Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 maart 2026, over JBZ Raad (Brussel)
32 317 JBZ-Raad
Nr. 1001
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 2 april 2026
De vaste commissie voor Asiel en Migratie en de vaste commissie voor Europese Zaken
hebben op 3 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Van den Brink, Minister van Asiel
en Migratie, Vice-Minister-President, over:
− de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 27 februari 2026 inzake geannoteerde
agenda van de formele JBZ-Raad van 5-6 maart 2026 (Kamerstuk 32 317, nr. 995);
− de brief van de Minister van Asiel en Migratie d.d. 21 januari 2026 inzake antwoorden
op vragen commissie over onder andere de geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad
van 22–23 januari 2026 (Kamerstuk 32 317, nr. 989) (Asiel en Migratie) (Kamerstuk 32 317, nr. 990);
− de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 februari 2026 inzake verslag
informele JBZ-Raad van 22-23 januari 2026 (Kamerstuk 32 317, nr. 994).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie, P. de Groot
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Van Meetelen
De griffier van de vaste commissie voor Asiel en Migratie, Nouse
Voorzitter: Boomsma
Griffier: Nouse
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van Asten, Boomsma, Ellian, Kröger,
Van der Plas, Russcher, Straatman en Vondeling,
en de heer Van den Brink, Minister van Asiel en Migratie, Vice-Minister-President.
Aanvang 17.01 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, hartelijk welkom allemaal bij deze vergadering van de vaste commissie
voor Asiel en Migratie. Wij vergaderen over de JBZ-Raad, die aanstaande donderdag
zal plaatsvinden in Brussel. We hebben vandaag vier minuten spreektijd. Ik zal vandaag
de vergadering voorzitten, maar om u gerust te stellen: ik zal dit niet blijven doen;
dit is een tijdelijke rol die ik op mij heb genomen, omdat de vorige voorzitter, de
heer Vijlbrief, natuurlijk Minister is geworden. Binnenkort zullen wij een vaste voorzitter
voor deze commissie gaan kiezen. Ik stel voor dat we beginnen. We hebben dus vier
minuten spreektijd. Ik wil eerst nog even de Minister van harte welkom heten. Dit
is de eerste vergadering van de nieuwe Minister van Asiel en Migratie, de heer Van
den Brink. Hartelijk welkom. Ik zie ook een aantal nieuwe woordvoerders; ook allemaal
hartelijk welkom. Ik zie uit naar de samenwerking. Ik stel voor dat we in principe
proberen rond te komen met drie interrupties voor de eerste termijn.
Ik wil om te beginnen het woord geven aan mevrouw Vondeling van de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ook ik heet de Minister natuurlijk van harte welkom. Het is
overduidelijk dat de coalitiepartijen, D66, VVD en CDA, de Nederlandse kiezer keihard
hebben voorgelogen tijdens de campagne. Er komt helemaal geen streng asielbeleid.
Onder het kabinet-Jetten blijven de grenzen wagenwijd openstaan. De grootste coalitiepartij,
D66, gaat tegen de asielwetten van Faber stemmen en het CDA waarschijnlijk ook. Er
komt géén asielstop. Er komt ook niet onmiddellijk een stop op nareis, ondanks dat
er minstens 53.000 nareizigers op het punt staan Nederland binnen te stromen. Ook
de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen blijft, net als de dwangwet,
die Nederland verandert in een groot azc.
Het eerste wat de nieuwe Minister van Asiel in zijn functie heeft gedaan, is laten
weten dat er nog eens 38.000 extra asielopvangplekken moeten komen, boven op de tienduizenden
die er al zijn. In Zuid-Holland moeten er nog meer dan 11.000 opvangplekken bij, in
Noord-Holland nog 7.700, in Brabant meer dan 7.000, en ga zo maar door. Dat is een
ramp voor Nederland. Vrijwel iedere dag verschijnen er berichten over overlast, onveiligheid,
steekpartijen, vrouwen die worden lastiggevallen, of nog erger, die worden aangerand
of verkracht door asielzoekers. Wat zegt de Minister tegen al die Nederlanders die
geen azc in hun stad of wijk willen hebben? Gaat hij gemeenten die weigeren een azc
te openen, keihard dwingen met de Spreidingswet? Of durft hij te erkennen dat dit
hele beleid faalt en Nederland kapotmaakt?
Dan het zogenaamde Europese Asiel- en Migratiepact, waar de regering van alles van
lijkt te verwachten. Experts waarschuwen al dat dit nieuwe pact dreigt uit te draaien
op een enorme mislukking. Er is nauwelijks voorbereiding getroffen. Het terugsturen
van afgewezen asielzoekers wordt een onmogelijke opgave. Deze zomer kan het al faliekant
misgaan. Ook landen aan de buitengrens, zoals Griekenland, laten er geen misverstand
over bestaan: geen enkel pact doet iets tegen de aanhoudende hoge instroom. Griekenland
waarschuwt openlijk dat het pact vol gaten zit en de problemen niet oplost. Deelt
de Minister deze kritiek van de frontlinelanden? Of blijft dit kabinet vasthouden
aan de illusie dat dit pact de asielinstroom structureel gaat beperken? Alles lijkt
af te hangen van dit Europese luchtkasteel, terwijl de Europese buitengrenzen meer
dan 50.000 kilometer lang zijn en zo lek zijn als een mandje.
Daarnaast kunnen we niemand vertrouwen, niet de andere EU-lidstaten en al helemaal
Brussel niet. Neem Spanje, waar de linkse Sánchez-regering nu doodleuk aankondigt
dat ze 500.000 illegale migranten beloont met een verblijfsvergunning. Daarmee krijgen
die gelukszoekers vrij baan om heel Europa rond te reizen, inclusief Nederland. Voor
je het weet, staan ze hier op de stoep, want in ons land krijgen ze immers alles gratis:
huisvesting, uitkeringen, zorg en noem maar op. Tegenhouden dus, zegt de PVV. En als
Spanje zo doorgaat, zet ze dan uit Schengen of stap er als Nederland zelf uit. We
kunnen niet langer blijven toekijken hoe zuidelijke landen de poorten openzetten en
wij met de ellende blijven zitten. Europa wordt overspoeld met migranten. Wit-Rusland
graaft letterlijk tunnels onder de grens met Polen om massa’s migranten ongehinderd
Europa in te smokkelen, met mogelijke hulp van terroristen als Hamas of IS. Wit-Rusland
is niet het enige regime dat dit doet. Turkije deed dit eerder al. En terwijl Brussel
slaapt en ons Europese luchtkastelen blijft verkopen, proberen vijandige regimes ons
land doelbewust te overspoelen met asielzoekers om chaos en verdeeldheid te creëren.
Dit bewijst eens te meer dat de Europese buitengrenzen niet alleen zo lek zijn als
een mandje, maar ook actief worden gebruikt als wapen tegen ons.
Vertrouwen op Brussel of andere lidstaten is dodelijk naïef. Nederland moet nu wakker
worden en zelf maatregelen nemen en zijn eigen grenzen gaan bewaken. Andere landen
doen dat ook. Duitsland stuurt asielzoekers aan de grens terug en voert gedwongen
uitzettingen uit. Oostenrijk heeft een stop op nareis ingevoerd. Polen heeft een asielstop
aan de grens. België vangt geen alleenstaande mannelijke asielzoekers op en houdt
hen systematisch buiten de opvang. Al deze landen doen concreet iets om de instroom
te beperken. Waarom Nederland niet? Waarom deze slappe hap van dit kabinet?
Dat zie je ook bij het uitzetten van criminelen. Vorige week nog heeft Duitsland twintig
Afghaanse criminelen met een chartervlucht vanuit Leipzig naar Kabul gedeporteerd.
Niet alleen Afghaanse, maar ook Syrische criminelen worden inmiddels gedwongen uitgezet.
Oostenrijk volgt hetzelfde harde spoor met deportaties. Andere Europese landen zetten
vol in op het zo snel mogelijk uitzetten van dit tuig. Zweden heeft aangekondigd dat
deportatie het uitgangspunt wordt bij veroordeling van criminelen. Denemarken wacht
niet langer meer op het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar wil buitenlandse
criminelen die veroordeeld zijn voor minstens één jaar celstraf direct het land uitzetten.
België voert zelfs denaturalisatie in voor zware criminelen, zodat rechters de Belgische
nationaliteit kunnen afpakken bij georganiseerde criminaliteit, levens- of zedendelicten.
De voorzitter:
Kunt u afronden?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ja, ik ben bijna klaar; sorry, voorzitter. Waarom is Nederland nog niet overgegaan
tot gedwongen uitzetting van criminelen naar Syrië en Afghanistan, vraag ik de Minister.
Wat is het plan van deze Minister om criminelen ons land uit te zetten? Is de Minister
bereid om net als België zware criminelen te denaturaliseren en daarvoor een wetsvoorstel
naar de Kamer te sturen?
Voorzitter. Afsluitend nog over Iran. Die oorlog gaat mogelijk leiden tot nieuwe migratiestromen,
waarbij oorlogsmisdadigers en terroristen onze kant op kunnen komen. Wat gaat de Minister
doen om die buiten Nederland te houden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Straatman van het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn eerste commissiedebat als nieuwe woordvoerder
Asiel en Migratie. Voor het CDA is het van belang dat we grip krijgen op migratie
om de spanning en polarisatie uit het debat te halen, een debat dat te vaak zwart-wit
wordt gemaakt, maar dat niet is. Controle op en beperking van de instroom van migranten
is noodzakelijk om recht te doen aan zorgen over sociale cohesie in wijken en steden
en noodzakelijk om recht te doen aan de knellende druk op de woningmarkt, de zorg
en het onderwijs, maar ook om maatschappelijk draagvlak te houden voor hen die vluchten
voor oorlog en geweld. Streng asielbeleid is daarom maatschappelijk zuurstof voor
solidariteit en barmhartigheid. Het is daarom mooi om in het eerste debat te spreken
over de Europese dimensie van migratie, want grip op migratie begint in Europa. Die
vraagt een effectieve Europese aanpak, met bescherming van buitengrenzen, Europese
solidariteit en gezamenlijke terugkeerdeals met derde landen.
Als allereerste die terugkeer. De cijfers laten een daling van de instroom van migranten
zien. Dat is positief, maar instroom is slechts één zijde van de medaille. Een effectief
asielsysteem vraagt ook om effectief terugkeerbeleid. Dat de terugkeerpercentages
het afgelopen jaar gestegen zijn, is aan de ene kant hoopvol, maar de cijfers zijn
nog altijd veel te laag. Dat tast de geloofwaardigheid van het systeem aan en ondermijnt
het draagvlak. Voor mijn fractie is effectieve terugkeer daarom geen sluitstuk, maar
een kernelement van een werkend systeem. Daarom is mijn vraag aan de Minister: is
de Minister het met de CDA-fractie eens dat effectief terugkeerbeleid niet alleen
kan leunen op maatregelen van vrijwillige terugkeer, maar dat ook maatregelen voor
gedwongen terugkeer noodzakelijk zijn? Is hij bereid andere lidstaten te bevragen
op de noodzaak van gedwongen terugkeer en uitvraag te doen welke andere middelen lidstaten
daartoe inzetten, zodat we van elkaar kunnen leren?
Dan het tweede punt, de implementatie van het Migratiepact. Het pact bevat stevige
maatregelen. Afspraken op papier zijn echter één ding; uitvoering in de praktijk is
iets anders. Recent verschenen er signalen dat meerdere lidstaten nog nauwelijks voorbereid
zijn op de uitvoering. Dat baart mijn fractie zorgen. Herkent de Minister deze zorgen?
Gaat hij tijdens de JBZ-Raad aandringen op transparantie over de implementatiestand
per lidstaat, inclusief concrete mijlpalen? Onder dit punt valt ook de interoperabiliteit
van systemen, zoals het Entry/Exit Systeem. Nederland kampt nog met technische uitdagingen.
Kan de Minister aangeven of hij tijdens de Raad zal benadrukken dat ICT-stabiliteit
randvoorwaardelijk is? Krijgt Nederland voldoende ondersteuning van de Commissie om
tijdig volledig operationeel te zijn? Voorziet de Minister dezelfde ICT-problemen
bij de implementatie van het vernieuwde Eurodacsysteem?
Tot slot de samenwerking met derde landen. Libië is opnieuw het belangrijkste transitland
richting Europa. Dit onderstreept wat het CDA betreft het belang van samenwerking
met derde landen voor effectief asielbeleid. Het CDA gelooft in opvang in de regio
en in samenwerking, bijvoorbeeld via terugkeerhubs, maar wel altijd onder de voorwaarde
dat opvang humaan is en dat mensenrechten worden gerespecteerd. Dat is makkelijker
gezegd dan gedaan; dat realiseer ik me. Hoe bewaakt de Minister in de JBZ-Raad de
lastige balans tussen noodzakelijke migratiesamenwerking aan de ene kant en het voorkomen
dat Europa indirect bijdraagt aan mensenrechtenschendingen?
Voorzitter, ik rond af. De geopolitieke spanningen in de wereld, ook vandaag de dag,
laten zien dat oorlog iedereen kan overkomen. Juist daarom moeten we werken aan een
rechtvaardig asielbeleid mét maatschappelijk draagvlak. Dat vraagt om grip op migratie
met strenge maatregelen en goede Europese samenwerking, juist om opvang te kunnen
bieden aan hen die dat heel hard nodig hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Asten van Democraten 66.
De heer Van Asten (D66):
Dank, voorzitter. Dit is ook mijn eerste debat in deze commissie en het eerste debat
van de Minister, die op een belangrijk moment is aangetreden, met onder andere het
Europees Migratiepact in zicht. Ik wens de Minister dan ook veel succes, wijsheid
en daadkracht toe en kijk uit naar een goede samenwerking.
Voorzitter. We moeten toewerken naar een asielketen die werkt. Een keten die recht
doet aan mensen die bescherming nodig hebben, maar ook helder is naar mensen die hier
niet mogen blijven, een keten waarin mensen die vluchten van oorlog en geweld vanaf
dag één kunnen meedoen, en bovenal een keten die uitvoerbaar is voor alle mensen die
zich hier dagelijks keihard voor inzetten. Daar zal ik mij de komende tijd vanuit
deze commissie voor inzetten.
Voorzitter. Dat brengt mij bij het Europees Migratiepact. In minder dan vier maanden
tijd zal deze in heel Europa in werking treden. Die datum is niet vrijblijvend, maar
de implementatiewet moet nog door beide Kamers. Ik denk dat ook de Minister ziet dat
dit vrij krap zal worden. Als wij die deadline niet halen, lopen wij als Nederland
vanaf dag één achter de feiten aan, wat ook onze uitvoeringsorganisaties met onzekerheid
opzadelt. Zij zijn hard bezig met het aanpassen van processen, het opleiden van medewerkers
en het regelen van voldoende capaciteit. Dan mogen zij van ons verwachten dat wij
daar ook klaar voor zijn. Vandaar een simpele vraag aan de Minister: hoe gaat hij
ervoor zorgen dat wij 12 juni daadwerkelijk gaan halen? Kan hij een concreet tijdpad
schetsen van de aankomende periode en van wanneer de volgende stappen worden gezet?
Ook als Nederland op tijd is, zijn we er nog niet. De kracht van het pact schuilt
in de Europese samenwerking. Dat vraagt ook dat alle lidstaten hun verantwoordelijkheid
nemen en aan de slag gaan met de implementatie. In andere EU-landen is de implementatie
ook nog niet op orde, bijvoorbeeld als het gaat om de opvangcapaciteit of de noodplannen
bij plotselinge instroom. Voor een goed functionerende asielketen is die ruimte en
flexibiliteit ook nodig. We moeten pieken kunnen opvangen wanneer de omstandigheden
in de wereld veranderen. Kan de Minister ingaan op de voortgang van andere lidstaten?
Hoe gaat hij zich in Europees verband inzetten voor die samenhangende aanpak? Ik wil
mij ook graag aansluiten bij de vraag van mijn CDA-collega net over de opvanghubs.
Voorzitter. Dan over het onafhankelijke toezichtmechanisme op het Migratiepact. Dat
is wat ons betreft geen bijzaak. Als we snelle grensprocedures willen, moet dat hand
in hand gaan met goed en onafhankelijk toezicht om ervoor te zorgen dat basale grondrechten
niet onder druk komen te staan. Het vorige kabinet heeft laten weten dat de Inspectie
Justitie en Veiligheid en het College voor de Rechten van de Mens daar in ieder geval
een rol in gaan spelen. Maar hoever zijn wij daarmee, vraag ik de Minister. Is de
taakverdeling inmiddels rond en zijn beide partijen ook daadwerkelijk operationeel
vanaf 12 juni?
Tot slot. Met het Migratiepact worden een aantal hele goede stappen gezet, maar deze
zullen alleen gaan werken als we ook daadwerkelijk mensen kunnen terugsturen wanneer
zij zijn afgewezen. Juist dat onderdeel ontbreekt. Ook mijn voorgangers hebben daar
al vaak op gewezen. De realiteit blijft dat er nog maar weinig tot geen landen buiten
Europa bereid zijn om asielzoekers terug te nemen. Ik hoor graag welke stappen de
Minister hier actief op gaat zetten met zijn Europese collega’s.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Russcher van Forum voor Democratie.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. De implementatie van het Asiel- en Migratiepact staat op de agenda
van de JBZ-Raad van 5 en 6 maart. Voor Forum voor Democratie is het duidelijk: het
Europees Migratiepact gaat de migratie richting Nederland niet fundamenteel beperken,
want het recht om asiel aan te vragen verandert niet, iedere aanvraag wordt nog steeds
individueel beoordeeld en tegen een afwijzing kan nog steeds beroep worden ingesteld
bij de rechter. Dat verandert niet met dit pact. Erkent de Minister dat dit pact de
instroom juridisch niet beperkt, maar vooral ziet op het organiseren en herverdelen
ervan?
Dan het solidariteitsmechanisme: een mooi woord voor wat eigenlijk gewoon een spreidingswet
op Europees niveau is. Lidstaten kunnen asielzoekers immers opnemen of ongeveer € 20.000
per persoon betalen, en we weten dat niet ieder land zal meewerken aan herverdeling.
Zo heeft Polen zich hier al eerder tegen verzet, werkt Hongarije al jaren niet mee
aan Europese verplichtingen en hebben ook Tsjechië en Slowakije zich hiertegen uitgesproken.
Deze landen durven wél te handelen in het belang van hun eigen land. Wat betekent
dit voor Nederland? Als alle landen liever betalen dan asielzoekers opnemen, blijft
de druk liggen bij de landen aan de buitengrenzen van Europa, zoals Italië en Griekenland.
Als daar de opvang volloopt, zullen asielzoekers gewoon doorreizen. Met open binnengrenzen
komen zij dan alsnog in Nederland terecht. Dan betalen wij straks € 20.000 per persoon
om ze niet op te nemen en krijgen we via secundaire migratie alsnog instroom. Mijn
vraag aan de Minister is dan ook: welke garanties heeft hij dat Nederland niet zowel
betaalt als alsnog die migratiedruk krijgt? En als in de praktijk blijkt dat herverdeling
niet werkt en asielzoekers ondanks betalingen alsnog massaal richting Nederland komen,
is hij dan bereid om te overwegen dat ook Nederland niet langer meewerkt aan dit mechanisme?
Voorzitter. Het kabinet noemt terugkeer «de hoeksteen van een werkend asielbeleid».
Maar dit slechts benoemen is niet genoeg, want migratie kent ook een economische prikkel
voor herkomstlanden. Volgens recente ramingen van de Wereldbank maakten migranten
in 2024 wereldwijd ongeveer 669 miljard dollar over naar lage- en middeninkomenslanden.
Vanuit Nederland gaat het om meer dan 4 miljard euro per jaar. In Eritrea gaat het
naar schatting om 30% tot 40% van het bbp, in Somalië 20% tot 30%, in Afghanistan
rond de 20% en in Syrië ongeveer 15% tot 20%. Dit bewijst dat herkomstlanden baat
hebben bij migratiestromen richting westerse landen. Zij zullen hun onderdanen ook
niet zomaar terugnemen, want waarom zouden ze als het deze landen zo veel geld oplevert?
Mijn laatste vraag aan de Minister is dan ook: als terugkeer echt de hoeksteen is,
is hij dan bereid te onderzoeken of geldtransfers naar landen die structureel weigeren
mee te werken aan terugname kunnen worden beperkt of gereguleerd?
Voorzitter. Zolang Nederland gebonden blijft aan het EVRM, het Vluchtelingenverdrag
en het Europees asielrecht blijft het recht om asiel aan te vragen in stand en het
terugsturen van mensen praktisch onmogelijk. Zolang die verplichtingen blijven bestaan,
verandert dit Europees Migratiepact niets fundamenteels. Als Nederland controle wil
over zijn grenzen, moet het eerlijk zijn over de vraag of wij deze verdragen en Europese
regels willen blijven onderschrijven of ze willen opzeggen om weer zelf te kunnen
bepalen wie ons land binnenkomt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van der Plas van de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Allereerst wil ik ook de Minister welkom heten in deze commissie. Ik wil
ook even beginnen door de mensen in Iran en de Iraanse Nederlanders veel sterkte te
wensen, maar ze toch ook een klein beetje te feliciteren met het omverwerpen – dan
druk ik me zacht uit – van zo’n beetje het grootste misdadige regime dat er in de
wereld bestaat.
Voorzitter. Europa staat op een kruispunt. De afgelopen jaren hebben laten zien dat
een asielstelsel zonder duidelijke grenzen, zonder effectieve terugkeer en zonder
handhaving uiteindelijk het draagvlak in de samenleving ondermijnt. Ik wil dan ook
graag ingaan op het Migratiepact dat deze zomer ingevoerd moet worden in Nederland.
BBB heeft zeer grote vraagtekens bij dit pact. Ik zou een aantal aspecten af willen
lopen.
De Opvangrichtlijn ziet toe op de fase voordat een beslissing over een asielaanvraag
is genomen. Juist in die fase moet de overheid de regie hebben. Positief is dat opvang
niet langer vrijblijvend is. Wie niet meewerkt, zich onttrekt aan toezicht of procedures
frustreert, kan opvang verliezen of onder vrijheidsbeperking worden geplaatst. Maar
waar gaan deze mensen allemaal naartoe, is mijn vraag aan de Minister. We komen fors
vtl- en pbl-locaties tekort. Een vtl is een verscherpttoezichtlocatie voor overlastgevers
en een pbl-locatie is een procesbeschikbaarheidslocatie voor kansarme asielzoekers,
die sober is ingericht. Dit even voor de mensen thuis, die alle afkortingen die wij
hier noemen vaak niet helemaal scherp hebben. De richtlijn legt ook een minimumniveau
aan opvang vast. In hoeverre kunnen wij die opvang nog versoberen of verminderen als
de situatie daarom vraagt? Eigenlijk binden we onszelf nu vast aan een minimumaantal
opvangplekken. Hoe wenselijk vindt de Minister dat?
Dan de Kwalificatieverordening. Het onderscheid tussen vluchtelingen en subsidiair
beschermden is terecht. Voor de mensen thuis die dat niet scherp hebben: subsidiair
beschermden zijn mensen die geen vluchtelingenstatus hebben, maar wel gevaar lopen
in hun eigen land om andere redenen, bijvoorbeeld de homoseksuele onderwijzer in Pakistan
– ik noem maar wat – of mensen die politiek vervolgd worden. Internationale bescherming
is in beginsel tijdelijk, maar zolang artikel 8 van het EVRM via de rechter ruim wordt
geïnterpreteerd, dreigt het onderscheid in de praktijk te vervagen. Streng in de wet,
soepel in de uitvoering. Hoe voorkomt de Minister dat aangescherpt nareisbeleid via
artikel 8-procedures alsnog wordt uitgehold? Het EVRM is trouwens het Europees Verdrag
voor de Rechten van de Mens.
Ook het bandencriterium richting derde landen roept vragen op. Dit houdt als het ware
in dat Nederland moet kunnen aantonen dat er een band is met een derde land om een
asielzoeker daarnaartoe over te plaatsen om daar de procedure te doorlopen. Waarom
wordt dit als voorwaarde gesteld? Waarom wordt een band met een derde land vereist,
terwijl diezelfde persoon ook helemaal geen band met Nederland heeft? Dat is krom.
Voorzitter. Mijn allergrootste ergernis zit ’m in het feit dat landen gewoon niet
meedoen met dit pact. Meerdere landen aan de oostgrens van de Europese Unie hebben
al allerlei uitzonderingen gekregen, omdat ze een significante migratiesituatie hebben.
Wij hebben zo’n uitzondering niet. Reden hiervoor is dat wij een hoog bbp hebben.
Dat is alweer een afkorting. Het bbp is het bruto binnenlands product. Maar dat is
toch raar? Ik denk dat ik niet alle problemen in de asielketen, de zorg, het onderwijs
en de woningbouw hoef op te noemen. Waarom hebben wíj dan geen significante migratiesituatie?
Duitsland en Frankrijk vullen het verplichte deel op met Dublinplekken, waardoor ze
helemaal niets extra’s realiseren. Slowakije en Hongarije doen gewoon helemaal niet
mee. Wat vindt de Minister hiervan? Ik wil de Minister vragen om er bij de JBZ-Raad
voor te pleiten dat iedereen meedoet, zonder poespas, of anders dat Nederland ook
die uitzonderingen krijgt. Als dit verzoek niet gehonoreerd wordt, dan doen wij ook
maar een stapje terug. Graag hoor ik van de Minister hoe hij hiernaar kijkt.
Voorzitter. Ik denk dat ik, vanwege mijn uitleg over allerlei afkortingen, een beetje
uit de tijd loop, maar ...
De voorzitter:
Dat klopt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
... ik wil de Minister nog wel even een laatste vraag stellen. Dan sla ik een stukje
van mijn tekst over. Wit-Rusland zou tunnels hebben laten graven naar Polen als onderdeel
van een strategie om Europa te laten overspoelen met migranten. Dit is een citaat
van de Poolse autoriteiten. Mogelijk zijn deze tunnels gegraven door Hamas, IS of
andere organisaties. Kan de Minister ons daar een update van geven? Kan hij hier iets
over zeggen? Ik ben benieuwd of dit ook aan de orde komt tijdens de JBZ-Raad in Brussel.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. Ik vervang collega Westerveld, want die staat in de plenaire zaal
voor de begroting van VWS.
Voorzitter. Ik wil graag beginnen met de situatie in Iran. We zagen de afgelopen dagen
de grootschalige aanvallen van de VS en Israël op Iran en de reactie van het Iraanse
regime daarop in landen in de regio. Er is nu toch een situatie met veel chaos, onzekerheid
en angst voor een regionale oorlog. De kans dat er meer mensen zullen vluchten uit
Iran of uit de omgeving van Iran is groot. Op 20 februari ontving de Kamer een brief
van de voorganger van deze Minister, waarin staat dat het beleid voor Iraanse asielzoekers
niet wordt gewijzigd naar aanleiding van de protesten in januari. Ik hoor graag van
de Minister hoe hij hier nu naar kijkt. Hoe wil hij omgaan met Iraanse asielzoekers,
gegeven de huidige situatie in Iran?
Ik lees dat er een pauze is ingevoerd in het nemen van beslissingen over asielaanvragen
van Iraniërs. Klopt dat? Is dat dan de facto een beslismoratorium? Iraniërs die zich
uitspreken of hebben uitgesproken tegen het Iraanse regime lopen in hun land een reëel
risico op arrestatie, mishandeling of erger. Is de Minister het ermee eens dat Iraanse
asielzoekers in Nederland die gevaarlopen in Iran, omdat ze zich hebben uitgesproken
tegen het regime, bescherming moeten krijgen in Nederland? Hoe kijkt de Minister nu
naar terugkeer van mensen, in het licht van de escalerende situatie daar? Is de verwachting
van de Minister dat er tijdens de Raad gesproken zal worden over een voorbereiding
op een eventuele toename van het aantal mensen dat vlucht uit Iran en de omringende
landen? Staat dat nu met urgentie geagendeerd? Klopt het dat er een grote groep Afghanen
in Iran verblijft, die in een zeer moeilijke situatie zit en mogelijk ook op de vlucht
slaat? Wat gaat dat dan betekenen? Hoe kijkt de Minister naar de situatie in Libanon,
waar nu ook al tienduizenden mensen ontheemd zijn?
Voorzitter. Ik kan me voorstellen dat de agenda van deze Raad met de huidige situatie
in Iran toch een behoorlijk andere context zal krijgen dan wellicht bij de voorbereiding
van alle stukken werd verwacht. Heel graag krijg ik hiervan met urgentie een update
van de Minister.
Voorzitter. Dan ga ik naar een stuk dat wel op de agenda stond, namelijk de EU-lijst
van veilige landen van herkomst, die recentelijk is bekrachtigd. Hierop staan landen
als Egypte, Marokko, India, Bangladesh en Tunesië, maar het is bekend dat bepaalde
groepen mensen, zoals lhbti’ers, journalisten en mensen die zich uitspreken tegen
het zittende regime, niet in al deze landen veilig zijn. In 2024 werden in Egypte
bijvoorbeeld 1.594 mensen opgepakt om politieke redenen. Is de Minister van plan om
zich in te zetten voor het uitzonderen van risicocategorieën op de EU-veiligelandenlijst
in landen zoals Egypte, Turkije, Marokko, India, Tunesië en Bangladesh? Met name in
Egypte worden namelijk zelfs gewone burgers die zich uitspreken tegen het regime in
gevangenissen gezet, waar marteling plaatsvindt. Hoe kunnen deze landen geheel als
veilig worden bestempeld als lhbti’ers, journalisten en politieke opponenten niet
veilig zijn, en in Egypte en Tunesië zelfs actief worden vervolgd en vastgezet?
Tot slot, voorzitter. Ik weet niet hoe ik in de tijd zit? Ik zit nog goed, hoor ik.
Oké. Ik had nog een aantal vragen over de Terugkeerverordening. De Raad heeft in december
een nieuwe positie ingenomen met het invoegen van het nieuwe artikel 23a. Hierin staat
onder andere dat autoriteiten onder meer huiszoekingen mogen uitvoeren om gedwongen
terugkeer af te dwingen. Dat roept sterk de associatie op met de praktijken van ICE
in de Verenigde Staten op dit moment. Mijn vraag aan de Minister is de volgende. Welke
voorwaarden stelt Nederland aan die huiszoekingen onder artikel 23a? Ziet hij ook
dat het risico heel groot is dat mensen juist door dit soort praktijken van de radar
verdwijnen, en zeker kwetsbare groepen, zoals kinderen en mensen die zorg nodig hebben?
Ten slotte staat in de Raadspositie ook dat kinderen in return hubs terecht zouden
kunnen komen. Daar heeft Nederland zich eerder hard voor gemaakt. Is dit nog steeds
een Nederlandse wens? En hoe verhoudt dit standpunt zich tot de rechten van kinderen
en het VN-kinderverdrag?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Ellian van de Volkspartij voor Vrijheid
en Democratie.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Voor mij is het ook de eerste keer in deze commissie. Welkom uiteraard
aan de nieuwe bewindspersonen. Ik kijk ernaar uit om samen te werken en de instroom,
die broodnodig naar beneden moet, samen naar beneden te brengen.
Over Iran wil ik het volgende zeggen. Ik denk niet dat er meteen een vluchtelingenstroom
op gang komt, omdat mijn ... Ik hoop dat iedereen het me vergeeft, want ik voel me
op en top Nederlander, maar ik zeg hier even «mijn landgenoten daar». Ik denk dat
mijn landgenoten daar er alles aan zullen doen om het regime daar omver te werpen.
Ik denk helemaal niet dat Iraniërs nu bezig zijn met naar Europa komen. Ik hoop dat
er, als wij als Europa in staat zijn om de dappere bevolking daar te steunen, die
nu met groot gevaar voor eigen leven in opstand komt, helemaal geen vluchtelingenstroom
komt, want dan gaan wij hopelijk met z’n allen een biertje drinken op het Vrijheidsplein
in Teheran. Dat zou het uitgangspunt moeten zijn.
Voorzitter. Ik concentreer me uiteraard op de agenda van de JBZ, hoewel ik ook uitkijk
naar een wat breder debat met de nieuwe Minister over asiel- en vreemdelingenbeleid.
Ik begin met de denktank European Stability Initiative, die schreef dat er nog nauwelijks
voorbereidingen getroffen zijn om het pact uit te voeren. Vooral wat betreft terugkeer
zijn er nog veel knelpunten, en dat baart ons natuurlijk zorgen. Wat verwacht de Minister
van de implementatie van het pact? Het gaat natuurlijk niet alleen om Nederland, maar
juist ook om wat de andere landen doen. De JBZ-Raad is natuurlijk de gelegenheid bij
uitstek om daarvoor aandacht te vragen. Is de Minister bekend met signalen dat de
ambitie om de Dublinregels nieuw leven in te blazen, tegen problemen aan loopt omdat
Zuid-Europese lidstaten hun opvang niet op orde hebben? Ook dat is bij uitstek iets
wat op de JBZ-Raad geagendeerd kan worden door de Minister. Wanneer verwacht de Minister
duidelijkheid over de Terugkeerverordening? En is de Minister met ons van mening dat
een stevige versie wel noodzakelijk is? De triloog gaat straks beginnen, en daarin
kunnen wij als Nederland natuurlijk nog een cruciale rol spelen. Treffen we nu ook
voorbereidingen voor de inwerkingtreding? Uiteraard geldt ook hier weer dat andere
landen dat dan ook moeten doen. Als alleen wij het doen, sorteert dat natuurlijk weinig
effect. En dan de vraag die andere collega’s al gesteld hebben: zijn we nu al bezig
met het maken van afspraken over terugkeer en transithubs? Dat is natuurlijk superessentieel.
Is de Minister bereid om de Kamer hierover periodiek te informeren?
De lijst van veilige landen komt niet helemaal overeen met de Nederlandse lijst van
veilige landen. Een collega refereerde daar zonet ook aan. Kan de Minister daar straks
al op reageren, of kunnen we daar een brief over verwachten?
Voorzitter. Dan over de lange termijn. We zijn uiteraard blij met de ambitie van het
kabinet om toe te werken naar een nieuw migratiemodel, maar dat moet niet bij een
ambitie blijven. Interessant was ook wat Clingendael in een lijvig rapport schreef:
het internationaal recht verzet zich op zich niet tegen externalisering, maar op individueel
niveau kan het wel knellen op basis van het EVRM. Ik denk dat dat het probleem waarin
we gevangen zitten, heel treffend omschrijft. Ik wil de Minister dus nu ook al vragen
– ook hier is de JBZ-Raad volgens mij bij uitstek een podium voor – of we met andere
landen binnen de Raad van Europa wat gaan doen aan de werking van het EVRM. Wellicht
kan dat met het interpretatieprotocol waarmee mogelijk ook enkele andere landen werken.
Als we dat niet doen, blijft dit namelijk een eeuwigdurend probleem. Het is heel simpel:
dat kan Nederland niet aan.
Merci, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik een van u verzoeken om het voorzitterschap tijdelijk over te
nemen. Ik kijk even rond of iemand zich daarvoor beschikbaar stelt. Ah, de heer Ellian,
zie ik. Als u even het woord ...
Voorzitter: Ellian
De voorzitter:
Hoeveel spreektijd heeft u, voorzitter? U heeft acht minuten! Nee, grapje. Ik geef
graag het woord aan collega Boomsma van JA21 voor zijn eerste termijn.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. «Het Migratiepact wordt een gigantisch fiasco» en «het is
wachten op een crisis», zei de Oostenrijkse migratie-expert Gerald Knaus bij Nieuwsuur.
Volgens hem bevestigen veel Ministers dat in privégesprekken. We hebben natuurlijk
net allemaal schriftelijk inbreng geleverd in een verslag, maar hoe vindt de Minister
zelf dat het gaat, met name in andere landen? Wij horen namelijk dat heel veel landen
gewoon niet klaar zijn voor de grensprocedure. Hoe gaat hij dat daar aankaarten?
Daarbij zegt de heer Knaus dat echte oplossingen vereisen dat Europese landen afspraken
maken over de opvang in derde landen. Dat bepleit JA21 al jaren. We moeten naar een
fundamenteel ander stelsel: van recht op asiel hier naar hulp en opvang elders. Zo
kunnen we zelf bepalen of en wie we eventueel hiernaartoe halen. JA21 zal dit blijven
herhalen. Is de Minister het daarmee eens? Hoe wil hij daar komen?
Er lopen nu allemaal verschillende sporen. Ten eerste is er het coalitieakkoord. Dat
rept over «aanpassing van verdragen». Kan de Minister dat gaan uitwerken tot een concreet
stappenplan? Wanneer komt bijvoorbeeld die diplomatieke top? Ik wil eigenlijk graag
een brief, zodat we in gesprek kunnen over hoe we dat gaan realiseren.
We wachten ook nog op een reactie op het JA21-voorstel voor de aanpassing van de EVRM-interpretatie.
De heer Ellian had het daar net ook over. Wanneer komt dat? Dit is natuurlijk ook
onderwerp van discussie geweest in de Raad van Europa. In mei moet in Moldavië een
verklaring komen over een nieuwe interpretatie van het EVRM. Wordt er nu gewerkt aan
die tekst? Kunnen wij daarin worden meegenomen? Wanneer kunnen we bespreken wat daar
zal worden verklaard?
Ten derde. In het kader van de uitvoering van de motie van mevrouw Van Zanten en mijzelf
is het Clingendaelrapport over externalisering opgesteld. Wanneer komt de reactie
daarop?
Ook is er nu dus een groep Ministers die dit gezamenlijk oppakt en die gesprekken
gaat voeren met derde landen. Wanneer krijgen we een update van wat die de afgelopen
tijd heeft gedaan? Wat zijn de stappen voor de komende tijd?
Over terugkeerhubs zijn ook al meerdere moties aangenomen. Bij de vorige JBZ-Raad
heeft Nederland een ontbijt georganiseerd met Duitsland, Denemarken en een aantal
andere landen. Dat ging erover om dat samen te gaan doen. Dat lijkt ons heel goed.
Hoe loopt dat nu? Ik neem aan dat deze Minister dat gewoon gaat voortzetten. Staat
Uganda nu on hold? Of gaat men de gesprekken over de hervatting daarvan gewoon aan?
Komt er anders een ander land?
Tot slot hebben we een motie aangenomen om maximaal gebruik te maken van de aanpassing
van het bandencriterium. Dat is vanaf juni. Het wordt mogelijk om de hele asielopvang
in een derde land te realiseren, zoals in de Rwandadeal. Dat is heel goed.
Er zijn dus heel veel ideeën en plannen op papier; er wordt al heel lang over gepraat.
Nu moeten we dat gaan omzetten in concrete stappenplannen, in resultaten en in acties.
Kan de Minister aangeven hoe hij dat wil gaan doen met al die verschillende lijnen?
Hoe houdt hij ons als Kamer op de hoogte? Dat kan ook per brief. Wij willen hierbovenop
zitten.
Je zou andere EU-landen ook het voorstel kunnen doen om een hoge commissaris aan te
wijzen om deals met allemaal derde landen te sluiten. Je hebt ook een terugkeercommissaris.
Kan dat niet ook voor de bredere inzet op externalisering worden gedaan? Dat moet
iemand met veel ervaring zijn. Misschien is het ook wel een goed idee voor Nederland
zelf om een soort commissaris aan te wijzen om dit te gaan trekken. We willen nu namelijk
gewoon echt resultaten gaan zien.
Voorzitter. Er zijn al vragen gesteld over de lijnverbinding van Libië met Wit-Rusland.
Dat betreft dus instrumentalisering. Wij zijn net aan de Wit-Russische grens geweest.
We hebben gezien hoe de Polen eigenlijk iedereen tegenhouden en daar feitelijk een
soort asielstop hebben ingevoerd. Hoe ziet de Minister dat? We moeten natuurlijk niet
toelaten dat Rusland of Wit-Rusland op die manier gebruikmaakt van mensen om ons te
verzwakken.
Op 29 januari is het EU-vijfjarenplan vastgesteld met vijf prioriteiten. Een daarvan
riep bij ons wel vragen op en dat is die grote inzet op arbeidsmigratie en legale
routes. Ik las specifiek over het hiernaartoe halen van bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs
uit Egypte, Bangladesh, Pakistan en Marokko. Waarom die landen? Ik zou dat helemaal
niet doen, los van het feit dat we binnenkort gewoon zelfrijdende auto’s hebben. Wat
vindt de Minister daarvan? Komt er een soort reactie? Wat is nu precies het voorstel
in dat plan? Wat wordt er dan aangepast en hoe ziet de Nederlandse regering dat?
De Minister gaat ook in gesprek over de nieuwe visumstrategie. JA21 wil al veel langer
dat die wordt ingezet om landen te dwingen om hun eigen burgers terug te nemen. Gaat
dit nou nationaal of moet dat met de volledige EU gezamenlijk worden gedaan? Wat is
nou de stand van zaken? Welke landen werken op dit moment goed mee en welke landen
niet? Het visumopschortingsmechanisme is ook herzien. Waar moet dat dan worden benut?
De voorzitter:
Kunt u tot een afronding komen?
De heer Boomsma (JA21):
Dat zal ik doen, voorzitter. Mijn andere vragen, over Iran en Egypte en dergelijke,
zijn al gesteld. Dus tot slot: veel succes.
Voorzitter: Boomsma
De voorzitter:
Dan zijn we bij het einde van de eerste termijn. Hoelang zullen we schorsen? Drie
kwartier, hoor ik naast me. Dan kan het ook gecombineerd worden met de dinerpauze.
Dan komen we weer bij elkaar om ongeveer 18.15 uur of 18.20 uur. Het wordt 18.15 uur.
Dan zien we elkaar allemaal weer terug.
De vergadering wordt van 17.37 uur tot 18.15 uur geschorst.
De voorzitter:
Welkom terug. Dan beginnen we nu met de eerste termijn van de Minister, de beantwoording.
Ik geef hem nu graag het woord.
Minister Van den Brink:
Dank u wel, voorzitter. Fijn om hier in de Kamer te zijn voor het eerste debat dat
ik mag doen als bewindspersoon. Het is eigenlijk wel goed dat dat over Europa gaat,
juist op het vlak van migratie, waarover we al veel debatten hebben gehad en waarop
we heel veel stappen gaan zetten de komende tijd. Ik denk dat er de komende periode
binnen en buiten Europa grote stappen gezet moeten worden om, zoals de heer Ellian
zei, de instroom te beperken. Tot de opgaven van dit kabinet horen het beperken van
de instroom, het op orde brengen van de asielopvang en het zorgen dat mensen sneller
mee kunnen doen. Dat is precies wat dit kabinet heeft afgesproken in het coalitieakkoord
en waarmee ik aan de slag ga.
We spreken vandaag over de JBZ-Raad. Naast de Raad zal ik donderdag met een aantal
collega’s kennismaken. Ik zal met hen bespreken hoe we hierin gezamenlijk kunnen optrekken,
want we zijn ervan doordrongen dat we de EU en haar lidstaten nodig hebben om meer
grip te krijgen op de migratiebewegingen naar Nederland. Niet alleen worden in de
EU in belangrijke mate de kaders bepaald waarbinnen het nationale asiel- en migratiebeleid
zich moet bewegen, maar ook is grip enkel mogelijk als we samenwerken met andere lidstaten.
Nederland staat hierin niet alleen. Migratie staat gelukkig hoog op de agenda van
veel van de EU-lidstaten. Er is ook een grote wil om gezamenlijk actie te ondernemen.
Mijn deelname aan de Raad van donderdag zal ik gebruiken om actief op zoek te gaan
naar manieren om gezamenlijk meer grip te krijgen op de instroom en terugkeer te bevorderen.
Met mijn Europese collega’s ga ik verkennen hoe we daarin verder kunnen samenwerken.
In Europa heb ik een aantal prioriteiten. Het pact moet volledig en tijdig worden
geïmplementeerd, de terugkeerregelgeving moet worden aangescherpt en we moeten de
samenwerking met landen buiten de Europese Unie verder versterken door brede partnerschappen
aan te gaan. Het langetermijndoel van dit kabinet – daar is door verschillende woordvoerders
naar gevraagd – is dat asielprocedures niet meer in Nederland of de EU uitgevoerd
hoeven te worden. Ook hierin wil ik optrekken met mijn Europese collega’s. We zullen
ons daarom blijven inzetten voor de uitwerking van innovatieve oplossingen, zoals
we die zijn gaan noemen, voor de versterking van het pact en de uitvoering daarvan.
Tijdens de Raad zal ik ook oproepen tot terugkeer, tot het bereiken van een snel en
stevig resultaat in de triloog, waar door verschillende woordvoerders naar gevraagd
is, zodat die onderhandelingen worden afgerond en we de Terugkeerverordening vanaf
juni kunnen gaan implementeren. We zullen ook een update geven en ontvangen van de
implementatie van het pact. Daar wil ik mijn antwoord dan ook mee beginnen.
Ik wil dus beginnen met het pact. Ik wil wat vragen bij elkaar nemen die gaan over
de grens, zowel de buitengrens als de grens met Polen. Dan wil ik ingaan op alle vragen
over terugkeer en op de manier waarop we daarvoor bezig zijn met innovatieve oplossingen.
Dan zijn er nog vragen gesteld over de actualiteit, met name over Iran. Tot slot heb
ik een blok overig. Ik hoop dat iedereen zich dan herkent in mijn antwoorden, want
dat is altijd de vraag als je hier antwoorden hebt gegeven.
Ik wil beginnen met het pact. De heer Van Asten van D66 en anderen vroegen hoe de
voortgang er op dit moment uitziet. Voor een tijdige implementatie is, naast uiteraard
een belangrijke rol voor de EU-lidstaten, een belangrijke rol weggelegd voor de Europese
Commissie. De Europese Commissie spreekt de lidstaten hier met grote regelmaat op
aan en brengt daar ook periodiek verslag van uit. Het volgende rapport verwachten
we nog deze maand, maar misschien wordt het begin april. Dat zal ik delen met de Kamer,
want daarin zie je exact de voortgang per lidstaat; daarin zie je hoe ze ervoor staan.
Het klopt, denk ik – dat hebben verschillende woordvoerders gezegd – dat een aantal
lidstaten hierin nog stevige uitdagingen hebben, maar dat geldt ook voor ons, als
Nederland. Mevrouw Straatman zei dat daar verschillende signalen over zijn. Die implementatie
monitoren we dan ook. De Commissie vroeg bijvoorbeeld in december, tijdens de JBZ-Raad,
specifiek aandacht voor de implementatie van onder andere Eurodac, de opvangcapaciteit,
de screening en de asielgrensprocedures. Informatie over die voortgangsprocedure van
de Commissie komt eind maart, begin april. Dan weten we beter wat de stand van zaken
is. Ik zal daar donderdag mondeling met verschillende collega’s over spreken, maar
een totaaloverzicht is pas eind maart, begin april beschikbaar. Dan zal ik u daarover
informeren.
