werk en bestaanszekerheid. Ik denk eerlijk gezegd
dat dat vooral op het bordje van mijn collega bij Sociale Zaken ligt. Zoals ik net
al zei, ben ik in ieder geval in overleg met het CBS, het RIVM en Nivel over het vergroten
van de beschikbaarheid van data, zodat we beter inzicht kunnen krijgen in dat soort
aspecten.
Dat was dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Als voorzitter heb ik dan in ieder geval de vraag wanneer de routekaart, waarover
net een toezegging is gedaan, naar de Kamer komt.
Minister Sterk:
Over twee maanden, krijg ik ingefluisterd.
De voorzitter:
Helder, dank je wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Tijmstra.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Ik vind het heel fijn dat de Minister wil kijken naar een routekaart om te kijken
hoe we die laatste 64 aanbevelingen die nog openstaan, een plek kunnen geven in de
volgende werkagenda, zodat we overzicht hebben van of we het in de termijnen allemaal
gaan redden. Er zijn twee dingen die ik wel belangrijk vind. Eén daarvan is dat het
echt samen met de doelgroep zelf vormgegeven wordt. Ik weet niet of dat in twee maanden
kan, maar dat is voor mij wel de route. Kijk nou met elkaar wat er nodig is. Dat is
ook de kern van het VN-verdrag. Dat wil ik vooral meegeven.
Minister Sterk:
Dat ga ik even bekijken. Misschien is twee maanden dan wel heel krap. Ook ik zie het
belang daarvan. Het is dan even onder voorbehoud van of de gesprekken daarover allemaal
op tijd plaats kunnen vinden.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik zou willen vragen of mijn vragen over het toegankelijkheidslabel ook onder dit
kopje vallen.
Minister Sterk:
Mij wordt ingefluisterd dat er nog twee kopjes zijn. Daaronder komen die zo dadelijk
terug. Ik ben nog niet klaar met het kopje VN-verdrag in z'n geheel.
De voorzitter:
Dan gaan we verder met het volgende subkopje onder het VN-verdrag.
Minister Sterk:
Dat klopt. Dat gaat volgens mij om het coalitieakkoord, financiën en de stapeling.
Daarbij gaat het natuurlijk met name over individuen. De eerdere bezuiniging ging
natuurlijk over de gehandicaptensector.
Mevrouw Westerveld en mevrouw Dobbe vroegen naar de doorrekeningen van het CPB. Voor
een deel hebben we daar in de begroting, denk ik, al heel veel over gesproken. Het
doel van de bezuinigingen en de maatregelen die we nemen is dat de zorg ook in de
toekomst goed en toegankelijk blijft. Die staat onder druk. We zullen maatregelen
moeten nemen. Ik zie ook wel dat de keuzes fors zijn. Ik denk dat we het allemaal
gaan merken in onze portemonnee, maar ik hoop vooral dat mensen gaan merken dat kwalitatief
goede zorg op de langere termijn beschikbaar blijft en dat die ondersteuning er is.
Niet kiezen is ook een keuze. We kiezen er in ieder geval voor om niet weg te kijken.
Daarmee is niet gezegd dat dit niet vraagt om goed te kijken naar hoe bepaalde maatregelen
uitwerken voor bepaalde doelgroepen. We weten dat bepaalde maatregelen impact zullen
hebben. Daarom willen we volgende week, als de begroting van Sociale Zaken is geweest
– want we moeten dat natuurlijk nadrukkelijk samen met Sociale Zaken doen – kijken
hoe de stapeling van al die maatregelen uitwerkt voor mensen, maar ook specifiek voor
bepaalde groepen. Die mis je soms in de grotere plaatjes. Dan zie je vooral wat het
doet met middeninkomens of lage inkomens. Volgens mij is het juist belangrijk om ook
te kijken naar wat de uitwerking is voor bepaalde doelgroepen daarbinnen. Er is natuurlijk
nog best ruimte om bepaalde maatregelen op een bepaalde manier in te richten. Dat
zou ik juist naar aanleiding daarvan willen bekijken. Daarnaast hebben we ook nog
350 miljoen aan middelen om eventuele consequenties te kunnen verzachten. Dat heb
ik over die stapeling van maatregelen.
Er was nog een vraag over de middelen voor de werkagenda. Ik weet niet zo goed waarom
die in dit mapje zit. O, die hoort hier ook bij. Er werd een aantal keren gezegd dat
er helemaal geen geld beschikbaar is voor het VN-verdrag en de werkagenda. Er is in
het voorjaar van 2025 extra geld beschikbaar gesteld. Het gaat om bijna een miljard.
Dat zit met name in de maatregelen voor de uitvoering in het leefdomein werk en inkomen.
Daar is dus geld voor. Zo zijn er ook op andere begrotingen soms budgetten die gaan
helpen bij het vormgeven van het VN-verdrag. Dan noem ik bijvoorbeeld de 30 miljoen
die beschikbaar is gesteld voor het Bestuursakkoord Toegankelijkheid OV, de 10 miljoen
vanuit het Mobiliteitsfonds, de 560 miljoen die beschikbaar is gesteld voor digitalisering
van het mbo, hbo en wo, en de 90 miljoen die beschikbaar is gesteld voor regionale
programma's over onderwijs.
Daar zou ik ook het volgende over willen zeggen. Er wordt nu natuurlijk steeds heel
erg specifiek gekeken. We moeten apart maatregelen nemen voor mensen met een beperking,
maar uiteindelijk zou je natuurlijk naar een systeem willen waarin reguliere middelen
ook ingezet worden voor mensen met een beperking. Dat is volgens mij wat het VN-verdrag
uiteindelijk wil, namelijk dat die mensen gewoon een normale plek daarin krijgen.
Het is dan ook moeilijk om een specifiek beeld te geven wat betreft of er voldoende
geld is. Volgens mij zijn er voldoende middelen. We gaan natuurlijk verder met de
uitwerking. We komen nog met een tweede werkagenda. Ook daarbij zullen we natuurlijk
bekijken wat dat vraagt aan middelen en hoe we die te zijner tijd zouden kunnen regelen.
Ik ga nu eigenlijk weer terug naar de analyse van de effecten van de bezuinigingen.
Mevrouw Bikker vroeg of wij casussen zouden kunnen uitwerken. Ik begrijp uw vraag
voornamelijk zo dat je goed moet kijken of specifieke doelgroepen niet extra hard
worden getroffen, zoals ik net ook heb uitgelegd. Je zult dus ook bij al die stapelingen
moeten kijken wat de uitwerking is. Dat kun je soms inderdaad op casusniveau doen
voor bepaalde mensen die misschien én hoge zorgkosten hebben én misschien ook werkloos
zijn – ik noem maar wat.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Nog even een toelichting op de vraag. Het gaat mij er echt om dat ik een paar casussen
heb, zodat ik heel concreet kan zien: wat betekenen de maatregelen voor een gezin
met een minderjarige met een handicap met een VG7-indicatie? Op die manier kunnen
we echt op gezinsniveau kijken, in plaats van dat ik naar een of andere puntengrafiek
moet kijken om te zien voor wie dat zo uitpakt.
Minister Sterk:
We zullen kijken of we kunnen gaan werken met persona's, want dat geeft inderdaad
een beeld van wat het nou doet, als we de data tenminste hebben. Daar gaan we mee
aan de slag.
Dan de huishoudelijke hulp. Ik heb daar eigenlijk net ook al het een en ander over
gezegd. De maatregelen die worden voorgesteld, hebben natuurlijk in zichzelf allemaal
impact, maar binnen die maatregelen kun je soms ook nog keuzes maken. Voor de huishoudelijke
hulp geldt natuurlijk dat het echt mensen zijn die die huishoudelijke hulp prima zelf
kunnen betalen. Je wilt ook voorkomen dat mensen die dat niet kunnen, die huishoudelijke
hulp niet meer zouden kunnen krijgen. Daar zullen we naar moeten kijken. Er ligt op
dat terrein denk ik ook een rol voor de gemeentes om dat goed te doen. Dat moet dus
ook worden bekeken in de uitwerking van deze maatregel.
Voorzitter. Dat wilde ik hierover zeggen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog een vraag over het VN-verdrag, want ik denk dat niemand hier in de zaal
vindt dat er allemaal aparte budgetten en potjes moeten komen. Volgens mij vinden
we allemaal dat we moeten zorgen dat iedereen mee kan doen en we geen groepen mensen
apart zetten bij nieuwbouw en verbouw aan gebouwen, maar ook bij het onderwijs en
in de zorg. Maar mijn vraag aan de Minister was als volgt. Hoe rijmt zij het gegeven
dat er in het coalitieakkoord een flinke stapeling van zorgkosten is voor mensen met
een beperking die leidt tot ontoegankelijkheid, met de zin dat zij als bewindspersoon
het VN-verdrag wil uitvoeren?
Minister Sterk:
We weten nog niet precies hoe dit uitwerkt. Ik heb net aangegeven wat we voor het
proces gaan doorlopen. Volgens mij moeten we aan het einde daarvan met elkaar bekijken
wat de gevolgen voor mensen zijn, ook voor de toegankelijkheid van bepaalde dingen
als zorg.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is iets breder. We weten bijvoorbeeld uit de CPB-doorrekening dat het aantal
gezinnen en mensen in armoede stijgt. Ik denk dat we hier ook best wel weten dat daaronder
heel veel mensen zijn met een beperking, omdat ze vaak minder kunnen werken, hogere
kosten hebben en er aantal belangrijke aftrekposten verdwijnen omdat er kortingen
zijn. We weten dus heel veel. Ik kan het lijstje noemen, maar we weten heel veel.
Als we dit weten, wat kan de Minister dan specifiek doen om ervoor te zorgen dat het
VN-verdrag in de brede zin van het woord wordt uitgevoerd en deze mensen volwaardig
kunnen blijven meedoen?
Minister Sterk:
Volgens mij gaat het VN-verdrag over meer dan financiën. Dat is denk ik ook het goede.
Volgens mij moeten we nu als eerste stap gaan kijken wat er klopt van de veronderstellingen
van het CPB. Hoe werken die uit en welke knoppen hebben we om daar iets aan te doen?
