Brief regering : Uitvoering van de motie van het lid Sjoerdsma c.s. over het lokaal bekend stellen van het NIMH-overzicht en het in behandeling nemen van claims van slachtoffers van martelingen en verkrachtingen (Kamerstuk 26049-101)
26 049 Indonesië
Nr. 126
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 augustus 2026
Hierbij informeer ik u, mede namens de Minister van Defensie, over de uitvoering van
de motie Sjoerdsma c.s. over het lokaal bekend stellen van het overzicht van het Nederlands
Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het in behandeling nemen van claims van
slachtoffers van martelingen en verkrachtingen.1 Deze brief volgt op de voortgangsbrieven d.d. 29 december 2023 en 17 juni 2025.2
Zoals in de brief van 17 juni 2025 is omschreven, voert het NIMH historisch verificatieonderzoek
uit in het kader van de schadevergoedingsregeling voor weduwen en kinderen van personen
in Nederlands-Indië/Indonesië die in de periode 1945–1949 zonder vorm van proces zijn
geëxecuteerd door Nederlandse militairen. Tijdens deze verificatieonderzoeken is het
NIMH namen tegengekomen van mogelijke andere slachtoffers van standrechtelijke executies
en van andere soorten geweld, waaronder seksueel geweld, mishandeling en marteling.
Die namen heeft het NIMH verzameld in een overzicht dat niet is gepubliceerd maar
wel ter inzage beschikbaar is.
In de bovengenoemde motie is het kabinet verzocht dit gegevensoverzicht «proactief lokaal bekend te stellen... binnen de juridische kaders zoals de privacywetgeving».
Het kabinet heeft eerder met uw Kamer het voornemen gedeeld om het gegevensoverzicht
te verstrekken aan een Indonesische stichting die als doel heeft de schadevergoedingsregeling
onder nabestaanden breder bekend te stellen en, voor zover door betrokkenen gewenst,
te ondersteunen bij het indienen van een schadeclaim. Deze persoonlijke en lokale
aanpak houdt rekening met het feit dat brede publicatie in strijd zou zijn met de
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de beperkte digitale bereikbaarheid
van de (hoog)bejaarde nabestaanden van de slachtoffers en de verwachting dat dit voor
betrokkenen een emotioneel beladen onderwerp is.
Om de verstrekking binnen de juridische kaders mogelijk te maken is naast de Data Transfer Impact Assessment (DTIA) ook een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uitgevoerd en vastgesteld. Naar aanleiding van de DPIA zijn verdere maatregelen
genomen om privacy risico’s voor betrokkenen tot een aanvaardbaar niveau te reduceren,
zoals:
– Splitsing van de te verstrekken lijst in overleden en mogelijk nog levende betrokkenen;
– Onderlinge afspraken tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie
van Defensie over de gegevensverwerkingen;
– Het afsluiten van standaardcontractclausules met de Indonesische stichting.
Het gegevensoverzicht, opgedeeld in gegevens van overleden en mogelijk nog levende
slachtoffers van dodelijk en niet-dodelijk geweld, is inmiddels verstrekt aan de Indonesische
stichting. Met behulp van een financiële bijdrage van het Ministerie van Buitenlandse
Zaken heeft de stichting verschillende locaties in Indonesië bezocht waar zich mogelijk
nog slachtoffers en/of nabestaanden van slachtoffers bevinden.
Het aantal nieuwe claims dat in 2024 en 2025 is ingediend is gestegen ten opzichte
van de periode 2022–2023. Met het oog op de stijging van het aantal ingediende claims
en mogelijk verdere toename voortvloeiend uit de verstrekking van het gegevensoverzicht,
is de personele capaciteit voor het door het NIMH uitgevoerde verificatieonderzoek
het afgelopen jaar versterkt.
Zoals vermeld in de brieven van 29 december 2023 en 17 juni 2025 zullen individuele
claims van slachtoffers van marteling en verkrachting worden behandeld en beoordeeld
met inachtneming van de eerdere rechterlijke uitspraken op dit punt. Dergelijke claims
zijn tot op heden niet ontvangen.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken