Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 31 augustus en 1 september 2026
2026D38738 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Defensie hebben de onderstaande fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Defensie over Raad Buitenlandse
Zaken Defensie van 31 augustus.
De voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De oorlog in Oekraïne laat zien dat militaire steun alleen vol te houden is als Europa
ook zijn eigen productiecapaciteit vergroot. Dat geldt in het bijzonder voor luchtverdediging
en munitie. Welke inzet kiest het kabinet om ervoor te zorgen dat de vrijgekomen middelen
niet alleen bijdragen aan de ondersteuning van Oekraïne op korte termijn, maar ook
aan een structurele versterking van de Europese defensie-industrie? Welke rol ziet
de Minister daarbij voor Nederland om samen met andere lidstaten het initiatief te
nemen, zo vragen de leden van de D66-fractie.
De Europese Commissie zet met de nieuwe dronedeal een belangrijke stap om de samenwerking
met Oekraïne te versterken. Nederland vervult tegelijkertijd een leidende rol binnen
de Priority Capability Area voor drones en counterdrones. Hoe zorgt het kabinet ervoor
dat beide trajecten elkaar versterken in plaats van langs elkaar heen te werken? Zet
het kabinet zich ervoor in dat deze initiatieven samen worden gebracht tot één samenhangende
Europese aanpak op het gebied van drones en counterdrones?
De leden van de D66-fractie constateren dat na ruim vier jaar oorlog ook de ondersteuningsbehoefte
van Oekraïne verandert. De volgende fase van EUMAM vraagt daarom niet alleen om training,
maar ook om het beter benutten van de kennis en ervaring die in Oekraïne zelf is opgebouwd.
Wat is de inzet van dit kabinet bij de strategische herziening van EUMAM? Is het mogelijk
om Oekraïense instructeurs en trainingsfaciliteiten een grotere rol te geven, zodat
de missie beter aansluit bij de operationele behoeften van Oekraïne én Europese krijgsmachten
sneller kunnen leren van de ervaringen uit Oekraïne?
De oorlog in Oekraïne laat zien hoe snel nieuwe technologieën zich ontwikkelen en
direct worden toegepast op het slagveld. Europa kan daar veel van leren, juist ook
bij de verdere ontwikkeling van de eigen defensie-industrie. Hoe wordt ervoor gezorgd
dat innovaties uit Oekraïne sneller worden vertaald naar de verdere ontwikkeling van
Europese krijgsmachten? En hoe zorgt het kabinet ervoor dat de samenwerking tussen
de Oekraïense en Europese defensie-industrie verder wordt versterkt?
De oorlog in Oekraïne laat volgens de leden van de D66-fractie duidelijk zien dat
ruimtecapaciteiten een randvoorwaarde zijn geworden voor moderne militaire operaties.
Europa investeert fors, maar veel investeringen vinden nog steeds nationaal plaats.
Daardoor dreigt versnippering, terwijl juist meer samenhang nodig is. Waar ziet het
kabinet de grootste Europese capability gaps in het ruimtedomein? En welke keuzes zijn volgens het kabinet nodig om te komen tot
gezamenlijke Europese ruimtecapaciteiten, in plaats van een verzameling nationale
initiatieven?
Hoe zorgt het kabinet ervoor dat de missie in Libanon vanaf het begin onderdeel is
van een bredere Europese inzet, waarin veiligheid, diplomatie, hervormingen en de
versterking van de Libanese instituties elkaar versterken? Nederland benadrukt terecht
dat een toekomstige missie realistisch moet zijn. Juist daarom is het belangrijk vooraf
duidelijke keuzes te maken over het mandaat, de beschikbare capaciteit en de voorwaarden
voor een verantwoorde beëindiging van de missie. Welke taken ziet het kabinet nadrukkelijk
als onderdeel van de missie en welke juist niet? En welke voorwaarden moeten volgens
het kabinet zijn vervuld voordat de missie verantwoord kan worden afgebouwd, zo vragen
de leden van de D66-fractie.
Verder blijft Europa volgens de leden van de D66-fractie voor een aantal cruciale
ruimtecapaciteiten afhankelijk van derde landen (landen buiten Europa). In de huidige
geopolitieke context is dat niet alleen een technologische, maar ook een strategische
kwetsbaarheid. Het is van groot belang deze afhankelijkheden te verkleinen. Wat is
de inzet hierop vanuit het kabinet en erkent de Minister dat hierin meer inzet getoond
moet worden? Welke rol ziet het kabinet voor Nederland om samen met Europese partners
de ontwikkeling van deze capaciteiten te versnellen? Welke ruimtecapaciteiten verdienen
volgens het kabinet de hoogste prioriteit om deze afhankelijkheden te verkleinen?
Denkt het kabinet daarbij ook aan Space Situational Awareness, Positioning, Navigation and Timing en veilige satellietcommunicatie?
De Europese ruimtestrategie ligt er inmiddels enkele jaren. De uitdaging is niet langer
om nieuwe ambities te formuleren, maar om die ook gezamenlijk te realiseren. Welke
concrete voorstellen wil het kabinet tijdens deze Raad doen om de uitvoering van de
Europese ruimtestrategie te versnellen? En hoe zorgen we ervoor dat samenwerking tussen
de EU, ESA en de NAVO daadwerkelijk leidt tot gezamenlijke ontwikkelingen en investeringen,
minder versnippering en meer Europese slagkracht, zo vragen de leden van de D66-fractie.
De oorlog in het Midden-Oosten laat opnieuw zien hoe kwetsbaar internationale handelsroutes
en kritieke maritieme infrastructuur zijn. Vrije doorvaart is daarmee niet alleen
een economisch belang, maar ook een strategisch veiligheidsbelang. Tegelijkertijd
is het Europa voor de zomer niet gelukt om gezamenlijk op te trekken in de Straat
van Hormuz. Dat onderstreept dat Europa sneller en eensgezinder moet kunnen optreden
wanneer onze gezamenlijke veiligheidsbelangen onder druk staan. Wat is de inzet van
het kabinet om maritieme veiligheid een stevigere plaats te geven binnen het Europese
veiligheidsbeleid, zo vragen de leden van de D66-fractie.
De ontwikkelingen in de Golfregio laten zien dat Europese veiligheid niet los kan
worden gezien van de veiligheid in omliggende regio’s. Samenwerking binnen de EU blijft
essentieel, maar vraagt ook om sterke partnerschappen met landen die een sleutelrol
spelen bij de bescherming van belangrijke strategische vaarroutes. Welke mogelijkheden
ziet het kabinet om de samenwerking met partners in de Golfregio verder te verdiepen,
bijvoorbeeld op het gebied van Maritime Domain Awareness, bescherming van kritieke infrastructuur en informatie-uitwisseling? Ziet het kabinet
daarbij een rol voor Nederland om binnen Europa het initiatief te nemen bij het versterken
van deze strategische partnerschappen?
Het is goed dat het kabinet stappen zet om de mogelijkheden om op te treden tegen
de Russische schaduwvloot uit te breiden. De aangekondigde wetswijziging is daarbij
een belangrijke stap. Maar de praktijk laat zien dat een effectieve aanpak alleen
mogelijk is als lidstaten gezamenlijk optrekken. Kan de Minister bevestigen dat Nederland
tijdens deze Raad zal aandringen op een gezamenlijke Europese aanpak van de Russische
schaduwvloot? Welke aanvullende afspraken zijn volgens het kabinet nodig om de samenwerking
en handhaving tussen lidstaten verder te versterken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 31 augustus. Wel hebben deze leden nog enkele
vragen.
Oekraïne en luchtverdediging
De leden van de PVV-fractie constateren dat er een groot tekort is aan Patriot-interceptoren
en dat wordt gekeken naar versnelde productie in Europa. Nederland neemt inmiddels
het voortouw bij de oprichting van een Europese onderhoudsfaciliteit voor PAC-3-raketten.
Waarom blijft het bij onderhoud en zet de Minister niet concreet in op het onder licentie
produceren van Patriot-interceptoren in Nederland? Is de Minister bereid zich hiervoor
actief in te zetten bij de Verenigde Staten en de producent? Zo nee, waarom niet?
Welke belemmeringen staan productie in Nederland momenteel in de weg?
Kan de Minister daarnaast garanderen dat Nederland geen essentiële luchtverdedigingsmiddelen
levert indien dit ten koste gaat van de operationele gereedheid van onze krijgsmacht
of onze NAVO-verplichtingen?
De leden van de PVV-fractie lezen dat na het opheffen van de Hongaarse blokkade 6,6 miljard
euro uit de Europese Vredesfaciliteit beschikbaar is gekomen en dat Nederland pleit
voor een combinatie van compensatie voor eerdere steun, nieuwe steun en financiering
van de EU-trainingsmissie. Is de Minister het met de leden van de PVV-fractie eens dat Nederland, gelet
op de omvangrijke militaire steun die ons land reeds heeft geleverd, maximaal moet
inzetten op compensatie voor reeds geleverd Nederlands materieel? Zo nee, waarom niet?
Welk bedrag verwacht Nederland via deze weg terug te kunnen ontvangen?
Steun aan Oekraïne
De leden van de PVV-fractie lezen dat wordt gesproken over de verdere invulling van
de Ukraine Support Loan van 90 miljard euro, waarvan 60 miljard euro is bestemd voor
militaire steun. Kan de Minister aangeven welk aandeel Nederland in deze lening draagt,
welke financiële verplichtingen en risico’s hieruit voor Nederland voortvloeien en
wat de maximale financiële blootstelling van Nederland is? Kan Nederland als gevolg
van toekomstige besluiten met aanvullende financiële verplichtingen worden geconfronteerd?
Welke zeggenschap heeft Nederland over de besteding van deze miljarden?
Nederland behoort al jaren tot de landen die relatief veel steun aan Oekraïne leveren.
Wat gaat de Minister concreet doen om ervoor te zorgen dat landen die tot nu toe minder
hebben bijgedragen een groter deel van de steun voor hun rekening nemen? Welke landen
gaat de Minister hier specifiek op aanspreken? Is de Minister bereid erop in te zetten
dat andere landen hun bijdrage substantieel verhogen, zodat Nederland zijn eigen financiële
en militaire steun aan Oekraïne substantieel kan afbouwen en deze middelen weer aan
Nederland en de Nederlanders kunnen worden besteed? Zo nee, waarom niet?
Drones en Nederlandse defensie-industrie
De Europese Commissie stelt 1 miljard euro beschikbaar voor een dronedeal met Oekraïne
en bekijkt daarnaast of tot 10 miljard euro aan ongebruikte SAFE-middelen voor drones
kan worden ingezet. Hoe verhoudt deze dronedeal zich tot de reeds bestaande Priority
Capability Area voor drones en counterdronesystemen, die mede door Nederland wordt
geleid? Waarom is hiervoor een nieuw Europees initiatief noodzakelijk? Kan de Minister
aangeven in hoeverre Nederlandse defensiebedrijven van deze investeringen zullen profiteren?
Europese defensie
De leden van de PVV-fractie constateren dat de Europese Unie zich op steeds meer onderdelen
van het defensiebeleid begeeft, waaronder veiligheid en defensie in de ruimte. De
leden van de PVV zijn geen voorstander van verdere defensiesamenwerking vanuit de
Europese Unie. Deelt de Minister de mening dat de NAVO de hoeksteen van onze collectieve
verdediging is en moet blijven en dat deze rol niet door de Europese Unie mag worden
overgenomen, beperkt of gedupliceerd? Kan de Minister uitsluiten dat Nederland instemt
met verdere overdracht van nationale defensiebevoegdheden aan de EU en met stappen
richting een Europees leger of andere zelfstandige Europese militaire structuren?
Zo nee, waarom niet?
Libanon
De leden van de PVV-fractie lezen dat het kabinet een nieuwe driejarige EU-missie
in Libanon steunt, terwijl tegelijkertijd wordt gesproken over de noodzaak van een
realistische scope, exitstrategie en capaciteit. Waarom steunt het kabinet deze missie
al terwijl hierover kennelijk nog vragen bestaan? Voorziet de Minister Nederlandse
deelname aan deze missie? Zo ja, in welke vorm en tegen welke geraamde kosten?
De missie moet mede bijdragen aan het verzwakken van Hezbollah, terwijl de EU tevens
100 miljoen euro beschikbaar stelt voor het Libanese leger. Welke garanties bestaan
er dat Europees geld, materieel of training niet direct of indirect bij Hezbollah
terechtkomt? Is de volledige vernietiging en/of ontwapening van Hezbollah voor het
kabinet een doelstelling van de Europese betrokkenheid in Libanon? Zo nee, waarom
niet?
Straat van Hormuz
De leden van de PVV-fractie lezen dat geen overeenstemming is bereikt over inzet van
EU-operatie Aspides in de Straat van Hormuz, terwijl onder leiding van Frankrijk en
het Verenigd Koninkrijk al een multinationale militaire missie wordt voorbereid waaraan
Nederland bijdraagt. Welke meerwaarde heeft inzet van Aspides daarnaast nog? Ligt
uitbreiding van het mandaat van Aspides voor het kabinet nog op tafel? Zo ja, waarom
en onder welke voorwaarden?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie van 31 augustus en 1 september 2026. Deze
leden hebben hierover enkele vragen.
Steun aan Oekraïne
De leden van de CDA-fractie lezen dat de toekomst van EUMAM Oekraïne wordt besproken.
Welke aanpassingen van het mandaat of de werkwijze van EUMAM acht het kabinet nodig
om beter aan te sluiten bij de actuele behoeften van de Oekraïense krijgsmacht? Kan
het kabinet daarbij ingaan op de schaal, snelheid en locatie van de trainingen? De
leden van de CDA-fractie vragen tevens of hierbij ook nog de mogelijkheid wordt besproken
Oekraïense militairen binnen Oekraïne zelf te trainen.
De leden van de CDA-fractie steunen de inzet van het kabinet voor een eerlijke verdeling
van de lasten tussen Europese lidstaten. Tijdens de vorige informele RBZ Defensie
benadrukte Nederland al dat Europese steun de bilaterale militaire steun van lidstaten
niet mag vervangen. Kan het kabinet aangeven op welke wijze het landen die relatief
weinig bilaterale steun leveren hier concreet op wil aanspreken?
Tot slot onderschrijven deze leden dat naast militaire steun ook de druk op Rusland
verder moet worden opgevoerd. Zij vragen welke aanvullende sanctiemaatregelen het
kabinet nu als meest kansrijk en effectief beschouwt. Klopt het dat de Hoge vertegenwoordiger
voor het buitenlandse beleid van de Europese Unie, Kaja Kallas, voor heeft gesteld
het aantal gesanctioneerde Russische entiteiten met een volgend Europees sanctiepakket
met een derde te willen laten stijgen? Wanneer komt dit voorstel voor formele besluitvorming
voor te liggen?
Ruimte in het veiligheids- en defensiedomein
Tijdens de informele RBZ zal worden besproken welke ruimtecapaciteiten de EU-lidstaten
nodig hebben om een internationale macht in het ruimtedomein te zijn. De leden van
de CDA-fractie vragen welke kansen het kabinet hierbij ziet voor de Nederlandse ruimtevaart-,
defensie- en technologiesector. Hoe wordt ervoor gezorgd dat Nederlandse innovatieve
bedrijven en kennisinstellingen een volwaardige rol kunnen spelen bij de ontwikkeling
van nieuwe Europese militaire ruimtecapaciteiten?
Libanon en maritieme veiligheid
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland het opstarten van een nieuwe EU-missie
in Libanon steunt, bestaande uit zowel een militaire als een civiele pijler. Deze
leden begrijpen het belang van stabiliteit in Libanon, maar hechten er wel aan dat
bij een nieuwe internationale missie vooraf duidelijk is wat het doel is, welke middelen
daarvoor nodig zijn en wanneer een missie geslaagd is. Deze leden vragen daarom of
het kabinet daarom nader kan uiteenzetten wat het beoogde mandaat en de concrete doelstellingen
van deze EU-missie zouden moeten zijn. Welke taken worden voorzien voor het militaire
deel van de missie en welke voor het civiele deel?
Om de dreigingen van de Russische schaduwvloot adequaat aan te pakken, verwelkomt
Nederland dat lidstaten zoeken naar versterkte handhavingsmogelijkheden, onder meer
via aanpassing van nationale wetgeving. De leden van de CDA-fractie vragen of het
kabinet aan kan geven of naast aanpassing van Nederlandse wetgeving ook wordt gewerkt
aan een gezamenlijke Europese aanpak voor controle, handhaving en informatie-uitwisseling
rond de Russische schaduwvloot. Welke verdere mogelijkheden ziet het kabinet om binnen
het internationaal recht de kosten en risico’s voor schepen uit de Russische schaduwvloot
daadwerkelijk te verhogen? Hoe wordt daarbij samengewerkt met de NAVO, mede met het
oog op de bescherming van kritieke infrastructuur op de Noordzee?
Overig
Onlangs is bekendgemaakt dat er een Europees politiek akkoord is gesloten over de
zogeheten defensie omnibus. De leden van de CDA-fractie vragen wat momenteel de status
van deze omnibus is, en wanneer de Kamer over de precieze afspraken wordt geïnformeerd.
De leden van de CDA-fractie vragen ten slotte wat de belangrijkste mijlpalen zijn
voor de komende twaalf maanden als het gaat om de uitbreiding van de Europese defensie-industrie.
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.