Daar wil ik mij de komende tijd voor gaan inzetten.
De voorzitter:
Mevrouw Dobbe, uw laatste interruptie.
Mevrouw Dobbe (SP):
Mevrouw Westerveld zegt het goed: we weten een heleboel dingen al wel. We weten inderdaad
dat de armoede in Nederland zal stijgen door de plannen van dit kabinet en dat daar
veel mensen met een beperking bij zitten. We weten ook dat het Nibud eerder al een
onderzoek heeft gepubliceerd waarin staat dat mensen met een beperking in de problemen
komen omdat zij meer kosten hebben dan mensen zonder beperking. Dat heeft gewoon financiële
consequenties. Dat weten we allemaal al. Dan zie je wat dit kabinet allemaal nog van
plan is: het eigen risico verhogen, afschaffen van de fiscale aftrekpost voor niet-vergoede
zorgkosten, bijna volledig afschaffen van de huishoudelijke zorg, eigen bijdrage wijkverpleging
en een bezuiniging op de WIA. Met de wetenschap dat mensen nu al in de problemen komen
en dit mensen alleen maar meer en niet minder kosten geeft, is er toch geen realiteit
denkbaar waarbij dit niet zal leiden tot een verslechtering van de omstandigheden
van mensen met een beperking? Of ziet deze Minister die wel? Welke informatie heeft
deze Minister dan nog nodig?
Minister Sterk:
Ik gaf net al aan dat de keuzes die gemaakt zijn fors en ingrijpend zijn, voor ons
allemaal, maar ook zeker voor deze doelgroep. Daar wil ik ook niet voor weglopen;
dat heb ik al meermalen gezegd. Volgens mij begint het er dan bij dat je goed in beeld
wilt krijgen hoe dat doorwerkt. Dat is meer dan alleen een inkomensplaatje wat mij
betreft. Dat gaat ook over de vraag hoe speciale doelgroepen daar dan binnen vallen.
Dat wil ik eerst in beeld krijgen, samen met Sociale Zaken. Vervolgens moeten we kijken
wat dat dan betekent voor de maatregelen die we willen nemen en voor hoe we aan die
knoppen kunnen draaien. Daarnaast hebben we nog 350 miljoen waarmee we bepaalde zaken
kunnen verzachten. We zullen moeten kijken hoe we dat geld daarvoor zo goed mogelijk
kunnen inzetten.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dan misschien toch een beetje een gewetensvraag. Als we dit allemaal weten, waarom
is er dan voor gekozen om dit zo te doen, dus om die rekening juist neer te leggen
bij deze groep? We kennen bijvoorbeeld al het rapport van het Nibud en ... Nou ja,
de collega's noemden hier van alles op. Waarom is deze keuze dan gemaakt?
Minister Sterk:
Ik heb het idee dat ik deze vraag al verschillende keren beantwoord heb. Dat is omdat
er gewoon dingen nodig zijn. We zullen de zorg toekomstbestendig moeten maken en daarvoor
zijn hervormingen nodig. Dat is belangrijk. We hebben inderdaad een aantal forse keuzes
te maken, die we gewoon gaan voelen met elkaar. Ik wil daar ook niet voor weglopen.
Het is onze verantwoordelijkheid om dit niet terecht te laten komen bij de zwakste
mensen in de samenleving, en daarom moeten we die dingen in beeld gaan brengen.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik denk, met alle respect, dat de Minister en ik niet zo veel gaan voelen van de regeling
waar we het nu over hebben. Dat is juist het probleem. De mensen met een beperking,
dus juist de zwakkeren, voor wie de Minister zegt op te komen, gaan dit voelen. Ik
snap dus oprecht niet waarom deze keuze is gemaakt, wetende wat we allemaal al met
elkaar weten. De Minister noemde zonet ook de tegemoetkoming van 350 miljoen die het
kabinet ertegenover zet. Volgens mij heeft de VNG daarover al eerder iets gezegd,
bij de evaluatie van de regeling. De VNG was heel kritisch over de uitvoerbaarheid
van zo'n soort regeling via de gemeenten. Erkent de Minister dat?
Minister Sterk:
Ik herken volgens mij dat de VNG dat heeft gezegd, maar u wilt al gelijk naar het
eind van het proces rennen, door te constateren dat dit bepaalde consequenties heeft.
Ik wil gewoon graag dat wij als kabinet eerst goed in beeld brengen wat de consequenties
zijn, en we vervolgens gaan kijken wat we daaraan kunnen doen. Daar zijn een aantal
mogelijkheden voor. Ik wil dat in ieder geval graag eerst afwachten voordat we allerlei
angsten veroorzaken bij mensen die daarin kwetsbaar zijn. Ik begrijp dat je je afvraagt
«wat gaat het voor mij betekenen?» als je al die maatregelen ziet, maar daarom is
het ook onze dure plicht om dat eerst goed in beeld te brengen en vervolgens te kijken
wat we eraan kunnen doen.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de Minister. Zijn daarmee alle vragen beantwoord?
Minister Sterk:
Van dit blokje wel.
De voorzitter:
Dan komen we ... Hoeveel blokjes hebben we nog?
Minister Sterk:
Ik heb nog twee blokjes.
De voorzitter:
Met het oog op de tijd zeg ik dat het helpt als we de vaart er een beetje in houden,
zodat we voor 16.30 uur ook de tweede termijn kunnen doen. Ik hoor dat er een ordevoorstel
is van mevrouw Wendel.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter, het kan aan mij liggen, maar ik begin in een beetje in de war te raken
met alle blokjes. Dit is dus nog steeds het blokje VN-verdrag Handicap, maar binnen
dat blok zijn er nog twee blokjes? Of zie ik dat verkeerd?
Minister Sterk:
Ja, dat klopt helemaal. Ik ben nu zelf bij het subblokje werkagenda/VN-verdrag. Daar
hebben we het zonet voor een deel al over gehad. Daarna heb ik nog een blokje varia,
maar dat mapje is niet zo dik.
Mevrouw Wendel (VVD):
Oké, dan weet ik dat ik nog niet te laat ben met mijn vragen.
Minister Sterk:
Ik ga nu ook proberen om wat korter te antwoorden, voorzitter.
Mevrouw Westerveld had een vraag over de Lokale Inclusie Agenda. Wij zien dat steeds
meer gemeenten daar werk van maken. Desalniettemin hebben nog niet alle gemeenten
zo'n LIA, zoals het wordt genoemd. Daarom heb ik subsidie verstrekt aan de VNG om
te zorgen voor meer kennis, meer samenwerking en meer praktische toepassing van het
VN-verdrag, en om te zorgen dat de VNG zich bestuurlijk gaat inzetten om gemeenten
die nog geen LIA hebben extra te enthousiasmeren en te stimuleren. U leest over de
voortgang hiervan in de eerste voortgangsbrief, eind 2026.
Dan was er een vraag van mevrouw Synhaeve over de gemeentelijke verschillen. Een kenmerk
van de Wmo is natuurlijk dat die decentraal wordt uitgevoerd. Dat is ook enigszins
wat wij willen. Tegelijkertijd wil je ook geen hele grote verschillen. Op bepaalde
onderwerpen, zoals de zorgbeschikking – wordt die wel of niet langjarig afgegeven? –
proberen we die verschillen ook meer in beeld te krijgen. Maar in zijn algemeenheid
blijkt uit cliënttevredenheidsonderzoeken dat inwoners over het algemeen best tevreden
zijn over de zorg en ondersteuning die wordt geboden vanuit de Wmo.
Mevrouw Synhaeve vroeg ook naar de landelijke standaardisering. Ik omarm het belang
van meer landelijke standaardisering op onderdelen die nu onvoldoende werken. Dat
bleek ook uit het Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015. De prioriteit ligt nu in eerste
instantie bij verdere standaardisering van inkoop en contractering. Daar valt nog
best veel winst te behalen, ook als het gaat om het verminderen van onnodige administratieve
lasten. In 2026 wordt verder vervolg gegeven aan de verkenning van standaardisering
van de productstructuur en de uniformering van productcodes. Het doel is in ieder
geval om te komen tot een aanzienlijke verlichting van de administratieve lasten zodat
er ook maximale ruimte ontstaat voor goede zorg en ondersteuning. Dat voor nu.
Mevrouw Wendel had vragen over het aanvraagproces voor werkvoorzieningen en hulpmiddelen
als het gaat over de juiste ondersteuning op de werkplek. Dat zou eenvoudiger moeten
worden. Ik zie ook dat dit eenvoudiger zou moeten zijn. Het vorige kabinet heeft naar
aanleiding van een motie van het lid De Kort een brief aan de Kamer geschreven daarover.
In het coalitieakkoord is afgesproken dat we willen gaan verkennen hoe het re-integratiebeleid
van gemeenten meer kan worden geüniformeerd. Daarbij kijken we ook naar de voorzieningen
die het UWV verstrekt. De Minister van Werk en Participatie gaat hiermee aan de slag.
Hij zal de Kamer voor de zomer over de invulling hiervan informeren.
Mevrouw Synhaeve had ook vragen over lvb en hoe we ervoor kunnen zorgen dat zij eerder
in beeld komen. Ik heb al eerder vanmiddag aangegeven dat ik denk dat het ontzettend
belangrijk is dat we dat kunnen doen voordat mensen onbedoeld in de problemen komen.
Vanuit de Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking hebben
mijn voorgangers en ik de afgelopen jaren ingezet op meer bewustwording, kennisverspreiding
en -deling en vroegtijdige herkenning van deze doelgroep. Maatregelen in de werkagenda
moeten eraan bijdragen dat ook collega's uit het kabinet daar meer hun verantwoordelijkheid
in gaan nemen. Daarbij ligt de focus op het bereiken van professionals in meerdere
domeinen. Waar nodig worden ook andere partijen en ervaringsdeskundigen betrokken
bij de concretisering, uitvoering en opvolging van die acties.
Mevrouw Synhaeve had ook een vraag gesteld over kinderen met een beperking. Ook zij
moeten mee kunnen doen en we moeten de overgang van de jeugdzorg naar de volwassenzorg
zo soepel mogelijk laten verlopen. Daar zijn we inderdaad mee bezig. Dat gaat over
het verbeteren van kennis en expertise in de toegang en in de lokale teams die dit
moeten doen. In het kader daarvan loopt er ook een actieonderzoek langdurig en levenslang.
Hierover wordt de Kamer binnenkort geïnformeerd. Daarnaast zijn het NJi en het Landelijk
Kenniscentrum LVB bezig met een handreiking toekomstgericht perspectiefplan, waarmee
aan de hand van langetermijndoelen een plan voor zorg en ondersteuning kan worden
gemaakt. Jeugd is ook onderdeel van de maatregelen uit de werkagenda, onder andere
wat betreft de overgangen tussen de zorgwetten.
Dan was er een vraag van mevrouw Maeijer en mevrouw Synhaeve hoe buitenspeelplekken
meer inclusief kunnen worden. Er zijn in de werkagenda twee maatregelen opgenomen.
De eerste is dat VWS subsidie verstrekt aan Stichting het Gehandicapte Kind en Jantje
Beton. Eind 2026 moet 70% van de gemeenten minimaal één inclusieve speeltuin hebben.
Uiterlijk in 2030 moet elke gemeente over minimaal één inclusieve speeltuin beschikken.
Dat is overigens ook de ambitie van Jantje Beton. Daarnaast verkennen we hoe inclusiviteit
een plek kan krijgen in de ontwikkeling van groenblauwe schoolpleinen. Vanuit mijn
vorige rol weet ik dat dit best al heel veel gebeurt. Het zou heel mooi zijn om dat
daaraan te koppelen. De voortgang, inclusief financiën, de haalbaarheid en de moties
van de leden Leijten en Van Nispen en die van het lid Maeijer, wordt met regelmaat
besproken met de Stichting het Gehandicapte Kind en Jantje Beton.
Het lid Van Dijk vroeg wat er redelijkerwijs van mantelzorgers verwacht mag worden
bij mensen die veel professionele hulp nodig hebben. Bij de begroting hebben we met
elkaar gesproken over het belang van mantelzorg, zeker als we die beweging naar de
voorkant willen maken. Mantelzorgers leveren een heel belangrijke en waardevolle bijdrage.
Het is geen vervanging van formele zorg; we moeten oppassen met die suggestie. Daarom
is het van belang dat er vanuit de formele zorg oog is voor de draagkracht en draaglast
van mantelzorgers bij zorg en ondersteuning en dat er ook ruimte is voor mantelzorgers
om aan te geven wat hun grenzen en mogelijkheden zijn. Vanuit de Mantelzorgagenda
zet ik in op verschillende acties om de gelijkwaardige samenwerking tussen mantelzorgers
en de formele zorg te bevorderen.
Mevrouw Maeijer vroeg wat we verwachten van het netwerk en of het alle extra zorgvragen
oppakt. Ook vroeg zij wat ik extra van plan ben om mantelzorgers te ondersteunen.
Er komt sowieso een reactie op het SER-rapport, in lijn met de motie-Struijs. Daarover
zal de Kamer ook rond de zomer geïnformeerd worden. Verder zijn we bezig met een werkagenda,
waarin dit ook een plek krijgt.
Mevrouw Westerveld sprak over de stand van zaken wat betreft de motie-Westerveld/Patijn
over langdurig ziekteverlof voor ouders van ernstig zieke kinderen. De vorige Minister
van SZW is naar aanleiding van die motie eind januari op bezoek geweest bij de Vereniging
Kinderkanker Nederland. Op dit moment wordt er vanuit dat ministerie en in afstemming
met andere betrokken partijen gewerkt aan een probleemverkenning en mogelijke oplossingsrichtingen.
Mevrouw Tijmstra vroeg naar respijtzorg. Ze vroeg of er wordt gewerkt aan een landelijke
aanpak. Daarover kan ik zeggen dat er in de werkagenda en in het HLO afspraken zijn
gemaakt, bijvoorbeeld over een regionale invulling van logeerzorg, om de respijtzorg
beter te organiseren. Ik vind het ook belangrijk dat we op regionaal niveau kijken
wat er nodig is en dat het aanbod aansluit op de behoeftes van mantelzorgers en hun
naasten. Het gaat dus niet alleen om aantallen, maar ook om de vorm waarin je dat
organiseert. Het doel is dus ook niet om tot een basisaantal logeerplekken te komen,
maar vooral om met elkaar te verkennen welke vorm nou passend is bij de vraag van
mantelzorgers. In de voortgangsbrief over het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg zal ik
de Kamer informeren over de stand van zaken rond de regionale invulling van logeerzorg.
Over de voortgang van de acties uit de werkagenda zal ik u nog voor de zomer informeren.
Dan was er vanuit GroenLinks-PvdA en de PVV gevraagd naar de herindicaties. Er is
op dit moment geen juridische belemmering vanuit de Wmo om indicaties voor de langere
termijn af te geven. Wij stimuleren op dit moment met de VNG de gemeenten om maatwerk
te leveren bij indicatiestellingen. We zien dat steeds meer gemeenten, gelukkig, zeg
ik dan maar, langdurig beschikken. Voor budgethouders met een persoonsgebonden budget
vanuit de Zvw is het mogelijk om een toekenning van langer dan twee jaar te ontvangen.
Die toekenning kan zelfs verlengd worden tot maximaal vijf jaar. Dit wordt gemonitord.
Ook is hier de Handreiking verlengde toekenning Zvw-pgb voor opgesteld. Dit geldt
niet voor de kindzorg, omdat de situatie van kinderen vaak wel verandert. Indicaties
voor de Wlz zijn levenslang geldig en hoeven daarom niet verlengd te worden. Wanneer
de zorgvraag groter wordt, kan met een herindicatie wel een hoger zorgprofiel worden
aangevraagd. In het HLO is opgenomen dat het proces van herindicaties bij het CIZ
vereenvoudigd wordt met een vermindering van administratieve lasten.
Voorzitter. Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Mevrouw Westerveld vroeg nog naar
de European Disability Card. Er wordt op dit moment gewerkt aan de implementatie daarvan.
Het doel is om de kaart in juni 2028 in Nederland te kunnen uitgeven. We werken daarvoor
nauw samen met ervaringsdeskundigen, de vertegenwoordigende organisaties van mensen
met een beperking, de acceptanten van de kaart en de beoogde uitvoeringsorganisatie.
Dat gaat de komende periode verder worden uitgewerkt. U ontvangt de voortgang bij
de eerste voortgangsbrief daarover, eind 2026.
Tot slot. Mevrouw Maeijer had nog vragen over de uitvoering van de motie-Agema. Bij
de uitvoering van die motie is het wel echt van belang dat we daar zorgvuldig naar
kijken, want het doelgroepenvervoer is best wel een complex veld; Valys is daar natuurlijk
maar één aspect van. Het is ook belangrijk om te kijken naar de knelpunten die zouden
kunnen ontstaan als we dit zouden uitvoeren. Daar zijn we nu dus ook naar aan het
kijken. Daarnaast loopt er een verkenning naar de publieke mobiliteit. Die gaat veel
meer over de vraag hoe we mobiliteit integraal voor iedereen toegankelijk kunnen maken;
dat is waar je uiteindelijk naartoe zou willen. De vraag is wat er tot die tijd nodig
is. We doen er dus nader onderzoek naar. De uitkomsten van dit onderzoek zullen we
nog dit voorjaar naar uw Kamer sturen.
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Maeijer, uw laatste interruptie.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik had nog een vraag over de herindicaties. In mijn bijdrage citeerde ik uit het coalitieakkoord.
Daarin staat: «(...) we stoppen met het doorgeslagen indicatiecircus: niemand hoeft
zijn chronische ziekte of beperking meer periodiek aan te tonen.» In de beantwoording
schetst de Minister wat nu al kan. Welke aanvullende acties kunnen we dan van de Minister
verwachten? Deze zinnen waren immers best wel stellig. Ik snap wat er nu al kan, maar
dat is volgens mij niet wat hier staat.
Minister Sterk:
Volgens mij hebben we in de afgelopen periode vooral goede voorbeelden opgehaald.
Ik geloof dat in 199 gemeenten is gekeken hoe zij dat doen. Wij zien overigens ook
dat gemeenten al veel kunnen. Het is belangrijk om die goede voorbeelden nu op te
schalen en uit te breiden, zodat het voor mensen echt gaat werken en ze niet elke
keer een aanvraag hoeven te doen terwijl dat niet per se noodzakelijk is.
De voorzitter:
Ik kijk nog even naar mevrouw Wendel. Heeft zij nog een vraag? Zij denkt dat de Minister
daar nog op ingaat. Oké. Dan is het woord aan de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Ik heb nog één vraag openstaan over het pgb. Naturazorg wordt voorliggend. Mijn vraag
is: kunnen wij ervan opaan dat pgb-houders of toekomstige pgb-houders niet door toekomstige
wetgeving worden gedwongen tot het ontvangen van naturazorg ten koste van hun pgb?
Dat was mijn vraag.
De voorzitter:
Dat was uw laatste interruptie. Ik geef het woord aan de Minister.
Minister Sterk:
Ik kon me eigenlijk wel vinden in de woorden van het lid Wendel. Zij gaf het ook aan:
zorg in natura is voorliggend, maar voor mensen voor wie het echt een goede oplossing
is, moet het in de toekomst mogelijk blijven. Maar wel in die volgorde.
De voorzitter:
Het laatste blokje. De Minister.
Minister Sterk:
Ik heb hier nog vijf vragen liggen. Ik hoop dat de mensen die nog een antwoord verwachten
dat hierin zullen vinden.
Ik ga eerst in op een vraag van mevrouw Westerveld. Stel dat iemand die afhankelijk
is van beademingsapparatuur, te maken krijgt met stroomuitval. Wat is wat dat betreft
precies de stand van zaken van het plan van aanpak? Ik begrijp dat heel goed. Het
idee dat dat zou kunnen gebeuren terwijl je daarvan afhankelijk bent, lijkt me ook
heel beangstigend. Het ministerie start op zeer korte termijn een marktconsultatie
om te onderzoeken welke locaties op dit moment over de nodige voorzieningen beschikken
en wat daarmee kan. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het een zeer complex
vraagstuk is, want het gaat om heel veel verschillende hulpmiddelen, en mogelijk vragen
die ook om verschillende oplossingen. Het begint echter bij het agenderen van het
vraagstuk, en dat heeft u volgens mij gedaan. We zullen u voor de zomer informeren
over de stand van zaken.
Mevrouw Maeijer had een vraag over de uitvoering van de motie-Thiadens/Krul over het
mogelijk maken van het modulair aanpassen van een auto voor kleine mensen. Naar aanleiding
van deze motie heeft met betrokken organisaties en ervaringsdeskundigen een rondetafelgesprek
plaatsgevonden. Er zijn een aantal stappen verkend om het modulair aanpassen van de
auto beter te faciliteren. Daar zijn drie vervolgacties uit voortgekomen. De eerste
is dat wordt onderzocht hoe men in de omliggende landen omgaat met modulair aanpassen
om zo de good practices in beeld te krijgen. De tweede is dat wordt onderzocht of
een pilot mogelijk is, waarbij erkende bedrijven bepaalde aanpassingen kunnen uitvoeren
zonder tussenkomst van de RDW. De derde: belangenorganisaties gaan actief lobbyen
voor het meenemen van modulaire aanpassingen in de eisen voor een Europese typegoedkeuring.
Met deze stappen wordt verkend hoe we die modulaire aanpassing op een veilige, maar
ook werkbare manier beter mogelijk kunnen maken.
Mevrouw Maeijer had ook een vraag over de toegankelijkheid van bushaltes. Het is natuurlijk
ontzettend belangrijk dat het openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk is. Dat
begint in ieder geval bij de bushalte. Het Rijk heeft daarover met de betrokken partijen
in het Bestuursakkoord Toegankelijk Openbaar Vervoer afspraken gemaakt. Voor het uitvoeren
daarvan staan de wegbeheerders aan de lat. De Staatssecretaris van IenW bespreekt
de voortgang van de in het bestuursakkoord gemaakte afspraken met de betrokken partijen.
En daar komt ie dan: mevrouw Wendel had een vraag over het toegankelijkheidslabel.
Het Ministerie van VRO geeft aan dat het invoeren van een verplicht toegankelijkheidslabel
kostenverhogend werkt, een nieuw toezicht- en controlesysteem vergt en constructief
best ingewikkeld is vanwege de grote diversiteit aan beperkingen. Tegelijkertijd geeft
een label inhoudelijk geen ander handelingsperspectief voor gebouweigenaren dan een
toets aan de vrijwillige NEN-norm. Ook pakt een toegankelijkheidslabel grof uit en
zegt het weinig als dat in een index, cijfer of letter wordt uitgedrukt. Uiteraard
mogen marktpartijen zelf een toegankelijkheidslabel ontwikkelen, maar een verplichting
gaat wel heel ver. Het is namelijk best wel complex. De toegankelijkheid van publieke
gebouwen neem ik in ieder geval wel mee in mijn gesprekken met VRO over de uitvoering
van de werkagenda van het VN-verdrag.
Ten slotte, voorzitter – hierna mogen de interrupties pas, geloof ik – heb ik nog
een vraag van mevrouw Westerveld over de spraakcomputers. Formeel gezien valt deze
vraag onder de verantwoordelijkheid van mijn collega, maar er is eenheid van het kabinet,
dus ik zal deze beantwoorden. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat iedereen
met een spraakfunctiestoornis toegang heeft tot een passend hulpmiddel om deel te
kunnen uitmaken van de samenleving. Ik begrijp dat dat nu nog niet altijd het geval
is voor mensen die hier via de Zorgverzekeringswet aanspraak op willen maken. Dat
komt onder andere doordat zorgverzekeraars de aanspraak nog verschillend interpreteren.
De Minister van VWS is nu in gesprek met alle partijen, waaronder de zorgverzekeraars,
om tot een oplossing te komen. Ze zal de Kamer daarover rond de zomer informeren.
Ik ben aan het einde van mijn blaadjes gekomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik naar de Kamerleden. Mevrouw Wendel.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dank aan de Minister voor de beantwoording. Vanuit de VVD hebben wij de afgelopen
jaren best wel gedrukt op het toegankelijkheidslabel, zeg ik in alle eerlijkheid.
Dat gaat echt om publieke gebouwen. Wij denken dat als we zo'n label toepassen op
gebouwen als deze, je een veel betere motivatie hebt om er bijvoorbeeld voor te zorgen
dat iedereen die hier vandaag aanwezig wil zijn, hier ook binnen kan zijn. Het is
dus echt een trigger. Ik wil de Minister vragen om dit mee te nemen in de gesprekken
met de Minister van VRO, en dan specifiek voor publieke gebouwen.
Minister Sterk:
Ik zal het meenemen. Het gaat volgens mij ook om de Rijksgebouwendienst. Volgens mij
zijn we daar onderdeel van. De ervaring van vandaag vind ik ook een reden om dat met
de Minister van VRO te spreken.
De voorzitter:
Dat brengt ons bij de tweede termijn van de zijde van de Kamer. In dat kader geef
ik graag mevrouw Westerveld het woord.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor alle antwoorden. Wat fijn dat er nog zoveel
mensen hier op de tribune zitten. Het is best een hele lange zit voor ons allemaal
en het gaat over heel veel verschillende onderwerpen. Dank aan de Minister voor alle
antwoorden, maar ik ben over een aantal onderwerpen nog niet helemaal gerustgesteld.
Een daarvan betreft de sluiting van de locaties van ExpertCare. We weten namelijk
al dat er enorme wachtlijsten zijn. Ik hoor van mensen die nauw betrokken zijn signalen
dat veel personeelsleden weggaan. Dat begrijp ik ook. Als je hoort dat je locatie
gaat sluiten, ga je een andere baan zoeken. Ik vraag me echt af wat er met deze families
gaat gebeuren als er geen oplossing komt. Met mevrouw Dobbe en mevrouw Bikker heb
ik daar afgelopen week al een motie over ingediend. Daar stemmen we morgen over. Die
motie vraagt de Minister om in te grijpen en ervoor te zorgen dat er een oplossing
voor de lange termijn komt. Verder heb ik mijn zorgen in de eerste termijn al goed
genoeg naar voren gebracht, denk ik.
Voorzitter. Ik heb drie moties, en die ga ik snel oplezen. De eerste gaat over de
tarieven.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in 2025 en 2026 extra geld is toegevoegd aan het Wlz-budget om
te komen tot kostendekkende tarieven voor de gehandicaptenzorg, op basis van kostprijsonderzoeken
door de NZa;
constaterende dat zorgkantoren vanuit hun verantwoordelijkheid voor doelmatige zorg
al een doelmatigheidskorting op de kostendekkende tarieven toepassen;
overwegende dat de Wlz-tariefmaatregelen voor de gehandicaptenzorg in 2027 neerkomen
op een bezuiniging van 158 miljoen euro en oplopen tot een bezuiniging van 248 miljoen euro
in 2031;
overwegende dat deze tariefmaatregelen direct ten koste gaan van de kwaliteit van
zorg, leiden tot zorgverschraling en dat de tarieven met deze kortingen onder de kostprijs
belanden;
van mening dat zorgtarieven kostendekkend behoren te zijn;
verzoekt de regering om kostendekkende tarieven in de gehandicaptenzorg te garanderen
en af te zien van niet-onderbouwde tariefmaatregelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Dobbe en Bikker.
Zij krijgt nr. 160 (36 800 XVI).
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Deze ondertekening geldt ook voor mijn andere moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat volwassenen en gezinnen met ernstig meervoudig beperkte kinderen
in 2026 onverwacht werden geconfronteerd met een afwijzing voor meerzorg, terwijl
de hulpvraag onveranderd of zelfs verslechterd is;
constaterende dat in september de Kamer unaniem de motie-Westerveld c.s. steunde,
die de regering oproept een oplossing te vinden die leidt tot zekerheid op de korte
en lange termijn;
verzoekt de regering om gezinnen rust en zekerheid te geven door te zorgen dat tot
ten minste 2027 coulance wordt verleend aan gezinnen en cliënten van wie de aanvraag
is afgewezen;
verzoekt de regering tevens om het definitieve beleidskader meerzorg in samenspraak
met cliënten en belangenorganisaties voor cliënten vast te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Bikker en Dobbe.
Zij krijgt nr. 161 (36 800 XVI).
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dan ga ik naar de derde motie. Ik zet even de namen van de twee collega's erbij. De
derde motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel overheidsgebouwen ontoegankelijk zijn voor mensen met een beperking;
constaterende dat al in 2022 de motie-Westerveld is aangenomen die gaat over het toegankelijk
maken van schoolgebouwen;
overwegende dat niet alleen schoolgebouwen, maar alle overheidsgebouwen toegankelijk
horen te zijn;
verzoekt de regering om te regelen dat de overheid en overheidsdiensten bij tussentijds
onderhoud, nieuw- of verbouw altijd voldoen aan de Europese normen voor toegankelijkheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Bikker en Dobbe.
Zij krijgt nr. 162 (36 800 XVI).
Dank u wel. Dan wil ik mevrouw Westerveld vragen of zij tijdelijk het voorzitterschap
over zou willen nemen.
Voorzitter: Westerveld
De voorzitter:
Yes. Het woord is aan mevrouw Synhaeve.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan alle mensen die er vandaag bij waren en die dit online
gevolgd hebben. Dank ook aan de mensen waarmee ik in de schorsing langer heb mogen
spreken. Ik wil via deze weg graag aangeven dat ik de onzekerheid en zorgen ook met
jullie meevoel; die onzekerheid is verschrikkelijk. Het is daarom juist heel belangrijk,
ook vanuit ons, om ervoor te zorgen dat er snel duidelijkheid komt.
Dank aan de Minister voor de beantwoording van de vragen. Ik vind het heel belangrijk
om nog een keer te benoemen dat de invulling van de keuzes die we maken samen met
de sector tot stand komt. Daarbij hebben we ook oog voor de enorme diversiteit binnen
de sector. Ik heb de Minister ook die toezegging horen doen. Dat is dus heel fijn.
Wij zullen daar natuurlijk scherp op zijn de komende tijd.
Voorzitter, afrondend. Voorop staat dat mensen met een beperking volwaardig mee moeten
kunnen doen en dat zij de zorg krijgen die nodig is, nu en in de toekomst. Dat is
ons principiële uitgangspunt en daar mag u mij, ook in de toekomst, op blijven bevragen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik geef het woord terug aan mevrouw Synhaeve, die dus nu weer de voorzitter is. O,
daarvoor heeft mevrouw Dobbe nog een vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Stel dat de sector, stel dat de medewerkers en de patiënten in de gehandicaptenzorg
nu zeggen: dit kan niet zonder dat de kwaliteit eronder lijdt, de personeelstekorten
toenemen en de wachtlijsten toenemen. Wat betekent dat dan voor de steun van D66 voor
deze bezuinigingsplannen?
Mevrouw Synhaeve (D66):
Ons uitgangspunt is dat de kwaliteit juist omhoog moet gaan de komende tijd en dat
we juist op die manier de toegankelijkheid van zorg willen garanderen. Dus als wij
keuzes maken waaruit blijkt dat het juist tot een lagere kwaliteit van zorg leidt,
dan moeten we andere keuzes maken met elkaar. Maar daar zie ik op dit moment nog geen
aanleiding toe.
De voorzitter:
Ik geef het woord nu weer terug aan mevrouw Synhaeve, die nu dus weer opnieuw de voorzitter
wordt.
Voorzitter: Synhaeve
De voorzitter:
Ik ben ook even zoekend. Bij dezen geef ik graag het woord aan mevrouw Maeijer voor
haar inbreng in de tweede termijn.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u, voorzitter. Ook van mijn kant dank aan de Minister en de ambtenaren voor de
beantwoording van de vele vragen. Ik richt vooral een bijzonder woord van dank aan
de mensen hier op de publieke tribune. Velen zijn nog gebleven. Dank daarvoor. Het
is een lange zit, niet alleen voor ons maar zeker ook voor jullie.
Voorzitter. Ik hoor de Minister veel mooie woorden spreken over de gehandicaptenzorg,
maar onder aan de streep zet ze de bezuinigingen gewoon door. Daarom de volgende moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om niet te bezuinigen op de gehandicaptenzorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 163 (36 800 XVI).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering in overleg te treden met de gehandicaptensector en voor het zomerreces
2026 een plan van aanpak te presenteren om de administratievelastendruk verder te
verminderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 164 (36 800 XVI).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter. Ik kom terug op het antwoord van de Minister op mijn vraag over de toegankelijke
speelplekken, naar aanleiding van een bericht van Jantje Beton. Ik weet dat er hard
aan gewerkt wordt, maar zij geven specifiek aan dat zij voor hun ambitie meer financiële
middelen nodig hebben en dat ze daar binnenkort op de lijn voor komen bij het ministerie.
Daar ging de Minister niet op in, en daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Jantje Beton de ambitie heeft om in iedere gemeente minimaal één toegankelijke
speelplek te realiseren;
verzoekt de regering financiële middelen ter beschikking te stellen voor het realiseren
van toegankelijke speelplekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer en Van Meetelen.
Zij krijgt nr. 165 (36 800 XVI).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Voorzitter, tot slot mijn laatste motie. Ik denk dat veel mensen hier vandaag hebben
gesproken over het mooie werk dat verzet wordt in de gehandicaptenzorg. Eigenlijk
zouden we het daar wat vaker over moeten hebben, was de conclusie. Ik denk dat dat
heel mooi is en het zou ook mooi zijn als dat werk zichtbaarder zou zijn, niet alleen
voor ons maar eigenlijk voor heel Nederland. Daarom dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om op korte termijn een financiële bijdrage te leveren aan de
Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland ten behoeve van een campagne om de gehandicaptenzorg
meer zichtbaar te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 166 (36 800 XVI).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel. Ook dank aan de voorzitter.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Wendel, die afziet van haar tweede termijn. Dan
kijk ik naar de heer Van Houwelingen.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik had drie moties.
Een daarvan was in verband met de rolstoelplekken, maar ik begrijp dat ambtsgenoot
Bikker daar ook een prachtige motie, hopelijk met Kamerbrede steun, voor heeft klaarliggen,
dus ik hou twee moties over. Die ga ik voorlezen.
De eerste motie gaat over de mantelzorg, waar wij een groot voorstander van zijn.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om respijtzorg te borgen voor mantelzorgers die zorgen voor iemand
met een 24/7 intensieve zorgbehoefte, en dit proces samen met mantelzorgers of hun
belangenbehartigers vorm te geven om zo te komen tot een passend aanbod,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 167 (36 800 XVI).
De heer Van Houwelingen (FVD):
Voorzitter. Mijn laatste motie gaat over het pgb. Ik vond het antwoord van de Minister
heel eerlijk. Ik zag mensen op de publieke tribune terecht verontrust kijken, want
er gaat bezuinigd worden op het pgb. Dat bleek ook wel uit de beantwoording, want
als je zorg in natura voorliggend maakt, dan eindig je natuurlijk met bezuinigingen
op het pgb. Dat willen wij niet, dus vandaar deze motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord «naturazorg» wordt beschouwd als «voorliggend
op het pgb»;
overwegende dat het pgb juist bedoeld is om zorgbehoevenden zo veel mogelijk vrijheid
te geven om zélf hun zorg vorm te kunnen geven;
overwegende dat dit laatste extra belangrijk is in een zorglandschap waar het voor
kleine aanbieders moeilijker en moeilijker wordt om een contract af te sluiten met
een zorgverzekeraar of gemeente;
verzoekt de regering er bij nieuwe wetgeving op toe te zien dat de keuzevrijheid voor
pgb in alle zorgwetten geborgd blijft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.
Zij krijgt nr. 168 (36 800 XVI).
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dat brengt ons bij mevrouw Tijmstra.
Mevrouw Tijmstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. In het coalitieakkoord is opgenomen dat er een bestuurlijk
akkoord met de sector gesloten wordt. In mijn eerste termijn heb ik vooral willen
meegeven dat het CDA het belangrijk vindt dat dat volgens de inhoudelijke lijn uitgewerkt
wordt, omdat dat voor een transformatie in de sector zorgt die nodig is. Dat moet
je doen samen met alle partijen, samen met zorgverleners. Iedereen in het veld die
ik gesproken heb, heeft ook allerlei echt goede ideeën aangedragen over hoe je de
gehandicaptensector kan helpen om toekomstbestendig te worden. Om dat mee te geven
aan de Minister, heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het huidige personeelstekort van circa 8.700 medewerkers in de gehandicaptenzorg
volgens de prognose kan oplopen tot circa 20.300 in 2035;
constaterende dat de gehandicaptenzorgsector aangeeft dat het verlagen van tarieven
de druk op de sector verder kan vergroten;
overwegende dat het daarom nodig is de groei van de zorgvraag af te remmen om de gehandicaptensector
toegankelijk en werkbaar te houden;
overwegende dat veranderingen in de gehandicaptenzorg er juist op gericht moeten zijn
dat mensen met een beperking meer onderdeel zijn en blijven van de samenleving;
overwegende dat het verminderen van de groei van de zorgvraag ook helpt om de werkdruk
in de sector tegen te gaan;
overwegende dat voorbeelden uit de praktijk en onderzoek laten zien dat vermindering
van de zorgvraag mogelijk is door in te zetten op tijdig signaleren, het gezin goed
ondersteunen en het anders organiseren van zorg en ondersteuning;
verzoekt de regering samen met de gehandicaptenzorgsector een inhoudelijk akkoord
te sluiten, dat gericht is op het verminderen van de stijging van de zorgvraag,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tijmstra.
Zij krijgt nr. 169 (36 800 XVI).
Dank u wel. De heer Van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Minister voor de gegeven antwoorden. Het volgende
schoot even door mijn hoofd. We kennen allemaal het bekende raadseltje: «Hoeveel haren
kun je uit een paardenstaart trekken voordat het geen paardenstaart meer is?» Enigszins
vergelijkbaar is de vraag: «Hoeveel ombuigingen kun je doorvoeren in de gehandicaptenzorg
voordat het geen fatsoenlijke zorg meer is?» Wat mij betreft blijven we heel ver weg
van het beantwoorden van die vraag.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende, heb ik twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de gehandicaptenzorg een veelheid aan lopende trajecten bestaat
die leidt tot versnippering van beleid en een gebrek aan samenhangende visie;
overwegende dat deze versnippering het voor zorgaanbieders en andere betrokken partijen
moeilijk maakt om te werken aan een toekomstbestendige inrichting van de gehandicaptenzorg;
overwegende dat verschillende veldpartijen, waaronder Zorgverzekeraars Nederland,
reeds in gesprek zijn om te komen tot landelijke afspraken en een integrale koers
voor de gehandicaptenzorg;
verzoekt de regering om samen met veldpartijen te komen tot een integrale toekomststrategie
voor de gehandicaptenzorg met een duidelijke koers en landelijke afspraken, en de
Kamer hierover nader te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Coenradie en Bikker.
Zij krijgt nr. 170 (36 800 XVI).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dan de tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vraag naar personeel in de gehandicaptenzorg groot is en zorgaanbieders
zoeken naar creatieve oplossingen om medewerkers te werven en te behouden;
overwegende dat woon-zorgconcepten waarin zowel cliënten als medewerkers wonen, kunnen
bijdragen aan nabijheid van zorg en het binden van personeel aan de sector;
overwegende dat dergelijke concepten de druk op de lokale woningmarkt kunnen verlichten
en een bijdrage kunnen leveren aan het bredere huisvestingsvraagstuk;
verzoekt de regering om, samen met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening, te stimuleren dat woon-zorgconcepten waarbij cliënten en zorgmedewerkers
nabij of in dezelfde instelling wonen expliciet worden meegenomen in lokale huisvestingsplannen
en woonvisies,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Coenradie en Bikker.
