Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Standen van de Uitvoering VWS 2026 (Kamerstuk 29362-404)
2026D36220 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties
behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over de brief d.d. 15 juni 2026 inzake Standen van de Uitvoering
VWS 2026 (Kamerstuk 29 362, nr. 404).
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
II.
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie danken de Minister voor haar brief omtrent de Standen
van de Uitvoering VWS 2026. De leden van de D66-fractie hechten veel belang aan het
in kaart brengen van knelpunten, zodat gewerkt kan worden aan een beter functionerende
en eenvoudigere overheid. Over de verschillende Standen van de Uitvoering hebben deze
leden nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie lezen dat er de komende jaren veel nieuwe taken en wijzigingen
op het CAK afkomen, waardoor zij niet alles tegelijk kunnen invoeren. Ook vragen zij
om bij nieuw in te voeren eigen bijdragen waar mogelijk voldoende rekening te houden
met goede onderlinge samenhang in de systematiek. Daartoe vragen genoemde leden de
Minister om nader uiteen te zetten op welke wijze hier rekening mee gehouden zal worden.
Daarnaast vragen zij of er ook na de invoering van nieuwe maatregelen voldoende monitoring
plaats zal vinden om te waarborgen dat invoering van verschillende nieuwe maatregelen
verlopen zoals voorzien.
Daarnaast lezen de leden van de D66-fractie dat stapeling en complexiteit van regelgeving
een knelpunt vormen. Hierover zijn duidelijke signalen gekomen van onder meer de Sociale
Verzekeringsbank (SVB), het CAK, het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), het agentschap
College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid
en Milieu (RIVM). Zou de Minister per organisatie duidelijker uiteen kunnen zetten
op welke wijze gewerkt wordt aan het vereenvoudigen van regelgeving en het verminderen
van onnodige regeldruk?
De leden van de D66-fractie lezen dat het aCBG opnieuw aandacht vraagt voor een toekomstbestendig
landschap voor gegevensuitwisseling over geneesmiddelentekorten. Deze leden lezen
dat de ontwikkeling van één informatiepunt over geneesmiddelentekorten een complex
traject is en niet op korte termijn wordt gerealiseerd. Kan de Minister aangeven op
welke termijn de realisatie van dit informatiepunt wel haalbaar is? Welke stappen
zet zij in de tussentijd om beter zicht en regie te krijgen op dreigende geneesmiddelentekorten?
Welke rol neemt de Minister om de samenwerking tussen de verschillende betrokken partijen
te faciliteren en ervoor te zorgen dat dit traject versneld kan worden?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de brief Standen van de Uitvoering VWS 2026. Zij danken de Minister voor de brief
en hebben nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat gegevens bij verschillende instanties niet worden
hergebruikt, waardoor burgers zich steeds bij verschillende loketten opnieuw moeten
melden. Genoemde leden lezen ook dat de eerste stappen met het verbeteren hiervan
zijn genomen. Kan de Minister aangeven welke stappen zij in de toekomst nog meer wil
ondernemen om dit proces beter in te richten? Op welke termijn denkt de Minister dat
zij deze verder kan delen? Denkt zij dat hierbij ook de verbinding gezocht moet en
kan worden met andere domeinen, zoals het veiligheidsdomein?
De leden van de VVD-fractie lezen in de brief dat gegevensuitwisseling vaak niet mogelijk
is door complexe juridische wetgeving. Kan de Minister aangeven bij welke specifieke
wetgeving vaak knelpunten ontstaan? Of op welke complexe wetgeving zij specifiek doelt?
Hiernaast lezen de leden van de VVD-fractie in de brief dat regeldruk een uitdaging
vormt. Kan de Minister aangeven hoeveel regels zij binnen het Ministerie van VWS heeft
kunnen schrappen of kunnen versimpelen? En welke kansen ziet zij nog in de toekomst
om op dit onderdeel meer vooruitgang te boeken? Verwacht zij binnen het programma
[Ont]Regel de Zorg hier nog concreet stappen op te zetten? Heeft zij enig inzicht
in de mate waarin dit programma heeft bijgedragen aan het versimpelen van verantwoordingseisen
die gesteld worden door zorgverzekeraars? Op welke manier denkt zij dat ze ervoor
kan zorgen dat deze verantwoordingseisen gelijk worden getrokken tussen verschillende
zorgverzekeraars, zodat de administratielast op zorgverleners significant afneemt?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het CAK aangeeft dat de invoering van eigen
bijdragen kan leiden tot complexiteit in de uitvoering. Dit kunnen deze leden begrijpen.
Kan de Minister aangeven of deze uitvoeringscomplexiteit verschilt per type eigen
bijdrage? Op welke manier kan ervoor gezorgd worden dat eigen bijdragen zoveel mogelijk
op elkaar aansluiten?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het CIZ oproept tot een eenduidig zorgstelsel.
Deze oproep delen deze leden. Kan de Minister aangeven in welke mate zij verwacht
dat de te vormen staatscommissie zorg hieraan bij zal dragen? Daarnaast begrijpen
deze leden dat het CIZ meer gebruik wil maken van artificiële intelligentie (AI).
Genoemde leden juichen toe dat het CIZ meer efficiënt probeert te werken. Op welke
manier is het CIZ van plan AI te implementeren binnen de organisatie? Welke waarborgen
bouwt zij in om ervoor te zorgen dat burgers hier geen negatieve gevolgen van ervaren?
Tot slot lezen de leden van de VVD-fractie dat de regelgeving rond het persoonsgebonden
budget (pgb) te complex is. Dit signaal herkennen deze leden. Kan de Minister aangeven
hoe de SVB, met inachtneming van de afspraken in het coalitieakkoord, verwacht dat
deze complexiteit zich de komende jaren zal ontwikkelen? Op welke manier wordt de
uitvoeringscomplexiteit meegewogen in de uitwerking van de plannen van de Minister?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de Standen van de Uitvoering
op het VWS-domein. Zij zouden allereerst het CAK, het Centrum Indicatiestelling Zorg
(CIZ), het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG), het CIBG,
het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Sociale Verzekeringsbank
(SVB) voor het inzichtelijk maken van de knelpunten die burgers, zijzelf en/of organisaties
waar zij voor werken in de dagelijkse praktijk ervaren. De voorgenoemde leden hebben
nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PRO-fractie lezen dat geconstateerd wordt dat mede dankzij de inzichten
uit de Standen van de Uitvoering de afgelopen jaren merkbare verbeteringen zijn gerealiseerd
en knelpunten zijn opgelost. Zou per overzicht nader kunnen worden toegelicht welke
inzichten en knelpunten in de afgelopen jaren zijn opgepakt door het ministerie en
welke vervolgacties ondernomen zijn?
Naar aanleiding van het thema Overkoepelend knelpunt: gegevensdeling. De leden van
de PRO-fractie herkennen dat knelpunten in gegevensdeling onverminderd actueel zijn
en dat deze knelpunten ook een belemmering kunnen vormen voor de toegang tot passende
ondersteuning en zorg. Daarom is het ook van belang dat deze knelpunten worden opgepakt.
Desalniettemin zouden deze leden ook het belang van privacy willen benadrukken. Hoe
wordt voldoende geborgd dat iedere uitbreiding van gegevensdeling ook aantoonbaar
noodzakelijk, proportioneel en doelgebonden is? Welke afweging wordt hierin gemaakt
door de Minister en zouden zij nader kunnen toelichten waarom de bestaande mogelijkheden
nog ontoereikend zijn? Op welke wijze wordt geborgd dat oneigenlijk gebruik of functieverruiming
plaatsvindt? Op welke wijze worden betrokkenen geïnformeerd over gegevensuitwisseling
tussen overheidsorganisaties? Hoe wordt geborgd dat zij eenvoudig kunnen nagaan welke
gegevens zijn gedeeld, met welke organisaties en op basis van welke wettelijke grondslag?
Is de Minister bereid om nieuwe wettelijke bevoegdheden periodiek te evalueren op
noodzaak, effectiviteit, proportionaliteit en de gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer,
zodat kan worden vastgesteld of de uitbreiding daadwerkelijk leidt tot betere dienstverlening
zonder de privacy van burgers verder te beperken dan noodzakelijk?
Naar aanleiding van het thema Overkoepelend knelpunt: stapeling en complexiteit van
regelgeving. De leden van de PRO-fractie herkennen dat de stapeling van regels en
de toenemende complexiteit van regelgeving grote gevolgen kan hebben voor de uitvoerbaarheid.
Dit wordt des te duidelijker door de signalen van de SVB, het CAK, het CIZ, het aCBG
en het RIVM. Zij zouden daarnaast ook aandacht willen vragen voor de gevolgen die
het heeft voor burgers. De leden van de PRO-fractie constateren dat de gevolgen van
complexe regelgeving heel concreet voelbaar is bij het systeem van herindicaties.
Zij wijzen op het feit dat mensen met een levenslange beperking of progressieve aandoening
regelmatig worden geconfronteerd met het proces van herindicaties, ook al zal hun
zorgvraag niet afnemen in de toekomst. Dit leidt niet alleen tot onnodige druk op
uitvoeringsorganisaties, maar het zorgt ook voor onnodige lasten voor cliënten, mantelzorgers
en professionals. Mede hierom werd ook in het coalitieakkoord uitgesproken dat er
een einde gemaakt zou worden aan onnodige herindicaties. Kan nader toegelicht worden
welke concrete stappen er inmiddels zijn gezet om deze afspraak uit te voeren?
De leden van de PRO-fractie lezen dat er verschillende initiatieven zijn ontplooid,
zoals de Taskforce Slagvaardige Overheid, de Vereenvoudigingswet en het Beleidskompas.
Welke concrete wetten, uitvoeringsafspraken of administratieve verplichtingen wil
de Minister de komende periode vereenvoudigen of schrappen? Hoe worden daarbij de
ervaringen van cliënten, mantelzorgers, zorgprofessionals en uitvoeringsorganisaties
betrokken?
Naar aanleiding van het CAK. De leden van de PRO-fractie begrijpen de zorgen van het
CAK over de grote hoeveelheid nieuwe taken en de hoeveelheid beleidswijzigingen die
de komende jaren op de organisatie te wachten staan. Kan nader toegelicht worden op
welk punt geconstateerd zou moeten worden dat de uitvoeringsdruk dusdanig hoog ligt,
dat beleidswijzigingen uitgesteld, aangepast of gefaseerd ingevoerd moeten worden?
Op welke wijze zou de Kamer hierover geïnformeerd moeten worden?
De leden van de PRO-fractie lezen dat het CAK nadrukkelijk aandacht vraagt voor de
samenhang tussen de verschillende eigen bijdragen. Zij delen deze zorgen en wijzen
erop dat juist de stapeling van de verschillende bijdragen en andere (zorg)kosten
extreem problematisch is. Hoe verhouden deze nieuwe maatregelen als geheel zich tot
het VN-Verdrag Handicap?
Naar aanleiding van het CIZ. De leden van de PRO-fractie onderschrijven de analyse
van het CIZ dat één van de grootste knelpunten juist ligt bij de inrichting van het
zorgstelsel zelf, waarbij er ook vaak sprake is van conflicterende regels. Zij missen
op dit vlak een inhoudelijke visie van het kabinet: erkent de Minister dat er sprake
is van een structureel knelpunt wegens de inrichting van het systeem? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, welke maatregelen zullen op korte en middellange termijn genomen worden
om de schotten tussen de verschillende zorgwetten te verkleinen?
Naar aanleiding van het SVB – PGB. De leden van de PRO-fractie delen de zorgen van
de SVB dat het werkgeverschap binnen het pgb voor veel budgethouders een grote belasting
vormt. Kan nader toegelicht worden op welke termijn zij met een oplossing verwachten
te komen? Hoe wordt bij de uitwerking van oplossingen rekening gehouden met deze verschillen?
Welke mogelijkheden ziet de Minister om budgethouders beter te ondersteunen of administratieve
taken weg te nemen zonder de regie over de zorg over te nemen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de Standen van
de Uitvoering VWS 2026 en de onderliggende stukken van onder meer het CAK, het Centrum
Indicatiestelling Zorg (CIZ), het CIBG, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
Milieu (RIVM), het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG) en
de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Deze leden danken de uitvoeringsorganisaties voor
het openlijk benoemen van de knelpunten waar burgers, patiënten, cliënten, mantelzorgers,
zorgverleners en uitvoerders in de dagelijkse praktijk tegenaan lopen.
Voor de leden van de PVV-fractie laten deze stukken vooral zien dat het zorgstelsel
voor veel mensen veel te ingewikkeld is geworden. Mensen die zorg nodig hebben, moeten
vaak opnieuw hun verhaal doen, opnieuw gegevens aanleveren en langs verschillende
loketten. Ondertussen krijgen zij te maken met stapelende regels, eigen bijdragen
en procedures die voor gewone mensen nauwelijks nog te begrijpen zijn. De leden van
de PVV-fractie vinden dat zorg betaalbaar, dichtbij en menselijk moet zijn. Niet het
systeem, maar de patiënt, cliënt, mantelzorger en zorgverlener moeten centraal staan.
Deze leden vragen de Minister daarom welke knelpunten uit deze Standen van de Uitvoering
zij in 2026 daadwerkelijk gaat oplossen. Kan de Minister per uitvoeringsorganisatie
aangeven wat het probleem is, wie verantwoordelijk is, welke oplossing wordt gekozen
en wanneer burgers daar iets van gaan merken? Ook vragen deze leden welke knelpunten
al eerder zijn gemeld, maar nog steeds niet zijn opgelost. Hoe voorkomt de Minister
dat de Standen van de Uitvoering ieder jaar opnieuw dezelfde problemen benoemen, zonder
dat mensen in de praktijk verbetering zien?
De leden van de PVV-fractie maken zich grote zorgen over de signalen van het CAK over
stapelende eigen bijdragen. Voor veel mensen is zorg nu al duur. Zij moeten kunnen
begrijpen wat zij moeten betalen en mogen niet achteraf worden verrast door ingewikkelde
regelingen of naheffingen. Hoe verhoudt het voorbereiden van nieuwe eigen bijdragen
zich tot de werkelijkheid dat mensen nu al zorg mijden vanwege geldzorgen? Waarom
zou iemand die al in financiële problemen zit nog verder worden belast met een opslag
die juist extra problemen kan veroorzaken?
De leden van de PVV-fractie hechten zeer aan het persoonsgebonden budget (pgb), omdat
dit mensen eigen regie geeft over hun zorg en leven. De SVB geeft echter aan dat budgethouders
vastlopen in administratieve lasten en arbeidsrechtelijke verplichtingen, zeker wanneer
zij werkgever zijn. Deze leden vinden dat het pgb niet kapot mag gaan aan regels.
Budgethouders zijn geen HR-afdeling. Het gaat vaak om mensen of gezinnen die al hun
energie nodig hebben om zorg te organiseren. Welke oplossing kiest de Minister om
het pgb eenvoudiger en toekomstbestendig te maken? Kan zij garanderen dat dit niet
neerkomt op het beperken van de toegang tot het pgb, maar juist op minder regels en
betere ondersteuning?
De leden van de PVV-fractie lezen bij het CIZ dat cliënten en hun naasten vastlopen
in het complexe zorgsysteem en dat zorgprofielen steeds minder goed aansluiten bij
de praktijk. Erkent de Minister dat mensen hierdoor tussen wal en schip kunnen vallen?
Wat gaat zij doen voor mensen van wie de zorgvraag te zwaar is voor de Wmo, maar die
nog niet goed passen binnen de Wlz? Wanneer worden de zorgprofielen integraal herzien?
En hoe gaat de Minister de zorg voor mensen met een levenslange beperking en de ouderenzorg
overzichtelijker organiseren, met minder loketten, minder schotten en minder bureaucratie?
De leden van de PVV-fractie vragen ook aandacht voor de uitvoerbaarheid van nieuwe
wetgeving. Het CIBG wijst op het belang van beleidsmatige samenhang en waarschuwt
dat bezuinigingen niet alleen over efficiency mogen gaan. Welke taken komen volgens
de Minister onder druk te staan door taakstellingen en bezuinigingen? Kan zij garanderen
dat strengere eisen rond privacy, security en digitalisering niet leiden tot slechtere
dienstverlening?
Daarnaast maken de leden van de PVV-fractie zich zorgen over medicijntekorten. Het
aCBG wijst op druk op de beschikbaarheid van medicijnen, nieuwe Europese regels en
knelpunten bij gegevensuitwisseling in de geneesmiddelenketen. Welke concrete stappen
zet de Minister om medicijntekorten terug te dringen? Wanneer komt er een goed werkend
systeem voor gegevensuitwisseling? En wanneer komt de Minister met een concreet plan
om medicijnproductie in Nederland en Europa te versterken, zodat Nederland minder
afhankelijk wordt van het buitenland?
Tot slot vinden de leden van de PVV-fractie dat zorggeld naar zorg moet gaan, niet
naar fraude, bureaucratie of managementlagen. Welke administratieve verplichtingen
voor zorgverleners worden dit jaar daadwerkelijk geschrapt? Welke resultaten worden
geboekt met fraudebestrijding? Is de Minister bereid teruggevorderd fraudegeld en
boeteopbrengsten terug te laten vloeien naar de zorg? De PVV-fractie vraagt de Minister
om bij de volgende Standen van de Uitvoering niet alleen knelpunten te benoemen, maar
ook duidelijk te maken welke problemen zijn opgelost, welke nog openstaan, wie daarvoor
verantwoordelijk is en wanneer burgers verbetering mogen verwachten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Standen
van de Uitvoering VWS 2026. Deze leden spreken hun waardering uit voor de wijze waarop
uitvoeringsorganisaties knelpunten uit de uitvoeringspraktijk onder de aandacht brengen.
Zij hebben met name nog enkele vragen over de Stand van de Uitvoering van het agentschap
College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG), in het bijzonder over de toenemende
druk op de beschikbaarheid van geneesmiddelen.
De leden van de BBB-fractie lezen met grote zorg dat het aCBG opnieuw signaleert dat
de beschikbaarheid van geneesmiddelen voor de Nederlandse markt al verschillende jaren
onder druk staat en dat het aantal geregistreerde alternatieven verder afneemt. Deze
leden vinden dit een zeer zorgwekkende ontwikkeling. Kan de Minister aangeven hoe
zij deze trend beoordeelt? Deelt zij de opvatting dat een afnemend aantal geregistreerde
alternatieven Nederland steeds kwetsbaarder maakt voor langdurige geneesmiddelentekorten?
Zo nee, waarom niet?
De leden van de BBB-fractie lezen daarnaast dat geneesmiddelentekorten niet alleen
blijven bestaan, maar dat ook het aantal langdurige tekorten toeneemt doordat productieproblemen
vaak moeilijk op te lossen zijn. Hoe beoordeelt de Minister deze ontwikkeling, mede
in het licht van de huidige geopolitieke spanningen en de grote afhankelijkheid van
mondiale productieketens voor geneesmiddelen en werkzame stoffen? Is de Minister van
mening dat Nederland en Europa op dit moment voldoende strategisch weerbaar zijn wanneer
zich een internationale crisis voordoet waarbij landen geneesmiddelen of grondstoffen
voor geneesmiddelen primair voor de eigen bevolking reserveren of exportbeperkingen
instellen? Kan de Minister haar antwoord toelichten?
Welke concrete maatregelen neemt het kabinet om de afhankelijkheid van derde landen
voor de productie van geneesmiddelen en werkzame stoffen te verkleinen? Welke mogelijkheden
ziet de Minister om de productie van essentiële geneesmiddelen of werkzame stoffen
vaker binnen Nederland of ten minste binnen Europa te laten plaatsvinden? Welke inzet
pleegt Nederland hiervoor in Europees verband?
Kan de Minister aangeven of er een strategie bestaat om de beschikbaarheid van voor
Nederland essentiële geneesmiddelen beter te waarborgen vanuit het oogpunt van strategische
autonomie en leveringszekerheid? Zo ja, hoe ziet deze strategie eruit? Zo nee, waarom
niet? Kan de Minister aangeven voor welke geneesmiddelen of geneesmiddelengroepen
Nederland momenteel het meest afhankelijk is van productie buiten Europa? Welke risico’s
ziet de Minister hierin voor de continuïteit van de zorg?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het intrekken van geregistreerde geneesmiddelen
leidt tot een verdere verschraling van het beschikbare aanbod op de Nederlandse markt,
waardoor tekorten steeds moeilijker kunnen worden opgevangen. Deze leden onderschrijven
het belang van het voorkomen van deze verschraling. Kan de Minister toelichten welke
mogelijkheden zij ziet om het onnodig verdwijnen van geregistreerde geneesmiddelen
van de Nederlandse markt tegen te gaan?
Tot slot constateren de leden van de BBB-fractie dat veel van de maatregelen die in
de Standen van de Uitvoering worden genoemd, zoals verbetering van gegevensuitwisseling
en vroegsignalering, vooral zijn gericht op het sneller signaleren en beheersen van
geneesmiddelentekorten wanneer deze zich voordoen. Kan de Minister aangeven welke
maatregelen zij neemt die daadwerkelijk bijdragen aan het structureel voorkomen van
geneesmiddelentekorten, zodat de beschikbaarheid van geneesmiddelen voor patiënten
duurzaam wordt versterkt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de voorliggende stukken en
hebben hierover enkele vragen.
Genoemde leden vragen hoe de Minister van zieke burgers kan verwachten dat zij als
een «personeelschef» alle ingewikkelde regels van hun zorgverleners bijhouden. Mensen
met een pgb moeten vaak zelf werkgever zijn, maar de regels hiervoor zijn zo ingewikkeld
geworden dat de uitvoerder ze als «onuitvoerbaar» bestempelt. Waarom beschermt de
Minister deze kwetsbare budgethouders niet tegen juridische claims en enorme administratieve
lasten waar ze simpelweg de kracht niet voor hebben?
De leden van de Groep Markuszower vragen waarom zorgorganisaties nog steeds geen informatie
mogen delen om medicijntekorten te voorkomen. Patiënten staan steeds vaker voor een
lege plank bij de apotheek omdat belangrijke instanties door het ontbreken van een
wettelijke basis geen gegevens met elkaar mogen uitwisselen. Waarom duurt het aanpassen
van deze wetgeving zo lang, terwijl de gezondheid van patiënten hierdoor dagelijks
gevaar loopt?
Genoemde leden willen weten wat de Minister gaat doen voor de mensen die nu «tussen
wal en schip» vallen door verouderde regeltjes. De huidige zorgprofielen stammen uit
2015 en passen niet meer bij de complexe hulp die mensen vandaag nodig hebben. Hierdoor
worden patiënten van het kastje naar de muur gestuurd tussen de gemeente en het Rijk,
en krijgen zij vaak niet de zorg waar zij recht op hebben. Wanneer komt er een systeem
dat kijkt naar wat iemand nodig heeft in plaats van in welk hokje hij past?
II. Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.