Brief regering : Verslag van de OJCS-Raad voor de onderdelen onderwijs en cultuur van 11 en 12 mei 2026
21 501-34 Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport
Nr. 458
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 augustus 2026
Hierbij stuur ik u mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie het
verslag van de formele Onderwijs-, Jeugd-, Cultuur- en Sportraad (OJCS-Raad) voor
de onderdelen onderwijs en cultuur die op 11 en 12 mei 2026 plaatsvond in Brussel.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Onderwijs
Het onderdeel onderwijs vond plaats op 11 mei. Voorafgaand aan het beleidsdebat stonden
Raadsconclusies over leraren in de tijd van AI ter vaststelling geagendeerd, waarover
uw Kamer eerder in de geannoteerde agenda1 is geïnformeerd. Deze Raadsconclusies zijn aangenomen, waarbij door één lidstaat
nog in het bijzonder aandacht is gevraagd voor strategische autonomie en AI in het
onderwijs, en de noodzaak voor Europese aandacht en investeringen op dit terrein.
Dit heeft geen verdere consequenties voor het aannemen van de Raadsconclusies. Hierop
volgend is de gedeeltelijke algemene oriëntatie Erasmus+ 2028–2034 gepresenteerd en
vond het beleidsdebat met als onderwerp «basisvaardigheden en de Europese Onderwijsruimte:
bruggen bouwen voor de toekomst» plaats.
Gedeeltelijke algemene oriëntatie Erasmus+ 2028–2034
Voorafgaand aan het beleidsdebat presenteerde voorzitter Cyprus de gedeeltelijke algemene oriëntatie over de verordening van het toekomstige programma Erasmus+ 2028–2034, waarover eerder
in de onderwijswerkgroep van de Raad is onderhandeld en overeenstemming tussen de
lidstaten is bereikt.
Enkele lidstaten hebben vooral het belang van het programma en de wijzigingen die
de Raad voorstelt op het Commissievoorstel benadrukt. Deze zien toe op onder andere
de betrokkenheid van de lidstaten bij de uitvoering van het programma; de balans tussen
de verbinding van het programma met de Europese onderwijsruimte en de Vaardigheidsunie
en de zichtbaarheid van de losse sectoren onderwijs, jeugd en sport. Ook benadrukten
verschillende lidstaten het belang van het behoud van studiemobiliteit als kernelement
van het programma, naast de mogelijkheid om in de toekomst ook aandacht te geven aan
talent- en excellentie-ontwikkeling.
Zoals in de geannoteerde agenda is vermeld, bevat deze oriëntatie nog geen budgetindicaties
of indicatieve verdeling van middelen binnen het programma. Deze staan in nauwe verbinding
met de bredere MFK-budgetonderhandelingen en zullen dus in een later stadium worden
besproken.
Beleidsdebat over basisvaardigheden en de Europese Onderwijsruimte: bruggen bouwen
voor de toekomst.
Met dit beleidsdebat richtte het voorzitterschap zich op basisvaardigheden en in hoeverre
nationale onderwijssystemen voldoende flexibel en toekomstgericht zijn om hun doelen
op dit gebied te bereiken. Daarbij vroeg het voorzitterschap de lidstaten ook hoe
de Europese onderwijsruimte, in synergie met de Vaardigheidsunie, hieraan kan bijdragen.
Nederland heeft de belangrijke rol van goed onderwijs in een snel veranderende wereld,
die grote uitdagingen met zich meebrengt voor onze eigen maatschappij en Europa als
geheel benadrukt. Een goed niveau van basisvaardigheden is voor een belangrijk deel
de basis waar een sterk onderwijssysteem op rust, en Nederland hanteert een integrale
benadering voor het versterken hiervan.
Een glashelder curriculum is hiervoor een vereiste, waarbij Nederland verwees naar
de invoering van de nieuwe kerndoelen. Een onderdeel hiervan dat door Nederland is
benoemd is taalonderwijs en de belangrijke rol die samenwerking tussen scholen, kinderopvang,
bibliotheken en andere sociale partners hierbij speelt. Ook het belang van het hebben
van een goed inzicht in de leerontwikkeling van kinderen, waarbij dataverzameling
en duiding hiervan een sleutelrol heeft is door Nederland benoemd. Daarbij is erop
gewezen dat deze aanpak alleen werkt wanneer er voldoende goed opgeleide leraren en
schoolleiders zijn om de juiste begeleiding te geven, iets wat in Nederland een uitdaging
is, net als in veel andere lidstaten.
Binnen de EU kunnen lidstaten van elkaar leren, zoals via de werkgroepenstructuur
die onder de Europese Onderwijsruimte valt. In deze werkgroepen kunnen beleidsmakers
uit alle lidstaten kennis en ervaring met elkaar uitwisselen op een laagdrempelig
niveau, en zo leren van de situatie en aanpak in andere landen. Nederland heeft er
daarom ook voor gepleit dat deze structuur blijft bestaan.
Ook andere lidstaten hebben veelvuldig naar de eigen nationale beleidsplannen en hervormingen
in het curriculum en leerplannen verwezen, maar ook initiatieven gericht op de aansluiting
van onderwijs op de arbeidsmarkt en Leven Lang Ontwikkelen zijn uitgelicht. Sommige
lidstaten hebben gewaarschuwd voor een ondoordachte introductie van digitale leermiddelen,
zeker wanneer dit om AI-tools gaat. De Nederlandse oproep om de werkgroepenstructuur
onder de Onderwijsruimte voort te zetten is door verschillende lidstaten gesteund.
AOB-punten
– Een toelichting op een project over AI in het onderwijs (project BrAIn).
– Een voorstel voor een EU-initiatief op onderwijsniveau gericht op een grotere rol
voor de EU op het gebied van online veiligheid van minderjarigen.
– Werkprogramma van het aantredende voorzitterschap Ierland.
Cultuur
Het onderdeel cultuur vond plaats op 12 mei. Hier stonden de gedeeltelijke algemene
oriëntatie voor het programma AgoraEU en een beleidsdebat over het nieuwe EU Werkplan
voor cultuur 2027–2030 op de agenda. Ook heeft het inkomende Ierse voorzitterschap
het programma van haar voorzitterschap gepresenteerd, dat van 1 juli tot 31 december
2026 zal lopen.
Gedeeltelijke algemene oriëntatie AgoraEU
Het Cypriotische voorzitterschap heeft in de voorbereidende raadswerkgroepen het Commissievoorstel
AgoraEU behandeld om in de OJCS-Raad tot een gedeeltelijke algemene oriëntatie op
het raadsvoorstel te komen. Het budget zal later aan de orde komen. Het voorzitterschap
heeft waardering uitgesproken voor de constructieve houding van de lidstaten.
Tijdens de Raad heeft Nederland aangegeven de voorliggende tekst te steunen. Hierbij
heeft Nederland het belang van artistieke en redactionele vrijheid benadrukt. Nederland
ziet in de samenvoeging van de huidige programma’s Creative Europe en CERV kansen
voor synergie tussen projecten op het gebied van cultuur, media en mensenrechten.
Verder heeft Nederland dankbaarheid uitgesproken voor het opnemen van een Programma
Comité en nationale desks in de oriëntatie, en het belang onderstreept van een tekst
die recht doet aan de bescherming van de fundamentele rechten van diverse groepen
in de samenleving. Tenslotte heeft Nederland aangegeven voorstander te zijn van een
adequate financiële verdeling tussen de programmaonderdelen van AgoraEU, zijnde Media
Plus (AV, film en journalistiek), Cultuur Plus (grensoverschrijdende culturele creatie
en samenwerking) en Cerv (democratie en mensenrechten). Derhalve is er gepleit voor
een schot in het Media Plus-deeltussen het onderdeel Audiovisueel en Film en het onderdeel
Nieuwsmedia en Journalistiek en is er ook gepleit voor een apart onderdeel voor de
financiering van cross-sectorale projecten.
