Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 5 maart 2026, over Energieraad
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1192
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 10 april 2026
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei en de vaste commissie voor Europese
Zaken hebben op 5 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Van Veldhoven-van der Meer,
Minister van Klimaat en Groene Groei, over:
− de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 27 februari 2026 inzake
geannoteerde agenda Energieraad van 16 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1189);
− de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 19 januari 2026 inzake verslag
Energieraad (formeel) van 15 december 2025 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1187
);
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 februari 2026 inzake fiche:
Pakket EU-netwerken (Kamerstuk 22 112, nr. 4260).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, Zwinkels
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Van Meetelen
De griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, Nava
Voorzitter: Kröger
Griffier: Nava
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Jumelet, Klos, Kröger,
Markuszower, Müller en Van Oosterhout,
en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en Groene Groei.
Aanvang 14.02 uur.
De voorzitter:
Hierbij open ik het commissiedebat over de Energieraad. Ik heet de leden welkom: de
heer Markuszower van de Groep Markuszower, de heer Van den Berg van JA21, mevrouw
Van Oosterhout van GroenLinks-PvdA en mevrouw Müller van de VVD. En uiteraard heet
ik de Minister en haar ondersteuning welkom.
De heer Markuszower fluistert mij in dat ik de commissie om toestemming moet vragen
of hij namens de Groep Markuszower in de commissie mag spreken. Ik zie geknik.
De spreektijd is vier minuten. Ik geef de heer Markuszower het woord.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank aan de collega’s voor de coulance dat ik hier vandaag mag spreken. En een goedendag
aan de Minister.
Voorzitter. De wereld staat in brand en dat heeft direct effect op de portemonnee
van de Nederlanders. De gasprijzen stijgen door het dak, binnen een week met 73%,
en wie weet waar deze ellende stopt. Hetzelfde geldt voor de brandstofprijzen, zowel
voor diesel als voor benzine. Binnen enkele dagen is autorijden in Nederland onbetaalbaar
geworden. De volatiele prijzen verlammen onze economie en de afhankelijkheid van geopolitieke
ontwikkelingen reduceert ons land tot een speelbal van machten ver buiten onze controle.
Dat is onacceptabel, want het is, in ieder geval voor het gas, totaal onnodig.
Nederland beschikt zelf over een gigantische hoeveelheid gas. Nederland heeft een
van de grootste gasvelden ter wereld, gewoon hier om de hoek in de mooie provincie
Groningen. En ja, die gaswinning heeft in het verleden tot bevingen geleid. Die bevingen
hebben geleid tot materiële en emotionele schade, maar die schade moeten we nu direct
ruimhartig en op een onbureaucratische manier vergoeden. Geef de Groningers daarbovenop
tien jaar lang gratis gas, houd hun luchthaven open en investeer in de uitbreiding
ervan, en begin direct met het aanleggen van de Lelylijn.
Tegelijkertijd moeten we weer gaan boren daar in Groningen. «Drill, Stientje, drill!»,
zeg ik tegen de Minister, en doe dat voor Nederland. Stuur een briefje naar de Europese
Energieraad en zeg dat we ons gas alleen nog maar voor onszelf gaan gebruiken. Als
de Minister daar vandaag mee begint, kunnen alle Nederlanders de komende twintig jaar
voor een lage prijs gas gebruiken, want die prijs kunnen we gewoon vandaag vastzetten.
Dan verarmt Nederland niet. Sterker nog, onze welvaart zal toenemen. Bovendien is
Nederland dan verlost van de grillen van Poetin en de tirannie van bloeddorstige ayatollahs.
Dat wat betreft het gas.
Nu even over de brandstofprijzen. Het is minder simpel, maar ook daarvoor is een oplossing.
Meer dan de helft van de prijs die we aan de pomp betalen, gaat via accijnzen en btw
naar de staatskas. Als de brandstofprijzen stijgen, stijgen ook de inkomsten voor
de staatskas. De Minister moet nu de brandstofprijzen verlagen. Doe dat via een enorme
reductie van de accijnzen. Dan daalt de btw op brandstof automatisch mee. Mevrouw
de Minister, geef de Nederlanders alstublieft rust aan de pomp en daardoor rust in
de portemonnee. Gun Nederland onafhankelijkheid in de energievoorziening! Ik hoor
graag de reactie van de Minister in haar termijn op deze twee belangrijke punten voor
Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Ik geef graag het woord aan de heer Van den
Berg van JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter. Ik zal gelijk met de deur in huis vallen: beter ten halve gekeerd, dan
ten hele gedwaald. Het dichtmetselen van het Groninger gasveld is een historische
fout. Wij roepen dit al jaren. Dit is deze week pijnlijk duidelijk geworden. Waarom
zou je de sleutel tot je eigen nationale noodreserve weggooien? De Gasunie schreef
vorige week dat er geen problemen te verwachten zijn met de vulgraad, zolang er maar
geen gekke dingen gebeuren, bijvoorbeeld in de Straat van Hormuz. En dat is precies
wat er is gebeurd. De gasprijs is uit de pan gerezen en Qatar is ondertussen helemaal
gestopt met het produceren van lng. Dat gaat over zo’n 20% van de wereldmarkt.
Wanneer de pijplijn met Noorwegen wordt gesaboteerd of wanneer Trump denkt «laten
we iets minder gas naar Nederland verhandelen», hebben wij een heel groot probleem.
De gevolgen zijn dan niet meer te overzien. Het is geen hypothetisch scenario. Het
is al een keer gebeurd met Nord Stream. Kortom, we zijn heel erg kwetsbaar. Daarom
vinden wij het onbegrijpelijk – dit roepen wij al jaren – om de putten in Groningen
hermetisch af te sluiten.
We roepen niet eens meer op tot het opnieuw beginnen met de gaswinning, waar we trouwens
voorstander van zijn, maar willen nu simpelweg voorkomen dat we zo meteen echt in
de kou komen te zitten. Het is in het landsbelang om het Groningenveld niet dicht
te metselen. Zonder gas kunnen niet alleen bedrijven, maar ook huizen en ziekenhuizen
zonder energie komen te zitten. We moeten ons eigen noodpakket bereikbaar houden en
niet in een kluis stoppen waarvan we de sleutel weggooien. We hebben, kortom, een
gasnoodknop nodig. Daarom heb ik de volgende vragen aan het kabinet.
Op basis van welke strategische analyse is besloten dat Groningen, onder welke omstandigheden
dan ook, nooit meer onderdeel hoeft te zijn van het energiebeleid, zelfs in het geval
van een gewapend conflict? Even los van de argumenten die al bekend zijn over vertrouwen
en emotionele schade, die overigens heel begrijpelijk zijn, vraag ik naar de inhoudelijke,
strategisch geladen argumenten. Waarom zou Groningen nooit meer nodig zijn?
Hoe verhoudt die keuze zich tot de ambitie om afhankelijkheden af te bouwen? Kan het
kabinet uitsluiten dat de Nederlandse inkoop van Russisch gas noodgedwongen verhoogd
moet worden? Kan het kabinet 100% garanderen dat Nederland nooit, echt nooit, een
tekort aan gas zal hebben, welke situatie zich ook maar voordoet?
Voorzitter. Zojuist hebben we aangekondigd een initiatiefwet in voorbereiding te hebben
over een gasnoodknop. Graag hoor ik een reactie van de Minister op de aangekondigde
hoofdlijnen. Ik doe oprecht een handreiking, zeg ik tegen de andere partijen hier.
Denk mee en laten we samen kijken hoe we Nederland echt strategisch autonoom houden.
Ik kijk uit naar de samenwerking.
Tot zover.
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van de heer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik ben het helemaal eens met de spreker van JA21 dat we in ieder geval het gas niet
moeten afsluiten. Kunnen we ook, vraag ik aan JA21, samen optrekken om te doen wat
ik in mijn bijdrage zei: boren? We moeten dat gas nu gebruiken. Laten we de gasprijs
fixeren zodat alle Nederlanders twintig jaar lang voor een vaste lage prijs, onafhankelijk
van wie dan ook, in hun eigen gas kunnen voorzien.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik begrijp het voorstel van de heer Markuszower – ik heet trouwens meneer Van den
Berg – dat we het Groningenveld moeten aanhouden, ook voor het opboren van gas. Maar
over dat laatste voeren we nu niet het gesprek. Het voorstel dat ik nu namens JA21
doe, is dat het dichtmetselen van de putten moet stoppen. Zelfs in zo’n noodsituatie
kun je er dan niet meer bij. Zelfs in een heel ver toekomstig geval waarin we wellicht
in het parlement toch weer draagvlak hebben voor dat boren, zijn we al te laat, want
binnen tien jaar zijn al die putten afgesloten. Kortom, laten we optrekken in het
regelen van zo’n noodvoorziening. Ik hoop dat we die nooit hoeven te gebruiken, maar
als we daarmee niet direct beginnen, lopen we te lang veel te veel risico.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
We vinden elkaar sowieso in het niet dichtgooien van die putten. Maar denkt de heer
Van den Berg van JA21 niet dat het nu ook tijd is, zeker gezien de geopolitieke situatie
en de enorme stijging van de gasprijzen die we hebben gezien, om al te gaan boren?
Wat houdt de heer Van den Berg tegen om nu te gaan boren?
De heer Van den Berg (JA21):
Nogmaals, ik wil het vandaag bij de initiatiefwet houden die ik nu heb gelanceerd.
Zo’n debat over boren kan altijd later nog plaatsvinden. Mijn focus voor vandaag en
voor de komende tijd is de strategische reserve. We hebben ons kwetsbaar gemaakt en
we zien dit nu bevestigd door de situatie in Iran. Ik zei zaterdag nog tegen mijn
vrouw: dit is precies het punt dat ik al heel lang maak en dat we nu zien uitkomen.
Ik nodig u van harte uit het gesprek te beginnen over het openen van het Groningenveld,
maar dat zou de zaak wel vertroebelen. Ik wil duidelijk zijn naar de Groningers: ik
pleit ervoor dat wij alleen in een ernstig noodgeval, wanneer we anders de situatie
zouden hebben dat zelfs ziekenhuizen zonder stroom komen te zitten, moeten kunnen
beschikken over gas. Dat wil ik realiseren.
De voorzitter:
Ik zie geen andere interrupties. Ik geef graag het woord aan mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Het gaat vandaag over de Europese Energieraad. Ik ben heel blij om hier
te zitten met een Minister die zelf veel Europese ervaring heeft en die Europa een
warm hart toedraagt. Maar we kunnen, net als gister, niet om Iran heen. De situatie
laat grote risico’s voor onze energievoorziening zien en heeft grote gevolgen voor
de prijzen. Het lijkt mij logisch dat de Minister dit in Europees verband met haar
collega’s zal bespreken. Vandaar de volgende vragen.
Wat is de Minister aan het voorbereiden voor als de zwartste scenario’s waarover we
in de kranten lezen, werkelijkheid worden? Hoe kijkt de Minister naar de stijgende
energieprijzen voor huishoudens? Wat heeft de Minister hierop al in voorbereiding?
Is de Minister bereid om te kijken naar een prijsplafond, dat eerder vele huishoudens
van energiearmoede heeft gered? Wat gaat de Minister nu doen voor mensen die een energiecontract
moeten afsluiten? Gaat de Minister nog eens kijken naar de verlenging van het energienoodfonds
dat dit jaar afloopt? Het kan toch niet zo zijn dat juist nu de mensen die dit het
meest nodig hebben, geen bijdrage meer kunnen verwachten van de overheid?
Welk plan wil de Minister op Europees niveau inbrengen? Wat wordt er gedaan om de
leveringszekerheid te garanderen? Is de Minister bereid om net als in 2022 te kijken
naar een overwinstbelasting voor olie- en gasprijzen en naar de zogenaamde inframarginale
heffing? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat al deze maatregelen pleisters zijn voor
een mogelijke wond. Wat we echt moeten doen, is ons energiesysteem weerbaarder maken
en dus versneld loskomen van het fossiele systeem. Experts zijn het erover eens. De
enige structurele manier om Nederland en Europa te beschermen tegen dit soort prijsschokken,
is de inzet van duurzame energie versnellen. Onderzoek in opdracht van de NVDE laat
zien dat de energiekosten 80% minder stijgen bij een nieuwe energiecrisis als Nederland
overschakelt op duurzame energie.
De afgelopen jaren heeft mijn fractie tal van voorstellen gedaan, ook toen de urgentie
voor velen ontbrak. Nu de urgentie er weer is, hoop ik dat de Minister kan kijken
naar versnelde uitvoering. Maak geld vrij voor een isolatieoffensief en warmtenetten.
Hiervoor is niets gereserveerd in het coalitieakkoord. Is de Minister hiertoe bereid?
Pak door op energie-efficiëntie, want daar is nog veel winst te behalen. Hiervoor
ligt een motie van mijn hand op tafel. Is de Minister daartoe bereid? Maak vaart met
wind op zee. De Kamer heeft deze week een motie van mij en collega’s Klos en Jumelet
aangenomen voor een extra gigawatt dit jaar. Kan de Minister vertellen hoe ze die
wil gaan uitvoeren?
Ik denk dat ik al deze vragen mag samenvatten als: wat is het plan? Hoe ambitieuzer
de verduurzaming, hoe kleiner de economische schok. Energieonafhankelijkheid is daarmee
ook economische onafhankelijkheid. Het zou zonde zijn als we voor de tweede keer zo
weinig leren van een gascrisis.
Dan de Colombiatop. We weten dat olie en gas wereldwijd aan de basis liggen van machtsstrijd,
conflicten en chantage. Hoe langer we vasthouden aan het fossiele systeem, hoe groter
onze strategische afhankelijkheid. Daarom is het extra belangrijk dat we in april
deze top met Colombia organiseren. Wat is de inzet van de Minister voor deze top?
Wat hoopt ze te bereiken? Welke concrete plannen heeft ze? Welke rol kunnen Kamerleden
spelen tijdens deze top? Als de commissie zou besluiten Kamerleden naar Colombia te
sturen, zal de Minister deze leden dan meenemen in de officiële Nederlandse delegatie?
Zal de Minister de Colombiatop agenderen bij de Energieraad en de Milieuraad om steun
te vinden bij andere lidstaten voor de Nederlandse en Europese inzet? Welke samenwerkingen
zijn er al opgezet en van welke diplomatie is er al sprake bij de Commissie, andere
lidstaten en andere landen om van de top een succes te maken? Europa is cruciaal voor
het halen van de klimaatambitie en de klimaatambitie is cruciaal voor Europa. Een
weerbare en sterkere economie is alleen mogelijk als we zo snel als kan elektrificeren
en de honderden miljarden die we elk jaar in de import van fossiel investeren, afbouwen.
Daarom heb ik de volgende waarnemingen en vragen aan de Minister.
Het coalitieakkoord zet in op een ambitieus klimaatpakket voor Europa in 2040. Daar
kunnen we elkaar zeker vinden, maar doelen hebben maar beperkt zin als je niet alles
op alles zet om ze te halen. De Nederlandse rechter heeft in de Bonairezaak gezegd
dat Nederland er eigenlijk nog een flinke schep bovenop moet doen. Het coalitieakkoord
zegt dat de 2030-doelen lastig zijn. Ook na deze week maken we weer mee dat de Europese
doelen voor duurzame energie en energiebesparing waarschijnlijk niet behaald zullen
worden. Dit moet ook voor deze Minister een enorme doorn in het oog zijn. Ik hoor
graag van de Minister wat haar plannen zijn om RED en EED toch te gaan halen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Müller van de fractie van de VVD.
Mevrouw Müller (VVD):
Gisteren hebben we tijdens het commissiedebat Waterstof al kort stilgestaan bij de
recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse
energievoorziening. Door de oorlog is slechts in een paar dagen tijd de gasprijs enorm
gestegen. Ook de olieprijs stijgt. Het is onzeker hoe het conflict zich zal ontwikkelen,
hoelang het zal duren en welke gevolgen dit zal hebben voor Nederlandse huishoudens
en bedrijven. Dat er zorgen zijn in Nederland over de impact hiervan is natuurlijk
heel erg begrijpelijk, juist ook omdat de gasvoorraad op dit moment historisch laag
is.
Het is voor de VVD helder dat het kabinet de situatie op de voet moet volgen en dat
het moet werken aan verschillende scenario’s. Ik spoor de Minister aan dit zo veel
mogelijk in EU-verband te doen om te voorkomen dat de prijzen op de wereldmarkt nog
verder worden opgedreven door concurrentie tussen EU-landen onderling. Het is daarom
goed dat de Europese Commissie een energy taskforce heeft aangekondigd. Wat kunnen
we daar op korte termijn van verwachten?
Ik kom nu op de meer technische agenda van de Raad.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik ben toch benieuwd hoe de VVD het wil doen met de reductie van gas- en energieprijzen.
Vroeger was de VVD de vroemvroem-partij, de partij voor de autorijders, maar met deze
hoge energieprijzen en de hoge benzine- en dieselprijzen wil niemand meer vroemen.
Wat gaat de VVD doen? Ik heb net twee voorstellen gedaan om de prijzen naar beneden
te krijgen. Voor de benzine en de diesel kunnen we de accijnzen verlagen en voor de
gasprijzen kunnen we de Minister vragen te gaan boren naar het Groningse gas, het
goud dat in onze eigen bodem ligt. Wat vindt de VVD daarvan? Hoe zorgt de VVD dat
zij weer de vroemvroem-partij wordt?
Mevrouw Müller (VVD):
Over dat laatste kan ik wel duidelijk zijn. We hebben afspraken gemaakt met de Groningers
en wat ons betreft stáán die afspraken. Ik vind het nu nog te snel om al vooruit te
lopen op welke maatregelen er verder moeten worden getroffen op de prijzen. Het conflict
is pas een aantal dagen bezig. We weten niet hoelang het gaat duren. We weten niet
hoe het zich gaat ontwikkelen. We begrijpen de zorgen heel goed en daarom sporen we
het kabinet ook aan om te werken aan verschillende scenario’s en daarbij na te denken
over wat voor mitigerende maatregelen het kan nemen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Wat het gas betreft ben ik het er niet mee eens, maar dat parkeren we even. Maar die
accijnsverlaging? Het is gewoon oneerlijk. Mevrouw Müller zegt dat we niet weten hoelang
de oorlog gaat duren. Dat begrijp ik, maar de prijzen zijn wel gestegen. We weten
dat de prijzen zijn gestegen en dat mensen nú pijn hebben aan de pomp. Dat weten we.
We weten ook dat de Minister van de VVD, Eelco Heinen, al dat geld niet nodig heeft,
want dat heeft hij niet begroot. Al het extra geld dat nu binnenkomt via de accijnzen
en de btw is niet nodig, want de prijzen zijn gestegen en hij heeft op een lager niveau
begroot. De VVD kan dus toch tegen de eigen Minister Heinen en de Minister van Klimaat
en Groene Groei zeggen: u heeft al dat extra geld niet nodig; doe die accijnzen nou
wat naar beneden. Dat kan morgen geregeld worden. Dan hebben de mensen de komende
maand ten minste wat rust in de portemonnee. Dat was volgens mij een verkiezingsslogan
van de VVD.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik begrijp de zorgen die bij mensen leven en dat zij schrikken als ze aan de pomp
staan, maar ik loop niet nu al vooruit op maatregelen die genomen moeten worden. Ik
vraag het kabinet nogmaals om de scenario’s uit te werken. Daar laat ik het bij.
De voorzitter:
De allerlaatste dan.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Hoelang geeft u het kabinet voor die reactie?
Mevrouw Müller (VVD):
Ik hoop dat zij ... Nogmaals, ik heb geen glazen bol. Ik weet niet hoe het conflict
zich verder gaat ontwikkelen. Ik laat het even aan de Minister en hoor wat zij daar
een realistische termijn voor vindt.
De voorzitter:
Ik merk op dat meneer Markuszower nu vijf interrupties heeft gedaan. Wat mij betreft
is het dan eerlijk dat iedereen vijf interrupties mag doen, die ik overigens niet
wil uitlokken. De heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik zou bijna willen zeggen: waarom heeft de heer Markuszower geen tien interrupties
gedaan? Dat vind ik nou jammer.
Voorzitter. Ik heb een vraag aan mevrouw Müller van de VVD. Hoe kijkt de VVD aan tegen
strategische autonomie, zeker in het licht van de oorlog in Iran?
Mevrouw Müller (VVD):
Strategische autonomie is voor ons ontzettend van belang. Ik begrijp ook dat u het
voorstel doet. Ik steun het achterliggende doel van uw voorstel enorm, namelijk het
hebben van een noodvoorraad. Volgens mij is het kabinet ook bezig om die te ontwikkelen.
Volgens mij heeft Minister Hermans in januari nog aangekondigd dat zij bezig is met
een wetsvoorstel hiervoor. Er zijn verschillende manieren om zo’n noodvoorraad aan
te leggen. We zien dat er haast bij geboden is. Ik vraag de Minister: wanneer kunnen
wij daar een wetsvoorstel voor verwachten? Het achterliggende doel steun ik dus.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat is alvast fijn. Ik ben ook bekend met dat voorstel. Ik begrijp dat de noodvoorziening
maar maximaal zo’n anderhalve dag aan gas kan herbergen om onze economie draaiende
te houden. Ik ben dus bang dat die voorziening nooit genoeg zal zijn om Nederland
echt veilig en autonoom te houden.
Ik hoorde u ook tegen de Groningers zeggen: afspraak is afspraak. Ik heb er echt begrip
voor dat daar gevoeligheden zitten, maar – ik zei het net ook al even in mijn spreektekst
– is niet ook het credo «beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald»? Ik ga u niet
uitlokken om zo’n uitspraak te doen, maar zou er niet in ieder geval een mogelijkheid
zijn om dat eens te laten sudderen in het parlement? Hoe kijkt u daarnaar?
Mevrouw Müller (VVD):
Voor mij is het heel helder: afspraak is afspraak. Ik ga dat dus niet laten sudderen.
Tegelijkertijd wil ik wel vragen aan het kabinet: is zo’n strategische noodvoorraad
voldoende? Ik weet niet of het echt voor anderhalve dag is. Is het voldoende of moeten
we kijken of de voorraad niet toch groter moet zijn?
Er zijn natuurlijk ook andere manieren om je strategische autonomie te waarborgen.
Aan de ene kant moet je zorgen dat we nog verder diversificeren. We moeten ook zorgen
dat we verduurzamen en dat we onze eigen lokale productie in Nederland vergroten.
Dat kan op andere plekken; daar is het Groningerveld niet voor nodig. Ik vraag het
kabinet om daaraan te werken. Nogmaals, de afspraken met de Groningers stáán voor
mij.
De heer Van den Berg (JA21):
Het is in ieder geval fijn dat wij het daarover eens zijn, zeker wat betreft het vergroten
van de winning op de kleine velden in Nederland. Ik zou wel tegen de VVD willen zeggen:
laten we de komende tijd met elkaar kijken hoe we dit toch kunnen verbeteren en hoe
we Nederland veilig kunnen houden. Daarbij moeten we rekening houden met alle risico’s
die er wellicht zijn, maar het moet wel als een paal boven water staan dat we geen
oplossing mogen schuwen, omdat het heel belangrijk is dat onze energiezekerheid geborgd
blijft.
Mevrouw Müller (VVD):
Dat laatste doel deel ik helemaal. Ook in heftige situaties, zoals een conflictsituatie,
moeten we ervoor zorgen dat onze ziekenhuizen verwarmd kunnen blijven worden en dat
huishoudens kunnen rekenen op verwarming in hun huis. Dat achterliggende doel deel
ik dus.
Dan ga ik over op de wat meer technische agenda van de EU-Raad. Daar staat onder andere
de EU Grids Package op. De VVD kijkt daar zeer positief naar met het oog op de versnelling
van de vergunningverlening. Deze versnelling draagt bij aan het oplossen van netcongestie
en het verstevigen van ons eigen energienetwerk. Het versoepelen van deze regels over
stikstofemissies is volgens de VVD een cruciaal punt om doorbraken te realiseren voor
het elektriciteitsnet. Het vorige kabinet wilde pleiten voor een bredere toepassing
van deze bepaling voor alle hernieuwbare-energieprojecten. De Minister refereerde
daar gisteren in het debat ook al even aan.
Is de Minister bereid om de versoepeling te verbreden naar bijvoorbeeld de bouw van
nieuwe kerncentrales? Want ook dat draagt bij aan onze strategische autonomie. Daarnaast
vraag ik de Minister of zij mogelijkheden ziet om in de Grids Package een stimuleringskader
voor flexibiliteit op te nemen.
De VVD kijkt positief naar de maatregelen voor een rechtvaardige verdeling van de
kosten van infrastructuurprojecten met grensoverschrijdende effecten. Nederland kan
hier namelijk goed van profiteren. We zien echter ook dat Frankrijk en Zweden zich
tegen deze maatregelen lijken te keren omdat een deel van de opbrengsten van de verkoop
van elektriciteit aan het buitenland moet worden overgeheveld naar een bredere EU-pool.
Mijn vraag aan de Minister is: wat zou dit voor Nederland in de toekomst kunnen betekenen,
gezien onze ambities voor bijvoorbeeld wind op zee of kernenergie?
Toegang tot schone en betaalbare energie draagt volgens de VVD bij aan het concurrentievermogen
en de toekomst van de Nederlandse industrie. Binnen het EU-actieplan voor betaalbare
energie zitten volgens de VVD maatregelen om ons concurrentievermogen te beschermen
en de energierekening voor huishoudens betaalbaar te houden. De Minister heeft aangegeven
geen voorstander te zijn van het aanpassen van het elektriciteitsmarktontwerp of prijsplafonds.
Hoe ziet de Minister het krachtenveld in Europa op deze onderwerpen, mede naar aanleiding
van de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten?
In het actieplan zijn ook maatregelen opgenomen voor de korte termijn. Kunnen deze
maatregelen bijdragen aan het opvangen van prijsstijgingen als gevolg van de gebeurtenissen
in het Midden-Oosten van afgelopen week?
Breder zien we dat deze plannen onderdeel zijn van de uitruil van de Clean Industrial
Deal. Op welke termijn verwacht de Minister dat andere maatregelen van deze deal worden
besproken tijdens de Energieraad?
Tot slot wil ik kort stilstaan bij de energiehulp aan Oekraïne en Moldavië. We moeten
Oekraïne blijven steunen in haar strijd tegen de Russische invasie. We zijn ook blij
dat het kabinet dit blijft doen, ook door middel van energiesteun. Hoe gaat de Minister
zich in Europees verband inzetten om ook andere landen op te roepen om te blijven
bijdragen aan energieleveringszekerheid voor Oekraïne? Ook bij Moldavië zien we dat
energiesteun een Europees strategisch belang dient. Op welke manier kan de Europese
Unie verder steun verlenen aan Moldavië als het daarom gaat?
Daarmee sluit ik graag af, voorzitter.
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Aan de positie van Nederland richting Brussel viel mij het volgende op. Een van de
dingen die de Grids Package mogelijk maakt – het spoort landen in ieder geval aan
om dit te doen – is dat als overheden niet snel genoeg op vergunningaanvragen reageren,
er bij stilte wordt aangenomen dat de vergunning wordt verleend. Dat is precies zo’n
stok achter deur waardoor overheden geen vertragende factor worden in het van de grond
krijgen van belangrijke infrastructuurprojecten. Ik had graag gezien dat de Nederlandse
regering daar positiever op zou reageren. Ik ben benieuwd hoe de VVD daarnaar kijkt.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik kijk daar in eerste instantie positief naar. Ik vraag de Minister dan ook waarom
het kabinetsstandpunt minder positief is.
De voorzitter:
Ik zie geen verdere interrupties. Ik geef graag het woord aan de heer Jumelet van
het CDA.
De heer Jumelet (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Even was de gedachte om van dit debat een overleg te maken,
zeg ik u eerlijk. Maar gezien de situatie in het Midden-Oosten en de gevolgen voor
de energie- en leveringszekerheid is het toch goed om het hier met elkaar over een
heel aantal onderwerpen te hebben.
We lezen in de brief en de annotatie dat er uitwisseling plaatsvindt over de implementatie
van het Actieplan betaalbare energieprijzen, voortvloeiend uit het Draghirapport over
het Europees concurrentievermogen. Ik houd altijd van een beetje context. In september
2022 heeft het CDA al gezegd: we willen een plan zien met scenario’s voor de komende
vijf jaar. Toen dacht ik al even over een vijfjarenplan. Mijn voorganger heeft dat
toen ingebracht, omdat we nog meerdere winters last konden krijgen van tekorten of
toekomstige tekorten. Die woorden zijn sindsdien alleen maar actueler geworden, zeker
met de situatie in het Midden-Oosten. Leveringszekerheid, betaalbare energie en strategische
autonomie regel je niet van winter tot winter; het is eerder gezegd. De wereld om
ons heen is blijvend veranderd. Energie is allang niet meer alleen een markt, energie
is ook geopolitiek en macht. Daarom moeten we verder vooruitkijken dan de korte termijn.
Dat zou mijn opmerking vandaag zijn.
Als we alleen reageren op wat er nu gebeurt, lopen we steeds achter de feiten aan.
Serieuze scenario’s geven richting en voorkomen dat we elke winter, maar ook bij elke
crisis, opnieuw in de stress schieten. Ik vraag de Minister daarom hoe zij kijkt naar
de bredere impact van de groeiende geopolitieke instabiliteit, niet alleen in het
Midden-Oosten maar wereldwijd, en wat die betekent voor leveringszekerheid en betaalbaarheid
van energie en brandstof. In hoeverre zijn we voorbereid op worstcasescenario’s? Zijn
die scenario’s volledig in kaart gebracht?
Ik vraag de Minister werk te maken van langetermijnscenario’s, wat ons betreft voor
de komende jaren, misschien wel voor de komende vijf jaar. Wat doen we als de gasmarkt
krap blijft? Wat als internationale ketens langdurig verstoord raken? En wat betekent
het voor huishoudens, het mkb en onze industrie? Welke keuzes moeten we op de korte
en lange termijn maken, nationaal en Europees, om minder afhankelijk te worden? Mijn
concrete vraag is: wanneer kunnen we zo’n integraal meerjarig scenarioplan verwachten
voor leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie en strategische autonomie?
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Zoals u weet, vinden het CDA en JA21 gezinnen heel erg belangrijk. Hoe kunnen we juist
voor die gezinnen, en dus ook voor de ziekenhuizen, zorgen dat we de strategische
autonomie ook krijgen, zeker op het gebied van energielevering? U zei het net zelf
al: het gaat niet alleen om nu, maar ook om risico’s voor de toekomst. Hoe dekken
we die af?
De heer Jumelet (CDA):
Dat is een terechte vraag. Voordat de situatie in het Midden-Oosten zich voordeed,
hebben we al met elkaar gesproken over de vulgraad van de gasvoorraad. We zien dat
we heel erg afhankelijk zijn. Dat hebben we ook in eerdere debatten benoemd. Het is
goed om na te denken over hoe de leveringszekerheid gestalte wordt gegeven. We zullen
ook moeten kijken naar de eigen productie in ons eigen land, maar ik sluit me ook
aan bij wat mevrouw Van Oosterhout net zei: we moeten ook kijken naar verduurzaming.
Daar moeten we in investeren. Het is dus het een én het ander. We zullen niet alleen
maar achteruit maar ook vooruit moeten kijken. Ik denk dat dat nu vooral van groot
belang is, juist om de leveringszekerheid goed voor elkaar te hebben, voor nu en voor
de langere termijn.
De voorzitter:
De laatste interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Als we nu inderdaad eens vooruitkijken, zoals de heer Jumelet zegt. Wat als we niet
alleen problemen hebben met Qatar, maar als ook nog eens de pijplijn naar Noorwegen
niet meer werkt en de gasopslagen echt helemaal leeg raken? Wat gebeurt er dan met
onze samenleving, en dus in het bijzonder met de ziekenhuizen en de gezinnen?
De heer Jumelet (CDA):
Dat is ook de reden dat het CDA steeds vraagt wat dit nou betekent voor een vulreserve
van – wat is het? – 10%. Daar zitten we nu op. Gelukkig wordt het beter weer, want
dan word je ook weer gered. Maar zo zou het niet moeten zijn: van winter naar winter.
Dan komt ook nog een keer de geopolitieke situatie voorbij. Ik denk dus dat het goed
is om in scenario’s te gaan denken. Wat betekent het nou? Hoe gaan we er een antwoord
op geven?
Het zwartste, slechtste scenario is net ook al even genoemd. Hoe ziet het er dan uit?
Dat moeten we ons voorstellen, maar tegelijkertijd moeten we er ook goede maatregelen
voor nemen. Ik denk dat die vraag nu vooral aan de orde is. Wij vragen er sinds 2022
al naar. Ik denk dat het goed is om nu te zeggen welke maatregelen we gaan nemen.
Ik ben daar ook benieuwd naar. Dat is ook mijn vraag aan de Minister. Maar goed, we
hebben met elkaar wel gezegd dat we moeten kijken naar productie in eigen land. We
moeten verduurzamen, maar ook investeren. Dat doet deze coalitie in wind op zee. We
moet er met elkaar stappen in zetten om de leveringszekerheid echt gestalte te geven.
De voorzitter:
Was u aan het einde gekomen van uw betoog?
De heer Jumelet (CDA):
Nee, nee.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Jumelet (CDA):
Dan sla ik wat over. Misschien nog even dit. U vraagt echt heel concreet: wat betekent
het voor mensen? Daar zijn wij ook van. Dan gaat het ook om contracten voor huishoudens.
In het debat van gisteren over waterstof en groen gas had de Minister het al even
over de vaste contracten. Mensen stappen graag over naar vaste contracten. In de media
lezen we dat energieleveranciers hun aanbod inmiddels aanpassen. Ik heb zelf ook even
gekeken of dat bij mij het geval kon zijn. Vattenfall stopte tijdelijk met vaste contracten,
lezen we, en biedt deze nu vooral aan bestaande klanten aan. Eneco biedt geen driejarige
contracten meer aan. Essent biedt wel vaste contracten aan, maar zegt niet voor welke
termijn dat dan is. Tegelijkertijd willen veel mensen overstappen van variabel naar
vast om hun maandlasten te stabiliseren. De conclusie die we snel met elkaar kunnen
trekken, is dat het onrust en veel vragen veroorzaakt.
Mijn vragen zijn als volgt. Welke contracten bieden energieleveranciers momenteel
daadwerkelijk aan? Is daar zicht op? Gaat het om vast, variabel, een jaar, drie jaar?
Geldt het anders voor nieuwe versus bestaande klanten? Hoe transparant is daarover
te communiceren? Hoe verhoudt zich dat tot de verplichting uit de Energiewet? Mogen
leveranciers besluiten onderwijl geen vaste contracten meer aan te bieden? Of bestaan
er minimale eisen waaraan zij moeten voldoen? Wordt hierop toegezien?
Voorzitter, tot slot. Is de Minister hierover in gesprek met leveranciers, juist gezien
de geopolitieke situatie en de gevolgen voor betaalbaarheid en leveringszekerheid?
Welke scenario’s worden meegenomen? Welke maatregelen liggen klaar als de situatie
verslechtert? Het noodfonds is net al even genoemd. Burgers en bedrijven hebben ook
op dit punt behoefte aan duidelijkheid en zekerheid. Ik hoop dat de Minister die vandaag,
in ieder geval voor een deel, kan geven.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot geef ik graag het woord aan de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Het is een nare «déjà vu»-ervaring. De oorlog breekt uit en de gasprijzen
stijgen direct na de aanvallen in Iran. Het aardgas is twee keer zo duur en de olieprijs
steeg met 10%. We moeten daar eerlijk over zijn: dat is nog lang niet het niveau van
de Oekraïnecrisis. Maar het vervolg is op z’n minst onzeker. Mensen maken zich er
grote zorgen over. D66 wil dat de Minister zich nationaal voorbereidt op alle scenario’s
en in de Energieraad met haar collega’s werkt aan het direct klaarleggen van ook Europese
oplossingen daarvoor.
Wij zien nu al dat energieleveranciers hun contracten aanpassen. Dat zeg ik met mijn
CDA-collega naast mij. De prijzen gaan omhoog en contracten worden korter. Mensen
krijgen dus hogere kosten en minder zekerheid over hun energierekening. Daarom wil
ik van de Minister weten hoe zij daarnaar kijkt. Hoe voorkomt ze dat huishoudens opnieuw
met hogere en onzekere energierekeningen worden geconfronteerd?
De Minister stelt in de geannoteerde agenda dat zij geen fan is van het prijsplafond-instrument.
Dit werd in de Oekraïnecrisis wél ingezet om de energierekening betaalbaar te houden.
Ik wil de Minister vragen hoe zij er op dit moment naar kijkt om dat instrument toch
in crisissituaties te gebruiken. Welke alternatieve nationale maatregelen zou zij
beschikbaar hebben om nu te overwegen?
Voorzitter. Bij echte schaarste bestaat het risico dat Europese lidstaten elkaar gaan
overbieden op de wereldmarkt, waardoor prijzen verder oplopen. Daarom vraag ik de
Minister, voordat zij naar Brussel gaat, hoe zij dat risico beoordeelt. Is zij bereid
zich ook in EU-verband in te zetten voor samenwerking en gezamenlijke besluitvorming,
bijvoorbeeld rond lng-stromen, gasopslag en vraagreductie?
De enige echte oplossing voor onze kwetsbare energiepositie is de energietransitie
naar schoon en groen van eigen bodem. De Europese Unie is daarbij voor Nederland cruciaal.
Het ETS is de «werkbyte» van de verduurzaming en is een Europees succesverhaal. Bedrijven
rekenen erop dat wij daarmee koers houden, zeker al die Nederlandse bedrijven die
nu al investeren in de toekomst. Als we dat niet doen, straffen we hen juist. Tegelijkertijd
zie je dus dat er landen zijn die dat willen afzwakken of helemaal stopzetten.
Ik wil de Minister dus vragen hoe zij zich de komende periode gaat inzetten om dat
te voorkomen. Nu zij naar Brussel gaat, denk ik dat dat een van de eerste relevante
vragen is. Bovendien staat de effectiviteit van het ETS nu al onder druk. Het startkapitaal
van de marktstabiliteitsreserve dreigt na 2031 niet te worden geschrapt. Dat klinkt
als een technisch verhaal, maar de gevolgen zijn groot. Hierdoor zou in theorie jaarlijks
meer dan 600 megaton extra uitstoot in Europa mogelijk worden. Dat is ongeveer vier
keer de jaarlijkse uitstoot van Nederland. Mijn vraag daarover is hoe het kabinet
zich gaat inzetten om dat te voorkomen.
Tot slot de European Grids Package. De Minister bespreekt dat pakket, waarmee de EU
ons helpt met extra mogelijkheden om netcongestie op te lossen, in de Energieraad.
In december vroeg de Kamer het kabinet al te kijken hoe we dat zo snel mogelijk in
Nederland kunnen toepassen. Ik wil het kabinet vragen hoever het met dat onderzoek
is en of het, terwijl we die discussie voeren, al enkele van de suggesties aan het
toepassen is. De voorstellen bieden ook kans om procedures voor andere duurzame-energieprojecten
te versnellen. Ik wil daarbij niet zoals de VVD vragen naar kerncentrales, maar wel
om te kijken hoe die versoepelingen breder kunnen gelden voor de duurzame-energiesector.
Dank, voorzitter. Ik zie uit naar de beantwoording.
De voorzitter:
Ik zie een interruptie van mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over de European Grids Package. We moeten volop gaan investeren in
dat Europese energienet. Dat maakt ons een stuk weerbaarder. Dat vraagt wel om een
hele hoop investeringen. In het MFK staat dat de Commissie hier meer geld in wil stoppen.
Ik ben benieuwd hoe de heer Klos hiernaar kijkt en hoe hij dat rijmt met de geplande
bezuinigingen.
De heer Klos (D66):
Ik denk dat de modernisering van de begroting die de Commissie voorstelt precies deze
kant op gaat. Dat gebeurt vooral via het CEF-programma. De investeringen in ons elektriciteitsnetwerk
die de Europese Commissie nu voorstelt, zijn gigantisch. Ik juich dat toe. Ik zie
ook een Nederlandse coalitie die inzet op een sterk MFK. Ik verwacht dat dat sterke
MFK inzet op klimaat, digitalisering en veiligheid en dat dat voldoende is om te voldoen
aan de vraag die de Europese Commissie heeft en die de Europeanen hebben. Ik denk
dat dat nog een ingewikkelde onderhandeling gaat worden in Brussel.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Iets anders waarnaar we zouden kunnen kijken voor die bekostiging is internationale
kostendeling. De Commissie komt hiervoor met wat aanbevelingen, maar dat vinden wij
nog wat slap. Dat zou wat steviger mogen. Ik ben dus heel erg benieuwd hoe de heer
Klos hiernaar kijkt.
De heer Klos (D66):
Volgens mij is het logisch om internationale kosten te delen. Ja.
De voorzitter:
Ik zie geen verdere interrupties. Ik kijk heel even deze kant op om te zien hoeveel
tijd er nodig is ter voorbereiding van de beantwoording.
Ik stel voor dat wij om 15.05 uur weer verdergaan met dit debat.
De vergadering wordt van 14.38 uur tot 15.07 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef graag het woord aan de Minister voor de beantwoording.
Het is fijn als zij aangeeft in welke blokken die plaatsvindt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zeker, voorzitter. Dank u wel. Fijn om hier weer met u als voorzitter in debat te
kunnen gaan. Ik heb een korte inleiding en daarna drie blokjes. Het eerste blokje
zal gaan over leveringszekerheid en betaalbaarheid. Velen van u hebben daarover terecht
vragen gesteld. Het tweede blokje gaat over de Energieraad, over alle onderwerpen
die daar besproken worden. Dan is er ook nog een aantal vragen gesteld over de rest
van de wereld, de context, en dat is dan het derde blokje. Mocht ik een vraag hebben
gemist, dan hoor ik dat natuurlijk graag en dan kom ik daar later op terug.
Voorzitter, ik wil beginnen met de huidige energiecrisis. Eigenlijk alle leden hebben
daaraan gerefereerd. Ik waardeer het echt dat we de mogelijkheid hebben om dit met
elkaar te wegen en te bespreken, ook al denken we soms in verschillende oplossingsrichtingen.
Dit is in ieder geval ook een manier om dat samen met elkaar te verkennen en te delen.
Ik denk dat mensen het belangrijk vinden dat al die verschillende opties op tafel
zijn geweest en dat we daarin richting kiezen.
Ik hoor bij alle Kamerleden als ultiem doel hetzelfde, ondanks dat we met verschillende
antwoorden komen. We willen zo veel mogelijk zekerheid, zo veel mogelijk prijsstabiliteit,
meer onafhankelijkheid en meer weerbaarheid. Daar zijn dan nog heel veel keuzes in
te maken, maar ik zie dit wel als een gedeelde opdracht van de Kamer. Ik kom zo meteen
nog wat meer op de details terug. Velen van u hebben gezegd: laten we ons voorbereiden
op verschillende scenario’s. Dat is misschien niet alleen relevant in de situatie
waarin we ons nu bevinden. De heer Jumelet refereerde er al aan. Als je de lange lijn
bekijkt waarop de wereld zich op dit moment aan het ontwikkelen is, dan is het belangrijk
dat we inderdaad met verschillende scenario’s werken en dat we voorbereid zijn. Ook
dat signaal heb ik heel goed gehoord. Uit de vorige energiecrisis zijn natuurlijk
lessen geleerd. Er zijn toen instrumenten ontwikkeld. Ik kom daar zo meteen nog op
terug. In die zin denk ik dat dat een heldere en gedeelde lijn vanuit de Kamer is.
Laten we ons dus goed voorbereiden. We hebben op hoog niveau dezelfde doelen. Er zal
nog steeds heel veel af te wegen zijn en het is belangrijk de vinger aan de pols te
houden.
Voorzitter. Ik kom bij de eerste vragen specifiek gerelateerd aan leveringszekerheid
en betaalbaarheid. De heren Markuszower en Van den Berg vragen eigenlijk of nationaal
gas op dit moment niet opnieuw een optie moet zijn en stellen dat we Groningen open
moeten houden. Over Groningen wil ik heel duidelijk zijn. Ik was toen zelf energiewoordvoerder
in de Kamer, dus ik ben daar veel geweest. We hebben na vele jaren van leed in Groningen
een hele duidelijke belofte aan de Groningers gedaan. Dat hebben we niet zomaar gedaan.
Er is een parlementaire enquête geweest. Er is een hele wetsbehandeling geweest. 146
leden van de Kamer, de voorstemmers, hebben gezegd dat we helder moeten zijn naar
de Groningers: we gaan het Groningenveld sluiten. Met een kleine knipoog naar de heer
Markuszower zeg ik dat ook de PVV daarvan onderdeel was. Ik vind het voor de betrouwbaarheid
van overheidsbesluitvorming heel belangrijk dat we daaraan vasthouden. Leveringszekerheid
is daarmee niet van tafel als issue. Daar zullen we met elkaar voor moeten zorgen,
maar we zullen dat moeten doen zonder het Groningenveld. Een kleine anekdote. Ik was
op een gegeven moment in Groningen op bezoek. Een moeder daar vertelde me dat ze een
kooi had gebouwd om het bed van haar kinderen, omdat ze ’s nachts niet rustig sliep
en ze niet zeker wist of er niet een baksteen uit het plafond zou loskomen. Dat is
de situatie waarin mensen heel lang hebben gezeten. Laten we de onzekerheid voor die
mensen niet opnieuw aanwakkeren. We hebben nog steeds een hele grote opgave met elkaar
te vervullen, want andere mensen in Nederland maken zich zorgen over hun energierekening
en de leveringszekerheid. We hebben dat met elkaar op te lossen. Maar over het Groningenveld
moeten we helder zijn.
De voorzitter:
Ik zie eerst de heer Markuszower met een interruptie.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel voor het antwoord van de Minister. Ik begrijp best dat er wordt gerefereerd
aan wat de Kamer in het verleden heeft besloten. Dat was in een tijd waarin we dachten
dat we het Groningse gasveld misschien konden sluiten. We wisten toen niet dat er
daarna een Staatssecretaris kwam die het met grote betonbakken helemaal dicht ging
zetten voor toekomstige generaties. We zitten nu in een heel andere situatie, namelijk
dat we als land afhankelijk zijn van geopolitieke ontwikkelingen die ver, heel ver
buiten onze controle liggen. We kampen bovendien met heel snel stijgende prijzen.
Ik vraag de Minister toch of we de Groningers, ondanks die gedane belofte, heel snel
maximaal kunnen compenseren, ook voor het emotionele leed en de pijn, en natuurlijk
ook voor de materiële schade. Kunnen we dat niet heel ruimhartig doen en vervolgens
als een malle gaan boren, zodat niet alleen de gasprijzen twintig jaar lang gegarandeerd
zijn, maar ook de gaslevering gegarandeerd is? We kunnen hieraan als land ten onder
gaan. Als de Minister dat niet doet, kan onze economie zodanig beschadigd raken dat
we er helemaal niet meer makkelijk bovenop komen. Dit zijn dus bijzondere omstandigheden
die het stemgedrag van de Kamerleden van een paar jaar geleden moeten overtoepen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik heb daar een tweeledig antwoord op, maar het leidt allebei tot nee. De Kamer sprak
vlak na de vorige energiecrisis over het wetsvoorstel, toen we in een keer van het
Russisch gas af moesten. Dat de geopolitiek aan het veranderen was en dat dat ingrijpende
consequenties kon hebben voor de Nederlandse bevolking en voor de betaalbaarheid,
was dus ook toen bij de Kamer heel goed bekend. Ter vergelijking: de gasprijzen van
toen lagen zo’n zes tot zeven keer hoger dan nu. In die context heeft de Kamer toch
gezegd: we sluiten het Groningenveld.
Dan kom ik op de connectie die de heer Markuszower legt tussen de productie uit het
Groningenveld en gegarandeerd lage gasprijzen voor twintig jaar. Daarbij is het van
belang ons te realiseren dat er sprake is van één geïntegreerde markt voor gas in
de EU. Er is geen aparte Nederlandse markt. De markt heeft een omvang van enkele honderden
miljarden kubieke meters. Heropening van het Groningenveld brengt niet genoeg op om
de prijs substantieel naar beneden te brengen. We zouden aan de Groningers weer heel
veel leed vragen te accepteren voor iets wat niet de garantie oplevert die de heer
Markuszower hier beschrijft. Dat lijkt mij op allerlei manieren een onverstandig idee.
Daarom is het kabinet hierin helder. We hebben in het coalitieakkoord de belofte aan
de Groningers onderstreept door te zeggen dat we dat niet gaan doen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik begrijp het antwoord. Qua systematiek heeft de Minister helemaal gelijk. Daarom
heb ik in mijn bijdrage gezegd een briefje naar de Energieraad te sturen, of hoe dat
allemaal heet, en tegen de vrienden van de EU te zeggen: sorry, EU, maar wij koppelen
ons gas los van die afspraken en wij willen ons Nederlandse gas voor de Nederlanders
gebruiken. Dat is misschien tegen de afspraken, maar afspraken kun je veranderen.
Dat weet de Minister ook. Afspraken met de Groningers kunnen we veranderen en afspraken
met de EU ook. Als we doen wat ik zeg, kunnen we wel degelijk de prijs voor de Nederlanders
heel lang vastzetten en heel lang laag houden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik blijf bij mijn antwoord: het is niet verstandig om dat te doen. Je moet vooral
een betrouwbare overheid willen zijn. Nederlanders lopen een risico als de overheid
totaal niet meer betrouwbaar is. Wanneer er zo lang onzekerheid is geweest en wanneer
er een parlementaire enquête is geweest waarna nog een wetsvoorstel is aangenomen,
leidt dat tot een heel helder standpunt van het kabinet: we gaan dit niet doen.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor de Minister zeggen dat wij als overheid dan onbetrouwbaar zouden zijn omdat
we in het verleden met 146 zetels voor de wet hebben gestemd om het Groningerveld
te sluiten. Ik vind dat onjuist. Ik denk dat men in de politiek altijd het recht heeft
om van beleid te veranderen, zeker omdat we nu in een totaal andere geopolitieke situatie
zitten dan op het moment van die stemming. We zitten nu met een afhankelijkheid van
de Verenigde Staten, van Qatar, van Noorwegen; we zijn voor 80% afhankelijk van het
buitenland. Daarom wil ik aan de Minister vragen: als er nu nog iets gebeurt met de
pijplijn naar Noorwegen – stel dat die ook wordt opgeblazen zoals dat bij Nord Stream
is gebeurd – kan de Minister mij dan eens meenemen in het scenario voor wat er dan
zou gebeuren met Nederland?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Er is inderdaad een vraag gesteld over scenario’s. We bereiden ons natuurlijk op alle
scenario’s voor. Ik denk dat het scenario dat de heer Van den Berg schetst een extra
reden is waarom de oplossing van de heer Markuszower een risicovolle is, want juist
op een bredere Europese markt heb je als lidstaten onderling een samenwerking en kan
er solidariteit zijn om daar te helpen waar het nodig is. Zo helpen wij nu ook Oekraïne
en Moldavië als het daar moeilijk is. Dat geldt niet alleen voor gas maar bijvoorbeeld
ook voor elektriciteit. Er zijn allerlei scenario’s denkbaar waarin het nog veel moeilijker
wordt dan het nu is. Daarom is het belangrijk dat we heel goed nadenken en ons voorbereiden
op wat we zouden moeten doen als zoiets zich voordoet. Honderd procent garantie is
in het leven nooit te geven, ook hier niet. Het gaat erom dat we ons voorbereiden
en goed nadenken over wat de risico’s zijn van bepaalde oplossingen. In theorie heeft
de heer Van den Berg natuurlijk gelijk: een parlement kan altijd weer tot een andere
conclusie komen. Deze coalitiepartijen hebben bij het opstellen van het coalitieakkoord
een afweging gemaakt en gezegd: wij willen niet onbetrouwbaar zijn naar de Groningers,
wij onderstrepen de afspraak die er is gemaakt na de parlementaire enquête en we houden
het Groningerveld gesloten.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ben in ieder geval blij dat wordt bevestigd dat we niet onbetrouwbaar zijn als
we als parlement het beleid zouden wijzigen. Maar ik denk ook dat de Minister de mist
ingaat, omdat zij tegelijkertijd zegt dat we een Europese markt hebben. Zij spreekt
over solidariteit, maar het is een feit dat als de pijplijn naar Noorwegen zou worden
opgeblazen, de hele Europese markt daar last van heeft. Dan hebben we te maken met
tekorten door heel Europa. Dan kan solidariteit nog zo veel waard zijn, maar op dat
moment is er een fysiek tekort aan gas voor ons allemaal. Dus nogmaals, wat zou er
dan in zo’n situatie gebeuren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik denk dat de heer Van den Berg terecht schetst dat als er ineens een disruptie plaatsvindt
op die schaal, er in een keer een probleem is voor heel Europa. Dat hebben we ook
met de Russische situatie gezien. In de context van de Russische situatie hebben we
ook gezien dat er dan wordt nagedacht over hoe we dat kunnen aanpakken. Dat heeft
dan forse consequenties voor de maatschappij. Ik denk dat dit alleen maar onderschrijft
wat door een aantal van u, onder anderen mevrouw Van Oosterhout, mevrouw Müller, de
heer Jumelet en de heer Klos, ook is onderschreven, namelijk het belang om ook op
de langere termijn te zorgen voor meer strategische onafhankelijkheid. Energie van
eigen bodem is daar dan eigenlijk de beste garantie voor. Daar werken we als kabinet
ook heel hard aan. Ik loop iets vooruit op de beantwoording, maar de vraag of we alles
op alles zetten om de doelen te halen, kan worden beantwoord met: ja. Dan zien we
natuurlijk dat er nog een hoop lastige knopen liggen om door te hakken. Maar zetten
we alles op alles? Ja.
Ook de discussie over kernenergie is onderdeel van meer strategische autonomie. Op
alle vlakken werkt het kabinet aan het versterken van de onafhankelijkheid in brede
zin. Dat biedt de beste garantie tegen dit soort geopolitieke situaties. Ik denk dat
de geopolitieke context op dit moment extra onderstreept hoe belangrijk het is dat
we dat doen. Nogmaals, volgens mij is dat een gedeeld belang van de hele Kamer, als
ik de Kamerleden zo heb beluisterd in de eerste termijn.
De heer Van den Berg (JA21):
U zult ons aan uw zijde vinden als het gaat om kernenergie. Uiteindelijk gaat het
in essentie ook om diversificatie en dat we de beschikking hebben over verschillende
energiebronnen. Voor nu is het wel een feit dat Nederland extreem afhankelijk is van
gas. We hebben niet voor niets onze gasrotonde. Het maakt ons systeem heel kwetsbaar.
Ik wil de Minister toch om een reflectie vragen op hoe bijvoorbeeld TNO zich hierin
opstelt. TNO heeft al van het begin af aan gewaarschuwd: sluit de putten niet af,
want het zou je in de toekomst weleens heel duur kunnen komen te staan. Nogmaals,
kan de Minister reflecteren op dit advies van TNO om ze in het kader van zekerheid
en diversificatie toch aan te houden?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan vind ik het wel van belang om even goed te kijken waar we nu staan. Er zijn nu
geen zorgen over tekorten. We zien wel de prijs oplopen, maar als we de prijs van
dit voorjaar vergelijken met de prijs van vorig voorjaar, dan zien we dat die ongeveer
op dezelfde hoogte ligt. Dat is hoger dan de basisgasprijs, maar we zijn echt nog
heel ver af van de prijzen waarover we het in de vorige energiecrisis hadden. Laten
we dus ook geen paniek veroorzaken op het moment dat het beheersbaar is. Ik herhaal
ook graag het belang van de mogelijkheid tot het afsluiten van vaste contracten. De
heer Klos refereerde daaraan. Ik kom daar nog wat uitgebreider op terug. Met een vast
contract kunnen huishoudens beter zien wat ze uitgeven aan energie. De kosten kunnen
worden gestabiliseerd zodat ze voorspelbaar zijn en mensen er rekening mee kunnen
houden. Daarnaast zijn er een aantal strategieën die we moeten inzetten om ervoor
te zorgen dat we voor de middellange en langere termijn de strategische autonomie,
de zekerheid, kunnen versterken. Ook daar gaan we mee aan de slag.
U heeft gevraagd naar scenario’s. Daar kom ik zo nog even op terug. Daar kan de input
van TNO in meewegen, maar we hebben onze weging gemaakt ten aanzien van het Groningerveld.
Dat betekent wel dat als je dát niet doet, je andere dingen méér moet doen. Het belang
van het verbeteren van onze strategische onafhankelijkheid blijft. Daarover heb ik
van de Kamer verschillende oplossingsrichtingen gehoord. Het gaat erom dat we daarvoor
met elkaar een verstandig middellangetermijn- en langetermijnpad vormgeven. We zullen
daarvoor onder andere gesprekken hebben over het energieplan, waar we het gisteren
over hadden. Daarin spelen al dat soort dingen mee.
De voorzitter:
Meneer Van den Berg, het is wel uw vierde interruptie.
De heer Van den Berg (JA21):
Zeker. Ik zou die toch graag willen doen, want ik begin me nu wel ernstig zorgen te
maken. Ik hoor de Minister spreken over de gasprijzen. Ik ben het met de Minister
eens dat die erg hoog zijn en dat het heel veel negatieve impact op onze maatschappij
gaat hebben. Maar daar gaat het hier in essentie niet om. Het gaat er in essentie
om dat wanneer er ook een probleem is met de gastoevoer vanuit de Verenigde Staten
of vanuit Noorwegen, wij geen mogelijkheden meer hebben. Dat is het risico dat er
voor onze maatschappij is. Kan de Minister daar exact op ingaan? Wat gaat er dan met
de gezinnen en met de ziekenhuizen gebeuren?
Het systeem is bovendien al kwetsbaar. Vanuit TenneT zijn er waarschuwingen geweest
dat onze elektriciteitscentrales vanaf 2031 de huidige last al niet meer aankunnen.
De autonomie en de zekerheid die er, volgens de Minister, in de toekomst zou moeten
komen, wordt juist minder en minder. Dat komt er ook nog een keer bij.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als we een toverstafje hadden om dingen heel snel te veranderen, zou dat fijn zijn.
Dat hebben we natuurlijk niet. Het is een gegeven dat we een bestaande situatie hebben
waarvanuit we moeten handelen. Om antwoord te geven op de meer specifieke vragen:
er zijn natuurlijk de gasopslagen. Die gaan weer gevuld worden. Het kabinet heeft
er zelfs voor gezorgd, naar aanleiding van de vorige energiecrisis, dat ook EBN een
rol kan spelen in het vullen van de gasopslagen als de markt dat onvoldoende zou doen,
bijvoorbeeld als marktpartijen de prijsontwikkeling een te groot risico vinden om
tot vulling over te gaan. Dat gaan we doen. Er wordt gewerkt aan een noodvoorraad.
Vervolgens zijn er de beschermde gebruikers. Huishoudens en ziekenhuizen zijn partijen
die zo lang mogelijk die bescherming krijgen.
Ik zei daarstraks al: honderd procent garantie is nergens in het leven te geven, hier
ook niet. Laten we er niet op vooruitlopen en niet speculeren. Op dit moment zien
we een verhoogd prijsniveau. Dat is voor iedereen vervelend want huishoudens willen
graag, en terecht, hun energierekening zo laag mogelijk houden. De vaste contracten
zijn daarbij van belang. Verder werken we hard aan de uitbouw van energie van eigen
bodem, zodat we minder en minder afhankelijk worden van energie uit het buitenland.
De heer Klos (D66):
De Minister refereerde net aan de vulgraden. We hebben gezien – daar zijn in deze
commissie ook scherpe debatten over gevoerd – dat het vorige kabinet ervoor heeft
gekozen om de eigen doelen, maar ook de Europese doelen, voor het vullen van de gasopslagen
ternauwernood te halen. De eigen doelen worden zelfs bij lange na niet gehaald. Kan
de Kamer ervan uitgaan dat de Minister ervoor gaat zorgen dat het deze keer wél zo
is, en dat we niet het risico lopen dat we in Europa onze bondgenoten in gevaar brengen
door het zo laag te laten worden?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Klos kan er zeker van zijn dat we daar heel scherp op zullen zijn en dat we
alles op alles zullen zetten. Het is wel goed dat de Kamer zich realiseert dat als
niet de markt het doet maar wij als overheid het doen, er een kostenplaatje mee is
gemoeid. Ik hoop op steun van de Kamer voor de uitgaven die we daar dan voor zullen
moeten doen. We beginnen nu met een noodvoorraad of een strategische voorraad van
5 terawattuur, maar we kijken ook of een grotere noodvoorraad nodig is. We zullen
de Kamer er voor de zomer over informeren in het kader van het strategisch gasbeleid,
waar met de motie-Grinwis om is gevraagd. De noodvoorraad is niet het enige waarover
we beschikking hebben. Er is ook nog onze eigen productie en er zijn diverse aanvoerroutes
naar Nederland. De route via Noorwegen is één route, maar er zijn ook routes via het
VK, België en Duitsland. We hebben dus gelukkig meerdere routes waarlangs we onze
energievoorziening binnenkrijgen.
De heer Klos (D66):
De steun waar de Minister om vraagt, kan zij zeker krijgen, want we moeten die cyclus
doorbreken. Dat is precies het risico waarop we destijds hebben gewezen: als je het
zo laag laat komen en er gebeurt iets in de wereld waardoor de prijzen enorm stijgen,
dan gaan marktpartijen de opslagen niet vullen. De overheid moet het dan later tegen
een veel hogere prijs doen. Dat was het risico. Dat risico zien we zich nu ook materialiseren.
U kunt dus rekenen op de steun van de Kamer om die cyclus te doorbreken, zodat we
in de toekomst niet die hogere uitgaven hebben. Maar u kunt ook rekenen op de steun
van de Kamer om nu met een noodvaart te gaan werken aan de energietransitie. Dat is
namelijk de enige echte oplossing waarmee we de cyclus maximaal doorbreken.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Daar gaan we volop mee aan de slag, meneer Klos.
Dan kom ik bij de scenario’s waarnaar is gevraagd. Op verzoek van de Kamer zijn in
het verleden in de transitiestrategie bij het beëindigen van het prijsplafond verschillende
maatregelen onderzocht en beoordeeld. Er is een breed scala aan maatregelen bekeken.
Die analyses liggen er. Het Nationaal Crisisplan Gas is in 2022 aan de Kamer gestuurd,
maar ik ben graag bereid om dat opnieuw aan de Kamer aan te bieden, zodat u er kennis
van kunt nemen en kunt beoordelen of het voldoet in de context van de huidige situatie.
We werken volop aan de energietransitie. Het komt naar voren in het Nationaal Plan
Energiesysteem, waar we gisteren uitgebreid over van gedachten hebben gewisseld. In
Europa hebben we de energiedoelen, waarvan de systematiek dit jaar wordt herzien,
en ook de European Grids Package. Al die dingen helpen bij het creëren van langetermijnzekerheid.
Dan kom ik nog terug op de vaste contracten, een belangrijk punt dat door de heer
Klos en de heer Jumelet is genoemd. Het is heel belangrijk dat consumenten er te allen
tijde voor kunnen kiezen om hun uitgaven vast te zetten, want sommige mensen kunnen
de onvoorspelbaarheid van hun maandelijkse uitgaven niet dragen. Andere mensen willen
juist graag de optie om misschien goedkoper uit te zijn en accepteren daarbij het
risico om duurder uit te zijn. Iedereen moet voor zijn persoonlijke situatie zelf
beoordelen wat het beste past. In de Energiewet, die sinds 1 januari 2026 in werking
is getreden, is een verplichting opgenomen dat vergunninghoudende leveranciers altijd
een modelcontract moeten aanbieden met vaste tarieven voor een bepaalde tijd. De ACM
is de onafhankelijk toezichthouder die ervoor zorgt dat het ook gebeurt. Ik reken
er dan ook op dat alle leveranciers op uiterlijk 1 april het modelcontract met vaste
tarieven aanbieden. Er zijn verschillende partijen die het aanbieden, maar je wil
zo veel mogelijk aanbod. Naar aanleiding van de berichtgeving heb ik contact gehad
met de ACM. De ACM heeft aangegeven in gesprek te zullen gaan met aanbieders die op
dit moment nog geen vast modelcontract aanbieden. De tijd tot 1 april is niet meer
zo lang, maar de ACM gaat toch met deze partijen aan tafel. Ik geloof dat dat begin
volgende week gebeurt. De verantwoordelijkheid ligt bij de ACM. Die is proactief en
heeft ervoor gekozen om met deze partijen in gesprek te gaan.
De heer Jumelet (CDA):
Fijn om te horen dat er snel actie is ondernomen om de ACM daar het goede werk te
laten doen, zal ik maar zeggen. Maar tegelijkertijd zie je, als je gewoon even inlogt,
dat er een beperkt aantal contracten wordt aangeboden. Dus 1 april lijkt dichtbij,
maar is tegelijkertijd op dit moment voor mensen gewoon te ver weg. Ik kan me voorstellen
dat de poging kan worden gedaan om toch nog iets sneller te zijn, want nu lopen de
prijzen op. Je ziet de prijzen van energie gewoon per dag toenemen. Dat betekent voor
mensen een paar honderd euro extra lasten in het jaar. Ik snap 1 april heel duidelijk;
de Minister zegt het ook. Maar wellicht kunnen de aanbieders ook nog iets sneller
worden aangesproken op dit punt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Deze reflectie had ik natuurlijk ook en deel ik met de heer Jumelet. Daarom was ik
ook heel blij om te horen dat de ACM, ik geloof al begin volgende week, met deze partijen
om tafel gaat om dat te doen. Zij nemen proactief hun verantwoordelijkheid op dit
vlak. Ik was heel blij om dat te horen, want dat is van belang. Er zijn inderdaad
wel verschillende contracten. De prijs is natuurlijk wel aan het oplopen. Overigens
heeft het merendeel van de Nederlanders al een vast contract, dus die worden hier
dan niet door geraakt. Maar het gaat erom dat de mensen die een flexibel contract
hebben en nu toch zeggen dat zij wel graag zouden willen overstappen, ook die mogelijkheid
hebben. Daarom is het heel erg van belang dat de ACM snel met deze partijen spreekt
om invulling te geven aan de wettelijke plicht die er is om dat aan te bieden.
Nog even als toelichting: ik hoor net het goede nieuws dat er sinds dinsdag ook veel
meer vaste aanbiedingen zijn van energieleveranciers.
Dan was er ook nog een vraag gesteld door de heer Klos en mevrouw Van Oosterhout over
het opnieuw optuigen van het tijdelijke prijsplafond. Daar is naar gekeken, maar ook
hier moet ik zeggen dat het korte antwoord nee is. Ik zal u ook het uitgebreide antwoord
geven. Vanaf 2023 is meermaals onderzocht of het tijdelijke prijsplafond energie opgevolgd
zou moeten worden door een structurele crisismaatregel, al dan niet slapend, die dan
snel zou kunnen worden ingeroepen. Er is toch bewust niet voor gekozen. Het kent een
hele lange voorbereidingstijd voor leveranciers, vergt instemming van de Europese
Commissie vanwege het risico op staatssteun aan energiebedrijven, en kan alleen voor
een heel kalenderjaar worden ingezet en uitgevoerd.
De situatie is nu echt anders dan in 2022, omdat er toen geen vaste contracten meer
te krijgen waren. Daarom is de link met de vaste contracten en de veranderde situatie
daar wel echt heel erg van belang om mee te wegen. Bovendien verstoort zo’n noodrem
de markt en de concurrentie. Het kost ook heel erg veel geld, zonder dat je onderscheid
kunt maken tussen wie het nodig heeft en wie niet. Ik kan me uit mijn persoonlijke
situatie nog herinneren dat wij hem ook kregen, terwijl ik dacht: voor mij is het
niet nodig. Ik zou graag willen dat we het geld gericht inzetten voor de mensen die
het wel nodig hebben. Daarom zijn andere maatregelen eigenlijk geschikter om ervoor
te zorgen dat de mensen die gericht ondersteuning nodig hebben in zo’n moeilijke situatie
het ook kunnen krijgen en het sneller kunnen krijgen.
In zijn algemeenheid werken hogere energieprijzen natuurlijk door in de hele economie,
zeker als het langdurige en forse verhogingen zijn zoals bij de vorige energiecrisis.
We zagen daarbij dat de inflatie flink opliep. Dan gaat het natuurlijk over de koopkrachtbesluitvorming.
Daarvoor maakt het kabinet – het kan dan natuurlijk op allerlei plekken naar voren
komen – in augustus elke keer de weging: hoe staan de koopkrachtplaatjes ervoor en
wat kan er gericht gedaan worden? Is het nodig om die koopkracht van de specifieke
groepen te ondersteunen? Maar dat is dan ook breder dan alleen mijn portefeuille en
ligt in augustus voor in het hele kabinet. Mochten de prijsstijgingen langer aanhouden
en leiden tot flinke gevolgen voor de koopkracht, dan kunt u er zeker van zijn dat
zoiets dan vanzelf een discussiepunt wordt in de augustusbesluitvorming.
Dan kom ik bij het energiefonds. Dat is ook een instrument waaraan gedacht kan worden.
Het is ook een afspraak uit het coalitieakkoord en het heeft de volle aandacht van
de Minister van SZW. Dat zult u, juist ook in deze context, kunnen begrijpen. De Kamer
ontvangt eind deze maand al een brief over de voortgang daarvan, omdat ook daar hard
aan wordt gewerkt.
Dan ... Excuus.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Allereerst nog heel even over het prijsplafond. Ik begrijp dat, als wij dat alleen
als Nederland zouden doen, dat misschien als staatssteun kan worden gezien. Daarom
was mijn oproep ook om dit in Europees verband aan te kaarten. Ik vroeg me af hoe
de Minister daarnaar kijkt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als de Europese Commissie het zou toestaan, zou dat, even kort door de bocht, een
van de bezwaren wegnemen, maar een aantal andere structurele bezwaren natuurlijk niet.
Want als dat nog steeds betekent dat die maatregel een hele lange voorbereidingstijd
heeft, relatief gezien eigenlijk heel erg duur is en het geld niet terechtkomt bij
de mensen die het echt nodig hebben, dan hebben we inmiddels door die combinatie van
vaste contracten en het energiefonds andere maatregelen. Daarmee kunnen we er gerichter
op sturen dat dit soort ondersteuning terechtkomt bij die mensen die het nodig hebben,
naast een algemene betere werking van de markt. Je hebt als huishouden dan ook de
kans om te zeggen: ik klik mijn kosten vast. Dus dat lijken me dan nog steeds doelmatigere
maatregelen dan een algemeen prijsplafond. Maar ik zie dat mevrouw Van Oosterhout
daar graag nog even op terug wil komen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het is inderdaad heel erg belangrijk dat het geld terechtkomt bij de mensen die dit
het hardst nodig hebben. Het is in essentie ook echt een herverdelingsvraagstuk. Er
worden een aantal mensen veel harder door geraakt dan andere mensen. Het is ook goed
om ons te realiseren dat een aantal partijen enorm profiteren van deze energiecrisis.
En het is, denk ik, ook de rol van de Minister om daar oog voor te hebben en om te
bekijken of dat niet wat eerlijker zou kunnen. Dus ik ben heel erg benieuwd hoe de
Minister daartegen aankijkt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Mevrouw Van Oosterhout en ik delen de mening dat het geld daar terecht moet komen
waar dit het hardste nodig is. Want voor sommige mensen zijn de energiekosten een
veel groter gedeelte van het inkomen dat zij nog te besteden hebben dan voor andere
mensen. Dus we moeten zorgen dat we daar heel gericht aandacht voor hebben. Hoe het
geld dat daarmee gemoeid is in het bredere economische plaatje verdeeld wordt, is
een bredere discussie. Daar ga ik nu niet op vooruitlopen. Dat is echt iets wat het
kabinet in de breedte weegt, zowel bij het nemen van inkomensmaatregelen als bij het
bepalen hoe het geld dan weer wordt opgehaald voor de inkomensmaatregelen. Want ja,
als overheid hebben we natuurlijk zelf eigenlijk geen geld. We hebben alleen het geld
dat we ophalen bij burgers en bedrijven. Dat moet dan ook in die breedte worden gewogen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Het is natuurlijk wel een idee om vooral naar fossiele bedrijven te kijken die ook
weer enorme winsten gaan maken als gevolg van de energiecrisis. Ik heb daar ook een
vraag over gesteld en ik hoop dat de Minister daar straks in haar beantwoording nog
verder op zal ingaan.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik wil voorkomen dat ik zo meteen het hele antwoord ga herhalen dat ik net heb gegeven,
ook met het oog op de tijd. Er zijn allerlei modellen denkbaar voor hoe je zo’n macro-economische
verdeling van de lusten en de lasten, de kosten en de lasten en de inkomsten in de
hele economie weergeeft. Dit is iets wat in het verleden ook is langsgekomen. Ik snap
dat bepaalde partijen daar een politieke voorkeur in hebben. Het kabinet zal die wegen.
Ik kan mevrouw Van Oosterhout niet garanderen dat we dan ook hierbij zullen uitkomen
en dat dat dezelfde voorkeur heeft. Maar het gaat er in ieder geval om dat we goed
zicht houden op welke mensen het echt het hardst nodig hebben. Daarnaast verschillen
de politieke meningen over hoe je dat geld het beste kunt ophalen in de economie.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Bij de Oekraïnecrisis hadden we overwinstbelasting en een inframarginale heffing,
Europees. Het zou de voorkeur zijn van mijn fractie om dat nu opnieuw voor te stellen.
Ik vraag me af of de Minister dat zou kunnen meenemen in de voorbereiding van de maatregelen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik kon zo snel het antwoord niet vinden, dus ik dacht even: heb ik deze wel? Maar
inderdaad, het heet hier namelijk de inframarginale heffing. Het antwoord is dat we
geen voorstander zijn van opnieuw ingrijpen met het invoeren van een inframarginale
heffing. De prijsstijgingen zijn nu nog niet op dat niveau. Maar het is ook een bijna
onuitvoerbaar en heel complex instrument gebleken. Dit is ook gebleken uit de evaluatie
die de Europese Commissie hierover heeft uitgevoerd. Een dergelijke heffing die neerkomt
op het afromen van winsten met terugwerkende kracht is ook wel een hele zware ingreep
die leidt tot veel investeringsonzekerheid bij marktpartijen en producenten. Het kan
daarmee als zodanig nog weer extra risico’s voor de leveringszekerheid opleveren.
Dat is ook een reden waarom de neveneffecten van deze maatregel zo veel groter zijn
dan van andere maatregelen die genomen kunnen worden om ervoor te zorgen dat het geld
beschikbaar is om de meest kwetsbaren te ondersteunen.
De voorzitter:
Ik zag een interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ja, klopt. Ik ben wel even aangeslagen op deze discussie. Als we naar de gasprijzen
kijken, dan zien we dat die tot een week geleden zo’n € 0,37 per kuub aardgas waren
en nu gestegen zijn naar zo’n € 0,56. Kortom, € 0,20 erbij, maar dat is zonder belastingen.
Ik denk dat de commissie hier ook wel weet dat Nederland de hoogste aardgasbelasting
heeft van heel Europa: € 0,80 per kuub aardgas aan belasting. Kortom, die prijsstijging
is heel vervelend, maar de echte klapper zit in € 0,80 aan belasting per kuub aardgas.
Zitten daar niet mogelijkheden in om juist ook deze prijs te dempen? En hebben we
niet gewoon veel te hoge belastingen op aardgas?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Fijn dat de heer Van Berg ook de prijsstijging as such nuanceert in de opbouw van
de totale prijs die burgers en bedrijven betalen. Over de afweging of en hoe de belastingen
worden opgehaald, gaat de Staatssecretaris van Financiën. Voor eventuele vragen en
wensen daarover zal ik toch helaas moeten verwijzen naar het debat hierover met de
Staatssecretaris van Financiën.
De voorzitter:
O, de heer Klos heeft ook een vraag.
De heer Klos (D66):
Ik heb nog een vraag aan de Minister over de profiteurs van zo’n energiecrisis. Collega
Van Oosterhout had het daar net over. Een van de grootste is natuurlijk Rusland op
dit moment. Als de olieprijs met 10 dollar stijgt, dan neemt het bbp van Rusland met
ongeveer 1% toe. Dat is ongeveer de rule of thumb. Heeft het Nederlandse kabinet,
al dan niet in Europees verband, ideeën over hoe we dat kunnen dempen? Hoe kunnen
we voorkomen dat die Russische war chest juist nu wordt gevuld en dat de Russen degenen
zijn die profiteren van de acties van de Verenigde Staten en Israël in Iran?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Als Europa geen gas en olie meer inkoopt in Rusland, dan is daarmee natuurlijk ook
het instrument weg om daar iets aan te doen. Anders zou je zeggen: breng het naar
beneden. Maar aangezien we dat besluit al eerder hebben genomen, is dat geen instrument.
Ik denk dat in de breedte het flink inzetten op de energietransitie, niet alleen in
Nederland en in Europa, maar wereldwijd, uiteindelijk het instrument is waarmee toch
ook de geo-energiepolitieke machtspositie van landen gaat veranderen. Daarom is de
afbouw van fossiele brandstoffen en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in
de breedte belangrijk, denk ik.
De voorzitter:
Ik zie geen andere interrupties, dus de Minister vervolgt haar betoog.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan kom ik op ambitieuze klimaatdoelen. Het sluit eigenlijk nauw aan op het antwoord
van zojuist op de vraag van de heer Klos. We zetten alles op alles om het te halen.
We kijken ook naar energiebesparing, een isolatieoffensief en warmtenetten. We gaan
daar allemaal hard mee aan de slag. Nogmaals, het betekent niet dat het allemaal zonder
slag of stoot morgen uitgevoerd kan zijn. Er zijn best nog wel een heel aantal uitdagingen.
Maar dit kabinet hecht eraan, we gaan er echt hard mee aan de slag en kijken wat er
wel kan. Ik heb dat gisteren ook al gezegd. Dat waren de vragen over leveringszekerheid
en betaalbaarheid.
Dan kom ik bij het blokje Energieraad.
Mevrouw Müller (VVD):
Voordat we naar het volgende blokje overgaan: ik hoorde de Minister zeggen dat zij
voor de zomer komt met een besluit over de noodvoorraad en dat zij ook gaat kijken
of die misschien nog groter moet zijn dan nu voor ogen staat. Dat is heel erg fijn.
De Minister verwees ook naar het nationaal crisisplan. Als ik het goed heb gezien,
dan is dit plan op 14 maart 2022 opgesteld en met de Kamer gedeeld. Dit was nog voordat
de Nord Stream werd opgeblazen. We dachten nog dat de oorlog in Oekraïne misschien
kort zou duren. We hadden nog geen idee dat er in het Midden-Oosten zoiets zou plaatsvinden
als nu. We dachten toen ook nog dat de VS een hele betrouwbare partner zouden zijn.
Het voelt een klein beetje lang geleden, eerlijk gezegd. Ik zou de Minister willen
vragen of dat niet een update moet krijgen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik zeg graag toe dat we bekijken of dat een update moet krijgen, want ik kan me die
vraag van de Kamer goed voorstellen. Maar dan heeft u in ieder geval alvast wat er
toen gestuurd is helder voor ogen. Ik zal kijken of er reden is om ergens iets te
actualiseren. We zullen even moeten nadenken op welke termijn zoiets naar de Kamer
kan. Laten we daar niet een te korte termijn voor nemen. We moeten dit soort dingen
zorgvuldig bekijken. Maar gezien de geopolitieke veranderingen in de wereld, lijkt
het me logisch dat we ook bekijken of actualisaties nodig zijn.
De voorzitter:
Dit wordt als toezegging genoteerd. De Minister gaat nu door naar het volgende mapje.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dat gaat over de Energieraad en over alle gesprekken in Brussel. Laat mij in eerste
instantie de Kamer danken voor de aandacht die er is voor alle Europese regelgeving.
Die is juist op dit terrein namelijk zo ongelofelijk belangrijk voor de energietransitie
in Nederland, de mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven en de mogelijkheden om kosten
te verlagen voor onze huishoudens en bedrijven. U kunt ervan verzekerd zijn dat ik
op heel veel terreinen, ook op de terreinen waarop u het misschien nog niet specifiek
heeft gevraagd, actief in gesprek ben met mijn collega’s in andere landen en ook,
daar waar het nodig is, met de Europese Commissie. Dat doe ik om ervoor te zorgen
dat we zo veel mogelijk vaart maken en zo constructief mogelijk aan de gang gaan met
wat we vanuit Europa kunnen doen.
Tijdens de Energieraad wordt stilgestaan bij het hele Actieplan betaalbare energieprijzen.
Dat betekent ook dat maatregelen voor de korte termijn al tijdens deze Energieraad
aan bod kunnen komen. De verdere uitwerking van de Clean Industrial Deal wordt met
name in de Raad Concurrentievermogen besproken. Ik werk hiervoor dan ook heel nauw
samen met mijn collega van Economische Zaken, die namens Nederland aan de Raad deelneemt.
We stemmen dat uiteraard heel erg goed af. We zitten maar twee deuren bij elkaar vandaan,
dus gelukkig gaat dat ook in de praktijk makkelijk.
De heer Klos had een vraag over de «Grids Package»-vergunningen en de stikstofbepaling.
Ook wij zijn positief over Grids Package en in het bijzonder over de verduidelijkende
regels over stikstofemissies voor elektriciteitsnetten. We verwachten ook dat dit
zal leiden tot versnelling in de realisatie van bedoelde projecten. Dat is hard nodig
natuurlijk. We zullen ons er ook voor inzetten om de bepaling breder van toepassing
te laten zijn op alle hernieuwbare-energieprojecten met bijbehorende energie-infrastructuur,
conform het eerdergenoemde non-paper van het kabinet.
Mevrouw Müller vroeg: kan dit ook worden toegepast op kerncentrales? Kernenergie valt
buiten de scope van de EU Grid Package. Dat bevat bepalingen voor de vergunningverlening
van hernieuwbare energie en infra. Ik zeg het volgende tegen mevrouw Müller. We zaten
vanochtend nog in een overleg met de industrie over de vraag hoe we dingen kunnen
lostrekken. Zij hebben voorbeelden van projecten die tot stikstofreductie en CO2-reductie leiden, maar er niet formeel onder vallen. Ik wil met de Commissie het gesprek
aangaan om te zien of dit mooie voorbeeld ook voor ons mogelijk zou zijn, en hoe we
projecten kunnen versnellen die bijdragen aan de transitie waar Europa zich zo hard
voor inzet. Daar zal ik ook kernenergie in meenemen, want ook dat is in Nederland
onderdeel van de energietransitie. Formeel is het dus uitgesloten in het huidige pakket,
maar ik kan wel het gesprek aangaan. Ik denk altijd maar: nee heb je, maar wie weet
is er toch iets mogelijk. Dat kan in ieder geval gelden voor de projecten bij de industrieën
die zowel tot stikstof- als CO2-reductie leiden.
Dan de positieve fictieve beschikking, de lex silentio positivo. Volgens mij staat
het zo in de richtlijn. Even kort door de bocht: volgens het assessment heeft het
eerder een vertragend dan een versnellend effect. Maar het lijkt me goed dat we de
Kamer informeren over waarom wij tot die afweging zijn gekomen. Het klinkt in eerste
instantie namelijk gewoon heel aantrekkelijk: als er geen gehoor is, kunnen we snel
door. Maar als dat alleen maar weer tot heel veel bezwaarprocedures leidt, dan duurt
het waarschijnlijk langer. We zullen de Kamer snel informeren over hoe we tot deze
afweging zijn gekomen.
Dan had mevrouw Müller een vraag over een stimuleringskader voor flexibiliteit. Er
bestaat in het Europese elektriciteitsmarktdesign een kader om flexibiliteit te stimuleren.
Lidstaten worden dus verplicht om in kaart te brengen hoeveel extra flexibiliteit
ze nodig hebben. Ook bevat de Grids Package verschillende maatregelen om die flexibiliteit
te bevorderen. Aan de ene kant zijn er richtsnoeren en aanbevelingen, zodat we niet
allemaal het wiel opnieuw uit hoeven te vinden, om flexibiliteit en slimmer gebruik
van bestaande netten te bevorderen. Maar ook worden netbeheerders verplicht om in
hun investeringsplannen rekening te houden met oplossingen waarvoor extra netbouwen
niet nodig is, zoals batterijen en digitale oplossingen.
U weet dat het oplossen of lostrekken van netcongestie een belangrijke prioriteit
is van het kabinet. Het is goed dat er nu ook in Europese regelgeving dit soort verplichtingen
zijn om breder te kijken dan alleen naar het net en ook te kijken naar niet-netoplossingen
en naar het lostrekken daarvan.
Dan vroeg mevrouw Müller ook nog naar de rechtvaardige verdeling van de kosten van
infrastructuurprojecten met grensoverschrijdende effecten. Frankrijk en Zweden lijken
hier geen voorstander van te zijn. Het voorstel waar Frankrijk en Zweden zich tegen
keren is een onderdeel van de mogelijke oplossingen, maar de onderhandelingen zijn
natuurlijk nog in volle gang. Ik zal me duidelijk uitspreken voor deze oplossingen.
Ook informeel zal ik, waar dat kan, natuurlijk met de collega’s spreken om te kijken
of er toch oplossingen gevonden kunnen worden waardoor dit door kan gaan.
Er is gevraagd naar het krachtenveld in Europa wat betreft het aanpassen van het elektriciteitsmarktontwerp
of prijsplafonds. Het krachtenveld is in beweging. Lidstaten komen natuurlijk vanuit
de verschillende hoeken. Het is wel duidelijk dat er weinig tot geen lidstaten echt
voorstander zijn van zware ingrepen in het huidige ontwerp. Dat is goed nieuws, denk
ik. De komende week, richting de Energieraad van 16 maart, zal er ook meer duidelijkheid
komen over de positionering van alle lidstaten. We zetten ons dus volop in.
In die context kom ik ook nog even terug op het ETS in het blokje Europa in de wereld.
Daar kom ik nu bij aan, tenzij er nog vragen zijn over het vorige blokje.
De voorzitter:
Ik zie twee interrupties. Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Nog heel even over netcongestie. We hebben al eerder gesproken over amortisatie als
een van de mogelijkheden om die energienetten te kunnen bekostigen. De vraag is natuurlijk
of dit van Brussel mag. Ik vroeg me af of de Minister in dat kader ook gesprekken
heeft in Brussel hierover.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het lijkt mij een standaard onderdeel van wettelijke voornemens dat we ook checken
of dingen kunnen binnen Europese regelgeving. Als mevrouw Van Oosterhout daar graag
nog wat meer over wil weten, kan ik zorgen dat daar informatie over naar de Kamer
komt. Die amortisatie is natuurlijk enorm van belang om ervoor te zorgen dat we investeringen
die op dit moment tot heel veel kosten zouden leiden kunnen uitsmeren. Daardoor kunnen
we namelijk ook inkomsten over de langere termijn meenemen.
Ik denk eigenlijk dat we ook eens moeten kijken of er wellicht zelfs nog andere onderdelen
van onze energietransitie zijn waarin we de kosten op de korte termijn wat kunnen
verlichten door ze iets meer te verbinden met een langere termijn. Daar zijn die investeringen
ook voor bedoeld. Daar zitten natuurlijk ook weer grenzen aan en ontwerpvereisten
van wat wel en niet mag, maar laten we met elkaar gewoon creatief kijken naar wat
we kunnen doen om de energietransitie zo snel en soepel mogelijk vorm te geven, met
eerlijke kostenverdelingen over de tijd.
De heer Klos (D66):
Ik vroeg mij nog iets af. Dat zit een beetje op het snijvlak van betaalbaarheid en
van wat de Minister nu in de Energieraad gaat bespreken. Een van de risico’s die we
nu hebben in Europa is dat het, als alle landen tegelijkertijd de bergingen gaan vullen,
heel duur gaat worden, omdat ze dan tegen elkaar op gaan bieden, zeker omdat we in
Nederland nu heel laag zitten. Daar kunnen we als Nederland misschien een constructief
voorstel voor doen in Brussel. We kunnen tegen onze collega’s zeggen: zullen we dat
gezamenlijk gaan inkopen en zullen we dat gecoördineerd doen? Dan hebben we marktmacht
en kunnen we die prijs zo veel mogelijk naar beneden drijven. Is dat iets waar de
Minister mee naar Brussel kan?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De heer Klos heeft gelijk dat die vraag was gesteld, maar nog niet beantwoord was.
Dat was inderdaad een les van de vorige keer. Dat werkte niet goed en maakte het eigenlijk
voor iedereen duurder. Het is dus belangrijk om nu als lidstaten meer gezamenlijk
op te treden. Dat is absoluut iets wat ik mee kan nemen naar Brussel. Dat is volgens
mij ook een les die in Brussel geleerd is van de vorige keer. Nog even voor de precisie
van mevrouw Van Oosterhout: we hebben het dan over de intertemporele kostentoedeling.
Ik zei net «amortisatie», maar het is dus de «intertemporele kostentoedeling». Dat
is de formule waarvoor gekozen is en waar we het gisteren over hadden.
Voorzitter. Dan het ETS, de hoeksteen van veel van ons beleid. Ik heb eerder vandaag
een brief naar de Kamer gestuurd over de motie-Bushoff/Van Oosterhout, waarin het
kabinet verzocht wordt om zich in Europa uit te spreken tegen de afzwakking van het
ETS. Die motie heb ik oordeel Kamer gegeven, want ik denk dat het ongelooflijk belangrijk
is dat we inzetten op een sterk en stabiel ETS. Dat biedt investeringszekerheid en
stimuleert bedrijven om investeringen te doen in schone productie op eigen bodem.
Zo bieden we kansen aan het Nederlandse bedrijfsleven en zorgen voor kosteneffectieve
CO2-reductie.
Ik zeg de Kamer ook graag dat ik samen met mijn Spaanse collega optrek – hopelijk
gaan ook andere landen daar nog onder staan – om met de non-paper richting de Raad
duidelijk te maken dat dit onze positie is. Hopelijk kunnen we daarmee ook anderen
overtuigen van het belang van dat stabiele en stevige ETS. Dat is ook heel erg belangrijk
voor bedrijven die daar tot nu toe al sterk in geïnvesteerd hebben. Die moeten we
niet straffen voor de investeringen die zij al hebben gedaan en voor de vlucht naar
voren die zij nemen. Het is goed te zien dat deze bedrijven zich uitspreken. Zo heeft
bijvoorbeeld Tata samen met Natuur & Milieu zich uitgesproken voor een sterk en stabiel
ETS. Dat is een combinatie die we niet elke week voorbij zien komen in een schrijven,
maar hier zien we dat de geesten heel erg aligned zijn.
Hetzelfde geldt voor CBAM, want natuurlijk moeten we ervoor zorgen dat bedrijven,
als we deze verplichtingen opleggen aan ons bedrijfsleven, niet weggeconcurreerd worden
door bedrijven uit landen waar dit soort verplichtingen niet gelden. Dan is dat verrekeningsmechanisme
aan de grens van CBAM heel erg belangrijk. We weten dat er nog een discussie is over
de vraag of we dat nog kunnen versterken en dat nog beter kan werken. Dat zijn terechte
discussies, maar afzwakken is in ieder geval geen goed idee. Daar zetten we dus op
in. Tegelijkertijd nemen we de zorgen die andere bedrijven hebben echt serieus, want
we moeten dat Europese concurrentievermogen ondersteunen, bijvoorbeeld via het Europees
Concurrentievermogenfonds en het creëren van de juiste marktomstandigheden.
We moeten, naast het aanbod, de vraag creëren. Het gaat over het hele concept van
de lead market, de productstandaarden en investeringszekerheid. We zullen dus veel
moeten doen om het beide mogelijk te maken: en de industriële concurrentiekracht versterken
en de vergroening vormgeven. Maar de Kamer zei het net ook: op de langere termijn
is dat het enige pad voorwaarts. Dat erkent ook de industrie. Ik hoorde het vanochtend
nog toen ik daar met ze over sprak. Dus ja, we blijven ons uitspreken voor een zo
sterk mogelijk ETS. Daar had de heer Klos naar gevraagd.
In juli verwachten we het Commissievoorstel voor de periodieke herziening van de ETS-richtlijn.
Dan zullen we dezelfde insteek hebben. Waar het de combinatie van die twee dingen
kan versterken, zijn we ervoor. We zijn tegen afzwakking.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Klos nog een vraag heeft.
De heer Klos (D66):
Dat is heel geruststellend. Het is ook fijn dat Nederland daar samen met Spanje in
optrekt, want dat zijn, wat dit betreft, volgens mij echt twee powerhouses die die
strijd kunnen gaan voeren. Aan de andere kant van deze boksring, waarin het gaat om
leven en dood, en die heel belangrijk is voor onze industrie, staan natuurlijk Polen
en Italië. Ik vraag me af wat er in het in het midden van dit gevecht gebeurt. Kunt
u nog iets meer zeggen over waar de andere landen staan? Welke overtuigingskracht
heeft u nog nodig om de landen in het midden te overtuigen van de Nederlands-Spaanse
positie?
De voorzitter:
Ik vraag de heer Klos om via de voorzitter te spreken.
De heer Klos (D66):
Graag, voorzitter.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik noem nu even Spanje, omdat die, ere wie ere toekomt, de trekker is van dit paper.
Zij hebben niet alleen Nederland benaderd, maar ook nog een aantal andere landen,
die dat paper mede zullen ondersteunen. Ik heb dat rijtje nu niet meteen paraat, maar
er is ook een aantal andere landen die dat doen. Eventueel kan ik kijken of we die
in tweede termijn nog kunnen noemen. Er zijn natuurlijk heel veel gesprekken gaande,
formeel en informeel, om met elkaar tot die positie te komen. We weten ook dat landen
als Polen en Italië zorgen hebben. Voor de stabiliteit is het ook belangrijk om te
luisteren naar waar de zorgen dan zitten en hoe aan die zorgen tegemoet gekomen kan
worden op een andere manier dan door het verzwakken van de hoeksteen van dit beleid.
Ook al heb je een tegenovergestelde positie, je moet blijven luisteren naar wat de
essentie is. Dat kan helpen bij het verder brengen en uiteindelijk met het versterken
en steviger maken van het hele bouwwerk. Die opdracht hebben we dus ook.
De voorzitter:
De Minister vervolgt.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan heb ik nog een vraag over Oekraïne, Moldavië en Colombia. Op 20 januari heeft
Nederland extra energiesteun ter waarde van 23 miljoen euro bekendgemaakt naar aanleiding
van de oproep van de Europese Commissie voor het leveren van extra energiesteun voor
urgente noden. Dank, mevrouw Müller, voor die vraag, want die noden zijn natuurlijk
groot. Het is goed om dit nog even helder te maken. Nederland draagt in 2026 daarmee
in totaal 133 miljoen euro bij aan die zo broodnodige energiesteun voor Oekraïne.
Het kabinet zal ook in Europees verband het strategische belang blijven onderstrepen
van de geleidelijke Europese toetreding en de noodzakelijke koppeling van energiemarkten,
waardoor de kwetsbaarheid verminderd wordt. Juist door die koppeling aan de Europese
markt worden kwetsbaarheden minder. Ik zal hier ook bij de komende Energieraad toe
oproepen.
Het kabinet zal diezelfde oproep tot steun aan Oekraïne ook doen in de bredere groep
van de G7 en de Energy Coordination Group voor Oekraïne, zodat we ook daar zo veel
mogelijk de troepen gesloten en de koers helder houden. Ook op bilateraal niveau en
middels coalities met andere lidstaten zullen we ons blijven inspannen om beide landen
te helpen. Dat doen we ook via de noodzakelijke hervormingen, die weer nodig zijn
om uiteindelijk tot de EU-toetreding te komen. Op verschillende vlakken wordt daar
dus hard aan gewerkt.
Mevrouw Van Oosterhout heeft gevraagd naar de Colombiatop en volgens mij heeft mevrouw
Kröger in een andere hoedanigheid dan als voorzitter ook interesse in deze top geuit.
Colombia heeft vorig jaar deze conferentie aangekondigd en tijdens de afgelopen COP
aan Nederland gevraagd om co-organisator te zijn. Mijn voorganger heeft daar toen
ja op gezegd. Dit betekent samen de conferentie opzetten, organiseren en financieren.
Voor deze conferentie zijn bijna 100 landen uitgenodigd. Ze zijn geselecteerd op basis
van de bereidheid om op een constructieve manier te praten over de transitie.
Dat het niet makkelijk is, geldt voor ons en voor alle andere landen die hierover
willen meepraten. Er zijn al enkele initiatieven geweest in het verleden, zoals de
Coalition on Phasing Out Fossil Fuel Incentives Including Subsidies. Er zijn landen
lid van de Beyond Oil and Gas Alliance, landen die tijdens COP30 de door Colombia
geïnitieerde Belém Declaration hebben gesteund en landen die naar een verdrag kijken.
Er zijn verschillende initiatieven en ik denk dat het heel belangrijk is dat we die
bij elkaar brengen om de lessen en inzichten te delen om de transitie van fossil fuels
naar hernieuwbaar te kunnen vormgeven.
Niemand heeft nog het perfecte antwoord, zeg ik er maar meteen bij, maar het is belangrijk
om te kijken hoe we van elkaar gaan leren. In twee dagen, op 28 en 29 april, gaan
we met elkaar in gesprek over wat er nodig is om een sociaal en economisch verantwoorde
manier te vinden voor die transitie. Silver bullets zijn er niet en het zal er in
elk land anders uitzien. Van elkaar leren is ongelofelijk belangrijk. Er zullen verschillende
themasessies worden georganiseerd, waarbij verschillende landen een thema trekken
om ervoor te zorgen dat we zo veel mogelijk van elkaar kunnen leren. Nederland zal
een sessie over het uitfaseren van fossiele subsidies leiden. We zijn nog volop bezig
met de invulling van het programma. Ik zal dat samen met Colombia verder vormgeven.
Na afloop van de conferentie zullen we nadenken over wat dan de structurele opvolging
hiervan is. Andere landen hebben zich al aangediend als organisatoren van een volgende
conferentie. Zij willen het stokje overnemen en de discussie verder brengen. Zo gaat
dat vaak in de klimaatonderhandelingen. Tuvalu heeft aangegeven interesse te hebben
in het organiseren van een tweede conferentie. We willen ook zorgen dat er een goede
samenhang is met het officiële COP-proces en dat de uitkomsten ook daar geagendeerd
of ingevoerd kunnen worden. Daar kijken we allemaal naar.
Er zijn geen officiële delegaties zoals we die kennen bij de klimaattop. Dit is een
veel kleinere conferentie. Maar op 26 april is er wel een mogelijkheid voor parlementariërs
uit verschillende landen om met elkaar over de transitie in gesprek te gaan, wat mij
ongelofelijk belangrijk lijkt. Uiteindelijk zitten de echte machthebbers aan uw kant
van de Kamer. Dat de Kamerleden met elkaar in gesprek gaan over de vraag wat we nou
van de verschillende transities kunnen leren, kan enorm helpen, ook bij de gesprekken
die vervolgens in de verschillende nationale parlementen plaatsvinden. U gaat over
uw eigen agenda, maar ik zou het van harte verwelkomen als ook het Nederlandse parlement
daar aanwezig is. De parlementariërs kunnen ook enkele vertegenwoordigers aanwijzen
die tijdens het ministeriële deel een terugkoppeling geven van hun gesprekken, ervaringen
en aanbevelingen. Zo proberen we dat meteen bij elkaar te brengen in het gesprek tussen
de Ministers.
Tot slot zal ik uiteraard in de marge van de Energieraad en de Milieuraad aandacht
vragen voor de conferentie en het belang van deelname van Europese landen daaraan,
want we willen natuurlijk graag een zo breed mogelijke groep zien. Uiteraard geldt
dit ook voor Commissaris Hoekstra. Dit over de conferentie in Colombia.
Van de landen die Spanje heeft uitgenodigd om mee te tekenen, hebben naast Nederland
onder andere Denemarken, Zweden, Finland en Luxemburg dit toegezegd. Gesprekken met
een aantal andere landen lopen nog. De coalitie is dus al wat breder.
Ik hoop dat ik daarmee de vragen van de leden heb beantwoord.
De voorzitter:
Ik zie nog interrupties. Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De Minister weet dat ik enorm voorstander ben van de Colombiatop. Het is heel belangrijk
dat we nu met een groep landen, een coalition of the willing, gaan kijken hoe we fossiel
kunnen uitfaseren. Ik mis, ook in de beantwoording van de Minister, wat nou de inzet
van Nederland gaat zijn. We hebben daar natuurlijk zelf ook iets over te zeggen. Nederland
heeft daar een hele belangrijke rol in. We zien dat we tegelijkertijd in Nederland
nog allerlei nieuwe gasvelden aanboren. We zien ook dat er nog nieuwe fossiele subsidies
bij komen. Ik zou graag van de Minister meer duidelijkheid willen hebben over wat
nou onze inzet gaat zijn. Als de Minister dat niet vandaag in dit debat kan vertellen,
zou ik het waarderen als daar een brief over zou komen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dit zijn natuurlijk geen onderhandelingen. Tijdens deze conferentie vindt er geen
onderhandeling plaats zoals bij de klimaattop, waar wordt gestreefd naar een gezamenlijke
wettelijke tekst. Twee dingen zijn voor mij echt belangrijk. Daarom refereerde ik
al even aan de verschillende organisaties die op dit terrein actief zijn. Als we dit
meer bij elkaar kunnen brengen, kunnen we het gezamenlijke geluid en de verschillende
ideeën over de transitie weg van fossiele brandstoffen verder versterken. Het samenbrengen
van het veld en daarmee het geluid van deze beweging versterken, is voor mij een belangrijk
doel van deze conferentie. Het vervolgen van het gesprek erover vind ik ook belangrijk.
Dat Tuvalu zich heeft gemeld als opvolger van Nederland en Colombia om dit te hosten
– Tuvalu zal ook een partner zoeken – zorgt ervoor dat we dit gesprek gestructureerd
met elkaar blijven voeren.
Daarnaast is het leren van andere landen en het andere landen laten leren van de gesprekken
en de afwegingen die wij maken, een heel belangrijke voorwaarde. Het is ook een belangrijke
uitkomst, want elk land is anders. Het is lastige om de economie van vandaag met de
economie van morgen te verbinden op een manier die ook sociaal draagbaar is bij deze
transitie. Als één industrie ergens verdwijnt, kun je zeggen dat er banen bij komen,
maar als dat hele andere banen zijn of banen op een heel andere plek in het land,
kan het heel veel onrust teweegbrengen en veel sociale consequenties hebben.
Er zijn dus heel veel lessen met elkaar te leren. Dat is waarmee ik de conferentie
inga. Nogmaals, dit is geen conferentie waarbij we met elkaar onderhandelen en er
van tevoren een heel specifieke inzet is gedefinieerd. Natuurlijk kunnen we de Kamer
nog meer informeren over de conferentie in Colombia. Dat zullen we zeker graag doen,
maar dan heeft u dit nu alvast op hoofdlijnen van mijn kant.
De heer Klos (D66):
Dank voor de update over die belangrijke top. Het is goed nieuws dat 100 landen zich
daarbij aansluiten. De coalition of the willing bestaat dan uit meer dan de helft
van het aantal lidstaten van de Verenigde Naties, maar nog niet allemaal. Is er een
enorme uptick in reserveringen voor plaatsen bij deze top geweest na het uitbreken
van de nieuwe energiecrisis? Of is de energiecrisis – de energiecrisis in wording,
kan ik beter zeggen – aanleiding voor Nederland en Colombia om nog een extra brief
te sturen naar lidstaten die daarin eventueel geïnteresseerd zijn, omdat we ons niet
meer afhankelijk willen maken van fossiele brandstoffen?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik moet de heer Klos zeggen dat ik niet op mijn telefoon de registraties bijhoud,
maar ik kan me voorstellen dat meer landen de afweging maken die wij hier vandaag
met elkaar maken. Deze onzekerheid in de wereld maakt het extra belangrijk om ervoor
te zorgen dat we op een gecontroleerde en zorgvuldige manier die transitie maken.
Een ongecontroleerde transitie betekent altijd veel meer kosten en moeilijkheden voor
mensen dan een gecontroleerde manier. Ik kan me voorstellen dat het voor nog veel
meer landen een vraagstuk is waar ze met extra nadruk naar kijken. Wellicht zal dit
iets betekenen voor de aanwezigheid op de conferentie, maar dat moeten we toch aan
hen laten.
De voorzitter:
Daarmee komen we bij de tweede termijn van de Kamer. Ik kijk even naar de leden of
daar behoefte aan is. Dat is het geval. Ik geeft eerst het woord aan de heer Van den
Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Allereerst zou ik graag een tweeminutendebat willen aanvragen.
Ik ga naar de aangenomen moties die wij afgelopen dinsdag hebben ingediend. Kan de
Minister reflecteren hoe ze met die moties naar Europa zal gaan? Het gaat onder andere
om de motie op stuk nr. 41 (36 800 XXIII) over een alternatief voor de strikte vulplichtgraden die we nu in Europa hebben afgesproken.
Ook moeten we kijken hoe we meer lng-importcapaciteit kunnen realiseren en hoe kussengasreserves
daarin een rol kunnen spelen. In de motie op stuk nr. 633 (29 023) wordt gevraagd de kosten van leveringszekerheidsmaatregelen die wij nemen, bijvoorbeeld
voor het aanleggen van kussengasreserves, of natuurlijk, in een geweldig scenario,
voor ons idee voor de strategische noodreserve in Groningen, ook te kunnen uitsmeren
over andere landen die daar profijt van zullen hebben, omdat de prijzen dan gedempt
worden. Kortom, hoe gaat de Minister met die moties om? Kan zij een brief naar de
Kamer sturen over de opvolging van die moties?
Voor de rest denk ik dat we een eindje zijn gekomen in het debat. Ik maak mij nog
steeds ernstige zorgen over de kosten voor inwoners, maar vooral ook over hoe wij
het licht in Nederland kunnen laten branden. Ik merk wel bij de Minister dat wordt
beseft dat er zaken kunnen gebeuren, zoals het wegvallen van de aanvoer vanuit Noorwegen
of de Verenigde Staten, maar ik mis de urgentie bij de Minister om dit echt te doorleven
en maatregelen te nemen die onze Nederlandse maatschappij veilig en weerbaar maken.
Ik blijf daar aandacht voor vragen. Voor nu laat ik het hierbij.
Dank u wel.
De voorzitter:
Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Voor mijn fractie staat een ding voorop: Groningers gaan boven gas. De inwoners van
Groningen dragen nog elke dag de desastreuze gevolgen van gaswinning: schade aan hun
huizen, onzekerheid over hun veiligheid en jarenlang gebrek aan erkenning. Dus nee,
wij willen Groningen nooit opnieuw openen. JA21 had het eerder in het debat over het
even laten sudderen van het idee van boren onder Groningen. Als er iets is wat we
niet moeten doen, is het de Groningers nog langer in onzekerheid laten zitten. Het
SodM is duidelijk. Het kan niet veilig en er is geen enkele commerciële partij die
hier zijn vingers nog aan wil branden. Geld en leveringszekerheid gingen in Groningen
altijd boven mensen. Het is ongelofelijk dat er nu partijen zijn die dit opnieuw doen.
Hoe langer we vasthouden aan olie en gas, hoe kwetsbaarder we zijn voor geopolitieke
spanningen, chantage en prijsschokken. Sneller naar zon, wind en opslag is geen idealisme,
maar strategische autonomie. In de vorige gascrisis heeft Europa 100 miljard bespaard
met extra zon en wind. Voor Nederland betekende dat een besparing van € 60 voor een
gemiddeld huishouden. We hebben niet doorgepakt en liggen nu aan een lng-infuus van
Trump, dat elke dag duurder wordt. Elke euro in de energietransitie vergroot onze
strategische autonomie. Daarom ben ik heel blij dat deze week mijn voorstel, samen
met collega’s Klos en Jumelet, voor het versnellen van extra wind op zee voor 1 miljoen
huishoudens, is aangenomen. Ik hoop dat de Minister hier vaart mee wil maken.
We verbruiken nu al 25% minder gas dan vijf jaar geleden en dat succes kunnen we doorzetten.
Kortom, duurzame energie van eigen bodem betekent minder geopolitiek risico, stabielere
prijzen, betere gezondheid en een leefbare planeet. Sneller van fossiel af is de enige
oplossing.
Dank u wel.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik weet even niet wat ik hoor. Ik heb net een aantal betogen gehouden en dan had ik
het mooi gevonden als daarop een interruptie was gekomen. Dan hadden we hierover het
debat kunnen voeren. Dat ten eerste. U heeft het tegelijkertijd over de prijszekerheid,
de chantage en de afhankelijkheid van de Verenigde Staten. Dat zijn punten waar ik
het heel erg mee eens ben. Die zijn inderdaad risicovol voor ons. En daarom snap ik
juist niet dat GroenLinks-PvdA niet voor dit soort maatregelen kan zijn, omdat die
dezelfde zorgen van mevrouw Van Oosterhout kunnen wegnemen.
Bovendien zegt u – dat wil ik toch even aangestipt hebben – dat we gelukkig 25% minder
gas zijn gaan gebruiken sinds de energiecrisis en dat dit een succes is. Maar dat
is eigenlijk een ontzettende fout in ons systeem geweest. We zijn minder aardgas gaan
gebruiken, omdat bedrijven uit Europa zijn weggegaan. We zijn gedeïndustrialiseerd.
Dat is juist een enorme blunder die we hebben begaan. Dat draagt helemaal niet bij
aan de energietransitie die mevrouw Van Oosterhout ook zelf zo graag wil. Ik vraag
een reflectie daarop. Waarom word ik niet geïnterrumpeerd? En waarom wilt u deze maatregelen
niet meenemen voor uw eigen doelen?
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij is het heel duidelijk dat deze gascrisis een prijscrisis is. Als er iets
is wat ons beschermt tegen hogere prijzen, is het juist nu investeren in duurzame
energie. In het debat heb ik heel duidelijk aangegeven dat duurzame energie ons tegen
prijsschokken beschermt. Er zijn veel onderzoeken die dat laten zien. Het is belangrijk
dat we daarop doorpakken. Ik interrumpeer hier bewust niet op, omdat ik het onverantwoord
vind dat JA21 überhaupt dit plan lanceert. Ik ben blij om vandaag te zien dat veel
partijen aan mijn zijde staan.
De voorzitter:
In principe was ik van plan in tweede termijn slechts één interruptie toe te laten,
maar goed, bij dezen. De heer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat had u mij niet gemeld, voorzitter. Had u dat maar gedaan.
Mevrouw Van Oosterhout zegt mij daarop niet te interrumperen, maar ik denk juist dat
we hier op de beste plek zitten om met elkaar het debat te voeren. Ik vind dat erg
jammer om te constateren. We kunnen het met elkaar oneens zijn en dat mag ook in deze
democratie, maar juist met elkaar het debat aangaan moet toch kunnen? Dat zeg ik zeker
ook omdat u in uw eigen bijdrage wel frontaal de aanval opent op ons en ons standpunt.
Dit wil ik wel even aangestipt hebben. Ik heb respect voor het standpunt van mevrouw
Van Oosterhout, want u denkt er met zon en wind sneller te komen. Dat mag u vinden,
maar ik vind dat u dan ook realistisch moet zijn, want dit is niet van vandaag op
morgen gerealiseerd. En tot die tijd blijven we ons aardgas nodig hebben, juist ook
om de instabiliteit van zon en wind te kunnen compenseren. Kortom, als u dat realisme
nu toepast, denk ik dat u uw eigen doelen sneller zult kunnen behalen. Daartoe wil
ik mevrouw Van Oosterhout uitnodigen.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
Als er iets realistisch is, is het dat deze crisis opnieuw laat zien dat we nog meer
vaart moeten maken met de energietransitie. Als we sneller hadden geïnvesteerd in
wind en zon, hadden we nu niet in deze situatie gezeten. Ik wil de heer Van den Berg
vooral uitnodigen vaker aan mijn zijde te staan als het gaat om het versnellen van
de energietransitie. Dat is namelijk de enige weg waarop we echt weerbaar zijn en
loskomen van de chantage. We worden daardoor ook weerbaarder tegen deze prijsschokken.
Het aanboren van het Groningenveld gaat niets doen aan het verlagen van de prijs.
Het aanboren in Friesland gaat ook niets doen aan de prijs. Wel zorgt het voor enorm
veel onzekerheid voor mensen en voor enorme schade aan de natuur en het klimaat. Nogmaals
mijn oproep: weg van fossiel is de enige manier om ons energiesysteem weerbaar te
maken en ons te beschermen tegen de prijsschokken.
De voorzitter:
Mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording van onze vragen.
Als ik haar goed beluister, heeft zij de Nederlandse belangen scherp en neemt ze die
straks mee naar Brussel. Dat is heel fijn. Dat gaat van onder andere de Grid Package
tot energiesteun voor Oekraïne en de inzet op de verdeling van kosten voor infrastructuurprojecten.
Ik heb haar ook horen zeggen dat het kabinet inderdaad aan de slag is met de verschillende
scenario’s voor de actuele situatie en de gas- en olieprijzen. Daarin neemt ze de
verschillende cijfers mee en denkt ze na over de verschillende maatregelen.
De heer Markuszower vroeg mij op welke termijn ik verwacht dat het kabinet daarmee
komt. Ik passte die terug naar het kabinet. Ik begrijp dat het conflict zich nog heel
sterk aan het ontwikkelen is en dat dit zorgvuldig moet gebeuren. Aan de andere kant
zijn de zorgen bij burgers logisch en begrijpelijk. Ik vraag het kabinet daarom wanneer
het verwacht de Kamer hierover te kunnen informeren. Het stelt mij gerust dat het
kabinet voor de zomer met een besluit komt over de noodvoorraad. Ik ben blij met de
toezegging dat de Minister nog eens gaat kijken naar het nationaal crisisplan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Jumelet.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter, ik sluit mij aan bij collega Müller als het gaat om de scenario’s en de
vraag om ons daarover op enig moment te informeren. Ik begon met te zeggen dat in
2022 ... Laat dat niet zo lang wachten, want het gaat niet alleen over de crisis die
nu speelt, maar vooral over de transitie waarin we zitten. Van winter naar winter,
heb ik gezegd. De vraag is nog een keer gesteld of de Minister kan aangeven wanneer
ze met een meerjarig en integraal scenarioplan kan komen om te kijken wat ons te wachten
staat en vooral ook wat ons te doen staat.
Ik heb nog een vraag die ik toch wil stellen over Groningen. Het is net al voorbijgekomen.
Ik begrijp dat de Minister van BZK, de heer Heerma, deze week in Groningen is geweest.
Het is misschien goed het standpunt van het kabinet nog eens een keer te delen met
de Groningers. Het is hier vanmiddag juist verwoord, maar het moet ook duidelijk zijn
voor de mensen die het aangaat.
De voorzitter:
Tot slot van de zijde van de Kamer de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Het is inderdaad goed om te zien dat hier een Minister zit die dit
heel serieus neemt. De situatie waarin we zitten, leidt tot ernstige zorgen bij mensen.
We zijn inderdaad nog niet zo ver als we in de Oekraïnecrisis waren qua prijsontwikkeling,
maar het is wel iets om heel erg serieus te nemen en waarbij we op alle scenario’s
voorbereid moeten zijn. Ik zie dat het kabinet dat doet. Ik sluit me aan bij de vraag
van de VVD op welke termijn we dat kunnen verwachten en of de Minister het met de
Kamer kan delen wanneer dat nodig is.
Ik wens de Minister veel succes in Brussel. Nederland is weer terug in Europa als
aanjager van oplossingen en van stevig klimaatbeleid. Op ETS is dat essentieel. Ik
hoop dat de Minister die lijn kan vasthouden.
Ik hoorde een collega zeggen «drill, Stientje, drill», maar ik zou willen afsluiten
met de woorden «shine, Stientje, shine». De oplossingen gaan niet over fossiel; ze
gaan over de toekomst. Ze gaan over zonne-energie, windmolens en over kernenergie.
We hebben alle schone technieken nodig. De manier om van onze afhankelijkheden af
te komen is de energietransitie vlottrekken. Ik wens de Minister alle succes daarmee.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Er wordt even een antwoord voorbereid op de vraag van de heer Van den Berg over de
twee specifieke moties. Het lijkt me goed dat ik heel even wacht totdat ik dat antwoord
heb. Als we misschien even vijf minuutjes kunnen schorsen, dan heb ik daarna hopelijk
het antwoord.
De voorzitter:
Ja, we schorsen even vijf minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Hierbij heropen ik de vergadering voor de tweede termijn van de Minister.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamerleden voor hun inbreng in de tweede termijn.
Daarin hebben velen van u nogmaals onderstreept waarmee ik begon. We hebben echt een
gedeelde agenda daar waar het gaat om het versterken van onze onafhankelijkheid wat
betreft onze energiezekerheid. Allerlei middelen en oplossingen zijn af te wegen,
maar het is mooi om te zien dat we in grote mate tot een gedeelde koers kunnen komen.
Ik heb nog een aantal heel concrete vragen van de heer Van den Berg over de moties
die zijn aangenomen en wat we daarmee gaan doen. Kort door de bocht zou ik kunnen
zeggen: ja, we gaan ermee aan de slag. Ik zal u nog iets meer in detail aangeven wat
we daarmee gaan doen. Ik noem de vulgraden. Dat is een herzien onderdeel van de voor
het eind van dit voorjaar aangekondigde herziening van het EU-kader voor leveringszekerheid.
In die context gaan we daarmee aan de gang.
Meer lng-import: ja, in de tweede helft van dit jaar komt de uitbreiding van de gates.
Dat is de lng-terminal in Rotterdam. Zoals u weet, is dat online en dat betekent een
toename van de capaciteit van 1 naar 20 bcm per jaar. Dat is een forse vergroting
van die mogelijkheid.
Dan de kussengasreserve. Dat wordt bekeken in het kader van strategisch gasbeleid.
Zoals ik u gisteren al heb gemeld, komen we nog voor de zomer naar de Kamer met een
brief over dat strategisch gasbeleid.
Dan de laatste vraag over de kosten in rekening brengen bij andere landen. Dat wordt
deel van de Nederlandse inzet bij de aangekondigde herziening van het EU-kader. Hier
moet ik wel enigszins aan verwachtingsmanagement doen. We zien al wel dat het op dit
moment nog moeilijk ligt en dat er nog weinig medestanders zijn. Ook dit zullen we
uiteraard met zo veel mogelijk overtuigingskracht naar voren brengen. Het is voor
Nederland namelijk een belangrijk punt.
Mevrouw Van Oosterhout zei heel duidelijk: Groningen open? Nee. Meer energietransitie?
Ja. Daar zal ik mij kortheidshalve maar bij aansluiten. Mevrouw Müller vroeg samen
met de heer Jumelet en de heer Klos op welke termijn het kabinet met informatie komt.
Het is misschien goed om te zeggen dat de Minister van EZK al na het weekend met een
brief komt over de economische gevolgen. Dat zeg ik om maar te onderstrepen dat het
kabinet de urgentie van deze situatie absoluut heel serieus neemt. Zij komt dus met
een brief.
Zoals aangekondigd en toegezegd, zal ik kijken of het Crisisplan Gas nog up-to-date
is. Indien nodig zal ik daarvoor aanscherpingen voorstellen. Ik wil dat snel en goed
doen. Ik wil de Kamer voorstellen binnen een maand met een brief daarover te komen.
Dan kunnen we echt nog even goed kijken naar de huidige situatie en naar eventuele
andere zaken. Er is veel, maar ik wil het actualiseren en ervoor zorgen dat we het
echt toespitsen op de situatie, inclusief de geopolitieke situatie waaraan velen van
u hebben gerefereerd. Ik wil ervoor zorgen dat het in dat kader het juiste plan is.
Dan had de heer Jumelet nog een vraag over de leveringszekerheid. Dit voorjaar komt
er een nationale Wet bestrijden energieleveringscrisis naar de Raad van State. Eind
dit jaar of begin volgend jaar zouden we die dan in de Tweede Kamer kunnen bespreken.
Ik moet nog even een technische correctie doen: de capaciteit van de lng-import gaat
van 16 naar 20 bcm. Ik dacht al: zo, dat is wel een hele forse toename. Als dingen
handgeschreven zijn, is er altijd iets meer risico op verkeerd doorgeven. Mijn excuses
daarvoor. Ik zal het nu niet meer vergeten.
Voorzitter. Nog even over Groningen. Ik hoorde het verzoek over een luid en duidelijk
signaal voor de Groningers. Ik kan mevrouw Van Oosterhout melden dat de Staatssecretaris
van plan is nog deze maand naar Groningen te gaan. Daar kan hij persoonlijk, namens
het kabinet, die boodschap luid en duidelijk afgeven.
Daarmee hoop ik dat ik de vragen van de Kamer in tweede termijn heb kunnen beantwoorden.
De voorzitter:
Ik zag dat de heer Van den Berg nog een vraag had.
De heer Van den Berg (JA21):
Dat klopt, maar uiteindelijk wordt het meer een opmerking. Ik had het al opgeschreven.
We weten zelfs met het beleid van 12 naar 16 miljard kuub per jaar te gaan. Dat is
het werkelijke getal. Dat was precies de reden dat ik die motie heb ingediend. Dit
zit letterlijk al in de pijplijn, dus de gedachte was dat we daarna onderzoeken of
er nog meer ruimte is voor importeren en of dat nog een functie is voor het robuuster
maken van ons systeem. Dat wil ik nog even meegeven.
Maar dank u wel.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank aan de heer Van den Berg. Hij had me al gezegd: als ik iets voorleg, kloppen
de cijfers. Hij illustreert dat nu. Zo zorgen we met elkaar voor de juiste afwegingen.
Veel dank daarvoor. Het is natuurlijk altijd goed om te kijken of er nog een logica
is om via deze route nog tot verdere versterking te komen. Andere opties moeten we
natuurlijk ook afwegen. Volgens mij zijn we met deze Kamer gezamenlijk aan het kijken
wat we allemaal kunnen doen, wat de realistische opties zijn en wat de meest redundante
en meest kosteneffectieve opties voor Nederland, de Nederlandse economie en het Nederlandse
energiesysteem als geheel zijn. Ik heb daarin dus een open blik.
De voorzitter:
Goed. Dan komen we hierbij bij het einde van dit debat. Ik ga nog even de toezeggingen
voorlezen. Dat zijn er vier.
− De eerste is dat de Minister de Kamer zal informeren over de vraag of het nationaal
crisisplan geactualiseerd moet worden.
De vraag is wanneer dat komt. Dat gaat niet zozeer over de actualisatie als zodanig,
maar over de check of het überhaupt geactualiseerd moet worden. Zo heb ik de vraag
van mevrouw Müller begrepen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het lijkt me goed om dat in één brief samen te vatten. Anders ga ik nogmaals aankondigen
dat die brief binnen een maand komt. Op deze termijn lijkt het me dat we dat kunnen
combineren. Ik zie mevrouw Müller knikken.
De voorzitter:
Binnen een maand?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, de intentie was om dat binnen een maand te sturen.
De voorzitter:
De tweede toezegging.
− De Minister zal de Kamer informeren over de afweging van het kabinet met betrekking
tot de lex silentio positivo.
Wanneer worden we daarover geïnformeerd?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Het lijkt mij dat het op vrij korte termijn moet kunnen. Als «zo snel mogelijk» een
toezegging is waarmee de Kamer kan leven, dan zorg ik dat ik mensen niet onnodig laat
overwerken in het weekend als dit ook op een ander moment kan. Dit zou toch spoedig
te leveren moeten zijn.
De voorzitter:
De derde toezegging.
− De Minister zal de Kamer informeren over de verschillende scenario’s en gevolgen van
de huidige geopolitieke situatie.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Volgens mij komen we daarmee ook weer terug bij de vraag van de Kamer of de maatregelen
en crisisplannen klaarliggen en of die nog up-to-date zijn. Dat valt dus onder dezelfde
toezegging om binnen een maand met een brief te komen.
De voorzitter:
Tot slot.
− Er komt voor de zomer een brief naar de Kamer over het strategisch gasbeleid.
Mevrouw Van Oosterhout.
Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):
De Minister had volgens mij nog toegezegd om nog iets meer informatie te verstrekken
aan de Kamer over Colombia.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Ik kom graag nog met een brief over Colombia.
Ik hoor net dat het hele uitwerken van de lex silentio misschien ietsje langer duurt.
Ook daar komen we zo spoedig mogelijk mee. Enige flexibiliteit daarin zou gewaardeerd
worden.
De voorzitter:
En op welke termijn krijgen we de brief over Colombia?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Laat me even met mijn collega’s bekijken wat het meest logische moment is om u zo
veel mogelijk te kunnen zeggen. Als ik zeg over twee weken en we over een maand een
coherent programma hebben ... We zullen zorgen dat u die op tijd heeft in de aanloop
naar de conferentie. Er zal misschien een marge in zitten van een paar weken. Dus
er komt iets binnen die termijn.
De voorzitter:
De heer Van den Berg heeft nog een opmerking.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik snap even iets niet. Er werd gesproken over de toezegging aan de heer Klos over,
volgens mij, het Bescherm- en Herstelplan Gas.
De voorzitter:
Dat was een toezegging aan mevrouw Müller.
De heer Van den Berg (JA21):
Mevrouw Müller. Mijn excuses, voorzitter. Naar mijn weten worden die middelen opgenomen
in de Wet bestrijden energieleveringscrisis. Dat is volgens mij de kern van het plan
geweest. Het wordt opgenomen in de wet en die is voorgelegd voor consultatie. Nu hoor
ik de opmerking dat er een nieuw plan komt of dat het geactualiseerd moet worden.
De voorzitter:
De Minister gaat het uitleggen en de heer Van den Berg gaat zijn microfoon uitzetten.
De heer Van den Berg (JA21):
Mijn excuses.
De voorzitter:
De Minister mag het uitleggen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
We gaan ernaar kijken en we komen er zo snel mogelijk op terug.
De voorzitter:
De heer Klos heeft nog een opmerking.
De heer Klos (D66):
Ik weet niet of ik het als toezegging mag tellen, maar volgens mij omarmde de Minister
de suggestie om nu in Brussel als agendapunt naar voren te brengen dat wij gezamenlijk
willen gaan inkopen of in ieder geval de inkoop van gas willen coördineren. Dat is
om de prijs niet op te drijven. Telt dat als toezegging of is dat gewoon «de Minister
neemt het mee en informeert ons daarna of het gelukt is om dat punt te berde te brengen»?
De voorzitter:
De Minister mag het ook zelf zeggen. Iets is een toezegging als het een specifiek
punt is waarover een aparte Kamerbrief komt. Dit is volgens mij gewoon inhoudelijk
wat is meegegeven aan de Minister voor de Energieraad. Ze heeft gezegd dat ze dat
gaat doen. We gaan in het verslag lezen of ze dat gedaan heeft.
Er is ook nog een tweeminutendebat aangevraagd door de heer Van den Berg. Dat wordt
snel ingepland.
Ik wil graag alle aanwezigen bedanken. Ik sluit hierbij de vergadering.
Sluiting 16.39 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
D.S. Nava, griffier