Lijst van vragen : Lijst van vragen inzake Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden (Kamerstuk 23432-749)
2026D36056 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 22 mei 2026 inzake het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
(23 432, nr. 749).
Voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Muller
Nr
Vraag
1
Kunt u nader toelichten wat precies bedoeld wordt met «tussenhandeldiensten»?
2
Is doorvoer met overlading op Nederlands grondgebied verboden onder het Tijdelijk
Sanctiebesluit?
3
Is doorvoer zonder overlading op Nederlands grondgebied verboden onder het Tijdelijk
Sanctiebesluit?
4
Hoe wordt de herkomst van producten geverifieerd, wetende dat er structureel fraude
wordt gepleegd bij de herkomstaanduiding van producten afkomstig uit illegale Israëlische
nederzettingen, zoals blijkt uit het rapport van Global Echo?
5
Hoe bent u voornemens om omzeiling tegen te gaan?
6
Bent u voornemens om het aantal onderschepte zendingen van goederen uit illegale nederzettingen
publiekelijk te delen? Zo nee, waarom niet?
7
Verstaat het kabinet de handel in diensten en investeringen onder «economic or trade
dealings» zoals naar verwezen in de Adviesopinie artikel 278 van het Internationaal
Gerechtshof van 19 juli 2024? Zo nee, waarom niet?
8
Op welke juridische analyse beroept het kabinet zich bij de stelling dat er voor een
verbod op diensten en investeringen nog geen «evidente grondslag» is gevonden, terwijl
juristen tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer op 27 jl. stelden dat er
duidelijke juridische grondslag beschikbaar is in art. 65 en 347 VWEU?
9
Erkent de Minister dat artikel 65 VWEU lidstaten ruimte geeft om kapitaalverkeer te
beperken op gronden van openbare orde of openbare veiligheid? Zo nee, waarom niet?
10
Erkent het kabinet dat artikel 347 van de VWEU ruimte biedt voor nationale maatregelen
ter naleving van verplichtingen gericht op het handhaven van vrede en internationale
veiligheid?
11
Welke juridische en praktische argumenten ziet het kabinet tegen het opnemen van diensten
en investeringen in een nationaal verbod?
12
Wat betekent de maatregel voor de al aanwezige voorraden in Nederland, in bijvoorbeeld
kerken (denk aan olijfolie en wijn) en supermarkten? Wat mag wel en wat mag niet?
13
Hoe gaat u de maatregel communiceren onder de Nederlandse bevolking?
14
Staat het kabinet garant voor inkomstenderving die uit de maatregel voortvloeien?
15
Wat zijn de gevolgen voor particulieren die al goederen hebben die onder de maatregel
vallen? Mogen die goederen nog wel na inwerkingtreding geconsumeerd worden? Welke
straf staat erop niet-naleving door bijvoorbeeld alsnog een glaasje wijn te drinken?
16
Welke communicatielijn hanteert het kabinet als er vragen uit andere EU-landen komen
over de maatregel?
17
Vermoedt u dat handelsstromen tussen Israël en derde landen (in plaats van Nederland)
stijgen, doordat de handel verschoven wordt? Kan de gemaakte analyse van verschuivende
handelsstromen naar de Kamer worden gestuurd?
18
Op welke manier wordt volgens u met de sanctiemaatregel de Europese rechtsorde en
rechtseenheid versterkt?
19
Kan het kabinet alle juridische verkenningen die ten grondslag liggen aan dit besluit
delen met de Kamer?
20
Wat is de reden dat het bijna een jaar heeft geduurd voordat het tijdelijk sanctiebesluit
naar de Kamer is gestuurd, na de uitspraken van toenmalig Minister Veldkamp in een
debat op 21 augustus 2025, waarbij hij aangaf de mogelijkheid te hebben onderzocht
«of [het embargo] niet op zeer korte termijn, zeer onmiddellijk, zou kunnen ingaan»?
Was een dergelijke termijn van een jaar intern al op 21 augustus 2025 bekend?
21
Klopt het dat Minister Veldkamp in het debat op 21 augustus 2025 aangaf dat de sanctiemaatregel
kon worden ingevoerd middels een ministeriële maatregel gevolgd door een AMvB? Klopt
het dat deze route nu niet wordt gevolgd? Waarom niet?
22
Hoe leeft het kabinet art. 80 van het VN-Handvest na door het IGH-advies over te nemen?
