Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 maart 2026, over Fiscaliteit
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 123
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 14 april 2026
De vaste commissie voor Financiën heeft op 11 maart 2026 overleg gevoerd met de heer
Eerenberg, Staatssecretaris van Financiën, over:
− de brief van de Minister van Financiën d.d. 29 augustus 2025 inzake kabinetsvisie
op de motie van het lid Teunissen c.s. over een grondslag creëren voor een belasting
op overwinsten van de wapenindustrie (Kamerstuk 28 676, nr. 543) (Kamerstuk 31 125, nr. 142);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 11 juli
2025 inzake warmtebedrijven en energiebelasting (Kamerstuk 36 576, nr. 117);
− de brief van de Minister van Financiën d.d. 8 december 2025 inzake handreiking «Kiezen
voor vereenvoudiging» van de IBTD (Kamerstuk 32 140, nr. 284);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 21 juli
2025 inzake fiscale geheimhoudingsplicht (Kamerstuk 31 066, nr. 1510);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 11 juli
2025 inzake afgeronde evaluaties fiscale regelingen (Kamerstuk 32 140, nr. 267);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 10 juli
2025 inzake evaluatie werkkostenregeling (Kamerstuk 36 602, nr. 163);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 1 juli
2025 inzake kabinetsreactie op rapport Evaluatie ANBI- en SBBI-regelingen (Kamerstuk
36 600 IX, nr. 46);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 10 juli
2025 inzake moties en toezegging over overdrachtsbelasting (Kamerstuk 36 602, nr. 162);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 7 juli
2025 inzake beprijzingsstudies gebouwde omgeving en ETS2 industrie (Kamerstuk 32 813, nr. 1525);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 23 september
2025 inzake digitaledienstenbelastingen (Kamerstuk 32 140, nr. 277);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 28 november
2025 inzake stand van zaken uitvoering van de motie van het lid Saris over een wetsvoorstel
voorleggen waarin de 30%-regeling wordt versoberd (Kamerstuk 29 544, nr. 1298) (Kamerstuk 29 544, nr. 1306);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 26 september
2025 inzake vereenvoudiging naar aanleiding van moties en de handreiking Ritme in
vereenvoudiging (Kamerstuk 32 140, nr. 280);
− de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 6 oktober 2025 inzake stand van
zaken belastingheffing over de bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) (Kamerstuk
31 066, nr. 1513);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 26 september
2025 inzake overzicht van fiscale prikkels om circulaire transitie te versnellen (Kamerstuk
32 140, nr. 278);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 30 september
2025 inzake beprijzingsstudies veehouderij/akkerbouw en glastuinbouw (Kamerstuk 32 813, nr. 1536);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 15 oktober
2025 inzake onderzoek naar mispercepties van marginale druk en arbeidsaanbod (Kamerstuk
32 140, nr. 281);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 30 september
2025 inzake kabinetsreactie op onderzoek naar Energie-investeringsaftrek (EIA) en
Milieu-investeringsaftrek (MIA) (Kamerstuk 36 812, nr. 7);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 11 juli
2025 inzake vervolg omzetting verbruiksbelasting alcoholvrije dranken en tegemoetkoming
toezeggingen (Kamerstuk 32 140, nr. 268);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 27 juni
2025 inzake IMF-rapport over fiscale stelsel BES-eilanden (Kamerstuk 32 893, nr. 7);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 27 juni
2025 inzake verkenning belastingvermindering energiebelasting toespitsen op huishoudens
(Kamerstuk 32 140, nr. 261);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 26 juni
2025 inzake onderzoeken gedifferentieerde vliegbelasting (Kamerstuk 31 396, nr. 7);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 12 juni
2025 inzake uitvoering motie van het lid Van Eijk over onderzoek naar knelpunten rondom
het fonds voor gemene rekening (Kamerstuk 36 602, nr. 105) (Kamerstuk 36 602, nr. 159);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 6 juni
2025 inzake heroverweging Wet Stroomlijnen (Fiscale vereenvoudigingswet 2017) (Kamerstuk
32 140, nr. 258);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 12 januari
2026 inzake overwogen opties voor dekking van het arrest van de Hoge Raad van 21 maart
2025 in de liquidatieverliesregeling (Kamerstuk 36 812, nr. 117);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 19 december
2025 inzake rapport van Werkgroep Afvalsector (Kamerstuk 30 872, nr. 322);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 12 januari
2026 inzake modernisering forfaits gebaseerd op de rente en levensverwachting in de
schenk- en erfbelasting (Kamerstuk 32 140, nr. 288);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 20 januari
2026 inzake onderzoek van de Universiteit Leiden naar de werking van de informatiebeschikking
(Kamerstuk 33 772, nr. 7);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 12 januari
2026 inzake rapport Evaluatie verlaagd tarief kleine brouwerijen (Kamerstuk 32 140, nr. 287);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 18 december
2025 inzake voortgang tegenbewijsregeling box 3 (Kamerstuk 36 706, nr. 28);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 19 december
2025 inzake reactie op verzoek commissie over het rapport «Green and progressive tax
proposals for the Netherlands» in opdracht van Oxfam Novib en Milieudefensie (Kamerstuk
32 140, nr. 286);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 17 december
2025 inzake onderzoek verschillen commerciële en fiscale jaarrekeningen (Kamerstuk
31 066, nr. 1524);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 16 december
2025 inzake toezegging overgangstermijn versoberen youngtimerregeling (Kamerstuk 36 812, nr. 116);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 9 december 2022
inzake reactie op verzoek commissie over een kabinetsreactie op de voorstellen van
het CNV over werknemersparticipatie (Kamerstuk 35 928, nr. 12);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 24 juni 2024
inzake antwoorden op vragen commissie over de contourenbrief gedifferentieerde verbruiksbelasting
van alcoholvrije dranken op basis van suikergehalte (Kamerstuk 32 140, nr. 186) (Kamerstuk 32 140, nr. 201);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 14 mei 2024 inzake
oplevering onderzoek naar de mogelijkheden voor een brede suikerbelasting op voedingsmiddelen
(Kamerstuk 32 140, nr. 187);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst d.d. 26 april 2024
inzake contourenbrief gedifferentieerde verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken
op basis van suikergehalte (Kamerstuk 32 140, nr. 186);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 15 december
2025 inzake vervolgonderzoek trailing tax (Kamerstuk 25 087, nr. 356);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 15 december
2025 inzake monitoring van de effecten van de aanpak van belastingontwijking (Kamerstuk
25 087, nr. 357);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 4 augustus
2025 inzake afschrift van de schriftelijke inbreng namens het Koninkrijk der Nederlanden
op 21 juli jongstleden op de publieke consultatie van de issues notes voor een VN-raamwerkverdrag
over internationale belastingsamenwerking (Kamerstuk 25 087, nr. 349);
− de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane d.d. 17 december
2025 inzake concept van VN-raamwerkverdrag internationale belastingsamenwerking (Kamerstuk
25 087, nr. 358);
− de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 3 maart 2026 inzake vervolgonderzoek
evaluatie van de gebruikelijkloonregeling (Kamerstuk 36 812, nr. 119);
− de brief van de Staatssecretaris van Financiën d.d. 2 maart 2026 inzake evaluatie
jaarlijkse ouder-kindschenkvrijstelling (Kamerstuk
31 066, nr. 1530).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie, C. Jansen
De griffier van de commissie, Weeber
Voorzitter: Van der Lee
Griffier: Lips
Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Dekker, Inge van Dijk, Van Eijk, Grinwis,
Hoogeveen, Van der Lee, Markuszower, Oosterhuis, Stultiens en Vermeer,
en de heer Eerenberg, Staatssecretaris van Financiën.
Aanvang 13.00 uur.
De voorzitter:
Ik open de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën. We hebben een commissiedebat
over nationale fiscaliteit. Van harte welkom aan de Staatssecretaris en zijn ondersteuning
en aan de leden. Ik ga de leden even noemen. Daarna vraag ik aan de leden van commissie
of zij ermee instemmen dat twee leden spreken die geen lid zijn van de commissie,
maar daar komen we zo dadelijk aan toe. Ik zie de heer Markuszower, de heer Hoogeveen,
mevrouw Van Eijk, de heer Stultiens, de heer Oosterhuis, de heer Dekker, de heer Vermeer
en ook mevrouw Van Dijk, naast mij. De heren Dekker en Markuszower zijn geen lid van
de commissie, maar willen wel graag meedoen aan het debat. Hoe denken de andere leden
daarover? Is dat akkoord? Ja, van harte welkom. Nou, mooi.
We gaan een eerste termijn doen. Gelet op het aantal sprekers, denk ik dat we het
aantal interrupties in de eerste termijn tot vier moeten beperken. Anders gaat het
uitlopen.
Ik begin aan mijn linkerzijde, bij de heer Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de commissie dat ik hier als gast mag spreken.
We zitten hier tegenover een nieuwe, maar wel een inhalige Staatssecretaris, want
de benzineprijzen en de dieselprijzen knallen door het dak en de mensen kunnen het
niet meer betalen. Ze krijgen het benauwd als ze aan de pomp moeten afrekenen. Ook
het bedrijfsleven wordt geconfronteerd met hoge brandstofprijzen en zij berekenen
die vervolgens weer door aan de consument. Hierdoor komen Nederlandse gezinnen nog
verder in de knel.
De inhaligheid – je kan het ook een vorm van diefstal noemen – zit ’m hierin: meer
dan de helft van de benzineprijs bestaat uit accijnzen en btw. En ja, aan het feit
dat de brandstofprijzen stijgen door geopolitieke spanningen kan de Staatssecretaris
niks doen, maar door die prijsstijging ontvangt de Staatssecretaris nu veel meer geld
dan hij nodig heeft voor zijn initiële begroting. Dus moet de Staatssecretaris niet
vanwege de geopolitieke spanningen zijn staatsportemonnee vullen. Ik noemde de Staatssecretaris
gisteren een omgekeerde Robin Hood, want hij pakt geld van de burgers af en geeft
het aan zichzelf, aan zijn schatkist, maar eigenlijk heb ik me gisteren vergist. Ik
had de Staatssecretaris de Sheriff van Nottingham moeten noemen, het karakter uit
de welbekende Disneyproductie. Die sheriff kneep de bevolking van Nottingham als een
vaatdoek uit en collecteerde op nietsontziende wijze oneerlijke en torenhoge belastingen.
Dat geld, die extra inkomsten op de brandstofaccijnzen en de btw, is van ons, zeg
ik tegen de Staatssecretaris, en niet van u. Dus geef dat geld alstublieft terug en
gun de mensen wat lucht in hun portemonnee. Kan de Staatssecretaris dit gewoon vandaag
toezeggen? Het is wel het minimale dat deze Staatssecretaris vandaag moet doen om
de prijzen aan de pomp enigszins betaalbaar te houden.
Dan nog wat algemene punten over de fiscaliteit. Via de inkomstenbelasting wil dit
kabinet een vrijheidsbijdrage innen: wollig taalgebruik voor een ordinaire belastingverhoging
voor de Nederlanders van 3,4 miljard euro. Datzelfde bedrag sturen we vervolgens direct
door aan Oekraïne. Krankzinnig, want Nederland heeft al veel meer geld gegeven aan
Oekraïne dan de meeste EU-landen, zeker uitgedrukt als percentage van het bbp.
Voorzitter, dan nog dit ter afsluiting. Vorige week kwam het bericht naar buiten dat
ambtenaren adviseren om te snijden in de schenkingsvrijstelling voor schenkingen van
ouders aan kinderen. Dit zou – ik citeer – niet meer van deze tijd zijn. Hoezo is
het niet meer van deze tijd om een bedrag – het gaat om maximaal zo’n € 7.000 – belastingvrij
aan je eigen kind te schenken? Waarom moet daar de kaasschaaf van de overheid overheen?
Voor het geld hoeft deze Staatssecretaris het niet te doen. Het budgettaire belang
van deze vrijstelling is met 60 miljoen euro namelijk verwaarloosbaar. De vrijstelling
voor schenkingen door ouders aan hun kinderen moet gewoon blijven. Graag een reactie
van de Staatssecretaris.
Sterker nog, wij pleiten voor een verruiming. Nu is er namelijk een eenmalige verhoogde
vrijstelling voor ouders. Een voorwaarde is wel dat de ontvanger, het kind, op het
moment van de schenking tussen 18 en 40 jaar oud is. Wij willen af van die maximale
leeftijd. De leeftijd van het kind moet niet bepalend zijn voor een vrij besteedbare
schenking, dus weg met die voorwaarde. Als de Staatssecretaris het niet met mij eens
is, overweeg ik een motie op dit punt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank voor uw inbreng. Dan gaan we luisteren naar de heer Hoogeveen namens
JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, dank. Dit is het commissiedebat Fiscaliteit met op de agenda zo’n 40 onderwerpen,
van de suikertaks tot de vliegbelasting en van benzineaccijnzen tot de pseudo-eindheffing
op fossiele leaseauto’s. Allemaal hele belangrijke onderwerpen waar ondernemers en
huishoudens dagelijks mee te maken hebben.
Maar goed, wij willen toch de olifant in de kamer benoemen en dat is box 3. Dat is
niet omdat de Kamer dat zo graag wil, maar omdat het kabinet, met steun van de partijen
aan de linkerzijde van dit huis, een belastingstelsel heeft opgetuigd dat inmiddels
is verworden tot wat je gerust «Pandora’s box 3» kan noemen. Nog geen maand geleden
stemde deze Kamer na jaren in met het wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3. JA21
heeft tegen dat wetsvoorstel gestemd. Niet omdat wij niets wilden veranderen, integendeel.
Tijdens de behandeling hebben wij herhaaldelijk gewaarschuwd voor fundamentele weeffouten
in dit voorstel. Wij zeiden dat het ontbreken van een achterwaartse verliesverrekening
fundamenteel oneerlijk is en dat het ontbreken van een doorschuifregeling bij huwelijksvermogensrechtelijke
overgangen of bij scheiding ertoe kan leiden dat mensen belasting moeten betalen over
vermogenswinsten terwijl daar op dat moment helemaal geen liquiditeit tegenover staat.
Maar die waarschuwingen werden terzijde geschoven, onze amendementen werden weggestemd.
Nu zitten we hier, nog geen maand later, en precies deze zaken worden door de Minister
van Financiën aangehaald om aan te geven: hier is iets niet goed gegaan. Pardon? Pas
na stevige kritiek uit binnen- en buitenland leek het kabinet te zwichten en zei het
dat het wetsvoorstel weer terug moet naar de tekentafel en vervolgens toch weer niet.
Dus waarom weegt de maatschappelijke druk zwaarder of in ieder geval lijkt die zwaarder
te wegen dan de kritiek uit de Tweede Kamer? Waarom zegt de Minister dat onze amendementen
ongedekt waren, terwijl dat juist wel het geval was? Wat betekent het als de Minister
van Financiën zegt: het voorstel moet terug naar de tekentafel? Voor zover ik het
begrijp, gaat de wet gewoon door en behandelen we ’m gewoon verder.
Wij hebben over de inhoud van het belastingstelsel en de richting die het stelsel
op gaat, nog een aantal punten. Terwijl Nederland steeds zwaarder belasting wil heffen
op beleggingen, probeert Europa juist het tegenovergestelde te bereiken. De Europese
Commissie werkt momenteel aan een savings and investments union en zegt dat Europeanen
minder moeten sparen en meer moeten beleggen, meer moeten investeren, kapitaal productiever
moeten inzetten in de economie. De Commissie riep deze week nota bene nog expliciet
op om dat savings and investments account te introduceren, met – ik citeer – de oproep:
maak investeren eenvoudiger en zorg dat mensen meer van hun rendement kunnen behouden.
Maar wat doet Nederland? Wij introduceren een vermogensaanwasbelasting van 36%, waarbij
dus zelfs de papieren winsten worden belast. Dat heeft dan weer grote gevolgen voor
het rente-op-rente-effect, het zogenaamde «compounding».
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Oosterhuis.
De heer Oosterhuis (D66):
Ja, nog op het vorige punt. Excuus, voorzitter. Het gaat over box 3. De heer Hoogeveen
is heel consistent in zijn kritiek en zijn voorstellen. Er is door JA21 in het debat
over regeringsverklaring een motie ingediend om die achterwaartse verliesverrekening
in te voeren en die te dekken uit het vermogensdomein. Aan welke dekking denkt de
heer Hoogeveen dan? Want dat is natuurlijk het probleem waar we in de wetsbehandeling
ook tegenaan liepen, dat elke wijziging of elk uitstel fors geld kost.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik ben blij met deze interruptie. Wat JA21 betreft was die dekking niet eens zozeer
in het vermogensdomein gehaald. Wat ons betreft trekken we het gewoon uit het Klimaatfonds.
Maar goed, om zo’n motie aangenomen te krijgen, werd er toch gevraagd vanuit coalitiekringen
om het binnen hetzelfde domein of in elk geval binnen het vermogensdomein te zoeken.
Het verbaasde me overigens dat de twee andere coalitiepartijen niet voor die motie
stemden, maar goed. Waar die dekking uiteindelijk vandaan komt, is precies waar de
motie toe oproept: om dat te onderzoeken, om te kijken waar er mogelijkheden liggen.
Het is een incidentele dekking. De dekking die ik in mijn amendement had, was een
iets lager heffingsvrij resultaat om de structurele kosten te dekken. De incidentele
kosten hadden wij in een koninklijk besluit opgenomen. Maar goed, deze motie vraagt
het kabinet om te onderzoeken waar die dekking precies kan liggen en dat op een rijtje
te zetten, zodat wij als JA21, als ChristenUnie als mede-indiener, kunnen gaan beoordelen
of dat binnen het plaatje past waar wij het graag willen zien.
De heer Oosterhuis (D66):
Daar gaat het natuurlijk wel om, want de incidentele derving is 3 miljard. Volgens
mij liep dat in het amendement van de heer Hoogeveen in het tekort op korte termijn,
terwijl ik JA21 vorige week in een commissiedebat nog hoorde zeggen dat het tekort
te ver oploopt. Die dekking zal dus toch gevonden moeten worden. In de motie, die
toch is ingediend door de heer Eerdmans, wordt gevraagd om dekking uit het vermogensdomein.
Daar staat toch de naam van JA21 onder. Ik hoor nog geen begin van een antwoord waar
die dekking dan gevonden moeten worden, dus ik vind het te gemakkelijk om die opdracht
bij het kabinet te leggen. Ik verwacht daar dan toch ook wel een idee van JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan draai je de zaken om. Deze motie vraagt juist aan het kabinet om dat te onderzoeken,
omdat er ook heel veel onduidelijk was. Ik hoef de heer Oosterhuis niet te herinneren
aan het feit dat wij ons amendement ten aanzien van de verliesverrekening indienden
en dat wij pas op de dag zelf de kostenraming kregen, waarbij wij ook vragen hadden
of die kostenraming wel klopte. Als je een achterwaartse verliesverrekening invoert,
heft dat namelijk de voorwaartse verliesverrekening uiteindelijk op. Het was volgens
ons nog steeds niet duidelijk of het Ministerie van Financiën daar rekening mee had
gehouden. Er was ook geen tijd meer voor, want we kregen letterlijk op dezelfde dag
pas het kostenplaatje. Deze gang van zaken vonden wij als JA21 in die zin überhaupt
al niet fijn, niet plezant, en die hielp ook niet in het uiteindelijk correct invullen
van deze wetgeving. Vandaar ook deze motie, die vraagt om het nu te onderzoeken. Daar
is een meerderheid voor in de Kamer. Dat gaat het kabinet nu doen. We zullen zien
waar het kabinet mee komt aan voorstellen. Dan kunnen we die vervolgens als Tweede
Kamer bespreken.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Eén aanvullende vraag. Ik ben benieuwd hoe principieel JA21 in de wedstrijd zit. Stel
dat die motie straks wordt uitgevoerd, dus dat 3,3 miljard aan achterwaartse verliesverrekening
wordt geregeld met dekking binnen het domein vermogen, zegt JA21 dan: dan gaan wij
die wet steunen en zijn wij akkoord met de vermogensaanwas? Of is deze motie niet
voldoende om het eindpakket te gaan steunen?
De heer Hoogeveen (JA21):
Wij hadden op zich fundamentele kritiek op de wet zoals die er lag bij het wetgevingsoverleg,
maar toen heb ik in mijn bijdrage ook al gezegd: er is nu geen tijd meer om dit systeem
dusdanig overhoop te gooien, om hier niet mee door te gaan. Wij hebben een aantal
fundamentele punten ingebracht, waaronder de verliesverrekening, en de andere amendementen
die wij indienden. Dan hadden wij een afweging gemaakt. Ik denk niet dat we dan per
se tegen hadden gestemd. Dit was voor ons echt een fundamenteel punt, mits er ook
een duidelijk pad is naar wat nu in het coalitieakkoord staat, dus dat we naar de
vermogenswinst gaan en dat ook een pad daarnaartoe wordt uitgestippeld, en dat dit
echt een tussenstation is. Dat is vooralsnog ook niet duidelijk. Er zijn dus nog wel
een hoop vragen.
De voorzitter:
De heer Hoogeveen vervolgt zijn betoog.
De heer Hoogeveen (JA21):
Wanneer er ieder jaar belasting uit het vermogen wordt gehaald, wordt dat effect telkens
onderbroken en blijft er uiteindelijk minder vermogen over om opnieuw te investeren.
Daarom heb ik de volgende vragen. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar deze tegenstelling?
Vindt hij dat Nederland met het box 3-stelsel zoals het nu voorligt nog wel aansluit
bij de Europese ambitie om juist investeringen meer te bevorderen? Onderkent de Staatssecretaris
dat het moment van belastingheffing invloed kan hebben op het uiteindelijke rendement
van beleggers, door het rente-op-rente-effect? Heeft het kabinet bij de keuze voor
de vermogensaanwasbelasting ook goed onderzocht hoe deze systematiek het compounding
effect beïnvloedt ten opzichte van vermogenswinstbelasting? Is de Staatssecretaris
bereid om in aanloop naar verdere besprekingen van dit wetsvoorstel ook te kijken
naar elk van die drie stelsels, dus het forfaitaire stelsel, de vermogensaanwasbelasting
met en zonder verliesverrekening, en vermogenswinstbelasting, uitgesplitst naar vermogenspercentiel,
en naar het effect daarvan op het rente-op-rente-effect, het nettorendement van de
belegger over 10, 20, 30 jaar en de totale belastingopbrengst voor de schatkist over
diezelfde periode? Is de Staatssecretaris bereid om dat te onderzoeken?
Voorzitter, tot slot. De coalitie presenteert deze vermogensaanwasbelasting als een
tussenstation op weg naar een stelsel van vermogenswinstbelasting. Dat staat ook in
het coalitieakkoord. Maar als ik de financiële plaat bekijk, zie ik eerlijk gezegd
nul, noppes, nada gereserveerd om die stap daadwerkelijk te zetten. Dat baart ons
zorgen. Het forfaitaire stelsel was namelijk ook ooit bedoeld als een tijdelijk tussenstation.
We weten hoe dat is afgelopen: daar hebben we vervolgens een kwarteeuw aan vastgezeten.
Dus hoe garandeert het kabinet dat we aan de ene kant de huidige wetgeving eerlijker
kunnen maken, zoals ik net al antwoordde op een interruptie, en aan de andere kant
concreet toewerken naar die vermogenswinstbelasting, zodat Nederland in 2050 niet
nog steeds vastzit aan een systeem dat eigenlijk niemand wil?
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Van Eijk, die spreekt namens
de VVD-fractie.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank je wel, voorzitter. Dit is het eerste commissiedebat Fiscaliteit met deze Staatssecretaris.
De VVD kijkt uit naar de samenwerking, maar is ook benieuwd naar zijn koers. De fiscale
agenda voor de komende jaren is uitdagend: vereenvoudiging van het belastingstelsel,
uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en tegelijkertijd
een eerlijk en robuust belastingstelsel. Juist daarom is het belangrijk dat daar een
duidelijke strategische lijn achter zit, dus niet alleen losse maatregelen, maar een
samenhangende fiscale agenda voor de komende jaren. Wat zijn voor de Staatssecretaris
de drie of vier belangrijkste fiscale prioriteiten voor deze kabinetsperiode? Welke
keuzes gaat hij maken om het belastingstelsel eenvoudiger en uitvoerbaarder te krijgen,
en tegelijkertijd economisch concurrerend te houden?
De VVD verwelkomt de uitbreiding van de fiscale beleids- en uitvoeringsagenda met
een vereenvoudigingsagenda. Een rechtvaardig en voorspelbaar belastingstelsel begint
bij eenvoud. Burgers en ondernemers moeten begrijpen waar zij aan toe zijn en de Belastingdienst
moet wetgeving ook kunnen uitvoeren. Signalen uit knelpuntenbrieven, uitvoeringstoetsen
en evaluaties moeten niet op de plank blijven liggen, maar waar mogelijk worden omgezet
in concrete aanpassingen, bijvoorbeeld via die vereenvoudigingswet. Wanneer kan de
Kamer de eerste concrete vereenvoudigingsvoorstellen verwachten binnen deze agenda?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben blij met het begin van het betoog van collega Van Eijk, met de nadruk die zij
vanuit de VVD-fractie legt op eenvoud. Tegelijkertijd is het trackrecord van de VVD
dat ze juist best wel vaak vasthield aan ingewikkelde en complicerende maatregelen.
Ik noem de toeslagen en de hervormingen waartoe we moesten komen. Dan bleef het toch
bij woorden en werd het nooit concreet. Ik noem de heffingskortingen in onze inkomstenbelasting
en diverse fiscale regelingen – ik wil nu niet eens per se insteken op de hypotheekrenteaftrek
– waar de VVD vaak aan hecht. Daarmee maakt de VVD het eerder complexer dan eenvoudiger.
Wat zijn deze woorden dan echt waard? Welke ruimte geeft mevrouw Van Eijk aan de Staatssecretaris
om daadwerkelijk een vereenvoudigingsagenda op tafel te leggen, waarin dus ook misschien
wel heilige huisjes op het hakblok komen te liggen?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Mijn oud-collega Aukje de Vries was mede-indiener van de motie die opriep tot vereenvoudiging.
Dat is een breed gedragen wens van deze Kamer. Ik ben inmiddels al tweeënhalf jaar
fiscaal woordvoerder. We weten allemaal hoe ongelofelijk ingewikkeld het is. Ik ben
dan ook blij met het coalitieakkoord. Het is een begin. Het zijn heel voorzichtige
stappen, maar er zitten wel degelijk maatregelen in die moeten leiden tot de vereenvoudiging
van het belasting- en toeslagenstelsel. Dat gaat bijvoorbeeld over het samenvoegen
van de kindregelingen en het schrappen van de kinderopvangtoeslag. We maken dus wel
degelijk een beweging. Ik ben ook blij om te lezen dat de ambitie van dit kabinet
is om vóór het einde van dit jaar met die hervormingsagenda te komen, want ik denk
dat we het heel erg met elkaar eens zijn dat er rapporten genoeg geschreven zijn inmiddels.
