Lijst van vragen : Lijst van vragen over Defensienota 2026 - Samen voorwaarts! (36975-1)
2026D40844 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
van Defensie over de Defensienota 2026 – Samen voorwaarts! (Kamerstuk 36 975, nr. 1).
De voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Nr
Vraag
1
Wat is het actuele percentage van gezamenlijke inkoop van defensiematerieel? Hoe heeft
dit percentage zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal dit percentage zich
de komende vier jaar ontwikkelen?
2
Wat is het actuele percentage van Europese inkoop van defensiematerieel? Hoe heeft
dit percentage zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal dit percentage zich
de komende vier jaar ontwikkelen?
3
Wat is het actuele percentage van inkoop van Europese licentieproductie van niet-Europese
systemen? Hoe heeft dit percentage zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal
dit percentage zich de komende vier jaar ontwikkelen?
4
Wat is het actuele percentage van inkoop van Amerikaanse systemen? Hoe heeft dit percentage
zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal dit percentage zich de komende vier
jaar ontwikkelen?
5
Wat is het actuele percentage van inkoop van Israëlische systemen? Hoe heeft dit percentage
zich de afgelopen drie jaar ontwikkeld en hoe zal dit percentage zich de komende vier
jaar ontwikkelen?
6
Welke concrete lessen uit eerdere Defensienota’s en eerdere evaluaties hebben geleid
tot wijzigingen in het beleid zoals opgenomen in de Defensienota 2026?
7
Op welke manier gaat u meten en monitoren of de Defensienota 2026 de slagkracht en
paraatheid van de krijgsmacht de komende jaren vergroot?
8
Hoe wordt slagkracht en paraatheid geoperationaliseerd om meetbaarheid te bevorderen?
9
Voor welke projecten zijn of worden kosten-batenanalyses uitgevoerd? Hoe wordt de
Kamer hierin meegenomen?
10
Wat zijn de tussentijdse resultaten van het Programma Defensie Open op Orde (DOO)?
11
Wat wordt in het kader van het DOO bedoeld met een centrale entiteit die beleids-,
inrichtings- en uitvoeringsniveau met elkaar blijft verbinden?
12
Wat is de tussenstand van het integraal plan om de regie op het openbaar maken van
Defensie-informatie te verwerken, waar de Defensiestaf, de BA en DOO aan werken?
13
Zijn het Defensiebeveiligingsbeleid (DBB) en het rubriceringsproces Vertrouwelijk
binnen Defensie veranderd na inwerkingtreding van het Voorschrift Informatiebeveiliging
Rijksdienst Bijzondere Informatie (VIRBI) eind 2025? Zo ja, hoe?
14
Is er een formeel gewijzigd Defensiebeveiligingsbeleid (DBB) vastgesteld of zijn er
voornemens om het DBB nog te wijzigen?
15
Op welke manier zijn de uitgangspunten, criteria en werkwijzen rondom het rubriceringsproces
Vertrouwelijk binnen Defensie concreet aangepast «omdat de vijand meekijkt»?
16
Voor welk bedrag kocht Defensie in 2025 in bij Israëlische bedrijven? Hoe ontwikkelt
dit zich in 2026–2030?
17
Welk materieel kocht Defensie in 2025 in bij Israëlische bedrijven? Hoe ontwikkelt
dit zich in 2026–2030?
18
Voor welk totaalbedrag kocht Defensie in 2025 in bij Amerikaanse bedrijven? Hoe ontwikkelt
dit zich in 2026–2030?
19
Welk materieel kocht Defensie in 2025 in bij Amerikaanse bedrijven? Hoe ontwikkelt
dit zich in 2026–2030?
20
Voor welk bedrag kocht Defensie in 2025 in bij op Europees grondgebied producerende
bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026–2030?
21
Welk materieel kocht Defensie in 2025 in bij op Europees grondgebied producerende
bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026–2030?
22
Voor welk bedrag kocht Defensie in 2025 in bij op Nederlands grondgebied producerende
bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026–2030?
23
Welk materieel kocht Defensie in 2025 in bij op Nederlands grondgebied producerende
bedrijven? Hoe ontwikkelt dit zich in 2026–2030?
24
Wat zijn de verwachte gevolgen voor mens en materiaal en de financiële consequenties
van de inzet op onbemenste systemen?
25
Geeft de uitkomst van de Defensiebarometer 2026, dat bijna de helft van de Nederlanders
geen vertrouwen heeft in de besteding van defensie-uitgaven, aanleiding tot aanpassingen
of maatregelen?
26
Wat zijn de meest actuele cijfers ten aanzien van gerealiseerde en nog geplande personele
vulling? Zijn daarover ook cijfers per krijgsmachtdeel beschikbaar?
27
Op welke manier werkt Defensie aan de verbetering van vrouwengezondheid binnen de
verschillende krijgsmachtonderdelen, gelet op de verwachte hogere instroom van vrouwelijke
militairen?
28
Kunt u aangeven welke NAVO-capaciteitsdoelstellingen Nederland met deze Defensienota
volledig verwacht in te vullen?
29
Welke NAVO-capaciteitsdoelstellingen kan Nederland naar verwachting in 2035 nog niet
volledig invullen?
30
Kunt u per krijgsmachtdeel aangeven welk deel van de eenheden momenteel voldoet aan
de normen voor operationele gereedheid en welke verbetering u in 2030 verwacht?
31
Hoeveel mensen werken momenteel bij Defensie volgens dezelfde definitie die wordt
gebruikt voor de doelstelling van 102.000 mensen in 2030?
32
Welke jaarlijkse netto personeelsgroei is nodig om in 2030 102.000 mensen te bereiken?
33
Welke objectieve indicatoren bepalen binnen het Dienmodel wanneer wordt overgegaan
naar meer verplichtende maatregelen?
34
Wanneer verwacht Defensie de benodigde inzetvoorraden voor een grootschalig conflict
op het gewenste niveau te hebben?
35
Welke uitgangspunten gebruikt Defensie om te bepalen welk voorraadniveau voor munitie
en reservedelen voldoende is?
36
Voor welke kritieke munitie, reservedelen en grondstoffen is Nederland momenteel afhankelijk
van leveranciers buiten Europa?
37
Hoe wordt gemeten of de ambitie wordt gehaald dat over vijf jaar meer dan de helft
van de operationele effecten met onbemande systemen wordt bereikt?
38
Wanneer wordt de Defensie-innovatie- en opschalingsautoriteit operationeel, welke
bevoegdheden krijgt zij en over welk budget kan zij beschikken?
39
Welke maximale doorlooptijd wil Defensie hanteren tussen het testen van een innovatie
en het sluiten van een eerste productiecontract?
40
Hoe wordt gemeten of minimaal 50% van de defensie-uitgaven bij Nederlandse en Europese
bedrijven terechtkomt?
41
Welke defensiecapaciteiten en technologieën wilt u vanwege strategische autonomie
specifiek in Nederland behouden of opbouwen?
42
Welke concrete maatregelen neemt Defensie om aanbestedingsprocedures te verkorten
zonder de toegang voor het mkb te beperken?
43
Voor welke wapensystemen is Nederland voor onderhoud, software, munitie of reservedelen
afhankelijk van niet-Europese leveranciers?
44
Wat zijn momenteel de belangrijkste knelpunten bij het realiseren van het benodigde
defensievastgoed?
45
Hoe wordt het succes van de Nationale Weerbaarheidstraining (NWT) gemeten?
46
Hoeveel deelnemers had de NWT in 2025?
47
Hoeveel fte (uitgesplitst op intern en extern personeel) houdt zich specifiek met
de NWT bezig?
48
Hoeveel procent van de Defensienota is door AI geschreven of met behulp van AI tot
stand gekomen?
49
Welke bestaande capaciteitstekorten van de Nederlandse krijgsmacht moeten uiterlijk
in 2030 zijn opgelost en welke capaciteitstekorten zullen naar verwachting ook daarna
nog bestaan?
50
Welke opgaven kunnen ook bij een besteding van 3,5% niet volledig worden uitgevoerd,
aangezien het kabinet aangeeft dat Defensie ook bij een besteding van 3,5% van het
bbp niet alle opgaven volledig en gelijktijdig kan uitvoeren?
51
In hoeverre zijn de gewenste voorraadniveaus van onder meer munitie, reservedelen
en materieel berekend op een langdurig hoog-intensief conflict waarin sprake is van
hoge attritie, en welke operationele gevolgen ontstaan wanneer deze voorraadniveaus
niet tijdig worden bereikt?
52
Voor hoeveel dagen beschikt de Nederlandse krijgsmacht momenteel over voldoende munitie
bij een grootschalig hoog-intensief conflict en welke doelstelling hanteert u voor
de toekomstige voorraadniveaus?
53
In hoeverre rekent de Defensienota op reservisten om operationele tekorten op te vangen
en hoeveel extra reservisten zijn hiervoor nodig?
54
In hoeverre rekent de Defensienota op burgerpersoneel om operationele tekorten op
te vangen en hoeveel extra reservisten zijn hiervoor nodig?
55
In hoeverre rekent Defensie voor het opvangen van personele en operationele capaciteitstekorten
op de inzet van private organisaties, zoals Triangular Group? Welke taken en functies
worden momenteel door dergelijke organisaties voor Defensie uitgevoerd en in hoeverre
bent u voornemens deze inzet de komende jaren verder uit te breiden?
56
Hoe is de beoogde personeelsomvang van circa 102.000 in 2030, de verdere groei naar
122.000 en het opschalingsscenario naar maximaal 200.000 bij oorlog of conflict samengesteld
uit beroepsmilitairen, reservisten, burgerpersoneel en private organisaties, zoals
Triangular Group?
57
Onder welke concrete omstandigheden kan binnen het dienmodel worden overgegaan van
vrijwillige deelname naar verplichte selectie, keuring of opkomst, wie neemt daarover
het besluit, hoeveel personen zouden daarbij naar verwachting worden opgeroepen en
op basis van welke selectiecriteria?
58
Welke concrete gevolgen heeft de voortzetting van militaire steun aan Oekraïne voor
de operationele inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht?
59
Welke Nederlandse wapensystemen, munitievoorraden of andere voorraden bevinden zich
als gevolg van leveringen aan Oekraïne momenteel onder het door Defensie gewenste
niveau en wanneer worden deze tekorten naar verwachting volledig aangevuld?
60
Welke Nederlandse wapensystemen, munitievoorraden of andere militaire voorraden dreigen
als gevolg van toekomstige leveringen aan Oekraïne onder het door Defensie gewenste
niveau te komen, om welke tekorten gaat het en wanneer worden deze naar verwachting
volledig aangevuld?
61
Welke investeringen in de Nederlandse krijgsmacht worden in de periode 2027 tot en
met 2029 vertraagd, verminderd of uitgesteld als gevolg van kasschuiven, ombuigingen
of de dekking van militaire steun aan Oekraïne?
62
Welke investeringen in de Nederlandse krijgsmacht worden in de periode na 2029 vertraagd,
verminderd of uitgesteld als gevolg van kasschuiven, ombuigingen of de dekking van
militaire steun aan Oekraïne?
63
Klopt het dat van de € 2,1 miljard die in het Coalitieakkoord voor 2027 beschikbaar
is gesteld voor extra investeringen in Defensie, na de kasschuif van € 1 miljard en
de € 500 miljoen dekking uit de Defensiebegroting, per saldo € 0,6 miljard beschikbaar
is voor extra investeringen in Defensie in 2027?
64
Welke investeringen in de Nederlandse krijgsmacht worden in 2027 vertraagd, verminderd
of uitgesteld doordat van de oorspronkelijk € 2,1 miljard voor extra defensie-investeringen,
na de kasschuif van € 1 miljard en de € 500 miljoen dekking uit de Defensiebegroting,
per saldo € 0,6 miljard resteert?
65
Welke nieuwe taken, bevoegdheden of verantwoordelijkheden op defensiegebied wil het
kabinet de komende jaren (deels) op EU-niveau beleggen die momenteel nationaal of
binnen de NAVO zijn georganiseerd, en welke gevolgen heeft dit voor de Nederlandse
beslissingsbevoegdheid over de eigen krijgsmacht?
66
Bent u voornemens Nederlandse militaire eenheden of capaciteiten verder structureel
te integreren in buitenlandse krijgsmachten? Zo ja, welke?
67
Welk percentage wilt u specifiek bij Nederlandse ondernemingen inkopen, aangezien
u ernaar streeft ten minste 50% bij Nederlandse en Europese ondernemers in te kopen?
68
Welk percentage van de totale defensie-investeringen is in 2024 en 2025 daadwerkelijk
bij Nederlandse ondernemingen terechtgekomen en welk percentage wordt voor 2026 geraamd?
69
Welk deel van de circa € 2 miljard die in 2030 voor defensie-ecosystemen wordt uitgetrokken,
komt naar verwachting terecht bij Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen?
70
Welke drie toonaangevende militaire eindsystemen en welke vijf hoogwaardige kritieke
componenten wil Nederland zelf kunnen ontwikkelen en produceren, en wanneer moet die
capaciteit beschikbaar zijn?
71
Voor welke essentiële wapensystemen, onderdelen, grondstoffen en overige defensieproducten
is Nederland momenteel kritisch afhankelijk van buitenlandse leveranciers of productiecapaciteit,
welke daarvan kan Nederland momenteel niet zelf produceren en voor welke producten
wil het kabinet nationale productiecapaciteit opbouwen?
72
Voor welke essentiële wapensystemen, reservedelen, componenten en overige militaire
goederen beschikt Nederland momenteel over eigen productiecapaciteit die in geval
van crisis of oorlog snel kan worden opgeschaald, en voor welke essentiële producten
ontbreekt deze capaciteit?
73
Welke typen munitie worden momenteel geheel of gedeeltelijk in Nederland geproduceerd
en voor welke aanvullende typen wilt u nationale productiecapaciteit realiseren?
74
Bent u voornemens zich ervoor in te zetten dat Patriot-interceptoren, waaronder PAC-3-interceptoren,
volledig in Nederland onder licentie kunnen worden geproduceerd? Zo ja, welke stappen
zet u hiervoor en op welke termijn acht u volledige productie in Nederland mogelijk?
Zo nee, waarom niet?
75
Welke onderdelen en componenten van Patriot- en PAC-3-interceptoren kunnen momenteel
in Nederland worden geproduceerd, welke niet, en wat is volgens u nodig om door te
groeien van Nederlandse componentenproductie naar volledige productie, assemblage
en eindintegratie van deze interceptoren in Nederland?
76
Welke onderhouds-, reparatie- en revisiewerkzaamheden aan Patriot-systemen en PAC-3-interceptoren
kunnen momenteel in Nederland worden uitgevoerd, welke werkzaamheden moeten in het
buitenland plaatsvinden en wat is volgens u nodig om het onderhoud, de reparatie en
revisie hiervan zoveel mogelijk in Nederland te kunnen uitvoeren?
77
Kunt u een tijdpad geven voor het opzetten van de Defensie Innovatie Opschaling Autoriteit,
inclusief een financieel pad richting de 10% van de defensie-uitgaven?
78
Voor welke essentiële wapensystemen is Nederland voor onderhoud, reparatie en revisie
momenteel kritisch afhankelijk van buitenlandse leveranciers of onderhoudsfaciliteiten,
welke onderhoudswerkzaamheden kunnen momenteel niet in Nederland worden uitgevoerd
en voor welke wapensystemen wil het kabinet nationale onderhouds- en instandhoudingscapaciteit
opbouwen?
79
Wat wordt precies verstaan onder de doelstelling dat over vijf jaar meer dan de helft
van de operationele effecten met behulp van onbemande systemen wordt bereikt, wat
is de huidige nulmeting en hoe wordt de voortgang gemeten?
80
Welke concrete systemen en investeringen moeten ervoor zorgen dat binnen vijf jaar
meer dan de helft van de operationele effecten met behulp van onbemande systemen wordt
bereikt?
81
Welke concrete acties worden er genomen om de doelen van minstens 40% gezamenlijke
aankoop en minstens 50% van Europese bodem te halen?
82
Welke tekortkomingen bestaan momenteel bij de verdediging van het Nederlandse grondgebied
tegen ballistische raketten, kruisraketten en drones en wanneer moeten deze zijn opgelost?
83
Welke aanvullende lucht- en raketverdedigingscapaciteiten krijgt Nederland als gevolg
van de Defensienota en wanneer zijn deze naar verwachting operationeel inzetbaar?
84
Wat zijn de exacte eisen voor de aanvullende 1,5% NAVO-norm?
85
Hoeveel geld wordt in de periode 2027 tot en met 2030 binnen Defensie besteed aan
klimaat- en duurzaamheidsbeleid, welk deel daarvan is rechtstreeks noodzakelijk voor
de militaire energiezekerheid en operationele inzetbaarheid en hoeveel wordt besteed
aan klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen die niet rechtstreeks bijdragen aan de
gevechtskracht van de krijgsmacht?
86
Welke defensieprojecten zijn momenteel vertraagd, aangepast of duurder geworden als
gevolg van stikstofregels, natuurregels, netcongestie of overige milieuregelgeving
en wat zijn daarvan, voor zover bekend, de financiële gevolgen?
87
Wat is er tot op heden gedaan (en wat gaat u concreet doen) om te komen tot de gezamenlijke
aanschaf en gebruikerspools voor strategische capaciteiten?
88
Welke defensieprojecten zullen naar verwachting worden vertraagd, aangepast of duurder
worden als gevolg van stikstofregels, natuurregels, netcongestie of overige milieuregelgeving,
en wat zijn daarvan naar verwachting de financiële en operationele gevolgen?
89
Waarom hanteert Defensie de doelstelling dat in 2030 minimaal 30% van het personeel
vrouw is en op welke operationele of personele noodzaak is dit percentage gebaseerd?
90
Welke definitie van het begrip «vrouw» hanteert Defensie bij de doelstelling dat in
2030 minimaal 30% van het personeel vrouw is?
91
Wordt bij het bepalen van het percentage vrouwen binnen Defensie uitgegaan van het
juridisch geregistreerde geslacht, zelfidentificatie of een andere maatstaf, en hoe
worden personen die hun geslachtsregistratie hebben gewijzigd in deze statistiek meegeteld?
92
Kunt u een overzicht geven van alle concrete en meetbare doelstellingen uit de Defensienota
2026, met per doelstelling de huidige waarde of nulmeting, de beoogde streefwaarde,
het realisatiejaar en de wijze waarop de Kamer over de voortgang wordt geïnformeerd?
93
Kunt u per jaar sinds 2020 een overzicht geven van het aantal deals dat met Israëlische
bedrijven is gesloten voor defensiematerieel en onderhoud en de bedragen die daarmee
waren gemoeid?
94
Waarom kiest Defensie voor «mitigerende maatregelen waar mogelijk», in plaats van
het aantasten van beschermde natuur aantoonbaar voorkomen?
95
Hoe wordt voorkomen dat de groei van oefeningen, materieel en oefenruimte leidt tot
netto verlies van biodiversiteit, leefgebied of rustgebied voor kwetsbare soorten?
96
Wordt bij de uitbreiding van militaire activiteiten niet alleen gekeken naar stikstofdepositie,
maar ook naar geluid, trillingen, verstoring, bodemschade, waterkwaliteit en versnippering
van leefgebieden?
97
Hoe wordt bij oefeningen rekening gehouden met broed-, kraam-, trek- en overwinteringsperioden
van diersoorten?
98
Welke grenswaarden hanteert Defensie voor geluid en andere verstorende effecten op
fauna, en zijn deze normen gebaseerd op de meest recente ecologische wetenschappelijke
inzichten?
99
Kunt u per defensieonderdeel en defensie-oefengebied aangeven hoeveel CO2, stikstof en fijnstof wordt uitgestoten en welke reductie per onderdeel wordt verwacht
richting 2030, 2040 en 2050?
100
Welke informatie over milieu-, natuur- en gezondheidseffecten van militaire activiteiten
wordt openbaar gemaakt, zodat burgers en de Kamer de gevolgen kunnen controleren?
101
Bent u bereid om jaarlijks publiek te rapporteren over natuurkwaliteit, stikstof,
CO2, geluid, bodem- en waterkwaliteit op en rond defensie(oefen)terreinen?
102
De Defensienota zegt dat Defensie „waar mogelijk» mitigerende maatregelen treft. Wat
betekent „waar mogelijk» concreet? Onder welke omstandigheden of met welke redenen
is het volgens Defensie niet mogelijk?
103
Kunt u garanderen dat het COA de Nassau-Dietzkazerne in Budel uiterlijk medio 2028
heeft verlaten en dat een eventueel gebrek aan alternatieve opvangcapaciteit geen
reden kan zijn om het gebruik door het COA te verlengen of de volledige ingebruikname
door Defensie uit te stellen?
104
Hoe autonoom mogen onbemenste systemen opereren?
105
Welke rol speelt de mens bij de inzet van onbemenste systemen?
106
Klopt het dat het Ministerie van Defensie in oktober 2025 de opdracht heeft gegeven
aan Stichting Extra Samen om een verkenning uit te voeren voor het inrichten van aanvullende,
eenduidige reserves op het gebied van Techniek, Logistiek en Veiligheid? Is deze verkenning
inmiddels afgerond en wat zijn de uitkomsten en aanbevelingen van de verkenning?
107
Wat zijn de vervolgstappen ten aanzien van het inrichten van aanvullende, eenduidige
reserves op het gebied van Techniek, Logistiek en Veiligheid?
108
Hoe staat het met de uitvoering van de motie van het lid Piri over het peilen van
het sentiment onder Afghanistanveteranen en tolken over de Europese toenadering tot
de taliban (Kamerstuk 36 800-X, nr. 103)?
109
Hoe staat het met de uitvoering van de gewijzigde motie van het lid Piri c.s. over
het onderzoeken of een (beperkte) individuele financiële tegemoetkoming mogelijk is
voor goed gedocumenteerde gevallen van Hawija-slachtoffers (Kamerstuk 27 925, nr. 1035)?
110
Bevindt Zr.Ms. De Ruyter zich momenteel nog altijd in de buurt van de Straat van Hormuz?
111
Hoe staat het met de uitvoering van de motie van het lid Stultiens c.s. over in een
verbeterplan opvolging geven aan alle aanbevelingen van de Rekenkamer (Kamerstuk 36 945, nr. 9)?
112
Kunt u een overzicht geven van de geraamde uitgaven in het kader van de 1,5% NAVO-norm
en op welke begrotingen deze zijn geboekt?
113
Zijn er ook voorbeelden van beleidsterreinen of projecten (zoals infrastructuur) die
van belang zijn voor de nationale veiligheid, gereedheid of weerbaarheid, waarbij
Defensie meebetaalt aan andere begrotingen of andersom?
114
Kan nader worden toegelicht waarom ook bij een besteding van 3,5% bbp
Defensie niet volledig en gelijktijdig aan alle opgaven kan voldoen?
115
Wat zijn de meest actuele cijfers ten aanzien van gerealiseerde en nog geplande personele
vulling? Zijn daarover ook cijfers per krijgsmachtdeel beschikbaar?
116
Op welke aannames is de groei naar circa 102.000 defensiemedewerkers in 2030 gebaseerd?
117
Waarom dient de categorie burgerpersoneel richting 2030 in omvang iets te krimpen?
Hoe verhoudt zich dat tot alle ambitieuze groeiplannen van de gehele defensieorganisatie?
Vloeit deze keuze voort uit de taakstelling op het apparaat?
118
Welke deflatoren hanteert de NAVO om het NAVO-percentage te berekenen, aangezien de
berekenwijze van de NAVO-norm verschilt tussen Nederland en de NAVO zelf?
119
Wat is de gemiddelde uitstoot van CO2, fijnstof en stikstof door oefeningen van Defensie, berekend per dag, en wat is de
verwachte uitstoot in 2030?
120
Wat zijn de gevolgen van militaire oefeningen in en rond de Doggersbank voor de natuurkwaliteit,
waterkwaliteit, bodemkwaliteit en biodiversiteit?
121
Op welke manier is inzet op en investeren in diplomatie en de-escalatie onderdeel
van deze defensiestrategie, aangezien dit niet wordt genoemd in deze Defensienota?
122
Welk deel van investeringen in mensen, middelen en manieren van Defensie wordt ingezet
voor diplomatie en de-escalatie en op welke manier?
123
Wat wordt bedoeld met «te beschermen wat ons dierbaar is»? Op welke manier vallen
daar de zorg in Nederland, sociale zekerheid in Nederland, onderwijs in Nederland
en sociale voorzieningen in Nederland onder?
124
Wat gaat Nederland in de EU concreet doen om te streven naar de verankering van Oekraïne
als cruciaal onderdeel van de Europese veiligheidsorde?
125
Welke concrete Nederlandse doelstellingen op het gebied van wapenbeheersing, risicoreductie
en non-proliferatie, ook op het gebied van opkomende technologieën zoals drones en
AI, worden gekoppeld aan de uitvoering van de Defensienota, en welke capaciteit en
middelen zijn hiervoor beschikbaar binnen Defensie?
126
In hoeverre zullen autonome wapensystemen onderdeel zijn van de investeringen die
door Defensie worden beoogd, aangezien op p. 7 staat: «Vanwege de toegenomen rol van
onbemenste systemen kiest defensie voor onbemenst waar dat kan», terwijl op p. 8 staat
dat er meer geïnvesteerd zal worden in AI?
127
Op welke manier wordt geborgd dat er altijd menselijke controle is en zal blijven
bij het selecteren van doelwitten of aanvallen op doelwitten bij gebruik van AI?
128
In hoeverre wordt verwacht dat het gebruik van AI en onbemande systemen aanleiding
geeft tot aanpassing van regels met betrekking tot burgerslachtoffers, waaronder de
toerekening van verantwoordelijkheid en eventuele compensatie, en hoe ziet het proces
voor dergelijke aanpassingen eruit?
129
Wordt de uitspraak «De NAVO blijft de hoeksteen van onze verdediging, met de VS als
belangrijkste bondgenoot» nog steeds als uitgangspunt van deze Defensienota gehanteerd?
130
Hoe gaat Defensie de samenwerking met de samenleving concreet vormgeven? Gezien het
feit dat host nation support op dit moment vooral iets ván de samenleving vraagt:
wat brengt Defensie? Hoe gaat Defensie nauwer samenwerken met het maatschappelijk
middenveld, zoals men ook in Oekraïne ziet?
131
In hoeverre wordt bij investeringen in de defensie-industrie voorzien in publieke
zeggenschap, aangezien de Defensienota stelt: «De defensie-industrie is onmisbaar
voor onze veiligheid. Zij is niet alleen leverancier, maar ook strategische partner»?
132
In hoeverre wordt voorzien in een limiet op de winst die de private defensie-industrie
kan maken met investeringen van publiek defensiegeld?
133
In hoeverre betekent het zijn van «strategisch partner» dat de defensie-industrie
zeggenschap krijgt over de strategie van Defensie? Hoe wordt de invloed van de defensie-industrie
op keuzes van Defensie inzichtelijk gemaakt?
134
Op welke manier wordt er nagedacht over de markt achter de defensie-industrie? Op
welke manier wordt er publiek geïnvesteerd in de defensie-industrie?
135
Wat doet Defensie concreet om een voortrekkersrol te spelen in het bevorderen van
een sterker Europa in de NAVO? Wat is de aanwezigheid van Defensie in de EU/Brussel
om dit te bewerkstelligen? Met hoeveel FTE? Hoe gaan we dit vergroten?
136
Wat is de rol van het Groot Project Grensverleggende IT in de digitale transformatie
die beoogd wordt?
137
Hoe heeft de geopolitieke dreigingsanalyse uit hoofdstuk 1 zich vertaald in de verdeling
van Nederlandse militaire capaciteit tussen collectieve verdediging in Europa, nationale
taken en inzet ter bescherming van Nederlandse belangen buiten Europa?
138
In hoeverre is er een juridische basis voor het definiëren van deze «grijze zone»,
aangezien er in de Defensienota verschillende malen wordt gesproken over de «grijze
zone» (het is geen oorlog en het is geen vrede)? Wat zijn de juridische dan wel andere
kaders om deze «grijze zone» te definiëren? Wanneer is het vrede en wanneer is er
sprake van een overgang naar een «grijze zone»?
139
Is er in de afgelopen decennia sprake geweest van een «niet-grijze zone» waar Nederland
zich in bevond, dus een periode zonder de aanwezigheid van hybride middelen van andere
staten of spionage door buitenlandse machten? Indien dit niet het geval is, wat is
dan de basis van de definitie van de «grijze zone» die de basis vormt van deze nota?
140
Hoe gaat Defensie hybride aanvallen in de vorm van desinformatie en cyberaanvallen
die op machinesnelheid worden opgeschaald door AI aanpakken?
141
Hoe gaat u om met de rol van Turkije op het gebied van het uitbreiden van zijn invloed
op het Afrikaanse continent?
142
Wat doet u concreet tegen de combinatie van jihadistische aanslagen, buitenlandse
inmenging en politieke instabiliteit waar landen in de Hoorn van Afrika en de Sahel
mee worstelen? Hoe zorgt Nederland als voortrekker binnen de EU voor een balans tussen
hard power (defensie) en soft power (diplomatie) en dus sterke diplomatieke banden,
humanitaire hulp en/of handel?
143
Wat wordt in de context van deze Defensienota precies bedoeld met de uitspraak: «Als
regels en kaders voor het gebruik van AI (on)bewust verschillend worden geïnterpreteerd,
kan dat zorgen voor een ongelijk speelveld»?
144
Welke regels en kaders bestaan er voor gebruik van AI bij Defensie en met name in
wapensystemen?
145
In hoeverre is reeds geborgd dat gebruik van AI door Defensie niet normen overschrijdt
om een gelijk speelveld te creëren omdat anderen andere normen hanteren? Hoe ziet
die borging eruit?
146
Wat gaat Defensie concreet doen op het gebied van verantwoord militair gebruik van
AI (internationaal & nationaal)? Welke ReAIM-activiteiten kunnen de komende jaren
worden verwacht?
147
Hoe houdt Defensie controle en zeggenschap over welke software wordt ingekocht en
hoe dit werkt? Komen er checks-and-balances in het inkoopproces voor verantwoorde
AI, bijvoorbeeld door inzage in de broncode te vereisen of controle van de trainingsdata
uit te kunnen voeren?
148
Welke gezamenlijke doelstellingen, verantwoordelijkheden en besluitvormingsstructuren
zijn afgesproken tussen Defensie en andere departementen om militaire, diplomatieke,
economische en maatschappelijke instrumenten daadwerkelijk geïntegreerd in te zetten
bij hybride dreigingen en crises?
149
Wat wordt precies bedoeld met de «wederzijds voordelige toegang tot defensiemarkten»?
150
Hoe is Defensie van plan afhankelijkheden van de Amerikanen af te bouwen wanneer het
ook inzet op het uitbouwen van industriële samenwerking met de Verenigde Staten?
151
Waarop zijn de financiële verplichtingen, waaronder de 3,5%-norm, de capaciteiten
en de bijdragen zoals bepaald door de NAVO gebaseerd, die leidend zijn voor de inzet
en groei van Defensie?
152
In hoeverre maakt Nederland een eigen analyse of afweging over het bepalen welk percentage
van ons bbp nodig is voor investeringen in Defensie, of wordt daarbij altijd de opdracht
van de NAVO gevolgd?
153
In hoeverre voorziet deze Defensienota in de afbouw van strategische afhankelijkheid
van de VS, aangezien er ook het volgende wordt geschreven: «Tegelijkertijd blijven
we investeren in samenwerking met de VS op industriegebied en bouwen we deze relatie
verder uit op basis van wederkerigheid. Dat krijgt vorm via wederzijdse voordelige
toegang tot defensiemarkten en verschillende coproductie-initiatieven met de Amerikaanse
industrie. Zo houden we de trans-Atlantische samenwerking duurzaam en toekomstbestendig.»?
Waar zien we daar de uitwerking van en welke doelen zijn daarbij gesteld?
154
Wat houdt de genoemde wederkerigheid in de defensiesamenwerking met de Verenigde Staten
in?
155
In hoeverre is het «duurzaam en toekomstbestendig houden van de trans-Atlantische
samenwerking» een eigenstandig doel in het aangaan van investeringen in en met de
VS op industriegebied binnen deze Defensienota?
156
Hoe ziet de wederkerigheid bij investeringen in industriële samenwerking met de Verenigde
Staten er precies uit en hoe voorkomt u dat deze samenwerking de eenzijdige afhankelijkheid
juist vergroot?
157
Welk deel van de Nederlandse eenheden voldoet momenteel aan de NAVO-eis om binnen
10 tot 30 dagen inzetbaar te zijn, welk deel nog niet en in welk jaar verwacht u volledig
aan de relevante NAVO-gereedheidseisen te voldoen?
158
Kunt u, voor zover de rubricering dit toelaat, aangeven welke belangrijkste Nederlandse
capaciteitstekorten uit het NAVO-defensieplanningsproces met deze Defensienota worden
opgelost en welke na uitvoering van deze nota nog resteren?
159
Voor welke capaciteiten kiest Nederland de komende jaren expliciet voor gezamenlijke
Europese ontwikkeling of aanschaf, en welke concrete initiatieven wil het kabinet
daarin zelf trekken of versnellen?
160
Welke Europese militaire capaciteitslacunes acht u het meest urgent om de afhankelijkheid
van de Verenigde Staten te verkleinen, en aan welke daarvan wil Nederland zelf een
bovengemiddelde bijdrage leveren?
161
Op welke terreinen wil Nederland de gezamenlijke productie met Oekraïne structureel
uitbreiden, welke productiecapaciteit wordt daarbij beoogd en welk deel daarvan kan
bijdragen aan zowel de Oekraïense behoefte als de versterking van de Europese defensie-industrie?
162
Welke omvang en typen bijdragen aan VN-, EU- en andere crisisbeheersingsmissies acht
u de komende jaren nog realiseerbaar naast de toegenomen verplichtingen voor NAVO-verdediging
en nationale gereedstelling?
163
Hoe zou een EU-alternatief voor het vierjarige NDPP-proces, waarin hybride weerbaarheid
beter wordt meegewogen, kunnen worden vormgegeven en welke voortrekkersrol kan Nederland
daarbij vervullen?
164
Hoe zien de verhoudingen met JEF, CotW, NAVO, EU eruit? Welke (strategische) doelstellingen
heeft welk samenwerkingsverband? En welk effect heeft dit op de capaciteiten en middelen
die Nederland aanschaft?
165
Welke concrete KPI’s en streefwaarden gebruikt Defensie om de ontwikkeling van gereedheid,
slagkracht en voortzettingsvermogen tot 2030 te meten, en op welke momenten wordt
hierover aan de Kamer gerapporteerd?
166
Hoe wordt het naleven en verstevigen van het non-proliferatieverdrag door Nederland
geborgd in relatie tot deze zinsnede, aangezien op p. 31 staat: «Nucleaire wapens
stellen het bondgenootschap in staat om een geloofwaardige afschrikkings- en verdedigingsstrategie
te hebben.»?
167
In hoeverre bieden de strategie en doelstellingen zoals beschreven in de Defensienota
ruimte voor het stationeren, uitbreiden en/of moderniseren van kernwapens in Nederland,
Europa of binnen bondgenootschappelijk verband?
168
Welke rol spelen de Amerikaanse kernwapens in Volkel in de strategie zoals weergegeven
in de Defensienota?
169
Kunt u aangeven op welke wijze de uitvoering van de WPS-agenda onderdeel vormt van
de Nederlandse inzet bij de verdere uitwerking van NAVO-beleid op het gebied van nieuwe
technologieën, AI, cyberveiligheid en hybride dreigingen?
170
Hoe zet Nederland zich binnen de NAVO in voor de implementatie van het NAVO-beleid
inzake Women, Peace and Security, inclusief de versterking van genderexpertise, de
participatie van vrouwen in besluitvorming en de integratie van genderperspectieven
in militaire operaties, oefeningen en capaciteitsontwikkeling?
171
Wat betekent de constatering dat hoofdtaken 1 en 2 steeds meer in elkaars verlengde
komen te liggen concreet voor de inzet van Defensie buiten de landsgrenzen? Welke
prioritaire regio’s hanteert Defensie daarbij?
172
Welke criteria op het gebied van mensenrechten, internationaal recht en conflictgevoeligheid
worden toegepast bij de selectie en financiering van projecten en bedrijven in het
kader van de versterking van de Nederlandse defensie-industrie en de Europese defensiesamenwerking,
zoals vastgelegd in de Defensienota? (paragraaf 4.2)
173
Gezien het hybride karakter van moderne oorlogsvoering, hoe ziet afschrikking in dit
hybride domein eruit?
174
Als het NDPP 4-year cycle + deterrence model, dat zich richt op grootschalige platforms
en artikel 5 scenario, leidend is voor de materieelplanning, hoe volgt dan de ambitie
voor digitalisering en meer onbemenste systemen daaruit? Hoe voorkomt u dat dit evengoed
neerkomt op meer tanks, fregatten, grote vliegtuigen en dus minder onbemenst en digitaal?
175
Gezien het hybride karakter van moderne oorlogsvoering: hoe gaat Defensie concreet
nauwer samenwerken met nationale en EU-instanties op het gebied van hybride weerbaarheid?
176
Welke «scherpe keuzes», zoals genoemd op pagina 34, zijn in deze Defensienota gemaakt?
Wat doet Defensie niet?
177
Kunt u per hoofdopgave aangeven welke prioriteiten in deze Defensienota zijn gesteld,
welke opgaven in deze kabinetsperiode niet of slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd
en op basis van welke criteria deze keuzes zijn gemaakt, aangezien in de nota wordt
beschreven dat ook bij een besteding van 3,5% bbp niet alle opgaven volledig en gelijktijdig
kunnen worden uitgevoerd en dat daarom scherpe keuzes en prioriteiten nodig zijn?
178
Welke belangrijkste knelpunten ziet u voor de uitvoerbaarheid van de investeringsagenda
uit de Defensienota, in het bijzonder op het gebied van personeel, productiecapaciteit,
levertijden, infrastructuur en vergunningverlening, en welke maatregelen worden genomen
om deze knelpunten te beheersen?
179
Wat zijn de belangrijkste tekortkomingen die Defensie moet terugdringen?
180
Welke investeringen uit de Defensienota kunnen in 2027 daadwerkelijk worden versneld,
rekening houdend met de kasschuiven en ombuigingen voor de financiering van de Oekraïnesteun,
en welke voorgenomen investeringen worden daardoor later uitgevoerd?
181
Wat wordt precies bedoeld met de doelstelling dat over vijf jaar meer dan de helft
van de operationele effecten met behulp van onbemande systemen wordt bereikt?
182
Wat wordt verstaan onder onbemenste systemen en onder operationele effecten? Hoe wordt
de voortgang hierop gemonitord en met de Kamer gedeeld?
183
Wat wordt bedoeld met hoog-energiewapens?
184
Waar kan het Beleidskader Inzetvoorraden worden ingezien?
185
Wat wordt bedoeld met «sensor-to-effectorcapaciteit en de versterking daarvan?
186
Op welke manier breidt Defensie haar capaciteiten voor veiligheid op de Noordzee uit?
187
Op welke aannames over productietijden en leveringszekerheid is de omvang van de nieuwe
inzetvoorraden gebaseerd, en voor welke categorieën materieel of munitie ziet Defensie
nog risico’s dat de industrie niet tijdig kan aanvullen?
188
Op welke wijze wordt, naast technische en communicatieve maatregelen, ingezet op de
sociale dimensie van digitale weerbaarheid, waaronder het voorkomen en tegengaan van
polarisatie, maatschappelijke verdeeldheid en wantrouwen, aangezien de Defensienota
desinformatie als hybride dreiging benoemt en inzet op het vergroten van het veiligheidsbewustzijn
en de weerbaarheid van de samenleving tegen hybride dreigingen?
189
Hoe wordt binnen het beleid voor maatschappelijke weerbaarheid rekening gehouden met
genderspecifieke veiligheidsrisico’s, waaronder AI, desinformatiecampagnes en hybride
dreigingen die disproportioneel gericht zijn tegen vrouwen?
190
Wat wordt de omvang van de Marinierseenheid in het Caribisch gebied?
191
Wat wordt bedoeld met «landgestationeerde capaciteit voor aanvallen tegen zeedoelen»?
192
Wordt zowel aan de zware als aan de medium brigade een bataljon toegevoegd of gaat
het om de toevoeging van 1 bataljon aan de gecombineerde zware en de medium brigade?
193
Welke rol zou Nederland hebben in de aansturing en commandovoering van het 1 GNC?
194
Hoe wordt bij de werving van 122.000 mensen voor Defensie rekening gehouden met de
eerder in de Defensienota genoemde weerbaarheid van de samenleving en met de personeelstekorten
in cruciale sectoren, zoals de zorg, het onderwijs en de publieke sector?
195
Wanneer wordt de HR-visie en -strategie met de Kamer gedeeld?
196
Hoe realistisch is het streven om in 2030 minder burgers in dienst te hebben dan in
2026, gezien het feit dat er al jaren sprake is van overrealisatie op de burgervulling?
197
Welke concrete gevolgen heeft de overstap van D&I naar DEI?
198
Kunt u nader toelichten hoe de partnerschappen tussen Defensie enerzijds en bedrijven
en maatschappelijke organisaties anderzijds vorm krijgen om de capaciteit van de krijgsmacht
op te schalen?
199
Welke aantallen beroepsmilitairen, reservisten, burgermedewerkers en externe partners
worden voorzien in het scenario van 200.000 mensen, en welke hoeveelheden materieel,
uitrusting, opleidingscapaciteit en infrastructuur zijn nodig om die organisatie daadwerkelijk
inzetbaar te maken?
200
Wat is per stap op de escalatieladder het concrete afwegingskader? Wat triggert een
escalatie?
201
Vrijwilligheid blijft het uitgangspunt, maar hoe valt vrijwilligheid te combineren
met de ambitie om te komen tot een selectieve opkomstplicht aangezien een verplichting
inherent niet vrijwillig is?
202
Welke concrete wijzigingen in de organisatie zijn er voorzien om deze te vereenvoudigen
en flexibeler te maken?
203
Welke vormen van dwang of straf worden uitgewerkt als het gaat om het uitwerken van
de verschillende stappen van de escalatieladder en een mogelijke selectieve opkomstplicht?
204
Waar is het Groeiplan Defensie te vinden?
205
Welke criteria overweegt Defensie aan te passen in het decoratiebeleid en hoe wordt
de Kamer hierover geïnformeerd?
206
Op welke wijze worden ethische vraagstukken meegewogen bij de integratie van AI bij
de grootschalige inzet van drones?
207
Is Defensie reeds begonnen met het opzetten van een pilotproject voor de ontwikkeling
van een prototype van een collaborative combat aircraft, in samenwerking met de Nederlandse
industrie en kennisinstellingen?
208
Welke alternatieve of concurrerende CCA-projecten bestaan er ten opzichte van het
Amerikaanse project?
209
Welke lessen uit de oorlog in Oekraïne hebben concreet geleid tot wijzigingen in de
inrichting, materieelkeuzes, voorraden of doctrine van de Nederlandse krijgsmacht,
en welke verdere aanpassingen zijn voorzien?
210
Welke strategische capaciteiten worden, naast de uitbreiding van de MRTT-vloot, bedoeld
met de voorgestelde gezamenlijke aanschaf in gebruikerspools?
211
Welke concrete mijlpalen beoogt het kabinet in de komende twee jaar te realiseren
bij de versterking van de eigenstandige Nederlandse inlichtingenpositie en de intensivering
van de Europese inlichtingensamenwerking met een kopgroep van Europese landen?
212
Op welke wijze zijn inzet op vrede en het bevorderen van onderhandelingen, die noodzakelijk
zijn om tot vrede te komen, onderdeel van deze Defensienota en de daarin beschreven
steun aan Oekraïne, aangezien hierover niet wordt gesproken?
213
Hoe betrekt u maatschappelijke organisaties, vrouwenrechtenorganisaties en lokale
gemeenschappen bij de ontwikkeling van beleid rond weerbaarheid, crisisrespons en
veiligheidsvraagstukken, conform de uitgangspunten van het Nationaal Actieplan 1325?
214
Kunt u een overzicht delen van de projecten waaraan Nederland bijdraagt op het gebied
van Women, Peace and Security?
215
Kunt u inzichtelijk maken welke concrete doelstellingen en middelen worden ingezet
voor de nationale en internationale implementatie van de WPS-agenda binnen Defensie
en hoe hierover wordt gerapporteerd?
216
Op welke wijze beoogt Nederland actief te gaan bijdragen aan de modernisering van
VN-vredesoperaties?
217
Hoeveel verzoeken van partners tot deelname aan missie-inzet heeft Defensie in 2025
en het eerste halfjaar van 2026 ontvangen? Op hoeveel van die verzoeken is positief
gereageerd? Op hoeveel van die verzoeken is negatief gereageerd? Op hoeveel van die
verzoeken is niet gereageerd?
218
Welke inzet van de Tweede Kamer is nodig om de ambitie om samen met Indonesië de VN
Peacekeeping in 2027 te organiseren te verwezenlijken?
219
Aan welke landen in West-Afrika denkt Defensie bij het uitbreiden van haar samenwerking
met nieuwe partners?
220
Wanneer heeft de laatste grootschalige internationale Host Nation Support-oefening
plaatsgevonden en wat waren de uitkomsten van de evaluatie van deze oefening?
221
Hoe kijkt Defensie precies aan tegen maatschappelijke weerbaarheid? Wat voor acties
gaan op de korte en middellange termijn worden ontplooid om deze weerbaarheid te vergroten?
Welke concrete resultaten wil het kabinet in 2030 hebben bereikt op het gebied van
maatschappelijke weerbaarheid, welke indicatoren worden daarvoor gebruikt en welk
departement is verantwoordelijk voor de coördinatie?
222
Hoe gaat u periodiek meten hoe het maatschappelijk draagvlak voor de groei van Defensie
zich ontwikkelt, en welke informatie over resultaten en bestedingen wordt actief openbaar
gemaakt om dat draagvlak te ondersteunen?
223
Hoeveel geld wordt er door Defensie beschikbaar gesteld voor het onderwijs?
224
Hoe dragen de genoemde publiek-private ecosystemen bij aan de schaalbaarheid van de
krijgsmacht en wat wordt hieronder verstaan?
225
Wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de inventarisatie van de
aanwezigheid en rol van de krijgsmacht tijdens een mogelijk conflict in Nederland
en de aansluiting daarvan op civiele crisisstructuren?
226
Op welke wijze wordt binnen de in de Defensienota beschreven aanpak van maatschappelijke
weerbaarheid aandacht besteed aan de sociale en preventieve dimensie van weerbaarheid,
waaronder sociale cohesie, vertrouwen, het voorkomen van polarisatie en het versterken
van lokale netwerken?
227
De Defensienota beschrijft samenwerking met maatschappelijke organisaties en lokale
gemeenschappen als onderdeel van maatschappelijke weerbaarheid: welke typen lokale
maatschappelijke actoren worden hierbij betrokken en op basis van welke criteria?
Wordt daarbij ook gekeken naar de rol van lokale sleutelfiguren en levensbeschouwelijke
of religieuze organisaties bij het versterken van sociale cohesie, vertrouwen en maatschappelijke
weerbaarheid?
228
Welke rol ziet Defensie naast het vergroten van de weerbaarheid van jongeren, onder
meer via sport- en weerbaarheidstrainingen en de Maatschappelijke Diensttijd voor
jongeren als actieve partners bij het versterken van maatschappelijke en digitale
weerbaarheid, bijvoorbeeld bij het tegengaan van polarisatie en desinformatie en het
versterken van sociale cohesie?
229
Hoeveel kazernes maken gebruik van lokale inkoop ter versterking van de regionale
economie en welk jaarlijks budget wordt hiervoor ingezet, op basis van de meest actuele
cijfers?
230
Welke concrete initiatieven bedoelt u met de in de nota beschreven initiatieven om
het debat over defensie en veiligheid in de samenleving te bevorderen? In hoeverre
staan deze open voor deelname vanuit de samenleving, en hoe wordt gewaarborgd dat
daarbij ruimte bestaat voor verschillende perspectieven op defensie- en veiligheidsbeleid?
231
Op welke wijze wordt de strategische autonomie van Nederland «versterkt» door «wederzijdse
afhankelijkheden te vergroten»?
232
Wat wordt in de passage over het benodigde voortzettingsvermogen om het gevecht effectief
en langdurig te kunnen voeren verstaan onder een «langdurig» gevecht?
233
Voor welke specifieke capaciteiten en productieketens acht u opschaling van de Nederlandse
en Europese defensie-industrie het meest urgent, welke productievolumes worden daarbij
nagestreefd en binnen welke termijn moeten deze worden bereikt?
234
Welke maatregelen neemt u om de defensie-industrie voldoende langjarige zekerheid
over vraag en afname te geven om daadwerkelijk extra productiecapaciteit te kunnen
opbouwen?
235
Welke capaciteiten worden momenteel versneld beschikbaar gemaakt?
236
Worden de Stand van Defensie en de Strategische Evaluatieagenda aangepast zodat per
strategische doelstelling uit de Defensienota de voortgang, KPI’s, risico’s en eventuele
bijsturing herkenbaar aan de Kamer worden gerapporteerd? Zo ja, vanaf wanneer?
237
Is er een uitgewerkt plan om uitgaven op gestructureerde en doelmatige wijze te doen
toenemen naarmate het budget ook groeit?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.