Bent u van mening dat artikel 80 van het VN-handvest nog steeds onverkort uitgevoerd
zou moeten worden?
23
Hoe voorkomt het kabinet dat het standpunt niet wordt beschouwd als oproep tot etnische
zuivering door enkele andere lidstaten waaronder Israël zelf, aangezien niet de jure,
maar de facto wel alleen Israëliërs en daarbij specifiek met name Israëliërs met een
Joodse achtergrond tot gedwongen verhuizing worden aangezet?
24
Onderschrijft het kabinet de IHRA-definitie van antisemitisme? Klopt het dat het volgende
voorbeeld van antisemitisme valt onder de IHRA-definitie van antisemitisme, dat wordt
onderschreven door het kabinet: «Met twee maten meten, in die zin dat van de Staat
Israël een bepaald gedrag wordt geëist dat niet van andere democratische naties wordt
verwacht of verlangd.»?
25
Kan het kabinet aangeven van welke andere staat momenteel de facto volledige evacuatie
wordt verlangd van een specifieke bevolkingsgroep? Hoe is er volgens het kabinet sprake
van een andere situatie dan het voorbeeld in de IHRA-definitie wat het meten met 2
maten als antisemitisch beschouwd? Is er een ander precedent te vinden van de nationale
maatregel zover bekend in de parlementaire geschiedenis behalve de huidige sanctiemaatregel
ten aanzien van de Staat van Israël?
26
Is het de bedoeling dat met de maatregel de facto anderen worden geraakt die een niet-joods
geloof belijden? Zo ja, welke groepen meent het kabinet hiermee nog meer te raken?
Zo nee, hoe verhoudt deze maatregel zich tot (de schijn van) een discriminatoire maatregel
gebaseerd op een geloofsgroep?
27
Wordt het nog mogelijk voor Nederlandse christenen om olijfolie in Jeruzalem te kopen,
geproduceerd in Bethlehem door Israëliërs? In welke gevallen wel en welke niet?
28
Hoe verhoudt de maatregel zich tot de grondwettelijke bescherming van religieuze vrijheid
van Nederlanders die producten uit voor hen heilige plaatsen willen kopen? Is er een
analyse van deze grondwettelijke weging gemaakt?
29
Wordt het nog mogelijk voor Nederlandse christenen die op vakantie in Israël zijn
om olijfolie in de Oude Stad van Jeruzalem te kopen van een Israëlische eigenaar?
Wanneer wel en wanneer niet? Wat raadt het kabinet de vele bezoekers naar Jeruzalem
aan bij hun aankoopbeleid?
30
Klopt het dat deze maatregel kan gelden voor sommige winkels in de oude stad in Jeruzalem
als die gerund wordt door een Israëliër en de producten een Israëlische OPT oorsprong
hebben, maar niet voor een nabije koopman geldt, mits die kan aantonen de producten
bij een niet-Israëliër in de OPT te hebben ingekocht? Hoe moeten vakantiegangers dat
onderscheid voor ogen houden in de praktijk?
31
Erkent Nederland dat de Oslo akkoorden onderdeel zijn van het huidig geldend internationaal
recht?
32
Hoe verhoudt de rechtskracht van deze akkoorden zich volgens het kabinet tot het Verdrag
van Wenen inzake het verdragsrecht, specifiek artikel 3 en 26 en de rol van Nederland
inzake het eerbiedigen van de gemaakte afspraken tussen Israël en de PA?
33
Moet volgens het kabinet een Palestijn die na het aannemen van de Israëlische nationaliteit
als Arabische Israëliër woonachting in de Oude Stad ook geëvacueerd worden? Zo ja,
welk doel beoogt het kabinet daarmee te bewerkstelligen?
34
Erkent het kabinet de verdeling tussen de Area A, B en C ten aanzien van bestuur en
militaire aanwezigheid PA en Israël? Zo nee, sinds welke datum wanneer niet meer?
35
Klopt het dat het kabinet de Kamer had toegezegd de Kamer eerst te benaderen voordat
er een interventie zou worden gedaan bij de lopende genocide IGH-zaak? Klopt het dat
het kabinet dit heeft nagelaten? Zo ja, waarom?
36
Bent u voornemens om nog voor het commissiedebat in september het tijdelijk sanctiebesluit
van kracht te laten worden?
37
Zijn er Arabieren met een Israëlisch paspoort die onder een Israëlisch bedrijf producten
exporteren? Vallen zij onder het sanctiebesluit als het bedrijf bijvoorbeeld gevestigd
is in de Oude Stad in Jeruzalem? Welk effect beoogt u door deze ondernemers te raken?
38
Wat is de inzet van het kabinet voor de zaak van de Tent of Nations? Erkent u dat
in de zaak een beroep wordt gedaan op een eigendomsclaim onder Ottomaans recht? Heeft
het kabinet inderdaad als standpunt dat Ottomaanse eigendomsrechten gerespecteerd
zouden moeten worden? Hoe verhoudt het bestaan van Ottomaanse eigendomsrechten en
claims zich tot de reikwijdte van de sanctiemaatregelen die hier geen onderscheid
in maken?
39
Zijn er Joodse families wiens familie op grond van Ottomaans recht eigendomsclaim
hebben op grond in de bezette Palestijnse gebieden? Zo ja hoeveel?
40
Zijn er Joodse families die na 1967 grond hebben gekocht in de bezette Palestijnse
gebieden van Palestijnen zelf? Waren deze aankopen rechtmatig volgens het kabinet?
Zo ja hoeveel? Respecteert en erkend het kabinet deze eigendomsrechten? Hoe verhouden
deze gevallen dit zich tot de reikwijdte van de sanctiemaatregelen?
41
Zijn er Joodse families die tussen 1948 en 1967 door Jordanië zijn verdreven uit de
bezette Palestijnse gebieden? Zo ja, hoeveel? Hebben zij volgens het kabinet recht
op terugkeer naar aantoonbare eigendommen? Zo nee, waarom? Hoe verhoudt deze groep
zich tot de reikwijdte van de sanctiemaatregelen?
42
Zijn er Joodse families die op grond van Britse mandaatregistraties een eigendomsclaim
hebben op grond in de bezette Palestijnse gebieden? Zo ja, hoeveel? Respecteert het
kabinet deze eigendomsrechten?
43
Valt de Oude Stad van Jeruzalem onder de reikwijdte van de nationale sanctiemaatregel?
Zijn er uitzonderingen?
44
Valt de Klaagmuur van Jeruzalem onder de reikwijdte van de nationale sanctiemaatregelen?
45
Hoe wordt invulling gegeven aan de motie Ceder/Stoffer (Kamerstuk 26 150, nr. 239) dat het kabinet verzocht het standpunt in te nemen dat Joden nu en in de toekomst
altijd welkom en veilig moeten zijn in geheel Jeruzalem en dit standpunt als randvoorwaardelijk
helder uit te dragen?
46
Hoe wordt de motie Ceder/Stoffer (Kamerstuk 26 150, nr. 239) uitgevoerd als het kabinet het standpunt inneemt dat de facto alle Joodse aanwezigheid
uit Oost-Jeruzalem verwijderd zou moeten worden om tot een rechtmatige situatie te
kunnen komen?
47
Zijn er momenteel gebieden onder Palestijns beheer bekend in de bezette Palestijnse
gebieden waar Joden welkom zijn? Zo ja, welke? Zo nee, hoe denkt het kabinet Joodse
toegang tot heiligdommen te kunnen garanderen met haar huidig standpunt dat de Oude
Stad onder Palestijns gezag zou moeten komen?
48
Zijn er juridische waarschuwingen binnengekomen over de maatregel van interne of externe
juristen bij het ministerie? Zo ja, kunt u deze delen met de Kamer?
49
Is er in aanloop van of tijdens het opstellen van het besluit en de memorie van toelichting
gesproken met NGO’s? Zo ja welke?
50
Kan u uiteenzetten op welke punten het tijdelijk sanctiebesluit zowel overeenkomt
als verschilt met het Sloveens nationaal verbod?
51
Wat is de reden dat Slovenië het nationaal verbod intrekt?
52
Wat is de impact op de Druzen gemeenschap in de Golanhoogte? Kan het kabinet garanderen
dat deze gemeenschap niet financieel geraakt wordt? Is het de bedoeling dat ook Druzen
geraakt worden door de maatregelen?
53
Kunt u uiteenzetten of en zo ja, op welke manier de Palestijnse economie wordt geraakt
door het tijdelijk sanctiebesluit?
54
Kan het kabinet uitsluiten dat Palestijnse families en bedrijven geraakt worden door
de maatregel? Zo ja hoe? Zo nee, hoe rechtvaardigt het kabinet deze nevenschade aan
de Palestijnse economie?
55
Kan het kabinet uitsluiten dat, op grond van besteedbaar inkomen, Palestijnse families
die betrokken zijn in de productieketen niet relatief harder geraakt worden dan Israëlische
bedrijven? Zo ja, hoe?
56
Welk effect beoogt u met het tijdelijk sanctiebesluit en op welke indicatoren kan
het kabinet aangesproken worden bij de eerste evaluatie? Kunt u zo nauwkeurig mogelijk
de doelstellingen beschrijven die u beoogt met het instellen van het tijdelijk sanctiebesluit?
57
Welke juridische mogelijkheden zijn er voor bijvoorbeeld importeurs of Israëlische
bedrijven om de sanctiemaatregel aan te vechten?
58
Wanneer verwacht u de Kamer te kunnen informeren over uitkomsten van de onderzoeken
van de verdere (juridische) mogelijkheden ten aanzien van diensten en investeringen?
59
Vindt u het proportioneel om Palestijnen te treffen met het tijdelijk sanctiebesluit?
Vindt u het doelmatig en doeltreffend om Palestijnen te treffen met het tijdelijk
sanctiebesluit?
60
Wat is uw reactie op het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over
het tijdelijk sanctiebesluit?
61
Op welke punten past u het tijdelijk sanctiebesluit aan na het advies van de Afdeling
advisering van de Raad van State over het tijdelijk sanctiebesluit?
62
Klopt het dat het tijdelijk sanctiebesluit de facto (dus niet de jure) vanwege de
demografische samenstelling van Israëliërs op de Westbank zich uiteindelijk specifiek
richt op etnische Joden in de Westbank en de mogelijkheid om goederen te exporteren?
Zo ja, hoe verwerpt het kabinet een mogelijk verwijt dat de maatregel discriminatoir
dan wel antisemitisch zou zijn?
63
Gaat het bij het sanctiebesluit enkel om mensen die illegaal aan hun bezit zijn gekomen?
Hoe definieert het kabinet illegaal in het licht van eigendomsclaims? Stelt het kabinet
dat ook Israëliërs wiens familie aantoonbaar eigenaar zijn van grond (danwel aangekocht
na 1967 van Palestijnen, dan wel eerder op grond van Ottomaansrecht) illegaal aanwezig
zijn? Zo ja, hoe verhoudt dat zich tot het eigendomsrecht?
64
Wat gebeurt er met het nationale verbod als er steun blijkt te zijn voor een EU-breed
importverbod?
65
Hoeveel tijd gaat er doorgaans overheen voor er een wetgevingsvoorstel van de Commissie
ligt? Kan dit ook sneller?
66
Ziet u andere mogelijkheden om de druk op de Israëlische regering te verhogen? En
is de verwachting dat op deze manier de druk verhogen iets gaat veranderen aan de
nederzettingenpolitiek van deze regering?
67
Erkent het kabinet dat er sprake is van gemengde toeleveringsketens bij producten
afkomstig uit de bezette Palestijnse gebieden? Klopt het dat sommige producten bevatten
grondstoffen, verpakking, opslag of transport waarbij Israëlische en Palestijnse bedrijven
samenwerken? Hoe vaak komt dit voor?
68
Klopt het dat veel Palestijnse export verloopt via Israëlische infrastructuur en grensovergangen
loopt? Klopt het dat veranderingen in handelsstromen, bijvoorbeeld door risicomijdend
gedrag door supermarkten, zo indirect economisch effect hebben op Palestijnse ondernemingen?
69
VNVR 465 (1980); Zijn er staten geweest die kort na aanname van deze resolutie in
praktische zin gevolg hebben gegeven aan de oproep om geen assistentie te verlenen
aan Israël die gebruikt zou kunnen worden in verband met de nederzettingen in bezet
gebied? Welke staten zijn dat en wat hebben die staten gedaan?
70
Zijn er naast de landen die al een importverbod hebben andere landen in de EU die
op dit moment een importverbod aan het voorbereiden zijn? Zo ja, welke landen zijn
dat?
71
Hoe verhoudt de voorliggende spoedwet zich tot de nog te behandelen sanctiewet die
de sanctiewet van 1977 moet vervangen?
72
Wat gaat u doen om te voorkomen dat bedrijven proberen onder het importverbod uit
te komen?
73
Is bij het opstellen van de AMvB rekening gehouden met onbedoelde neveneffecten zoals
de werkgelegenheid van Palestijnen in de Israëlische nederzettingen?
74
Klopt het dat er sprake zijn van «Turkse kolonisten» die van het vasteland naar bezet
Cyprus komen? Hoe verhoudt dat zich tot de situatie in de bezette Palestijnse gebieden?
75
Goederen die in aanmerking komen voor preferentiële behandeling op grond van o.a.
het associatieakkoord EU-Israël vormen een uitzondering op het toepassingsgebied van
dit besluit. Betekent dit dat met dit voorstel de handelsrelatie met Israël niet wordt
aangetast? En wat gebeurt er als er alsnog een meerderheid in de EU blijkt te zijn
voor opzegging van het handelsdeel van het associatieakkoord?
76
Is een particulier die tijdens een verblijf in een nederzetting of in Oost-Jeruzalem
een product aanschaft en dit vervolgens meeneemt naar Nederland, strafbaar op grond
van het sanctiebesluit?
77
Wat zijn de belangrijkste productcategorieën van goederen afkomstig uit de Westelijke
Jordaanoever en de Golanhoogten die vanuit Nederland worden geïmporteerd, en wat is
de geschatte jaarlijkse importwaarde van deze producten?
78
Is bij de voorbereiding van het sanctiebesluit overleg gevoerd met de Duitse Bondsregering
over de daar gehanteerde aanpak ten aanzien van de Boycot, Desinvestering en Sancties
(BDS)-beweging en/of maatregelen rond producten afkomstig uit nederzettingen? Zo ja,
welke inzichten zijn daarbij betrokken?
79
Heeft de Nederlandse inzet voor handelspolitieke maatregelen op het niveau van de
EU tegen de onrechtmatige nederzettingen steeds conform de genoemde motie Van Campen/Boswijk
plaatsgevonden, dus gericht op een importverbod op producten uit illegale Israëlische
burgernederzettingen in de Westelijke Jordaanoever buiten de Groene Lijn, opgericht
zonder wettige grond, vaak op Palestijns privéland en in strijd met internationaal
recht, en dit verbod te richten op producten van kolonisten die zich schuldig maken
aan landonteigening of andere ernstige misdrijven? Zo nee, waarom niet?
80
Wat is de reden dat het tijdelijk sanctiebesluit afwijkt van het importverbod conform
motie Van Campen/Boswijk, dus gericht op producten uit illegale Israëlische burgernederzettingen
in de Westelijke Jordaanoever buiten de Groene Lijn, opgericht zonder wettige grond,
vaak op Palestijns privéland en in strijd met internationaal recht, en dit verbod
te richten op producten van kolonisten die zich schuldig maken aanlandonteigening
of andere ernstige misdrijven?
81
Was de sanctiemaatregel beter handhaafbaar gewest als deze zou zijn vormgegeven conform
de definitie uit de genoemde motie-Van Campen/Boswijk, dan deze variant waarbij niet
uitgesloten kan worden dat Palestijnse ondernemers worden geraakt?
82
Hebben eerdere kabinetten nationale maatregelen getroffen om handel in of economische
betrokkenheid bij producten uit gebieden die onder bezetting staan of waarvan de soevereiniteit
internationaal wordt betwist, te beperken, zoals de Westelijke Sahara of Noord-Cyprus?
Zo ja, welke maatregelen? Zo nee, waarom is daar in het verleden van afgezien?
83
Onder welke omstandigheden concludeert u dat het besluit onvoldoende handhaafbaar
is en aanpassing of intrekking noodzakelijk is?
84
Welke minimale handhavingsresultaten acht u noodzakelijk om te kunnen concluderen
dat het besluit meer is dan een voornamelijk symbolische maatregel?
85
Kan het kabinet een overzicht geven van handels- en economische maatregelen die de
Europese Unie (en haar rechtsvoorgangers) of individuele EU-lidstaten hebben getroffen
ten aanzien van producten afkomstig uit gebieden die onder bezetting staan of waarvan
de soevereiniteit internationaal wordt betwist?
86
Kunt u nader uiteenzetten waarom de nationale maatregel recht doet aan «de urgentie
van de situatie»?
87
Hoe vaak is op grond van de Sanctiewet 1977 gebruikgemaakt van de mogelijkheid om
bij algemene maatregel van bestuur een sanctiebesluit vast te stellen, en in welke
gevallen heeft dit geleid tot handels- of economische beperkingen?
88
Welke goederen komen in aanmerking voor preferentiële behandeling en worden daarmee
niet gesanctioneerd?
89
Op basis van welke parlementaire behandeling, toezeggingen of andere democratische
legitimatie is ervoor gekozen om in de AMvB naast een importverbod ook een aankoop-,
verkoop- en tussenhandelsverbod op te nemen? Gaat het kabinet, met andere woorden,
verder dan waar de Kamer via moties om gevraagd heeft?
90
Erkent u dat inmiddels een incongruente positionering van het kabinet is ontstaan
ten aanzien van het enerzijds respecteren van geldend internationaal recht en tevens
een IGH-advies volledig omarmen dat ten aanzien van de oproep tot volledige evacuatie
van Israëliërs uit Area C gebieden en de Oude stad van Jeruzalem? Hoe verhoudt dit
zich tot de grondwettelijke taak om de rechtsorde te bevorderen?
91
Welke capaciteit vergt adequate handhaving van de markttoezichtmaatregelen en is deze
voorhanden bij Douane en FIOD?
92
Hoe wordt bepaald welke producten precies onder het verbod vallen (bijvoorbeeld bij
gemengde productie, botteling in betwiste gebieden, of producten uit Oost-Jeruzalem),
en hoe wordt juridisch consistente toepassing gewaarborgd?
93
Hoe wordt omgegaan met producten van Israëlische bedrijven die al ver voor 1967 bestonden,
maar waarvan productie, vestiging of economische activiteiten zich (mede) op de Westelijke
Jordaanoever bevinden?
94
Kan het aanbieden van producten afkomstig uit de in het sanctiebesluit bedoelde nederzettingen
door bijvoorbeeld horecabedrijven, of het verstrekken daarvan aan consumenten, worden
aangemerkt als een verboden handeling of als medeplichtigheid aan een verboden handeling?
95
Wordt consumptie van goederen afkomstig uit nederzettingen ook aangemerkt als een
verboden handeling of als medeplichtigheid?
96
Kan juridisch onderbouwd en toegelicht worden hoe «de openbare orde» in het geding
is bij het importeren van goederen uit Judea en Samaria? Waarom oordeelt het kabinet
dat er bij deze buitenlandpolitieke kwestie sprake zou zijn van een «voldoende ernstige
bedreiging van een fundamenteel maatschappelijk belang»?
97
Welke risico-inschatting heeft het kabinet gemaakt ten aanzien van een mogelijke inbreukprocedure
door de Europese Commissie op grond van artikel 258 VWEU wegens strijdigheid met de
exclusieve EU-bevoegdheid op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek?
98
Hoe weegt het kabinet, naast het genoemde belang van de vrijheid van ondernemerschap,
de negatieve sociaaleconomische gevolgen van het sanctiebesluit voor (Palestijnse)
werknemers?
99
Heeft de verwijzing naar bepaalde textielproducten met een eigen invoerregeling betrekking
op textielproducten afkomstig uit Xinjiang, waaronder kleding die mogelijk verband
houdt met dwangarbeid door Oeigoeren?
100
Betekent het ontbreken van overgangsrecht dat goederen die voor de inwerkingtreding
van het sanctiebesluit rechtmatig in Nederland aanwezig waren, na inwerkingtreding
niet meer mogen worden verkocht of verhandeld?
101
Maakt het besluit onderscheid tussen het in de handel brengen en op de markt aanbieden
van een product en het uiteindelijke gebruik of de consumptie daarvan door een consument?
102
Welke omstandigheden of ontwikkelingen kunnen aanleiding geven tot het opheffen van
de sancties, anders dan het automatisch vervallen van het sanctiebesluit na drie jaar?
103
Klopt het dat de huidige labelingmaatregelen vooral gericht zijn op handel, maar dat,
doordat ook kopen onder de sanctiemaatregel valt, daarmee ook particulieren worden
geraakt? Zo ja, hoe gaat de douane om met producten die gekocht zijn door vakantiegangers
in Israël? Wat gebeurt er als blijkt dat deze particuliere vakantiegangers het sanctiebesluit
overtreden? Welke (cel)straf rust er op hen? Hoe gaat het kabinet dit handhaven?
104
Geldt het importverbod ook voor niet-Nederlanders die op Schiphol landen met producten
afkomstig uit de bezette Palestijnse gebieden? Zo nee, klopt het dat voor niet-Nederlandse
vakantiegangers een ander regime geldt dan voor Nederlandse vakantiegangers?
105
Wat is de juridische definitie van een kolonist volgens het kabinet in de context
van het tijdelijke sanctiebesluit en de nota van toelichting?
106
Vallen volgens u onder de term «kolonist» in de context van het tijdelijk sanctiebesluit
ook andere groepen dan Joodse families?
107
Erkent het kabinet dat landruil al langer als realistische mogelijk wordt gezien bij
een mogelijke definitieve tweestatenoplossing? Op welke manier verhoudt dit gegeven
zich tot het door het kabinet omarmde IGH-advies en daarmee het tijdelijk sanctiebesluit?
108
Is Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties onderdeel van
het internationaal recht?
109
Klopt het dat een IGH-advies niet bindend is? Klopt het dat een niet bindend advies
niet gelijkgesteld kan worden aan geldend internationaal recht en bindende en nog
steeds geldende afspraken gemaakt tussen twee partijen, zoals de Oslo-akkoorden? Klopt
het dat landen die het IGH-advies niet besluiten op te volgen niet in strijd met internationaalrechtelijke
verplichtingen handelen?
110
Wat is uw reactie op de afwijkende mening («dissenting opinion») van Vice-President
Sebutinde, zoals te lezen is in de bijlage bij de samenvatting van het IGH-advies?
111
Is de toegang van Joden tot de Klaagmuur nog gegarandeerd als Israël, in lijn met
het IGH-advies van 2024, zijn aanwezigheid in de Oude Stad moet beëindigen? Hoe ziet
het kabinet voor zich, aangezien in elk gebied waar Palestijnen het momenteel voor
het zeggen hebben, Joden niet aanwezig mogen zijn?
112
Waarom onthield Nederland zich van stemming bij AVVN-resolutie ES-10/24? Welke overwegingen
lagen hieraan ten grondslag?
113
Kunt u een overzicht bieden van alle lidstaten die gehoor hebben gegeven aan de oproepen
uit AVVN-resolutie ES-10/24?
114
Wat heeft het zoeken naar samenwerking met andere landen tot nu toe opgeleverd?
115
Klopt het dat het kabinet deze passage uit het IGH-advies uit 2024 volledig overneemt
als kabinetsstandpunt: «Israël moet zo snel mogelijk een einde maken aan zijn aanwezigheid
in de bezette Palestijnse Gebieden, onmiddellijk stoppen met uitbreiding van de nederzettingen
en alle kolonisten in de bezette Palestijnse Gebieden evacueren.»? Zo ja, hoe ziet
een volledige evacuatie van aanwezigheid van kolonisten er praktisch uit volgens het
kabinet?
116
Betekent het evacueren van alle kolonisten, zoals het kabinet via het IGH advies inmiddels
als standpunt hanteert, dat feitelijk alle mannen, vrouwen en kinderen van Israëlische
afkomst uit Oost-Jeruzalem inclusief de Oude stad, de Westelijke Jordaanoever en de
Golanhoogte moet vertrekken voordat er sprake kan zijn van een rechtmatige situatie?
117
Hoeveel mannen, vrouwen en kinderen wonen in totaal de gebieden die volgens het kabinet
geëvacueerd zouden moeten worden om tot een voor het kabinet rechtmatige situatie
te komen?
118
In hoeverre verhoudt de afbakening in het tijdelijk sanctiebesluit zich tot de uitspraak
van voormalig Kamerlid Boswijk (CDA), mede-indiener van de genoemde motie-Paternotte
c.s., de heer Boswijk (CDA): «Dan over de inwoners van Oost-Jeruzalem. Als een joodse
Israëliër, een christen of een Arameeër daar aantoonbaar al generaties woont, dan
is het natuurlijk overduidelijk dat die mensen niet geraakt worden. Het gaat over
de mensen die illegaal aan hun bezit zijn gekomen. Het gaat erom dat we dat onrecht
aanpakken.»? Klopt het dat deze afbakening niet gevolgd noch gegarandeerd kan worden
door het kabinet met dit besluit? Zo ja, erkent het kabinet dat de motie niet uitgevoerd
wordt zoals (in ieder geval) een deel van de indieners voor ogen hadden? Waarom kiest
het kabinet hiervoor?
119
Bent u van mening dat het kabinet, totdat het sanctiebesluit van kracht wordt, geen
uitvoering heeft gegeven aan VNVR-resolutie 465 (1980)?
120
Meent u dat middels dit sanctiebesluit volledig uitvoering wordt gegeven aan alle
resoluties van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering over dit onderwerp? Zo
nee, welke maatregelen bereidt het kabinet nog voor?
121
Waarom heeft het kabinet ervoor gekozen om pas circa 45 jaar na dato uitvoering te
geven aan VNVR-resolutie 465 (1980) en VNVR-resolutie 497 (1981)?
122
Bent u bereid de Kamer periodiek te informeren over het aantal afgegeven verklaringen,
controles, geconstateerde overtredingen, inbeslagnames, strafrechtelijke onderzoeken
en vervolgingen? Zo nee, waarom niet?
123
Hoe denkt u juridisch te kunnen verdedigen dat deze sanctiewet wordt ingevoerd terwijl
import uit bezette gebieden een onderdeel is van het gemeenschappelijk handelsbeleid
en daarmee een bevoegdheid van de EU? En meer specifiek op welke manier is bescherming
van de openbare orde hier aan de orde?
124
Heeft u het standpunt dat andere EU-lidstaten te weinig doen en daarmee – meer dan
Nederland – bijdragen aan het instandhouden van een internationaalrechtelijke onrechtmatige
situatie?
125
Sinds welke datum is volledige evacuatie van alle Israëliërs in de bezette Palestijnse
gebieden en de Golanhoogte het officiële kabinetstandpunt? Heeft het kabinet de Israëlische
regering al officieel toe opgeroepen tot volledige evacuatie? Zo ja, kunt u de relevante
stukken naar de Kamer toesturen waaruit dat blijkt?
126
Meent u dat met het verkopen van producten uit de Westelijke Sahara wordt bijgedragen
aan het instandhouden van een internationaalrechtelijke onrechtmatige situatie?
127
In de nota van toelichting staat dat de regering het ontmoedigingsbeleid actiever
uitdraagt als gevolg van de verslechterende situatie in de westelijke Jordaanoever.
Betekent dit dat de situatie in Gaza voor dit importverbod geen enkele rol heeft gespeeld?
128
Verlangt het kabinet in het geval van de Westelijke Sahara ook volledige evacuatie
voordat er sprake is van een rechtmatige situatie?
129
Wat is de reden dat het sanctiebesluit behoudens eerdere intrekking drie jaar na inwerkingtreding
vervalt? Verwacht u dat de rechtsgrond voor het instellen van het sanctiebesluit dan
niet meer aanwezig is?
130
Heeft u informatie ingewonnen over de voorgenomen maatregelen bij de Europese Commissie?
Wat is het standpunt van de Commissie over de nationale maatregelen?
131
Hoe verhoudt het sanctiebesluit zich tot het feit dat het handelsrecht een exclusieve
Europese bevoegdheid is, zoals de Europese Commissie in 2021 nog eens bevestigde in
reactie op een voorgenomen Iers wetsvoorstel om handel met illegale nederzettingen
te verbieden? Wat is er tussentijds juridisch gewijzigd?
132
Artikel 24 van de Verordening (EU) 2015/478 biedt de mogelijk om verboden in te stellen
vanwege de bescherming van de openbare orde; hoe valt de eerbiediging van het internationaal
recht hieronder?
133
Kunt u toelichten waarom er sprake is van een ernstige bedreiging van een fundamenteel
maatschappelijk belang?
134
In beide zaken (Omega en Schmidberger) die het kabinet aanhaalt gaat het niet om het
nastreven van de internationale rechtsorde; hoe haalt het kabinet alsnog een juridische
grondslag uit specifiek beide aangehaalde zaken? Is dit extern juridisch getoetst?
Kunnen deze documenten met de Kamer gedeeld worden?
135
Hoe wordt de openbare orde beschermd als producten uit de bezette Palestijnse gebieden,
dan wel niet mede geproduceerd door Palestijnen, worden geweerd en alsnog via derde
landen Nederland bereiken?
136
Bent u bereid om de evaluatie over de werking van de verklaring met de Kamer te delen?
Zo nee, waarom niet?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.R. Muller, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.