Lijst van vragen : Lijst van vragen over nieuwe besluiten luchthavens Eindhoven, Rotterdam The Hague en Lelystad (Kamerstuk 31936-1298)
2026D36992 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over zijn brief
houdende de Nieuwe besluiten luchthavens Eindhoven, Rotterdam The Hague en Lelystad (Kamerstuk
31 936, nr. 1298).
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie,
Meedendorp
Nr
Vraag
1
Kan er worden toegelicht op basis van welke juridische uitgangspunten de emissieplafonds
voor Eindhoven Airport, Rotterdam The Hague Airport en Lelystad Airport voor de jaren
2026 en 2027 zijn vastgesteld? Op welke wijze sluiten deze plafonds aan bij de recente
jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak, waaronder de Rendac-uitspraak?
2
Op welke wijze worden de emissieplafonds jaarlijks gemonitord? Welke methodiek wordt
daarbij gehanteerd en hoe wordt de juistheid van de gerapporteerde emissies geborgd?
3
Welke concrete stappen zijn nog noodzakelijk, voordat voor Eindhoven Airport, Rotterdam
The Hague Airport en Lelystad Airport weer natuurvergunningen kunnen worden verleend?
Welke rol speelt het aangekondigde stikstofpakket daarbij?
4
Waarom is ervoor gekozen om voor Lelystad Airport naast een NOx-emissieplafond tevens
een maximum van 97 vliegbewegingen met grote vliegtuigen vast te stellen? Op welke
wijze is dit maximum bepaald?
5
Voor welke periode gelden de in deze brief aangekondigde emissieplafonds en onder
welke voorwaarden zullen deze worden vervangen door definitieve natuurvergunningen
of andere besluiten?
6
Klopt het dat de luchthavens nu geen vergunning hebben en daarmee ook geen recht om
stikstof uit te stoten, maar wel stikstof mogen uitstoten mits de hoogte van de uitstoot
onder het vastgestelde emissieplafond blijft?
7
Wat is de juridische basis waarop deze luchthavens nog kunnen opereren zonder natuurvergunning?
8
Wat is de juridische basis voor het vaststellen van deze emissieplafonds en wat is
de wetenschappelijke onderbouwing van de hoogte ervan? Is een besluit op een bezwaarschrift
hetzelfde als een vergunning?
9
Hoe verhouden deze besluiten zich tot de plicht van de overheid om verslechtering
van Natura 2000-gebieden te voorkomen?
10
Hoe zijn de emissieplafonds voor alle drie de luchthavens berekend?
11
Zijn de effecten van de depositie als gevolg van deze plafonds getoetst aan de natuurwaarden
en instandhoudingsverplichtingen?
12
Wat betekenen de emissieplafonds in de praktijk voor het toegestane aantal vluchten
per luchthaven? Moeten de luchthavens krimpen of kunnen ze juist groeien onder deze
plafonds?
13
Welke uitgangsdata zijn gebruikt, oftewel welke modellen, welke aannames en welke
onzekerheidsmarges, bij het vaststellen van de emissieplafonds?
14
Welke (langetermijn)rechten kunnen de luchthavens ontlenen aan deze gedoogbeschikkingen?
Is dit een precedent voor andere bedrijven waarvan de vergunning is of wordt vernietigd?
15
Als intern salderen geen basis biedt voor handhaving, op welke grondslag kan dan wél
een last onder dwangsom worden opgelegd bij overschrijding van de plafonds?
16
Tot wanneer zijn deze besluiten uiterlijk geldig?
17
Wie is volgens u verantwoordelijk voor de door u aangeduide «ingewikkelde juridische
situatie»?
18
Waarom is de luchtvaart uitgesloten van de nieuwe stikstofplannen van het kabinet
en hoe draagt dit bij aan het oplossen van de huidige illegale en «juridisch ingewikkelde»
situatie?
19
Wat is het effect van het gepresenteerde stikstofpakket op de stikstofuitstoot van
de luchthavens?
20
Verwacht u dat het nieuwe stikstofpakket van het kabinet, waarbij alle sectoren behalve
de luchtvaart maatregelen moeten nemen, dermate voldoende effect heeft in 2027 dat
ook de luchthavens in 2028 weer een vergunning kunnen krijgen? En verwacht u dan dat
daarbij evenveel, meer of minder emissies vergund kunnen worden?
21
Is bij het vaststellen van de emissieplafonds rekening gehouden met het feit dat moderne
zuinige vliegtuigen fors meer stikstof uitstoten?
22
Is bij deze besluiten alleen gekeken naar de vliegtuigemissies of naar alle emissies
die verband houden met het vliegveld, zoals grondverkeer en regulier wegverkeer van
en naar de vliegvelden?
23
Welke andere bedrijven hebben ooit een vergelijkbare gedoogregeling gekregen als besluit
op een handhavingsverzoek na vernietiging door de rechter?
24
Waarom gelden de emissieplafonds tot 2028?
25
Wat gebeurt er in 2028 als de luchthavens tegen die tijd nog geen geldige natuurvergunningen
hebben?
26
Waarom krijgt Lelystad Airport naast een emissieplafond ook een plafond voor het aantal
vliegbewegingen?
27
Hoe is de hoogte van het vliegbewegingplafond voor Lelystad Airport bepaald?
28
Op welke wijze gaan de luchthavens de monitoring uitvoeren?
29
Hoe lang zijn de te verwachten hersteltermijnen, indien er wordt overgegaan op een
last onder dwangsom?
30
Hoe hoog zijn de te verwachten dwangsombedragen, indien er wordt overgegaan op een
last onder dwangsom?
31
Hoe ziet het pad richting het verkrijgen van een natuurvergunning eruit voor de drie
luchthavens?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
M. Meedendorp, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.