Mevrouw Vondeling en anderen vroegen naar de kritiek die er nu al is op het pact zelf:
gaat dat pact nou wel zo goed werken? Ik denk dat het daarbij vooral van belang is
om even terug te kijken naar waar we vandaan komen. We hadden te maken met een Europees
asielsysteem dat op geen enkele manier meer werkte, het Dublinverdrag werd niet meer
nagekomen, er was geen enkele procedure aan de buitengrens en we hebben met een hele
grote instroom gezeten, die we niet aankonden. Er zitten echt goede maatregelen in
het Migratiepact. Die kunnen bijdragen aan meer grip op wie er naar de EU komt, ook
wat betreft de secundaire migratiestromen. Ik noem bijvoorbeeld de grensprocedure
die wordt ingevoerd. De gevallen van asielzoekers met een weinig kansrijk asielverzoek
worden in een snelle asielgrensprocedure afgewikkeld. De grootste verbetering zit
’m echt in de asielgrensprocedure die komt, denk ik. Daarmee geven we een duidelijk
signaal af dat het niet loont om naar de EU af te reizen als er geen serieuze asielmotieven
zijn. Onderdeel van die betere grensprocedures zijn een veiligheidsscreening en een
goede registratie in de database van Eurodac. Daarmee hebben we iedereen geregistreerd.
Als iemand dan op een ander moment in een andere lidstaat alsnog asiel aanvraagt,
kunnen we Dublin op die manier laten werken. Dan kunnen we dus veel makkelijker inzichtelijk
maken dat diegene de aanvraag al in een andere lidstaat heeft gedaan.
Ook in Nederland hebben we nog veel te doen; de heer Van Asten vroeg naar de planning
in Nederland. Ik deel die vraag zeer. Met mijn wisseling van de Tweede Kamer naar
het kabinet was ik daar natuurlijk gelijk naar op zoek: hoe gaan we dat doen tot aan
12 juni? U heeft afgelopen vrijdag de inbreng van het verslag ten aanzien van het
pact geleverd. Er wordt nu hard gewerkt aan de beantwoording van 450 vragen; dank
u wel daarvoor. De inspanningen zijn erop gericht om de antwoorden volgende week woensdag,
11 maart, naar uw Kamer te sturen. Ik zou u willen vragen, natuurlijk met alle respect
voor de procedures van de Kamer, waar u helemaal zelf over gaat, om zo snel mogelijk
over te gaan tot plenaire behandeling. Ik vraag u ook om er rekening mee te houden
dat er in de Eerste Kamer ook nog een procedure moet worden gevolgd, die ook voor
12 juni moet worden afgerond. Ik hoop dat we elkaar hierin kunnen helpen. Aan onze
kant wordt in ieder geval zo hard mogelijk gewerkt om dit allemaal op orde te brengen.
Mevrouw Kröger vroeg mij om bepaalde risicocategorieën uit te zonderen bij landen
als Egypte. Dat ging over het veiligelandenvoorstel dat is gedaan. We zijn als Nederland
blij met de veiligelandenlijst die er komt. Daarmee wordt geharmoniseerd wat in Europa
op heel veel plekken verschillend werd gedaan. Het klopt dat in deze regelgeving geen
uitzondering is gemaakt voor bepaalde categorieën. Ieder asielverzoek zal wel individueel
beoordeeld worden. Het feit dat het niet in de regelgeving is opgenomen, betekent
dus niet dat er geen reden zou kunnen zijn dat iemand op individuele gronden alsnog
een asielverzoek ingewilligd krijgt. Het is in die zin geen manier om asielverzoeken
af te wijzen als mensen er een beroep op doen.
De heer Russcher van Forum voor Democratie zei dat meerdere landen niet willen bijdragen
aan het solidariteitsmechanisme. Hij vroeg welke positie Nederland daarin heeft ingenomen.
U kent de positie van het vorige kabinet. Dit kabinet heeft die positie overgenomen.
Ik bedoel dat wij, zolang wij onze opvangcapaciteit niet op orde hebben, financieel
tegemoetkomen. We hebben daar een keuze in. Er zijn namelijk verschillende manieren
om solidariteit te betrachten: het overnemen van asielzoekers, het leveren van een
financiële bijdrage of het leveren van operationele steun aan zuidelijke lidstaten.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het probleem is natuurlijk waar de bewijslast ligt. Op het moment dat het gaat om
een veilig land en er een individuele afweging gemaakt wordt, ligt de bewijslast bij
iemand die moet bewijzen dat hij bijvoorbeeld lhbti’er is, terwijl dat iets is waar
mensen over het algemeen juist niet voor uit kunnen komen. Maar mijn vraag is een
andere: klopt het dat Nederland wel beleidsvrijheid heeft in hoe die veiligelandenlijst
wordt doorvertaald in Nederland? Is het wel mogelijk om extra categorieën aan te merken?
Minister Van den Brink:
Naar ik begrijp, is het niet verboden om daar zelf maatregelen aan toe te voegen.
Maar we streven wel naar harmonisatie; dat is het hele vertrekpunt van het pact. We
zullen zo terughoudend mogelijk zijn in het afwijken van afspraken met onze Europese
lidstaten, omdat we zo veel mogelijk harmonisatie willen. Maar in reactie op uw eerste
constatering: uiteindelijk zal de IND dat in de procedure zelf moeten afwegen. Als
iemand daar een beroep op doet, moet dat natuurlijk onderbouwd zijn. Dat geldt natuurlijk
ook voor de IND als zij een aanvraag moeten afwijzen. Het blijft gewoon mogelijk om
daar een beroep op te doen als lhbti’er, journalist of iemand anders die dat kan onderbouwen.
De voorzitter:
Gaat u verder. Excuus. Een vervolginterruptie van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat het mogelijk blijft, is volgens mij ook niet het euvel. De vraag is of dit voldoende
bescherming biedt aan de groepen waarvoor binnen deze Kamer volgens mij ook steun
is om te zorgen dat deze mensen bescherming krijgen. De vraag is ook in hoeverre het
mogelijk is om voor veilige landen waarvan het evident is dat er veel politieke vluchtelingen
vandaan komen, zoals uit Turkije, of voor landen waar veel lhbti-vluchtelingen vandaan
komen, toch uitzonderingsgronden te maken zodat we toch ook oog hebben voor die veilige
landen.
Minister Van den Brink:
Jazeker. Dat komt natuurlijk ook terug in het landenbeleid. Er is een landenbeleid
waarin de aandachtspunten die spelen in een land van waaruit iemand een aanvraag doet,
worden meegewogen. Als er bijvoorbeeld op een hele repressieve manier om wordt gegaan
met journalisten, dan komt dat in het landenbeleid terug en zal dat ook in de toepassing
van de beoordeling door de IND worden meegewogen. Uiteindelijk blijft asiel altijd
een individuele afweging, en niet een categorale. In die zin zal elke keer individueel
moeten worden afgewogen of daarvan sprake is.
De heer Russcher (FVD):
Ik heb een verdiepende vraag op het antwoord van de Minister zojuist. Ik weet niet
of hij al klaar was met de beantwoording van mijn vraag, want er kwam een interruptie
tussendoor. Mijn vraag was voornamelijk welke garanties Nederland heeft dat we niet
gaan betalen, dus die € 20.000 per asielzoeker, dat vervolgens die opvang in Italië
en andere Zuid-Europese landen vol is, en dat die mensen gezien de open binnengrenzen
alsnog in Nederland terechtkomen. Wat is het kabinet van plan te gaan doen als dit
herverdelingsmechanisme niet blijkt te werken en ze alsnog naar Nederland komen? Denk
het kabinet er dan ook over na niet langer mee te werken aan dit herverdelingsmechanisme?
Minister Van den Brink:
Laten we er allereerst mee beginnen dat we streven naar een werkend EU-Migratiepact.
Ik wil voorkomen dat we nu al in een als-danredenering terechtkomen over hoe ik afscheid
kan nemen van het pact waar dit kabinet zo aan hecht en waar in Europa al zo lang
naar wordt uitgekeken. Het klopt wel dat er bepaalde mechanismen zijn afgesproken.
Als lidstaten niet bijdragen op de afgesproken manier, dan gaat het solidariteitsmechanisme
niet werken. In die zin zijn daar in het pact al afspraken over gemaakt. Een van de
afspraken waar we nu aan werken, gaat over de Dublinclaimanten, dus de mensen die
al eerder ergens een aanvraag hadden gedaan. Er wordt gekeken of die ook weer mee
kunnen worden gewogen. Dat gesprek loopt heel specifiek met Griekenland en we hopen
daarmee binnenkort tot een afronding te komen. Alles is erop gericht om dit wel te
laten werken, dus ik wil voorlopig eigenlijk nog niet in het debat terechtkomen waarin
ik besluit wanneer ik het pact niet meer zou willen nakomen.
Mevrouw Van der Plas vroeg mij naar de Opvangrichtlijn en waar de mensen die niet
door Nederland worden opgevangen, naartoe zouden gaan. Iedere lidstaat is verplicht
om de asielzoekers waar die volgens de Dublincriteria voor verantwoordelijk is, op
te vangen. Dat geldt dus ook voor Nederland. Het niet hebben van voldoende opvangplekken
is niet voldoende om mensen op grond van dat mechanisme over te brengen naar andere
landen. Of lidstaten recht hebben op solidariteit, bijvoorbeeld in de vorm van herplaatsingen,
is uiteindelijk een beoordeling van de Commissie, die zij jaarlijks zal doen aan de
hand van meerdere afwegingen. Je kunt dus niet zomaar eenzijdig zeggen «ik heb te
weinig opvangplekken, dus ik doe even niet meer mee», om het even heel huiselijk te
zeggen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De meeste mensen die hiernaartoe komen, hebben al ettelijke landen doorgereisd. Het
aantal mensen dat rechtstreeks naar Nederland toe komt, als eerste land, is heel erg
beperkt. Maar het gaat natuurlijk wel over de mensen die via allerlei landen Nederland
binnen zijn gekomen. Mijn onderliggende vraag is eigenlijk de volgende. Ik snap dat
de Minister zegt «we moeten er wel wat mee om ze op te kunnen vangen», maar als wij
een tekort hebben aan locaties, dan kunnen we opvangen wat we willen, maar dan nog
zijn die locaties er niet. Wat gaat de Minister daaraan doen? Is er al een beeld van
om hoeveel mensen dat eventueel zou gaan? Worden daar al voorbereidingen voor getroffen?
Waar komen die plekken dan?
Minister Van den Brink:
Dan heb ik de vraag net niet goed beantwoord, denk ik, in de zin van welke onderliggende
zaken u bedoelt. Het systeem van het Migratiepact is als volgt. Als er iemand in de
buitengrensprocedure is geweest, of al in een andere lidstaat is geweest en daar is
gescreend, om het maar zo te zeggen, dus als iemand al in Eurodac is opgenomen, en
hij zou op dat moment in Nederland asiel aanvragen, dan valt hij gewoon onder de Dublinafspraak.
De Dublinafspraak is dat je teruggaat naar het eerste land van aanvraag voor de behandeling
van de procedure. Dit is het spannende aan het hele pact, want we hebben gezien dat
Dublin de afgelopen jaren niet gefunctioneerd heeft. De intentie is om dat pact vanaf
12 juni weer volledig te laten functioneren, inclusief Dublin. Wij gaan ervan uit,
ook met de afspraken die we nu gemaakt hebben, bijvoorbeeld met een land als Griekenland,
waarmee we nu bijna tot een afronding komen, dat we vanaf enig moment iemand die al
in Griekenland is geweest, daar ook weer naartoe terug kunnen plaatsen. Dan hoeven
wij dus ook niet de opvang te regelen. Als het systeem echt zou gaan draaien zoals
we met elkaar beoogd hebben, zou dat de druk op onze eigen opvangcapaciteit enorm
verlichten.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Op papier klinkt dat allemaal hartstikke mooi, maar de werkelijkheid is natuurlijk
wel anders. We hebben natuurlijk ook gezien dat een rechter België op de vingers heeft
getikt omdat ze iemand naar Griekenland hebben gestuurd. Omdat de opvang niet op orde
was, viel dat onder artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens,
een verbod op foltering. Of een opvang niet heel prettig is ... Ik kan dat niet beoordelen,
maar dat lijkt me weinig met foltering te maken hebben. Of dat allemaal gaat werken,
gezien de voorbeelden die ik noemde van Slowakije, Hongarije en noem maar op ... Het
is echt zeer de vraag of dit zo gaat werken zoals het op papier wordt neergezet. Kan
de Minister daarop reageren?
De voorzitter:
Artikel 3 EVRM, het folterverbod, ziet ook op een vernederende behandeling, wil ik
u mededelen. Minister, gaat uw gang.
Minister Van den Brink:
Deze aanvulling had ik zelf niet in mijn binnenzak zitten, dus ik dank de voorzitter
al bij voorbaat. Ik denk dat mevrouw Van der Plas mij niet vergeeft dat ik in week
één nog een hoopvolle Minister ben en dat ik hoopvol kijk naar de afspraken die we
gemaakt hebben. Ik denk ook wel ... Ik ben benieuwd hoe dat morgen in die gesprekken
tot uitdrukking komt. Iedereen heeft behoefte aan een werkend asielsysteem in heel
Europa. Deze afspraken zijn dus voor alle landen cruciaal. Niet alleen Nederland zit
hierop te wachten; het is ook voor de zuidelijke lidstaten heel cruciaal. Maar grote
veranderingen en de uitvoering zijn natuurlijk altijd wel spannend. Laat ik het zo
zeggen: het is de kunst om het vanaf papier in de praktijk te brengen. Het is in ieder
geval goed uitgedacht en ik denk ook dat het uitvoerbaar is, als het eenmaal in alle
landen, met elkaar, wordt opgepakt. Voorlopig hou ik er nog aan vast dat dit een goed
systeem zou moeten zijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Heb ik nog een interruptie over?
De voorzitter:
Ik stel voor dat we in totaal ... In de eerste termijn heeft u elkaar helemaal niet
geïnterrumpeerd. Ik stel dus voor dat we er nu vier doen. Dan heeft u er nog twee.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ga er dan toch nog eentje gebruiken. Er is een tijdje geleden ook een motie aangenomen
in de Tweede Kamer om ons aan te sluiten bij andere landen die zeggen dat de verdragen
misschien wat anders geïnterpreteerd moeten kunnen worden. Die verdragen en artikel
8, het recht op gezinsleven, zijn natuurlijk niet bedoeld om ervoor te zorgen dat
er een stroom van immigranten ontstaat, bijvoorbeeld door het nareizen, doordat heel
veel families erachteraan komen. Aanvullend wil ik dus eigenlijk nog het volgende
vragen. Kan de Minister hier, maar misschien ook wel in Brussel, vragen hoe het hiermee
staat? Hoe gaan we hier als Nederland mee om? Want we hebben ons destijds wel achter
het initiatief van de heer De Wever geschaard. Dat zou ik nog wel graag willen weten.
De verdragen zijn ooit opgesteld met een hele goede bedoeling, maar de tijd is natuurlijk
wel veranderd.
De voorzitter:
Dit sluit ook aan op de vraag van de heer Ellian en mijzelf. Ik neem aan dat de Minister
daar straks nog op terugkomt.
Minister Van den Brink:
Daar kom ik straks zeker op terug. Mevrouw Van der Plas had ook gevraagd waarom het
bandencriterium tegengeworpen kan worden in relatie tot een veilig derde land. Ik
kan u op dat punt geruststellen, omdat via een aanpassing van het EU-recht het bandencriterium
zal worden aangepast. Dat zit in de afspraken die nu worden afgerond. Dat is de herziening
van het veiligederdelandenconcept. Dan hoeft het niet meer te gelden als mensen door
dat derde land zijn gereisd of wanneer we afspraken met dat derde land hebben gemaakt.
Ook dit treedt in werking op 12 juni. Daardoor wordt het beter toepasbaar in de praktijk.
Daarmee kun je ook echt de volgende stappen gaan zetten in het vormgeven van asielverzoeken
buiten Europa, waar de heer Boomsma en de heer Ellian ook al naar vroegen.
De heer Van Asten vroeg mij naar de betrokkenheid van de inspectie en het toezichtmechanisme
rondom het pact. Het kabinet onderschrijft het belang van een onafhankelijk toezichtmechanisme.
De Inspectie Justitie en Veiligheid en het College voor de Rechten van de Mens zullen
elk vanuit hun eigen deskundigheid en in lijn met bestaande taken onderdeel uit gaan
maken van het toezichtmechanisme. De waarborgen en financiering voor beide partijen
zijn geregeld. Zij zullen dus toezicht houden op het deel van de buitengrensprocedure
waar Nederland verantwoordelijk voor is. Dat is met name op Schiphol. Als er sprake
van zou zijn dat iemand daar asiel aanvraagt en in de buitengrensprocedure komt, wordt
daar door deze twee organisaties onafhankelijk op toegezien.
Dan kom ik bij de vragen die gingen over de instrumentalisatie, de grens en Polen.
Die waren van meerdere partijen. Het instrumentaliseren van asielzoekers is uiterst
kwalijk. Dat is natuurlijk ook een schending van de integriteit van de Europese landen
en de grens daarvan. We hebben in Europa al een aantal stappen gezet om dat het hoofd
te kunnen bieden. De Commissie heeft in december 2024 een mededeling uitgebracht die
de lidstaten handvatten moest bieden om die instrumentalisatie tegen te gaan, zoals
het tijdelijk sluiten van grensovergangen. Ook in de nieuwe wetgeving zit een crisisbeheerverordening.
Ook daarin worden nieuwe mogelijkheden geboden: lidstaten mogen de asielprocedure
aan de grens verlengen, de opvangnormen tijdelijk aanpassen en versneld terugkeerprocedures
uitvoeren. Op die manier wordt er dus hulp geboden. Ik denk dat dat goed is. Ik begreep
dat meerdere Kamerleden onder de indruk waren van wat ze aan de grens bij Polen hebben
gezien en aangetroffen. Op alle manieren proberen we Polen waar nodig te ondersteunen,
want dit heeft natuurlijk niks te maken met asiel zoals we dat kennen.
De voorzitter:
Excuus, ik wil mezelf een interruptie toestaan.
Minister Van den Brink:
Dat mag.
De voorzitter:
Ja, ik ben de voorzitter, dus dat kan. Ik heb namens JA21 een vraag over het begrip
«instrumentalisering». We hebben inderdaad gezien dat medewerkers van de regering
van Wit-Rusland waarschijnlijk betrokken zijn bij het vervoeren van migranten naar
de grens en dat zij helpen om die grens met een slijptol te vernielen et cetera. Maar
is er nou sprake van instrumentalisering wanneer dat wordt gedaan door overheidsbeambten
of moet het specifiek gaan om het doel van geopolitieke destabilisering en hybride
oorlogsvoering? Hoe zit die definitie van instrumentalisering in elkaar?
Minister Van den Brink:
Ik begrijp van degene naast me – ik zal eerlijk zeggen dat ik dit deel van het inwerkprogramma
nog niet helemaal uit had – dat er geen internationale, strakke definitie is van «instrumentalisatie».
Er is alleen, zoals u ook aangeeft, wel degelijk sprake van geopolitieke drukmiddelen,
met name vanuit Wit-Rusland en waarschijnlijk gesteund door Rusland, om te destabiliseren
aan de grenzen van Europa. Maar er is in die zin nog geen juridische definitie die
door ons gebruikt kan worden om daar op een andere juridische manier dan door middel
van het asielrecht mee om te gaan. De zoektocht hoe daarmee om te gaan is ook in Europa
gaande, denk ik. Misschien zal ik daar morgen ook over horen van mijn Poolse collega.
Hierbij neem ik ook de vragen mee over het EES, het grenssysteem dat ingevoerd moet
gaan worden. Daar vroeg het CDA naar. We trekken daarbij natuurlijk nauw op met de
Commissie en de lidstaten. Het is een enorm grote en complexe opgave. Dat merken we
zelf in Nederland ook. Ik heb daar de afgelopen dagen ook tijd aan besteed. Ik heb
me daarover bij laten praten en ik heb me ingelezen, want we liggen hiermee echt achter
op schema. We zouden op dit moment eigenlijk al 35% en vanaf volgende week 50% van
de registraties via het nieuwe systeem moeten doen, maar we zitten op dit moment op
30%. Er is dus echt nog een flinke slag te maken richting april, wanneer dit zou moeten
gaan werken. We hebben alle technische zeilen bij moeten zetten om oplossingen te
vinden. Die worden op dit moment getest en daarna moeten die in praktijk worden gebracht.
Ik werk hierin nauw samen met de KMar, Defensie, Schiphol en IenW. We zijn ook in
overleg met de Europese Commissie omdat die ons hierin ook op de radar heeft. Men
weet dat we nog werk te doen hebben. We werken zo hard en zo snel mogelijk aan een
volledig operationeel systeem. Mochten hierover andere mededelingen moeten volgen,
dan zal ik te zijner tijd uw Kamer daarover informeren.
Dat geldt dus ook voor wat mevrouw Straatman aangaf. Ons hele Schengenbeleid is er
natuurlijk van afhankelijk. We hebben hier natuurlijk oog voor, omdat we ook uit veiligheidsoverwegingen
iedereen die zich in ons Schengengebied beweegt en die reist, natuurlijk goed in beeld
moeten hebben. Hiermee heb ik een heel aantal vragen over «grens» beantwoord.
Nu kom ik eigenlijk bij een wel vrij groot blokje over terugkeer. Dat blokje wil ik
beginnen met vragen van mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA en van de heer Ellian van
de VVD. Die gaan over de duidelijkheid over de Terugkeerverordening, de inwerkperiode
en de transithubs. De vraag was ook of wij daar periodiek over willen informeren.
Nu de Raad zijn inzet heeft bepaald, is het wachten tot het Europees Parlement dat
ook heeft gedaan. De verwachting is dat het Europees Parlement hier binnenkort over
zal stemmen. We staan in goed contact met de leden uit het Europees Parlement en in
het bijzonder met onze Nederlandse rapporteur Azmani, om onze Nederlandse prioriteit
voor het voetlicht te brengen. We willen die onderhandeling zo voortvarend mogelijk
oppakken en we zullen de Kamer periodiek informeren over de voortgang, ook via de
verslagen van de JBZ-Raad. Dus mocht dat in de komende dagen tot nieuwe mededelingen
kunnen leiden, dan zullen we die doen.
De heer Van Asten vraagt welke stappen we nog meer zetten op terugkeer. Het is de
hoeksteen van het migratiebeleid. Het is absoluut in de afgelopen maanden, of misschien
het afgelopen jaar, wel veel meer in beeld gekomen dat we daarop nog flinke stappen
hebben te zetten. Mevrouw Straatman vroeg daar ook naar. We zitten met lage percentages,
die we echt omhoog moeten brengen. Daarin moeten we echter ook samenwerken met andere
lidstaten in Europa en met staten buiten Europa. Daarom zal ik in de Raad benadrukken
dat we klaar moeten staan om de onderhandelingen over het voorstel voor de Terugkeerverordening
snel ter hand te nemen. Een nieuw juridisch kader in Europa dat moet zorgen voor een
effectief terugkeerbeleid: dat hebben we echt heel hard nodig. Het is daarom ook belangrijk
dat we praten over Libië en Libanon en dat we erover praten op welke manier we de
inzet in deze landen kunnen vergroten, hoewel het op dit moment voor Libanon natuurlijk
anders is dan een week geleden. Dat zeg ik even bij een antwoord dat misschien een
week geleden geschreven is. Dank dus, mevrouw Kröger, voor uw veelbetekenende blik.
Ik voelde dit ook al toen ik dit antwoord uitsprak.
Mevrouw Straatman vraagt of wij het met haar eens zijn dat een effectief terugkeerbeleid
niet alleen kan leunen op maatregelen van vrijwillige terugkeer, maar dat er ook maatregelen
van gedwongen terugkeer noodzakelijk zijn. Jazeker. Vrijwillige en gedwongen terugkeer
zijn twee kanten van de medaille. Hoewel de voorkeur natuurlijk altijd naar vrijwillige
terugkeer uitgaat, is het vooruitzicht van gedwongen terugkeer nodig wanneer iemand
niet meewerkt. We willen dus goede waarborgen opnemen in die Terugkeerverordening,
maar er moeten ook verplichtingen komen voor personen die moeten terugkeren. Hiervoor
moeten we steun zoeken, en dat doet Nederland heel actief. Dat willen we doen bij
een groot deel van de lidstaten. We werken daarbij ook richting derde landen die onvoldoende
meewerken aan terugkeer, om hen te bewegen hun aanpak te verbeteren.
Mevrouw Straatman vroeg ook hoe wij de balans bewaken tussen noodzakelijke samenwerking
en het voorkomen dat Europa op welke manier dan ook bijdraagt aan schendingen van
rechten die hier in het geding kunnen zijn. Als Nederland, en ook als EU als geheel,
vinden we het van belang dat alle migratieafspraken met derde landen aan alle relevante
internationale normen moeten voldoen, dus ook aan alle mensenrechtenverdragen. Dat
betekent dat we niet direct of indirect kunnen bijdragen aan schendingen van mensenrechten
van migranten, en dat is een positie die wij ook actief inbrengen in het debat in
Europa. Wat mij betreft is migratiesamenwerking ook geen uitruil van mensenrechten;
ze moeten hand in hand gaan. Het is evident dat het heel complex is. Het is ook evident
dat we soms te maken hebben met landen die op een hele andere wijze kijken naar mensenrechten.
We zien echter wel dat er ook met dat soort landen afspraken gemaakt moeten kunnen
worden en dat we de mensenrechten daarbij kunnen borgen. We zoeken dus in samenwerking
met derde landen steeds ruimte om zaken als mensenrechten en bescherming te adresseren.
We richten onze brede inzet op migratie zo in dat deze in lijn is met internationaal
recht en dat er oog is voor bescherming.
Ik denk dat de vraag die mevrouw Kröger stelde over de positie van artikel 23a in
de Terugkeerverordening in het verlengde daarvan ligt. In de Raadspositie is vastgelegd
dat er meer verplichtingen moeten kunnen komen voor personen die moeten terugkeren,
dus inclusief mogelijkheden voor de uitvoeringsorganisaties om daar onderzoek naar
te doen. Dat is onderdeel van de aanpak om de terugkeercijfers in Europa omhoog te
brengen. Daarbij geldt wel echt uitdrukkelijk dat dit in die zin niet vergelijkbaar
is met de voorbeelden die u noemt, omdat het echt individueel getoetst moet zijn en
het ook noodzakelijk en proportioneel moet zijn. Ook in Nederland is terugkeer het
sluitstuk van een aanpak die vrijwillig begint en die telkens dwingender wordt. Dat
dwingende karakter betekent uiteindelijk dat mensen soms gedwongen moeten worden,
maar dat wordt altijd individueel getoetst, ook of dat proportioneel is. Maar dit
is natuurlijk ook nog een onderdeel van het gesprek dat tussen Raad en Parlement moet
plaatsvinden. Dit is dus nog geen definitieve uitkomst van de Terugkeerverordening
zoals die nu voorligt. Die gesprekken lopen nog, dus pas als het definitief is, kunnen
we een definitief beeld geven van wat daar de eventuele toepassingen van zouden kunnen
zijn en hoe dat te vergelijken is met het Nederlandse beleid op dit moment.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dit is natuurlijk wel het moment dat de Minister naar Brussel afreist om daar de Nederlandse
positie in te nemen. Ik heb dan toch een vraag over artikel 23a. De Minister zegt
namelijk dat het geborgd is, omdat er individuele toetsing plaatsvindt. Maar bedoelt
de Minister dan dat er huiszoekingen kunnen komen en moet dat dan eerst via een rechter
lopen? Ik probeer het even scherp te krijgen. Ik vind het namelijk nogal wat, die
huiszoekingen. Ik probeer dus even scherp te krijgen waar dan volgens de Minister
die borging zit.
Minister Van den Brink:
De proportionaliteit moet in die zin geborgd zijn. Dus de vraag of hiervan sprake
is, kan ik hier niet gelijk beantwoorden. Dat geldt ook voor de vraag of dat in de
definitieve versie van de Terugkeerverordening zal zitten. De Nederlandse positie
is wel dat wij steun geven aan dwingende mogelijkheden om gedwongen terugkeer van
mensen mogelijk te maken. Ik denk dat ik daarover meer tekst en uitleg moet gaan geven
als we hier een beter beeld van hebben. Laat ik u toezeggen dat als wij een beter
beeld hebben van wat hier nou exact achter weg komt en hoe dat te vergelijken is met
het Nederlandse beleid op het punt van terugkeer, ik u daarin inzicht ga verschaffen
via het verslag van de JBZ-Raad of dat ik dat doe op een volgend moment waarop ik
daarover meer duidelijkheid kan geven.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het lijkt me sowieso een goed idee om die duidelijkheid te verschaffen, maar dit gaat
natuurlijk over dat deze Minister naar Brussel afreist en een positie gaat innemen
ten aanzien van die huiszoekingen. Dan zegt de Minister: ja, ik denk dat er nog borging
in zit, omdat er individueel getoetst wordt. Mijn vraag is: wat is dan de positie
van Nederland? Moet het dan door een rechter toegewezen worden of gaat Nederland akkoord
met die huiszoekingen? Waar staan we?
Minister Van den Brink:
Nederland is al akkoord gegaan met de verordening zoals die nu door de Raad is neergelegd.
We wachten nu op de positie van het Europees Parlement en dan wordt er tussen die
twee onderhandeld over een definitieve uitkomst. Ik ga niet in de komende dagen nog
een gesprek voeren over de Terugkeerverordening zoals die nu voorligt. Die posities
zijn ingenomen. Het is nu wachten op de definitieve uitkomst. Maar ik snap uw vraag
heel goed. Ik snap dat u daar duidelijkheid over wilt. Die kan ik verschaffen op het
moment dat ik weet hoe de onderhandelingen zijn verlopen en wat de uitkomst daarvan
is.
Ik heb een vraag van de heer Boomsma over de visumstrategie. Wat gaat die Nederland
opleveren op het gebied van terugkeer? Het kabinet is van mening dat we zo veel mogelijk
instrumenten moeten gebruiken om terugkeer te bevorderen. Het visumbeleid kan op dat
moment zeker ook van toevoegde waarde zijn. Daarom pleit het kabinet voor die effectieve
en meer flexibele inzet van dit instrument, want daarmee kunnen ook negatieve visummaatregelen
worden genomen tegen landen die onvoldoende meewerken aan terugkeer. We wachten dan
ook het voorstel van de Commissie af om dit te herzien, want dat is nu alleen nog
maar een soort beleidsvoornemen, maar dat is verder nog niet uitgewerkt in een echt
voorstel.
De voorzitter:
Mijn vraag was ook welke landen op dit moment dan onvoldoende meewerken en bij welke
landen dat beter zou kunnen. Wat is de huidige stand van zaken? Ik weet dat Marokko
een tijdlang moeilijk deed. Inmiddels gaat dat beter. Hebben we er een overzicht van?
Minister Van den Brink:
Dat is niet voorradig, in de zin dat ik die landen nu niet zomaar kan noemen. Wij
kunnen daar in het verslag van de JBZ-Raad misschien wel nader op ingaan. Het is namelijk
een onderdeel van de JBZ-Raad. We spreken er de komende dagen over, dus in de terugkoppeling
daarvan kunnen we hier zeker verder op ingaan, maar het klopt dat er verschillen tussen
landen zijn en dat de positie van bijvoorbeeld Marokko veel beter is dan een tijd
geleden.
Dan kom ik bij een aantal vragen die ik onder het kopje innovatief, Clingendael ...
De voorzitter:
Excuus, ik had mevrouw Vondeling over het hoofd gezien. Zij heeft nog een interruptie.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik had nog een vraag gesteld over het gedwongen uitzetten van criminele vreemdelingen.
Komt u daar nog op terug? Ik weet niet of dat onder de noemer van terugkeer valt.
Minister Van den Brink:
Dat hoop ik dan wel. Ik zie iemand naast mij druk zoeken. Laat ik dan alvast zeggen
wat ik daarvan weet. Wij hebben zelf ook zeker een actief beleid op het gebied van
gedwongen terugkeer, maar er zijn randvoorwaarden voor wanneer en bij welke strafbaarheidsgrond
daar sprake van kan zijn. Ik ken de PVV-positie en weet dat de partij die strafbaarheidsgrond
om mensen uit te zetten flink naar beneden zou willen brengen. Wij hebben met dit
kabinet geen voornemen om daar aanpassingen aan te doen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dat is eigenlijk niet waar mijn vraag op zag. Ik heb het over landen als Duitsland
en Oostenrijk, die Syrische criminelen rechtstreeks uitzetten naar Syrië. Mijn vraag
is eigenlijk waarom het Nederlandse kabinet daar nog niet mee begonnen is.
Minister Van den Brink:
Er is op dit moment wel sprake van terugkeer naar Syrië, zowel vrijwillig als gedwongen.
Daar werken we op dit moment ook aan.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik was heel even verbaasd: ook gedwongen?
Minister Van den Brink:
O, nog niet? Excuus, dan heb ik mij versproken. Ik weet wél dat de route naar Syrië
op dit moment nog heel complex en lastig is, omdat er geen diplomatieke relatie is
met Syrië. Alles verloopt dus via één diplomatieke post in Brussel. We zijn ons er
natuurlijk wel op aan het voorbereiden, want wij willen ook dat de mensen die hier
niet hoeven te blijven, weer terug kunnen en dat we mensen kunnen uitzetten die ergens
voor gestraft zijn en hun asielverzoek om die reden niet ingewilligd hebben zien worden.
Op dit moment hebben wij echter nog geen gedwongen terugkeer.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dan wil ik de Minister toch vragen om, als hij zijn collega’s ziet, daarover in gesprek
te gaan, want kennelijk lukt het andere landen wél. Dan zou het Nederland ook moeten
kunnen lukken, denk ik.
Minister Van den Brink:
Dat is op zich een terechte vraag. Die interesse heb ik zeker ook zelf. In die zin
zal ik die vraag dus zeker stellen als ik die collega’s spreek. Mocht ik daarover
meer te weten komen, dan zal ik dat in het verslag van de JBZ-Raad meenemen.
Er zijn allerlei vragen gesteld over Clingendael en de positie van het kabinet ten
opzichte van het aanpassen van internationale verdragen. Dat is zeker een van de speerpunten
van dit kabinet. Wij willen namelijk echt inzetten op een nieuwe manier van werken.
Tegelijkertijd zijn we op allerlei manieren al bezig om daarnaar toe te werken. Alles
wat er in de afgelopen tijd al is gezegd over innovatieve oplossingen, zowel terugkeerhubs
als het aanpassen van het bandencriterium, moet u allemaal zien onder de noemer van
het vinden van een nieuwe manier om het internationaal recht vorm te geven. Tegelijkertijd
moet ik er ook eerlijk over zijn dat dat niet zomaar een hele korte route zal zijn.
Internationale verdragen laten zich namelijk niet op een hele korte termijn aanpassen.
Het opzeggen van verdragen is zeker niet iets wat wij überhaupt van plan zijn, dus
dit zal een lange route worden, met veel diplomatieke inzet en met veel overleg met
landen om te kijken hoe we er kunnen komen.
Over Clingendael. Het is een zeer tijdig en bruikbaar rapport. Het sluit aan bij het
doel van het kabinet om asielprocedures uiteindelijk buiten Europa af te handelen.
We zijn bezig met een appreciatie. Het rapport laat inderdaad zien dat het internationaal
recht niet in de weg staat aan modellen voor externalisering, zoals die heten, maar
dat lidstaten daarbij in de praktijk wel mensenrechten dienen te waarborgen. Dat gaat
dus om modellen waarmee asielverzoeken buiten Europa zouden kunnen worden afgedaan.
Zoals u weet, is Nederland met andere lidstaten in de Raad van Europa aan het werk
aan een politieke verklaring, waar ik zo meteen nog iets meer over zal zeggen. Aanstaande
donderdag spreek ik met mijn collega’s. We hebben daarin al een groep gevormd met
Duitsland, Denemarken, Griekenland en Oostenrijk, omdat dit voor Nederland een belangrijk
punt was, is en zal blijven in de komende periode. We verwachten de reactie op het
rapport van Clingendael dit voorjaar aan u te kunnen sturen. Dat geldt ook voor de
verdere verkenning naar verdragen, waarbij ook het voorstel van JA21 zal worden meegenomen.
De heren Ellian en Boomsma hebben vragen gesteld over het EVRM. Momenteel worden in
de Steering Committee for Human Rights de elementen voorbereid voor de politieke verklaring.
Het klopt wat de heer Boomsma zei, namelijk dat die op een bijeenkomst in mei in Moldavië
zal worden besproken. Voorafgaand daaraan zult u daarover worden geïnformeerd, ik
denk via de BuZa-commissie. Wij zullen daarin ook de afstemming zoeken, zodat de informatie
parallel daaraan aan de asielcommissie zal worden gestuurd. Ik denk dat dat geen probleem
hoeft te zijn. Ze zijn nu dus nog bezig met allemaal technische dingen, en daarna
wordt die verklaring opgesteld. Die is in lijn met wat hier al eerder over is gezegd
in de Raad van Europa. Er wordt dus gewerkt aan een interpretatief protocol, zoals
het inmiddels is gaan heten.
De heer Ellian (VVD):
Over de procedure kunnen wij het zelf hebben. Aanpassingen van verdragen gaan in de
regel via JenV, maar dat komt goed. Dank voor het antwoord. Het is prettig om te horen
dat de Minister ook hiermee echt aan de slag gaat met zijn collega’s. De Minister
is al langer bezig met asiel en migratie dan ondergetekende, maar ik heb toch enige
ervaring met de advisering aan bewindspersonen over verdragen. Zit de Minister erbovenop?
Het is heel gemakkelijk om te zeggen dat het verdrag niet kan worden aangepast en
dat artikel 3 op een bepaalde manier moet worden uitgelegd. Ik zei zonet tegen een
paar collega’s dat ik de totstandkomingsgeschiedenis van het EVRM nog eens aan het
nalezen was. Dat was echt een hele andere tijd dan de tijd waarin wij nu leven. Gaat
de Minister dus, samen met een aantal gelijkgestemde landen, ook echt proberen om
dit op die manier aangepast te krijgen in dat protocol? Anders komen we namelijk nooit
verder.
Minister Van den Brink:
Ja, waarbij ik op meerdere manieren ga antwoorden. De achtergrond van het protocol
was natuurlijk de discussie over hoe je omgaat met criminele asielzoekers. Dat is
dus stap één hierin. Stap twee werkt misschien via een iets andere route. We werken
op dit moment samen in een kopgroep. Daarin werken we aan terugkeerhubs en aan externalisatie
van asielverzoeken vanwege het bandencriterium. Eigenlijk is de route nu vooral dat
we daarin gaan ontdekken waar we tegenaan lopen en welke afspraken er daarbij wel
en niet mogelijk zijn, om dat daarna weer te gebruiken in het gesprek over wat dat
betekent voor de juridische verdragen die we daarover hebben en welke aanpassing daardoor
noodzakelijk zou zijn. Het is dus niet alleen een juridisch aanpassing, van: wat wil
je? Het is ook: wat is er in de praktijk mogelijk en is dat überhaupt te realiseren?
Dat gaat dus een beetje hand in hand. Zo zie ik nu tenminste voor me hoe we dit moeten
gaan doen, na dit gesprek anderhalve week gevoerd te hebben. Ik denk het zetten van
stappen met gelijkgestemde landen in Europa soms sneller gaat dan de route van de
aanpassing van het verdrag, omdat we allemaal weten dat het heel erg op elkaar ingrijpt.
Het is natuurlijk én het EVRM én mogelijk het Vluchtelingenverdrag, of een van beiden.
In ieder geval grijpt het allemaal zo in elkaar in dat we vooral juridisch bezig zouden
zijn als we alleen de juridische weg zouden bewandelen. We willen ook heel graag dingen
realiseren in de praktijk, vandaar die afspraken met landen buiten Europa.
De heer Ellian (VVD):
Helder. Uiteraard is er niet alleen de juridische realiteit. Die juridische realiteit
beïnvloedt wat je praktisch kan regelen, dus het ene kan niet zonder het andere, maar
het is fijn om te beluisteren dat de Minister op beide vol inzet, omdat je beide nodig
hebt. Is hij bereid om ook het volgende mee te nemen? Dan geef ik ook een inkijk in
wat men mag verwachten van mij als woordvoerder op Asiel en Migratie. Kijk naar de
detentie van een strafrechtelijk veroordeelde. Daar weet ik vrij veel van. Artikel
3 werd net genoemd. Je mag in voorkomende gevallen een veroordeelde zelfs isoleren
vanwege het risico voor de samenleving. Wat mij bevreemdt, is dat dit bij criminele
asielzoekers niet mag. Dat is vrij vreemd, en ik hoop dat de Minister dit wil meenemen.
We spreken binnenkort, geloof ik, over de overlast bij Ter Apel. Dit is vrij fundamenteel,
want een crimineel is een crimineel: die heeft de wet overtreden. De ene crimineel
mag in detentie en de andere niet. Ik hoop dat de Minister dit alvast wil meenemen.
Het is een mooi punt voor deze Raad.
Minister Van den Brink:
Ik beschouw dit als een aanmoediging; dit punt wil ik zeker meenemen.
Dan de ambitie van het coalitieakkoord over de asieltop, de diplomatieke top. We gaan
ons er als kabinet voor inzetten dat we het internationaal asielrecht moderniseren,
met als doel dat er geen asielprocedures meer verwerkt worden in Europa. Daarvoor
hebben we draagvlak nodig in internationaal verband. Daar zorgen we op verschillende
manieren voor. Ik sprak net al over het Europese spoor. Ook op mondiaal vlak doen
we dit, bijvoorbeeld door op te trekken met gelijkgezinde landen in het kader van
het International Migration Review Forum, dat in mei 2026 zal plaatsvinden. In de
Raad van Europa wordt in dat verband gewerkt aan die politieke, interpretatieve verklaring.
De asieltop is onderdeel van deze internationale inzet voor het bevorderen van draagvlak.
Over de precieze invulling van deze top zullen we u te zijner tijd informeren.
De heer Boomsma vraagt mij ...
De voorzitter:
Excuus, er is eerst nog een interruptie van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Sorry, even kijken of ik het goed hoorde. Eerder hoorde ik de Minister zeggen: asielprocedures
hoeven niet meer in Europa uitgevoerd te worden. Nu hoor ik hem zeggen dat de inzet
is dat ze niet meer uitgevoerd worden binnen de Europese grenzen. Is dat correct?
Minister Van den Brink:
Nou, laat ik dan gewoon opnieuw beginnen met formuleren; misschien helpt dat. Het
doel dat in het regeerakkoord is afgesproken, is dat we op zoek gaan naar een hervorming
van het asielrecht waardoor het buiten Europa zou kunnen worden afgedaan, omdat we
die hele vreselijke mensensmokkelsituatie willen zien te voorkomen, evenals het recht
van de sterkste, dus van degene die de overgang kan betalen.
Dan kom ik bij de vraag van de heer Boomsma. Even kijken. Hij zei: «Echte oplossingen
vragen dat EU-landen afspraken maken met derde landen over de opvang. Het is een andere
manier om te kijken naar asiel. Minder recht op asiel hier, meer opvang elders. Op
deze manier kunnen we ook bepalen wie we hiernaartoe halen.» Dat was de vraag. Het
kabinet streeft ernaar dat de asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend
en afgehandeld, zodat in Nederland geen asielprocedure meer zou hoeven te worden doorlopen.
Volledige implementatie van het pact, zowel in Nederland als in andere EU-lidstaten,
is een belangrijke stap om meer controle en meer grip te krijgen. Partnerschappen
met derde landen kunnen dienen om internationale migratiestromen te beheersen, bijvoorbeeld
door irreguliere migratie te beperken, terugkeersamenwerking te bevorderen en daarmee
migranten te beschermen. Innovatieve oplossingen, waar het kabinet zich voor zal inzetten,
kunnen er uiteindelijk aan bijdragen om, zoals ik net zei, de hele asielprocedure
buiten Europa te laten plaatsvinden. Maar dat zijn twee dingen die moeten samengaan.
De voorzitter:
De Minister zegt steeds: de procedure moet buiten Europa kunnen plaatsvinden. We hebben
natuurlijk steeds gezegd dat het niet alleen om de procedure gaat, maar dat ook de
opvang daarna buiten Europa plaatsvindt. Als je alleen de procedure daar doet, maar
daarna alsnog mensen naar Europa haalt, schieten we daar misschien iets mee op, maar
nog niet genoeg. Dat is in ieder geval onze opvatting. Daar hoort bij, zoals ik eerder
heb aangegeven, dat het niet genoeg is om te zeggen: je kunt ook elders asiel aanvragen.
Dan krijg je namelijk veel meer aanvragen, omdat mensen niet meer die gevaarlijke
reis hoeven te ondernemen. Dat is op zich goed, maar dat kan alleen als je dan ook
zegt: het kan dus niet meer als mensen illegaal naar Europa reizen om het daar ook
nog eens aan te vragen. Hoe ziet de Minister dat?
Minister Van den Brink:
Volgens mij zijn alle drie de partijen die dit coalitieakkoord schragen, op zoek naar
een manier om de procedure buiten Europa te laten plaatsvinden, maar vinden ze wel
degelijk dat lidstaten, waaronder Nederland, daarna, via hervestiging, hun verantwoordelijkheid
moeten nemen om mensen die op de vlucht zijn, wel opvang te kunnen bieden. Binnen
partijen zijn de posities denk ik verschillend. De een zal misschien zeggen dat het
nul moet zijn en de ander dat het x moet zijn, maar er zal natuurlijk altijd een internationale
verantwoordelijkheid blijven om mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld,
ergens opvang te bieden. Dat zal in de toekomst zo blijven, maar het systeem om daartoe
te komen, willen we op een veel menswaardigere manier gaan vormgeven.
De voorzitter:
Ja, maar als je alleen maar een extra manier creëert om asiel aan te vragen door te
zeggen dat mensen dat ook buiten de EU kunnen doen, is het risico dus dat heel veel
meer mensen asiel gaan aanvragen. Het gaat erom dat je hier controle over hebt en
dat je nee kunt zeggen. Natuurlijk, het lijkt me prima dat je sommige mensen via hervestiging
hiernaartoe haalt, maar je moet wel zelf kunnen bepalen wie. Je moet kunnen zeggen
«jullie hebben de hulp harder nodig» of «jullie passen goed bij onze economie» of
wat dan ook, maar voor het gros moet je ook kunnen zeggen: deze groepen niet. Dat
is ook de inzet van de aanpassing van het bandencriterium per juni. Je kunt straks
dus al – daarom zei ik: laat het kabinet daar snel mee aan de slag gaan – afspraken
maken met derde landen, want dan gaat het ook echt om het realiseren van de opvang
daar. Ik hoor dat daar binnen de coalitie misschien anders over wordt gedacht, maar
ik mag toch wel hopen dat het kabinet daar gewoon mee aan de slag gaat?
Minister Van den Brink:
Misschien wel even in het perspectief van de tijd. Waar wij hier over spreken, inclusief
aanpassing van internationale verdragen, is echt een doel op de lange termijn. In
deze kabinetsperiode gaat het om de invoering van het Migratiepact en gaat het erom,
innovatieve oplossingen waarover we in gesprek zijn, in de praktijk te brengen. Maar
dat gaat dan natuurlijk niet direct om alle aantallen waar we in Europa over spreken,
want er zal nog steeds een functionerend pact zijn, waaronder mensen nog steeds in
Europa asiel kunnen aanvragen. Wat u schetst, is dus niet iets wat binnen een of twee
jaar realiteit is. Dat is echt iets voor de lange adem.
In dat kader vroeg u ook naar die andere innovatie oplossing, de terugkeerhubs. Daar
zijn wij over in gesprek en daar blijven wij ook over in gesprek met de lidstaten
die ik daarstraks noemde. Als daar keuzes in worden gemaakt, manieren worden gevonden
of afspraken over voorliggen, zullen wij de Kamer daarover informeren. Wij zullen
de Kamer dus ook meenemen in wanneer dat mogelijk ingevoerd kan worden en met welke
landen dat eventueel mogelijk zou kunnen zijn.
Dan waren er vragen over specifiek de situatie die zich nu voordoet in Iran. Mevrouw
Kröger vroeg hoe de Minister daarnaar kijkt. Op dit moment is er al geen sprake van
gedwongen uitzettingen naar Iran of gedwongen terugkeer, omdat de Iraanse autoriteiten
al geen vervangende reisdocumenten verstrekten voor gedwongen vertrek. Daarnaast bezien
we op dit moment de situatie en volgen we die nauwgezet, om te beoordelen of de inzet
van meer formele instrumenten zoals een besluit- en vertrekmoratorium aangewezen zijn.
Dat doe ik altijd op basis van een advies vanuit de IND. Zodra ik dat krijg, zal ik
daar natuurlijk ook gevolg aan geven. Om die reden worden de besluiten op dit moment
on hold gehouden. Formeel komt een besluit mij toe via de IND en dan zal ik de Kamer
daar ook over informeren. Dat is de procedure die daarbij hoort.
Mevrouw Vondeling van de PVV vroeg mij wat we doen om de stroom vanuit Iran als gevolg
van het geweld tegen te gaan. Wij volgen dus de situatie op de voet. In de EU is het
crisismechanisme van de Raad geactiveerd. De ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd
en indien dat nodig is, wordt ook de benodigde inzet op migratie bekeken. Maar laten
we indachtig de woorden van de heer Ellian hopen dat die situatie zich zeker niet
voordoet. Zijn hoop en verwachting is dat de mensen op welke manier dan ook in Iran
bijdragen aan een nieuwe toekomst.
Ik heb nog twee andere vragen die hiermee in lijn zijn; deels heb ik ze net gehad.
Een vraag van Forum voor Democratie gaat over migratie als verdienmodel voor herkomstlanden
en hoe we daarmee omgaan. Onze aanpak is om gericht de irreguliere migratie te beperken,
de terugkeersamenwerking te verbeteren en migranten te beschermen. Maar we hebben
die landen zelf wel nodig om daarmee samen te werken, want zonder die landen kunnen
wij geen terugkeer van mensen realiseren. Het zijn echt partnerschappen die op een
bepaalde manier wederzijds zijn en die ook voor hen voordelen hebben. Daarom willen
zij die afspraken ook met ons maken. Op die manier proberen we daar invulling aan
te geven. De voorstellen die u daarvoor heeft gedaan, zijn daar geen onderdeel van.
Dan kom ik bij een aantal overige vragen, die meer op het nationale liggen. Daarom
dacht ik: aangezien het de JBZ-Raad is, doe ik die als laatste. Dan kom ik bij mevrouw
Vondeling, die mij vroeg wat ik tegen alle Nederlanders zeg. Dat is in het licht van
het besluit dat ik afgelopen week heb genomen over de opvang. Dit kabinet kiest ervoor
om mensen die recht hebben op opvang ook zo ordentelijk mogelijk op te vangen, omdat
we daarmee juist af kunnen komen van al die dure ad-hocnoodopvang die we hebben en
die ook enorm veel kosten met zich meebrengt. Dit gebeurt naast de inzet op meer grip
op migratie door onder andere en goede implementatie van de nationale wetsvoorstellen,
de noodmaatregelenwet en het tweestatusstelsel, waarover ik op 14 april naar de Eerste
Kamer mag.
Daarnaast heb ik dat besluit afgelopen week genomen, omdat dat gewoon de wet is. Ik
heb dus afgelopen vrijdag gewoon uitvoering gegeven aan een wettelijke bepaling van
een wet die door dit parlement is goedgekeurd. Ik heb ook gemerkt dat dat de noodzakelijke
duidelijkheid verschafte. Anders is het namelijk voor gemeenten ook niet duidelijk
welke opgave er voor hen ligt.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Kijk, er komen gewoon steeds meer azc’s bij. Er komen ook nog steeds heel veel asielzoekers
naar Nederland. Ik merk aan deze Minister en aan het kabinet dat alle ballen gericht
worden op het pact, terwijl experts en partijen aan de linker- en aan de rechterkant
heel veel kritiek hebben op dit pact. Zij zeggen dat het waarschijnlijk gewoon helemaal
niet gaat werken. Welke nationale maatregelen neemt de Minister dan? Hij heeft het
over de wetten, maar er is een kans dat die de Eerste Kamer niet doorkomen. Wat doet
de Minister nu concreet om de instroom omlaag te krijgen? Mensen zijn het namelijk
gewoon zat. Ze zijn er klaar mee. Ze hebben geen zin in een azc in hun achtertuin.
Wat doet de Minister om dat te beperken?
Minister Van den Brink:
Dat gebeurt vooral door langs de drie sporen die ik aan het begin gaf, duidelijkheid
te verschaffen over het beperken van de instroom. Dat gaat wel degelijk met die twee
wetten. U verwacht daar misschien minder van, mevrouw Vondeling, maar dit kabinet
verwacht er nog steeds heel veel van. Dat is ook omdat het echt een beperking op het
nareizen kan gaan geven. Dat is de eerste stap. De tweede stap is het Europees Migratiepact.
Maar de duidelijkheid moet ook worden geboden door in de opvang rust en regelmaat
te brengen; laat ik het zo zeggen. De opvanglocaties zoals we die nu kennen, hebben
kosten van boten en andere noodopvanglocaties. Die zijn zo hoog dat het onhoudbaar
is. We willen het natuurlijk met minder kosten realiseren. Daarvoor vragen we alle
gemeenten om een bijdrage. Dat is volgens mij de enige manier om er een beetje rust
in te brengen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
De Minister draait een beetje om mijn vragen heen. Eén. Hij zegt dat ik denk dat de
wetten niet gaan werken. Ik denk inderdaad dat het niet genoeg is, maar dat was niet
mijn vraag. Ik vraag de Minister ook wat hij eraan gaat doen om er überhaupt voor
te zorgen dat die wetten door de Eerste Kamer komen. D66 gaat namelijk tegenstemmen
en CDA mogelijk ook. Dat is één. Daarnaast willen wij die dure opvang natuurlijk ook
niet. Wij willen dat de instroom omlaaggaat. Dat lukt gewoon niet. Vorige week kwamen
er weer 800 asielzoekers bij. Zo blijf je natuurlijk azc’s bijbouwen. Vandaar mijn
concrete vraag aan de Minister: wat voor aanvullende maatregelen neemt hij nog?
Minister Van den Brink:
In het coalitieakkoord staan allerlei maatregelen. De basis van de nationale maatregelen
zit in de twee wetsvoorstellen die ik op 14 april door de Eerste Kamer ga proberen
te loodsen. Daar ben ik in ieder geval heel erg gemotiveerd voor. Ik hoop daar gewoon
steun voor te krijgen in de Eerste Kamer, maar steun krijg je alleen als je een debat
aangaat. Daar is nu niet op vooruit te lopen met als-dansituaties. Tot voor kort was
volgens mij ook de partij van mevrouw Vondeling groot voorstander van die wetgeving.
Ik hoop dat dat zo blijft, want daarmee kunnen die wetten uitgevoerd gaan worden.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Sorry, ik wil nog even verduidelijken dat ik niet heb gezegd dat ik tegen die wetten
ben of dat mijn partij tegen die wetten is.
Minister Van den Brink:
Dat is heel fijn.
Dan kom ik bij een vraag van mevrouw Van der Plas. Die is niet meer in de zaal, maar
luistert misschien nog ergens mee. Die vraag ging over artikel 8 van het EVRM en in
hoeverre aangescherpt nareisbeleid kan worden voorkomen. De asielwetsvoorstellen beperken
de mogelijkheid tot nareis voor vluchtelingen en subsidiair beschermden tot het kerngezin.
Dat is een onderdeel van de Asielnoodmaatregelenwet. Daarnaast worden ook voorwaarden
gesteld aan nareis voor subsidiair beschermden. Dat is het tweestatusstelsel. Het
klopt natuurlijk dat er nog steeds in alle gevallen een beroep kan worden gedaan op
artikel 8 van het EVRM, maar het is geenszins zo dat iedereen die een afwijzing krijgt,
via artikel 8 van het EVRM alsnog de mogelijkheid zou krijgen. Uiteindelijk betreft
het ook hier gewoon een individuele toetsing.
Mevrouw Van der Plas had ook nog gevraagd hoe het minimumniveau van opvang is vastgelegd.
Kunnen we daar nog keuzes in maken? De Opvangrichtlijn geeft ruimte om de opvang sober
in te richten, maar wel met de voorwaarde dat het humaan moet zijn. Ik denk dat hoe
wij daar uitvoering aan geven, op dit moment in balans is.
Ten slotte vroeg de heer Boomsma nog naar het vijfjarenplan en de grote inzet op arbeidsmigratie.
Wat is nou precies het voorstel? Dit betreft een aanbeveling van de Europese Commissie
om talent van buiten de EU aan te trekken. Het is geen bindend voorstel. Het is een
aanmoediging aan lidstaten om het aantrekken van benodigd talent gemakkelijker te
maken. In het coalitieakkoord heeft het kabinet het belang van het aantrekken van
talent onderschreven, maar het moet wel op een gecontroleerde en gerichte wijze. Er
mogen geen nieuwe misstanden ontstaan. Het kabinet zal nog een positie innemen op
dat BNC-fiche. Het is dus niet zo dat wij hier voetstoots mee zullen instemmen.
De heer Ellian had mij nog een vraag gesteld over de veilige landen en de nationale
lijst. Het onderhandelingsresultaat dat er nu ligt, biedt lidstaten de mogelijkheid
om naast de EU-lijst een aanvullende nationale lijst van veilige landen van herkomst
te hanteren. Het is echter de vraag of het hanteren van een nationale lijst opportuun
is. Dit komt doordat, naast het bestaan van een Europese lijst van veilige landen
van herkomst, er met de invoering van het pact een verplichting is om personen uit
herkomstlanden met een gemiddeld Europees inwilligingspercentage van minder dan 20%
versneld af te doen. Dat is een speciale procedure voor mensen met minder dan 20%
slagingskans. Het ligt voor de hand dat landen die kunnen worden aangemerkt als veilig,
veelal ook een laag gemiddeld inwilligingspercentage kennen. Die combinatie maakt
dat het daarbovenop hanteren van een eigen nationale lijst geen of beperkte toegevoegde
waarde zal kunnen hebben. Vooralsnog gaan we ervan uit dat we met de Europese lijst
gaan werken, zonder daar ook nog een nationale lijst aan toe te voegen.
Ik denk dat ik door een aantal antwoorden heen ben.
De voorzitter:
Er komt nog een interruptie van de heer Russcher en daarna van mevrouw Kröger.
De heer Russcher (FVD):
Ik wil nog heel even terugkomen op mijn vraag over het reguleren of inperken van de
geldtransfers die naar midden- en lage-inkomenslanden gaan. Ik snap dat de Minister
zegt: we doen het liever in goede samenspraak en we gaan met die landen om tafel om
ervoor te zorgen dat ze het terugnemen. Echter, de praktijk leert dat dit niet of
nauwelijks gebeurt. Dat snap ik ook wel als voor Somalië 20% tot 30% van de economie
bestaat uit dat geld. Voor Afghanistan is dat 20%. Voor Syrië is dat 15% tot 20%.
Dan denken zij ook: zoek het maar uit. Wanneer komt het moment voor de Minister of
dit kabinet om wel te zeggen: luister, als jullie niet meewerken, zorgen we er gewoon
voor dat dat geld niet meer naar jullie land toe komt en daar moeten jullie dan maar
mee dealen?
Minister Van den Brink:
Het kabinet probeert in gesprek te zijn met landen waarbij wij een gezamenlijk belang
zien, in de zin dat wij aan onze kant terugkeer weten te realiseren en zij aan hun
kant afspraken willen maken met ons over visa of andere middelen. Dat is toch een
gesprek dat wederkerigheid kent en niet op deze manier gestart gaat worden.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
De heer Russcher (FVD):
Ik geloof dat het niet de start van een gesprek is, maar ik denk dat, als je op een
gegeven moment in het stadium komt dat een land al jaren niet meewerkt aan het terugnemen
van hun onderdanen, er een punt moet zijn waarop je als Nederland of Europa zegt:
«Luister, wij gaan ervoor zorgen dat dat geld niet meer jullie land binnenkomt. Dat
heeft drastische gevolgen voor jullie economie. Jullie gaan nu dus gewoon jullie onderdanen
terugnemen.» Ik wil graag aan de Minister vragen om hierop te reflecteren.
Minister Van den Brink:
De reflectie zou dan ook moeten gaan over de vraag of dit uitvoerbaar is en op welke
manier dit mogelijk is. Daar wil ik niet in treden, want ik ben geen expert op het
gebied van geldwisselkantoren en hoe dat zou moeten werken. Uiteindelijk is elke keer
het doel om afspraken te maken over het terugnemen van mensen die werken voor ons.
Elke maatregel die er per definitie voor zorgt dat je nooit meer iemand terug kan
sturen, is voor mij sowieso niet een hele goede optie.
De voorzitter:
De laatste interruptie van de heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
De Minister zegt: ik ben geen expert. Mijn vraag is dan of hij in ieder geval wel
zou kunnen onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om dit wel te realiseren. Die zie
ik dan graag tegemoet.
Minister Van den Brink:
Dat is op dit moment echt geen onderdeel van de wijze waarop wij dit willen vormgeven
als kabinet. Daar zou ik nu dus niet op die manier mee aan de slag willen gaan.
De voorzitter:
Volgens mij had mevrouw Kröger nog een vraag gesteld over Egypte en is die nog niet
beantwoord. Zij had een vraag over de situatie in Egypte en hoe de Nederlandse regering
daarmee omgaat.
Minister Van den Brink:
Kan mevrouw Kröger die vraag nog even herhalen, zodat ik de tijd krijg om die vraag
iets beter te laten indalen en een antwoord te kunnen geven?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag was ... Ik had overigens een interruptie op een ander punt, voorzitter,
maar het is wel fijn dat de voorzitter zich dit herinnert. De vraag over Egypte ging
over het feit dat dat op de veiligelandenlijst komt, terwijl er in 2024 1.594 mensen
zijn opgepakt om politieke redenen. Hoe verhouden we ons daartoe?
Minister Van den Brink:
Dat debat hebben we net wel al gehad. Dat betekent natuurlijk niet dat er nooit ...
Uiteindelijk zal er altijd nog individueel getoetst worden. Dat het land veilig is,
betekent in zichzelf niet dat mensen per definitie teruggestuurd gaan worden. Dat
geldt voor ook voor Egypte.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik had mijn hand omhooggestoken voor een andere interruptie, voorzitter.
De voorzitter:
O, een andere. Ja.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik moest toch even kauwen op het antwoord dat de Minister gaf over Iran en de asielprocedure
voor vluchtelingen of mensen uit Iran op dit moment. De Minister had het over een
pauze. Eigenlijk is de vraag: wat houdt dat in? Wat is de implicatie daarvan voor
mensen die al in de procedure zitten, mogelijk recht hebben op asiel en daardoor in
grote onzekerheid terechtkomen? Is het niet mogelijk om wel een vertrekmoratorium
te hebben, maar de procedures voor mensen uit Iran juist voort te zetten? Ik zou zeggen
dat we daar, gegeven de situatie daar nu, ook ruimhartig in moeten zijn.
Minister Van den Brink:
Ik snap de achtergrond van deze vraag natuurlijk heel goed. Ik noemde het een soort
van pauze omdat we op dit moment gewoon even aankijken wat de situatie is. Bij de
situatie in Syrië hebben we de andere kant op natuurlijk gezien dat daar vrij snel
duidelijkheid over ontstaat en dat we dan ook dat besluit kunnen nemen. Ik bedoel
dus dat er op dit moment even geen besluiten worden genomen, maar dat betekent nog
niet dat er nu een definitief moratorium is. Daarvoor heb ik advies nodig van de IND.
We moeten even aankijken wat in de komende dagen en weken de situatie is, in hoeverre
die stabiel is, slecht, onrustig of welke kwalificatie je er ook aan geeft. Dan kan
de IND er een advies over geven en kunnen we tot een definitieve keuze komen.
De voorzitter:
Een laatste vraag.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Oké, maar over welk moratorium heeft de Minister het dan? Heeft hij het dan over terugkeer
of over het besluit over de asielprocedure? Het lijkt mij nu inderdaad moeilijk en
niet wenselijk om mensen terug te laten keren in een oorlogssituatie. Maar nogmaals,
het zou toch bijzonder raar zijn om nu een pauze in te bouwen bij mensen die nu in
die procedure zitten, want als mensen recht hebben op asiel, zou je dat juist willen
verlenen.
Minister Van den Brink:
Het gaat met name over terugkeer, zoals u noemt. Die is er al niet; er is gewoon geen
gedwongen terugkeer mogelijk. De situatie is nu zo verslechterd dat dat voor de IND
in zichzelf een reden is om het opnieuw te beoordelen, of dat nou betekent dat ze
tot een beslismoratorium komen of dat het gelijk leidt tot een ander landenbeleid.
Een ander landenbeleid duurt altijd wat langer. In die zin zijn er allerlei stadia
alvorens er een definitief moratorium plaatsvindt. Dat is dus nog even afwachten.
Ik kan u er in het JBZ-Raadverslag misschien wel even over informeren wat de opties
hierbij zijn en hoe dat loopt in de tijd. Daar zeg ik gelijk bij dat ik het zelf ook
wel prettig vind om dat even goed onder elkaar te hebben.
De voorzitter:
Goed. Dan zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Minister. Dan wil ik
snel door naar de tweede termijn van de leden. Ik geef graag het woord aan mevrouw
Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik heb eigenlijk geen vragen meer, maar er valt mij wel iets op. Ik vind het gewoon
bizar dat de Minister eigenlijk totaal niet openstaat voor aanvullende maatregelen
om de instroom te beperken en de terugkeer te vergroten. Alles wordt afgedaan met
«nee, we wachten het pact wel af» en «we doen niets extra’s». Dat is ongelofelijk,
want er komen nog steeds bijna duizend asielzoekers per week Nederland binnen. Ik
verwacht dus dat de instroom onder dit nieuwe kabinet niet omlaaggaat, maar dat er
nog meer asielzoekers naar Nederland komen. Ik vind dat jammer, al helemaal omdat
de coalitiepartijen in de campagne veel beloofd hebben. De PVV zal zich hier in ieder
geval tegen blijven verzetten.
De voorzitter:
Dank. Dan is het woord aan mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Van mijn kant
zijn er ook geen aanvullende vragen. We volgen de voortgangsrapportage over de implementatie
van het pact. We wachten ook met smart op de antwoorden voor de plenaire behandeling
van het Migratiepact. Ik denk dat het goed is dat we daar snel vaart mee maken.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Asten.
De heer Van Asten (D66):
Dank voor de beantwoording van de vragen. De beantwoording van de meer dan 500 vragen
voor 11 maart zal inderdaad wat leeswerk opleveren, maar daar zullen we snel mee aan
de slag gaan. Ik had eigenlijk nog één vraag. Ik twijfelde of ik die als interruptie
moest stellen, maar ik wilde ’m even laten rijpen. Het gaat over één lijst veilige
landen en het verzoek dat ... Sorry. Er komt één lijst van veilige landen. Vervolgens
komt er een procedure aan de buitengrenzen van Europa. Mevrouw Kröger zei al: als
iemand behoort tot een minderheidsgroep, bijvoorbeeld de lhbti-gemeenschap, en uit
zo’n veilig land komt, wat worden dan de waarborgen om toch tot een goede afweging
van iemands asielverzoek te komen? Daar maak ik me toch wel zorgen over.
De voorzitter:
De heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk geen vragen meer aan de Minister, maar wel een
opmerking. Ik vind de houding van dit kabinet vrij passief en afwachtend. Er werd
gezegd «we hopen dat er geen vluchtelingenstromen uit Iran naar Europa komen» en «we
hopen dat het Europees Migratiepact gaat werken». Ik denk dat we hier vrij weinig
aan hebben. De conclusie namens Forum voor Democratie is, denk ik: zolang wij in de
Europese Unie zitten, kunnen we niets aan de migratiestromen gaan doen. We moeten
er dus zo snel mogelijk uit.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Eén vraag van mij is niet beantwoord, namelijk over kinderen in returnhubs. Daar heeft
het vorige kabinet een positie op ingenomen. Ik ben benieuwd hoe dit kabinet daarin
staat. Hoe verhoudt het vastzetten van kinderen in returnhubs zich tot de rechten
van kinderen en tot het VN-Kinderrechtenverdrag?
Ik vond de beantwoording over de huiszoekingen onder de Terugkeerverordening eigenlijk
verwarrend. De Minister schetste: dat is nog in ontwikkeling; daar kom ik op terug.
Maar ik neem aan dat Nederland zelf ook ergens staat. Welke waarborgen ziet Nederland
dan dus voordat er opeens huiszoekingen gedaan mogen worden? Hoe voorkomen we dat
er hier in Nederland ICE-praktijken komen?
Tot slot over de Iraniërs in procedure. Eerder, na de protesten, hebben wij gevraagd:
bekijk nog goed hoe de asielprocedure nu uitpakt voor Iraniërs. Het lijkt me dat dit
nu, met de chaos en het conflict, alleen maar opportuner is. Een pauze lijkt mij dus
onverstandig, want dan blijven mensen juist langer in onzekerheid in de procedures
zitten. Ik hoop dus dat daar snel duidelijkheid vanuit de Minister over kan komen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Ook heel kort vanuit mij. Dank uiteraard voor de beantwoording.
Ik zie dat de Minister gemotiveerd is, maar er is wel een hoop te doen; daarin kan
ik wel aansluiten bij diverse collega’s. Alle voorstellen, zowel op nationaal als
op Europees niveau, mogen geen papieren realiteit zijn. De instroom moet echt naar
beneden. Ik beschouw dit ook een beetje als een eerste gedachtewisseling tussen Minister
en Kamer, want ik hoorde zelf ook wel een paar dingen in de beantwoording waarvan
ik dacht: daar kan nog wel wat meer over gezegd worden. Maar dat kan op een later
moment, wat mij betreft.
Ik hoop dat de Minister voor nu, voor de JBZ-Raad, meeneemt wat de partijen hier hebben
aangegeven en vooral dat hij ons ervan verzekert dat hij er alles aan doet om ervoor
te zorgen dat de instroom daadwerkelijk naar beneden gaat.
De voorzitter:
Dank.
Voorzitter: Ellian
De heer Boomsma (JA21):
Ook vanuit mijn kant dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik had aangegeven
dat ik vind dat we vol moeten inzetten op de mogelijkheden om hulp, opvang en procedures
allemaal buiten de EU te gaan doen. Ik had ook gezegd: er wordt al jaren over gesproken,
er worden plannen gemaakt en er worden dingen op papier gezet – mijn allereerste motie
in deze Kamer ging ook over die zogenaamde innovatieve oplossingen – maar dat moet
nu worden omgezet in concrete acties. Uganda was het meest concrete wat er was voor
die soort terugkeerhub. Dat is nu schijnbaar bevroren. Het is nog steeds niet helemaal
duidelijk wat er nu gaat gebeuren. Waar wacht het kabinet op? Hoe wordt dat opgepakt?
Was er al interesse van andere EU-landen om zich daarbij aan te sluiten? Maar voor
al die dingen lopen nu al die verschillende sporen, dus innovatieve oplossingen, het
EVRM, de politieke verklaring, het dan ook aanpassen van verdragen misschien, de terugkeerhubs
en het bandencriterium. Dat betreft echt opvang in het derde land, maar dan moet je
echt nu gesprekken gaan voeren met die landen om dat te kunnen doen. Eigenlijk wilde
ik dus nogmaals vragen of de Minister een brief kan opstellen om over de verschillende
sporen even toe te lichten wat nou de strategie en de inzet is van het kabinet en
daar zo duidelijk mogelijk over te zijn. Wat is nou de tijdlijn die we voor ons zien?
Is er een stappenplan te maken?
Voorzitter: Boomsma
De voorzitter:
Dat was het einde van de tweede termijn van de leden. Dan wil ik de Minister vragen
of hij nog even tijd nodig heeft voor de beantwoording of dat we meteen door kunnen.
We kunnen meteen door, dus dan geef ik hem nu het woord.
Minister Van den Brink:
Ik loop gewoon even de woordvoerders af met de opmerkingen die gemaakt zijn.
Ik beschouw het oordeel van de PVV niet helemaal als de inzet van het kabinet, want
we nemen wel degelijk allerlei initiatieven op terugkeer. Zo zal ik de komende dagen
gesprekken voeren om daarvoor met nieuwe voorstellen te komen. Wij zullen er dus zeker
mee door blijven gaan om het terugkeerbeleid veel sterker en effectiever te laten
worden.
De vraag van D66 over veilige landen. Uiteindelijk is het geen grond ... Het is een
grond om in de buitengrensprocedure opgenomen te worden, maar in die buitengrensprocedure
is het nog steeds gewoon een individuele toetsing. Daarmee heb je dus een verkorte
procedure aan de buitengrens van Europa voor de mensen die uit zo’n veilig land of
uit een land met een laag inwilligingspercentage komen. Daarbinnen is het echter gewoon
een individuele toetsing. Dat zijn dezelfde waarborgen als die we nu ook kennen. Als
van iemand in zo’n procedure blijkt dat die persoon achtergronden heeft die zouden
kunnen kwalificeren voor een asielgrond, dan komt die gewoon weer in de reguliere
procedure. Op die manier komt die dan gewoon alsnog in de langere procedure, met alle
waarborgen die daarbij horen. De waarborgen zijn dus in die zin net zo sterk als ze
nu ook al zijn.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Wat de Minister nu schetst, klopt volgens mij niet, aangezien de bewijslast omgekeerd
is als je uit een veilig land komt. De waarborg is in die zin dus minder, omdat het
natuurlijk een stuk moeilijker is om zelf aan te tonen dat je bijvoorbeeld tot de
lhbti-gemeenschap behoort.
Minister Van den Brink:
Ik snap de vraag. Ik ga daar in het verslag over de JBZ-Raad wel even op in. Er zit
in die zin geen verschil in de waarborg. Het kwalificeert voor een verkorte procedure,
maar als in die procedure blijkt dat er reden toe is om daar meer tijd voor te nemen,
dan kom je gewoon in de reguliere procedure. Het is vooral bedoeld om mensen met een
economisch motief zonder asielgrond snel te kunnen afdoen en te laten terugkeren,
maar als mensen met een gerechtvaardigde asielgrond in zo’n procedure zitten, komen
ze in de reguliere procedure terug. Dat is dus op zichzelf geen afwijzingsgrond.
Mevrouw Kröger had daarnaast nog de vraag over de positie van kinderen. Het klopt
dat gezinnen met kinderen niet worden uitgezonderd van de toepassing van de terugkeerhub.
Dat is ook nodig, om te voorkomen dat kinderen vooruit worden gestuurd op een levensgevaarlijke
reis. In die zin wordt het gezin als één geheel beschouwd. In die hele terugkeeraanpak
moet natuurlijk ook alle borging zitten voor de positie van kinderen en gezinnen.
Dat is dan ook onderdeel van de gesprekken die daarover gevoerd worden. Maar we vinden
het belangrijk dat er geen reden bestaat om kinderen vooruit te sturen, op welke manier
dan ook. Ik zal in mijn JBZ-Raadverslag ook terugkomen op de Terugkeerverordening
en of dat een nieuwe positie zou zijn ten opzichte van artikel 23a, dat u noemde.
Zo snel er over de asielprocedure en Iran iets te zeggen is, zal ik daar duidelijkheid
over verschaffen. Ik zal de Kamer daarover informeren. De komende dagen zal ik met
mijn collega’s in Europa alles op alles zetten om nieuwe afspraken te maken. Daar
zal ik verslag van doen als ik terugkom.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik had de vraag gesteld over het feit dat kinderen in een terugkeerhub kunnen worden
vastgezet – dan gaat het om detentie – en hoe dat zich verhoudt tot de rechten van
kinderen in het VN-Kinderrechtenverdrag. Misschien kan de Minister daar nu mondeling
of later schriftelijk op terugkomen.
Minister Van den Brink:
Er is geen sprake van detentie. Het is een terugkeervoorziening. Dat betekent niet
dat het per definitie detentie is. Er wordt gezocht naar innovatieve oplossingen om
mensen die op dat moment nog niet kunnen terugkeren naar een land waar we nog geen
terugkeerafspraken mee hebben, in de buurt van zo’n land naar een terugkeerhub te
brengen. Maar dat is geen detentie.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Er gaat wel een bepaalde beperkende kracht uit van zo’n terugkeerhub. Ik denk dat
er anders partijen zouden zijn die zich zorgen zouden maken omdat het niet beperkend
is. Mijn vraag was heel specifiek hoe het zich verhoudt tot het Kinderrechtenverdrag.
Minister Van den Brink:
Alles wat wij doen, moet volgens mij getoetst zijn aan rechten. Dat zal ook voor het
Kinderrechtenverdrag gelden en voor alle andere internationale verdragen die hier
ook voor gelden. Dat nemen wij mee als we dat soort dingen uitwerken en naar uw Kamer
sturen. In beginsel toetsen we de asielafspraken in de eerste instantie gewoon aan
het Europees recht, het EVRM en het VN-Vluchtelingenverdrag.
De voorzitter:
Ik had nog die laatste vraag.
Minister Van den Brink:
Ik snap uw vraag ten aanzien van al die verschillende sporen en alle acties die u
heeft ingezet vanaf dag één dat u hier in de Kamer kwam. Overigens, als het over internationale
afspraken gaat: u zit nog niet zo heel lang hier in de Kamer. Het gaat al best wel
snel, moet ik eerlijk zeggen, in internationaal verband, ook met de dingen waarvoor
u gepleit heeft. We komen in het voorjaar op al die zaken terug, als wij een reactie
geven op het Clingendaelrapport. Daarin zullen we meenemen wat overal de stand van
zaken van is.
De voorzitter:
Hartelijk dank. Dan zijn we aan het einde gekomen.
Dan rest mij nog wel even de toezeggingen door te nemen.
− De Minister heeft toegezegd het rapport van de Europese Commissie over de voortgang
ten aanzien van het Migratiepact begin april naar de Kamer te sturen.
− De Minister stuurt de antwoorden op de vragen uit het verslag bij de Uitvoerings-
en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 volgende week woensdag naar de Kamer.
Dat zijn al die honderden vragen.
− De Minister stuurt de kabinetsappreciatie van het rapport van Clingendael met de titel
Grenzen verleggen: Externalisering van asiel en een breed gedragen hervormingsinitiatief,
dit voorjaar naar de Kamer.
− De toezegging is ook gedaan om terug te komen op de verschillende andere sporen ten
aanzien van externalisering en dergelijke.
Dank daarvoor.
− De Minister zorgt dat de commissie voor Asiel en Migratie in het voorjaar apart wordt
geïnformeerd over de gesprekken over het EVRM, zodat deze commissie ook wordt meegenomen
in de positie van Nederland ten aanzien van de politieke verklaring in Moldavië.
− De Minister informeert de Kamer in het voorjaar over de invulling van de internationale
asieltop.
− De Minister gaat in het verslag van de JBZ-Raad in op de volgende punten: de mate
van terugkeersamenwerking met specifieke derde landen, de beoordeling van asielaanvragen
van Iraniërs, de procedure en bewijslastverdeling in zaken van veiligelanders, en
de bevoegdheid tot huiszoeking in het kader van terugkeer en de verhouding met het
huidige Nederlandse beleid op dit punt.
Hebben we dan alles? Ja.
Ik dank u allen hartelijk. Ik sluit deze vergadering.
Sluiting 19.38 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
L.L. Nouse, griffier -
Mede ondertekenaar
R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken