Brief regering : Afgifte vergunning voor export militair materieel naar Marokko
22 054 Wapenexportbeleid
Nr. 489
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN
BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 juli 2026
Conform het op 10 juni 2011 per brief gemelde aangescherpte wapenexportbeleid (Kamerstuk
2010–2011, 22 054, nr. 165) en de motie van het lid El Fassed c.s. van 22 december 2011 over verlaging van de
drempelwaarde voor de versnelde parlementaire controle bij specifieke wapenexportaanvragen
naar € 2.000.000,– (Kamerstuk 2011–2012, 22 054, nr. 181), ontvangt uw Kamer onderstaande informatie over een door Nederland afgegeven vergunning
ter waarde van € 13.000.000,– voor de uitvoer van militair materieel naar Marokko.
Een Nederlands bedrijf heeft onlangs een exportvergunning verkregen voor de uitvoer
van een onbemand oppervlakteschip, inclusief bijbehorende sensoren, besturingssystemen,
reserveonderdelen, training en technische ondersteuning. De eindgebruiker van de goederen
is de Marokkaanse marine t.b.v. missies voor onderzeeboot- en mijnenbestrijding.
De aanvraag is getoetst aan de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt
inzake wapenexport (EUGS).1 Deze toetsing, waarvan de essentie ten aanzien van het meest relevante criterium
hieronder wordt weergegeven, leidde tot het afgeven van de vergunning op basis van
de volgende argumenten:
Regionale stabiliteit (CR4)
Marokko geldt voor Nederland als een stabiele en strategische veiligheidspartner in
een instabiele regio. Mede gelet op de geografische ligging aan de zuidgrens van de
Europese Unie heeft Nederland belang bij een stabiel, betrouwbaar en weerbaar Marokko.
Daarbij speelt Marokko een belangrijke rol bij het tegengaan van ongereguleerde migratie
op de route tussen West-Afrika en de Canarische Eilanden. De betreffende schepen zijn
hiervoor niet inzetbaar.
De Westelijke Sahara is een niet-zichzelf besturend gebied waarvan de definitieve
status dient te worden vastgesteld in het kader van een door de Verenigde Naties geleid
politiek proces. Marokko oefent feitelijk gezag uit in de Westelijke Sahara, onder
meer door de aanwezigheid van de Marokkaanse krijgsmacht en marine activiteiten in
de territoriale wateren van het gebied. Hoewel deze activiteiten plaatsvinden in een
gebied waarvan de internationale status wordt betwist, vormen zij op zichzelf geen
aanwijzing dat de onderhavige goederen zullen worden ingezet voor agressie jegens
een andere staat of voor het met kracht bijzetten van territoriale aanspraken.
De aanvraag betreft twee autonoom onbemande oppervlakteschepen waarmee de operationele
maritieme capaciteiten van de Marokkaanse marine worden versterkt. Deze schepen zijn
primair ontworpen voor defensieve maritieme taken. Eventuele bewapening dient slechts
ter bescherming van het platform en de uitvoering van onderzeeboot- en mijnenbestrijding.
Daarnaast zijn de schepen missiespecifiek geconfigureerd en niet zonder ingrijpende
aanpassingen inzetbaar voor andere taken. Gezien de stabiele veiligheidssituatie en
het feit dat confrontaties met de onafhankelijkheidsbeweging Front Polisario beperkt
blijven tot kleinschalige schermutselingen landinwaarts, is inzet in dat conflict
ook niet aannemelijk.
Gelet op de aard en beoogde inzet van de goederen, de afwezigheid van een interstatelijk
maritiem conflict, het ontbreken van concurrerende territoriale aanspraken van andere
staten en het feit dat de resterende confrontaties met het Front Polisario zich beperken
tot landoperaties zonder maritieme component, bestaat geen duidelijk risico dat de
goederen zullen worden gebruikt voor agressie jegens een andere staat of voor het
met kracht bijzetten van territoriale aanspraken. Toetsing aan criterium 4 is derhalve
positief.
Ten aanzien van de overige zeven criteria gelden geen bijzonderheden; ook deze zijn
positief getoetst.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken