Brief regering : Kabinetsreactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe (SvGND)
35 561 Parlementaire enquête aardgaswinning in Groningen
Nr. 78
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2026
Sinds 2023 werkt het kabinet met Nij Begun aan een betere schadeafhandeling en versterking en aan nieuw toekomstperspectief
voor Groningen en Noord-Drenthe.1 Elk jaar maken onafhankelijke onderzoekers de balans op in de Staat van Groningen
& Noord-Drenthe (hierna: SvGND). Op 11 mei jl. is de SvGND 2026 gepresenteerd in Hoogezand.
Daarover is uw Kamer eerder geïnformeerd.2 Hierbij ontvangt uw Kamer, namens het kabinet, de toegezegde reactie op de SvGND.
De afgelopen weken heeft het kabinet samen met regeringscommissaris Henk Nijboer en
medewerkers gesprekken gevoerd met bewoners, maatschappelijke organisaties, jongeren
en bestuurders over de inhoud van de SvGND. Op dorpspleinen, markten en in winkelcentra
in Loppersum, Delfzijl, Appingedam, Winschoten, Veendam, Paterswolde, Winsum, Uithuizen
en Ten Boer vertelden ruim 150 bewoners over hun ervaringen met de schadeafhandeling,
versterking en verduurzaming, hoe het gaat met hun regio én welke wensen en zorgen
ze hebben. In Groningen lieten jongeren weten hoe zij aankijken tegen de toekomst
en wat zij hiervoor van de overheid verwachten. Zo gaven zij aan behoefte te hebben
aan ontmoetingsplekken, buurtactiviteiten en aandacht voor hun mentale gezondheid.
In Garmerwolde riepen de maatschappelijke organisaties op om vooral oog te blijven
houden voor de zwaarst gedupeerden; en in het provinciehuis in Groningen benadrukten
de regionale bestuurders welke ambities en verwachtingen zíj hebben voor de toekomst.
De medeoverheden hebben ook een schriftelijke reactie gegeven op de SvGND; deze is
opgenomen als bijlage 3 bij deze brief. Daarnaast hebben het Adviescollege Veiligheid
Groningen (hierna: ACVG) en het Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) schriftelijke
reacties gegeven. Deze reacties zijn respectievelijk opgenomen als bijlagen 4 en 5
bij deze kabinetsreactie. Tot slot reageert het kabinet met deze kabinetsreactie op
verzoek van de vaste Kamercommissie voor Klimaat en Groene Groei op de recente publicaties
van Gronings Perspectief over de psychosociale impact van de gaswinningsproblematiek.
Deze publicaties zijn als bijlage 9, 10 en 11 toegevoegd aan deze brief.
Alle partijen onderschrijven de belangrijkste conclusie van de onderzoekers: er is
nog veel te doen. Tegelijkertijd maakten de gesprekken in de regio ook duidelijk dat
er veel veerkracht, energie en motivatie is om een succes te maken van Nij Begun.
Veel mensen willen niets liever dan vóóruit. Een voortvarende schadeafhandeling en
versterking is daarvoor een randvoorwaarde. Want we hoorden ook: mensen kunnen pas
vooruitkijken als zij de gevolgen van de gaswinning definitief achter zich hebben
kunnen laten. De maatschappelijke en politieke discussies over het mogelijk hervatten
van de gaswinning uit het Groningenveld hebben tot nieuwe onrust en vragen geleid.
De mensen in Groningen en Noord-Drenthe verdienen duidelijkheid en zekerheid, en een
overheid die woord houdt. Daarom is het hervatten van de gaswinning uit het Groningenveld
voor het kabinet uitgesloten.
De SvGND van dit jaar is de tweede editie in een reeks die 30 jaar moet gaan beslaan.
Het rapport kijkt terug op de voortgang van de schadeafhandeling, versterking en verduurzaming
in 2025. Daarnaast beschrijft de SvGND het niveau van brede welvaart in 2024, het
meest recente jaar waarover ten tijde van het onderzoek cijfers beschikbaar waren.
Afgelopen jaar zijn de Sociale en Economische Agenda’s vastgesteld en is de uitvoering
deels gestart.3
4 Ook zijn in overleg met de medeoverheden, en met input van tal van experts en maatschappelijke
partijen, 40 indicatoren gekozen voor het meten van vooruitgang op het gebied van
brede welvaart. De cijfers in de SvGND van dit jaar laten de stand van zaken zien
op al deze indicatoren vóórdat de uitvoering van de Sociale en Economische Agenda’s
begon. Daarmee heeft de SvGND 2026 voor deze indicatoren het karakter van een 0-meting.
Deze kabinetsreactie is opgebouwd langs de vier hoofdthema’s die voor het kabinet
centraal staan bij de herstelopgave in Groningen en Noord-Drenthe:
1. Rechtdoen aan mensen
2. Een begrijpelijke, bereikbare en betrouwbare overheid zijn
3. De kracht van Groningen en Noord-Drenthe benutten en benadrukken
4. Bestuurlijke continuïteit waarborgen
Hierna volgt per thema een reflectie van het kabinet op de SvGND, de gevoerde gesprekken
en wat dit betekent voor de kabinetsaanpak in de komende periode.
1. Rechtdoen aan mensen
Cijfers uit de SvGND bevestigen dat het vertrouwen in de overheid van Groningers en
Noord-Drenten al lange tijd gemiddeld genomen lager is dan in de rest van Nederland.
Deze achterstand wordt vooralsnog niet ingelopen. Negatieve ervaringen met de schadeafhandeling
en versterking komen bovenop historische achterstanden en zetten het vertrouwen van
inwoners verder onder druk. Recente onderzoeken van de maatschappelijke organisaties
bevestigen dit. De drie gemeenten in de regio met het laagste vertrouwen in de overheid
liggen alle drie in het gebied waar zich nog steeds nieuwe bevingen voordoen.
Zeker in het gebied waar nog bevingen voorkomen, keert vertrouwen niet van de ene
op de andere dag terug. De mensen in Groningen en Noord-Drenthe die we spraken, zijn
hier ook duidelijk over: er is veel mis gegaan en de gevolgen van de gaswinning zijn
nog lang niet uitgewist. Daar komt nog bij, zo vertellen gedupeerden, dat de afhandeling
van schade, het versterken van woningen en de verschillende verduurzamingsregelingen
óók tijd en energie vragen. Telkens mensen over de vloer, overlast van werkzaamheden,
informatie over nieuwe regelingen opzoeken, de eigen woning of tuin soms niet kunnen
gebruiken en twijfel of de werkzaamheden wel op tijd en naar tevredenheid worden uitgevoerd.
Ook Gronings Perspectief wijst erop dat voor veel bewoners met name de versterking
van hun woning een lang, intensief en emotioneel belastend traject is.5 Dit alles doet een groot beroep op het geduld, de flexibiliteit en het incasseringsvermogen
van mensen. Dat vraagt om een overheid die hier recht aan doet. Een overheid die begrip
toont, mild is, en waar fouten worden gemaakt, dit erkent, rechtzet en hier proactief
over communiceert. Het recente ACVG-advies «Beoordeeld, maar vertrouwen onder druk»
over de kwaliteit van de beoordelingsrapporten maakt ook duidelijk dat signalen van
bewoners onvoldoende zijn gehoord. De Nationale ombudsman liet recent zien bij vier
onderzochte casussen dat er zaken niet goed zijn gegaan en dat het IMG en NCG deze
onvoldoende hebben geadresseerd.6 Het kabinet is het ermee eens dat dit moet verbeteren, en spreekt hier ook over met
de betrokken organisaties.
Toeristen uit andere delen van het land die we spraken in Loppersum en Delfzijl vertelden
dat zij zich niet eerder hadden gerealiseerd wat de impact van de versterking op dorpen
en wijken is: bijvoorbeeld de grootschalige locaties voor tijdelijke huisvesting in
weilanden en de karakteristieke gebouwen die nu in de steigers staan. In Ten Boer
vertelden mensen dat hun dorp al jaren op de schop is, met telkens wisselende wegafsluitingen,
bouwactiviteit en overlast als gevolg.
Recht doen aan mensen betekent daarom ook oog hebben voor wat de schadeafhandeling
en versterking met mensen doet. Dit vraagt om een overheid die dichtbij mensen staat,
die persoonlijk contact zoekt en waar nodig proactief handelt, bijvoorbeeld als mensen
het zelf even niet meer op kunnen brengen. Laagdrempelig contact is daarbij cruciaal.
Om deze reden is voor deze kabinetsreactie gesproken met bewoners uit verschillende
gemeenten. Het kabinet wil bovendien dat vertegenwoordigers van de Rijksoverheid,
van ambtenaar tot minister, zichtbaar en aanspreekbaar zijn. Onderdeel van de opdracht
van de regeringscommissaris is daarom om regelmatig in gesprek te gaan met Groningers
en Noord-Drenten, en in het bijzonder met jongeren. De regeringscommissaris zal bevorderen
dat inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en (mede)overheden zich gehoord
en gezien voelen, en dat hun stem doorklinkt in het beleid en in de uitvoering. U
vindt de uitgewerkte opdracht van de regeringscommissaris als bijlage 12 bij deze
brief.
Hiernaast betekent recht doen dat de overheid een helpende hand biedt aan mensen zodat
zij krijgen waar ze recht op hebben. We weten uit cijfers van het Instituut Mijnbouwschade
Groningen (hierna: IMG) dat er nog mensen zijn die waarschijnlijk wél recht hebben
op een schadevergoeding, maar deze om verschillende redenen nog niet hebben aangevraagd,
bijvoorbeeld vanwege onbekendheid, persoonlijke omstandigheden of eerdere negatieve
ervaringen. Het kabinet zet zich samen met het IMG ervoor in om deze zogenoemde «stille
gedupeerden» actief te benaderen. De Tweede Kamer heeft onlangs het PEGA-wetsvoorstel
aangenomen waarmee het IMG bewoners van wie het vermoedt dat zij schade hebben, maar
die nog geen vergoeding hebben aangevraagd, gericht kan benaderen. Dit wetsvoorstel
ligt inmiddels bij de Eerste Kamer voor ter behandeling. Het IMG treft momenteel de
nodige voorbereidingen om in het najaar van start te gaan met een pilot. Hierna zal
de werkwijze gefaseerd breder worden uitgerold.
Verder wil het kabinet met kosteloze rechtsbijstand drempels wegnemen voor bewoners
om hun recht te halen als zij het ergens niet mee eens zijn. Gratis rechtsbijstand
was al beschikbaar voor woningeigenaren, en wordt nu ook mogelijk voor huurders en
andere rechtmatige gebruikers die een besluit van de Nationaal Coördinator Groningen
(hierna: NCG) of het IMG hebben ontvangen. Denk aan een besluit over een immateriële
schadevergoeding of vergoeding voor zelf aangebrachte voorzieningen. Zo krijgen niet-eigenaren
dezelfde mogelijkheden als eigenaren om hulp te krijgen als zij het niet eens zijn
met een besluit van de overheid over de vergoeding die zij hebben aangevraagd.
Verduurzaming
Als onderdeel van de herstelaanpak zet het kabinet een extra stap op het gebied van
isolatie en ventilatie van woningen in Groningen en Noord-Drenthe. De regio kent op
dit moment nog relatief veel oudere, slecht geïsoleerde woningen, met als gevolg hoge
energielasten en relatief veel energiearmoede. De mensen die hebben geleden onder
de gaswinning, verdienen het om met voorrang te worden geholpen bij het verduurzamen
van hun huis. Hiervoor geldt een ambitieus einddoel: alle woningen (koop en huur)
in Groningen en Noord-Drenthe voldoen uiterlijk in 2035 aan de isolatiestandaard.
Concreet neemt het kabinet de volgende maatregelen op het gebied van verduurzaming:
• Versterking en verduurzaming door isolatie en ventilatie gelijktijdig uitvoeren. Als een woning nog versterkt moet worden, kunnen de eigenaren ervoor kiezen dat NCG
isolatie en ventilatie meeneemt in de plannen en werkzaamheden voor versterking. Het
huis wordt dan in één keer aangepakt en bewoners hebben niet twee keer last van (ingrijpende)
werkzaamheden.
• Subsidie voor isolatie- en ventilatiemaatregelen. In 2025 is een nieuwe subsidieregeling opengesteld voor eigenaren van woningen die
zijn gebouwd vóór 1 juli 2012 en nog niet aan de isolatiestandaard voldoen. In het
versterkingsgebied worden alle kosten voor isoleren tot de isolatiestandaard tot € 40.000
vergoed. Voor overige bewoners in de regio geldt een vergoeding van 50 procent van
de kosten tot maximaal € 20.000. Huishoudens met een inkomen tot circa 140 procent
van het sociaal minimum krijgen de kosten van isoleren tot de standaard tot € 40.000
vergoed, ook als zij buiten het versterkingsgebied in de provincie Groningen en Noord-Drenthe
wonen. Hiermee is uitwerking gegeven aan maatregel 29 uit Nij Begun. Recentelijk is
uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de isolatieaanpak in Groningen en Noord-Drenthe.7
• Op verzoek van de Tweede Kamer zijn andere bestaande subsidies voor verduurzaming verlengd. Kamerleden Bushoff (PRO) en Beckerman (SP) verzochten de regering het resterende
budget voor Groningen te behouden door bijvoorbeeld de waardevermeerderingsregeling
te verlengen.8 De regeling voor woningverbetering van € 10.000 is langer opengesteld, tot en met
20319. De waardevermeerderingsregeling is langer opengesteld, zodat aanvragen kunnen worden
ingediend binnen het budget dat na aflopen van de regeling eind vorig jaar nog over
was.
Vanwege de recente openstelling van de subsidieregeling voor isolatie en ventilatie
kan op dit moment nog geen uitspraak worden gedaan of de hoofddoelstelling op het
gebied van verduurzaming gehaald zal worden. De SvGND laat al wel zien dat op 31 december
2025 voor 1.866 woningen een gecombineerd isolatie- en versterkingstraject was gestart
of afgerond. Daarnaast laat de SvGND zien dat het energielabel van de woningvoorraad
van woningcorporaties in de hele regio verbetert. Ook hebben relatief veel inwoners
gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met terugwerkende kracht subsidie aan te vragen
voor isolatie- of ventilatiemaatregelen die zij hebben genomen sinds het verschijnen
van Nij Begun in april 2023.
Uit gesprekken met bewoners blijkt dat zij positief staan tegenover verduurzaming,
maar dat nog niet iedereen bekend is met de (nieuwe) regelingen voor isolatie en ventilatie.
Om die reden zetten de Rijksoverheid en gemeenten in op activatiecampagnes om meer
bekendheid over de regelingen te creëren. Daarnaast wijzen bewoners erop dat zij in
sommige gevallen graag zelf hun huis willen isoleren en dit niet via een bedrijf willen
uitbesteden. Binnen maatregel 29 uit Nij Begun bestaat om die reden een «doe-het-zelf-spoor»,
waarbij bewoners zelf isolatiewerkzaamheden uitvoeren en daar een vergoeding voor
ontvangen.
Naar schatting voldoen op dit moment zo’n 200.000 tot 250.000 woningen niet aan de
isolatiestandaard. Om in de toekomst een goed oordeel te kunnen vellen over het succes
van de verduurzamingsoperatie, wordt dit jaar de precieze omvang van de opgave in
kaart gebracht. Daarnaast wordt in de tweede helft van 2026 een evaluatie onder inwoners
uitgezet, om te beoordelen in hoeverre mensen tot op heden tevreden zijn over de regelingen.
2. Een begrijpelijke, bereikbare en betrouwbare overheid zijn
De Algemene Rekenkamer constateerde recent in zijn verantwoordingsonderzoek over 2025
dat er vooruitgang is bij de schadeafhandeling en versterkingsoperatie.10 De verbeteringen zijn echter nog niet voor iedereen merkbaar. De onderzoekers en
de maatschappelijke organisaties wijzen er terecht op dat met name de eenvoudige forfaitaire
regelingen positief worden gewaardeerd. Inwoners met meer ingrijpende of langdurige
trajecten, waaronder mensen in de versterking, blijven aanzienlijk minder tevreden
over het traject. Het blijft daarom cruciaal dat we juist voor de mensen nog niet
zijn geholpen, zorgen voor tastbare resultaten.
Ook de regionale overheden dringen er in hun reactie op aan om knelpunten met urgentie
op te lossen. Goede samenwerking tussen overheden, uitvoeringsorganisaties en andere
betrokken partijen is daarvoor noodzakelijk. Het is volkomen begrijpelijk dat bewoners
soms de weg kwijtraken tussen de verschillende organisaties waar zij terecht kunnen.
In de Agenda voor Herstel hebben de betrokken overheden en maatschappelijke organisaties
daarom afspraken gemaakt om samen te werken vanuit de één-overheid-gedachte. Iedere
organisatie houdt haar eigen verantwoordelijkheid, maar gezamenlijk nemen zij verantwoordelijkheid
voor het beste resultaat voor de inwoner. De medeoverheden geven in hun reactie op
de SvGND aan dat de betrokken partijen elkaar weliswaar steeds beter weten te vinden,
maar dat dit nog niet altijd leidt tot daadwerkelijke oplossingen voor inwoners. Om
deze voortgang voor alle bewoners in Groningen zichtbaar te maken, werkenDit vereist
vertrouwen, doorzettingsvermogen en het blijven zoeken naar wat wél kan. Hier ligt
ook een rol voor de regeringscommissaris. Onderdeel van zijn opdracht is namelijk
ook het bevorderen van een goede samenwerking van alle partijen die samen verantwoordelijk
zijn voor de uitvoering van de Agenda voor Herstel.11
Versterkingsoperatie
De versterkingsopgave vordert en de veiligheid in Groningen verbetert gestaag. Het
aantal aardbevingen is de afgelopen jaren afgenomen en steeds meer gebouwen zijn «op
norm» beoordeeld, versterkt of nieuw gebouwd.12 Tegelijkertijd moeten nog duizenden gebouwen worden versterkt, en resteert daarom
een substantiële veiligheidsopgave. Dit blijft een grote impact hebben op de dorpen
en straten waar soms al jaren op grote schaal ingrijpende werkzaamheden plaatsvinden.
Ook SodM stelt dat er weliswaar voortgang wordt geboekt in de versterkingsoperatie,
maar de waardering van de uitvoering van de versterkingsoperatie is nog steeds laag.
De Staat van de Veiligheid laat zien dat de langdurige onzekerheid, in combinatie
met herhaalde schade en complexe procedures, aantoonbare negatieve gevolgen heeft
voor de gezondheid en het welbevinden van bewoners. Zolang deze situatie voortduurt,
blijft de veiligheid in Groningen ook vanuit gezondheidsperspectief onder druk staan.
Recent heeft het ACVG bovendien laten zien dat de betrouwbaarheid van een deel van
de beoordelingsrapporten tekortschiet, en dat het vertrouwen van bewoners in de veiligheidsoordelen
onder druk staat. Uw Kamer is hier recent nader over geïnformeerd.13 Zoals ik u in deze brief heb laten weten, zijn de aanbevelingen glashelder. Ik neem
de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport dan ook volledig over en ik zal de
maatschappelijke organisaties en de betrokken medeoverheden nauw betrekken bij de
verdere opvolging van dit advies. Tegelijkertijd vraagt de opvolging hiervan om een
zorgvuldig traject. De aanbevelingen moeten worden uitgevoerd binnen een versterkingsoperatie
die voor veel bewoners al jarenlang duurt en waarin nog duizenden woningen moeten
worden versterkt.
Ik ben mij ervan bewust dat de vaak beloofde verbeteringen nog onvoldoende zichtbaar
zijn voor bewoners. Daarom ga ik ook een doorlichting doen van het uitvoeringssysteem.
Deze doorlichting richt zich op de inrichting en aansturing van de uitvoeringsorganisatie
binnen het bredere stelsel van Rijk, regio en ketenpartners. In deze doorlichting
zal het continue aandachtspunt zijn in hoeverre de bewoner geholpen wordt.
Inwoners die we spraken gaven aan dat hun onvrede over de versterking niet zozeer
komt door de hoogte van beschikbare vergoedingen, de kwaliteit van de tijdelijke huisvesting
of het eindresultaat, maar vooral door het proces. Het ACVG-advies onderstreept dit
ook. Er bestaat nog te vaak onduidelijkheid over planningen of specifieke toezeggingen.
Uit de straatgesprekken kwam bijvoorbeeld een verhaal naar voren waarbij een gezin
de verhuisdozen al had ingepakt, en pas kort voor de gelande verhuizing naar een wisselwoning
te horen kreeg dat het versterkingstraject tóch werd uitgesteld. Het is volkomen begrijpelijk
dat dit tot onbegrip en frustratie leidt.
Erkenning gaat ook over duidelijke opvolging van toezeggingen en afspraken, en om
begrijpelijke regelingen, zo vertelden gedupeerden. In veel gezinnen en families hebben
mensen bovendien te maken met een dubbele versterking: zij voelen zich niet alleen
verantwoordelijk voor hun eigen traject, maar helpen ook hun (groot)ouders, collega’s
of vrienden. We moeten daarom, óók als hun eigen traject is afgerond, oog houden voor
de impact die de versterking heeft op mensen. Bewoners hebben niet om de versterking
gevraagd, maar zijn er wel jarenlang onvrijwillig mee bezig geweest. NCG zet daarom
in op betere nazorg. Verder heeft het kabinet nadrukkelijk aandacht voor de impact
die de versterking heeft op de ruimtelijke kwaliteit in straten, wijken en dorpen.
Het kabinet blijft zich inzetten om verbeteringen aan te brengen in de versterkingsoperatie
en zet daarvoor concreet de volgende stappen:
• Betere planningen. De bewoners die we spraken, gaven aan dat wijzigende planningen voorafgaand aan
en tijdens de uitvoering van de versterking voor veel ergernis zorgen. Om de planningen
voorspelbaarder te maken, heeft NCG in de nieuwe Diepteanalyse verbeteringen doorgevoerd
in de planningsmethodiek.14 Zo wordt nu onder andere voor iedere projectplanning een risicodossier aangelegd
(in plaats van voor de operatie als geheel), wat tot een realistischere prognose voor
individuele bewoners moet leiden.
• Begrijpelijkere communicatie. De versterking vraagt van mensen dat zij veel informatie tot zich nemen. Deze informatie
is vaak complex, of vraagt om het maken van keuzes waarvan niet iedereen de gevolgen
kan overzien. Veel van de inwoners die we spraken hebben buren, familie of vrienden
hierbij geholpen. Maar ook mensen die minder hulpbronnen tot hun beschikking hebben
of het lastig vinden om hulp te vragen, hebben het recht op begrijpelijke informatie.
Ook maatschappelijke organisaties wijzen erop dat heldere communicatie en persoonlijk
contact essentieel zijn voor de versterkingsoperatie. De NCG heeft daarom een groot
aantal van zijn brieven, besluiten en informatiebladen herschreven in begrijpelijkere
taal. Ook zet de NCG in op meer persoonlijke contactmomenten bij de afronding van
het versterkingstraject, bijvoorbeeld via extra nazorg, eindgesprekken en opvolgcontact.
• Complexe casuïstiek. In 2025 is NCG gestart met een programmatische aanpak om in de toekomst beter grip
te hebben op het ontstaan en oplossen van complexe gevallen. Daarover is uw Kamer
recentelijk geïnformeerd, waarmee de motie Teunissen c.s. (PvdD) is afgedaan.15
16 Het afgelopen halfjaar heeft de NCG grote stappen gezet om de meest complexe en langlopende
casussen in kaart te brengen, een oplossingsrichting voor te stellen, en daarover
het gesprek met de bewoners te voeren. De komende tijd wordt er ook gewerkt aan een
risicogestuurde aanpak zodat adressen die zich (te) lang in een bepaalde fase in het
versterkingsproces bevinden, sneller worden opgemerkt. Op die manier worden de langlopende
casussen sneller opgepakt.
• Verhoging standaardvergoeding zelf aangebrachte voorzieningen (ZAV). Het kabinet verhoogt de standaardvergoeding voor zelf aangebrachte voorzieningen
(ZAV) in huurwoningen van € 3.105 naar € 6.500. Zo krijgen huurders een eerlijke compensatie
voor de zelf aangebrachte voorzieningen in hun huurwoning die verloren zijn tijdens
de versterking. Huurders die eerder de lagere vergoeding ontvingen, krijgen het verschil
automatisch uitbetaald.
Schadeafhandeling
De ervaringen van inwoners met de schadeafhandeling verschillen. Voor bewoners met
lichte en eenmalige schade werkt de koers naar milder, menselijker en makkelijker
goed. De gemiddelde tevredenheid over de schadeafhandeling is in 2025 verder toegenomen.
Het is niet verwonderlijk dat aanvragers met een toekenning gemiddeld meer tevreden
zijn en meer vertrouwen hebben in het IMG, dan aanvragers die een afwijzing hebben
ontvangen. Tegelijkertijd is van belang dat afwijzingen in begrijpelijke taal worden
uitgelegd, en dat mensen persoonlijk contact en hulp krijgen als zij iets niet begrijpen
of het ergens niet mee eens zijn.
Met name in het gebied waar nog steeds nieuwe schade ontstaat door bevingen, stapelen
onzekerheid, procedurele last en frustratie zich soms nog op. Ook de maatschappelijke
organisaties wijzen erop dat hier de meeste aandacht nodig is. Het is daarom ook goed
dat de Groninger Bodembeweging heeft aangegeven de komende jaren zelf de Staat van
het Kerngebied op te stellen. De resultaten daarvan zullen een plek krijgen in toekomstige
edities van de SvGND. Uiteindelijk zullen niet hogere gemiddelden, maar vooral zichtbare
algehele vooruitgang voor de zwaarst getroffenen bepalen of het vertrouwen in de overheid
zal herstellen.
Met dit doel zet het kabinet met het IMG de volgende stappen:
• Verdere verbetering van de begeleiding van bewoners. Naast de uitkomst van de schadeaanvraag speelt ook de kwaliteit van het contact
met het IMG een rol in de tevredenheid van inwoners. De afgelopen jaren heeft het
IMG geïnvesteerd in persoonlijk contact en proactieve dienstverlening en het IMG gaat
hiermee door. Door meer aandacht te schenken aan de verschillende groepen aanvragers
en hun persoonlijke situatie, stemt het IMG de interactie beter af op wat zij nodig
hebben. Het IMG realiseert dit door de inzet van medewerkers van het Serviceloket,
zaakbegeleiders, herstel- en bouwbegeleiders en door de aanwezigheid van steunpunten
in de regio. De resultaten hiervan zijn zichtbaar: de SvGND laat een stijgende lijn
zien voor de waardering van bewoners voor de dienstverleningsaspecten.
• Begrijpelijkere communicatie. Net als bij de versterking, vraagt de schadeafhandeling ook van mensen dat zij veel
complexe informatie tot zich moeten nemen. Met het project Duidelijke Taal heeft het
IMG intensief gewerkt aan voor inwoners begrijpelijker communicatie. Het IMG vroeg
hierbij feedback van inwoners en andere betrokkenen buiten de organisatie, onder andere
via bewonerspanels en bewonersonderzoeken. Op basis daarvan is de communicatie richting
aanvragers verbeterd.
• Prioriteit voor langlopende dossiers. De schadeafhandeling kent helaas ook zaken die langer lopen dan wenselijk is. Het
betreft hier veelal inwoners die in 2023 in afwachting van ruimhartiger kabinetsbeleid
nog geen (voorlopige) keuze voor een regeling of daadwerkelijk herstel maakten; hen
werd de optie aangeboden hun aanvraag te pauzeren. Deze inwoners worden nu proactief
door het IMG benaderd. Het IMG stelt als doel voor het einde van 2026 aan alle mensen
met een langlopend dossier herstel of een vergoeding aan te bieden. Waar nodig zet
het IMG daar ook extra capaciteit voor in. Hierbij staat voorop dat bewoners een oplossing
krijgen die recht doet aan hun situatie. De doorlooptijden in de schadeafhandeling
zijn opgenomen in de SvGND 2026. Het IMG publiceert ook wekelijks over de doorlooptijden
op zijn website. Zo geeft het kabinet uitvoering aan de motie Vermeer (BBB)17 die vraagt om in te gaan op de maatregelen die worden genomen om de doorlooptijden
te beïnvloeden.
• Team op Maat (TOM). Een team binnen het IMG pakt zo gericht mogelijk de complexe en vastgelopen dossiers
op. Het zogenoemde Team op Maat (TOM) van IMG is in 2024 opgericht en zet in op meer
persoonlijk contact met bewoners. Inmiddels zijn er circa 200 dossiers afgerond. Verder
is in 2025 de samenwerking met andere betrokken partijen geïntensiveerd door het organiseren
van kennismiddagen met onder andere aardbevingscoaches en consulenten van de vijf
aardbevingsgemeenten. Deze intensieve samenwerking helpt in het realiseren van een
totaaloplossing voor gedupeerden.
• Herhaalvergoeding. Terugkerende schades kunnen sinds april 2026 snel met een vaste herhaalvergoeding
van € 5.000 worden afgehandeld. Juist mensen die al eerder schade hebben gehad verdienen
een snelle, makkelijke afhandeling als zich na een nieuwe beving opnieuw schade voordoet.
In de gebieden waar nog steeds bevingen plaatsvinden kan de vaste herhaalvergoeding
een verschil gaan maken.18
Tot slot, de Ombudsman noemde in zijn recente brief aan uw Kamer naar aanleiding van
onderzoek naar een aantal klachten dat ruim 300 dossiers van bewoners met schade bij
het IMG tijdelijk uit beeld raakten door een systeemtechnische fout. Dat had niet
mogen gebeuren. Het IMG heeft inmiddels contact gehad met de betreffende bewoners
en de dossiers ondertussen grotendeels afgehandeld. IMG gaat ook in op het aanbod
van de Ombudsman om met hem in gesprek te gaan om dit soort situaties in de toekomst
te voorkomen.
3. De kracht van Groningen en Noord-Drenthe benutten en benadrukken
De SvGND laat zien dat de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe, gemiddeld
genomen, achterloopt bij vergelijkbare regio’s in Nederland. Dat heeft niet alleen
gevolgen voor nu, maar ook voor later. De achterstand is het grootst in delen van
Oost-Groningen en in het aardbevingsgebied. Op onderdelen is sinds een paar jaar sprake
van een voorzichtige verbetering, maar in het aardbevingsgebied wordt deze ontwikkeling
geremd door de aardbevingsproblematiek. In het oog springt dat jongeren en kwetsbare
groepen die zijn geconfronteerd met de gevolgen van de gaswinning meer problemen hebben
met hun mentale gezondheid en minder vertrouwen hebben in de toekomst. Het gesprek
dat de regeringscommissaris met jongeren voerde, bevestigt dat. De SvGND laat zien
dat hardnekkige achterstanden de kansen van volgende generaties beperken.
Er zijn bovendien grote en hardnekkige verschillen tussen gemeenten en tussen groepen
inwoners. De gevolgen van de gaswinning hebben historische achterstanden verder verdiept,
wat maakt dat delen van met name de provincie Groningen extra kwetsbaar zijn. De onderzoekers
waarschuwen terecht dat het inlopen van deze achterstanden om een lange adem vraagt.
Dat is niet altijd de gemakkelijke boodschap in een regio waar het geduld van mensen
al lang op de proef is gesteld. We moeten hier echter wel eerlijk over zijn. Juist
door onrealistische verwachtingen te scheppen, is het vertrouwen in de overheid in
het verleden geschaad. Door maatregelen en interventies de tijd te geven om effect
te sorteren, vergroten we de kans op duurzaam resultaat. Dit is precies wat de generatielange
aanpak, waarin het Rijk samen met de medeoverheden, maatschappelijke partners, kennispartijen
en bedrijven optreedt, beoogt. Het zal dus nog enkele jaren duren voordat de resultaten
van de gezamenlijke inzet van het kabinet en de regio zichtbaar wordt. Dit doet dan
ook een beroep op bestuurders om vol te houden en consistent beleid te voeren, ook
als er niet meteen resultaten of effecten zichtbaar zijn.
Tegelijkertijd zijn veel mensen in Groningen en Noord-Drenthe nu al ontzettend trots
op hun regio. Mensen die we spraken benadrukten hoezeer zij niet alleen de ruimte
en de weidsheid waarderen, maar ook de nuchterheid, het dialect, het rijke erfgoed,
de levendige stad en schone lucht. Bewoners gaven aan dat Groningen méér is dan het
aardbevingsdossier en dat de regio ontzettend veel te bieden heeft. Het kabinet wil
dit positieve beeld van de regio verder uitbouwen en de kracht van mensen en ondernemers
optimaal benutten. Als minister treed ik samen met de regeringscommissaris in Den
Haag naar voren als ambassadeur van de regio. Het doel is dat de inwoners van Groningen
en Noord-Drenthe zich vertegenwoordigd, gehoord én gewaardeerd voelen. Dit sluit aan
bij de inzet van het kabinet om het groeipotentieel te benutten van regio’s die nu
achterblijven. De Sociale en Economische Agenda’s voor Groningen en Noord-Drenthe
vormen daarvoor de ideale motor. Zo is inmiddels met de Economische Agenda € 60 miljoen
ingezet voor een nationale AI-Fabriek in het historische Niemeyergebouw in Groningen,
is er een fonds startkapitaal voor mkb-initiatieven opengesteld en worden tal van
initiatieven op het gebied van gezondheid, kansen voor kinderen en leefbaarheid ondersteund.
De Sociale Agenda draagt op de gebieden leefbaarheid, kansen voor kinderen, gezondheid,
armoede en participatie bij aan de brede welvaart. Daarbij luisteren we expliciet
naar jongeren.19 Zo geeft het kabinet invulling aan de motie van Beckerman (SP) en Bushoff (PRO).
Jongeren vertelden dat veilige huisvesting, goede woningen en bereikbaarheid randvoorwaarden
zijn voor toekomstperspectief. Zij maakten in het gesprek dat de regeringscommissaris
met hen voerde duidelijk dat het onder andere schort aan buurtactiviteiten en ontmoetingsplekken.
Via de Sociale Agenda stelt het kabinet met de regio daarom geld beschikbaar om ontmoetingsplekken
in wijken en dorpen te realiseren, te renoveren of te verduurzamen. Hierbij is, mede
op verzoek van jongeren, specifieke aandacht voor ontmoetingsplekken voor hen.
Hiernaast is in mei 2026 een regeling opengesteld waarbij inwoners een subsidie van
maximaal € 10.000 kunnen aanvragen voor initiatieven die bijdragen aan de sociale
cohesie. Ook jongeren kunnen hier gebruik van maken. Verder vroegen de jongeren aandacht
voor hun mentale gezondheid; zij willen graag een vast aanspreekpunt voor problemen,
bijvoorbeeld op school. De Sociale Agenda investeert daarom in brugfunctionarissen
op scholen, de versterking van de pedagogische omgeving in het voortgezet onderwijs
en de versterking van de mentale weerbaarheid van jongeren. Tot slot wezen jongeren
op het belang van voldoende banen en kansen voor hun ontwikkeling. Hier zet het kabinet
samen met de regio op in via Nij Begun-banen en verrijkte schooldagen, het tegengaan
van schooluitval en de ontwikkeling van campussen om talent in de regio vast te houden
en werkgelegenheid te creëren.
Het kabinet wil de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe, gemiddeld genomen,
binnen dertig jaar naar het landelijk gemiddelde brengen. Binnen de regio bestaan
echter grote verschillen. Op sommige plekken is de uitgangspositie gunstig en gaat
het erom te behouden wat al goed gaat, en gericht verschillen of achterstanden aan
te pakken. Op andere plekken, met name in de kern van het bevingsgebied en in Oost-Groningen,
is de opgave een stuk groter. Het kan betekenen dat we extra aandacht geven en investeren
waar dit het meest nodig is of waar dit de meeste toegevoegde waarde heeft. Maatschappelijke
organisaties vragen expliciet aandacht voor de verschillen in brede welvaart tussen
gemeenten. De regio verdient een ambitieuze aanpak, waarbij het Rijk en de medeoverheden
samen aan de lat staan. De brede welvaart verhogen lukt alleen als we blijven samenwerken:
tussen overheden onderling, bedrijven en kennispartijen, en, zoals de maatschappelijke
organisaties terecht benadrukten in het gesprek over de SvGND, bovenal in samenwerking
met de inwoners van de regio.
Met het PEGA-wetsvoorstel krijgt de generatielange betrokkenheid van de Rijksoverheid
een wettelijke basis én wordt de Rijksoverheid verplicht om zijn concrete inzet en
bijdrage aan de doelen ten minste elke vijf jaar vast te leggen in een Uitvoeringsprogramma
Rijk. Het eerste Uitvoeringsprogramma Rijk ontvangt u dit najaar.
4. Bestuurlijke continuïteit waarborgen
Uit de SvGND blijkt dat veranderende regels, lange doorlooptijden en onzekerheid de
mentale gezondheid van mensen schaden. Ook de onderzoekers van Gronings Perspectief
wijzen hier terecht al langere tijd op. Tijdens de straatgesprekken bevestigden bewoners
het gevoel dat zij de ontwikkelingen en de veranderende regels niet altijd kunnen
bijbenen. Mensen hebben tijd nodig om zich over nieuwe regelingen en subsidies te
laten informeren. Inwoners die we spraken, bleken bijvoorbeeld nog lang niet allemaal
bekend met de nieuwe isolatiesubsidie of de mogelijkheid van schadeherstel zonder
onderzoek naar de oorzaak. Zij zijn niet geholpen met wéér nieuwe regels of keuzemogelijkheden.
Juist voor hen is stabiliteit nu essentieel.
Dit betekent niet dat de overheid achteroverleunt. Het betekent wel dat regelingen
en systemen niet onnodig worden veranderd of gestapeld. Het betekent standvastigheid,
stabiliteit in het beleid en daadkracht in de uitvoering. Het gaat om een overheid
die woord houdt, die zich een betrouwbare partner toont, en ook bereid is te leren
van dingen die niet goed zijn gegaan. In dit verband heeft het kabinet Henk Nijboer
aangesteld als regeringscommissaris om een voortvarende uitvoering van de maatregelen
uit Nij Begun te bevorderen. Uw Kamer heeft eerder de profielschets van de regeringscommissaris
ontvangen.20 De aanstelling van de heer Nijboer is voor een periode van ten minste vijf jaar,
juist om de continuïteit over meerdere kabinetsperioden te borgen. De regeringscommissaris
is sinds zijn aanstelling met een team van medewerkers volop aan de slag om partijen
bij elkaar te brengen, knelpunten te signaleren en mee te denken over verbeteringen.
Om continuïteit te borgen, legt het kabinet de SvGND vast in wetgeving. De SvGND zal
daarmee hét instrument zijn dat door de tijd heen een steeds beter beeld geeft van
de ontwikkelingen in de regio. Dankzij het PEGA-wetsvoorstel worden ook toekomstige
kabinetten verplicht de bevindingen uit de SvGND mee te wegen in het handelen. Dit
waarborgt dat de toezeggingen die na de parlementaire enquête zijn gedaan, niet vrijblijvend
blijken.
Adviezen ACVG en SodM ten aanzien van SvGND
Het SodM wijst er in zijn schriftelijke reactie op de SvGND op dat het perspectief
van bewoners nadrukkelijker terug zou mogen komen in de volgende editie van de SvGND.
Daarnaast stelt het SodM dat een heldere definitie van het begrip «veiligheid» ontbreekt
in de SvGND. Voor goede monitoring van de maatregelen is die definitie wel van belang,
zo stelt het SodM. Het ACVG wijst erop dat meer informatie over de voortgang van de
versterkingsoperatie nuttig is, zodat de SvGND beter kan worden benut in de besluitvorming.
Het kabinet heeft deze suggesties doorgegeven aan het onderzoeksconsortium, zodat
de SvGND van 2027 hieraan tegemoet kan komen. Tot slot stelt het ACVG dat het de lezer
helpt als de voortgang van alle maatregelen uit Nij Begun wordt weergegeven. Daartoe
is bij deze kabinetsreactie een tabel opgenomen met een overzicht van de stand van
zaken van alle Nij Begun-maatregelen zoals opgenomen in bijlage 2 van deze kabinetsreactie.
Tot slot: de toekomst van de SvGND
De komende jaren zal de SvGND de resultaten en effecten van alle inspanningen zichtbaar
moeten maken. Daarbij gaat het niet alleen om kale cijfers, maar ook om verhalen,
duiding en analyse. De oproep van de maatschappelijke organisaties om hier in toekomstige
edities van de SvGND meer zichtbaarheid aan te geven neemt het kabinet ter harte.
Uw Kamer heeft de afgelopen tijd door middel van verschillende moties wensen geuit
om de SvGND de komende jaren te verrijken. Zo verzocht de motie Clemminck (JA21)-Den
Hollander (VVD)om de inzet op het gebied van ondernemers structureel onderdeel te
laten uitmaken van de SvGND, en vroeg de motie Hartsuiker om succesverhalen van ondernemers
en maatschappelijke initiatieven op te nemen.21
22
Daarnaast zal het kabinet conform de motie Beckerman (SP)-Bushoff (PRO) ervoor zorgen
dat ook bij toekomstige edities van de SvGND wetenschappelijk advies wordt betrokken
en dat de onderzoekers integraal oordelen over de resultaten en effecten van het beleid.23 Naar aanleiding van voornoemde motie heeft het kabinet het onderliggende programma
van eisen voor het onderzoeksconsortium als bijlage bij deze brief gevoegd om duidelijkheid
te geven over de voorwaarden waaronder het consortium dat de Staat van Groningen opstelt,
opereert.
Ook de komende jaren wil het kabinet, in lijn met de motie Beckerman (SP)-Bushoff
(PRO), in nauwe samenwerking met inwoners, maatschappelijke organisaties, jongeren,
medeoverheden, uitvoeringsorganisaties en uw Kamer blijven werken aan het verbeteren
van de SvGND.24 De suggesties die de medeoverheden hebben gedaan in hun reactie op de SvGND zal het
kabinet daar nadrukkelijk bij betrekken, net als hun oproep om met name bij erfgoedpanden
de datakwaliteit te verbeteren. Verder is onlangs een opdracht verleend aan Tienskip
om jongeren structureel te betrekken bij Nij Begun en in het bijzonder bij de SvGND.
Het kabinet ziet de SvGND daarmee nadrukkelijk als onderdeel van een doorlopende dialoog
met iedereen die wil meedenken over, en mee helpen aan, een betere toekomst voor de
mensen in Groningen & Noord-Drenthe.25 Het kabinet is zeer gemotiveerd om daar als de komende jaren een bijdrage aan te
leveren.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Indieners
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties