Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het vaccinatiegraadrapport van het verslagjaar 2026 en de voortgang van de aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’ (Kamerstuk 32793-911)
2026D41043 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over het vaccinatiegraadrapport van het verslagjaar 2026 en de voortgang
van de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties»1.
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Heller
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van 50PLUS-fractie
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
het vaccinatiegraadrapport 2026 en de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties». Deze
leden danken het RIVM voor het opstellen van het rapport en de Minister voor haar
reactie. Zij onderschrijven het belang van een hoge vaccinatiegraad en hebben hierover
enkele vragen.
Genoemde leden constateren dat de vaccinatiegraad al langere tijd daalt en dat de
vaccinatiegraad in sommige regio’s aanzienlijk lager ligt dan het landelijk gemiddelde.
In het coalitieakkoord is afgesproken dat gezondheidsverschillen verkleind worden.
Beschikt de Minister over prognoses voor de ontwikkeling van de vaccinatiegraad in
de komende jaren? Welke concrete maatregelen voorziet het kabinet om een dalende trend
te keren?
Voor de regioprojecten «doelgroepen en vaccineren» is in 2025 budget toegekend aan
vier projecten. In het najaar van 2026 volgt een nieuwe subsidieronde. Op basis van
welke criteria zijn de eerdere projecten geselecteerd? Wordt bij de nieuwe subsidieronde
rekening gehouden met de regionale verschillen in vaccinatiegraad, en krijgen regio’s
waar de vaccinatiegraad het sterkst achterblijft daarbij nadrukkelijk prioriteit?
In de brief van 12 februari jl. is aangegeven dat een volgend kabinet invulling geeft
aan de versterking en uitbreiding van de wijkgerichte aanpak. Hoe gaat het huidige
kabinet hier invulling aan geven? Op basis van welke criteria is de Minister voornemens
de financiering hiervoor te verdelen? Hoe maakt zij hierin gebruik van samenwerkingsverbanden,
zoals gemeenten en GGD’s? Op welke wijze faciliteert de Minister kennisuitwisseling
van «best practices» binnen en tussen regio’s?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met enige zorgen kennisgenomen van het vaccinatiegraadrapport
over het verslagjaar 2026 en de voortgang van de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties».
De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over de dalende vaccinatiegraad. Zij
zijn van mening dat het egoïstisch is om je kinderen niet te laten vaccineren. Vanwege
je eigen levensovertuiging breng je daarmee namelijk niet alleen je eigen kinderen,
maar ook die van anderen in gevaar. Daarom zijn deze leden blij met de wijkgerichte
aanpak van vaccinatie en de middelen die dit kabinet hiervoor voornemens is uit te
trekken. Kan de Minister aangeven wat de status is van de uitwerking hiervan?
De leden van de VVD-fractie begrijpen hiernaast dat er zeer waarschijnlijk sprake
is van onderrapportage in de vaccinatiegraad. Dit komt doordat anoniem vaccineren
mogelijk is, waarbij iemand niet in de vaccinatiegraad meegenomen kan worden. Kan
de Minister aangeven wat de reden hiervoor is? Is zij voornemens om hier iets aan
te veranderen? Om effectief beleid te kunnen voeren is immers nodig dat eerst inzicht
is in de daadwerkelijke vaccinatiegraad. Graag een reflectie hierbij op de wenselijkheid
om anonimiteit te laten prevaleren boven effectieve methoden van (eventueel gepseudonimiseerde)
gegevensverzameling.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief van de
Minister. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.
De leden van de PRO-fractie lezen dat het erop lijkt dat er iets minder zuigelingen
en kleuters zijn gevaccineerd. Ook zijn zwangeren waarschijnlijk wat minder vaak tegen
kinkhoest gevaccineerd. Kan nader worden toegelicht wat de redenen zijn voor de afname
van deze vaccinatiegraden? Hoe denkt de Minister het tij te keren voor deze vaccinaties?
De leden van de PRO-fractie lezen dat de vaccinatiegraad voor HPV rond de 60 procent
blijft steken. Wat is het streefcijfer van de Minister voor de vaccinatiegraad van
HPV? Zijn er al plannen voor een nieuwe awareness campagne of een inhaalcampagne voor
het HPV-vaccin – zoals die ook in 2022 en 2023 werd ingevoerd? Zo nee, waarom wordt
er geen inhaalcampagne of awareness campagne ingevoerd? Welk maatregelen zijn volgens
de Minister nodig om de HPV-vaccinatiegraad van 90 procent te behalen? Welke kosten
zijn daar mee gemoeid? Hoe kijkt de Minister tegen het advies van de gezondheidsraad
aan waarin wordt gewezen op het feit dat er een meerjarige campagne nodig is of overwogen
moet worden om tot en met 26 jaar structureel beschikbaar te maken? Hoe duidt de Minister
dat dit bewezen effectief is?
Kan nader worden toegelicht hoe het staat met de uitbreiding van de wijkgerichte aanpak?
Welke steden worden allemaal onderdeel van de wijkgerichte aanpak?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het vaccinatiegraadrapport. De
vaccinatiegraad binnen het Rijksvaccinatieprogramma vertoont al ongeveer tien jaar
een dalende trend. Voor verschillende vaccinaties worden de landelijke streefwaarden
niet meer gehaald en bestaan bovendien grote lokale verschillen.
Deze leden zien de dalende vaccinatiegraad niet uitsluitend als een probleem van bereikbaarheid,
informatievoorziening of het maken van afspraken. Zij beschouwen deze ontwikkeling
ook als een signaal van afnemend vertrouwen in de overheid, overheidsinstanties en
de medische wetenschap.
De Minister kiest voor meer communicatie, onderzoek naar gedrag en twijfels en een
steeds fijnmaziger aanpak per wijk, school en doelgroep. De leden van de PVV-fractie
vragen haar echter te voorkomen dat een vertrouwensprobleem uitsluitend wordt benaderd
als een communicatieprobleem of als gedrag dat door de overheid moet worden bijgestuurd.
Zij vragen de Minister te erkennen dat de dalende vaccinatiegraad mede kan samenhangen
met een verminderd vertrouwen in de overheid en de medische wetenschap. Ook vragen
zij of de Minister heeft onderzocht welke invloed het overheidsoptreden en de overheidscommunicatie
tijdens de coronaperiode hebben gehad op het vertrouwen in vaccinaties en het Rijksvaccinatieprogramma.
Zij vragen de Minister verder aan te geven hoe het vertrouwen daadwerkelijk hersteld
kan worden, anders dan door meer voorlichting, communicatiecampagnes en doelgroep
specifieke beïnvloeding.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe kan worden gewaarborgd dat burgers
volledige en evenwichtige informatie ontvangen, waarin niet alleen voordelen, maar
ook mogelijke bijwerkingen, onzekerheden en grenzen van wetenschappelijke kennis worden
benoemd.
Ook vragen zij waar volgens Minister de grens ligt tussen neutrale informatievoorziening
en actieve gedragsbeïnvloeding. Zij vragen de Minister te bevestigen dat vaccinatie
vrijwillig blijft en dat ouders en andere burgers vrij en zonder negatieve gevolgen
een eigen afweging kunnen maken.
Tot slot vragen zij aan de hand van welke concrete en meetbare criteria de Minister
zal beoordelen of het vertrouwen in het Rijksvaccinatieprogramma daadwerkelijk toeneemt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brief van de
Minister over het vaccinatiegraadrapport over het verslagjaar 2026 en over de voortgang
van de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties» en hebben naar aanleiding daarvan nog
enkele vragen. Deze leden vragen de Minister of zij kan toelichten of er onderzoek
is gedaan naar de effecten van het zogeheten informed consent op de bereidheid van ouders om over te gaan op een vaccinatie. Beschikt de Minister
over dergelijke informatie en zo ja, zou zij deze kunnen delen?
De leden van de CDA-fractie lezen dat er het afgelopen jaar wisselende resultaten
zijn geboekt met betrekking tot de vaccinatiegraad. Zo lijken er ten opzichte van
het afgelopen jaar minder zuigelingen en kleuters gevaccineerd terwijl er meer kinderen
van 10 jaar de HPV-vaccinatie en meer kinderen van 14 jaar de MenACWY-vaccinatie hebben
gekregen, en de vaccinatiegraad voor 9-jarigen voor de DTP- en BMR-vaccinaties hetzelfde
is gebleven. Deze leden vragen de Minister of zij kan duiden waarom er tussen de verschillende
leeftijdscohorten verschillende effecten op de vaccinatiegraad worden gezien ten opzichte
van vorig jaar, of er een voorspellende waarde uitgaat van de vaccinatiegraad van
leeftijdscohorten op de vaccinatiegraad van datzelfde leeftijdscohort bij latere vaccinaties,
en of de bereidheid tot vaccineren samenhangt met het soort vaccinatie. In samenhang
hiermee vragen deze leden of de Minister uiteen kan zetten of er een gedifferentieerde
aanpak is vanuit het RVP per vaccinatie en/of leeftijdscohort.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het vaccinatiegraadrapport over
het verslagjaar 2026 en de voortgang van de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties».
Zij hebben daar nog een enkele vraag en opmerking over.
De leden van de SP-fractie lezen in de brief van de Minister dat de HPV-vaccinatiegraad
licht gestegen lijkt te zijn. Tegelijkertijd zien zij in het rapport dat de vaccinatiegraad
onder de 60 procent blijft hangen, terwijl bekend is dat deze vaccinatie een grote
bescherming biedt tegen baarmoederhalskanker. Welke stappen gaat de Minister zetten
om deze vaccinatiegraad verder te verhogen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben de brief van de Minister en onderliggende stukken
met interesse gelezen en hebben daar vooralsnog geen vragen of opmerkingen over.
Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractie
De leden van de 50PLUS-fractie danken de Minister voor de toezending van de bijgaande
stukken. Zij willen hierbij nog wel een paar vragen stellen en opmerkingen maken.
Op pagina 8 van de Kamerbrief wordt het volgende gesteld: «De afgelopen periode zijn
samen met het RIVM de eerste contouren geschetst van een visie op vaccinatiezorg voor
0 tot 100+ jaar». De leden van de 50PLUS-fractie vinden dit een positief bericht.
Zij vragen de Minister de huidige stand van zaken aan te geven voor wat betreft de
ontwikkeling van die visie. Zij willen daarbij wel aantekenen dat wat hen betreft
dit nog niet ver genoeg gaat. Het Rijksvaccinatie voor kinderen is prima, maar het
is nodig dat er ook een Rijksvaccinatieprogramma voor ouderen (of volwassenen) wordt
ingericht. De huidige vaccinaties die voor ouderen beschikbaar zijn, worden op andere
basis gegeven en georganiseerd. Hoe goed het ook is dat deze vaccinaties worden gegeven,
dit voldoet niet, en doet ook geen recht aan het belang van vaccinaties. In de eerste
plaats het belang voor de individuele gezondheid en het individuele welzijn. Maar
daarnaast ook voor de maatschappij: vaccinaties beperken langdurige zorgkosten en
zijn dus een goede investering om die zorgkosten omlaag te brengen. Dit past tevens
goed in het preventiebeleid dat de huidige regering voorstaat! Het enige wat er nodig
is, is de durf om hier vooruit in te investeren. Wat is de visie van de Minister op
volwassenenvaccinatie? Hoe kan en zal dit structureel worden georganiseerd? En wordt
de vaccinatiegraad onder volwassenen gemonitord?
De leden van de 50PLUS-fractie herinneren de Minister in dit licht graag aan de aangenomen
motie inzake het vaccineren tegen gordelroos van de meest kwetsbaren. Kan de Minister
hier een reactie op geven?
In de brief bij het rapport wordt tevens een reactie gegeven op de motie van de leden
van Brenk en Bushoff inzake de vaccinatie tegen gordelroos van mensen met een Wlz-indicatie,
naast de vastgestelde groep van 60-jarigen. De leden van de 50PLUS-fractie dringen
aan op spoedige actie hieromtrent, gezien het feit dat gordelroos bij de meest kwetsbaren
een enorme ziektelast met zich meebrengt. Zij hopen dat de Minister zich realiseert
dat medemenselijkheid een belangrijke overweging is hierbij, en dat dus meeneemt in
het beleid.
Daarbij herinneren de leden van de 50PLUS-fractie de Minister eraan dat het geen feit
is dat er niet genoeg geld is voor een gordelroosvaccinatie voor alle 60-plussers.
Dat is een politieke keuze.
In het rapport inzake de dalende vaccinatiegraad wordt beschreven wat er zoal gebeurt
om de trend van de dalende vaccinatiegraad, bijvoorbeeld op het gebied van mazelen,
te keren. Duidelijk is dat sinds de coronapandemie de vaccinatiegraad is gedaald.
Reflecteert de Minister ook op haar eigen handelen in relatie tot de dalende vaccinatiegraad?
Hoe beoordeelt zij de stelling dat een dalende vaccinatiegraad een uiting kan zijn
van toegenomen wantrouwen jegens de overheid?
Voorts vragen genoemde leden de Minister waarom de verbeterde griepvaccins voor volwassenen
niet automatisch worden toegepast, terwijl dat bij vaccinaties voor jongeren wel gebeurt.
En wanneer wordt de opdracht tot het produceren van de gordelroosvaccinaties verstrekt?
Genoemde leden hebben vernomen dat de productie een half jaar in beslag neemt. Kan
de Minister garanderen dat er in de eerste helft van 2027 gestart wordt met vaccineren?
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M. Heller, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.