In de Raad is overeenstemming bereikt over de gedeeltelijke algemene oriëntatie. Veel
lidstaten zijn tevreden met het Raadsvoorstel. Hierbij werden verschillende onderdelen
uitgelicht. Overeenkomend met het Nederlandse standpunt gaven diverse lidstaten aan
voorstander te zijn van een verdeling tussen de verschillende delen van AgoraEU, waaronder
een verdeling binnen het Media Plus-onderdeel. Veel lidstaten achtten dit nodig om
de voorspelbaarheid van financiering te waarborgen aangezien het om veel verschillende
sectoren gaat. Daarnaast waren lidstaten tevreden dat verschillende vormen van bestrijding
van racisme en andere vormen van discriminatie in de tekst worden benoemd.
Beleidsdebat over het Werkplan voor Cultuur (2027–2030)
Het Cypriotische voorzitterschap heeft in het kader van het aflopende Werkplan voor
cultuur (2024–2027) een beleidsdebat over het nieuwe Werkplan 2027–2030 geagendeerd.
Centraal hierin stond de vraag welke culturele onderwerpen de Raad tijdens de periode
2027–2030 moet prioriteren en welke specifieke acties de Raad kan ondernemen om deze
onderwerpen te bevorderen. Ierland heeft als aankomend voorzitter aangegeven de uitkomsten
van het debat mee te nemen in de verdere ontwikkeling van het Werkplan.
Nederland heeft specifiek aandacht gevraagd voor: artistieke en redactionele vrijheid
en de rol hiervan voor een weerbare democratische rechtsstaat en het beschermen van
cultureel erfgoed wanneer cultuur en erfgoed op zichzelf een doelwit zijn in gewapende
conflicten. Daarom heeft Nederland benadrukt dat we moeten zorgen voor weerbare culturele
en creatieve sectoren, waarbij er extra aandacht gaat naar cultuurbeoefening en -deelname.
Daarnaast heeft Nederland het belang van menselijke creativiteit in het tijdperk van
AI benadrukt. Tenslotte heeft Nederland aandacht gevraagd voor de rol van cultuur
voor de leefomgeving.
De inbreng van lidstaten betrof met name aandacht voor de (maatschappelijke) veerkracht
van de culturele en creatieve sectoren en de rol van cultuur in de democratie. In
het kader hiervan zien lidstaten onder andere de bescherming van erfgoed, het concurrentievermogen
van de culturele en creatieve sectoren en de bijdrage van sectoren aan concurrentievermogen
en de toegankelijkheid van cultuur, met name voor kinderen en jongeren, als belangrijke
thema’s. Daarnaast was er aandacht voor de werkomstandigheden van professionals in
de culturele en creatieve sectoren. Verschillende lidstaten pleitten voor een billijke
vergoeding voor het werk en vroegen aandacht voor het belang van auteursrechten en
artistieke en redactionele vrijheden in een tijd waarin AI zonder vergoeding werken
kopieert en de respectievelijke vrijheden onder druk staan. Tenslotte werd er genoemd
dat er in het Werkplan aandacht moet komen voor internationale culturele relaties.
AOB-punten
– Versterking van het onafhankelijke en pluralistische Europese medialandschap
– De noodzaak om het rechtskader van de EU inzake auteursrechten te beoordelen om rekening
te houden met ontwikkelingen op het vlak van AI.
– Internationale conferentie voor de wederopbouw van Oekraïne (25–26 juni in Gdańsk,
Polen).
– Terugkeer van Rusland naar de 61e internationale kunsttentoonstelling van de Biënnale
van Venetië: zorgen voor een gemeenschappelijke EU-aanpak.
– Werkprogramma van het aantredende voorzitterschap Ierland.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap