Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg het verslag van het 80ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) van 23 tot en met 28 september 2025 (Kamerstuk 26150-241)
2026D40501 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties
de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over het verslag van de 80ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) van 23 tot en met 28 september
2025 (Kamerstuk 26 150, nr. 241) en de inzet voor het 81e zittingsjaar van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (Kamerstuk 26 150, nr. 248).
De voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Dekker
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van het lid van de DENK-fractie
Vragen en opmerkingen van het lid van de SP-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
III
Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over
de Nederlandse inzet voor de 81ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Zij hebben hierover
de volgende vragen en opmerkingen.
Internationale rechtsorde
De leden van de D66-fractie constateren met zorg dat de op regels gebaseerde internationale
rechtsorde onder grote druk staat. De eerbiediging van soevereiniteit, territoriale
integriteit en internationaal erkende grenzen staat wereldwijd steeds meer ter discussie.
De Russische agressieoorlog tegen Oekraïne is daarvan het meest directe voorbeeld,
maar ook in de Zuid-Chinese Zee, in de Palestijnse gebieden en zelfs rond Groenland
worden deze fundamentele uitgangspunten steeds vaker met voeten getreden. Landen als
Rusland, China en Israël, en in toenemende mate ook de Verenigde Staten, hechten steeds
minder waarde aan deze rechtsorde. Dit brengt naar het oordeel van deze leden niet
alleen de belangen van Europa in gevaar, maar ook die van middenmachten en kleinere
staten wereldwijd. De wereldwijde democratische achteruitgang versterkt deze ontwikkeling.
Om democratieën veilig en stabiel te houden is een voorspelbare wereldorde nodig,
waarin regels en afspraken worden gerespecteerd en gehandhaafd. Dat vraagt om het
actief opzoeken van samenwerking met landen die deze uitgangspunten delen. Hoe geeft
het kabinet hier concreet vorm aan, zo vragen deze leden.
Het kabinet noemt de bescherming van de internationale rechtsorde een centraal onderdeel
van zijn beleid. Een van de belangrijkste pijlers van die rechtsorde is het Internationaal
Strafhof. De leden van de D66-fractie waarderen dat het kabinet het Hof politiek en
financieel blijft steunen en wijzen op de unieke positie van Nederland als gastland
van internationale hoven en tribunalen. Naar het oordeel van deze leden vloeit uit
die bijzondere positie ook een verantwoordelijkheid voort om internationaal het voortouw
te nemen bij de bescherming van deze instellingen wanneer zij onder druk staan.
De leden van de D66-fractie vragen daarom of het kabinet tijdens de AVVN expliciet
en publiekelijk aandacht zal vragen voor de Amerikaanse sancties tegen het Internationaal
Strafhof en voor de onwenselijkheid van een dergelijke frontale aanval op het internationaal
recht. In welke bilaterale en multilaterale fora zal het kabinet dit aan de orde stellen?
Indien het kabinet dit niet voornemens is, waarom niet?
Financiering is naar het oordeel van de leden van de D66-fractie essentieel voor de
instandhouding van dit cruciale platform. Deze leden lezen dat het Koninkrijk alle
lidstaten oproept hun verplichte bijdragen tijdig en volledig te voldoen. Spreekt
het kabinet andere lidstaten, zoals de Verenigde Staten, hier actief op aan, en met
welk resultaat tot nu toe, zo vragen deze leden.
Hervorming van de Verenigde Naties
De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van de Algemene Vergadering
als grootste en belangrijkste multilaterale forum, juist als plek om met democratische
krachten en andere kleine en middenmachten die belang hebben bij vrede, voorspelbaarheid
en een op regels gebaseerde wereldorde de krachten te bundelen tegen normvervaging
en destabilisering. Naar het oordeel van deze leden vraagt dit om een prominentere
plek voor landen uit het mondiale zuiden in het multilaterale systeem, inclusief in
de VN-Veiligheidsraad.
De leden van de D66-fractie hechten daarom extra belang aan de hervorming van de VN-Veiligheidsraad.
Deze leden vinden dat de samenstelling hiervan moet worden gemoderniseerd, zodat deze
beter aansluit bij de machtsverhoudingen van de 21ste eeuw en meer recht doet aan de positie van het mondiale zuiden. Welke concrete stappen
zet het kabinet, als medevoorzitter van de intergouvernementele onderhandelingen,
om deze hervorming het komende zittingsjaar verder te brengen, zo vragen deze leden.
In dat licht spreken de leden van de D66-fractie steun uit voor de inzet van het kabinet
voor de benoeming van een eerste vrouwelijke secretaris-generaal van de Verenigde
Naties. Zij waarderen daarnaast de niet-aflatende aandacht van het kabinet voor een
sterke positie van de Caribische landen van het Koninkrijk binnen de VN, in het bijzonder
om het perspectief en de belangen van kleine eilandstaten voor het voetlicht te brengen.
Mensenrechten
De leden van de D66-fractie prijzen de aandacht die het kabinet vraagt voor het VN-mensenrechtenwerk
en de financiering daarvan. Deze leden benadrukken dat mensenrechten een essentieel
onderdeel vormen van de op regels gebaseerde wereldorde, maar wereldwijd onder zware
druk staan. Zij spreken hun waardering uit voor de Nederlandse inzet op vrouwen- en
meisjesrechten, lhbtiq+-rechten en de vrijheid van religie en levensovertuiging.
Maritieme veiligheid
De leden van de D66-fractie onderschrijven de nadruk van het kabinet op maritieme
veiligheid en de inzet op de diplomatieke route ten aanzien van de veiligheidssituatie
rond de Straat van Hormuz. Als maritieme handelsnatie is het voor Nederland van groot
belang dat de Straat van Hormuz zo snel mogelijk weer veilig en vrij bevaarbaar wordt
en dat het vrije scheepvaartverkeer op basis van duidelijke internationale afspraken
kan worden hervat. Naar het oordeel van deze leden is een diplomatieke oplossing de
enige duurzame route daartoe.
In dat kader vragen de leden van de D66-fractie ook aandacht voor het maritieme veiligheidsvraagstuk
in onze eigen wateren: de schaduwvloot. Deze schepen varen veelal onder vlaggen van
staten die hun verantwoordelijkheid als vlaggenstaat onvoldoende nemen en daarmee
de naleving van internationale regels, waaronder het VN-Zeerechtverdrag, ondergraven.
Deze leden constateren dat dit vraagstuk in de brief niet wordt genoemd. Is het kabinet
bereid de AVVN aan te grijpen om, samen met andere Europese maritieme landen, deze
vlaggenstaten op hun verantwoordelijkheid aan te spreken en hen ertoe te bewegen hun
verplichtingen onder het VN-Zeerechtverdrag na te komen, zo vragen deze leden.
Midden-Oosten: Israël, Gaza en de Westelijke Jordaanoever
De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet bereid is om tijdens de AVVN High
Level Week actief en publiekelijk te communiceren over de noodzaak van een tweestatenoplossing,
het beëindigen van illegale nederzettingen, en het geweld tegen burgers in Gaza en
het kolonistengeweld op de Westelijke Jordaanoever. Deze leden vragen bovendien of
het kabinet bereid is andere landen op te roepen tot het volgen van de komende Nederlandse
handelsmaatregelen tegen illegale nederzettingen, mede gelet op het advies van het
Internationaal Gerechtshof hierover.
De leden van de D66-fractie onderschrijven de noodzaak van ontwapening van Hamas en
achten een rol van Hamas in het toekomstige Palestijnse bestuur onwenselijk. Tegelijkertijd
blijft erkenning van de Palestijnse staat naar het oordeel van deze leden van groot
belang, zoals diverse Europese partners tijdens de vorige AVVN High Level Week hebben
laten zien. Is het kabinet bereid om tijdens de AVVN te onderzoeken welke positieve
gevolgen andere landen sinds hun erkenning van de Palestijnse staat hebben geconstateerd,
zowel voor de relatie met de Palestijnse Autoriteit als voor het vredesproces en het
zicht op een duurzame tweestatenoplossing, zo vragen deze leden.
De leden van de D66-fractie vragen voorts hoe het kabinet aankijkt tegen de uitvoering
van de New York Declaration. Leveren de daaruit voortvloeiende plannen voor Gaza daadwerkelijk
de beoogde resultaten op, en kan een grotere rol van de VN daarbij helpen, zo vragen
deze leden. Wat is de stand van zaken rond eventuele plannen voor een vredesmissie,
en is uitgesloten dat in VN-verband nog een bijdrage aan een dergelijke missie wordt
geleverd, zo vragen deze leden.
Iran
De leden van de D66-fractie onderschrijven het standpunt dat Iran geen nucleair wapen
mag verkrijgen en erkennen het belang van hervatting van inspecties door de International
Atomic Energy Agency (IAEA). Deze leden constateren echter dat in het gedeelte over
Iran aandacht voor mensenrechten ontbreekt en maken zich hierover zorgen, temeer daar
de Verenigde Staten de Iraniërs die de straat op gingen om voor hun vrijheid te demonstreren,
hebben laten vallen. Naar het oordeel van deze leden zouden juist Europese landen
sterker moeten inzetten op de rechten van de Iraanse bevolking met als prioriteit
een einde aan de executies van jonge demonstranten en aan andere mensenrechtenschendingen.
Is het kabinet bereid dit alsnog expliciet op te nemen in de Nederlandse inzet, zo
vragen deze leden.
Klimaatverandering en zeespiegelstijging
De leden van de D66-fractie prijzen de sterke inzet van het kabinet op klimaatverandering
en zeespiegelstijging, die de Caribische delen van het Koninkrijk direct bedreigen
en waarvan ook in West-Europa afgelopen zomer opnieuw de verwoestende gevolgen zichtbaar
waren. Naar het oordeel van deze leden is een hardere internationale inzet noodzakelijk.
Welke concrete stappen zet het kabinet om dit tijdens de AVVN aan te jagen, zo vragen
deze leden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van
de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
over de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden voor de 81ste zitting van de AVVN. Voor deze leden staat voorop dat Nederland een realistisch buitenlandbeleid
moet voeren, waarin nationale veiligheid, welvaart, en het bewaken van onze vrije
manier van leven het kompas vormen. Vanuit dit perspectief leggen zij graag een aantal
vragen en opmerkingen voor aan het kabinet.
Een effectieve internationale rechtsorde
Het kabinet stelt dat de op regels gebaseerde internationale rechtsorde onder druk
staat en dat het beschermen daarvan een centraal onderdeel vormt van de Nederlandse
inzet. De leden van de VVD-fractie onderschrijven dit volledig. Tegelijkertijd constateren
deze leden dat de internationale rechtsorde alleen geloofwaardig blijft wanneer schendingen
daarvan consequenties hebben. Kan het kabinet concreet aangeven welke resultaten het
tijdens de 81ste AVVN wil boeken op het gebied van de handhaving van het internationaal recht? Welke
concrete afspraken of coalities acht het kabinet hiervoor noodzakelijk?
Oekraïne
De leden van de VVD-fractie lezen dat eind 2026 de ambtstermijn van secretaris-generaal
António Guterres afloopt en dat de zoektocht naar een opvolger is begonnen. Het kabinet
noemt als gewenste competenties onder meer bewezen leiderschap, bestuurlijke ervaring
en een expliciete voorkeur voor een vrouwelijke kandidaat. Hoewel deze leden het belang
van bestuurlijke kwaliteiten onderkennen, is het voor deze leden van belang dat de
nieuwe secretaris-generaal niet overmatig schatplichtig is aan autocratische regimes,
zoals Rusland en China. De afgelopen jaren heeft het gezag en de legitimiteit van
de VN ernstige schade opgelopen door een stelselmatige neiging tot whataboutism en morele ambiguïteit onder het leiderschap van de heer Guterres. Deze morele verwatering
is ook doorgedrongen tot diverse VN-organisaties, die er herhaaldelijk niet in slaagden
om de vinger naar de Russische Federatie te wijzen wanneer humanitaire hulpkonvooien
of civiele doelen in Oekraïne doelbewust werden gebombardeerd.
Voorts maken de leden van de VVD-fractie zich zeer zorgen over de straffeloosheid
van Rusland ten aanzien van de ontvoerde Oekraïense kinderen. Wat gaat de Minister
doen om tijdens deze AVVN aandacht hiervoor te vragen en in welke coalitie gaat de
Minister optrekken om alles op alles te zetten om deze kinderen terug naar huis te
brengen? De VN heeft dringend behoefte aan een secretaris-generaal die zonder meer
zich uitspreekt over de brute en illegale Russische agressieoorlog in Oekraïne en
die autocratische machtspolitiek onomwonden veroordeelt.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister welke specifieke diplomatieke en geopolitieke
eisen het kabinet stelt aan kandidaten, los van de in de brief genoemde algemene bestuurlijke
competenties. Is de Minister bereid om de geopolitieke onafhankelijkheid ten opzichte
van Moskou en Peking als een randvoorwaarde te hanteren in de Nederlandse inzet? Voorts
vragen deze leden aan welke concrete personen of profielen de Minister momenteel denkt.
Met welke gelijkgezinde bondgenoten zoekt het kabinet momenteel actief de samenwerking
op om een kandidaat met een stevig ruggengraatprofiel te steunen?
De leden van de VVD-fractie delen de zorg van het kabinet over de uitholling van de
internationale rechtsorde en de toenemende normvervaging op het wereldtoneel. Deze
leden benadrukken dat het probleem niet schuilt in de materiële juridische afspraken
zelf. Het zijn niet de Geneefse Conventies of de fundamentele verdragen van het humanitair
oorlogsrecht die gewijzigd, afgezwakt of herschreven moeten worden. Het failliet zit
in de procedures en mechanismen voor de handhaving en de naleving van dat recht. Het
huidige stelsel loopt stelselmatig vast doordat een agressorstaat als Rusland zich
kan verschuilen achter zijn permanente zetel en vetorecht in de VN-Veiligheidsraad,
waarmee elke vorm van sanctie, effectieve handhaving of veroordeling van evidente
oorlogsmisdaden wordt geblokkeerd.
Een grondige hervorming van de VN-instituties en handhavingsprocessen is volgens deze
leden de noodzakelijke eerste stap om de geloofwaardigheid van de internationale rechtsorde
te herstellen. Het kabinet treedt op als medevoorzitter van de intergouvernementele
onderhandelingen (IGN) over de hervorming van de Veiligheidsraad en stelt voor om
permanente zetels zonder vetorecht toe te voegen. In hoeverre acht de Minister deze
inzet realistisch, wetende dat de huidige permanente leden iedere formele verdragswijziging
kunnen tegenhouden? Welke alternatieven onderzoekt het kabinet om bij aanhoudende
verlamming van de Veiligheidsraad buiten de geblokkeerde vetostructuren om handhaving
en gerechtigheid te organiseren, bijvoorbeeld via coalities van gelijkgezinde landen
of via een actievere benutting van de Uniting for Peace-resoluties in de Algemene Vergadering?
Cyberveiligheid en kunstmatige intelligentie
Nederland heeft de afgelopen jaren een voortrekkersrol gespeeld bij verantwoord gebruik
van AI in het militaire domein. Het vorige verslag vermeldt onder meer het REAIM-proces
en Nederlandse initiatieven op dit terrein. De leden van de VVD-fractie vinden het
van belang dat Nederland deze kennis en positie benut om de internationale veiligheid
te versterken. Welke concrete resultaten verwacht het kabinet van de Global Dialogue
on AI Governance? Welke inzet heeft Nederland specifiek op het gebied van militaire
AI, autonome wapensystemen en cyberaanvallen? Hoe wordt daarbij voorkomen dat internationale
regulering innovatie en de Nederlandse en Europese veiligheidsindustrie onnodig belemmert?
Daarnaast merken de leden van de VVD-fractie op dat het kabinet, door in de brief
aan te geven dat het in wil zetten op een «consequente strijd tegen straffeloosheid,
waaronder in Oekraïne, Gaza en Soedan,» de landen die bij dit conflict betrokken zijn
over een kam lijkt te scheren. Deze leden wensen met klem afstand te nemen van deze
impliciete gelijkstelling. De situatie in Oekraïne betreft een volstrekt niet-uitgelokte,
grootschalige interstatelijke invasie door een imperialistische agressor tegen een
soevereine, democratische buurstaat met het doel deze van de kaart te vegen. Het conflict
in Soedan is een verwoestende interne machtsstrijd die gepaard gaat met grootschalige
etnische zuiveringen en een catastrofale humanitaire ineenstorting.
Wat deze leden betreft zijn deze conflictsituaties militair, juridisch en moreel niet
met elkaar te vergelijken. Zij vragen de Minister om te verduidelijken hoe hij dit
onderscheid in multilateraal kader actief gaat uitdragen, teneinde valse morele en
juridische vergelijkingen te ontkrachten. Voorts vragen deze leden wat het kabinet
in deze specifieke opsomming rondom Gaza precies verstaat onder het begrip «straffeloosheid»
en op welke concrete actoren en gedragingen de Minister hier doelt. Hoe waarborgt
het kabinet tijdens de 81ste zitting van de AVVN dat het legitieme recht van Israël op zelfverdediging tegen terroristische
groeperingen en achterliggende regimes zoals Iran onomstreden blijft, zonder dat de
strijd tegen het terrorisme op één lijn wordt gesteld met niet-uitgelokte veroveringsoorlogen
van autocratieën? Tot slot vragen deze leden welke diplomatieke druk het kabinet in
VN-verband gaat uitoefenen op landen die Hamas-kopstukken huisvesten, faciliteren
en financieren.
Tot slot merken de leden van de VVD-fractie op dat vrouwenrechten en vrouwenveiligheid
internationaal onder druk staan. In welke coalitie ziet de Minister kans om vrouwen
die opkomen voor vrede en veiligheid te beschermen en is hij bereid zich hiervoor
in te zetten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de inzetbrief van het kabinet
ten behoeve van de AVVN en stellen daarover graag enkele vragen.
Mondiaal denken, mondiaal handelen
De leden van de fractie van PRO lezen in de brief dat het kabinet terecht stelt dat
de VN «in tal van humanitaire crises, van Soedan tot Gaza», levensreddend werk verricht
«dat geen enkele andere organisatie op die schaal kan verrichten». Wat betreft Gaza
zijn de bovengenoemde leden van mening dat geen enkele andere organisatie dan UNRWA
de broodnodige humanitaire hulp kan verlenen. Is de Minister voornemens om tijdens
de AVVN de onmisbaarheid van UNRWA te bepleiten en met gelijkgezinde landen ervoor
te staan dat de Israëlische autoriteiten UNRWA ongehinderde toegang tot Gaza moeten
geven? Heeft de Minister contact gehad met zijn Finse collega om hem ervan te overtuigen
de Finse hulp aan UNRWA niet stop te zetten? Zo nee, waarom niet? En op welke manier
heeft Nederland de Israëlische autoriteiten aangesproken op de inname en sluiting
van het laatste UNRWA-kantoor in Oost-Jeruzalem?
Inzet Koninkrijk der Nederlanden: beschermen, versterken en hervormen
De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het kabinet voornemens is tijdens
de High Level Week aandacht te vragen «voor het mensenrechtenwerk van de VN en de
adequate financiering daarvan.» Is het kabinet voornemens om tijdens deze week ook
daad bij het woord te voegen door nieuwe toezeggingen te doen op het gebied van financiering
voor de bevordering van mensenrechten? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat «mensenrechtenverdedigers (...)
rekenen op het Koninkrijk om zich multilateraal uit te spreken over represailles als
gevolg van hun interactie met de VN.» Tegelijkertijd wijzen deze leden op de toenemende
Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof en de daaropvolgende angst
bij slachtoffers van misdrijven vallende onder het Statuut van Rome en bij actoren
uit het maatschappelijk middenveld om bij te dragen aan onderzoek van en vervolging
door het Internationaal Strafhof. Op welke manier staat het kabinet deze mensen en
organisaties te hulp om ervoor te zorgen dat hun stemmen bij het Internationaal Strafhof
worden gehoord?
De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het Koninkrijk is toegetreden tot
de Alliantie voor de Supporters van het VN-Ontwikkelingssysteem. Kan de Minister verder toelichten uit welke lidstaten de alliantie bestaat,
wat het doel is van de alliantie en welke concrete resultaten de alliantie tot nu
toe heeft bereikt en het komende jaar wil bereiken?
De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het kabinet verkent of het samen
met Indonesië een ministeriële bijeenkomst kan organiseren over vredesoperaties. Welke
concrete veranderingen wil het kabinet zien in de praktijk van vredesoperaties? En
kan het kabinet toelichten of Nederland, vergeleken met vijf à tien jaar geleden,
meer of minder middels personeel bijdraagt aan VN-vredesoperaties? Welke bijdragen
aan VN-vredesoperaties heeft het kabinet sinds zijn aantreden in februari toegezegd?
De leden van de PRO-fractie lezen in de brief dat het kabinet samen met Europese partners
poogt het internationale vluchtelingenrecht te wijzigen. Kan het kabinet toelichten
hoe ver deze diplomatieke inspanningen tot dusver zijn gekomen? Wordt er onder landen
in het mondiale zuiden ook animo gevonden voor een wijziging in het vluchtelingenrecht?
Zijn, in het bijzonder de landen in de ring rondom Europa, enthousiast over de voorstellen
van Nederland en gelijkgezinde lidstaten? Zo ja, welke aspecten vallen in goede aarde?
Zo nee, kan het kabinet toelichten waarom niet?
De leden van de PRO-fractie begrijpen dat diplomaten verwachten dat veel discussies
op de 81ste sessie zullen gaan over klimaatverandering, in het bijzonder over zeespiegelstijging.
Verwacht het kabinet ook dat klimaatkwetsbare landen, die nauwelijks hebben bijgedragen
aan klimaatverandering, maar wel de zwaarste gevolgen dragen, de druk zullen opvoeren
op rijke landen voor eerlijke compensatie (Loss and Damage), en meer klimaatactie? Hoe gaat het kabinet zich hiertoe verhouden, gezien Nederlandse
beloften om klimaatfinanciering te verdrievoudigen zijn ingeruild voor bezuinigingen
en creatieve boekhouding?
Daarnaast constateren de leden van de PRO-fractie met zorg dat het proces van het
United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) en de klimaatwetenschap
onder grote druk staan, onder meer door pogingen om klimaatafspraken te ondermijnen
en wetenschappelijke consensus in twijfel te trekken. Is het kabinet bereid om tijdens
de 81ste AVVN expliciet steun uit te spreken voor het UNFCCC-proces en voor de integriteit
van de klimaatwetenschap, en zich actief te verzetten tegen pogingen van andere landen
om dit proces te vertragen of uit te hollen? Op welke wijze gaat Nederland zich hiervoor
op de AVVN hardmaken en is het kabinet bereid hier ook in bilaterale contacten met
klimaatsceptische regeringen een duidelijk signaal over af te geven?
De leden van de PRO-fractie constateren dat de wereldwijde bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking
en humanitaire hulp een grote impact hebben op de effectiviteit van de VN. Kan de
Minister toelichten hoe deze bezuinigingen het World Food Programme (WFP) en andere
voedselzekerheidsprogramma’s raken en daarmee de omvang van honger in de wereld?
Overig
De leden van de PRO-fractie lezen in de beslisnota dat er een EU non-paper is over
de situatie in het Midden-Oosten, die «nog niet met de Kamer is gedeeld.» Wanneer
is het kabinet voornemens de non-paper met de Kamer te delen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het verslag van de 80stezitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Deze leden onderschrijven
het belang van een sterke internationale rechtsorde en van internationale samenwerking.
Juist nu de wereldorde kantelt en machtspolitiek terugkeert, heeft een land als Nederland
internationale afspraken en instituties nodig. De inzet moet daarom zijn om de VN
zo effectief mogelijk te laten zijn en zich te laten richten op de kerntaken: vrede,
veiligheid, mensenrechten, ontwikkeling en bescherming van het internationaal recht.
Deze leden hebben daarom de volgende vragen, die vooral ook gericht zijn op de Nederlandse
inzet voor de komende, 81ste zitting van de AVVN.
Hervorming van de VN en de internationale rechtsorde
De Minister-President heeft tijdens de 80steAVVN terecht gesteld dat de wereld in de afgelopen 80 jaar sterk is veranderd en dat
de VN daarom mee moeten veranderen, terwijl de beginselen van het VN-Handvest overeind
moeten blijven. De leden van de CDA-fractie onderschrijven deze analyse. De vraag
is wel hoe Nederland dit tijdens de 81ste AVVN concreet gaat vertalen naar resultaten. Welke concrete resultaten wil het kabinet
tijdens de ministeriële week van de 81ste AVVN bereiken? Op welke dossiers ziet het kabinet voor Nederland een bijzondere rol?
Deze leden zien dat de internationale rechtsorde steeds verder onder druk staat. De
samenstelling van bijvoorbeeld de Veiligheidsraad weerspiegelt daarnaast onvoldoende
de huidige internationale machtsverhoudingen. Zij vragen daarom of de Minister kan
aangeven op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de motie-Bontenbal c.s. (Kamerstuk
23 432, nr. 650) over waar mogelijk met middenmachten optrekken in het hervormen van internationale
instellingen, zodat de stem van landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika daarin zwaarder
gaat meewegen. Welke hervorming van de Veiligheidsraad acht het kabinet niet alleen
wenselijk, maar ook daadwerkelijk haalbaar?
De leden van de CDA-fractie vinden het van groot belang dat Nederland consequent blijft
staan voor het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Hoe zet
het kabinet de AVVN in om de steun voor deze instellingen te verbreden, juist onder
landen buiten Europa?
Oekraïne
De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is niet alleen een aanval op Oekraïne, maar
ook op de beginselen waarop de VN zijn gebouwd. Grenzen mogen niet met geweld worden
veranderd. Agressie mag niet worden beloond. Tegelijkertijd zien we dat de afgelopen
jaren veel landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika anders naar deze oorlog kijken
dan Europese landen. Voor deze landen is Oekraïne één van meerdere grote internationale
crises. Rusland maakt daar actief gebruik van. De leden van de CDA-fractie vragen
hoe het kabinet tijdens de komende AVVN het draagvlak buiten Europa voor de soevereiniteit
en territoriale integriteit van Oekraïne wil vergroten. Met welke landen en regionale
organisaties worden hierover gericht gesprekken gevoerd?
Soedan
Het mandaat van de Fact Finding Mission (FFM) Soedan is tijdens de 80ste zitting van de AVVN met een jaar verlengd. De leden van de CDA-fractie vragen of
Nederland zich tijdens de komende zitting van de AVVN zal inspannen om het mandaat
opnieuw met een jaar te verlengen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de fractie van JA21 hebben met belangstelling kennisgenomen van de Nederlandse
inzet voor het 81ste zittingsjaar van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Deze leden onderstrepen
de meerwaarde van internationale samenwerking en de belangrijke rol die de Verenigde
Naties en de aan haar gelieerde organisaties daarvoor kunnen spelen. Zij hebben enkele
vragen en opmerkingen.
Toekomstbestendigheid van de Verenigde Naties
De leden van de JA21-fractie constateren dat de financiële positie van de Verenigde
Naties weinig rooskleurig is. Het kabinet schrijft dat de betalingsachterstanden van
lidstaten inmiddels zijn opgelopen tot circa 6,4 miljard dollar, met grote gevolgen
voor de activiteiten en reserves van de organisatie. Tegelijkertijd moeten volgens
het kabinet belangrijke hervormingen, waaronder het terugdringen van overlap tussen
VN-organisaties en het kritisch tegen het licht houden van duizenden bestaande opdrachten,
grotendeels nog plaatsvinden. Tegen die achtergrond vragen deze leden hoe vanzelfsprekend
het is om te kiezen voor verdere investeringen in VN-organisaties en voor flexibele
kernbijdragen. Zij vragen daarom waar het kabinet zelf ruimte ziet om binnen de Verenigde
Naties te bezuinigen, zodat de organisatie ook in de toekomst haar kerntaken kan blijven
uitvoeren. Welke taken, programma’s, mandaten of organisaties kunnen volgens het kabinet
worden afgeschaald, samengevoegd of beëindigd? Wat beschouwt het kabinet als de belangrijkste
kerntaken van de VN met het oog op de toekomstbestendigheid van de organisatie? Kan
de Minister daarbij concreet aangeven op welke onderdelen Nederland binnen het VN80-initiatief
inzet op besparingen? Zijn er daarnaast onderdelen van het VN-stelsel waarop het kabinet
juist niet bereid is te bezuinigen? En welke omvang en taakopvatting van de VN acht
het kabinet, gelet op de huidige financiële situatie, op langere termijn financieel
houdbaar?
UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East)
De leden van de JA21-fractie herhalen graag hun pleidooi voor het herbestemmen van
steun aan UNRWA ten faveure van andere humanitaire organisaties zoals bijvoorbeeld
het WFP, UNICEF, of buiten VN-verband het Rode Kruis. Recente onderzoeksbevindingen
van USAID OIG (Office of Inspector General of the United States Agency for International Development) hebben opnieuw ernstige vragen opgeworpen over huidige en voormalige UNRWA-medewerkers
die betrokken waren bij de aanslagen van 7 oktober 2023 en/of banden met Hamas zouden
hebben. Deze leden zijn van mening dat UNRWA als organisatie hiermee het internationale
vertrouwen in onpartijdige humanitaire hulp heeft ondermijnd. Deze leden wijzen erop
dat de motie-Verkuijlen c.s. (Kamerstuk 36 180, nr. 215) het kabinet reeds verzoekt de financiering voor UNRWA in samenspraak met andere
donoren op te schorten bij verifieerbare hernieuwde signalen van terreurbanden. Kan
de Minister specifiek toelichten hoe het kabinet de bevindingen van de inspecteur-generaal
van USAID toepast in het licht van dit Kamerverzoek? Kwalificeert de Minister deze
bevindingen als verifieerbare hernieuwde signalen van terreurbanden in de zin van
voornoemde motie-Verkuijlen c.s.? Zo nee, waarom niet? Is de Minister bereid de Verenigde
Staten actief te vragen de uitgebreide bevindingen van USAID OIG te delen? Hoe beoordeelt
het kabinet het recente besluit van Finland om de aflopende meerjarige financiering
van UNRWA niet langer te verlengen? En hoe waardeert het kabinet het standpunt van
de Board of Peace dat UNRWA «geen plaats heeft in het nieuwe Gaza»?
General Recommendation/Algemene Aanbeveling No. 40 van de VN-Commissie voor de Uitbanning
van Rassendiscriminatie (UN Committee on the Elimination of Racial Discrimination,
CERD)
De leden van de JA21-fractie hebben vernomen dat de VN-Commissie voor de Uitbanning
van Rassendiscriminatie (CERD) heeft gesteld dat staten die partij zijn bij het Internationaal
Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (International
Convention on the Elimination of All Forms of Racial Discrimination, ICERD) verplichtingen
hebben om zogenaamd herstelrecht te bieden voor de schade en aanhoudende gevolgen
van onder meer de trans-Atlantische slavenhandel. Hoe beoordeelt het kabinet deze
herinterpretatie van het ICERD en neemt het kabinet deze over? Kan het kabinet toelichten
of deze in principe niet-bindende aanbeveling alsnog op enige wijze juridische relevantie
kan hebben in mogelijke zaken rondom herstelbetalingen? Hoe verhoudt dit zich tot
het eerdere standpunt van het kabinet (onder andere bij de VN-resolutie van maart
2026) dat er geen juridische verplichting tot herstelbetalingen bestaat, omdat slavernij
destijds niet in strijd was met het toenmalige internationale recht, en dat internationaal
recht niet met terugwerkende kracht wordt toegepast? En hoe denkt het kabinet om te
gaan met de eis tot «transformative measures» als die verder gaan dan het huidige
beleid?
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de inzet van het kabinet voor
de 81ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Deze leden hebben hierover verschillende
vragen en opmerkingen.
Palestina en UNRWA
De leden van de DENK-fractie constateren dat de internationale gemeenschap op dit
moment wordt geconfronteerd met oorlogen, massale ontheemding, honger en ernstige
schendingen van het internationaal recht. Tegelijkertijd staan juist de internationale
organisaties die burgers moeten beschermen en humanitaire hulp moeten verlenen, financieel
steeds verder onder druk. Deze leden zijn van mening dat de Algemene Vergadering niet
slechts een moment mag zijn waarop het belang van vrede, mensenrechten en de internationale
rechtsorde wordt onderstreept, maar dat Nederland zich ook concreet moet inzetten
voor de naleving daarvan. Zij vragen het kabinet uiteen te zetten op welke wijze Nederland
tijdens de 81ste Algemene Vergadering concrete consequenties wil verbinden aan ernstige en voortdurende
schendingen van het internationaal recht.
De leden van de DENK-fractie wijzen in het bijzonder op de bijzondere en historische
verantwoordelijkheid die de Verenigde Naties hebben ten aanzien van Palestina en de
Palestijnse bevolking. Deze leden constateren dat decennialang VN-resoluties, uitspraken
van internationale gerechtshoven en waarschuwingen van VN-functionarissen onvoldoende
hebben geleid tot bescherming van de Palestijnse bevolking. Zij zijn van mening dat
Nederland zich daarom tijdens de 81ste Algemene Vergadering veel steviger moet inzetten voor de naleving van het internationaal
recht. Deze leden vragen of het kabinet bereid is actief steun te organiseren voor
resoluties die de illegale bezetting, annexatiepolitiek, uitbreiding van nederzettingen
en het geweld tegen Palestijnse burgers ondubbelzinnig veroordelen. Ook vragen zij
of het kabinet bereid is niet slechts achteraf steun uit te spreken voor voorstellen
van andere landen, maar samen met gelijkgezinde landen zelf voorstellen voor te bereiden
en mede in te dienen tijdens de Algemene Vergadering. Daarnaast vernemen deze leden
graag of het kabinet bereid is binnen de Verenigde Naties te pleiten voor verdergaande
internationale sancties tegen Israël en Israëliërs die verantwoordelijk zijn voor
ernstige schendingen van het internationaal recht.
De leden van de DENK-fractie constateren daarnaast dat Palestina nog altijd geen volwaardig
lid is van de Verenigde Naties, maar de status heeft van niet-lid-waarnemersstaat.
De Algemene Vergadering heeft vastgesteld dat Palestina voldoet aan de voorwaarden
voor VN-lidmaatschap en heeft Palestina sinds 2024 aanvullende participatierechten
toegekend. Deze leden betreuren het dat volledig lidmaatschap tot op heden wordt tegengehouden
door de machtsverhoudingen binnen de Veiligheidsraad. Zij vragen of het kabinet bereid
is zich ondubbelzinnig uit te spreken voor volwaardig VN-lidmaatschap van Palestina
en binnen de Verenigde Naties actief draagvlak te organiseren om dit alsnog te realiseren.
Tevens vernemen deze leden graag welke mogelijkheden het kabinet ziet om, zolang volledig
lidmaatschap wordt geblokkeerd, de positie en participatierechten van Palestina binnen
de Verenigde Naties en afzonderlijke VN-organisaties verder te versterken. Voorts
vragen de leden of Nederland eindelijk bereid is om de Palestijnse staat te erkennen.
De leden van de DENK-fractie benadrukken voorts dat UNRWA geen reguliere hulporganisatie
is, maar een organisatie met een rechtstreeks door de Algemene Vergadering verstrekt
mandaat om Palestijnse vluchtelingen hulp en bescherming te bieden totdat een rechtvaardige
en duurzame politieke oplossing is bereikt. Deze leden maken zich grote zorgen over
de druk waaronder dit mandaat staat. Israël beperkt de werkzaamheden van UNRWA, valt
faciliteiten van de organisatie binnen en probeert de aanwezigheid van UNRWA in bezet
Palestijns gebied steeds verder onmogelijk te maken. De recente inval in het UNRWA-opleidingscentrum
in Qalandiya en het neerhalen van de VN-vlag door Israël zien deze leden niet slechts
als een aanval op een hulporganisatie, maar ook als een aantasting van het door de
Verenigde Naties verleende mandaat. Deze leden vragen of het kabinet bereid is de
aanvallen op UNRWA-faciliteiten, waaronder de inval in Qalandiya, in VN-verband expliciet
te veroordelen. Ook vernemen zij graag of het kabinet bereid is steun te organiseren
voor een duidelijke bevestiging dat de privileges en immuniteiten van de Verenigde
Naties en de onschendbaarheid van VN-faciliteiten moeten worden gerespecteerd.
De leden van de DENK-fractie maken zich daarnaast grote zorgen over de financiële
positie van UNRWA. Grote donoren hebben hun financiering beëindigd of sterk teruggeschroefd.
Alleen al het wegvallen van de Amerikaanse financiering betekent volgens UNRWA een
verlies van ongeveer 360 miljoen dollar, circa 30% van de jaarlijkse begroting. Deze
financiële druk vindt plaats op een moment waarop de behoefte aan onderwijs, gezondheidszorg,
voedselhulp en bescherming juist bijzonder groot is. Deze leden zijn van mening dat
Nederland niet kan volstaan met het uitspreken van politieke steun aan UNRWA. Zij
vragen of het kabinet bereid is de Nederlandse bijdrage aan UNRWA te verhogen en andere
landen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid om de ontstane financieringstekorten
op te vullen. Ook vragen deze leden of het kabinet tijdens de 81ste Algemene Vergadering samen met andere landen expliciet het mandaat, de onafhankelijkheid
en de continuïteit van UNRWA wil verdedigen en hiervoor actief een coalitie van landen
wil vormen. Daarnaast vernemen zij graag of Nederland bereid is binnen de Verenigde
Naties het initiatief te nemen voor structurele, meerjarige en voorspelbare financiering
van UNRWA, zodat de continuïteit van deze essentiële organisatie minder afhankelijk
wordt van politieke ontwikkelingen en jaarlijks wisselende vrijwillige bijdragen.
Deze leden vragen ten slotte of het kabinet bereid is landen die UNRWA financieel
verzwakken, erop aan te spreken dat zij daarmee rechtstreeks de humanitaire hulp en
bescherming van miljoenen Palestijnse vluchtelingen in gevaar brengen.
De leden van de DENK-fractie wijzen er tevens op dat meer dan 390 medewerkers van
UNRWA zijn omgekomen. Medewerkers van de Verenigde Naties moeten hun werkzaamheden
kunnen verrichten zonder te vrezen voor hun leven, intimidatie of detentie. Deze leden
vernemen graag welke concrete inzet Nederland tijdens de Algemene Vergadering zal
plegen voor betere bescherming van VN-personeel en VN-instellingen. Tevens vragen
zij of Nederland landen die VN-medewerkers, speciale rapporteurs of onafhankelijke
onderzoeksmechanismen bedreigen, intimideren of tegenwerken, daar consequent op aanspreekt.
Deze leden vragen daarnaast of het kabinet kan toezeggen dat Nederland tijdens de
81ste Algemene Vergadering actief zal opkomen voor het voortbestaan, de toegang en voldoende
financiering van onafhankelijke VN-onderzoekscommissies, speciale rapporteurs en andere
mechanismen die mensenrechtenschendingen documenteren.
Soedan
De leden van de DENK-fractie maken zich tevens grote zorgen over de situatie in Soedan.
Soedan vormt inmiddels een van de grootste ontheemdings- en beschermingscrises ter
wereld. Voor de regionale vluchtelingenrespons in 2026 wordt rekening gehouden met
miljoenen vluchtelingen en ontheemden en is ongeveer 1,6 miljard dollar nodig. Tegelijkertijd
blijft de toevoer van wapens aan de strijdende partijen de humanitaire crisis voeden.
Deze leden constateren dat het bestaande VN-wapenembargo hoofdzakelijk betrekking
heeft op partijen die in Darfur opereren en dus niet geldt als een alomvattend wapenembargo
voor heel Soedan. Deze leden vragen of het kabinet bereid is tijdens de 81ste Algemene Vergadering en in contacten rond de Veiligheidsraad te pleiten voor een
alomvattend VN-wapenembargo voor heel Soedan. Ook vragen zij of Nederland bereid is
hiervoor samen met Afrikaanse landen en andere gelijkgezinde staten actief draagvlak
op te bouwen. Daarnaast vernemen zij graag of Nederland wil inzetten op gerichte internationale
sancties tegen personen, bedrijven en netwerken die wapens leveren, oorlogsmisdaden
faciliteren of financieel profiteren van deze oorlog.
Myanmar
De leden van de DENK-fractie vragen daarnaast aandacht voor de humanitaire crisis
in Myanmar. Meer dan 16 miljoen mensen hebben daar humanitaire hulp nodig en bijna
3,8 miljoen mensen zijn ontheemd. De humanitaire respons voor 2026 had in juli nog
slechts 43% van de benodigde 890 miljoen dollar ontvangen. Deze leden vinden het onacceptabel
dat miljoenen mensen door gebrek aan internationale aandacht en financiering uit beeld
dreigen te verdwijnen. Zij vernemen graag welke concrete inzet Nederland tijdens de
komende Algemene Vergadering voor Myanmar heeft. Daarnaast vragen deze leden of Nederland
bereid is andere landen actief aan te spreken op wapenleveranties en andere vormen
van steun die het geweld in Myanmar mogelijk maken.
De leden van de DENK-fractie maken zich in dit verband in het bijzonder zorgen over
de positie van de Rohingya. Maleisië, dat jarenlang onderdak heeft geboden aan Rohingya
die voor vervolging uit Myanmar zijn gevlucht, is voornemens Rohingya terug te sturen
naar Myanmar. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de omstandigheden voor een
veilige, waardige en vrijwillige terugkeer niet aanwezig zijn. Ook Nederland en de
Europese Unie hebben benadrukt dat aan deze voorwaarden niet wordt voldaan. Deze leden
wijzen erop dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar een land waar zij
opnieuw het risico lopen op vervolging, geweld of andere ernstige mensenrechtenschendingen.
Zij vragen of het kabinet bereid is Maleisië hier rechtstreeks op aan te spreken en
bij de Maleisische regering aan te dringen op het niet terugsturen van Rohingya, zolang
een veilige, vrijwillige en duurzame terugkeer niet kan worden gegarandeerd. Tevens
vragen deze leden of Nederland tijdens de Algemene Vergadering samen met andere landen
aandacht wil vragen voor de bescherming van Rohingya in de gehele regio en landen
wil oproepen het beginsel van non-refoulement onverkort te respecteren.
Tot slot constateren de leden van de DENK-fractie dat ernstige onderfinanciering van
internationale humanitaire hulp een terugkerend probleem vormt bij vrijwel al deze
crises. In Myanmar is minder dan de helft van de benodigde financiering beschikbaar,
voor de crisis in Soedan zijn miljarden nodig en ook UNRWA waarschuwt dat het zonder
politieke en financiële steun zijn opdracht niet kan blijven uitvoeren. Hierdoor moeten
hulporganisaties in de praktijk steeds vaker bepalen wie nog voedsel, medicijnen,
onderwijs, onderdak of andere essentiële hulp kan ontvangen en wie niet. De leden
van de DENK-fractie vinden het tegenstrijdig wanneer Nederland enerzijds het belang
van internationale organisaties die opvang en bescherming mogelijk moeten maken benadrukt,
terwijl de financiering achterblijft. Deze leden vragen of het kabinet bereid is tijdens
de Algemene Vergadering aan te dringen op een internationale financieringscoalitie
voor (ernstig) ondergefinancierde VN-hulpprogramma’s. Tevens vernemen zij graag of
Nederland bereid is zelf aanvullende middelen beschikbaar te stellen en andere welvarende
landen nadrukkelijk op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. Tot slot vragen deze
leden of het kabinet bereid is zich in te zetten voor meerjarige, structurele en voorspelbare
financiering van organisaties van de Verenigde Naties als UNHCR, UNRWA, UNICEF, WFP
en OCHA (Office for the Coordination of Humanitarian Affairs), zodat deze organisaties niet voortdurend afhankelijk zijn van vrijwillige en onzekere
bijdragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief betreffende de inzet
van het Koninkrijk der Nederlanden voor de 81ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Zij hebben hier
nog enkele vragen en opmerkingen over.
De Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
beschrijven dat onderdeel van de Nederlandse inzet een strijd is tegen straffeloosheid
en dat Nederland het Internationaal Strafhof (ICC) zowel politiek als financieel blijft
steunen. De leden van de SP-fractie vragen in hoeverre Nederland de Amerikaanse sancties
tegen het ICC aan de orde zal brengen en met welke inzet dat zal zijn. Is de verwachting
dat resoluties met de strekking tot het veroordelen van deze sancties ingediend zullen
worden en in hoeverre zijn de Ministers bereid hierin het voortouw te nemen?
De brief beschrijft voorts de inzet voor de rechten van vrouwen en meisjes en de bewaking
van de volledige erkenning van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR)
in multilaterale teksten. De leden van de SP-fractie kunnen dat ondersteunen. Wel
vragen deze leden of de inzet ook gedaan kan worden als het gaat om het tegengegaan
van seksueel geweld tegen vrouwen, met name in conflictsituaties, aangezien het inzetten
van seksueel geweld als wapen toeneemt. In hoeverre zal Nederland hier het voortouw
in nemen om te zorgen dat hier stappen gezet kunnen worden die voortbouwen op eerdere
resoluties en initiatieven? In hoeverre zal de inzet zich richten op het betrekken
van vrouwen bij vredesopbouw en vredesprocessen?
Tijdens de Algemene Vergadering van de VN worden jaarlijks resoluties over kernwapens
ingediend en in stemming gebracht. De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over
de toenemende normalisatie van kernwapens. Kunnen de Ministers aangeven welke resoluties
dit jaar worden verwacht? Is het waarschijnlijk dat resoluties over een verbod op
kernwapens, nucleaire ontwapening, de humanitaire gevolgen van kernwapens, het terugdringen
van nucleaire risico’s, AI in kernwapensystemen en kernwapens in het Midden-Oosten
ingediend zullen worden? Zo ja, kunnen de Ministers aangeven hoe Nederland aankijkt
tegen deze onderwerpen? Zijn de Ministers voornemens dergelijke resoluties te steunen?
Zo nee, waarom niet? Wat is er nodig om wel steun hieraan te geven?
Nederland is momenteel voorzitter van de Group of Governmental Experts on Lethal Autonomous
Weapons (GGE LAWS), als onderdeel van de VN Conventie over Conventionele Wapens (CCW),
dat werkt aan een set elementen voor internationale regulering. Het mandaat van de
GGE LAWS loopt in november dit jaar af. De leden van de SP-fractie maken zich grote
zorgen over de versnelde ontwikkeling van autonome wapens en het gebrek aan regulering.
Deze leden zijn van mening dat inzet van volledig autonome wapens verboden zou moeten
worden in internationaal recht en dat, indien er wel een menselijke toets is, er duidelijke
en strikte waarborgen moeten zijn waardoor menselijkheid nooit verdwijnt. Hoe zet
Nederland zich in om ook in New York te werken aan het momentum om na jaren overleg
daadwerkelijk tot een inhoudelijk sterk verdrag te komen? Gaat Nederland weer een
resolutie in die richting steunen? Welke inzet heeft Nederland op het gebied van AI in the military domain nu daarover in juni voor het eerst VN-gesprekken hebben plaatsgevonden? Hoe bepleit
Nederland de follow-up daarvan?
In 2030 lopen de Sustainable Development Goals (SDG’s) af. De leden van de SP-fractie zien nut in een vervolg op de SDG’s en het
stellen van mondiaal breed gedragen doelen gebaseerd op universele mensenrechten.
Breedgedragen betekent ook zeggenschap over de formulering, financiering en monitoring
voor landen in het mondiale zuiden. Voorziet de Minister een gesprek over een vervolg
op de SDG’s tijdens de AVVN? Wat zou daarbij de inzet van Nederland zijn?
Tot slot spreken de Ministers in de brief over het einde van de termijn van secretaris-generaal
António Guterres, waarmee het proces om zijn opvolger te benoemen is begonnen. De
voorkeur voor een vrouwelijke secretaris-generaal wordt daarbij uitgesproken. De leden
van de SP-fractie zien ook een kans om na meer dan tachtig jaar na oprichting voor
het eerst een vrouw aan het hoofd van deze cruciale wereldwijde organisatie te benoemen,
zeker gezien gendergelijkheid een mensenrecht en een kernprincipe van de VN is. Eind
2025 riepen 200 maatschappelijke organisaties en 300 individuen via de 1 for 8 Billion-campagne op om vrouwelijke kandidaten te steunen en het maatschappelijk middenveld actief
te betrekken. Heeft Nederland al een positie ingenomen ten aanzien van de verschillende
kandidaten voor secretaris-generaal van de VN? Indien deze positie nog niet is ingenomen,
wanneer verwacht Nederland dit te kunnen doen? Welke criteria worden gehanteerd voor
het ondersteunen van een specifieke kandidatuur en op welke manier is inzet op gendergelijkheid,
Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) en de Women, Peace & Security-agenda
daar onderdeel van?
II Antwoord/Reactie van de Minister
III Volledige agenda
– Verslag van het 80ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) van 23 tot en met 28 september
2025, d.d. 11-11-2025, Minister van Buitenlandse Zaken, D.M. van Weel (Kamerstuk 26 150, nr. 241)
– Inzet 81e zittingsjaar van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, d.d. 28-08-2026,
Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen (Kamerstuk 26 150, nr. 248)
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.L. Dekker, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.