Zij krijgt nr. 171 (36 800 XVI).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik dank de Minister voor de antwoorden. Tegelijkertijd ben
ik niet gerustgesteld over het traject dat deze coalitie wil volgen met de bezuinigingen
in de gehandicaptenzorg. Eerder heb ik met collega's Klaver en Dijk een motie ingediend
om niet te bezuinigen op de gehandicaptenzorg, die ik heb aangehouden. Ik ga nu alsnog
vragen om die in stemming te brengen. Drie keer is scheepsrecht. We hebben het een
aantal keer geprobeerd. Dan moeten we maar met een Kameruitspraak verder.
Daarnaast heb ik twee andere moties. De een ziet op het tekort aan medewerkers in
de gehandicaptenzorg. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat mensen die werken in de gehandicaptenzorg niet zelden de overstap
maken naar een andere zorgsector zoals de ouderenzorg, omdat daar de werkdruk lager
is en het werk meer loont;
overwegende dat er nu al een fors tekort is aan personeel in de gehandicaptenzorg
en dit ten koste gaat van de kwaliteit van zorg;
verzoekt de regering de verschillen in cao's tussen de gehandicaptenzorg en de ouderenzorg
in beeld te brengen, op basis van daadwerkelijke belasting, beloning en secundaire
arbeidsvoorwaarden, de Kamer hier in de zomer 2026 over te informeren en op basis
daarvan een plan te ontwikkelen om werken in de gehandicaptenzorg aantrekkelijker
te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Westerveld en Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 172 (36 800 XVI).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik eindig met waarmee ik begon, namelijk dat ik vind dat deze Kamer toegankelijk
moet zijn voor eenieder, zeker als we een debat over gehandicaptenzorg voeren. Daarom
een motie namens alle hier aanwezige woordvoerders.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de Tweede Kamercommissiezalen plek is voor maar twee rolstoelen;
overwegende dat de Kamer daarmee onvoldoende toegankelijk is;
verzoekt het Presidium om voorstellen ter verbetering te doen en voor het volgende
debat Gehandicaptenbeleid aanpassingen te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Westerveld, Synhaeve, Van Houwelingen,
Wendel, Tijmstra, Diederik van Dijk, Dobbe, Ten Hove en Maeijer.
Zij krijgt nr. 173 (36 800 XVI).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dat was ’m, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Hele goede moties van mevrouw Bikker. De conclusie van dit debat die bij
mij blijft hangen, is dat de bezuinigingen op de gehandicaptenzorg voor dit kabinet
vaststaan, terwijl we nu al weten dat mensen hier de dupe van worden. Dat zijn dus
de mensen die de zorg moeten verlenen en de mensen die de zorg krijgen. Dat weten
we nu al. Dit gaat grote problemen geven. Dat weet de Minister ook, want we hebben
het er hier net urenlang over gehad. Zij heeft als het goed is dezelfde verhalen,
dezelfde waarschuwingen en dezelfde signalen gekregen van al die organisaties, al
die zorgverleners en al die mensen met een beperking die we allemaal hebben ontvangen
tijdens en voor dit debat. Dat weet deze Minister dus ook. De sector mag nog even
meepraten, maar dat is het dan, want de bezuinigingen staan vast. Deze bezuinigingen
toch doorzetten, vind ik echt onverantwoord beleid. Ik zou het zelfs onfatsoenlijk
willen noemen. Daarom steunen de voorstellen die in dit debat zijn gedaan door onder
anderen mevrouw Bikker om de bezuinigingen van tafel te halen en mevrouw Westerveld
om niet door de bodem te zakken met de gehandicaptenzorg. De Kamer is nu namelijk
aan zet. De oppositie is nu aan zet. We weten nu allemaal dankzij de heer Van Dijk
dat we niet oneindig veel haren in een paardenstaart hebben. Daar moeten we dus wat
aan doen.
Ik heb zelf nog een aantal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in het regeerakkoord meerdere plannen staan op het gebied van
de zorg en de sociale zekerheid die naar verwachting effecten hebben op de positie
van mensen met een beperking;
overwegende dat de positie van mensen met een beperking volgens het standstillprincipe
van het VN-verdrag Handicap niet achteruit mag gaan;
verzoekt de regering om onafhankelijk in kaart te laten brengen wat de gevolgen van
het maatregelenpakket uit het regeerakkoord zijn voor de positie van mensen met een
beperking en hoe zich dit zich verhoudt tot het standstillprincipe van het VN-verdrag
Handicap, voordat deze maatregelen worden doorgevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Bikker, Ten Hove, Westerveld en Diederik
van Dijk.
Zij krijgt nr. 174 (36 800 XVI).
Mevrouw Dobbe (SP):
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland nog forse stappen moet zetten om mensen met een beperking
volwaardig mee te kunnen laten doen en om te kunnen voldoen aan het VN-verdrag Handicap;
overwegende dat het echter onduidelijk is welk budget beschikbaar is voor de werkagenda
die hiervoor moet zorgen;
verzoekt de regering om inzichtelijk te maken welk budget er is vrijgemaakt in de
begrotingen van de verschillende departementen voor de Werkagenda VN-verdrag Handicap
I en de monitoring daarvan en in hoeverre dit voldoende is voor de vastgestelde ambities,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Bikker, Ten Hove, Westerveld en Diederik
van Dijk.
Zij krijgt nr. 175 (36 800 XVI).
Mevrouw Dobbe (SP):
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit het recente rapport over de naleving van het VN-Vrouwenverdrag
blijkt dat Nederland onder andere tekortschiet als het gaat om de positie van vrouwen
met een beperking;
overwegende dat zij met name problemen zien op het gebied van armoede, werkloosheid
en seksueel en gendergerelateerd geweld bij vrouwen met een beperking;
verzoekt de regering om op basis van de aanbevelingen uit het rapport over het VN-Vrouwenverdrag
plannen te maken om de positie van vrouwen met een beperking te verbeteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 176 (36 800 XVI).
Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek van het Nibud blijkt dat mensen met een beperking
te maken hebben met meerkosten die kunnen oplopen tot duizenden euro's per jaar, terwijl
zij vaak juist een lager inkomen hebben;
overwegende dat er gemeentelijke regelingen bestaan om mensen met een beperking te
ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van meerkosten, maar dat er grote verschillen
bestaan tussen gemeenten in waar mensen aanspraak op kunnen maken;
verzoekt de regering om in overleg met mensen met een beperking een wettelijk basisniveau
vast te leggen van gemeentelijke regelingen voor mensen met een beperking,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 177 (36 800 XVI).
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Ten Hove.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Van mijn zijde vandaag geen moties. Wel moet mij van het hart
dat ik allerminst gerustgesteld ben over de toekomst en de houdbaarheid van de gehandicaptenzorg.
Ik begon mijn betoog met donkere wolken. Voor mij is de lucht vandaag niet geklaard.
Ik wil de Minister met alles wat we vandaag hebben ingebracht op pad sturen en aan
het werk zetten. Ga het gesprek aan met uw collega's in het kabinet. Sta op voor de
gehandicaptenzorg. Vecht om die bezuinigingen zo veel als mogelijk van tafel te krijgen
totdat u inzicht heeft in de gevolgen ervan. Laat u niet beperken in uw taak om het
andersom te doen. Kijk naar wat het oplevert alvorens te kijken naar wat het kost.
Dank u wel.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik heb met veel plezier vandaag naar collega Ten Hove geluisterd, ook naar haar inzet.
Er liggen de komende dagen een paar moties voor om de bezuinigingen in de gehandicaptenzorg
te verminderen of niet door te laten gaan. Eén daarvan is van mij. Ik ben heel benieuwd
hoe de Groep Markuszower daarnaar kijkt. Bent u bereid om daarvoor te stemmen, zodat
we die bezuinigingen van tafel krijgen?
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik ga er in ieder geval alles aan doen om de neuzen morgen in de vergadering dezelfde
kant op te krijgen. Ik kan hier geen harde toezegging doen, maar ik ga alles doen
wat in mijn vermogen ligt om dat te kunnen steunen.
De voorzitter:
Zoals u allen hebt kunnen zien, is het me niet gelukt om om 16.30 uur af te ronden.
Ik begrijp van de Minister dat zij vijf minuten voorbereiding nodig heeft. Ik stel
voor dat wij iets voor kwart voor verdergaan. Het gaat dan dus om 16.45 uur. We sturen
erop aan zeker om 17.00 uur klaar te zijn.
De vergadering wordt van 16.38 uur tot 16.47 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. Wij gaan verder met de tweede termijn van de zijde van
het kabinet. We gaan weer aan de slag. Ik kijk naar het kabinet om de achttien ingediende
moties te appreciëren, met uitzondering van de motie op stuk nr. 173, want dat is
een oproep aan het Presidium.
Minister Sterk:
Dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst de moties behandelen. Er zijn weinig nieuwe vragen
gesteld. Daarna zal ik dit commissiedebat afsluiten.
Ik begin bij de motie op stuk nr. 160 van het lid Westerveld over het kostendekkend
houden van de tarieven voor de gehandicaptenzorg. Ik geef die oordeel Kamer. We moeten
namelijk altijd de kostendekkendheid in de gaten houden.
De motie op stuk nr. 161, ook van het lid Westerveld, over de gezinnen met meerzorg
wil ik ontraden. De uitvoering van die meerzorg ligt namelijk bij de zorgkantoren.
Ik heb gewoon geen bevoegdheid ten aanzien van het kader. Ik ben wel verantwoordelijk
voor de verduidelijking van de regelgeving. Dat hebben we ook net in de eerste termijn
gewisseld.
De motie op stuk nr. 162 over de toegankelijkheid van overheidsgebouwen wil ik ontraden,
want de motie gaat wel heel ver. Ik heb net in de eerste termijn wel toegezegd dat
ik dit onderwerp mee zal nemen in mijn gesprek met de Minister van VRO dat ik zal
voeren over de werkagenda.
Dan de motie op stuk nr. 163 van het lid Maeijer om niet te bezuinigen op de gehandicaptenzorg.
De voorzitter:
Een ogenblikje. We hebben een vraag van mevrouw Dobbe.
Mevrouw Dobbe (SP):
Die gaat over de motie op stuk nr. 162. De Minister zegt: die gaat wel heel ver. Ik
vraag me dan af wat er heel ver gaat, want de motie verzoekt vooral om ons aan de
Europese normen van toegankelijkheid te houden.
Minister Sterk:
De motie gaat over het regelen dat er bij tussentijds onderhoud, nieuw- en verbouw
altijd voldaan moet worden aan de Europese normen voor toegankelijkheid. Ik ga daar
in eerste instantie niet over. Ik heb natuurlijk wel de taak om te zorgen dat de toegankelijkheid
op de agenda blijft, daarom ook mijn toezegging om dat met de Minister van VRO te
communiceren. Maar de Minister van VRO gaat hierover. Zij staat hiervoor in principe
aan de lat, maar ik breng dat in ieder geval in. Die toezegging deed ik ook net in
het debat. Daarom moet ik de motie op dit moment ontraden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Krijgen wij dan een terugkoppeling van dat gesprek met de Minister van VRO? Dit is
wel een andere uitleg dan dat het veel te ver gaat. Daar ben ik wel blij mee, want
dat gaat het natuurlijk niet. Maar we willen dan wel graag een terugkoppeling hebben.
Zou dat voor de stemmingen kunnen?
Minister Sterk:
Jazeker, dat kunnen we doen in de voortgangsrapportage over de werkagenda. O, u zei
«voor de stemmingen». Excuus. Voor de stemmingen heb ik hier denk ik nog niet over
gesproken met de Minister van VRO. Ik vind dat dus wat ingewikkeld. Misschien kunt
u de motie aanhouden, zodat u hem later, als ik daarover gerapporteerd heb, een keer
kunt inbrengen. Als u dat niet wilt, dan moet ik ’m helaas ontraden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Tot slot. We stemmen hier niet morgen over, maar pas volgende week. Dus volgens mij
heeft deze Minister wel tijd om hier even met de Minister van VRO over te spreken
en dan ook te kijken of ze dit advies van ontraden handhaaft, want misschien hoeft
de motie wel helemaal niet ontraden te worden omdat de Minister van VRO wel heel enthousiast
is om zich aan de Europese normen voor toegankelijkheid te houden.
Minister Sterk:
Als het ook ambtelijk overleg kan zijn, dan kan dat. Ik denk namelijk dat het op Ministerniveau
niet gaat lukken. Ik ga ook nog naar de Paralympische Spelen, zoals u misschien wel
weet. Volgens mij is het ook belangrijk dat ik daar als Minister ben. Ik wil wel de
toezegging doen dat er ambtelijk afstemming over is en dat ik dat dan rapporteer voor
de stemmingen.
De motie op stuk nr. 163 had ik ontraden met verwijzing naar het gesprek dat we hier
al bij de begroting en vandaag ook over hebben gevoerd.
De motie op stuk nr. 164 van het lid Maeijer gaat over een plan van aanpak voor de
administratieve lastendruk. Als ik dat mag betrekken bij de gesprekken die ik heb
in het kader van het bestuurlijk akkoord, dan zou ik die motie oordeel Kamer willen
geven, maar dat doe ik dan wel iets later dan voor het zomerreces. Maar de gesprekken
over het terugdringen van de administratieve lastendruk lopen wel.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Maar dan word ik een of ander bestuurlijk akkoord in getrokken. Daar staat onder aan
de streep ook een bezuiniging van 500 miljoen. Dus ik zou de motie liever laten zoals-ie
is en het lostrekken.
Minister Sterk:
Het gaat over gesprekken die we voeren in het kader van het bestuurlijk akkoord. Het
is natuurlijk aan u wat u daarmee wilt, maar als u wilt dat ik voor het zomerreces
van 2026 met een plan van aanpak kom, moet ik de motie ontraden. Dat is namelijk te
snel.
De voorzitter:
Dan is de motie bij dezen ontraden.
Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 165, over financiële middelen voor het realiseren van toegankelijke
werkplekken. Hiervoor geldt eigenlijk een beetje hetzelfde als voor de vorige motie.
Ik wil daar heel graag over in gesprek met Jantje Beton, om te kijken wat er nodig
is en om dat goed in kaart te brengen, maar ik zou eigenlijk willen vragen of u de
motie wilt aanhouden tot ik de Kamer daarover uitsluitsel heb kunnen geven.
De voorzitter:
Dan kijk ik naar mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Op zich wil ik dat best doen, maar dat ligt er natuurlijk wel aan wanneer we dan uitsluitsel
krijgen.
Minister Sterk:
Er wordt mij nu gezegd: dat kan voor de stemmingen. Ik zal dus voor de stemmingen
uitsluitsel daarover geven.
De voorzitter:
Dan is het advies volgens mij aanhouden, maar ik kijk even naar mijn rechterkant.
Minister Sterk:
Ja.
De voorzitter:
Sorry, ik zeg dit verkeerd; het is ook mijn eerste keer. Als ik het goed begrijp,
heeft mevrouw Maeijer nu aangegeven dat ze deze motie aanhoudt.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Ik hou de motie aan totdat we de terugkoppeling hebben gekregen.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Maeijer stel ik voor haar motie (36 800 XVI, nr. 165) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Sterk:
Voorzitter. Ik ben nu bij de motie op stuk nr. 166, ook van het lid Maeijer. De motie
gaat over een financiële bijdrage voor een campagne van de VGN. Deze motie wil ik
ontraden, maar ik ga wel graag in gesprek met cliëntenorganisaties en met de ambassadeurs
van de gehandicaptenzorg over de vraag hoe we de gehandicaptenzorg meer zichtbaar
kunnen maken.
De motie op stuk nr. 167, van de heer Van Houwelingen, wil ik ontraden, omdat het
bieden van respijtzorg een gemeentelijke taak is, die ook deels valt onder de zorgplicht
van zorgkantoren.
Dan de motie op stuk nr. 168 van de heer Van Houwelingen, waarin staat dat de keuzevrijheid
voor pgb in alle zorgwetten geborgd moet blijven. We hebben daar zonet al even over
gewisseld. Ik wil het pgb beschikbaar houden voor mensen die daarmee hun zorg kunnen
organiseren en zelfregie kunnen voeren, maar zorg in natura blijft voorliggend.
Dan de motie op stuk nr. 169, van het lid Tijmstra.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 168 is dus bij dezen ontraden?
Minister Sterk:
Sorry, had ik dat niet gezegd? De motie op stuk nr. 168 is ontraden, zeg ik nog even
voor alle helderheid.
De motie op stuk nr. 169 krijgt oordeel Kamer, want ik vind het eigenlijk een ondersteuning
van wat ik de komende tijd wil gaan doen.
Dan de motie op stuk nr. 170, van de heer Van Dijk, over het samen met veldpartijen
komen tot een integrale toekomststrategie. Wat mij betreft krijgt die oordeel Kamer,
want dit is ook onderdeel van het te vormen bestuursakkoord.
De motie op stuk nr. 171 is ook van de heer Van Dijk. Die gaat over het stimuleren
van woonzorgconcepten en het expliciet meenemen daarvan in lokale huisvestingsplannen
en woonvisies. Die wil ik ontraden, omdat dit op het gemeentelijke niveau ligt, maar
ik heb wel toegezegd dat ik bereid ben om mee te denken over belemmerende wetgeving.
Dat is, denk ik, ook de rol die ik daarin heb.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De interpretatie die de Minister geeft, spoort volgens mij heel erg met de motie.
Daarin staat niet dat de Rijksoverheid iets moet opleggen bij gemeenten. De motie
verzoekt de regering om iets te stimuleren, dus om erover in gesprek te gaan en het
te bevorderen. In die denktrant is deze motie opgesteld, omdat wij geloven dat hierin
nog heel veel te winnen is.
Minister Sterk:
Als u «stimuleren» zo opvat dat ik dit onder de aandacht zal brengen in het gesprek
dat ik met de Minister van VRO zal hebben over gepaste woonvormen, mag de motie wat
mij betreft oordeel Kamer krijgen.
Dan de motie op stuk nr. 172, over het in beeld brengen van de verschillen tussen
de cao's in de gehandicaptenzorg en die in de ouderenzorg. Ik begrijp de vraag van
mevrouw Bikker heel goed. Je wilt namelijk niet dat de ene sector medewerkers uit
de andere sector wegzuigt omdat er in die ene sector betere voorwaarden zijn. Tegelijkertijd
is het beoordelen of vergelijken van cao's eigenlijk niet aan mij als Minister. Dat
ligt volgens mij bij de sociale partners. Vanuit dat oogpunt wil ik deze motie ontraden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik begrijp dat de Minister aan het begin van haar termijn even heel rolvast wil zijn.
Dat is te prijzen. Maar ik denk niet dat de sociale partners deze verantwoordelijkheid
gaan pakken, terwijl we wel samen geconcludeerd hebben dat we grote verschillen zien
in de gehandicaptenzorg en de ouderenzorg, ook voor medewerkers. Ik zie die in ieder
geval. Misschien valt het wel mee op basis van de beloning, maar gaat het juist om
de secundaire arbeidsvoorwaarden. Als we hier als Kamer en Minister zeggen dat we
werk willen maken van goede werkgelegenheid in de gehandicaptensector, dan kan zo'n
onderzoek toch ook een middel zijn om de sociale partners verder aan te spreken op
hun verantwoordelijkheid? Ik zie heel goed dat de Minister die arbeidsvoorwaarden
niet aan gaat passen – dat snap ik – maar het kan wel een middel zijn om aan de sector
te laten zien op welke punten ze kunnen bijplussen of juist afpunten.
Minister Sterk:
Ik vrees dat ik toch blijf bij mijn oordeel «ontraden». Ik denk dat het heel subjectief
is als je die dingen met elkaar vergelijkt en stelt wat het betekent voor mensen.
Bovendien merkt u terecht op dat dit ook niet direct bij mijn rol hoort. Ik blijf
de motie daarom toch ontraden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Laatste poging. Ik denk juist dat het onderzoek ervoor kan zorgen dat we van subjectief
naar objectief gaan. Ik denk ook dat het wel de rol van de Minister is om de sociale
partners te confronteren met onuitlegbare verschillen of verschillen die onderlinge
concurrentie op de arbeidsmarkt tot gevolg hebben, iets wat we niet moeten willen.
Ik gun de Minister dit onderzoek gewoon. Ik denk dat ze er heel veel baat bij heeft.
Ik hoop dat ze daarom denkt: «Weet je wat? Vooruit dan maar: oordeel Kamer.»
Minister Sterk:
Het is niet dat ik het belang er niet van inzie. Het gaat me om de ingewikkeldheid
van uw vraag. Dan moet je bijvoorbeeld zorgverlof gaan vergelijken met het gegeven
dat mensen aan de andere kant meer gecompenseerd krijgen. Hoe weeg je dat dan? Dat
is best normatief. Dat vind ik gewoon ingewikkeld. Dat is de worsteling die ik heb
met uw motie. Daarom blijf ik toch bij het oordeel «ontraden».
De voorzitter:
De Minister over de appreciatie van de resterende moties.
Minister Sterk:
Dan de motie op stuk nr. 173 over het verbeteren van de aanpassingen hier in huis.
Die krijgt oordeel Kamer.
De motie van het lid Dobbe op stuk nr. 174 over het onafhankelijk in kaart laten brengen
van de gevolgen van het maatregelenpakket en de vraag hoe die zich verhouden tot het
standstillprincipe, ontraad ik. Maar ik heb op een ander onderwerp de toezegging gedaan
dat ik de persona's in beeld wil brengen bij de uitwerking van de maatregelen die
volgen uit dit coalitieakkoord. Die toezegging wil ik nog even onder uw aandacht brengen.
De motie op stuk nr. 175 van het lid Dobbe en vele anderen wil ik ook ontraden. Die
vraagt om in alle begrotingen te bekijken welk budget er is vrijgemaakt. Ik weet niet
of dat ons echt gaat helpen. Ik denk dat het een enorme klus is. Ik wil eigenlijk
veel liever mensen in de uitvoering hebben, zodat we gewoon de handen in elkaar kunnen
slaan om uitvoering te geven aan het VN-verdrag. Waar we potentieel op hobbels stuiten,
staan we aan de lat om te bekijken hoe we die kunnen oplossen. Dit in plaats van die
andere weg.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik schrik er wel een beetje van dat de Minister zegt dat dit een enorme klus is. Je
mag van de coördinerend bewindspersoon toch verwachten dat zij dit al weet en dat
zij dit zou willen weten als ze het niet weet? Als ze dit niet wil doen ... Ik denk
dat het heel belangrijk is dat we dit als Kamer moeten gaan regelen als we het VN-verdrag
Handicap serieus nemen.
Minister Sterk:
Volgens mij hebben we een werkagenda waarin we een aantal maatregelen hebben getroffen.
Die willen we gaan uitwerken om daarmee handen en voeten te geven aan de doelstellingen
uit het strategisch plan. Daar moeten we volgens mij mee aan de slag. Ik ben in overleg
met mijn collega-ministeries daarover. Daar hebben we ook middelen voor. Volgens mij
is dat nu onze prioriteit. Ik heb net al aangegeven dat er natuurlijk heel veel middelen
zijn en dat een deel van die middelen ook bedoeld is voor mensen met een beperking.
Je kunt dus nooit uitputtend in beeld brengen welke middelen er allemaal zijn. We
zijn volgens mij wel gehouden aan de werkagenda. Die hebben we ook samengesteld met
de veldpartijen. Volgens mij is dat waar we op moeten gaan sturen. Ik zou liever daar
de energie in steken dan in een onderzoek naar de middelen die op de begrotingen staan.
Daarom zou ik deze motie willen ontraden, niet omdat ik het niet belangrijk vind.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar dan leest de Minister deze motie toch verkeerd, denk ik. De Minister heeft het
over de werkagenda en zegt: daar zijn middelen voor en daar gaan we mee aan de slag.
Hier staat echter: «inzichtelijk te maken welk budget er is vrijgemaakt (...) voor
de Werkagenda VN-verdrag Handicap». Dit is dan toch wat de Minister nu al zegt te
gaan doen? Waarom zou ze dit weigeren?
Minister Sterk:
Omdat we volgens mij aan de slag moeten met die maatregelen. U gaat ons erop aanspreken
of die maatregelen uitgevoerd worden. Daar rapporteren we ook over. Daar hebben een
monitor voor opgesteld. Dat is volgens mij waar we met elkaar aan willen werken. Zoals
ik net al heb aangegeven, is het best wel ingewikkeld om dat financieel in beeld te
brengen. Wij moeten echter gewoon die maatregelen uit gaan voeren. Daar mag u mij
op aanspreken.
De voorzitter:
De Minister gaat verder met de appreciatie van de twee resterende moties.
Minister Sterk:
Ik had inderdaad nog twee moties te gaan. Ik heb hier de motie op stuk nr. 176, nog
een motie van lid Dobbe, over het verbeteren van de positie van vrouwen met een beperking.
Ik wil in ieder geval toezeggen dat ik daar in de volgende rapportage op in zal gaan.
Ik wil eigenlijk vragen of u de motie tot dan wilt aanhouden. Ik wil alleen een beetje
voorzichtig zijn met weer een heel plan maken, specifiek voor deze groep. Als het
over mensen met een beperking gaat, gaat het ook over vrouwen met een beperking. Ik
ben ook de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen, dus ook vanuit die optiek vind
ik het belangrijk dat we dat thema goed op de kaart gaan zetten. Dat gaat dan dus
ook over vrouwen met een beperking. Mijn vraag is dus of u deze motie zou willen aanhouden.
De voorzitter:
Ik kijk of mevrouw Dobbe antwoord kan geven op die vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
De Minister zegt: ik ga dit sowieso doen, want ik vind dit heel belangrijk. Waarom
zou ik deze motie dan aanhouden? Dan kan de Minister ’m toch gewoon oordeel Kamer
geven? Dan kunnen wij ’m aannemen en dan gaat zij plannen maken op basis van de aanbevelingen
omtrent het VN-Vrouwenrechtenverdrag. Ik zie het probleem niet.
Minister Sterk:
Ik wil eigenlijk vooral eerst even kijken wat we op dit moment allemaal al doen. Misschien
is dat in zichzelf al voldoende en hoeven we daar niet een nieuw plan voor te maken.
Mijn zorg is een beetje dat u van mij vraagt om een plan te maken. Ik zou echter willen
voorstellen dat ik eerst aangeef wat we op dit moment doen en dat we vervolgens met
elkaar bepalen of dat voldoende is. Ik zie u nee schudden, dus ik vermoed dat u dat
niet voldoende vindt. Dan blijf ik erbij dat ik deze motie zal ontraden.
De voorzitter:
Maar als ik het goed begrijp, wordt het oordeel dan «ontijdig».
Minister Sterk:
Ja.
Mevrouw Dobbe (SP):
De VN-commissie voor het VN-Vrouwenrechtenverdrag heeft al aangegeven dat wat Nederland
doet, onvoldoende is. Wat dat betreft hoeven we die inventarisatie niet nog een keer
over te doen, dus wat mij betreft brengen we deze motie gewoon in stemming.
Minister Sterk:
Dan ben ik aangekomen bij de laatste motie. Dat is de motie op stuk nr. 177, ook van
mevrouw Dobbe, over het in overleg met mensen met een beperking vastleggen van een
wettelijk basisniveau van gemeentelijke regelingen. Die zou ik ook willen ontraden,
ook omdat dat volgens mij niet past bij de systematiek die we hebben en omdat ik al
wel bezig ben om een aantal zaken meer gelijk te trekken, zoals ik al heb aangegeven.
Tot slot, voorzitter. Mevrouw Dobbe stelde mij een serieuze en indringende vraag in
de eerste termijn: vindt u de gehandicaptenzorg belangrijk? Ik hecht er toch aan om
hier aan te geven dat ik de gehandicaptenzorg ontzettend belangrijk vind. Nogmaals,
ik heb aangegeven wat ik er persoonlijk mee heb. Ik ken mensen uit de sector. Ik heb
vrienden en ken mensen bij mij uit de straat met een beperking, dus ik vind het ongelofelijk
belangrijk dat wij hier als politiek aandacht voor hebben. Dat is ook waarom ik denk
dat wij met elkaar de handen ineen moeten slaan om te zorgen dat we ook in de toekomst
die liefdevolle zorg kunnen bieden, zoals ik die graag noem.
Dat is een complexe opgave; dat zie ik ook. Daarom ga ik de komende periode ook ambitieus
aan de slag om dat gesprek aan te gaan met de zorg en de ondersteuning voor mensen
met een beperking. Ik hoop dan ook heel veel mensen buiten de Kamer tegen te komen.
Ik vind het jammer dat dat niet het eerste was wat ik kon doen, maar dat ik gelijk
diep in allerlei debatten zat, want eigenlijk verdienen zij het dat ik eerst daarnaartoe
ga. Wat mij betreft is het zoals mevrouw Ten Hove met een kwinkslag opmerkte: als
je dit niet belangrijk vindt, dan heb je echt een beperking nodig.
De voorzitter:
Dank u wel. Dank aan alle aanwezigen en aan het publiek in de zaal, in de Statenpassage
en online. We stemmen volgende week dinsdag over de moties. Het stemmen over de amendementen
vindt plaats bij de stemmingen over de begroting zelf. Daar is nog geen datum voor bekend, maar dat wordt
waarschijnlijk eind maart.
Dank u wel.
Sluiting 17.06 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M.E. Esmeijer, griffier
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Voor |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Tegen |
| Groep Markuszower | 7 | Voor |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Tegen |
| PvdD | 3 | Tegen |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Tegen |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.