Alles ligt al op tafel. Het wordt tijd om politieke keuzes te maken. Ik denk dat je
dat op dat moment met elkaar moet doen. Ik realiseer me ook, en dat geldt ook voor
mijn fractie, dat daar een aantal maatregelen in zullen zitten waar wij niet per se
voor zijn, maar als de balans de goede kant op slaat, dan moeten we met z’n allen
bereid zijn om daar een stap in te zetten, denk ik.
De voorzitter:
Mevrouw Van Eijk vervolgt haar betoog.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Voorzitter. De VVD staat voor een stabiel en betrouwbaar fiscaal beleid. Regelingen
worden daarom niet lichtvaardig geschrapt op basis van één kritische evaluatie. Waar
nodig verbeteren we regelingen, bijvoorbeeld door een scherpere afbakening, betere
uitvoering en minder administratieve lasten. Tegelijk wil de VVD belastingontwijking
effectief aanpakken, maar zonder door te schieten. We zien dat maatregelen zoals de
earningsstrippingregeling en de CFC-regels de complexiteit vergroten en het vestigingsklimaat
raken. Nationale koppen op Europese antimisbruikregels moeten kritisch worden bezien,
zeker als ze investeringen in werkgelegenheid raken. Is het kabinet bereid om bij
de toekomstige implementatie van Europese antimisbruikmaatregelen expliciet te toetsen
of nationale koppen kunnen worden geschrapt, en de Kamer hierover actief te informeren?
Voorzitter. De evaluatie van de werkkostenregeling laat een gemengd beeld zien: het
systeem werkt, maar is te complex. De VVD wil vereenvoudiging, meer rechtszekerheid
en minder administratieve lasten voor werkgevers. De regeling moet werkgevers ruimte
bieden om goed werkgeverschap vorm te geven, zonder dat de WKR een verzamelplaats
wordt van allerlei beleidsdoelen. Wanneer kan de Kamer de kabinetsreactie op deze
evaluatie verwachten? Zien we daar een duidelijke prioritering van vereenvoudigingsopties
in terug, bijvoorbeeld door actualisering van vrijstellingen en verduidelijking van
regels?
Investeringsregelingen zoals de EIA, MIA en VAMIL zijn belangrijke instrumenten voor
verduurzaming en innovatie, en geven ondernemers een prikkel om te investeren. Onderzoek
laat zien dat omzetting naar een subsidie geen verbetering oplevert en meer onzekerheid
en regeldruk creëert. Daarom kiest de VVD voor versterking en vereenvoudiging van
het bestaande fiscale instrumentarium. Wat is de planning van het kabinet voor de
verdere uitwerking van deze investeringsregelingen? Wordt daarbij ook gekeken naar
vereenvoudiging of bundeling van regelingen?
Voorzitter. De VVD steunt een aantrekkelijke fiscale regeling voor medewerkersparticipatie
bij start-ups en scale-ups. Talent is immers doorslaggevend voor innovatie en groei.
Een internationaal concurrerende regeling met uitstel van heffing kan helpen om talent
aan te trekken en te behouden. Mijn fractie heeft vernomen dat er zorgen leven over
de vormgeving van deze regeling. Een vraag is of medewerkersparticipatie écht aantrekkelijk
wordt gemaakt. Dat is wel waar de VVD-motie, waar dit traject allemaal mee begonnen
is, nadrukkelijk toe heeft opgeroepen. Hoe denkt het kabinet te komen tot een internationaal
concurrerende regeling voor medewerkersparticipatie met een eenduidige definitie die
ook juridisch houdbaar is?
Voorzitter. Ten slotte een drietal actuele ontwikkelingen waar ik graag aandacht voor
wil vragen in dit debat. Ten eerste: institutioneel kapitaal dat zich terugtrekt uit
de woningmarkt. Dit raakt direct de investeringen in nieuwbouw. Fiscale factoren spelen
daarbij een rol, zoals de zeer restrictieve toepassing van de pensioenfondsvrijstelling
voor buitenlandse pensioenfondsen. Kan de Staatssecretaris ingaan op dit fiscale knelpunt
en bezien of de toepassing van deze vrijstelling eenvoudiger en voorspelbaarder kan
worden gemaakt? Zouden we niet terug kunnen naar een situatie waarin regelingen die
qua doel vergelijkbaar zijn met Nederlandse pensioenregelingen, in beginsel kwalificeren,
waarbij de Belastingdienst de vrijstelling kan weigeren wanneer aan wezenlijke kenmerken
niet wordt voldaan?
Ten tweede: het side-by-sidepakket wereldwijde minimumbelasting. De context verandert
in rap tempo. De VS hebben aangegeven dat Pijler 1 feitelijk van tafel is en dat men
opnieuw wil beginnen. Voor verschillende EU-lidstaten was juist de invoering van Pijler
1 een van de belangrijkste voorwaarden om met Pijler 2 mee te doen. Wat betekent deze
ontwikkeling voor de Europese positie en voor de houdbaarheid van Pijler 2?
Voorzitter. Ten derde, en dan rond ik af: de mogelijke knelpunten bij de uitvoering
van de pseudo-eindheffing voor fossiele leaseauto’s. Heel concreet gaat het om tijdelijk
of vervangend vervoer en wagenparkbeheer in concernverband. Is de Staatssecretaris
hiermee bekend en worden oplossingen verkend?
Tot zover.
De voorzitter:
Hartelijk dank. De heer Hoogeveen heeft nog een interruptie.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb de collega van de VVD niet gehoord over de perikelen rond box 3. Dat is, zoals
ik al zei in mijn inbreng, een keuze die je kan maken, aangezien er 40 andere onderwerpen
op de agenda staan. Maar ik ben toch wel benieuwd hoe de VVD kijkt naar hoe het de
afgelopen maand is gegaan ten aanzien van box 3 en hoe de VVD-minister erop heeft
gereageerd. Hoe ziet de VVD nu de weg voorwaarts om de Wet werkelijk rendement bij
te schaven dan wel te verbeteren?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank je wel voor deze vraag. Ik heb er inderdaad bewust voor gekozen om het nu niet
in mijn inbreng te noemen, omdat we er de afgelopen maanden, jaren, uitgebreid met
elkaar over hebben gesproken. We hebben de wet behandeld. De wet is aangenomen. Er
zijn ook heel veel moties aangenomen die wij zelf hebben ingediend en die collega’s
hebben ingediend. Afgelopen maand was er bij het debat over de regeringsverklaring
nog een motie. Ik zie dat het kabinet met een brief is gekomen. Daarin wordt het proces
geschetst van de volgende stappen wat betreft de Wet werkelijk rendement box 3. Ik
vind dat goed en belangrijk. Ik ben ook blij dat er gehoor wordt gegeven aan de onrust
die ook buiten is ontstaan. Ik zie dat we in de aankomende periode nog verschillende
momenten met elkaar hebben om het debat daarover te voeren, om te komen tot aanpassingen,
verbeteringen en, zoals de heer Hoogeveen in zijn inbreng ook aangaf, een duidelijk
perspectief op die laatste, cruciale stap om te komen tot die vermogenswinstbelasting.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dit leidt wel tot vragen. Mevrouw Van Eijk doet alsof er niets gebeurd is sinds het
vorige debat over box 3. Dat is natuurlijk niet waar. Ik hoop op iets meer zelfreflectie
over het hele proces. Ik vind het persoonlijk namelijk onbetrouwbare politiek richting
de coalitie – maar dat is niet mijn probleem – maar ook richting ons, de andere partijen.
We hebben allerlei plannen voorgesteld en ingediend, maar dat kon allemaal niet. Het
had grote haast, het moest voor 15 maart, er was geen geld en geen capaciteit voor.
En een week later besluit de Minister van Financiën zelf, op eigen houtje: het kan
nu wel, 3,3 miljard. We waren samen rapporteurs, dus ik hoop dat ook mevrouw Van Eijk
kan erkennen dat dit geen goede gang van zaken is en we zo niet met elkaar wetten
maken in dit land.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ik hoor geen duidelijke vraag van de heer Stultiens. Uiteraard, en daar begon ik mijn
antwoord richting de heer Hoogeveen ook mee, hebben we deze wet in de afgelopen tweeënhalf
jaar stap voor stap, en ook samen met de Kamer, denk ik, op een hele goede en ordentelijke
manier behandeld. Maar als je daarin zit, kun je je ook niet afsluiten voor wat er
buiten gebeurt. Heel eerlijk, ik ben geschrokken van de impact en het rumoer dat is
ontstaan nadat deze wet was aangenomen. Ik denk dat het goed is om dan nog een keer
kritisch te kijken naar wat er voorligt en welke mogelijkheden er zijn om daar verbetering
in aan te brengen. Ik ben ook heel benieuwd naar waar het kabinet mee gaat komen,
hoe ongelofelijk ingewikkeld wat wij nu vragen ook in de uitvoering is. Nog los van
allerlei vraagstukken rondom de budgettaire dekking, zal dit ook leiden tot de vraag
wat er dan níét kan, omdat het IV-portfolio van de Belastingdienst hartstikke vol
zit. Maar ik ben heel blij met de brief van de Staatssecretaris, waarin de opening
wordt gegeven om daar in ieder geval nog een aantal stappen in te zetten.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het ermee eens dat het inderdaad een heel zorgvuldig proces was. Juist daarom
is het zo raar dat er na afloop dingen worden gewijzigd. De enige reden die daarvoor
wordt aangevoerd: impact en rumoer. Dat is wel heel populistisch. Bovendien vraag
ik me dan af naar wie er echt wordt geluisterd in dit land. Als de rijkste man ter
wereld een tweetje stuurt, dan is het opeens wel impactvol, maar als hier mensen komen
protesteren over de AOW, dan kan er niks. Ik vind het dus heel scheef, en dat valt
me tegen van de VVD. We hebben eerst jarenlang heel zorgvuldig de wet behandeld. We
hebben zelfs nog gesproken met de Raad van State, met de banken et cetera – we hebben
iedereen gesproken. Na afloop, door een beetje onlineophef, wordt er opeens alsnog
geld beschikbaar gesteld. Dat vind ik een rare gang van zaken. Ik hoop dat dit in
de toekomst niet meer zo gebeurt.
De voorzitter:
Mevrouw Van Eijk? Nee. Dan ga ik naar de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik sloeg ook echt aan op de uitspraak «we zijn geschrokken van het rumoer». Hoe kun
je daar nou in vredesnaam van schrikken als we het er al twee jaar over hebben, er
een hele rits aan wijzigingsvoorstellen komt, en alles en iedereen – tenminste, ik
neem aan dat mevrouw Van Eijk ook haar mailbox opent – uit de sector zich roert, ook
spaarders die opeens getroffen worden? Hoe kun je dan nog schrikken van het rumoer?
Hoe werkt dat? Ik probeer mensen altijd te begrijpen, ook mevrouw Van Eijk probeer
ik te begrijpen.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ook dank voor deze vraag. Uiteraard, ik denk dat ik dezelfde mails krijg als de heer
Vermeer krijgt. Terugkijkend naar de behandeling van de Wet tegenbewijsregeling box 3
zag je vooral heel veel onrust in de vastgoedsector. Daar heeft de Kamer volgens mij
ook goed naar geluisterd, ook wetende dat het uitstellen van de Wet werkelijk rendement
juist deze specifieke groep gaat raken. Uiteraard heb ik ook gezien – dat hebben we
als VVD ook in ieder debat gezegd – dat die vermogensaanwasbelasting een noodzakelijke
tussenstap is; we moeten een beweging gaan maken. Ja, dat betekent dat die nog niet
voor iedereen goed gaat werken. Daarom ben ik ook blij met de handreiking die vanuit
het kabinet komt om sneller door te pakken naar een volledige vermogenswinstbelasting.
Maar heel eerlijk, in de aanloop naar de behandeling van de wet en de stemmingen daarover
hebben mij minder berichten bereikt dan mij bij de behandeling van de Wet tegenbewijsregeling
box 3 vanuit de vastgoedsector hebben bereikt.
De heer Vermeer (BBB):
Ik snap nu hoe dat dus werkt. Blijkbaar is er toen de vastgoedbranche tevreden was
in ieder geval een andere balans bereikt. Maar mij hebben net zoveel berichten bereikt
over wat er op dát moment voorlag. Ik ben wel blij met de voorstem voor mijn motie
om uiterlijk bij het Belastingplan 2029 met een bijstelling te komen, maar ik vind
het echt heel raar om te redeneren dat alles goed is als de vastgoedbranche rustig
is, terwijl wij gewoon van alle kanten allerlei berichten kregen. Wij kregen berichten
van alle mensen, ook die in de vastgoedbranche, want onze woningbouw is superbelangrijk,
dus ik ben blij dat we dat deel hebben kunnen oplossen. Maar we hebben ook al eerder
duidelijk gemaakt dat ook de Wet tegenbewijsregeling gewoon waardeloos is, omdat daarin
niet alle kosten afgetrokken kunnen worden. Wij zijn elke keer op grond van budgetneutraliteit
gedwongen tot iets te komen waarvan we al weten dat het hartstikke fout zit. Erkent
mevrouw Van Eijk dat?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Nee. Ik blijf zeggen dat we zo snel mogelijk uit de huidige situatie, met een fictief
rendement en een tegenbewijsregeling, moeten komen. Dat doen we met die Wet werkelijk
rendement, maar we zijn nog niet klaar. Er ligt nog een grote opgave om ervoor te
zorgen dat het voor álle belastingplichtigen gaat werken. Vandaar dat wij de motie
van de heer Vermeer hebben gesteund om zo snel mogelijk door te stappen naar de vermogenswinstbelasting.
Ook willen wij het perspectief geven waar een meerderheid van deze Kamer om vraagt,
door deze wet ook in de Eerste Kamer aangenomen te krijgen.
De voorzitter:
Dan gaan we luisteren naar de inbreng van de heer Stultiens namens GroenLinks-Partij
van de Arbeid.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Dank. Ten eerste natuurlijk hartelijk welkom aan de Staatssecretaris. Veel wijsheid,
succes en plezier met deze mooie portefeuille toegewenst. Ik hoop ook dat hij langer
blijft zitten dan zijn voorgangers. We hebben in een paar jaar tijd veel verschillende
koppen voorbij zien komen in deze commissie. Dat is niet goed voor de stabiliteit,
dus wens ik hem de volledige vier jaar toe.
Dit is het eerste debat sinds het coalitieakkoord. Ook daar reflecteer ik even op.
Ik zie veel gemiste kansen, zeker als ik het vergelijk met het stuk van D66 en het
CDA van een maand eerder. Daaruit bleek veel meer ambitie en veel meer goede stappen.
Helaas zijn die allemaal verdwenen. Ik ben benieuwd of de Staatssecretaris daar eerlijk
op kan reflecteren. Hoe gaat hij de komende jaren aan de slag? Gaat hij proberen deze
ruk naar rechts te herstellen? Gaat hij proberen ambitieuze plannen uit de oppositie
mede mogelijk te maken? Dat hoor ik dan graag. Wij zijn van harte bereid om dat in
elk geval te stimuleren. Daarom loop ik vandaag vijf gemiste kansen langs.
De eerste gaat over de belastingschuif van arbeid naar kapitaal. Voor de verkiezingen
beloofden alle partijen hier: werken moet lonen; we gaan de werkende middenklasse
belastingkorting geven. Na elke verkiezing zie je hetzelfde: de belastingen op arbeid
gaan fors omhoog, ook deze keer weer. Met 13,7 miljard euro gaan de belastingen op
arbeid en inkomen de komende jaren omhoog, terwijl er niks wordt gevraagd van de grootste
winsten, vermogens en vervuilers. Waarom legt het kabinet toch weer de rekening neer
bij deze gewone werkende mensen? Het is veelzeggend dat de VVD binnen een week het
coalitieakkoord openbreekt voor 3,3 miljard euro, maar niet om werken te laten lonen
maar om een belastingkorting aan beleggers te geven – na een boze tweet van de rijkste
man ter wereld. Kan de Staatssecretaris hier heel hard toezeggen dat deze belastingkorting
niet ten koste gaat van gewone werkende mensen, dus dat deze 100% gedekt wordt binnen
het domein vermogen en winst? Gaat deze Staatssecretaris ook verder met het tijdpad
dat ambtelijk was voorbereid voor het moderniseren van de forfaits binnen de schenk-
en erfbelasting?
De tweede gemiste kans gaat over de aanpak van fiscale regelingen. Ook daarover stonden
goede dingen in het tussenstuk van D66 en het CDA. Er liggen zo veel rapporten en
adviezen die zeggen: schrap nou deze geldverspillende en ondoelmatige regelingen;
hierdoor is het tarief voor gewone mensen bij de rest van de belastingen onnodig hoog.
Wanneer gaat de Staatssecretaris reageren op het ambtelijk rapport met als titel «Kansen
voor lagere tarieven» over de aanpak van fiscale regelingen, dat vorig jaar is verschenen?
Gaat deze Staatssecretaris de motie-Maatoug wél uitvoeren, die drie jaar geleden is
aangenomen? Die vraagt heel duidelijk om ook aan bestaande fiscale regelingen een
horizonbepaling toe te voegen. Dat betekent dat een regeling in principe eindigt,
tenzij we met elkaar beslissen om haar te verlengen. Die motie is zeer matig uitgevoerd
in de laatste jaren. Ik hoop dat het deze keer beter gaat.
De derde gemiste kans is fiscale vergroening. Dit kabinet zegt de klimaatdoelen te
willen halen, maar weet eigenlijk stiekem heel goed dat dat niet gaat lukken met het
huidige pakket. Hoe gaat deze Staatssecretaris ervoor zorgen dat ook op zijn terrein
van de fiscale vergroening de doelen wél gehaald gaan worden? Wanneer kunnen we aanvullend
beleid verwachten? Hoe staat het met de uitvoering van onze motie van vorig jaar over
het beter spreiden van de plastic-heffing over de hele keten in plaats van alleen
maar aan het eind van de keten bij de afvalverwerkingsinstallaties?
De vierde gemiste kans is de hervorming van het toeslagenstelsel. Daar wachten we
ook al tien jaar op. Bij elke formatie hopen we steeds weer: nu gaat het lukken. Maar
ook deze keer is er veel te weinig ambitie. Gaat deze Staatssecretaris proberen dat
recht te trekken? Of worden het helaas weer vier verloren jaren?
De laatste gemiste kans gaat over de aanpak van belastingontwijking. Dank voor de
uitgebreide brief over de Zucman-belasting. De Staatssecretaris geeft aan ergens de
wens te snappen maar nog veel beren op de weg te zien, bijvoorbeeld als het gaat om
de informatiepositie van de Belastingdienst. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat dit wordt
verbeterd zodat dit in de toekomst wél mogelijk wordt? Ik heb ook de brief gelezen
over de exitheffing. De Staatssecretaris gaat daarin vooral in op de trailing tax.
Hij zegt eigenlijk hoe moeilijk dat is, maar geeft stiekem ook aan dat een exitheffing
misschien wel zou kunnen, maar nader onderzocht moet worden. Dat leidt tot de volgende
logische vragen. Wanneer wordt dit onderzocht en wanneer kunnen we daar de resultaten
van verwachten?
Dan de belasting op grote techbedrijven. Ook hier wordt al jarenlang aan gewerkt.
Tien jaar geleden gebeurde dat al in Europa. We hopen steeds op een wereldwijde aanpak
met Pijler 1, maar we weten eigenlijk stiekem wel dat dat niet gaat gebeuren. Dan
is de logische vervolgvraag wanneer we zelf stappen gaan zetten als land, want deze
techbedrijven betalen niet hun fair share. We zien dat in andere landen, zoals Frankrijk,
Italië en Spanje, wel een nationale heffing is ingevoerd. Hoe kijkt de Staatssecretaris
daarnaar?
Voorzitter. Ik hoop dat de Staatssecretaris onze zorgen deelt over deze gemiste kansen
en dat hij bereid is om op deze punten het beleid socialer en groener te maken. Wij
helpen daar graag aan mee.
Ik wil nog één praktisch punt maken. Dat gaat niet over de Staatssecretaris, maar
over onszelf. Wij zeggen elk jaar dat we minder van dit soort debatten met 40 agendapunten
moeten organiseren. Ik zou er echt voor willen pleiten dat dit de laatste keer was.
We moeten gewoon vaker en gestructureerder debatteren over minder agendapunten. Dit
is namelijk echt zonde van al die rapporten die vandaag niet de aandacht krijgen die
ze wel verdienen. Daarom zal ik morgen ook een paar schriftelijke overleggen aanvragen.
Volgens mij moeten wij dit als commissie echt beter gaan doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank. Nog even over dat laatste punt. In de strategische procedurevergadering hebben
we de afspraak gemaakt dat we het vaker en beter zouden inplannen om het volume van
de agendapunten terug te brengen. Dit is een terechte herinnering.
Ik ga het woord geven aan de heer Oosterhuis namens D66.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank u wel, voorzitter. We hebben inderdaad een hele volle agenda vandaag, dus ik
kom direct ter zake, maar niet voordat ik de Staatssecretaris hier van harte welkom
heb geheten. Dit brede debat in dit knusse zaaltje is een mooie vuurdoop.
Ik wil kort beginnen met box 3. Bij de behandeling van de Wet werkelijk rendement
hebben we natuurlijk breed in deze Kamer geconstateerd dat deze wet niet briljant
is. Maar de huidige praktijk in box 3 is óók een drama. Elke wijziging of elk uitstel
van de Wet werkelijk rendement leidt al snel tot belastingderving. Daarvoor moet dekking
worden gevonden binnen de belastingen op vermogen. De rekening mag niet komen te liggen
bij werkenden of worden doorgeschoven naar de toekomst.
Voorzitter. Richting de toekomst wil ik het hebben over de hervormingsagenda van het
belastingstelsel. We weten allemaal dat het stelsel echt anders moet. De Staatssecretaris
heeft in het coalitieakkoord de opdracht gekregen voor een herziening langs drie sporen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik reageer nog even op het eerste punt. Wat is precies de portee van wat collega Oosterhuis
hierover zegt? Zoals collega Hoogeveen al terecht zei: als je achterwaartse verliesverrekening
toevoegt aan het stelsel van box 3, dan heb je minder voorwaartse verliesverrekening.
Dan heb je in ieder geval een kasritme-issue. Maar op een gegeven moment is er minder
derving dan in het huidige stelsel zoals we het hebben vastgesteld als Tweede Kamer.
Hoe speelt dat een rol in de afweging van collega Oosterhuis in hoeverre het gedekt
moet worden?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik kan me inderdaad indenken dat dat in de toekomst leidt tot een lagere verliesverrekening.
Ik zie daar graag cijfers van. Maar het zal op z’n minst tot een verschuiving in de
tijd leiden. Volgens mij zal het in de eerste jaren leiden tot een belastingderving,
die natuurlijk in een tijd komt waarin het EMU-saldo, het begrotingstekort, al oploopt.
Ik zie daar ook in andere dossiers druk op staan, terwijl we heldere regels hebben
over hoe we daarmee omgaan. Ik vind dus dat dit binnen deze kabinetsperiode gedekt
moet worden.
De voorzitter:
De heer Oosterhuis vervolgt zijn betoog. Nee, toch niet. Er is nog een vraag.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb toch ook nog een vraag over box 3. Ik kan me herinneren uit het wetgevingsoverleg
dat D66 het ontbreken van een doorschuifregeling bij huwelijksvermogensrechtelijke
overgangen of bij scheiding ook een oneerlijk onderdeel vond van de Wet werkelijk
rendement. We hebben daar zelfs nog samen een motie over ingediend. JA21 heeft daar
ook een amendement over ingediend. Dat was ook gedekt. Dat zou uit een wat lager heffingsvrij
resultaat komen van, uit mijn hoofd, € 12. Waarom heeft D66 daar toen tegen gestemd?
Hoe kijkt D66 naar de toekomst, om die regeling er toch in te krijgen?
De heer Oosterhuis (D66):
Dat is een terechte vraag, want ik heb me inderdaad zorgen gemaakt over hele hoge
belastingaanslagen bij bijvoorbeeld overlijden of bij een scheiding, juist in die
delen waar een vermogenswinstcomponent zit. Het probleem rond het amendement van de
heer Hoogeveen zat volgens mij niet in de dekking, maar in de uitvoerbaarheid. Dat
hebben we ondervangen met de motie die vraagt om ruime betalingsregelingen. Mocht
er een uitvoerbare variant zijn van zo’n regeling die de heer Hoogeveen bepleit, dan
ben ik zeker bereid daar serieus naar te kijken.
De voorzitter:
De heer Oosterhuis kan zijn betoog vervolgen.
De heer Oosterhuis (D66):
Ik was gebleven bij de herziening van het belastingstelsel. We hebben in het coalitieakkoord
langs drie sporen afspraken gemaakt: stapsgewijze vereenvoudigingen, modernisering
van het ICT-landschap en een hervormingsagenda. Is de Staatssecretaris bereid hierover
op korte termijn een uitgebreide brief naar de Kamer te sturen met een overzicht van
de planning, de verschillende bouwstenen en de momenten waarop de Kamer hierin keuzes
kan maken?
Ook de SER zal met een advies komen. Dat kan een belangrijke bijdrage leveren aan
de discussie. De SER doet dit nu op eigen initiatief. Er is geen adviesaanvraag voor
gedaan. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar? Lijkt het hem verstandig om alsnog
een adviesaanvraag aan de SER te doen? Hoe kijkt hij aan tegen het daarbij ook betrekken
van de motie van het lid Dassen over de fiscale regelingen?
Voorzitter. Ik kom op de suikerbelasting. Ik ben blij dat deze in het coalitieakkoord
is opgenomen. Vorige week kwam nog in het nieuws dat de helft van de tieners elke
week meer dan 90 suikerklontjes aan frisdrank wegdrinkt. Dat is slecht voor de gezondheid
en het leidt ook tot hoge maatschappelijke kosten. Ik vraag de Staatssecretaris daarom
om haast te maken met dit voorstel. Kan hij de planning schetsen? Veel landen laten
ook zien dat een gedifferentieerde suikerbelasting werkt; hoe meer suiker, hoe hoger
de belasting. Gaat de Staatssecretaris dat in Nederland op dezelfde manier doen? Gaat
hij vooruitlopend op de suikertaks ook de huidige belasting op frisdrank differentiëren
naar suikergehalte? Hoe ziet de Staatssecretaris deze twee belastingen uiteindelijk
samen? Gaat hij ze samenvoegen?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
In het verleden zijn hier ook moties aangenomen van mij en collega Erkens om tot een
suikerbelasting te komen à la Frankrijk of het VK. Zij hebben waarschijnlijk ook een
zodanig sturende werking op de markt dat de fabrikanten hun suikergehalte gaan aanpassen.
Prachtig, voor het doel. De opbrengst zal dan alleen navenant lager zijn. Sterker
nog, er zijn allerlei varianten op tafel gelegd die netto niets zouden opleveren.
Wat schetst mijn verbazing? Ik sla de budgettaire bijlage open – ik vergeet altijd
het coalitieakkoord, de budgettaire bijlage niet – en daar staat dan een structureel
bedrag van 850 miljoen. Hoe dan?
De heer Oosterhuis (D66):
Ik snap deze vraag, want dit is natuurlijk bij veel belastingen op consumptie een
terugkerend item, ook bij fiscale vergroening. Wat mij betreft staat preventie bij
deze belasting centraal. Dat zou uiteindelijk een effect kunnen hebben op de opbrengsten.
Zij is geraamd met een opbrengst en ik ga ervan uit dat er bij de invoering een opbrengst
zal zijn. De tijd zal leren hoe daar het gedrag op wordt aangepast en wat dat vervolgens
weer betekent voor de hoogte van de heffing.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat is een veelbelovend antwoord, zeker als ik het vergelijk met wat de heer Oosterhuis
net zei over box 3. Moet het dan wel binnen de kabinetsperiode rondlopen? Hoe dan?
Als het preventie-effect vooropstaat, wat op zich een verstandige doelstelling is,
dan kan D66 hier geen oogje toeknijpen op de budgettaire effecten. Betekent dit dat
er misschien al andere belastingverhogingen in het vat zitten? Als de suikertaks bijvoorbeeld
netto 200, 300 of 400 miljoen oplevert, moet de resterende 450 miljoen dan uit alcohol
komen of iets anders?
De heer Oosterhuis (D66):
We gaan hier volgens mij wel heel ver in de toekomst speculeren. Ik verwacht een variant
die in ieder geval in de jaren van het coalitieakkoord een opbrengst oplevert. Dan
gaan we vervolgens ook wel zien wat daar voor gedragsaanpassingen van fabrikanten
op komen. Gaandeweg zullen we dan bekijken hoe zich dat ontwikkelt. Ga niet te ver
in de toekomst kijken.
De voorzitter:
Dat wil de heer Vermeer, geloof ik, wel. Meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, absoluut, want we zien hier weer een sterk staaltje luchtfietserij. We hebben
dat ook bij de accijnzen op tabak en alcohol gezien. Er staat structureel 850 miljoen
in de boeken, terwijl de heer Oosterhuis zegt dat het om de preventieve werking gaat.
Als de preventieve werking werkt, kunnen jullie dat geld gewoon vergeten. Maar zoals
het hier altijd werkt, moet dat vervolgens weer uit hetzelfde domein gehaald worden,
net zo lang totdat niemand in Nederland meer iets met suiker koopt. Dan is de preventie
niet geslaagd en de kas is dan leeg. Hoe gaat de heer Oosterhuis voorkomen dat we
in precies dezelfde mechanismen terechtkomen als met tabak- en alcoholaccijnzen? Prachtige
verhalen, lagere opbrengsten en nauwelijks resultaat op het doel preventie. Uiteindelijk
leidt het gewoon tot heel veel grenstoerisme en het kapotgaan van de economie in de
grensregio’s.
De heer Oosterhuis (D66):
Volgens mij is het effect op de tabaksconsumptie toch echt wel anders. Er wordt substantieel
minder gerookt dan een aantal jaren geleden. Ik hoop eerlijk gezegd dat dat bij suiker
ook het geval zal zijn, dus dat de suikerconsumptie echt omlaaggaat. Want 90 suikerklontjes
per week vind ik echt een probleem, vandaar dat wat mij betreft de prioriteit bij
de preventieve werking ligt. Ik verwacht dat daar nog steeds een heel substantiële
opbrengst aan vastzit. Bij de uitwerking van het wetsvoorstel zullen we verder bekijken
welke tarieven daarbij horen.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik had mijn vijf minuten niet gehaald, maar nu het toch over suikerbelasting gaat,
is dat een mooie kans. Ik ben benieuwd of D66 met ons deelt dat we niet tot 2030 moeten
wachten met deze suikerbelasting, maar dat we nu al moeten kijken naar de verbruiksbelasting
op frisdrank. Zo ja, voor welke variant heeft D66 dan de voorkeur? De Kamer moet nog
steeds een variant kiezen. Daar wachten we al een tijdje op. Ik ben benieuwd hoe D66
daarin zit.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank voor deze vraag. Ik heb net ook aan de Staatssecretaris gevraagd of hij de huidige
verbruiksbelasting op frisdrank gaat differentiëren. Ik zou daarvoor zijn en dan neig
ik naar een variant met zo min mogelijk uitzonderingen.
De voorzitter:
Meneer Oosterhuis, vervolgt u uw betoog.
De heer Oosterhuis (D66):
Dan ga ik verder met de autobelastingen en elektrisch rijden. De overstap naar elektrisch
vervoer is uiteindelijk cruciaal voor de klimaatdoelen. Die maakt automobilisten ook
minder afhankelijk van de olieprijs, waar deze weken ook weer heel veel mensen keihard
de nadelen van voelen. Voor D66 is het een belangrijk uitgangspunt dat een elektrische
auto altijd voordeliger moet zijn dan een vergelijkbare fossiele auto. Hoe gaat de
Staatssecretaris ervoor zorgen dat elektrisch rijden structureel aantrekkelijker blijft
dan fossiel rijden? Gaat hij er bijvoorbeeld voor zorgen dat bij de hervorming van
de mrb een elektrische auto een lager tarief krijgt dan een benzine- of dieselauto?
Kan er sterker gestuurd worden op het onaantrekkelijk maken van nieuwe fossiele auto’s,
omdat die eigenlijk niet meer passen in de transitie? Wat kan het kabinet doen om
tweedehands elektrische auto’s aantrekkelijker te maken? Kijkt de Staatssecretaris
bijvoorbeeld naar een e-timerregeling om ook wat oudere elektrische voertuigen aantrekkelijk
te houden? Ik hoor graag hoe de Staatssecretaris dit concreet wil vormgeven.
Voorzitter. Dan de afvalstoffenbelasting.
De voorzitter:
Ogenblik. De heer Vermeer heeft nog een interruptie.
De heer Vermeer (BBB):
In verband met het aantrekkelijk maken van elektrische auto’s wil ik de heer Oosterhuis
graag vragen wat hij ervan vindt dat eerder al de voordelen voor elektrische bestelauto’s
afgeschaft zijn, omdat de total cost of ownership van elektrische auto’s al gunstiger
zou zijn dan van brandstofauto’s. Wat de heer Oosterhuis nu zegt, kan niet allebei
waar zijn. Wat is volgens hem wel waar? Zijn elektrische auto’s nu wel of niet al
aantrekkelijk qua totaal kostenniveau, ja of nee?
De heer Oosterhuis (D66):
Niet op alle fronten. Ik denk dat heel veel mensen zelf niet de total cost of ownership
berekenen. Dat heeft er ook mee te maken hoelang je de auto in bezit hebt, hoeveel
je erop afschrijft et cetera. Je ziet ook dat de transitie stopt en minder snel gaat
dan in andere landen, zoals Noorwegen. Ik ben er dus voor om de transitie aantrekkelijker
te maken.
De voorzitter:
U kunt uw betoog vervolgen.
De heer Oosterhuis (D66):
Voorzitter. Bij het Belastingplan is de motie-Stultiens c.s. aangenomen om tot een
andere invulling te komen van de afvalstoffenbelasting. Als dat niet gebeurt, zijn
circulaire bedrijven de dupe. In december heeft de Werkgroep Afvalsector een rapport
met ideeën gepubliceerd. Hoe staat het met de uitvoering van die motie?
Voorzitter. Van afval ga ik in één beweging door naar goede doelen. Vorige week heeft
de commissie Beter Geven haar derde rapport uitgebracht. Wil de Staatssecretaris hier
een schriftelijke reactie op sturen? Wil hij deze voorstellen wellicht meenemen richting
het komende Belastingplan?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Inderdaad, een interessante bijeenkomst. Het is goed als we daar een reactie op krijgen.
Ik ben benieuwd hoe de heer Oosterhuis denkt over een idee dat in ieder geval bij
mijn partij leeft, namelijk nadenken over hoe je bepaalde initiatieven vanuit de samenleving
fiscaal aantrekkelijk zou kunnen maken. Schuldhulpverlening blijkt veel effectiever
als die vanuit de samenleving komt dan wanneer die vanuit de overheid komt. Ik zie
hier echt gewoon een enorme kans om de samenleving sterker te maken. Ik ben benieuwd
of ik de heer Oosterhuis aan mijn zijde kan vinden.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank voor deze mooie vraag. Mijn partij komt namelijk uit een traditie waarin we initiatieven
van onderop en vanuit de samenleving eigenlijk altijd beter en belangrijker vinden
dan wat de staat allemaal voor je kan organiseren. Ik ken de exacte voorstellen van
mevrouw Inge van Dijk niet, maar ik zie daar zeker met interesse naar uit.
De voorzitter:
De heer Oosterhuis vervolgt zijn betoog.
De heer Oosterhuis (D66):
Voorzitter. Tot slot een blokje internationaal. Vaak ligt in internationale samenwerking
de echte oplossing voor het belasten van de allerrijksten en de winsten van multinationals.
Gabriel Zucman, die wij hier laatst in de Kamer ontvingen, liet zien dat internationale
belastingontwijking nog steeds enorme proporties kent. Uit de brief van de Staatssecretaris
van vrijdag blijkt hoe weerbarstig de aanpak hiervan is. Ik wil hem wel oproepen om
hierin namens Nederland een actieve rol te blijven spelen. Hoe kijkt hij naar de voorstellen
die internationaal circuleren om belastingontwijking verder aan te pakken, bijvoorbeeld
via mondiale minimumheffingen of andere vormen van internationale coördinatie? Hoe
gaat hij zich hiervoor inzetten?
Hoe kijkt hij in dat licht aan tegen het recente side-by-sidepakket, waarin toch wordt
toegestaan dat de Verenigde Staten bedrijven paaien met lagere belastingen? De kracht
van een minimumbelasting is juist dat iedereen zich aan het minimum houdt, om een
negatieve spiraal van steeds lagere belastingen te voorkomen. Hoe voorkomen we dat
we toch in die negatieve spiraal terechtkomen als andere grote landen het voorbeeld
van Trump willen volgen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. U heeft geen interrupties meer, meneer Grinwis. U heeft er al vier
gepleegd. Maar u mag wel aan uw betoog beginnen, namens de ChristenUnie.
Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb meerdere debatten vanmiddag, dus er liggen meerdere
bijdrages hier klaar.
Voorzitter. Heel veel wijsheid en succes en plezier aan de Staatssecretaris gewenst
voor de komende vier jaar; dat zeg ik met nadruk op «vier».
Voorzitter. Ik begin ook maar even met box 3. Ik was hoogst verrast op de dag van
de kabinetsinstallatie door de opmerking van de Minister van Financiën. Sommige van
mijn collega’s waren dat ook. Het kabinet heeft vol gas doorgestoten met het wetsvoorstel
voor het nieuwe box 3-stelsel, ondanks een kritische Kamer. Er was door het risico
op vertraging en de strakke budgettaire kaders niks mogelijk. Bijna alles werd ontraden.
Nu draait de Minister van Financiën de boel weer terug, terwijl de stukken al in de
postzak voor de Eerste Kamer zaten, of daar zelfs al waren gedeponeerd. Althans, dat
was de suggestie.
Wat is dit precies voor klucht? Was deze Staatssecretaris op de hoogte van deze actie
van de Minister van Financiën? Wie gaat er nu over box 3, de Staatssecretaris of de
Minister van Financiën? Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij de Kamer nu meeneemt
in de verschillende richtingen die onderzocht worden, inclusief de dekkingen, en niet
pas bij het Belastingplan? De brief was in die zin wel een goede eerste stap, maar
ik ben benieuwd naar het vervolg.
Voorzitter. We staan voor een grote opgave wat betreft de vergroening van onze mobiliteit.
In het Belastingplan zat een drastische verhoging van de bijtelling voor elektrische
auto’s. Die zou die vergroening ernstig schaden. Daarom heb ik samen met collega Oosterhuis
een amendement ingediend om die verhoging van de bijtelling te verzachten. Dekking
voor het amendement werd gevonden in een versobering van de youngtimerregeling. Het
fiscaal bevoordelen van relatief vervuilende auto’s past immers niet bij die vergroeningsopgave.
We hebben toen in overleg met Financiën geprobeerd om die afbouw geleidelijk te maken.
Tegelijkertijd lag er de eis om de eerste jaren voldoende dekking te hebben. Dat leidde
toch tot een vrij abrupte verhoging, van vijftien naar zestien jaar in 2026, met een
eerbiedigende werking voor de auto’s die als vijftienjarigen in 2025 in de regeling
waren ingestroomd. Vervolgens zou dat volgend jaar leiden tot een verhoging van 16
naar 25 jaar.
Dat heeft budgettair tot gevolg dat er sprake is van structurele overdekking. In de
praktijk leidt dat tot een schok bij vooral de autodealers die zich hebben gespecialiseerd
in youngtimers. Natuurlijk wordt er al jaren over afschaffing van de youngtimerregeling
gesproken, maar de sprong in het amendement dat kort voor de jaarwisseling werd aangenomen,
van 16 naar 25 jaar in 2027, is te groot.
Daarom kom ik met een reparatievoorstel. Dat luidt als volgt: hou de ingroei het komend
jaar of de komende twee jaar zoals die nu is, dus op zestien jaar, zodat er niet enorm
hoeft te worden afgeschreven op de ingekochte voorraad. Bevries vervolgens, als tweede
stap, de regeling helemaal op het ingangsjaar 2011 of 2012 en bouw het dus geleidelijk
af, niet naar 25 jaar, zoals in het amendement staat, maar volledig. Vul ten derde
het dekkingsgat dat op korte termijn eventueel ontstaat zo nodig op met een lichte
verhoging van het bijtellingspercentage voor youngtimers. Dat is nu 35% en zou dan
een paar procent omhooggaan, mits dat nodig is voor de budgettaire dekking. Mijn vraag
aan de Staatssecretaris is: hoeveel zou daarvoor nodig zijn?
Ten vierde moeten we de structurele overdekking uit het amendement en dit voorstel
benutten voor een goede e-timer- dan wel greentimerregeling. Nu komen deze gesubsidieerde
elektrische auto’s na vijf jaar uit de lease en gaan ze massaal de grens over naar
het buitenland. Waarom komt er vanaf dat aangrijpingspunt geen goede regeling? Zo
nodig kan dat met een horizonbepaling, om discussies over abrupt afschaffen in de
toekomst te voorkomen. Volgens mij vroeg collega Oosterhuis daarnaar. Graag een reactie
op dit voorstel.
Ik ben ook voornemens om hier een motie over in te dienen bij een tweeminutendebat.
Dat moet formeel in de tweede termijn worden aangevraagd, maar hierbij alvast de vooraankondiging.
Er is namelijk snel duidelijkheid nodig, aangezien de markteffecten nu al enorm zijn.
Dat besef ik heel goed. Vandaar dat ik nu met dit voorstel kom.
Voorzitter. Vorig jaar werd een breed medeondertekende motie aangenomen die vroeg
om een jaarlijkse vereenvoudigingsdag, zoals Bart Snels van de IBTD al gesuggereerd
had. Het is goed om te zien dat het kabinet dit opgepakt heeft. Wel heb ik de kanttekening
dat de motie echt zag op een stelselmatige vereenvoudiging van belastingen, toeslagen
en sociale zekerheid. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat dit nog steeds de hoofddoelstelling
van het kabinet is? Immers, de fiscale ambtenaren moeten wel uit hun stramien van
«alle ballen op het belastingplan» komen.
Wanneer komt de eerste vereenvoudigingswet naar de Kamer? Het idee was om dat te doen
rond 21 maart, de eerste dag van het voorjaar, bij wijze van grote voorjaarsschoonmaak.
Maar ik kan me voorstellen dat het de eerste keer allemaal wat langer duurt. Wat zijn
de ambities van de Staatssecretaris in de eerste vereenvoudigingsslag die op stapel
staat?
Voorzitter. De giftenaftrek. Anbi’s zoals goede doelen, vermogensfondsen en kerkelijke
hulporganisaties dragen op onschatbare wijze bij aan de samenleving. De wet vraagt
van hen één ding: aannemelijk maken dat middelen aan het algemeen nut worden besteed.
Hoe zij dat organiseren laat de wet nadrukkelijk open. Toch bereiken ons signalen
dat de Belastingdienst in de uitvoeringspraktijk aanvullende eisen stelt die niet
in wet- en regelgeving zijn terug te vinden. Dan denk ik aan «al dan niet buitenlandse
partnerorganisaties zonder anbistatus». Kan de Staatssecretaris daarom klip-en-klaar
bevestigen dat eisen zoals tijdelijke steun, het vermijden van afhankelijkheid en
het uitsluitend financieren van afgebakende projecten geen onderdeel zijn van het
wettelijke beoordelingskader voor anbi’s? Op welke grondslag worden deze eisen dan
toch gehanteerd? Hoe borgt de Staatssecretaris de rechtszekerheid voor internationaal
werkende anbi’s? Is hij bereid om hierover met de sector in gesprek te gaan, om tot
heldere, eenduidige afspraken te komen?
Verder las ik tot mijn schrik ...
De voorzitter:
Wilt u afronden? U bent al over uw spreektijd heen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
O. Ik maak het anbipunt even af.
De voorzitter:
Ja.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik las tot mijn schrik in de Evaluatie ANBI- en SBBI-regelingen dat het kabinet een
algemene belastingplicht voor stichtingen en verenigingen overweegt. Dat kan toch
niet de bedoeling zijn? Daar graag een reactie op. We moeten dat niet doen.
Over Beter Geven sluit ik me aan bij collega Oosterhuis.
Ik heb nog een vraag over ETS2 na 2030, maar die stel ik straks in de tweede termijn
wel.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb altijd veel respect voor de heer Grinwis, zeker als hij het woord voert over
fiscaliteit. Daarom wil ik graag zijn mening over het verlagen van de accijnzen op
de brandstofprijzen, waardoor ook de btw daalt, zoals ik in mijn inbreng zei. Niet
alleen wil ik zijn mening, maar als hij me steunt zal dat ook helpen om de Staatssecretaris
daartoe te bewegen.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik denk dat we heel goed moeten kijken naar de gevolgen van de afsluiting van de Straat
van Hormuz. Wat betekent dat voor gewone Nederlanders? Op dit moment zien we een enorme
piek in de prijsreactie voor olie en gas. Dat vertaalt zich gelijk door aan de pomp,
maar ik durf nu nog niet te zeggen hoe structureel die doorwerking is en hoelang die
gaat duren. Op voorhand zeg ik dus: ja, daar moeten we zeker naar kijken. Ik denk
dat het kabinet ook niet al te lang kan wachten om opties voor te bereiden om daarmee
aan de slag te gaan. We moeten ook kijken naar de uitvoerbaarheid. Per wanneer zou
je accijnzen dan tijdelijk kunnen verlagen? Ik ben wel een beetje bunzig van tijdelijk
accijnzen verlagen. We hebben dat een paar jaar geleden gedaan. Zoals de heer Hoogeveen
bij een eerder debat over box 3 zei: niks is zo permanent als een tijdelijke regeling.
Daar zit wel een beetje mijn angst over het nu overhaast verlagen van accijnzen met
tientallen centen. Ik zit dus nog even te wikken en te wegen of we dat echt zouden
moeten doen. Ik denk aan een ander voorstel, waar mijn collega Don Ceder nu mee komt
bij SZW, namelijk om zo snel mogelijk met een regeling te komen à la het noodfonds,
een publiek energiefonds of whatever. Mensen die echt in energienood komen en die
hun energierekening niet meer kunnen betalen, moeten we helpen. Laten we alsjeblieft
niemand door de ondergrens laten zakken. Daarvoor moeten we, denk ik, sneller optreden.
Dat is beter dan nu op de prijspiek gelijk tientallen centen belastingverlaging geven.
Dat is nu een beetje mijn houding. Het is nog geen definitief antwoord, meneer Markuszower.
Dat geef ik gelijk toe. Maar ik kijk ook wel een beetje naar de Staatssecretaris.
Hoe wil hij hierop acteren? Wanneer denkt hij «dit duurt zo lang; we moeten nu ingrijpen»?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank voor het inhoudelijke antwoord. Om de druk op zowel de Staatssecretaris en de
heer Grinwis als de collega’s op te voeren, vraag ik toch nog even wat een redelijke
termijn is. Wat is dat wat de heer Grinwis betreft? Hoelang kunnen we wachten, terwijl
we de mensen zo’n pijn doen aan de pomp?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat is een lastige vraag. Ik kan niet in de geopolitieke spiegel kijken. Ik weet niet
hoelang de afsluiting van de Straat van Hormuz gaat duren. Ik weet dat een heel groot
deel van de prijsontwikkeling angst is voor het lijden dat men vreest en waarvan men
niet weet of het op komt dagen. Er zit heel veel psychologie in de markt. Zodra de
blokkade van de Straat van Hormuz stopt, zal de prijs weer als een malle in elkaar
storten. Dat is even de relativering bij de huidige ernstige situatie, die ik niet
onderschat. Ik kan me voorstellen dat bij sommige sectoren de kosten van diesel of
van gasolie zo gigantisch als een molensteen om de nek gaan hangen, dat je voor die
sectoren sneller tot een besluit komt dan dat je generiek elke automobilist tegemoetkomt.
Want er zit echt wel een verschil tussen de sectoren. Sommige krijgen met een enorme
prijsschok te maken. Die is veel groter dan generiek, bij alle burgers. Ik ga niet
nu zeggen: over twee weken, over een maand of over twee maanden. Nee, vinger aan de
pols! Als de afsluiting van de Straat van Hormuz te lang duurt, moet je overgaan tot
ingrijpen. De Voorjaarsnota is volgens mij een mooi moment om hier eens een conclusie
over te trekken. De onderhandeling over de Voorjaarsnota speelt in april.
De voorzitter:
Dank. We gaan door en luisteren nu naar de heer Vermeer. Hij spreekt namens BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik ook de Staatssecretaris feliciteren met
zijn debuut in deze commissie. Ik wens hem veel succes en vooral ook veel wijsheid
toe.
Dan de inhoud. Ik wil beginnen met box 3. Op de dag van de regeringsverklaring werden
we verrast door een misplaatste opmerking van de Minister van Financiën. Hij stelde
dat er iets niet goed zou zijn gegaan en dat we terug naar de tekentafel zouden moeten.
Dat er zaken niet goed zijn gegaan, is een understatement. BBB heeft niet voor niets
tegen de wet gestemd. Dat de Minister van Financiën, die geen fiscaliteit in zijn
portefeuille heeft, het echter nodig vindt om zijn departement en Staatssecretaris
voor de bus te gooien, is schandalig, zeker gezien het feit dat hij volledig op de
hoogte was van deze wet. Zijn opmerkingen hebben dan ook alles weg van een poging
om even goed te scoren in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen.
Voorzitter. Wijzigingsvoorstellen zoals een achterwaartse verliesrekening zijn twee
maanden geleden bij de behandeling van de wet nog als onuitvoerbaar aangemerkt. Nu
liggen ze ineens weer op tafel. Verliezen de Belastingdienst en het ministerie op
deze manier niet de geloofwaardigheid of zijn we met zijn allen voor de gek gehouden
in de commissie?
Voorzitter. Ik kom bij ...
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Van Eijk.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Het punt van de uitvoering wordt terecht door de heer Vermeer aangestipt. Ik heb in
mijn inbreng en in mijn reactie op de interrupties aangegeven dat we, als het gaat
over uitvoering, afhankelijk zijn van wat er IV-technisch mogelijk is. We weten met
z’n allen dat het portfolio hartstikke vol zit met dingen die gewoon moeten gebeuren
en ook met allerlei beleidswensen van de Kamer. Is de heer Vermeer bereid om daar
keuzes in te maken? Want als we ervoor kiezen om dit voorrang te geven, waar dit eigenlijk
op neerkomt, dan zullen andere zaken misschien gewoon niet kunnen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dit weer een aardige poging om het probleem om te draaien en bij ons neer
te leggen, want dit slaat natuurlijk helemaal nergens op. Tegen ons werd gezegd dat
bepaalde dingen gewoon niet eens uitvoerbaar waren, laat staan dat wij andere prioriteiten
moesten leggen. De Kamer kan eigenlijk niet meer vertrouwen op de antwoorden. De antwoorden
die wij krijgen over uitvoerbaarheid blijken achteraf meer over keuzes te gaan dan
over werkelijke uitvoering. Dat geldt zelfs voor de deadline. Wij moesten dit besluit
voor 15 maart nemen, omdat de banken het anders niet konden uitvoeren. En nu? Telt
dat opeens niet meer? Worden wij dus voorgelogen of is er nieuwe informatie?
Dit is echt zeer kwalijk, want op deze manier kunnen wij als Tweede Kamer nooit de
juiste besluiten nemen. Als een ministerie, een Minister of een Staatssecretaris zegt
dat iets niet uitvoerbaar is, dan moeten wij daarop kunnen vertrouwen en dan hebben
wij dat te respecteren. Op deze manier kunnen we het niet meer respecteren, omdat
het gewoon genegeerd wordt als iets politiek gezien anders beter uit blijkt te komen.
Dat is gewoon onacceptabel, want dat zet de Kamer buitenspel. Ik zal op geen enkele
manier accepteren – daar ben ik niet toe bereid – dat wij op deze manier buitenspel
gezet worden. Dat is gewoon echt schandalig.
De voorzitter:
De heer Vermeer ... O, de heer Grinwis wil graag interrumperen, maar helaas heeft
hij niet ...
De heer Vermeer (BBB):
Hij was gewoon een beetje enthousiast, voorzitter.
De voorzitter:
Hij is altijd enthousiast; dat is mooi. Meneer Vermeer, u gaat verder met uw betoog.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, ik ga verder met mijn tweede onderwerp. Ik kom weer iets tot rust. Ik
wil in dit debat graag de suikerbelasting belichten, die eerder ook al door enkele
collega’s is genoemd. Allereerst zijn er de grensregio’s. Die zitten al lang en breed
aan hun taks. De prijzen van brandstof, boodschappen, tabak en alcohol zijn torenhoog.
Economische activiteit verhuist van de grensregio’s naar het buitenland. Ik heb namens
BBB al veelvuldig aandacht gevraagd voor deze ontwikkeling. Een suikertaks maakt grenstoerisme
nog erger. Los van de specifieke inrichting van een suikertaks, waar ik overigens
heel benieuwd naar ben, vraag ik me af hoe de Staatssecretaris nadelige effecten voor
onze grensregio’s gaat bestrijden. Is hij ook bereid om deze effecten beter te gaan
monitoren, met name de stapeling van effecten op verschillende categorieën producten
en de bijbehorende negatieve gevolgen voor de economische activiteit in de regio?
Die mensen gaan namelijk naast de boodschappen ook nog eens schnitzel en Bratwurst
eten, en dat moet ook verdisconteerd worden.
Voorzitter. Het tweede aspect dat ik lastig vind aan een suikertaks, is het argument
dat deze dienstbaar is aan de volksgezondheid. Iedereen in deze commissie weet dat
de houdbaarheid van de begroting onder druk staat. Dit instrument is net als de verbruiksbelasting,
net als de energiebelasting en net als de accijnzen voornamelijk een instrument om
de schatkist te vullen. Als de opbrengst niet direct wordt teruggesluisd naar bijvoorbeeld
het goedkoper maken van sport, groente, fruit of dierlijke producten met essentiële
eiwitten, verliest een dergelijke belasting haar morele autoriteit. Het wordt door
de burger gezien – terecht, denk ik – als een ordinair middel om geld op te halen.
Hoe reflecteert de Staatssecretaris hierop?
Naast de suikertaks die eraan zit te komen, hebben we ook al een verbruiksbelasting.
Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij het traject rond de differentiatie van de
verbruiksbelasting, zoals ook eerder is toegezegd aan de Eerste Kamer, onverminderd
doorzet en niet laat afhangen van de besluitvorming rond de suikertaks?
Voorzitter. Dan nog twee vragen over het domein autobelastingen. We horen uit het
veld dat de voorbereiding en uitvoering van de pseudo-eindheffing vastlopen. Een groot
knelpunt is het tijdelijk beschikbaar stellen van vervangend vervoer, bijvoorbeeld
bij onderhoud. Als een werknemer tijdelijk een brandstofauto krijgt, dan moet de werkgever
nu over de hele maand de heffing betalen. Dat lijkt me niet de bedoeling. Wil de Staatssecretaris
dit probleem met spoed oplossen?
Dan de brandstofprijzen. Deze zijn nu al ondraaglijk hoog en kunnen nog verder stijgen.
Zou het een oplossing zijn om bij prijzen van bijvoorbeeld boven de € 1,90 de extra
btw-inkomsten terug te geven via een tijdelijke accijnskorting, zoals al eerder genoemd?
Zo voorkomen we dat de totale belastingdruk verder oploopt en is er geen gedoe over
dekking nu, want dit gaat allemaal over extra inkomsten. Kan de Staatssecretaris ook
aangeven bij welke tankprijs en volume op dit moment alle btw-inkomsten begroot zijn?
Dan kunnen wij zelf ook eens gaan rekenen.
Tot slot. Over het schenkingsrecht is al meer gezegd. BBB wil geen verdere beperkingen,
maar een verruiming. Kinderen zouden ook belastingvrij aan hun ouders moeten kunnen
schenken. Heeft de Staatssecretaris dit al eens laten uitzoeken? Zo ja, wat zijn hiervan
de budgettaire gevolgen? Zo nee, wil hij dit doen en op welke termijn?
Ik wil ook nog steun geven aan het punt over de anbi’s dat de heer Grinwis heeft ingebracht.
Die heeft daar genoeg over gezegd.
Dank u wel.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan gaan we luisteren naar de heer Dekker namens Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant veel succes gewenst aan deze Staatssecretaris;
dat heeft hij wel nodig, denk ik.
Voorzitter. Over fiscaliteit valt veel te zeggen, vooral in tijden waarin de overheid
op bijna alle denkbare beleidsonderwerpen veel meer geld wil uitgeven. Dan loopt de
fiscale druk op. Of het nu gaat over de absurde klimaatambities, de ongeremde massa-immigratie,
het met veel geld steunen van onwinbare oorlogen, het uitvoeren van dure en onwenselijke
landbouw- en stikstofplannen, het verhogen van de defensiebudgetten die we in het
buitenland gaan uitgeven, het tegen de hoofdprijs zeker stellen van onze energievoorziening
tijdens ongekende turbulentie in de regio waar we onze brandstof vandaan halen: al
dit soort zaken kosten veel geld en worden alleen maar duurder. Dat geld moet linksom
of rechtsom komen van de Nederlanders en het Nederlandse bedrijfsleven. Het allerbelangrijkste
bij het bestrijden van fiscale druk is natuurlijk om het mes te zetten in de genoemde
onbetaalbare plannen en activiteiten. Alleen op die manier kunnen we tot een echte
verlichting komen. We hebben al dat geld dan als overheid niet nodig en hoeven het
dan niet van Nederlanders af te pakken.
Als we dan toch belastinggeld moeten ophalen, en dat moeten we, is het natuurlijk
zaak om de boekhouding in de gaten te houden. Er moet voldoende worden opgehaald.
Daarnaast is het van groot belang om zo goed mogelijk naar de economisch-maatschappelijke
gedragseffecten te kijken van fiscale maatregelen – veel maatschappelijke activiteit
wordt fiscaal gedreven – en te bezien wat we daarbij wenselijk en onwenselijk vinden.
Dit zijn de tweede- en, zo u wilt, ook derdeorde-effecten van fiscaliteit. Naarmate
de druk toeneemt, ontstaat de neiging om vooral op de boekhoudkundige kant van de
zaak de nadruk te leggen. De tweede- en derdeorde-effecten dreigen dan door de financiële
urgentie te worden overvleugeld. Naar mijn gevoel zien we dit fenomeen nu optreden.
Hierbij wil ik er graag twee onderwerpen uitlichten. Allereerst de box 3-problematiek.
Het gaat hierbij om vermogensbelasting voor particulieren, waarbij vermogen of het
rendement daarvan onderwerp is van belasting. De Wet werkelijk rendement box 3 is
al uitvoerig besproken. Het belasten van vermogen, van geld waarover meestal al eerder
in box 1 belasting is betaald, heeft iets fundamenteel fouts. Wanneer je je best doet
om iets op te bouwen, je geld overhoudt van je verdiensten waarover je al belast bent
en het opgebouwde potje wederom wordt belast, dan voel je je dubbel gepakt. Het belasten
op basis van werkelijk rendement in plaats van op de omvang van het vermogen lijkt
eerlijker, maar vergalt het plezier om door slim te beleggen nog iets over te houden.
Hiermee worden de meer ondernemende en risiconemende mensen als het ware ontmoedigd
en zelfs verjaagd. Een ongewenst tweedeorde-effect. Bovendien wordt de belastingsystematiek
bijzonder complex wanneer we serieus rekening willen houden met de werkelijke rendementssituaties
en een en ander eerlijk willen laten verlopen.
De angel zit ’m hier vooral in de boekhoudkundige benadering. Doordat de regering
de vermeende inkomsten van de Wet werkelijk rendement box 3 al heeft ingeboekt, kiezen
we voor een carry-forwardsystematiek en niet voor carry back. Dat betekent dat de
36% belasting op rendement in een winstgevend jaar meteen wordt geïnd, ook bij een
papieren winst, en niet meer wordt teruggegeven. Over een verliesjaar wordt geen belastinggeld
teruggegeven. Dat kan alleen worden gecompenseerd met de belasting over een winstjaar
in de toekomst. Als dat ooit komt, want het vermogen om rendement mee te maken is
dan al aangesproken om belasting mee te betalen. Voorlopig wordt de beleggingswinst
afgeroomd, ook als die alleen op papier wordt gemaakt en niet in cash wordt uitgekeerd.
Dit is een onevenwichtigheid en onrechtvaardigheid die vooral wordt ingegeven door
boekhoudkundige overwegingen. De tweedeorde-effecten hiervan zijn niet goed te overzien,
maar zouden weleens fors kunnen zijn, ook voor de markten.
Er is ook zoiets als een derdeorde-effect, een indirect effect. Dat gaat bijvoorbeeld
over het vertrouwen van burgers in de overheid. Dat wordt met dit soort onevenwichtige
maatregelen aangetast. Een navrant voorbeeld daarvan vinden we dicht bij huis, bij
de salaris- en wachtgeldregelingen voor politici. In het coalitieakkoord wordt voorgesteld
om de termijn voor WW te verkorten van twee jaar naar één jaar. De wachtgeldregelingen
voor politici blijven echter op twee jaar staan. Ook voor Tweede Kamerleden, die een
hoge vergoeding genieten. Dit is een onevenwichtigheid die het genoemde derdeorde-effect
in de hand werkt: de hoge heren zorgen goed voor zichzelf. Deze onevenwichtigheid
zouden we moeten oplossen, evenals die in het belastingstelsel.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Tot slot in deze eerste termijn van de Kamer is het woord aan
mevrouw Inge van Dijk namens het CDA.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. Inderdaad felicitaties aan de Staatssecretaris. Hij is in
ieder geval lekker actief begonnen, zal ik maar zeggen. Het onderwerp fiscaliteit
maakt altijd veel los. Dat zie je aan de stukken bij dit debat, door verschillende
collega’s al benoemd, en dat zie ik, waarschijnlijk net als al mijn collega’s, in
mijn mailbox. Het wordt dus weer kiezen. Daarom is het goed dat we in de procedurevergadering
in ieder geval besproken hebben vaker over fiscaliteit te praten en ook meer themagewijs.
Allereerst wil ik het hebben over investeren en economisch verdienvermogen. Dat is
voor het CDA een belangrijk thema. Het gaat dan om investeren, innoveren en het verhogen
van de productiviteit. Fiscaliteit kan daarbij een belangrijke ondersteunende rol
spelen. Een paar vragen hierover. De win-winlening en de beleggersrekening naar Zweeds
voorbeeld zijn belangrijke voorstellen in het coalitieakkoord om meer particulier
vermogen de economie in te krijgen in plaats van dat het stilstaat op een spaarrekening.
Wat is het tijdspad dat de Staatssecretaris in gedachten heeft om dit verder uit te
werken? Ook het samenvoegen van de EIA, MIA en VAMIL tot een robuuste investeringsaftrek
voor verduurzaming en milieuverbetering is voor ons belangrijk. Graag zouden wij daarin
ook aandacht willen voor investeringen in schone en groene technologie. Ook hier horen
we graag hoe de Staatssecretaris dat wil oppakken. Voor verhoging van de productiviteit
en oplossing van de personeelskrapte investeren veel bedrijven toenemend in AI. Dat
kan onder voorwaarden onder de Wbso, maar we krijgen signalen dat de definitie van
AI-investeringen binnen de Wbso niet goed aansluit bij de praktijk. Is de Staatssecretaris
bereid om in gesprek te gaan met ondernemers om dit te verbeteren en naar aanleiding
daarvan voorstellen te doen voor aanpassingen?
Voorzitter. Ten tweede, herziening van het fiscale stelsel en complexiteitsreductie.
Er wacht een enorme taak op deze Staatssecretaris in het verder brengen van de herziening
van het belasting- en toeslagenstelsel. Voor het einde van het jaar zal hij een agenda
met mijlpalen op tafel moeten leggen. Hoe ziet hij deze taakopdracht voor zich? Is
hij vooral van plan met een procesmatig voorstel te komen of ook al een inhoudelijke
agenda met scenario’s aan de Kamer voor te leggen? Wij hopen en rekenen op dat laatste.
Zou hij de komende periode bij alle fracties langs willen gaan om te inventariseren
wat voor partijen belangrijke punten in een herziening zijn? We hechten namelijk aan
breed politiek draagvlak.
Een herziening is nodig om de complexiteit te verminderen, maar mijn fractie wil ook
kijken naar kortetermijninterventies, zoals op de marginale druk. Daarover stond een
brief op de agenda over het verminderen van mispercepties met twee belangrijke bevindingen,
namelijk allereerst dat mensen met lage inkomens hun marginale druk met maar liefst
28 procentpunt overschatten en ten tweede dat onderzochte interventies leiden tot
een significantie afname van overschatting en een toename van arbeidsaanbod van circa
anderhalf uur per week. Dit experiment wijst erop dat de overheid, werkgevers en andere
partijen het arbeidsaanbod kunnen verhogen door betere informatievoorziening, los
van de hele marginaledrukdiscussie die we gewoon moeten blijven voeren. Wat gaat deze
Staatssecretaris met de bevindingen doen? Kan hij dit verder oppakken met de Ministeries
van EZK en SZW?
Voorzitter. Omdat ik me heb voorgenomen om ook zelf in ieder debat met een voorstel
tot complexiteitsreductie te komen, heb ik in dit geval vragen over de werkkostenregeling.
Deze wordt in de praktijk als complex ervaren en dat is zonde, omdat het een nuttige
regeling is voor werkgevers en werknemers. In het coalitieakkoord is voorgenomen de
werkkostenregeling te vereenvoudigen. Hoe en wanneer wil de Staatssecretaris dit oppakken?
Dan ten derde de doelmatigheid van regelingen. We hebben het vaak over doelmatige
besteding van middelen en dat dit beter kan en moet, want we praten hier over gemeenschapsgeld
en dat maakt het extra belangrijk dat we goed nadenken over waar we onze euro’s uitgeven
zodat die ook terechtkomen waar ze nodig zijn. Ik heb het dan bijvoorbeeld over effectieve
ondernemersregelingen en betere vormgeving van heffingskortingen, maar ook over het
aflopen van de 30 jaarstermijn in de hypotheekrenteaftrek over een paar jaar. Over
dat laatste: deze coalitie heeft besloten de hra niet af te schaffen en dat maakt
het probleem van het per 2031 aflopen van de eerste 30 jaarstermijn urgenter. Derving
daarvan kan oplopen tot zo’n 1 miljard per jaar boven op de al kostbare regeling.
We zullen hiervoor met elkaar een oplossing moeten zoeken. Wanneer kunnen we het rapport
over het aflopen van de 30 jaarstermijn van de Staatssecretaris verwachten?
Dan toch nog een paar andere puntjes. Eentje is al benoemd door een aantal van mijn
collega’s, namelijk de pseudo-eindheffing en de problemen met de uitvoering daarvan.
Inderdaad, het onderhoud door een werknemer van een auto van de zaak. Het is ook al
benoemd door BBB en de VVD. Ik wil daar de lesauto’s nog aan toevoegen. Dat voorbeeld
vond ik ook al exemplarisch. Ik dacht: dat kan toch ook niet de bedoeling zijn? Lesauto’s
zijn inderdaad over het algemeen brandstofauto’s, omdat leerlingen voor een volledig
rijbewijs moeten leren schakelen. Elektrische auto’s zijn immers per definitie automaten.
In de praktijk nemen rijinstructeurs de lesauto ’s avonds mee naar huis en gaan ze
de volgende dag weer naar de eerste leerlingen. Rijscholen wordt nu gevraagd om elke
zakelijke kilometer te verantwoorden met een rittenadministratie. In de praktijk rijden
lesauto’s niet van a naar b, maar rijden ze vaak willekeurig rond. De verwachting
is dan ook dat lesauto’s in tegenstelling tot de verwachting van de Staatssecretaris
vaak wel onder de pseudo-eindheffing zullen vallen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris
is hoe hij deze punten uit de praktijk weegt en of hij bereid is om hier toch nog
eens goed naar te kijken.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ook aan mevrouw Van Dijk de vraag over de noodzaak om de accijns direct te verlagen
en daardoor ook de btw op de brandstofprijzen. Hoe kijkt mevrouw Van Dijk hiernaar?
Ze is van een van de coalitiedragende partijen, dus haar stem in dezen heeft misschien
wat meer gewicht dan andere. Ik hoor graag wat u daarvan vindt.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik merk bij mezelf dezelfde worsteling als collega Grinwis heel duidelijk op tafel
legde, maar ik denk wel dat het belangrijk is dat er heel snel scenario’s uitgewerkt
worden, zodat er als we besluiten dat we hier inderdaad iets op moeten gaan doen ook
iets ligt. Mijn ervaring van een aantal jaren geleden, toen we discussie hadden over
de energierekening, is dat we heel veel gedimdamd hebben over een oplossing en daarmee
veel kostbare tijd zijn verloren. Ik denk dat het goed is dat de Staatssecretaris,
zoals hij volgens mij ook al in het vragenuurtje heeft toegezegd, opties gaat uitwerken
en die snel aan de Kamer doet toekomen, zodat ook wij hierover snel met elkaar van
gedachten kunnen wisselen.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Heb ik nog tijd?
De voorzitter:
Nee, nee.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
O. Ik wou nog iets zeggen over box 3.
De voorzitter:
Misschien in tweede termijn. Even kijken, de heer Hoogeveen heeft nog een vraag.
De heer Hoogeveen (JA21):
Die laat ik niet voorbijschieten. Het valt me op dat het CDA een beetje stil is geweest
over de Wet werkelijk rendement sinds deze is aangenomen. Alle amendementen werden
weggestemd; men was overal tegen. Nou ja, goed, toen heeft de Minister van Financiën
gezegd: we moeten de wet verbeteren en bekijken of er een carry back mogelijk is.
Toen is de motie-Eerdmans/Bikker er gekomen, waarin we ook nog hebben bekeken hoe
we naar de coalitie toe kunnen bewegen zodat de dekking binnen het vermogensdomein
kan worden gezocht. Maar ook daar stemde het CDA tegen. Mijn vraag aan de collega
van het CDA is daarom: hoe heeft het CDA gekeken naar de ontwikkelingen omtrent box 3
en hoe kijkt het naar de weg voorwaarts?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dan ga ik eerst een stukje terugkijken. We hebben met elkaar al echt een paar jaar
gesproken over box 3. Ik heb het rumoer dat is ontstaan gezien, maar dat rumoer was
er al continu. Volgens mij hebben heel veel partijen dezelfde zorgen op tafel gelegd
bij de diverse behandelingen. Het CDA heeft er met een kiezel in de schoen voor gekozen
om voor te stemmen, omdat wij ons ook zorgen maakten over verder doorschuiven naar
achteren. Dat was ook een van de redenen waarom we niet hebben gestemd voor bepaalde
goede amendementen van de collega, omdat er continu werd gezegd: de uitvoering kan
niet. De opmerking die collega Vermeer op tafel heeft gelegd, speelt bij mij dus ook
wel: kan het nu dan in één keer wel? Ik ben dan ook heel erg benieuwd naar het antwoord
van de Staatssecretaris, misschien niet nu, maar wel in de komende tijd, want we hebben
mede op basis daarvan keuzes gemaakt. Dan de vraag hoe het proces is verlopen. Wij
zouden dat persoonlijk anders hebben gedaan, maar we hebben dit proces met de Kamer
intensief doorlopen. Ik denk dat het goed was geweest als de Kamer eerst, voordat
hij ermee naar buiten was gekomen, zou zijn meegenomen als de Minister vond dat hij
eerder moest acteren.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank voor dit antwoord. Het is ook verhelderend. Van D66 is het me bekend, maar waarom
is het CDA niet meegegaan in de motie-Eerdmans/Bikker? Dat vraag ik me dan toch af.
Die motie verzocht eigenlijk precies wat mevrouw Van Dijk nu zegt, namelijk dat we
bekijken wat er mogelijk is qua carry back, en dat we bekijken hoe we het wel uitvoerbaar
kunnen maken en hoe de kosten kunnen worden gedekt, zoals de Staatssecretaris ook
in de brief heeft gezet. Waarom heeft het CDA daar toen tegengestemd?
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Omdat wij binnen onze partij een redelijk strakke discipline hebben als het gaat om
moties en concrete dekkingen. De conclusie van onze fractie was dat die in dezen ontbrak.
Wij weten nog steeds niet waar die dekking concreet vandaan moet komen. Dat hadden
wij wel graag geweten voordat we voor zouden gaan stemmen. Die discussies over discipline
hebben we volgens mij al heel vaak gehad in de Kamer. Onze fractievoorzitter heeft
ooit ook geprobeerd om met een motiequotum te komen, juist omdat we proberen die zorgvuldigheid
aan te houden als het gaat om moties.
De voorzitter:
Dank. Dat was de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Er staat veel op de agenda
en er zijn heel veel vragen gesteld. We gaan daarom wat langer schorsen. Ik stel voor
dat we het debat om 15.05 uur vervolgen. We zijn geschorst.
De vergadering wordt van 14.21 uur tot 15.05 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën. We zijn in het
debat over de nationale fiscaliteit aanbeland bij de eerste termijn van de zijde van
de regering. Ik geef de Staatssecretaris het woord.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank u wel. Wat fijn om hier in uw midden te zijn. Het is zelfs een kleine
setting, zodat ik me ook zeer welkom voel bij u. Dank daarvoor.
Ik vond het eerlijk gezegd ook een fijn debat van uw commissie. U heeft fijne vragen
gesteld. Ik ga mijn uiterste best doen om daar in deze termijn zo goed mogelijk op
in te gaan, maar ik vind het ook fijn om nog even iets over mijzelf te kunnen vertellen.
Voor u zit geen fiscalist, maar wel iemand die enorm van cijfertjes houdt. Dat is
een beetje mijn achtergrond. Ik heb mij de afgelopen weken ondergedompeld in deze
materie. Ik heb dezelfde 40 brieven als u gelezen voor deze vergadering. Dat heeft
mij in ieder geval veel respect voor uw Kamerleden opgeleverd, want het is niet gemakkelijk
om al die brieven te moeten lezen, ook gezien uw ondersteuning, die natuurlijk echt
van andere aard en omvang is dan die van mij; dat besef ik zeer. Dat wilde ik toch
maar even onderstrepen.
Voorzitter. Het is misschien ook geestig om te zeggen dat ik tijdens mijn studie informatica
zelfs een keer naar de Belastingdienst ben gegaan, die toen allerlei studenten uitnodigde
met de vraag: zou je niet bij ons willen werken? Mijn antwoord was toen nee. Het is
buitengewoon geestig dat ik ondanks dat antwoord hier naast u mag zitten. Het kan
verkeren, zal ik maar zeggen.
Ik ben natuurlijk geschoold in het lokaal bestuur. Dat betekent dat «samenwerkingsdualisme»
een term is die ik graag aanhang. U mag dus ook van mij verwachten dat ik steeds open
het gesprek met uw commissie zal voeren en ook opensta voor alle goede ideeën. Dat
zeg ik alvast richting de fractie van GroenLinks-PvdA. Dan maakt het me aan de voorkant
eigenlijk helemaal niet eens zo gek veel uit welke politieke kleur die hebben. Laten
we vooral ook samen bekijken hoe we ons stelsel kunnen verbeteren. Dat wil ik inkleuren
met een quote op het gebouw van de Internal Revenue Service, onze Amerikaanse collega’s,
in het Engels: «Taxes are what we pay for a civilized society.» Oftewel: «Belastingen
zijn de prijs die wij betalen voor een beschaafde samenleving.» Een beetje op die
manier kijk ik persoonlijk ook naar belastingen, als een noodzakelijk goed – ik besef
dat sommigen misschien een ander woord zullen gebruiken – om het land een beetje draaiend
te houden.
Er is heel veel werk aan de winkel. Volgende week gaan we doorpraten over de Belastingdienst.
Ook Douane en Toeslagen vallen nu onder mijn verantwoordelijkheid. Dat zijn prachtige
uitvoeringsorganisaties, die heel mooie dingen voor het land doen. Al die spelregels
in ons fiscale systeem zijn superbelangrijk voor alles wat we maatschappelijk willen
bereiken, maar soms zijn ze ook wel een beetje ingewikkeld. Mevrouw Van Eijk vroeg
naar de prioriteiten van ondergetekende. Nou, dit is er absoluut een: kunnen wij stapsgewijs
naar een versimpeling van ons stelsel? Daar zouden we niet alleen een academische
discussie van moeten maken. Hoewel we dat ook te doen hebben met elkaar, schuiven
we daardoor een heleboel dingen naar de lange termijn. We moeten ook met concrete
maatregelen komen om zaken te versimpelen en te vereenvoudigen. Daar wil ik overigens
ook aan al mijn voorgangers een compliment voor uitdelen, want er liggen al heel goede
rapporten, waarin goede handvatten voor die versimpeling beschreven zijn.
Voorzitter, ik zal straks netjes de blokjes even noemen. Een van de prioriteiten waarop
ik in de blokjes zal terugkomen, is wat je «suikerbelasting» zou kunnen noemen, maar
ook de «prikkel op gezond gedrag». Daarmee aan de slag gaan in het systeem van fiscaliteit,
maar het ook eenvoudig en uitvoerbaar houden, is zeker een andere prioriteit van ondergetekende.
U zult – dat zeg ik met een knipoog, voorzitter – ook begrijpen dat box 3 een prioriteit
van ondergetekende is, of misschien is geworden; daar hebben we met elkaar gewoon
mee te dealen.
Voorzitter. Dat wat betreft de introductie en de prioriteiten. Laten we samen aan
de slag gaan om het belastingstelsel, waar heel Nederland op draait, beter, mooier
en effectiever te maken.
Dan de blokjes. Ik wou beginnen bij box 3, en meteen de daad bij het woord voegen.
Dan gaan we door naar suiker. En dan naar de auto’s en alles wat daarmee verbonden
is. Het vierde blokje zal gaan over het investeringsklimaat. Dan heb ik de internationale
zaken in het vijfde blokje zitten. Ik heb ook nog wat onderwerpen die ik niet kon
combineren. Die zitten in het blokje diversen, het zesde blok. Nadat we alle verschillende
antwoorden met u hebben kunnen delen, wil ik eindigen met en weer terugkomen bij vereenvoudigen
en hervormen. Dat is het laatste blokje, nummer zeven.
Voorzitter. Ik begin met box 3. Ik denk dat veel sprekers van de commissie hebben
gevraagd: «Waar kijken we nou naar? Wat is het kabinet voornemens te doen met box 3?»
Ik refereer kortheidshalve aan de brief. Daarin zeggen we dat we ten eerste gaan onderzoeken
hoe we de carry back, de verliesverrekening met terugwerkende kracht, kunnen implementeren.
Ten tweede kijken we hoe we de definitie van start-ups en scale-ups beter kunnen laten
aansluiten op de praktijk, zodat de verzachting van box 3 daarop van toepassing is.
Velen van u vroegen: hoe zat het nou bij het debat over de regeringsverklaring? Ik
denk dat dat eigenlijk vrij simpel is. Er was groeiende onrust, zowel in het binnenland
als in het buitenland, over het investeringsklimaat in Nederland. Zowel ik – voor
de regeringsverklaring heb ik daarover overleg gehad met de Minister – als de Minister
van Financiën, en daarmee het kabinet, hebben gezegd: dit moeten we ter harte nemen.
Het is nu aan ons om te kijken welke maatregelen bij die constatering passen, maar
ook hoe die passen bij tempo maken. Dat is de middenweg die u in de brief ziet. We
gaan uit van de wetsbehandeling in de Eerste Kamer, zodat we de invoerdatum kunnen
halen en we niet geconfronteerd worden met een belastingderving van 2,4 miljard per
jaar als we te laat zijn met de tussenstap van de vermogensaanwasbelasting. We bekijken
wat we in dat proces kunnen doen om met een aantal verzachtingen te komen. U heeft
er in de brief twee gezien. Dan snap ik heel goed de vraag van onder anderen de heer
Vermeer. Hij vroeg: «Een aantal van die verzachtingen hadden wij ook op het netvlies
staan. Waarom wordt daar in uw ogen nu anders over gesproken dan eerder?» Ik kan daar
twee dingen over zeggen.
Bij het vorige debat, waarvan ik stukjes heb teruggelezen, was er heel weinig tijd.
Er moest snel besloten worden. Dat betekent dat een aantal van de gegevens die mijn
voorganger, die het overigens uitstekend heeft gedaan, met u heeft gedeeld, gebaseerd
waren op quickscans. Nu kunnen we meer de tijd nemen. We kunnen nu een volledige uitvoeringstoets
bij de Belastingdienst doen over de implementatie van de verliesverrekening. Dat is
één.
Het tweede is – dan gaan we een beetje de techniek in over de dekking van het amendement
– dat de dekking structureel op orde was, maar incidenteel niet. De motie die er nu
ligt, uit het debat over de regeringsverklaring, is natuurlijk een soort huiswerkmotie.
Dat is huiswerk dat het kabinet ter harte neemt. Wij zullen dus ook met dekkingsvoorstellen
moeten komen. In die zin zijn we aan de slag met box 3, maar moeten we ook eerlijk
zeggen dat het nog niet geregeld is. We gaan nu kijken naar de mogelijkheden van dekkingsmaatregelen
binnen het vermogensdomein. Ik zeg met een streep: binnen het vermogensdomein. Dat
zeg ik ook als uw uitvoerder van het hoogste orgaan, want dat is wat de motie zegt.
Daarmee zeg ik ook nadrukkelijk niets anders dan «binnen het vermogensdomein», zeg
ik richting de heer Stultiens.
Voorzitter. Ik hoop dat ik met dit antwoord, waarin ik een aantal van uw vragen heb
gecombineerd, zou kunnen zeggen: laten we in box 3 alsjeblieft de blik naar voren
weer vinden, want er is weinig tijd en we hebben nu echt de verzachtingen vorm te
geven.
De voorzitter:
Voordat ik mevrouw Van Dijk het woord geef, wil ik even zeggen dat ik toch weer vier
interrupties wilde toestaan, want we zijn al halverwege de tijd en er zijn ontzettend
veel vragen gesteld. Als ik te veel interrupties toesta, dan lopen we gewoon vast
aan het eind van het debat en kunnen we ook geen tweede termijn meer houden.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik hoor de Staatssecretaris vertellen dat hij op de hoogte was van de onrust, maar
blijkbaar dus ook van het feit om hier voor de regeringsverklaring over te communiceren.
Mijn vraag is dan vooral waarom ervoor gekozen is om eerst met de pers te communiceren
en niet eerst met ons als Kamer, terwijl wij al jarenlang met elkaar dit gesprek voeren.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dank voor de vraag. Dat snap ik. Ik verwijs kortheidshalve naar het antwoord dat de
Minister-President bij het debat over de regeringsverklaring daarover heeft gegeven.
Die heeft dat geweten aan enthousiasme bij de twee Eelco’s. Dit gebeurt soms in het
vak: je loopt tegen een camera aan en je zegt iets. Dit is, denk ik, gewoon maar even
waar ik het bij hou: te enthousiast.
De voorzitter:
De Staatssecretaris vervolgt zijn ... Nee, ik bedoel: de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, maak ik hieruit op dat de Staatssecretaris klaar is met het blokje box 3?
Of gaat het nog verder?
De voorzitter:
Ja, we gaan nog even verder met box 3. Ik geef de Staatssecretaris het woord.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dit zei ik even in zijn algemeenheid over box 3.
Dan kom ik bij een aantal van de specifieke box 3-vragen. Toevallig kom ik dan bij
u uit, meneer Hoogeveen, niet bij u, voorzitter. Hij vraagt namelijk naar de oproep
van de Europese Commissie om het echt mogelijk te maken om beter te investeren in
de lokale economieën en dus minder te sparen, en hoe zich dat verhoudt tot het nieuwe
box 3-stelsel. Daar heeft mijn ambtsvoorganger al heel zinnige dingen over gezegd,
namelijk: wij gaan onderzoeken hoe wij in dat nieuwe box 3-stelsel een mogelijkheid
kunnen introduceren om beleggingen fiscaal te stimuleren. Dat onderzoek sluit aan
bij de kabinetsbrede inzet op de kapitaalmarktunie en hoe beleggingsregelingen zich
daartoe verhouden. Dat onderzoek loopt nu nog. Ik zal uw Kamer en daarmee ook uw commissie,
voorzitter, daar dit jaar nog over informeren. De ambitie van het kabinet is echt
om dit binnen dat box 3-stelsel te introduceren.
Dan ga ik naar een andere vraag van de heer Hoogeveen. Die ging over de compound interest,
de rente op rente. Naar ik heb begrepen is daarover ook een motie van de heer Grinwis
aangenomen. Ik heb begrepen dat u al gedeeltelijk antwoord heeft gekregen in een eerdere
Kamerbrief, namelijk op de compound interest die ziet op de vermogensaanwasbelasting.
Voor de vermogenswinstbelasting heeft u dat antwoord nog niet volledig gekregen. Ook
daarvoor geldt dat ik u daar nog nader over zal informeren. Ik ben altijd van de school
dat ik dan ook graag een concrete termijn noem, maar die moet ik voor nu even achterwege
laten. Misschien kan ik daar in de tweede termijn op terugkomen. Er moeten nu op relatief
korte termijn best veel zaken voor box 3 uitgezocht gaan worden. De tijd is nog steeds
niet onze vriend, ook al lijkt 2028 ver weg. We hebben ook een Eerste Kamerproces
te respecteren met elkaar. Dat betekent dat ik in de tweede termijn nog even iets
preciezer zal zijn over wanneer wij deze vraag kunnen beantwoorden, ook omdat deze
meer ziet op de doorontwikkeling en minder op het tussenstation dat er nu ligt.
Dan is er nog een vraag van zowel JA21 als de ChristenUnie over de verschillende richtingen
die we nu onderzoeken voor box 3. Daarvan kan ik heel kort zeggen dat wij daarover
voor de zomer een brief aan de Kamer zullen sturen, dus ook vóór het Belastingplan,
zodat u kan zien wat al het gestudeer van het kabinet heeft opgeleverd.
Voorzitter. Dan ben ik in mijn administratie door het blokje box 3.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij dat de Staatssecretaris inderdaad een duidelijke lijn trekt onder de dekking,
namelijk dat als je gaat versoepelen – het is geen geheim dat dat van mijn partij
niet hoeft – je de rekening ook bij dezelfde groep neerlegt, bij vermogenden en winsten.
Geldt dat ook voor eventuele stappen bij vermogenswinst? De heer Hoogeveen zei daarover,
terecht, dat er woorden in het coalitieakkoord staan, maar geen dekking. Ik hoor de
Staatssecretaris ook zeggen dat het een tussenstap is. Ook dat hoeft van mijn partij
niet, maar stel dat er een volgende stap komt, geldt dan nog steeds diezelfde rode
lijn dat het betaald moet worden binnen het domein vermogen en winst?
Staatssecretaris Eerenberg:
Daarop zal mijn antwoord minder strak omlijnd zijn. Overigens klopt uw constatering
dat de ambitie is – daar gaan we volle bak voor en daar is ook noodzaak toe – om zo
snel als mogelijk door te ontwikkelen naar vermogenswinstbelasting. Tegelijkertijd
zijn de implicaties daarvan nog te verwerken, ook de financiële. Ik denk dat we eerst
ook de vraag te beantwoorden hebben wat die financiële implicaties dan precies zijn.
Ik zei u net voor de zomer een brief toe. Daarin zal ik ook op dit aspect ingaan.
Dan kan ik ook nader beschouwen hoe het kabinet de dekking voor zich ziet.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank voor de beantwoording. Helder. Het zal geen geheim zijn: mijn partij is tegen
het principe van vermogensaanwas. Wij hebben dus geprobeerd om deze wet, die wij een
slechte wet vonden omdat we het er niet mee eens waren, te verbeteren door dan te
kijken naar die achterwaartse verliesverrekening. Die wordt bijvoorbeeld ook al in
box 1, box 2 en voor de vennootschapsbelasting gedaan. Wat ik dan nog steeds niet
zo goed begrijp, ook niet uit de beantwoording, is het volgende. Er is ooit een conceptversie
geweest in een ver verleden, nog onder Van Rij, waarin dit wel was meegenomen. Vraag
een is eigenlijk: waarom was alle juiste informatie ten aanzien van de derving en
de kosten die ermee gemoeid zijn, er nog niet toen we het wetgevingsoverleg hadden,
zoals de Staatssecretaris zojuist toegaf? De tweede vraag is de volgende. Als het
nu dan binnen het vermogensdomein gevonden moet worden, is er dan al iets waar de
Staatssecretaris aan denkt om het mee te dekken?
Staatssecretaris Eerenberg:
De fractie van JA21 zei dat zij tegen vermogensaanwas is, maar ik ga er gevoeglijk
van uit dat dat om de vermogensaanwasbelasting gaat. Ik dubbelcheck het maar even.
Dat gezegd hebbend, zeg ik in achterwaartse volgorde: ik weet nu namens het kabinet
oprecht niet waar we aan denken qua dekking, omdat dat echt nog een heel traject vergt
en je dat ook altijd weer zal moeten bezien ten opzichte van andere uitdagingen die
op het bordje van het kabinet liggen. Die zijn zeer volatiel, zoals u weet. Ik kan
dus helaas, hoe graag ik dat ook zou doen, nog geen sneakpreview geven – ik vind dat
persoonlijk altijd leuk om te doen – van de gedachtes binnen het kabinet noch binnen
mijn eigen hersenpan.
Dan is uw vraag: hoe kan het dat, en de tijd. Ik heb daar in mijn introductie een
en ander over gezegd. Ik wil nu eigenlijk vooral de blik naar voren richten en zeggen:
laten we nou een heel goede uitvoeringstoets doen, zoals we die altijd doen bij de
Belastingdienst. Dat is ook een proces van weken. Ik heb begrepen dat de vorige keer
een proces van uren is doorlopen, een zogeheten quickscan. Dan krijgen we echt beter
inzichtelijk wat het betekent als je zo’n carry back, om de Engelse term te gebruiken,
gaat implementeren.
Over het punt van de rekening achter de carry back zeg ik het volgende. Dat is tot
nu toe een naar eer en geweten gemaakte rekensom van het departement geweest. Dat
is een heel ingewikkelde rekensom, omdat ook allerlei gedragseffecten in te schatten
zijn. Dat moet gemodelleerd worden: hoe gaan beleggers zich gedragen op het moment
dat dit instrument voorhanden komt? We zijn ook van plan om die berekening te certificeren,
zoals dat dan heet. Dan gaat ook het CPB ernaar kijken, zodat u het op een betere
berekening kunt stoelen.
De voorzitter:
De heer Vermeer, mevrouw Van Dijk en daarna mevrouw Van Eijk, maar eerst de heer Vermeer,
die ook gelijk antwoord krijgt, hoor.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik constateer toch dat die budgetneutraliteit dan maar steeds
overeind blijft. Dat zet elke hervorming in welk fiscaal stelsel dan ook vast en het
zorgt ervoor dat de gedragseffecten, zelfs van de huidige maatregel, niet minder zullen
worden door de boodschap dat er iets gaat veranderen. Men weet namelijk gewoon: of
ik nou door de hond of door de kat gebeten wordt, of het nou door regeltje a of door
regeltje b is, ik moet hetzelfde blijven betalen. Of een van mijn collega’s ... Dan
krijgt mevrouw Van Eijk opeens weer allemaal brieven van de vastgoedeigenaren, en
wij ook, want het moet ergens vandaan komen. Is de Staatssecretaris het met mij eens
dat als we echt hervorming van systemen en een rechtvaardig belastingstelsel willen,
het binnenhalen van de hoeveelheid geld niet het uitgangspunt moet zijn, maar de vraag
of het juridisch haalbaar is en of het niet leidt tot gigantische kapitaalvlucht naar
het buitenland? Dan hebben we de regels namelijk op papier, op de tekentafel in orde
en vallen de opbrengsten straks gruwelijk tegen. Rara, wat een verrassing.
Sorry, voorzitter, noteert u maar twee interrupties.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik denk toch echt dat het allebei waar is. Ik denk dus dat het waar is wat u zegt,
namelijk dat het rechtvaardig en uitvoerbaar moet zijn en geen ongewenste neveneffecten
moet hebben. U kunt van het kabinet verwachten dat in de brief die ik net heb toegezegd
reflecties daarop terug te lezen zijn. En ik heb me aan het financiële kader te houden.
Dat is gewoon wel mijn realiteit.
De heer Vermeer (BBB):
Maar we hebben met z’n allen, nou, niet met z’n allen, maar wel met een meerderheid,
ook een motie aangenomen waarin staat dat wij iets vinden van die begrotingsregels
zoals die er staan. Ik wil dit minderheidskabinet dus toch wel waarschuwen dat wij
geen genoegen nemen met dit soort uitleggen en constructies, want op deze manier ...
Al die begrotingsregels zoals die maar gehanteerd blijven worden, leiden ons juist
van de ene crisis naar de andere.
Staatssecretaris Eerenberg:
Het omgekeerde is ook waar. Als ik nu zou zeggen dat ik mij op geen enkele wijze zou
gaan verhouden tot financiële spelregels of financiële kaders, dan maak ik er een
soepzootje van. Ik zal dus toch met voorstellen moeten komen die zich in beginsel
baseren op de financiële spelregels. Ik snap ook heel goed dat wij een minderheidskabinet
zijn. Overigens denk ik dat dat ook heel veel kansen biedt. Ja, dan gaat u ook uw
politieke werk doen en dan gaan meerderheden tellen.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik wil heel even terug naar de ramingen, want daar hebben we ook heel veel over gesproken
tijdens de debatten, tot frustratie van velen van ons. Er is ook een technische briefing
hierover toegezegd aan de Kamer. Mij lijkt het goed, zeker nu alles in een stroomversnelling
lijkt te raken, dat we die technische briefing op zo kort mogelijke termijn organiseren.
Ik ben dan ook wel benieuwd naar het volgende. De Staatssecretaris had het over certificering
door het CPB van de ramingen met betrekking tot de achterwaartse verliesverrekening.
Zou zoiets ook gemaakt kunnen worden voor de totale vermogenswinstbelasting?
Staatssecretaris Eerenberg:
Het eerste lijkt mij een verstandig idee, dus die suggestie neem ik ter harte. Ik
weet eerlijk gezegd niet hoe dat werkt in de verkeersregeling – ik zeg het maar en
dan neem ik aan dat het gebeurt. Ik kijk ook maar even intuïtief naar links; volgens
mij is het verstandig om dat te doen. In de volgorde der dingen ligt nu echt even
de focus op box 3 en de vraagstukken die daar leven, ook om het traject in de Eerste
Kamer te eerbiedigen. Ik kan mij heel goed voorstellen dat de fractie van het CDA
zegt: de vragen die we straks over de vermogenswinstbelasting krijgen, zullen van
vergelijkbare aard en omvang zijn; dan willen we eigenlijk kunnen steunen op dezelfde
kwaliteit van informatie. Dus ik vind dat een goede suggestie.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
In aanvulling op deze vragen en de ramingen. De heer Hoogeveen merkte terecht op dat
de achterwaartse verliesverrekening gewoon in de consultatieversie van de Wet werkelijk
rendement zat. Die is daar toen uitgehaald. Toen zijn ook de ramingen, is het basispad,
aangepast. Dat was 1 miljard, zeg ik even uit mijn hoofd. Als die ramingen worden
geactualiseerd – we krijgen uiteindelijk een uitgebreide uitvoeringstoets, met ook
de nieuwe ramingen – laat ons dan alsjeblieft ook de aansluiting zien tussen de oude
raming en die nieuwe raming, want we raken continu de weg kwijt. Daarom praten we
soms denk ik ook langs elkaar heen. Mijn verzoek aan de Staatssecretaris is om dat
mee te nemen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat vind ik een verstandig idee. Dat gaan we doen.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Nu we toch bezig zijn met wensenlijstjes voor box 3. Ik heb groot vertrouwen in de
quickscans en ik ben altijd blij met de ambtelijke ondersteuning, maar eigenlijk hoor
ik hier ook: als we het grondiger bekijken, dat zijn opeens dingen mogelijk die eerder
misschien niet mogelijk waren. Mijn verzoek is dus als volgt. In het debat hebben
we geprobeerd ook voor box 3 een progressief stelsel, met verschillende tarieven,
te krijgen. Het antwoord was steeds: dat kan niet per 2028 vanuit de quickscan. Kan
in die brief worden meegenomen per wanneer het wél mogelijk is om ook een progressief
tarief aan box 3 toe te voegen? Meerdere partijen – D66, wij, CDA – hebben dat in
hun programma staan. Tot nu toe was het antwoord steeds: computer says no. Maar blijkbaar
kan er nu meer dan eerder gewenst of bekend was, dus ik voeg dit graag toe aan het
lijstje voor de brief die voor de zomer komt.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat zeg ik u toe. Dat is een informatiebehoefte, en in beginsel vind ik dat je als
lid van het kabinet moet voorzien in informatiebehoeftes. Ik zet een kleine komma,
want ik wil er ook voor zorgen dat we dit traject goed doen. We hebben namelijk nog
steeds maar een paar maanden. Dat is echt anders dan een paar uur, waar onze voorgangers
het mee moesten doen, maar ik wil het niet alsnog overmatig compliceren waardoor we
toch weer het oude probleem van overhaaste besluitvorming terugkrijgen. Dus dit zeg
ik u toe. Daar gaan we ons uiterste best voor doen, maar ik wil er echt voor zorgen
dat we de komende maanden iets doen wat we ook waar kunnen maken.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wil nog terugkomen op het punt dat collega Vermeer net maakte. De motie-Eerdmans/Bikker
zegt: we gaan nu kijken binnen het vermogensdomein waar we dekking kunnen vinden voor
die achterwaartse verliesverrekening. Daarvan hebben wij ook gezegd: we hadden dat
liever niet in dat vermogensdomein gezien, maar goed, vanwege de meerderheid die nu
hier te behalen viel, hebben we gezegd «prima, kom maar met een lijst». Daar komt
het kabinet dan mee. Maar zoals de heer Vermeer ook al aangaf: het is wel een minderheidskabinet
en er zullen uiteindelijk meerderheden gevonden moeten worden. Over de gehele linie
is nog niet helemaal duidelijk of er dan ook gekeken gaat worden naar andere begrotingen
om de dekking vandaan te halen. Of is het kabinet heel rigide in zijn eigen begrotingen
en in zijn eigen kaders? Want de Kamer heeft wel uitgesproken, middels de aangenomen
motie van de heer Vermeer, om breder te kijken.
Staatssecretaris Eerenberg:
Zowel het kabinet als – mag ik zo vrij zij? – een aantal van u is nog een beetje aan
het ontdekken hoe dat concept van een minderheidskabinet effectief gaat werken. Ik
denk dat het antwoord op deze vraag de komende tijd – die tijd zal relatief kort zijn
– zal ontstaan. Ik heb nu niet het antwoord op de vraag hoe dat dan precies gaat,
hoe we over grenzen gaan werken en met wie. Tegelijkertijd zullen wij de vraag hoe
je effectief samenwerkt met een minderheidskabinet de komende weken en maanden te
beantwoorden hebben met elkaar. Dat staat mijn werk voor box 3 niet in de weg, en
tot nader order doe ik het zoals net geschetst.
De heer Oosterhuis (D66):
Nog even over de stap richting de vermogenswinstbelasting, want daar gaat natuurlijk
een gigantische rekening achter vandaan komen waar inderdaad geen dekking voor is
in het coalitieakkoord. De Staatssecretaris liet net een beetje open waar die dekking
vandaan zou kunnen komen. De heer Stultiens refereerde er in eerste termijn aan dat
de belasting op arbeid toch behoorlijk stijgt in het coalitieakkoord. Het lijkt me
niet de bedoeling dat werkenden of toekomstige generaties toch opdraaien voor de kosten
van de stap naar de vermogenswinstbelasting. Ik zou de Staatssecretaris willen vragen
waar hij dan wél aan denkt, want mijn eerste blik zou toch echt richting de belasting
in het domein vermogen gaan.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik kan deze vraag natuurlijk goed plaatsen. Ik snap ook de gretigheid. We moeten tempo
maken met vermogenswinstbelasting. Daar moeten we snel mee door. Dan hebben we natuurlijk
ook de vraag te beantwoorden hoe dat stelsel gaat werken. Er zullen overigens ook
vragen achterweg komen rondom belastingplanning, zeker bij vermogenswinstbelasting.
Welke maatregelen gaan we dan nemen om dat ook te beperken? En hoe zorgen we ervoor
dat dat ook een uitvoerbaar stelsel oplevert? Er zijn dus nog heel veel vragen te
beantwoorden over de vermogenswinstbelasting. Dat zijn overigens vragen waar ik veel
energie in steek, zo zeg ik er ook maar even bij. Op de dekkingsvraag wil ik in dit
debat eigenlijk niet vooruitlopen.
De voorzitter:
Volgens mij waren dat de interrupties over box 3. Klopt dat? Dan gaan we door naar
het blokje suiker.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. Ik noemde het net al even bij de prioriteiten waar ook de VVD naar vroeg:
zowel de suikerbelasting als de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken. Ik wil
dit maar even per vraag doen. Ik begin bij de heer Oosterhuis, die naar de planning
vroeg. Laat ik het zo zeggen: er ligt bijna een brief bij uw Kamer over de verbruiksbelasting;
ik vermoed dat u die op zeer korte termijn kunt ontvangen. Ik durf in dat kader het
voorjaar te noemen. Tegelijkertijd gaan we tempo maken met het vormgeven van die suikerbelasting.
Volgens mij is het evident onverstandig om daar geheel gescheiden trajecten van te
maken en moeten we voorkomen dat de uitgangspunten elkaar tegenspreken. Het uitgangspunt
moet immers zijn: het bevorderen van de gezondheid. De ambitie van het kabinet en
van ondergetekende is dus om toch een soort zwaluwstaart – een mooie bestuurlijke
term, die altijd veel herkenning bij uw commissie oproept – te maken, om er in ieder
geval voor te zorgen dat de uitgangspunten met elkaar in lijn zijn. Het uitgangspunt
is natuurlijk gezond gedrag bevorderen. Ik schrok ook van die 90 suikerklontjes die
kinderen van 14, 15 jaar per week drinken. De verbruiksbelasting moet natuurlijk hetzelfde
effect hebben als de suikerbelasting. Wij gaan dus zoeken naar de samenhang. Hoe precies
durf ik u nog niet zeggen, maar u kunt in het voorjaar het rapport over de verbruiksbelasting
en de opties tegemoet zien. Ook hierover zeg ik u een Kamerbrief voor de zomer toe;
dan is het weer ietsje zonniger dan in het voorjaar. In die brief zullen we het proces
van de suikerbelasting uiteenzetten en laten we zien hoe zich dat verhoudt tot de
verbruiksbelasting. Hiermee heb ik u een kleine sneakpreview gegeven: de ambitie is
om daar in ieder geval op visieniveau samenhang in aan te brengen.
Dan kom ik bij de vraag van de heer Vermeer naar de grenseffecten.
De voorzitter:
Toch nog een vraag op het vorige punt van meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, want wat betekent dit richting Belastingplan 2027? Past het allemaal nog in de
lijn om dán de besluiten hierover te nemen? Want we hebben hier vorig jaar al uitgebreide
sessies over gehad – en dat is inmiddels twee Staatssecretarissen geleden, met de
huidige burnrate.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik ga nog steeds uit van die vier jaar, die velen van u mij bij hun introductie hebben
beloofd. Dat geeft mij ook een iets langere tijdshorizon. Ik denk dat de eerlijkheid
mij gebiedt te zeggen dat het Belastingplan van deze zomer te ambitieus zal zijn.
U krijgt het rapport voor die tijd, dus u kunt allicht zelf al dingen doen. Mijn beeld
nu is, ook gezien de kabinetswissel die ertussen zat – dergelijke dingen kosten tijd
en hebben ook gewoon effect; het is niet anders – dat wij in het Belastingplan van
het volgende jaar de besluitvorming over de verbruiksbelasting kunnen vormgeven.
De voorzitter:
Uw laatste interruptie, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dit zwaar teleurstellend, zeker gezien het lange voortraject hierover. Dit
noopt ons eigenlijk te proberen om die verbruiksbelasting bij het komende Belastingplan
dan maar op de een of andere manier te ontmantelen of alsnog te amenderen, want op
deze manier duurt het gewoon weer een jaar langer. Dat is onacceptabel. Wij zullen
ons er met de collega’s op beraden hoe we dit gaan oppakken. Maar het is echt zwaar
teleurstellend.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik snap uw perspectief. Uw perspectief is er eentje waarin u een termijn van drie
jaar schetst. Ik vrees dat mijn perspectief er een van drie weken is. Dus ik probeer
dat ook hier in mijn antwoord bij elkaar te brengen.
De heer Dekker (FVD):
Nog even over de suikerbelasting. De Staatssecretaris zei dat de gezondheidseffecten
cruciaal zijn; zij vormen de prioriteit. Betekent dit dat de financiële effecten secundair
zijn? Ik begrijp dat er nu 800 miljoen wordt ingeboekt. Is dat eigenlijk een secundair
punt in de suikerbelastingoverwegingen?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan draai ik de beantwoording even om, want dit was de derde vraag die ik in mijn
blokje had. Ik denk oprecht, maar misschien is dat mijn optimisme, dat deze zaken
bij elkaar te brengen zijn. Ik denk oprecht – dat is ook het vertrekpunt – dat we
een suikerbelasting kunnen vormgeven die ook voldoet aan de financiële tabel bij het
coalitieakkoord. Helaas is de heer Grinwis om overigens begrijpelijke redenen er nu
niet meer bij, maar ik herken heel erg dat de tabel leidend is. Zo kijk ik ook altijd
naar dit type akkoord. Ik denk dat die belasting zo vorm te geven is. Dat is gewoon
het vertrekpunt. Wat er daarna gaat gebeuren, is voor iedereen hier aan tafel een
glazen bol, maar het vertrekpunt zijn gezondheidseffecten en de budgettaire opbrengsten
die ingeboekt zijn. Er zal een effect over de tijd zijn – dat ben ik overigens met
de heer Vermeer eens; die zei dat wat mij betreft zeer treffend – en dat zullen we
dan weer zien.
Ik kan dit meteen verbinden met de vraag wat de suikerbelasting doet met de opbrengsten
in relatie tot gezondheidsbevordering. Ja, de suikerbelasting gaat naar de algemene
middelen, maar uit diezelfde algemene middelen worden door dit kabinet allerlei extra
initiatieven rondom preventie en gezondheid gefinancierd. Er dus geen een-op-eenkoppeling.
Ik denk ook dat dat iets is waar we altijd voorzichtig mee moeten zijn in het stelsel.
Maar vanuit de algemene middelen worden er wel degelijk extra investeringen in preventie
gedaan.
Dan ga ik naar de vraag over de grenseffecten. Dat is tevens de laatste vraag in het
blokje suiker. Misschien even terug naar mijn tijd als wethouder in de gemeente Enschede,
waar ik ook raadslid ben geweest. Ik ken de grenseffecten dus. Er gaan mensen naar
in dit geval Duitsland voor allerlei producten die daar goedkoper zijn. Overigens,
iedereen die op zaterdag op de markt in Enschede rondloopt, ziet dat er ook heel veel
Duitse gasten naar Nederland komen. Maar ik ben het eens met de fractie van de boerburgerbelangen
dat je niet blind moet zijn voor grenseffecten.
Dit najaar komt er een mooi rapport over accijnzen en wat die doen in de grensgebieden.
Ik denk dat dat ook voor de vragen die de heer Vermeer stelt een mooie landingsplaats
is om er verder het debat over te voeren. Daarnaast zullen we bij het ontwerpen van
de suikerbelasting en in de brieven daarover die ik u daarnet noemde, ook even reflecteren
op grenseffecten, hoewel die zeer lastig in te schatten zijn. Ze zijn zeer lastig
in te schatten, maar ik begrijp uw oproep en zal er in die brief enkele alinea’s aan
wijden.
De voorzitter:
Mevrouw Van Eijk heeft nog een vraag over de suikerbelasting.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ja, over de gedifferentieerde verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken. Ik deel
het ongeduld dat de heer Vermeer op dit dossier heeft en ik weet ook dat we als Kamer
iedere keer weer om nieuwe scenario’s hebben gevraagd, maar alles ligt op tafel. Volgens
mij moet er vooral een keuze worden gemaakt. Het maken van een keuze en het verwerken
van de wet in het Belastingplan 2027 betekent nog niet dat we op 1 januari 2027 van
de kant komen, want ook de sector en de Douane hebben voorbereidingstijd nodig. Kan
de Staatssecretaris dus een knip maken tussen de besluitvorming in het Belastingplan
2027 en eventueel de invoering van de gedifferentieerde verbruiksbelasting op 1 januari
2028, zodat iedereen weet waar die aan toe is?
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat vind ik een creatief idee van mevrouw Van Eijk. Dank daarvoor. Wat er nu op mijn
bureau ligt, is het rapport waar ook de alternatieven in staan benoemd, met plussen
en minnen. Dan is het ook gewoon echt politiek, want dan moeten we kiezen met elkaar.
Er zal geen scenario zijn met alleen maar plussen; zo werkt het nu eenmaal. Laat ik
twee dingen zeggen, want ik hoor in uw commissie ter linker- en ter rechterzijde –
wat overigens niet de politieke linker- en rechterzijde zijn – toch de oproep tot
tempo. Ik ga er opnieuw over nadenken of het gaat lukken om te versnellen. Ik hoop
dat u mij gunt dat ik na de drie weken nu denk: nou, het is best complex en ik weet
niet of ik het Belastingplan van deze zomer haal met alles wat daarvoor te doen is.
Ik heb het goed gehoord. Ik ga kijken of we kunnen versnellen, en of we kunnen versnellen
richting Belastingplan enerzijds en als dat niet lukt of er anderzijds een creatieve
oplossing met een geknipte besluitvorming mogelijk is. Aangezien ik u toch het rapport
met een mooi briefje aanbied – zo doen we dat met elkaar – zal ik in die brief even
het antwoord op deze vraag geven.
De voorzitter:
Goed. Dan gaan we door naar de auto’s.
Staatssecretaris Eerenberg:
Zeker, voorzitter. Dankzij het vragenuur heb ik toch zeker een halfuurtje met u kunnen
oefenen op de vraag wat het kabinet gaat doen nu de prijzen aan de pomp stijgen. Ik
ga, denk ik, hetzelfde antwoord geven, namelijk dat het kabinet ziet dat mensen zich
zorgen maken, dat we dat ook voelen, en dat we dus twee dingen te doen hebben. Ten
eerste moeten we heel goed de vinger aan de pols houden. We moeten bekijken waar we
naar kijken. Kijken we naar iets wat structureel is, of kijken we naar iets incidenteels,
een tijdelijke piek? U mag echt van het kabinet verwachten dat wij geen maatregelen
nemen die achteraf niet nodig waren geweest, want als we dat zouden doen, doen we
echt dingen met de schatkist die achteraf gezien echt zonde zijn. Tegelijkertijd mag
u van het kabinet verwachten dat wij niet doof en niet blind zijn voor de zorgen en
dat wij ons dus voorbereiden. In het vragenuur heb ik u zeer uitgebreid geïnformeerd
over dat voorbereiden. We zijn scenario’s aan het uitwerken. U heeft ook een aantal
suggesties gedaan in het vragenuur. Die heb ik omarmd. We hebben er in het kabinet
ook breed een gesprek over, zodat als het nodig is, we snel kunnen handelen. Maar
óf het nodig is, kan ik u nu nog niet zeggen. Dat zal zich de komende dagen – ik denk
dat dat de termijn is; eerder dagen dan weken, zeker geen maanden – gaan ontvouwen.
Nou, dat is het voordeel van goed hebben kunnen oefenen, voorzitter. Dit over de brandstofprijs.
Wat betreft de vragen over dekking, of we dan kijken naar btw, teruggave btw, accijnsverlaging:
dat komt allemaal in die scenario’s.
Dan ga ik naar elektrische auto’s. Dat is ook ...
De voorzitter:
Een ogenblik. U heeft nog een vraag van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb daar toch nog wel een vraag over. We kijken natuurlijk in ons eigen land wat
we kunnen doen voor de mensen thuis en voor bedrijven die last hebben van de hoge
brandstofprijzen. We zien ondertussen wel dat de Europese Commissie zich ook al in
de discussie aan het mengen is, met onder andere voorstellen voor prijsplafonds en
oproepen aan nationale regeringen om de energiebelasting te verlagen. Kan ik al aan
het kabinet vragen hoe dat staat in deze voorstellen en discussies?
Staatssecretaris Eerenberg:
U kunt het zeker vragen. Sterker nog, u heeft dat zojuist gedaan, en «u» is dan de
heer Hoogeveen. Maar het antwoord kan ik u helaas nog niet geven. Dat is omdat dit
nu onderwerp van gesprek is in het kabinet. Er is nog geen kabinetsstandpunt over.
Ik heb begrepen dat u ook morgen nog een debat voert over dit thema en dat u zeer
snel een debat voert over de economische effecten van de situatie, de oorlog in het
Midden-Oosten. De kabinetsbrief die rondom het weekend verschijnt, zal voor zover
dat lukt, want het zijn echt allemaal schuivende panelen in korte tijd, ook reflecteren
op de Europese oproep.
De voorzitter:
Dan gaat u verder met de andere vragen over de auto’s.
Staatssecretaris Eerenberg:
De elektrische auto’s. Ik ben het overigens zeer eens met de tussenzinnetjes van de
heer Oosterhuis over de afbouw van afhankelijkheid, want hoe meer wij elektrisch gaan
rijden, hoe meer energie wij van eigen bodem hebben – daar doet mijn collega van KGG
echt heel goede dingen op – en hoe minder we ook met dit probleem geconfronteerd worden.
Maar de vraag was: wat is de ambitie van de Staatssecretaris op het gebied van het
stimuleren van het bezit van elektrische auto’s via de motorrijtuigenbelasting? Tot
en met 2028 krijgt de elektrische auto een korting van 30% in de motorrijtuigenbelasting
en in 2029 een korting van 25%. Deze percentages zijn niet toevallig: er is aan gerekend.
Dat betekent dat het eigenlijk compenseert voor het gewicht, het meer gewicht, van
het accupakket. Daarmee wordt die elektrische auto concurrerend met de fossiele auto.
Dat is voor ’28 en ’29, maar dan is de terechte vraag natuurlijk ook wat er dan gaat
gebeuren na ’29. Nou, dan gaan we kijken naar het toekomstbestendig maken van die
autobelastingen en ook naar de grondslag in de motorrijtuigenbelasting en hoe die
kan worden omgevormd naar voertuigoppervlakte/voertuigomvang. Er staat een prachtige
zin in het coalitieakkoord, namelijk dat de automobilist er niet op achteruit mag
gaan. Ik vind een interpretatie van die zin dat óók de elektrische rijder – ik zeg
dat niet in tegenstelling tot andere rijders – er niet op achteruit mag gaan. U mag
dus van het kabinet verwachten dat er in de doorontwikkeling van de motorrijtuigenbelasting
iets zit voor het stimuleren van elektrisch rijden.
U zei ook nog, en dat eerste interpreteer ik dan maar even: dat is mooi, maar kunnen
er niet wat extra prikkels komen om fossiel gebruik wat onaantrekkelijker te maken?
Daar zit een belangrijke stap in, want we hebben per 2027 de pseudo-eindheffing. Die
gaat wel degelijk in. Dat is feitelijk een prikkel om geen gebruik te maken van fossiele
auto’s.
En dan pak ik er maar meteen het volgende bij; dat scheelt me straks een blaadje.
Ik heb goed gehoord dat een aantal van uw leden zegt: ja, goed idee, maar er zitten
wat randjes aan, die nu zorgen voor wat ongewenste effecten. Ik heb ook de brandbrief
van de BOVAG in de media gezien. Die heb ik gelezen. Eerlijk gezegd snap ik die ook
wel. Ik ga u daarover toezeggen dat we ook daarover met een brief komen. Ik ga u straks
zeggen wanneer u die van mij krijgt. Dan hou ik me aan mijn eigen spelregel. We gaan
kijken welke ongewenste neveneffecten van de pseudo-eindheffing we kunnen wegnemen,
binnen het kader van een uitvoerbaar stelsel. Als we uitzondering op uitzondering
gaan stapelen, gaat het namelijk niet werken. We willen de prikkel voor het voorkomen
van fossiel gebruik ook in stand houden.
Een tweede antwoord op de vraag van de heer Oosterhuis is dat in het coalitieakkoord,
dat voor het kabinet natuurlijk leidend is, staat dat er per 2027 indien noodzakelijk
aanvullende maatregelen genomen zullen worden als de klimaatdoelstellingen buiten
bereik gaan komen. Ik heb geen glazen bol en het is nog geen 2027, maar mochten die
aanvullende maatregelen nodig zijn, dan zullen die ook kunnen zien op het gebruik
van fossiele brandstoffen, en dus ook op het gebruik van auto’s die daarop rijden,
om het eens huiselijk te zeggen.
Voorzitter. Dan wilde ik twee antwoorden combineren, namelijk die aan de heer Oosterhuis
over de e-timerregeling en die over de suggestie van de heer Grinwis. Die klonk al
verdacht veel als een motie, als ik zo vrij mag zijn; ik had al zo’n vermoeden. Laat
ik zeggen: ik vind het sympathiek. Het lukte niet om in de schorsing de precieze procentpunten
van de overbudgettering uit te rekenen die uw trappetje in de afbouw dan suggereert.
Ik denk dat we daar even goed met ambtelijke bijstand naar moeten kijken en dat we
moeten kijken of het trappetje nog steeds bijdraagt aan de doelen die we met elkaar
willen bereiken. Maar ik denk dat u een hartstikke mooi pakketje heeft gemaakt als
het lukt om te zorgen dat dit enerzijds de youngtimerregeling eert, anderzijds de
grensgevallen verzacht die de youngtimerregeling met zich meebrengt, waar we ook oog
voor moeten hebben, en ook nog eens een prikkel op e-timers introduceert. Ik heb de
motie nog niet gezien, dus u hoort ook nog niet de appreciatie, maar misschien wel
een soort begin van een concept. Een aanmoediging, hoor ik. Dat is een mooie term.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Mag ik de Staatssecretaris danken voor deze welwillende reactie? Daar ben ik, zijn
we, blij mee. Dat geeft gewoon de kans om de al te abrupte afbouw die verbonden was
met dit amendement en de dekkingsvoorschriften die we vanuit Financiën hanteren, iets
geleidelijker te maken, zonder in te leveren op het idee dat we op geleidelijke wijze
afscheid gaan nemen van de youngtimerregeling. Tegelijkertijd creëren we iets voor
de e-timers, omdat we ook zien dat het zonde is dat EV’s als ze uit de lease komen
massaal naar het buitenland gaan, terwijl we de afgelopen jaren zo veel subsidie in
het stimuleren daarvan hebben gestopt. Ik denk dat de Staatssecretaris dat met mij
deelt. Is het ook een doelstelling van de Staatssecretaris dat we die iets langer
in Nederland gaan gebruiken?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik heb ook goed naar de heer Dekker geluisterd, die het over tweede- en derdeorde-effecten
had. In beginsel gaat het natuurlijk gewoon over de manier waarop we ervoor zorgen
dat het wagenpark verduurzaamt. Twee. Mensen die een beroep doen op de overheid als
betrouwbare partner, zeggen: ik zie een youngtimerregeling die ik ook nog mee kan
maken, ook als die verandert. Ik denk dat dat de focus is. Ik ben het met u eens dat
we er ook voor moeten zorgen dat het effect van onze regeling niet is dat we onnodig
auto’s door Europa pompen. Ik vind dat eerlijk gezegd, in de tranchering van de heer
Dekker, een tweedeorde-effect van wat we met elkaar te bereiken hebben.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ten slotte. Ik maak graag gebruik van de ambtelijke bijstand om tot een motie te komen
die zowel goed uitvoerbaar is als op een politiek positief oordeel kan rekenen. Bij
dezen neem ik die handschoen dus graag op.
Staatssecretaris Eerenberg:
De ambtelijke bijstand zal vooral op het eerste deel zien. Over het politiek-bestuurlijke
oordeel zullen zij geen uitspraken doen.
Voorzitter. Dan ben ik aangekomen bij de pseudo-eindheffing, zoals ik had beloofd.
Dat is een goede prikkel om te verduurzamen en een goede prikkel in de lijn van de
heer Oosterhuis. Tegelijkertijd moet ik er gewoon eerlijk over zijn dat we nu zien
dat die ook een aantal ongewenste neveneffecten oplevert. Dat is inderdaad allemaal
deze week tot ons gekomen. Ik ga daarop studeren. Dat betekent dat ik u hierover een
Kamerbrief toezeg. Ook die komt voor de zomer. Dat betekent dan eerder in de maand
juni dan in de maand april.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
De Staatssecretaris verwees in zijn beantwoording expliciet naar de brief van de BOVAG.
Die hebben we allemaal gehad, denk ik. Daar staan een aantal zaken in. Ik weet niet
zeker of daarin ook de suggestie van de samenhangende groep inhoudingsplichtigen zit.
Die geldt namelijk vooral voor de wat grotere ondernemingen die binnen hun concern
op één niveau leaseauto’s organiseren en regelen. We weten dat het bijvoorbeeld bij
de werkkostenregeling heel prettig is dat je dat gewoon als één groep kan aanmerken.
Het zou dus fijn zijn als in die brief ook op dat specifieke punt kan worden ingegaan.
Staatssecretaris Eerenberg:
Bij dezen. Dan heb ik nog één blaadje. Dat gaat over de lesauto’s, maar die zullen
zeker in die brief terugkomen.
De voorzitter:
Heel mooi. Dan gaan we naar het investeringsklimaat. Meneer Vermeer, u heeft al vier
interrupties gebruikt, en dan heb ik die ene niet eens dubbel geteld. Had u een onbeantwoorde
vraag? Zal ik dan heel coulant zijn?
De heer Vermeer (BBB):
Uw coulance is bijna oneindig. Ik had nog gevraagd op welke tankprijzen de opbrengsten
op dit moment gebaseerd zijn, wat betreft volume, btw en zo. Hoe staat het in de raming
vermeld en welke getalletjes liggen eronder? Als we dat weten, kunnen we zelf ook
eens gaan puzzelen met alternatieve maatregelen. Dat mag ook in een brief, hoor.
De voorzitter:
Er komt al een heel lange brief aan, geloof ik.
De heer Vermeer (BBB):
Maar dan niet ergens in de zomer.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ja, ik heb die vraag gehoord. Het is nog best ingewikkeld om u dat nu staande het
debat te overhandigen. Het antwoord kan ik u in tweede termijn niet geven, want dat
kunnen we gewoon niet produceren, maar misschien kan ik u dan wel vertellen wanneer
en hoe wij het antwoord kunnen geven.
De voorzitter:
Heel goed. Dan gaan we nu door naar het investeringsklimaat.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ja, voorzitter. Dan kom ik bij regelingen waarvan in het coalitieakkoord genoemd staat
dat die waar mogelijk samen worden gevoegd. Daar is door mevrouw Van Eijk en mevrouw
Van Dijk naar gevraagd. Dat gaat om de EIA, de MIA en de VAMIL. Voor de mensen thuis
voor wie het volstrekt onbegrijpelijk wat wij nu met elkaar zeggen: dat zijn allemaal
regelingen die bijdragen aan het stimuleren van verduurzaming en investeringen in
circulariteit. In het coalitieakkoord staat inderdaad de ambitie om die samen te voegen,
die robuust te maken en die eenvoudiger te maken. Daarmee zetten we dus ook weer een
mooie, concrete stap voor de vereenvoudigingsagenda. Ik denk dat het heel belangrijk
is dat stap één is dat we gaan spreken met ondernemers, dus onder andere met RVO en
met mijn collega’s van EZK, KGG en IenW. Veel collega’s in het kabinet hebben hier
natuurlijk ook een opvatting over. Dat zijn overigens allemaal heel goede opvattingen.
Hiervoor zullen we ook gewoon weer ons werk moeten doen als kabinet en daarover zullen
we u moeten informeren. Ik heb begrepen dat we vaker gaan debatteren met elkaar. Dat
vind ik eigenlijk hartstikke leuk. Deze brief kunt u dus na de zomer tegemoetzien.
Dan kunnen we daar wellicht nader over spreken in een van de debatten die we in de
herfst met elkaar voeren.
Dan de medewerkersparticipatie als onderdeel van het investeringsklimaat in Nederland.
Wij werken op dit moment aan een concreet wetsvoorstel dat het fiscaal voordeliger
maakt om werknemers van start-ups en scale-ups – dat vraagt ook weer om een definitie
van die groep – te belonen in opties op aandelen in het bedrijf van de werkgever.
Daarbij wordt uitgegaan van een grondslagversmalling voor de heffing van de loonbelasting
en van een uitstel van heffing. Dat zijn de twee instrumenten die we wensen in te
zetten. Daarbij sluiten we aan bij de definitie van start-ups en scale-ups, die we
nu aan het verbeteren zijn, zodat we die een beetje uniform kunnen hanteren. Dat heb
ik ook opgeschreven in de brief aan u over box 3. Wij doen dat in overleg met de sector,
want ook zij zullen een opvatting hebben over de manier waarop dit het beste zou moeten
werken. Onder anderen mijn collega Thierry Aartsen steekt hier ook veel energie in.
Het idee is dat wij in maart 2026 aan de internetconsultatie beginnen. Het is al maart
2026, dus het gaat verrassend snel. Dit gaat ons ook helpen bij de box 3-dilemma’s,
want dan kunnen we voor box 3 dezelfde definities hanteren.
De voorzitter:
Een ogenblik, Staatssecretaris. Mevrouw Van Eijk, uw laatste.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Fijn dat het kabinet daar op deze manier naar kijkt, maar ik heb daarover ook wel
een zorg. Ik begrijp de definitie en de eenvoud die het met zich brengt om zowel in
de wet over de loonheffingen als in de Wet werkelijk rendement te kunnen steunen en
leunen op die specifieke definitie. Tegelijkertijd zijn we heel erg voor een verruiming
van die definitie. Hoe ziet de Staatssecretaris dan het risico om daarop in box 3
voor de vermogenswinst een uitzondering te maken? In eerdere debatten hebben we bijvoorbeeld
gesproken over een uitzondering voor aandelen in familiebedrijven of een onderscheid
tussen courant en niet-courant. Ik vind die dan dus kwetsbaar worden. Hoe kijkt de
Staatssecretaris daartegen aan?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik onderken dit risico, maar het antwoord kan ik u niet geven, omdat ik de nieuwe
definitie nog niet ken. Dat lijkt een flauw antwoord, maar het is ook gewoon een feit.
We zijn bezig met het herformuleren van die definitie. Ik heb de kritiek die uit de
sector van start-ups en scale-ups zelf komt, wel echt goed gehoord. Zij zeggen dat
het hen enorm zou helpen om echt een boost te geven aan de innovatie van Nederland.
Het is dus ook echt heel mooi om dit te kunnen doen. Of het een zodanige verruiming
of juist versmalling of wat dan ook oplevert dat je er in box 3 last van krijgt, durf
ik u nu nog niet te zeggen. Tegelijkertijd moeten we het de sector niet aandoen dat
men bij de ene wet tegen definitie a aankijkt en bij de andere wet tegen definitie b
– laat ik dat dan maar «mijn ideaal» noemen – want anders krijgt u allemaal, en ik
ook, weer heel veel mailtjes. De ambitie is dus om dat te harmoniseren, maar ik heb
het risico dat u naar voren brengt, goed gehoord. Daar wil ik niet naïef in zijn.
Vergeeft u mij mijn optimisme, ook in dit dossier. Ik denk dat het ons, het kabinet,
toch weer moet gaan lukken om daar iets slims op te verzinnen.
De voorzitter:
Mevrouw Van Eijk, u heeft geen interruptie meer. U heeft een vraag ter verduidelijking?
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Ja, voorzitter, in tweede instantie, op dit specifieke punt.
De voorzitter:
Ik ben heel flexibel. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Het benadrukt nog eens de noodzaak om heel snel door te schakelen naar een volledige
vermogenswinstbelasting, want die uitzonderingen zijn gewoon heel erg kwetsbaar. Dat
wilde ik nog meegeven.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dank. Ik snap de hartenkreet.
Mevrouw Van Dijk vroeg naar het concrete tijdspad voor de win-winlening en de beleggingsrekening.
Over de beleggingsrekening en de desbetreffende oproep van de EU heb ik al iets gezegd.
In het begin heb ik al gezegd dat ik aan een strategische agenda werk. Die ontvangt
u in mei. Dan ga ik echt aan u mededelen wat ik vanuit mijn portefeuille allemaal
van plan ben te gaan doen. Ik denk dat het heel mooi is om dit daarin een mooie plek
te geven. In de Kamerbrief van mei kunt u dus zien hoe het kabinet en deze Staatssecretaris
daar verder handen en voeten aan willen geven.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Zou de Staatssecretaris in ieder geval een kleine doorkijk in de tijdsplanning willen
geven, zodat blijkt hoe hoog dit op de prioriteitenlijst staat? Daar ben ik wel benieuwd
naar.
Staatssecretaris Eerenberg:
Volgens mij is dit in mijn beantwoording in eerste termijn het eerste onderwerp dat
ik nadrukkelijk koppel aan mijn strategische agenda naast de drie punten die ik zelf
in mijn introductie heb genoemd. U mag er dus van uitgaan dat dit hoog op het lijstje
staat. En «u» is uiteraard mevrouw Van Dijk.
De voorzitter:
Ja. U kunt uw betoog vervolgen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan ga ik in dit blokje naar de tweede vraag van mevrouw Van Dijk, en die gaat over
AI-investeringen in de Wbso en over wat de sector daar zelf van zegt. Eigenlijk deed
u de oproep: ga nu eens met de sector praten, want zij zien knelpunten die het kabinet
nog niet ziet. Dat gesprek ga ik graag aan, maar dat ga ik wel samen met mijn collega
van EZ doen. EZ heeft daar immers ook een verantwoordelijkheid in. Dat zeg ik u dus
toe.
Voorzitter. Volgens mijn administratie was dat het blokje investeringsklimaat.
De voorzitter:
Dan gaan we nu naar het blokje internationaal.
Staatssecretaris Eerenberg:
We gaan inderdaad over de grenzen heen, naar het blokje internationaal.
Ik begin bij mevrouw Van Eijk. Zij merkte op dat er veel antimisbruikwetgeving en
-maatregelen op ons afkomen. Zij vroeg of het kabinet zich een beetje kan beheersen
en ervoor kan zorgen dat daarop het liefst geen of anders zo min mogelijk nationale
koppen worden gezet. Dat kan ik beamen. Dat staat ook in het regeerakkoord. We gaan
die er niet op zetten, tenzij daar echt heel zwaarwegende of gegronde redenen voor
zijn. Als dat zo is, zullen we die altijd transparant maken, zodat u ze kunt wegen,
maar de inzet is absoluut: geen nationale kop.
De heer Stultiens van GroenLinks-PvdA sprak over de Zucman-belasting. Hij deed een
mooie oproep. Daar zaten twee elementen in en die ga ik allebei omarmen. Het eerste
is dat we een gelijk speelveld nodig hebben. Onze belastingsystemen moeten zich tot
elkaar verhouden en daarvoor hebben we internationale samenwerking nodig. Hij vroeg
of ik mij er persoonlijk voor wil inzetten dat dit beter zal gaan en meer op de radar
zal komen. Ik besef dat ik een enorm grote broek aan trek als ik daar nu «ja» op zeg.
Het gaat hierbij immers ook om de OESO en de VN. Er zijn heel veel belangen, maar
ik vind wel dat Nederland dat moet doen. Ik ga mij daar dus zeker voor inzetten. Ik
zeg dit wel vanuit een nederigheid, want wij zijn maar één van de vele partijen die
aan tafel zullen zitten. Maar ik zal proberen om daar namens Nederland vaak en krachtig
in te brengen dat we de grote verantwoordelijkheid hebben om de belastingen in de
wereld zo veel mogelijk te harmoniseren, zodat ongewenste belastingplanning zo veel
mogelijk wordt tegengegaan.
Het tweede element dat de heer Stultiens noemde, betrof een discussie over de trailing
tax en de exitbelasting. Hij vroeg mij om eens naar die exitheffingen te kijken. Die
zijn door mijn voorganger inderdaad als kansrijk betiteld. Ik heb daar de afgelopen
weken het een en ander over gelezen; overigens deel ik die analyse van mijn voorganger.
Het kabinet werkt nu aan een evaluatie van de bestaande exitheffing om te achterhalen
of die uitvoerbaar is én voldoende werkt. Daar werk ik nu aan. Die moet natuurlijk
werken om te voorkomen dat mensen die zeggen dat ze naar een ander land gaan, kunnen
roepen dat ze de Nederlandse belasting niet hoeven te betalen. Dat moeten we met een
soort «eindafrekening», om het even huiselijk te zeggen, zien te voorkomen. Ik wil
de uitkomsten van die evaluatie heel graag afwachten. Die wordt nog dit jaar afgerond.
Ik denk wel dat we dan al een beetje voorbij de herfst zijn. Zoals u merkt, voorzitter,
denk ik heel erg in seizoenen. Op basis van die evaluatie ga ik dan heel graag met
u het gesprek aan over een manier waarop wij de exitheffing effectiever in kunnen
zetten.
De heer Oosterhuis stelde vergelijkbare vragen. Ik hoop dat ik het goede antwoord
geef als ik zeg dat ik hierover al het nodige heb gezegd tegen de heer Stultiens van
GroenLinks-PvdA, maar ik ben het gewoon helemaal eens met uw analyse in uw betoog,
meneer Oosterhuis. Volgens mij is dat iets wat heel breed leeft.
Voorzitter. Dan het side-by-sidepakket en Pijler 1 en Pijler 2. Die twee pijlers staan
echt los van elkaar. In Pijler 2 gaat het er echt om te zorgen voor een harmonisatie
op het gebied van belastingheffing, zodat het minder aantrekkelijk wordt om te «shoppen»
in verschillende landen. Amerika heeft inderdaad gezegd dat het een belastingstelsel
heeft dat feitelijk hetzelfde doet; dat is de positie die Amerika heeft ingenomen.
De zogenaamde IF-commissie heeft dat beoordeeld en ook gezegd dat dit zo is. Ja, en
dan hebben wij ons daartoe te verhouden. Dat betekent dat wij vanaf dat moment het
belastingstelsel in Amerika als gelijkwaardig zien binnen Pijler 2.
Pijler 1 ziet heel erg op de digitale economie. De Verenigde Staten hebben gezegd
dat zij daarover weer het gesprek gaan voeren. Hoera! Dat is hartstikke goed, want
op dat vlak hebben we stappen te zetten. Dat is een heel recente uitspraak van de
Verenigde Staten. Nederland heeft dat altijd gesteund. Het is echt superbelangrijk
dat wij hierbij voor dat mondiale akkoord gaan. Dat gaat enorm helpen, zeker in de
digitale economie. Het droombeeld is toch dat we weer stappen kunnen gaan zetten in
Pijler 1. Pijler 2 gaat gewoon door dankzij het side-by-sidepakket.
Overigens heeft u daar heel veel vragen over gesteld. De antwoorden liggen op dit
moment op mijn bureau en daar heb ik vandaag mijn handtekening onder gezet. Die zullen
in uw mailbox verschijnen en dan kunt u dus ook zien hoe snel het gaat, maar ik heb
mijn handtekening eronder gezet. Overigens heb ik daarin op een van de vragen van
mevrouw Van Eijk een kleine aanvulling opgenomen over de delegatie. Dan weet zij ook
dat wij heel strak kijken naar hoe dat juridisch in elkaar steekt.
Door de heer Stultiens van GroenLinks-PvdA werd gevraagd of je de digitaledienstenbelasting
niet toch nationaal moet gaan invoeren. Dat is heel complex, ook wat betreft de uitvoering.
Er zijn veel onzekerheden. Ik heb net iets gezegd over de ambitie om zo veel mogelijk
Europees te doen. Mijn inzet in dezen is doorgaan met Pijler 1, dus mondiaal, en ondertussen
de Europese DST verkennen.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik ben het met de Staatssecretaris eens over de voorkeursroute, maar hoe groot is
zijn geduld is als dit niet werkt? Ik hoor dit antwoord al vele, vele jaren. Dat ligt
niet aan hem, maar onder andere aan zijn vele voorgangers. Mijn geduld is wel op.
De Staatssecretaris doet dit het liefst wereldwijd en anders Europees, maar ik ben
benieuwd wanneer voor de Staatssecretaris het punt komt waarop hij denkt «het heeft
helaas niet gewerkt, dus dan maar nationaal». Er zijn immers genoeg landen, ook grote,
serieuze landen, die dit al wel gedaan hebben. Ik noemde net Frankrijk, Italië en
Spanje. Wanneer is voor Nederland de maat vol en gaan wij ook zelf aan de slag?
Staatssecretaris Eerenberg:
Een goede vraag. Ook hier is mijn perspectief drie weken en niet jaren, zoals dat
van u. Ik vind het oprecht moeilijk om van tevoren in te schatten wanneer je die poging
zou moeten staken, want de meerwaarde van een Europees stelsel is heel erg groot en
de ongewenste neveneffecten van verschillende wetgeving in Europese landen zijn ook
heel erg groot. Dat zie je eigenlijk nu al. Als Frankijk met eigen wetgeving komt,
heeft dat direct effecten. Ik vind dus dat we het relatief lang zouden moeten volhouden
om voor de Europese wetgeving te gaan. Ik besef dat ik u daarmee geen concreet antwoord
op de vraag geef. Misschien kan ik in de tweede termijn met een beter antwoord komen,
maar de Europeaan in mij vindt toch echt dat we dit heel lang zouden moeten volhouden.
Hopelijk heb ik daarmee ook de vraag van D66 over het side-by-sidepakket beantwoord.
Door het side-by-sidepakket in Pijler 2 is er een uitzondering voor de Verenigde Staten,
maar hun stelsel is als gelijkwaardig beoordeeld. Dat betekent dat we gewoon aan de
slag kunnen. We kunnen dus met de additionele heffingen aan de slag, ook als dochterondernemingen
van Amerikaanse ondernemingen in buurlanden gevestigd zijn. Je kan dus heel veel dingen
doen. Je krijgt echt een netwerk van minimumbelastingen.
U vroeg hoe het nu zit met andere landen – «andere grootmachten» noemde u het, geloof
ik. Gaan die niet te gemakkelijk ook naar een alternatief stelsel, dat dan via side-by-side
als gelijkwaardig wordt beoordeeld? Er zijn echt goede spelregels afgesproken om dat
effect klein te houden. Er is een window. Je mag je niet tot het einde der dagen aanmelden.
Landen mogen dat de komende twee tot tweeënhalf jaar nog doen; dat zeg ik uit mijn
hoofd. Dat is één. En twee: de desbetreffende commissie toetst wel echt. Er is echt
een toetsingskader waar je dan aan hebt te voldoen. Is het ideaal? Ik ben de eerste
die zegt dat dat niet zo is. Het is natuurlijk gewoon een compromis, maar dat compromis
zorgt er wel voor dat we door kunnen en dat we dat netwerk van minimumbelastingen
nu wel kunnen gaan opbouwen. Het is mooi dat we dat kunnen gaan doen.
Voorzitter, dat was mijn blokje internationaal.
De voorzitter:
Heel goed. Dan krijgen we nu het blokje overig, en daarna is er nog een toetje.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ja, voorzitter. Het blokje overig.
Voorzitter. De pensioenfondsvrijstelling. Het is evident waar: als op de Nederlandse
markt meer kapitaal instroomt en dat kapitaal beschikbaar is voor woningbouwprojecten,
dan kunnen meer woningen gebouwd worden. Dat is een goede redenatie van het lid Van
Eijk. Tegelijkertijd moeten we dit wel netjes doen met elkaar. De Nederlandse pensioenfondsen
zijn niet voor niets uitgezonderd. Dat is zo omdat de belastingen op een ander moment
geheven worden, namelijk op het moment dat de pensioenfondsen uitkeren. Als wij nu
allerlei internationale fondsen die lijken op een pensioenfonds, te makkelijk toegang
geven tot onze kapitaalmarkt, dan verstoren wij dat evenwicht. Aan de ene kant wil
het kabinet graag dat er meer kapitaal op die markt komt, maar aan de andere kant
wil het ook onze pensioenfondsen beschermen en voor een level playing field zorgen.
Dit is dus een vraagstuk omtrent balans. Er is nu een toets en we zijn aan het bekijken
hoe die toets werkt: is die toets eerlijk genoeg tegenover de Nederlandse pensioenfondsen
én zorgt die voor voldoende kapitaalinflow – een verschrikkelijk Nederlands woord
– op onze markt? Hier heb ik ook overleg over met de Minister van VRO. Wij gaan u
daar op korte termijn een hele mooie brief over sturen. Die gaat reflecteren op die
toets en op de vraag of wij wat te doen hebben aan de toets. Wij zullen daarbij overigens
ook het SEO-rapport over middenhuur betrekken. Dat rapport zegt daar namelijk ook
nuttige dingen over.
Zowel door het CDA als door de VVD is gevraagd naar de werkkostenregeling. Het goede
nieuws is dat SEO ernaar gekeken heeft en zegt: hoera, ze is deels doeltreffend en
deels doelmatig. Dat is fijn, want anders kom ik in een ander gesprek met u. Ik wil
ook niet weglopen bij de werkgevers die de regeling inderdaad complex vinden en vinden
dat die vooral veel administratieve lasten met zich meebrengt. Er zijn twaalf concrete
aanbevelingen gedaan door SEO. Ter voorbereiding van dit debat heb ik die persoonlijk
ook met veel plezier gelezen. Nu gaan we als kabinet per aanbeveling kijken wat we
daarmee kunnen. Dat doe ik ook weer samen met de collega’s.
Laat ik u één voorbeeldje geven. Ik ga nu wél een sneakpreviewtje geven. Er is een
verbod op samenloop tussen de vrijstelling op reiskosten en thuiswerkkosten. Dat is
heel lastig met een schaartje te knippen. Als we dat verbod zouden kunnen afschaffen
– ik kies mijn woorden toch nog een beetje zorgvuldig – verlaagt dat direct de administratieve
lasten. Zo zitten we in de wedstrijd, om die metafoor maar te gebruiken. Dat betekent
dat u ook hierover een brief van het kabinet kunt verwachten. Daarin kijken we per
aanbeveling wat het doet en of het bijdraagt aan versimpeling en vereenvoudiging.
We kijken ook naar de andere kant, namelijk de budgettaire effecten. Ook hierin ben
ik namelijk gehouden aan het kader. Dan gaat u natuurlijk aan mij vragen wanneer u
die brief krijgt. Dat hoort u van mij in de tweede termijn.
De vraag van mevrouw Van Dijk, over de werkkostenregeling, heb ik uitgewerkt.
Zowel lid Grinwis als lid Oosterhuis vroegen naar het advies Beter Geven van Rinnooy
Kan, over filantropie. Volgens mij hebben we de hartstikke mooie Nederlandse traditie
dat we via onze fiscaliteiten filantropie stimuleren. Dat is goed. Eerlijk gezegd
heb ik het rapport nog niet helemaal van a tot z gelezen. Ik ga wat dit punt betreft
hetzelfde voorstellen als ik deed bij veel van uw vragen over – hoera! – een rapport,
namelijk dat wij het rapport gaan lezen en met een kabinetsreactie gaan komen. Ik
besef dat ik mij weer niet aan mijn eigen spelregel hou om een termijn te noemen –
maar dat doe ik toch wel, op magische wijze. Voor de zomer komt er een kabinetsreactie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb een korte vraag hierbij. Wil de Staatssecretaris bij de reactie op dit rapport
en op de vraag of we deze faciliteit al dan niet met clausules moeten herstellen in
de fiscaliteit, ook ingaan op de vraag hoe dit past bij het voornemen van de coalitie
zoals verwoord in het coalitieakkoord? Daarin staat namelijk dat de rentmeestervennootschap
een boost moet krijgen. Kunnen we dat erbij betrekken? Volgens ligt het namelijk behoorlijk
in elkaars verlengde.
Staatssecretaris Eerenberg:
Bij een korte vraag hoort een kort antwoord: ja.
De heer Oosterhuis (D66):
Ondanks dat de Staatssecretaris het rapport nog niet heeft gelezen, wat ik begrijp,
zou ik toch wel willen weten wat zijn grondhouding hierbij is. De regeling is door
het vorige kabinet vrij snel afgeschaft. De heer Grinwis heeft dat onder andere met
steun van D66 geprobeerd terug te de draaien, maar dat is niet gebeurd. De reden was
toen dat het een fiscale regeling was en dat we daarvanaf moesten. Dat was wel erg
geredeneerd vanuit het idee dat de staat belasting heft en zorgt voor wat goed voor
u is. Je zou ook kunnen redeneren dat we alles wat mensen onderling met elkaar regelen,
stimuleren en dat we daar als staat geen belasting over heffen. Ik ben wel benieuwd
naar een eerste houding van de Staatssecretaris. Hoe kijkt hij hiernaar?
Staatssecretaris Eerenberg:
Volgens mij heb ik in de introductie bij deze vraag iets gezegd over de mooie traditie.
Het is natuurlijk ook echt een beetje Nederlands dat we zeggen: jongens, als we letterlijk
en figuurlijk om elkaar geven, dan willen we dat ook stimuleren. U merkt aan mij dat
ik naar een komma toewerk. We moeten ook wel kijken of het giften zijn die bijdragen
aan de doelen die we met elkaar stellen. Dat is één. Ten tweede is de vraag of je
dat dan tot in het oneindige kunt doen en of de rekening dan altijd bij de staat moet
liggen. Ik vind dat je daar ook genuanceerd naar moet kijken, maar het vertrekpunt
is de mooie Nederlandse traditie van om elkaar geven.
De voorzitter:
U kunt uw betoog vervolgen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan blijf ik bij geven; ik ga namelijk naar de schenk- en erfbelasting. Ook daarover
is een rapport gekomen en ik ga u daar een kleine sneakpreview van geven. Ik ga namelijk
omarmen wat er in het rapport staat. In het rapport staat dat de forfaits sterk gedateerd
zijn. Daar ben ik het mee eens. Rentes uit de jaren tachtig zijn niet het allerbeste
uitgangspunt voor de huidige situatie. Ik onderschrijf helemaal wat er op papier staat
en wat de probleemstelling is. Ik heb deze drie weken nog niet de tijd gehad om echt
te kunnen reflecteren op wat dan de oplossing is. Ook wat dat betreft moet ik een
beetje tijd kopen door een brief of iets vergelijkbaars toe te zeggen. Ik zeg nadrukkelijk
dat ik wel heel erg goed snap welk probleem er op tafel ligt. Daarmee geef ik, denk
ik, stiekem toch al een klein beetje inkleuring.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De interrupties zijn gelimiteerd, hè? Ik heb namelijk een korte vraag hierover.
De voorzitter:
Dit wordt uw laatste.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Is dat zo?
De voorzitter:
Bij twee van uw collega’s ben ik soepel geweest. Dat is geen uitnodiging, maar ...
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Oké, laten we dan ter zake komen. Deze actualisatie van de forfaits is ook aan de
orde geweest bij de behandeling van box 3, als dekkingsmogelijkheid. Mag ik de woorden
van de Staatssecretaris zo verstaan dat dit potentieel ook dekking is in het brede
vermogensdomein, dat in een ander chapiter, namelijk over box 3, wordt meegenomen?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik zou kunnen zeggen: in theorie wel, maar in de praktijk weet ik het oprecht nog
niet. Ik kan u nu dus ook nog geen sneakpreview geven van het lijstje met dekkingsmaatregelen
die het kabinet overweegt. Daar zijn we gewoon nog niet. U heeft zelf de datum gezien
van de brief over hoe het verdergaat met box 3. Die is van een zeer recente datum.
Eerlijk gezegd vind ik dat het in theorie ook los van elkaar zou moeten kunnen staan.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter. Dan gaan we naar de schenkingsvrijstelling. Overigens, voorzitter, ik
heb net verzuimd mijn eigen spelregel te handhaven. U krijgt vóór de zomer een reactie
over de forfaits.
Dan het evaluatierapport. Dat ziet op de schenkingsvrijstelling en dat komt na de
zomer. Laat ik hier het volgende over zeggen. Dit heb ik ook in de media gezegd. Op
het moment dat wij een rapport krijgen waarin staat «het is niet doeltreffend», betekent
dat niet dat het kabinet automatisch tot afschaffing of versobering overgaat. Dat
betekent dat het kabinet het gaat overwegen. Dat is precies wat we nu aan het doen
zijn. Ik kan nog niet vooruitlopen op die overweging.
Dan had de heer Vermeer nog een soort suggestie: als het kabinet het toch gaat overwegen,
zou het dan de vrijstelling voor ouders om aan kinderen te schenken kunnen omdraaien,
zodat je als kind makkelijker aan je ouders kunt schenken? Ik wil er altijd op reflecteren.
U krijgt toch een reactie op het rapport. In beginsel vind ik dat ik daarop moet reflecteren
als een lid daarom vraagt. Ik geef hierbij ook een kleine sneakpreview van mijn denken:
dat is wel een nieuwe fiscale regeling en daar willen we met elkaar zuinig op zijn.
Mijn wedervraag zou dan zijn: hoe groot is het maatschappelijk probleem van kinderen
die aan hun ouders wensen te schenken en die dat nu niet doen omdat zij een vrijstelling
missen? U krijgt een reflectie, maar u heeft al een beetje inkleuring gekregen.
Voorzitter. Dan zijn er een aantal vragen over de anbi’s gesteld. Ik ga klip-en-klaar
bevestigen – dat was de letterlijke term van de ChristenUnie – dat er geen andere
kaders bestaan dan de wettelijke kaders en dat de belastinginspecteur geen andere
kaders hanteert dan de wettelijke kaders en de integriteitstoets die daaruit voortvloeit.
Ik heb gezien dat u het ook in andere debatten over die integriteitstoets heeft. Daar
laat ik het kortheidshalve maar bij.
Dan vroeg u nog naar wat andere zaken over anbi’s, die misschien ook wat breder zijn.
Wil het kabinet nou een belasting op stichtingen, ja of nee? Mogen anbi’s wel of niet
financiële steun aan andere anbi’s geven? En mogen die dan internationaal zijn? Ook
daarvoor ga ik verwijzen naar een Kamerbrief. We gaan een Kamerbrief over de anbiregeling
sturen. Daar wordt op dit moment al aan gewerkt. Daarin kan ik mooi al deze dingen
samennemen. Die krijgt u – dat is een nieuwe in het assortiment, voorzitter – op korte
termijn. Dat is eerder «in het voorjaar» dan «voor de zomer».
De voorzitter:
Omdat ik zo flexibel ben, mag ik de suggestie ...
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik kom snel ter zake, voorzitter. Het lijkt mij veel logischer om te werken met een
fiscale eindheffing bij verlies van de anbistatus, en met de verplichting voor ex-anbi’s
om het resterende vermogen binnen afzienbare tijd aan het algemeen nut te besteden.
Ik overval de Staatssecretaris nu met die vraag, maar zou de Staatssecretaris dit
als alternatief voor wat allemaal op papier is gezet, kunnen meenemen in de brief?
Is dat geen alternatief om om te gaan met ex-anbi’s?
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik waardeer het vele meedenken van de heer Grinwis in deze commissie zeer. Dat meen
ik oprecht. Daar gaan we in die brief dan op reflecteren. Dank voor de suggestie.
Voorzitter. Dan de technische invulling van het afvalpakket. Dat was een vraag van
de heer Oosterhuis en de heer Stultiens. Laat ik allereerst even zeggen dat ik dankbaar
ben dat de werkgroep uit de afvalsector hier zelf zo actief over heeft meegedacht.
Ik vond het ook wel dapper, want ze zijn ook wel over hun eigen schaduw heen gesprongen
en zelf met alternatieven gekomen, ook als die elders in de keten en dus binnen de
sector pijn doen. Wij zijn nu aan het kijken wat we met die suggesties gaan doen.
Daar heb ik ook mijn collega voor nodig, omdat het heel veel effecten heeft in de
keten. Ik kan oprecht nu niet op die besluitvorming vooruitlopen. Ik had u graag –
misschien lukt dat in de tweede termijn – ook daarover weer iets concreets willen
toezeggen, maar ik heb ook even de horizon nodig van mijn collega die gaat over duurzaamheid
en circulariteit. Ik wil haar niet overvallen door nu iets aan u toe te zeggen wat
misschien net niet in de tijdshorizon bij KGG past.
De heer Oosterhuis (D66):
Volgens mij vroeg de motie om een andere invulling in de voorjaarsbesluitvorming mee
te wegen. Het duurt niet zo heel lang meer voordat die plaatsvindt, dus ik mag hopen
dat er veel denkwerk is verricht en dat er varianten op tafel liggen. Ik zou het dus
wel waarderen als de Staatssecretaris een concreet tijdsschema kan schetsen voor wanneer
we naar besluitvorming gaan.
Staatssecretaris Eerenberg:
Meer in algemene zin: we hebben een beetje een gek voorjaar, omdat het kabinet voor
de voorjaarsbesluitvorming relatief laat is aangetreden. Ik merkte het net al aan
u toen ik het over de verbruiksbelasting had. Ik dacht: een aantal dingen zullen door
de kabinetswissel toch ook gewoon al snel in een volgende cyclus terechtkomen. Ik
vermoed eerlijk gezegd dus zeer dat we dit eerder naar de zomer zullen moeten gaan
tillen.
De voorzitter:
Dit wordt uw vijfde, maar u bent niet de eerste.
De heer Oosterhuis (D66):
Dan heb ik mij misrekend, maar dank voor de coulance. Ik zou het toch wel laat vinden
als dit richting de zomer gaat. Er is natuurlijk superveel onzekerheid in die markt.
Ik denk dat daarover eerder duidelijkheid nodig is. Volgens mij krijgen we de Voorjaarsnota
vóór 1 juni. Dat duurt nog wel eventjes. Ik zou de Staatssecretaris dus toch willen
vragen om te bekijken of hier echt wel in het voorjaar over besloten kan worden.
Staatssecretaris Eerenberg:
U merkt wat terughoudendheid bij mij. Dat komt ook omdat ik geen overleggen heb kunnen
plannen met mijn collega, en ik ook niet iemand wil overvallen met een tijdschema
waarmee we daarna allemaal teleurstellingen organiseren. Ik hoor de ambitie en voel
die eerlijk gezegd persoonlijk ook wel, dus ik ga hierop denk ik hetzelfde zeggen
als wat ik net zei over de verbruiksbelasting. Ik ga echt een ultieme poging doen
om te versnellen, maar ik kan u dat pas toezeggen nadat ik overleg heb gehad. We gaan
die ultieme poging zeker doen, ook om het harde werk van de afvalsector zelf te eren,
want die heeft ook zijn best gedaan om snel klaar te komen.
Dan de 30 jaarstermijn, uiteraard bij de hypotheken. Daar kunnen we nog een avondvullend
programma over doen, maar de vraag was eigenlijk relatief simpel, namelijk: wanneer
komt dat rapport? Dat is begin april.
De voorzitter:
Mooi. Volgens mij gaan we nu naar het toetje: vereenvoudiging en hervormingen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Zo is het maar net, voorzitter. Ik heb u al de strategische agenda genoemd die u in
mei krijgt. Ik noemde uit eigen initiatief al een aantal onderwerpen. In mijn eigen
top drie – ik heb richting de fractie van het CDA net de vierde genoemd – staat absoluut
de vereenvoudigingsagenda. Hoe ziet die vereenvoudigingsagenda eruit? Als ik dat wist,
zou ik hem nu natuurlijk opdreunen, maar ik zie een beetje voor me dat er eigenlijk
twee sporen in zitten. Het eerste spoor gaat over het stelsel en wat we op het vlak
van het stelsel te doen hebben. Maar dat is ook een trage vraag. Als je je gaat focussen
op de trage vraag, is het risico dat je veel denkt en weinig doet.
Daarom wil ik het eigenlijk hand in hand laten gaan met een tweede spoor. Dat gaat
wat concreter en in behapbare tijdseenheden met vereenvoudigingen komen. Het mooie
is dat dat, naar ik begrijp, heel erg aansluit bij de motie-Grinwis. Die stelde voor
om elk jaar met een vereenvoudigingspakketje te komen. Ik weet niet of dat elk jaar
een wet zal zijn. Ik vind ook dat hier doel en middel een beetje uit elkaar moeten
lopen. Misschien lukt het ons namelijk wel om elk jaar ... U krijgt elk voorjaar die
fiscale beleids- en uitvoeringsagenda waarvan je de afkorting nauwelijks kan uitspreken.
Misschien is het heel mooi om het daar juist in te integreren. Misschien is het ook
mooi om elk jaar in het belastingplan herkenbare vereenvoudigingen te zien. Dan ziet
u het eigenlijk twee keer per jaar. In het tweede spoor wil ik dus eigenlijk onze
bestaande ritmiek benutten om elke keer weer met vereenvoudigingen te komen. Overigens
zal ik dat in de brief in mei wat meer inkleuren. Zo kunt u ook het proces zien. Dat
is één.
Het tweede. Onderdeel van die vereenvoudigingen zijn natuurlijk ook de grote hoeveelheid
fiscale regelingen die we hebben. Daar is ook een mooie motie over aangenomen, de
motie-Dassen. Ik moet zeggen dat ik die urgentie heel erg deel. Ik merk ook in dit
commissiedebat dat een aantal van u zegt: kijk nou eens naar die regelingen. Ik voel
ook wel energie om daar wat mee te doen. Maar het gaat van ons allen veel vragen.
Dit vraagt van ons allen namelijk om over onze eigen schaduw te springen. Al die regelingen
hebben namelijk allemaal een politieke vader of moeder. Ooit waren ze nodig of kwamen
ze tegemoet aan een doelgroep in de samenleving die altijd goede dingen doet voor
onze samenleving. Dus als we hier meters op willen maken, wat ik heel graag zou willen,
zullen we allemaal over onze eigen schaduw heen moeten springen. Dat zeg ik er maar
even vooraf bij. Dat gesprek ga ik graag met uw commissie aan. Het zal lucht en ruimte
in het stelsel brengen.
Dan ga ik naar de Sociaal-Economische Raad. Die doet hier onderzoek naar. Een vraag
van D66 was of ik niet alsnog formeel een verzoek zou willen doen. Ik denk eigenlijk
dat we dat niet moeten doen. Dat is niet omdat ik het rapport een andere status wil
geven, maar omdat ik heb begrepen dat ze een heel eind op streek zijn. Als ik nu een
formele adviesaanvraag bij de SER indien, dan gaat het er eigenlijk doorheen. Dan
moet de SER zich ook weer gaan verhouden tot de formele vragen die ik namens het kabinet
stel. Eigenlijk hoop ik dat ze gewoon snel klaarkomen met het rapport. Dan beloof
ik u dat ik dat rapport gewoon net zo zal behandelen als elk ander rapport dat ik
krijg. Dan is het gewoon een rapport waar wij ons toe gaan verhouden. Het doet dan
niks af aan de status van dat rapport. Ik hoop dus eigenlijk dat de SER gewoon lekker
doorwerkt en een mooi rapport neerlegt, dat ons allen inspiratie gaat geven om te
vereenvoudigen.
Voorzitter. GroenLinks-PvdA vroeg mij nog om een reflectie op het coalitieakkoord.
Een mooie vraag. Laat ik pogen iets staatsrechtelijks te doen. Het is de eerste keer
dat ik dat probeer! Het coalitieakkoord is voor een lid van het kabinet gewoon een
gegeven. Het is wat het is. Ik verhoud me ertoe. Ik voel me in die zin ook niet helemaal
uitgenodigd om daar in uw commissie een soort recensie van te geven. Tegelijkertijd
zijn wij een minderheidskabinet. Dat betekent dat het coalitieakkoord ook altijd vrienden
zal moeten vinden in de oppositie.
U vroeg ook of ik opensta voor suggesties vanuit de kant van GroenLinks-PvdA. Daarover
heb ik al iets gezegd in mijn introductie. Ja. Maar ik sta open voor elk goed idee.
U zult begrijpen dat ik niks anders dan dat kan zeggen.
Dan de motie-Maatoug. Dat is toch leuk om te horen. Voor de mensen die het niet weten:
tot drie weken geleden was mevrouw Maatoug mijn collega-wethouder in het Utrechtse.
Laat ik dit zeggen: bij elke nieuwe regeling die wij gaan introduceren, voegen we
het liefst een horizonbepaling toe. Als we dat niet doen, wijken we gemotiveerd af.
We maken dat dan transparant, zodat u kunt zien waarom we dat niet doen. Ik snap ook
dat de wens van de motie-Maatoug is om bij alle bestaande regelingen een horizonbepaling
in te voegen. Dat is uitvoeringstechnisch gewoon niet haalbaar. Er moeten dan zó veel
dingen aangepast worden. Ik snap het idee erachter helemaal, maar laten we het maar
stapsgewijs doen bij nieuwe regelingen. En als we met de motie-Dassen aan de slag
gaan ... Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat dat ook een horizonbepaling is. Die motie
roept namelijk eigenlijk op om alles opnieuw te overwegen. Nou ja, daar is de horizon
meteen mee geschetst.
Ik ga naar de marginale druk.
De voorzitter:
Oké, maar eerst heeft de heer Stultiens een interruptie.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ik wil hier toch oud-collega Maatoug eren. Ik snap dat we niet onnodig uitvoering
moeten toepassen. De afgelopen jaren is er alleen gewoon te weinig gelukt, voor de
hele Kamer en het kabinet, bij het afbouwen van fiscale regelingen. Ik hoop dat we
echt strenger worden. Dat geldt voor onszelf, maar ook voor het kabinet. We moeten
echt andersom gaan redeneren: «wat willen we behouden?» in plaats van «welke kan eraf?»
De afgelopen jaren heb ik namelijk gezien dat het eerder licht toeneemt. Dat hoor
je ook in het debat van vandaag weer. Ik hoop dus echt dat de Staatssecretaris een
stapje erbij wil doen, ook bij de bestaande regelingen, en dat hij kritisch blijft
kijken welke we kunnen afschaffen en gebruiken voor tariefverlaging.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dat onderschrijf ik volledig. Ik geef er dezelfde winstwaarschuwing bij als net: het
zal van ons allemaal in deze commissie vragen dat we politieke moed hebben en over
onze schaduw heen springen.
Voorzitter. Dan kom ik bij de laatste twee vragen. Ik was bij de marginale druk. Er
is hartstikke mooi onderzoek, zeg ik richting mevrouw Van Dijk. Dat zegt namelijk
dat je zonder dat je het stelsel aanpast, in de communicatie al heel veel kunt doen.
Mensen denken namelijk dat het niet loont om meer te gaan werken, maar in de praktijk
valt dat eigenlijk heel erg mee. Deze handschoen wil ik dus heel graag oppakken. Ik
zal daar ook in de strategische agenda wat woorden aan wijden. Met communicatie, en
misschien zelfs ook wel met goeie webapplicaties, kun je namelijk al heel veel doen
om mensen te stimuleren om meer te werken. Arbeid moet lonen; dat is uit mijn hart
gegrepen. Als je niet meer gaat werken omdat je onterecht denkt dat het niets oplevert ...
Dat is volgens mij de eerste winst die we met elkaar kunnen pakken. Ik omarm dit dus
volledig.
Voorzitter. De laatste vraag volgens mijn administratie – ik hoop dat het goed is
gegaan – betreft het ambtelijke rapport Kansen voor lagere tarieven en beter beleid,
over de aanpak van fiscale regelingen. Dat wil ik eigenlijk verbinden met de motie-Dassen.
Zoals ik net zei, moeten we daar met volle kracht vooruitgaan. Als we conform de motie-Dassen
aan de slag gaan met al die fiscale regelingen, dan kom je namelijk eigenlijk vanzelf
op de kern van dat rapport uit. Ik zal ook hier in de brief in mei, in de strategische
agenda, het nodige aan wijden. Dit is namelijk een van de sporen in de vereenvoudigingsagenda.
Voorzitter, dat was volgens mij mijn eerste termijn in deze commissie. Ik vond het,
eerlijk gezegd, waanzinnig leuk.
De voorzitter:
Ik moet zeggen dat ik u moet complimenteren voor de bondigheid, voor het tempo en
voor de volgens mij heldere antwoorden. Over de inhoudelijke kwaliteit ga ik als neutrale
voorzitter natuurlijk niks zeggen. Dat is aan de leden. Het mag, maar ik doe het niet.
We gaan even een korte tweede termijn doen. Ik begin bij de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, dank. Dank aan de Staatssecretaris. Ik denk dat ik me kan aansluiten bij
de voorzitter: hij zit scherp in de wedstrijd. Het waren duidelijke, heldere en korte
antwoorden. Dus dank, nogmaals.
Er was al een vooraankondiging voor een tweeminutendebat gedaan door een collega.
Ik weet niet meer wie het was. Bij dezen doe ik dat verzoek via de voorzitter.
Ten aanzien van box 3 denk ik dat de Staatssecretaris een coherent verhaal heeft gemaakt
bij iets wat toch meer leek op een soloactie in plaats van een kabinetsbrede actie.
Ik denk uiteindelijk dat het goed is dat nu duidelijk is waar we heen gaan ten aanzien
van box 3. Aan de ene kant gaan we inzetten op het verbeteren van de vermogensaanwasbelasting
en de Wet werkelijk rendement. Dat proces gaan we in. Aan de andere kant gaan we concreet
toewerken naar de volledige vermogenswinstbelasting, conform het coalitieakkoord.
Ik had nog wel een vraag ten aanzien van het effect van compounding. Volgens mij zou
de Staatssecretaris in tweede termijn nog ingaan op de motie-Grinwis. Die is wat smaller
dan ons verzoek, maar misschien kan de Staatssecretaris in de tweede termijn nog verduidelijken
wat hij bedoelde.
Ten slotte. Ik vond het positief om te horen dat het kabinet kijkt naar de Europese
kapitaalmarktunie om daar een ander regime, eventueel binnen box 3, neer te kunnen
zetten om ervoor te zorgen dat beleggers wat meer van hun eigen rendement overhouden.
Bij dezen. Dank u.
De voorzitter:
Mevrouw Van Eijk namens de VVD.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me ook aan bij de complimenten aan de Staatssecretaris
voor de krachtige en bondige beantwoording, maar vooral voor het ook écht beantwoorden
van vragen. Ik weet dat er nog heel veel Kamerbrieven gaan komen, maar ik vind het
heel prettig om te weten wanneer we wat kunnen verwachten en wanneer we daar opnieuw
met elkaar het debat over kunnen aangaan.
Ik heb nog één verzoekje omtrent box 3. Dat gaat over de hersteloperatie en de raming
daarvoor. Er is, uit mijn hoofd, ruim 16 miljard voor ingeboekt. Daar hebben we ook
al best wel veel debatten met elkaar over gevoerd. Er zou ook nog een uitvoeringstoets
en een herijking plaatsvinden. Ik denk dat het wel heel erg fijn zou zijn als we zouden
weten waar we staan op dat dossier, ook als het gaat om de vraag in welke jaren welke
bedragen nog inboekt staan en of we nog steeds vinden dat die ramingen accuraat zijn
of de beste inschatting geven.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Stultiens van de GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Ook ik ben blij met de antwoorden en het tempo. Dat is een prettige manier van debatteren.
Ook mijn complimenten voor de spoedcursus belastingen. In een paar weken 40 rapporten
doornemen waar wij al jaren mee bezig zijn, is goed gedaan!
Ik wil nog wel een punt maken over de discussie over arbeid versus vermogen. Ik vind
het collegiaal dat deze Staatssecretaris doet alsof het allemaal heel gezamenlijk
was de vorige keer. Dat snap ik vanuit zijn rol, maar als de vraag komt hoe we de
vermogenswinst gaan betalen, dan neem ik aan dat het uitgangspunt is dat dit gebeurt
binnen het domein van vermogen en winst. Ik vind het wel zorgelijk dat de Staatssecretaris
daar nog niks over durft te zeggen. Dan word ik meestal bang dat de rekening terechtkomt
bij gewone mensen of de staatsschuld. Ik hoop dat hij ons vandaag gerust kan stellen
en anders binnenkort als we meer informatie krijgen.
Een paar andere korte punten. Het is fijn dat er Europees aan de slag gegaan wordt
met een digitaks. Ik wil wel benoemen dat het soms ook helpt om de druk richting andere
landen op te voeren door zelf nationaal beleid voor te bereiden. Dan zie je vaak dat
er opeens meer mogelijk is dan je denkt.
Ik sluit me aan bij het punt van collega Oosterhuis over die plastic-heffing. Dat
heeft echt wel haast, want het bedrag hangt als een zwaard van Damocles boven de markt.
Ik zag zelfs op weg hiernaartoe een groot billboard hangen over deze belasting. Laten
we dus inderdaad de druk opvoeren. Wat ons betreft komt er een beter plan voor de
hele keten in plaats van alleen een eindheffing.
Dan echt tot slot. Ik ben echt blij met de opmerking van de Staatssecretaris over
de forfaits rondom de erf- en schenkbelasting. Het was vast een sneakpreview. Ik lees
daarin dat er geld wordt opgehaald binnen het domein van vermogen en winst. Dat juich
ik toe. Hopelijk kan het worden gebruikt voor belastingverlichting in het domein arbeid
en inkomen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Oosterhuis namens D66.
De heer Oosterhuis (D66):
Dank, voorzitter. Inderdaad dank aan de Staatssecretaris voor de heldere en beknopte
beantwoording. We hebben afgesproken vaker te gaan debatteren over de fiscaliteit.
Dat wordt op deze manier alleen maar leuker. Dank ook voor de vele brieven die zijn
toegezegd.
Ik heb nog een paar vragen en opmerkingen over box 3. Mijn agenda is vermogen zwaarder
belasten en arbeid minder, zeg ik ook tegen de heer Stultiens. Ik wil ook zeker niet
de andere kant op, ook niet als het gaat om de dekking van box 3.
Wat betreft de suikertaks dank ik de Staatssecretaris voor de toegezegde brief. Heel
fijn dat de Staatssecretaris toch nog gaat proberen om in het voorjaar te besluiten
over de differentiatie van de verbruiksbelasting. De Staatssecretaris gaf aan dat
gezond gedrag belangrijk is voor hem, ook bij de suikertaks die daarna volgt. Ik had
gevraagd of er wordt gedifferentieerd naar suikergehalte. Daar heeft de Staatssecretaris
nog niet op geantwoord. Misschien kan hij daar in tweede termijn nog op ingaan.
Tot slot. Dank voor de positieve reactie op de vraag van de heer Grinwis over het
vervolg op het amendement dat ik samen met de heer Grinwis heb ingediend. Ik vind
het chic dat de heer Grinwis nu met een concreet voorstel komt omdat het amendement
toch net wat anders uitpakt dan beoogd. Ik kijk heel graag naar een gezamenlijke oplossing
om ervoor te zorgen dat we de youngtimers op een betere manier uitfaseren en om te
zorgen voor een betere markt voor tweedehands elektrische auto’s.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Grinwis namens de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik dank mijn collega Oosterhuis. Hij gaf eigenlijk de voorzet om te verzoeken
om spoedig een tweeminutendebat in te plannen. Dat was nog niet aangevraagd, dus bij
dezen. Was het wel aangevraagd? O, excuus. Dan sluit ik me helemaal aan bij het verzoek
van collega Hoogeveen en vraag ik om een beetje spoed. Dat heeft als achtergrond dat
de markteffecten van dat aangenomen amendement best wel groot zijn. Het is dus ook
belangrijk dat er snel helderheid is over hoe het dan wel kan, zodat dat op weg naar
’27 helder is. Mocht het worden aangenomen, dan is het ook van belang dat het helder
wordt bij de Voorjaarsnota, zodat er helderheid over komt voor de markt. Dat is, denk
ik, wel belangrijk. Dat zijn we als overheid, denk ik, ook wel verplicht. Ik dank
de Staatssecretaris sowieso voor alle heldere antwoorden, maar dat is door mijn collega’s
al gezegd.
Dan over de vereenvoudigingsdag. Ik wil toch nog even benadrukken dat dit als een
zelfstandig moment in het jaar is bedoeld. Voor je het weet, wordt het in bestaande
processen en procedures ingebed en kan iedereen blijven doen wat hij al deed. Het
idee is echt om een apart plan of wetgevingsmoment te maken tegenover het belastingplan,
omdat het belastingplan de neiging heeft de boel te compliceren, ook uit de aard der
zaak dat in de augustusbesluitvorming complexiteitsreductie helaas niet vooropstaat.
In het voorjaar kunnen we dat wél. Sowieso is er in het coalitieakkoord een breder
voornemen afgesproken om hiermee met meerdere domeinen dan alleen fiscaliteit aan
de slag te gaan. Laten we alsjeblieft naar een gezamenlijk moment streven, zonder
dat dit – zeg ik in de woorden van de Staatssecretaris – in mindering komt op het
gegeven dat je andere momenten ook moet aangrijpen.
Dan een laatste vraag, voorzitter.
De voorzitter:
Wilt u dan wel afronden?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja. Er is heel veel strijd geweest over welke sector wel en niet onder ETS2 komt en
over de bijmengverplichting. Tot 2030 is er compensatie voor, maar er is ook nog een
tijd na 2030. Hoe gaat het er dan bijvoorbeeld uitzien voor de tuinbouw en hoe verhoudt
dat zich tot Europese staatssteunregels?
Tot zover.
De voorzitter:
Dank. De heer Dekker namens Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Dank u, voorzitter. De teneur van dit debat is toch dat de belasting uiteindelijk
wordt verzwaard voor de Nederlander. Dat is, denk ik, niet te vermijden. In die omstandigheden
heeft de Staatssecretaris het prima gedaan, wat mij betreft. Hij heeft een heel actief
en positief debat gevoerd. Ik maak me wel een klein beetje zorgen over de grote hoeveelheid
toezeggingen die hij gedaan heeft. Ik weet niet of hij die allemaal kan waarmaken.
Ik wens hem in ieder geval heel veel wijsheid en energie toe voor de komende tijd.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van Dijk.
Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank voor de beantwoording. Fijn dat er concrete brieven op concrete vraagstukken
worden toegezegd – dat helpt – in plaats van grote verzamelbrieven waarbij je alle
puntjes eruit moet filteren.
Met betrekking tot de pseudo-eindheffing krijgen we natuurlijk meteen alweer signalen
vanuit de praktijk. Ze zeggen: goh, in juni komt de brief, maar krijgen we dan ook
concrete duidelijkheid? Dat is dus nog een vraag aan de Staatssecretaris.
Met betrekking tot de win-winlening en de beleggingsregeling ben ik blij dat die hoog
op het lijstje staan, maar ik hoop ook echt dat er snel een concreet voorstel naar
de Kamer gaat komen.
Tot slot. De heer Grinwis had het erover dat het belastingplan over het algemeen veel
complexiteit toevoegt. Ik zou de Staatssecretaris dus willen uitdagen om met een belastingplan
te komen dat dat niet of maar in zeer beperkte mate doet.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de Staatssecretaris. Kan hij gelijk antwoorden of wil
hij even een paar minuten schorsen? We schorsen vijf minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering van de vaste Kamercommissie voor Financiën. In het debat
over de fiscaliteit zijn we toe aan de tweede termijn van de zijde van de regering.
Ik geef het woord aan de Staatssecretaris.
Staatssecretaris Eerenberg:
Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor uw reflecties in de tweede termijn. Ik heb in
die tweede termijn ook een heel aantal aanmoedigingen gehoord. Die heb ik allemaal
gehoord. Ik ga er niet nog een keer op reflecteren, maar beperk mij tot de concreet
gestelde vragen, als u mij dat toestaat, voorzitter.
Dan begin ik bij de vraag van JA21 over de compound interest. Ik heb al gezegd dat
we in de brief over box 3 op dit punt reflecteren. Of het gaat lukken om al die dwarsdoorsnedes
te maken die u graag ziet? Dat is best ingewikkeld. Tijd is daarin toch niet onze
vriend. Misschien kunnen we het volgende met elkaar afspreken. Voorzitter, u moet
mij maar helpen als ik iets zeg wat niet past in het verkeer tussen Kamer en kabinet,
maar mijn voorstel is als volgt. Wij sturen die brief. Wij doen ons best u daarmee
zo veel mogelijk inzicht te geven. Als dat onvoldoende is, kunnen we heel vaak vragen
en brieven naar elkaar sturen, maar misschien is het veel praktischer om een sessie
te beleggen. Soms moet je ook gewoon even achter een scherm zitten en er goed naar
kijken en het samen doen.
De voorzitter:
De commissie kan in een procedurevergadering besluiten om een technische briefing
te houden en daarin kunnen zaken meer in detail gewisseld worden.
Staatssecretaris Eerenberg:
Dan zeg ik u pro forma dat ik bereid ben om die technische briefing te organiseren.
Dan vroeg de VVD naar de hersteloperatie box 3 zoals we die nu doen. Daar wordt door
heel veel mensen bij de Belastingdienst heel hard aan gewerkt, heb ik al gezien. We
spreken volgende week over de Belastingdienst. Misschien mag ik u heel praktisch suggereren
dat ik in dat debat mondeling met een stand van zaken kom over waar we staan ten opzichte
van de geraamde budgetten.
Dan vroeg GroenLinks-PvdA opnieuw: als we naar de vermogenswinstbelasting gaan, kan
de Staatssecretaris dan nu alvast zeggen dat de dekking van de derving die daaruit
voortkomt ten opzichte van het basispad dan uit het vermogensdomein gaat komen? Soms
weet ik dingen oprecht niet. Ik moet u mijn oprechte antwoord over wat ik doe schuldig
blijven, want ik weet het gewoon nog niet. U moet het niet anders interpreteren. Ik
weet het gewoon oprecht niet. U hoeft ook niet bang te zijn dat daar iets anders achter
schuilgaat. Tegelijkertijd kan ik u ook nog niet toezeggen dat het zus of zo zal gaan.
De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):
Heel kort. Het is natuurlijk geen exacte wetenschap, maar een politieke keuze. Ik
moedig de Staatssecretaris aan om hiervoor te strijden. In het verleden is het weleens
anders gelopen – laat ik het zo formuleren – met name rond de hersteloperatie box 3.
Vele miljarden moesten toen voor een deel van de gewone werkende mensen komen. Dat
zou ik graag willen voorkomen.
Staatssecretaris Eerenberg:
Ik heb die aanmoediging goed gehoord.
De heer Oosterhuis van D66 vroeg: kan de suikertaks gedifferentieerd worden naar percentage
suiker in het product? Hij noemde het een sneakpreview. Dit is echt complex. Het gaat
niet alleen over het gezondheidsaspect. Daar wil ik graag mijn redeneringslijn laten
beginnen, maar het gaat ook over de vraag wie het gaat uitvoeren – is dat de douane
of de Belastingdienst? – en hóé het uitgevoerd moet worden. We zullen het midden moeten
bewandelen tussen een regeling die voldoet aan het financiële kader van het coalitieakkoord,
die bijdraagt aan de gezondheidsdoelen en die uitvoerbaar is. Als wij het in die driehoek
complexer maken op bijvoorbeeld gezondheidsbevordering, dan kan dat op die andere
twee poten van de driehoek dermate negatieve effecten hebben dat je het toch niet
kunt gaan doen. Dit is een zeer abstract antwoord – dat besef ik – maar ik ga u wel
zeggen dat differentiatie een zeer serieuze optie is. Maar het moet wel binnen die
driehoek passen. Als het niet binnen die driehoek past, dan kunnen we het wel zeggen
tegen elkaar, maar dan kunnen we het niet uitvoeren. Daarmee spannen we het paard
achter de wagen. Het is in ieder geval een zeer serieuze optie. We zien inderdaad
in andere landen dat het zo werkt.
Dan vroeg mevrouw Van Dijk van het CDA of de brief over de pseudo-eindheffing duidelijk
zal zijn en of er maatregelen in staan. Dat is wel ons voornemen. Zij gaat pas in
per 1 januari 2027. Ik snap de druk vanuit de sector, maar dat geeft ons ook nog wel
even de tijd om te bekijken wat er nu op tafel ligt, wat de ongewenste effecten zijn,
hoe je die kunt mitigeren en wat de effecten daarvan zijn. Mijn ambitie is om in die
brief dan ook klare wijn te schenken, ook als de boodschap ongemakkelijk is. Dat hoort
ook bij klare wijn.
Voorzitter. Dat was mijn eigen administratie. Dan ga ik naar de mij aangereikte administratie
en kom te spreken over de ETS2. Ik denk dat de vraag vooral ziet op hoe verder na
2030. Zo interpreteer ik het, want ik kan wel een heel verhaal houden over glastuinbouw
in de komende jaren. Ik heb u in dit debat één smaakje van toezeggingen nog niet gedaan
en die toezegging is «bij Prinsjesdag». Dit punt wordt bij Prinsjesdag duidelijk.
Ja, wij moeten als kabinet een standpunt innemen over hoe verder na 2030. U kunt verwachten
dat wij bij Prinsjesdag met een pakket komen dat precies de goede balans weet te vinden
tussen eventuele compensatie enerzijds, met een streep onder «eventuele», en anderzijds
het stimuleren van klimaatneutraliteit. Het pakket dat er nu ligt, draait. Dat is
volgens mij goed. U kunt bij Prinsjesdag meer zien en horen over hoe het na 2030 gaat.
Rente op rente heb ik gehad. U maakt nu live mijn hele administratie mee.
Het lid Vermeer vroeg: waar is de reeks in de begroting op gebaseerd over de inkomsten
aan de accijnzenkant van alle brandstoffen aan de pomp? Die is gebaseerd op het vorige
jaar; het is dus een twee-in-éénsystematiek van het CPB. Het CPB weet van een jaar
geleden wat er allemaal getankt wordt en daar baseren wij onze ramingen op. Ik ben
graag bereid om u op de minst arbeidsintensieve manier inzicht te geven in die CPB-cijfers.
Ik weet eerlijk gezegd niet wat die minst arbeidsintensieve manier is, maar als een
van uw leden het technisch wil snappen, gaan we dat organiseren.
De aanmoediging voor nationale stappen is inderdaad een aanmoediging.
Ik heb al iets gezegd over de WKR-brief. Die brief komt in mei, kan ik nu preciseren.
«WKR» staat voor «werkkostenregeling», zeg ik voor de mensen die de afkorting niet
scherp hebben. Ook in die brief zullen we laten zien wat de concrete maatregelen zijn,
maar ook daar geldt dat ze wel moeten passen in onze kostenplaatjes.
De heer Stultiens – Stúltiens, niet Stultíéns, ik leg de klemtoon steeds verkeerd;
excuus – stelde een vraag over vermogen. Daar heb ik al iets over gezegd. Ook over
de suikerbelasting heb ik al iets gezegd. Volgens mij klopte mijn eigen administratie
dus relatief goed, voorzitter.
De voorzitter:
Heel mooi. Hartelijk dank. Ik moet nog wel een paar dingen voorlezen. Het mooie van
niet één verzamelbrief is dat we nu een brievenbundel gaan ontvangen. Ik zal even
voorlezen welke brieven dit allemaal betreft. De toezeggingen.
− Aan het lid Hoogeveen. De Staatssecretaris zal de resultaten van het onderzoek naar
fiscaal stimuleren van beleggingen dit jaar met de Kamer delen.
− Ook aan het lid Hoogeveen. De Staatssecretaris zal ten aanzien van het onderzoek naar
de mogelijkheden voor box 3 en compound interest voor de zomer de Kamer nader informeren.
− Dit gebeurt in de brief die aan de hele commissie wordt toegezegd over de aanpassing
van het box 3-stelsel en de financiële implicaties en ramingen en de eventuele mogelijkheden
van een progressief stelsel. Ook dit wordt voor de zomer en voor het Belastingplan
met de Kamer gedeeld.
− Aan het lid Oosterhuis. De Staatssecretaris zal dit voorjaar de Kamer nader informeren
over het onderzoek naar de gedifferentieerde verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.
Klopt het dat dit in het voorjaar gebeurt? Ik zie dat dat zo is.
− Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal de Kamer voor de zomer informeren over
het proces van de suikerbelasting en de verhouding tot de gedifferentieerde verbruiksbelasting
en de samenhang daartussen. Deze toezegging hangt samen met de vorige.
− Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal de Kamer voor de zomer nader informeren
over ongewenste neveneffecten van de pseudo-eindheffing voor elektrische auto’s.
− Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal de Kamer na de zomer nader informeren
over de samenvoeging van de EIA-, MIA- en VAMIL-regeling.
− Aan het lid Stultiens. De Staatssecretaris zal de evaluatie van de trailing- en exitheffingen
in het najaar naar de Kamer sturen.
− Aan het lid Van Eijk. De Staatssecretaris zal de Kamer mede namens de Minister van
VRO nader informeren over de toets voor het in aanmerking komen van een pensioenvrijstelling.
− Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal ten aanzien van de evaluatie van de
werkkostenregeling de Kamer in mei nader informeren over de reactie op de aanbevelingen.
− Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal de Kamer voor de zomer informeren over
de reactie op het evaluatierapport over de goededoelenregeling.
− Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal ten aanzien van de schenk- en erfbelasting
de Kamer voor de zomer nader informeren over een reactie op het rapport over de forfaits
dat hierover is verschenen.
− Aan het lid Grinwis. De Staatssecretaris zal ten aanzien van de anbiregeling de Kamer
op korte termijn nader informeren.
− Ook aan het lid Grinwis. De Staatssecretaris zal het rapport over de 30 jaarstermijn
in april aan de Kamer sturen.
− Aan de hele commissie. De Staatssecretaris zal in mei de Kamer nader informeren over
voornemens voor vereenvoudiging van het belastingstelsel.
− Aan het lid Grinwis. De Staatssecretaris zal uw Kamer met Prinsjesdag nader informeren
over ETS2 na 2030.
In mei komt er ook nog een strategiebrief waarin een aantal elementen al benoemd zijn,
maar dat was al bekend.
Mevrouw Van Eijk heeft nog een aanvulling op deze lijst.
Mevrouw Van Eijk (VVD):
De pseudo-eindheffing ziet op de fossielebrandstofauto’s, en dus niet op de elektrische
auto’s. Dan staat het juist genoteerd. En de brief over de pensioenfondsvrijstelling
zal zijn mede namens de Minister van VRO, denk ik.
De voorzitter:
Nou, dan worden we aangevuld. Ja.
Ik moet nog melden dat er een tweeminutendebat is aangevraagd en dat dat met spoed
zal worden doorgegeven aan de Griffie, op verzoek van de heer Grinwis. Nee, op verzoek
van de hele commissie. De heer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De toezegging over de 30 jaarstermijn was een toezegging aan collega Inge van Dijk.
Ik ben er eerder ook weleens over begonnen, maar deze toezegging is aan mijn collega.
En het punt over ETS2 gaat met name over de compensatie voor ETS2.
De voorzitter:
Helder. Er is veel werk te doen in deze leuke commissie de komende tijd, vooral voor
de Staatssecretaris en zijn staf, die ik dank voor de inbreng vandaag. Dank ook aan
de leden en aan het publiek dat met belangstelling dit debat heeft gevolgd.
We zijn stipt op tijd, nee, zelfs twee minuten eerder klaar. Heel goed gedaan allemaal!
Ik sluit de vergadering.
Sluiting 16.58 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
A.H.M. Weeber, griffier